Categorieën
home

Lang zullen we leven! Maar zal het ook ‘in de gloria’ zijn?

Dit wordt geen CD&V-artikel. Toch ga ik hun spreekwoordelijke benadering van stal halen. Het “enerzijds, anderzijds”-verhaal. CD&V gebruikt dit voor nuancering tot niemand nog volgt of begeesterd blijft. Ik kan niet zeggen dat wat volgt begeesterend is, maar probeert u toch maar te volgen. Afhaken is immers op eigen risico. Wat is er van “in de gloria”: als je langer dient te leven met pensioenen die te laag zijn?

Vive la Vie !

In de gloria: langer leven met pensioenen die te laag zijn
leeftijdspiramide België

We beginnen met het goede nieuws. De Belg leeft opnieuw langer. OK, het is een stelling op basis van de laatst beschikbare cijfers. De eventuele gevolgen van de COVID-19 pandemie zijn daar nog niet bij inbegrepen. Vrouwen die nu geboren worden halen gemiddeld 84 jaar. Mannen blazen gemiddeld net voor hun 80e (79,6 j) hun laatste adem uit.

In deze cijfers zijn de cijfers van zelfdoding, ongevallen in het verkeer en op de arbeidsmarkt inbegrepen. Ook de sterftes ten gevolge van ziektes als kanker, hartproblemen,… .Voor wie vandaag dus pakweg 50 jaar oud is, zijn de geciteerde cijfers een onderschatting. Hun levensverwachting is hoger.

Voor die overlevenden schuift de gemiddelde sterfteleeftijd nog wat op.

  • Zo heeft een man die momenteel 67 jaar is gemiddeld nog 16,81 jaar te goed. Hij wordt dus gemiddeld bijna 84 jaar.
  • Een vrouw die vandaag 67 is wordt zelfs gemiddeld meer dan 86 jaar, want zij kan nog rekenen op 19,73 restjaren.

Leve de verbetering van de levensomstandigheden dus. In de meeste landen ter wereld (zelfs in de VS) is die levensverwachting een stuk lager).

Genieten van het goede langleven?

Na gewerkte jaren op pensioen kunnen gaan, opent perspectief op een rustiger leven. Een leven waarin de dagelijkse rush wegvalt. Waar niet alles nog “moet”. Héhé, oef en eindelijk!

Natuurlijk de gezondheid moet het toelaten. De laatste levensjaren zijn voor sommigen ook sukkeljaren. Maar kom, laten we optimistisch zijn. We weten dat er veel mensen in die laatste jaren aangewezen zijn op een WZC, woonzorgcentra. We zien echter in het straatbeeld ook meer en meer krasse knarren. Sommigen die op bankjes, als een equivalent van hangjongeren, de gang van zaken morrend becommentariëren. Anderen die tot op hoge leeftijd actief blijven in hun vereniging, voor hun (achter)kleinkinderen, op reis, … .

Mits een volle  portemonnee.

En daar durft wel eens het schoentje knellen. De laatst cijfers mbt. de gemiddelde bruto-pensioenen per maand (2018) zijn ontnuchterend. Klikken dus op eigen risico!

  1. Let op, het zijn gemiddelden. Dus in die cijfers steken ook de cijfers van zij die geen volledige loopbaan hadden (45 jaar werken). Maar toch eens natrekken in je eigen omgeving: wie van ons heeft een volledige loopbaan? Lang studeren, thuis blijven voor de kinderen, afvloeien vanaf je 50e wegens bedrijfssanering, ziekte- of invaliditeit oplopen tijdens je actieve loopbaan, tijdelijk uittreden of parttime gaan werken om voor de kinderen te zorgen, burn-out oplopen … . Er zijn erg veel redenen waarom de volledige loopbaan in praktijk niet gerealiseerd wordt.
  • Let op 2: de lage cijfers voor zelfstandigen zijn ook gedeeltelijk te verklaren doordat deze jaren geleden géén pensioenbijdrage dienden te betalen. Of doordat er een aantal ook erg lage ‘officiële’ omzetcijfers bekendmaakten en liever royaler leefden zonder  facturen uit te schrijven.

Terug naar de cijfers:

  1. wie gedurende zijn volledige loopbaan het statuut van zelfstandige had, ontvangt gemiddeld € 642/ maand.
  2. wie een zuivere loopbaan als loontrekkende had, ontvangt gemiddeld € 1.174/ maand
  3. een ambtenaar met een volledige loopbaan, ziet maandelijks gemiddeld € 2.731/ maand op zijn rekening gestort.

De armoededrempel voor wie alleenstaande is bedraagt (cijfers 2018) € 1.187 / maand. De gemiddelde kostprijs van een rusthuis bedroeg € 1.546 / maand.  Het basisbedrag van het leefloon bedraagt (maart 2020) voor samenwonenden € 639,27/ maand. Een alleenstaande kan in Vlaanderen opgetrokken worden tot een leefloon van € 958,91.

De cijfers tonen aan dat wie extra geld krijgt via leefloon, toch onder de armoedegrens leeft. Een loontrekkende met een gemiddeld pensioen heeft niet genoeg om een langdurig verblijf in een rusthuis te betalen. Dat kan toch niet die in de gloria zijn waarin we langer zullen leven: een wachtperiode met te lage pensioenen?

De overheid zorgt toch voor ons?

Zo zou het toch moeten zijn. Wie regeert, moet vooruitzien. En de tering naar de nering zetten. Niet alles uitgeven als je weet dat er binnenkort (of op middellange termijn) kosten staan aan te komen. Voor kosten die voorzienbaar zijn, kan je een berekende reserve gaan aanleggen. En je houdt best ook wat over voor onvoorzienbare omstandigheden.

Helaas doet de overheid wat in veel gezinnen ook gebeurt: niet goed budgetteren. En blind vooruitrijden in de hoop dat alles uiteindelijk wel meevalt en er geen muur in de weg staat.

De budgetten waren in het verleden structureel ontoereikend. Waardoor er flinke schulden opgebouwd werden. Dit noodzaakte de regering om in de jaren ’80 – ’90 van vorige eeuw hard op de rem te gaan staan. Ze werd daarbij geholpen door externe factoren (hoge intresten, het perspectief van toetreding tot de euro) en politici met een perspectief dat verder reikte dan de volgende verkiezingen (Martens, Dehaene – oei, nu ben ik toch CD&V aan het verheerlijken).

De rente is sindsdien gezakt, de toetreding tot de euro is verworven en het lijkt alsof de generatie politici die in de voorbije 25-jaar de dienst uitmaakten bang zijn van hun eigen schaduw. Met een kaasschaaf werd de overheidsschuld slechts mondjesmaat aangepakt. Voor problemen binnen een afzienbare tijd, verkoos men de kop in het zand te steken.

Schuldafbouw omgebogen.

Traag op de goede weg tot de financiële crisis een bres sloeg in de schuldafbouw

Catastrofen in een gematigd zeeklimaat zijn eerder zelfdzaam. Toch bleven ze in ons land niet uit.

  • De financiële crisis van 2007-2009 begon in de VS. Maar door de grote interne verwevenheid van kapitaalstromen en garantiebepalingen maakte deze ook grote slachtoffers in West-Europa. Op dit oude continent greep iedere regering naar de geldbeugel. De instorting van het financieel systeem moest vermeden worden. De staatsschulden stegen overal. Ook in landen waar het water al aan de mond stond.
  • Sinterklaas zat op de regeringsbanken. Saneringsmoeheid én wil om bij de kiezer in de gunst te komen, hebben er ook toe geleid dat sommige regeringen kwistig met voordelen zijn beginnen zwaaien. We kennen allemaal de oversubsidiëring voor wie rond 2010 zonnepanelen op zijn dak legde. Maar ook de vorige “Zweedse” coalitie zette in op belastingsverlaging voor bedrijven, zonder dat het terugverdieneffect sluitend was.
  • En vandaag worden we geconfronteerd met een gezondheidscrisis, waarvan niet duidelijk is wanneer hij achter de rug zal zijn én hoeveel hij zal gekost hebben.
    • De Nationale Bank berekende begin april dat de staatschuld in 2020 terug zou oplopen tot 115 % van het BBP (bruto binnenlands product).
    • Deze week schreef Veronique Goossens, hoofdeconoom van de (staats)bank Belfius, dat we eerder rond de 120 % van het BBP zullen stranden. Met een tekort van +/- € 50.000.000.000 op onze begroting voor dit jaar, staan we daarmee terug op de positie die we begin 2000 innamen.

Met de rug tegen de muur voor aanpakken dringende problemen.

Ja, er zijn onevenwichten tussen de financiële draagkracht en – bijdragen van Vlamingen en Walen. Ja, er zijn problemen met inburgering van migranten, … . We moeten die niet onder de mat vegen. Maar zijn dit de belangrijkste items in de strijd om onze levensstijl te behouden en onze emancipatie verder vorm te geven?

We hebben een politieke klasse die er niet in slaagt om de dwingende problemen van klimaatverandering aan te pakken (we hebben slechts 1 aarde).

En die al decennia weet dat er een vergrijzingsgolf aankwam, maar er géén extra eurocent voor aan de kant hield. Je kan ze moeilijk op applaus onthalen. In feite zou je ze eerder moeten aanklagen voor schuldig verzuim.  We leven langer én zijn afhankelijk van pensioenen die te laag zijn,  weinig reden dus om ‘in de gloria’ te zingen.

De balk en de splinter.

Beeldspraak uit de Bijbel

Maar we mogen niet alleen de politici met pek en veren willen insmeren. Uiteindelijk hebben ook wijzelf als burger /als individu een verantwoordelijkheid. We zien die niet altijd, tuk als we zijn om de schuld bij een ander te leggen.

Ook wij weten al jaren dat

  • er een vergrijzingsgolf aankomt,
  • de overheid daar niet op anticipeert en
  • gemiddelde pensioenbedragen geen garantie op een onbekommerd oud leven inhouden.

En wie een probleem ziet, kan er op anticiperen.

  • In geval van klimaatverandering kan je je vleesconsumptie, je reisplannen, je mobiliteit, je beleggingsstrategie… aanpassen. Om op die manier je persoonlijke ecologische voetafdruk dichter in overeenstemming te brengen met wat nodig is om de opwarming af te remmen.
  • Voor de vergrijzing kan je zelf een reserve aanleggen om het potentiële tekort te overbruggen.
    • Er zijn hiervoor zowel mogelijkheden die door de overheid (als doekje voor het bloeden?) met fiscaal voordeel bedacht zijn: pensioensparen, lange termijn sparen, VAPZ, WAP, IPT, groepsverzekering,…
    • Er zijn daarbovenop ook mogelijkheden om zonder fiscaal voordeel aan je noodzakelijk reserve te bouwen intekenen op beleggingsfondsen, Tak 23, aandelen, … .

Wat is haalbaar aan reserve-opbouw?

Hoe bouw je best je reserve op? Moet ik een vast percentage van mijn inkomen sparen en hoe hoog is dit dan? Een sleutel op de deur-oplossing die voor iedereen werkt bestaat niet.

  1. Het Nederlandse NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) raadt aan om minstens 10 % van je inkomen te sparen. Wie dit artikel leest, merkt dat dit gedeelte bedoeld is als buffer. Het dient om uit de financiële problemen te blijven. Dus, dit bedrag voorziet niet in reserve-opbouw.
  2. Belgische banken hanteren als vuistregel dat je ongeveer 1/3 van je inkomen mag besteden aan een hypotheeklening. Aangezien een hypotheeklening een lange termijnkrediet is met een duidelijk doel (verwerven van eigendom) houden ze met die grens een slag achter de hand. Zodat je als klant enerzijds nog verder normaal kunt leven en anderzijds ook ruimte hebt om tegenslagen op te vangen.
  3. In de praktijk lijkt die 1/3 voor veel ontleners aanvankelijk amper haalbaar (ze zie niet hoe ze dit gaan volhouden), terwijl in de praktijk blijkt dat het (eens de realiteit van de afbetaling voor de deur staat) meestal wel kan.
  4. Omdat een woning na verloop van tijd toch ook kosten met zich meebrengt, kunnen we niet zomaar zeggen dat die 1/3-regel blijft opgaan voor opbouw van toekomstreserve eens je woning afgelost is. 25 % is daarom wellicht een goed mikpunt. Afhankelijk van je effectief inkomen kan dit wat lager of wat hoger uitvallen (wie € 1.500 / maand verdient zal minder aan de kant kunnen houden dan wie € 3.500 / maand verdient. Wie studerende kinderen heeft zal ook  met hun exploderende studie- en onderhoudskost moeten afrekenen).

Discipline versus consumentisme.

Eens de woning afbetaald is, is het verraderlijk om de teugels te vieren.

In de gloria: langer leven met pensioenen die te laag zijn
instant gratification of genot uitstellen?

Maar het is pas door regelmaat en volharding dat een plan gerealiseerd wordt. De marshmallow-test op kinderen (waarbij deze kiezen voor onmiddelijke behoeftenbevrediging en niet voor dubbele beloning bij uitgestelde behoeftenbevrediging) lijkt in de realiteit ook toepasbaar op veel volwassenen (*). Daarom is het goed om je reserve-opbouw te automatiseren door bijv. je reserve-opbouw automatisch te laten overschrijven in de gekozen beleggingsformule net nadat je loon gestort is. Je komt dan minder in de verleiding om het geld aan iets anders uit te geven.

Persoonlijk voorbeeld.

Mijn situatie.
  • Als zelfstandige steven ik af op een relatief laag pensioen. In de praktijk zal dit rond de € 1.250 / maand liggen.
    • Daar komt wel iets bij in de vorm van pensioensparen (opgestart op mijn 30e), lange termijn sparen (opgestart op mijn 54e), VAPZ (opgestart op mijn 31e) en IPT (opgestart op mijn 34e). Deze stelsels zullen een eenmalige uitkering voorzien op mijn 65e.
    • Mijn beide ouders leven nog en zijn hoogbejaard. Ooit zal er een erfenis openvallen. Deze is te verdelen onder 4 kinderen.
  • Gezien mijn genen (zie hierboven) kan ik er (hoewel geen zekerheid) best van uitgaan dat ik wellicht meer dan 20 jaar pensioen te overbruggen heb.
  • Ik ben er van uitgegaan dat ik om comfortabel te leven ongeveer € 2.500 / maand ter beschikking moet hebben. Dit veronderstelt dus een eigen inbreng van minstens € 300.000 (€ 1.250 x 12 x 20). Hiervan is een gedeelte door de reeds opgesomde spaarinspanningen opgebouwd.
Mijn praktijk.
  • Na afbetalen van mijn hypothecair krediet startte ik in 2009 (50e verjaardag) met een bijkomende reserve-opbouw van € 600 / maand. Dit via 2 Tak23-beleggingen bij verzekeraars en 1 storting in beleggingsfondsen via mijn bank. Dit zou minstens € 108.000 moeten opleveren (kosten afgetrokken en rendement toegevoegd). Meer mag ook uiteraard. Een gedeelte van de Tak 23-beleggingen vind je terug in de maandelijkse storting in mijn eigen portefeuille (zie maandelijkse bijdrage “de eigen portefeuille in (maand/jaar)” op deze blog.
  • Eind 2010 heb ik zonnepanelen gelegd.  Zowel op mijn kantoorpand als op mijn privéwoning. Telkens ik een groene stroom-certificaat uitbetaald krijg, probeer ik dit bedrag eveneens te beleggen.
  • Gezien de uiterst lage rente, hou ik zo weinig als mogelijk spaargeld op mijn bankrekening. Het overtollige bedrag heb ik in 2012 besteed aan enkele eenmalige beleggingen bij verschillende verzekeraars. Ook die vind u terug in de eigen portefeuille.
  • Door wijzigingen  in mijn privéleven en door een paar professionele tegenslagen, heb ik het extra opgebouwde kapitaal in het verleden al enkele keren (gedeeltelijk) moeten aanspreken. Om die reden ben ik sinds 2015 begonnen met maandelijks extra € 600 / maand te beleggen. Beurtelings in individuele aandelen en in beleggingsfondsen. Een tandje bijsteken met oog op bereiken van mijn doelstelling.
  • Recent kon ik een gedeelte van mijn VAPZ gebruiken voor de aankoop van een erg bescheiden appartementje. Ik dien intrest te betalen op het ontleende kapitaal, maar dien dit kapitaal niet noodzakelijkerwijze terug te betalen. In voorkomend geval zal het eindkapitaal van mijn VAPZ  daardoor lager uitvallen. Een reden te meer om de beleggingsbesteding van mijn groene stroom-certificaten en de extra stortingen van € 600 te proberen volhouden.
  • Op 4 jaar van mijn pensioen steekt er ongeveer € 75.000 in mijn reserve. Als ik er van uitga dat ik verder 2 x € 600 / maand kan blijven besteden en dat de rendementen van die bedragen op zijn minst de kosten verbonden aan die beleggingen compenseren, dan strand ik bij pensioen (ben nog van lichting die op 65 op pensioen kan gaan) op een bijeengespaard bedrag van +/- € 130.000.

Vroeg begonnen is half gewonnen.

Hoe korter de tijd die je rest om een reserve op te bouwen, hoe zwaarder je inspanning is. In mijn geval laat € 1200/maand weinig ruimte voor veel andere frivoliteiten.

Gelukkig had ik vroeger reeds aan pensioensparen en VAPZ en IPT opgestart. Vooruitzien is het halve werk. Niet voor niets hangt er in mijn kantoor een oude pancarte van verzekeraar Belstar. ” In het verleden nooit aan je toekomst gedacht?” staat er op vermeld.

Wie laattijdig tot de conclusie komt dat hij niet voldoende reserve opgebouwd heeft en dat het wettelijk pensioen (en andere oplossingen zoals erfenissen, werkgerelateerde pensioenbijdragen, … ) niet zal volstaan voor een aangename oude dag zonder financiële zorgen, kan best nog in actie schieten. Al wat je nog bijeenschraapt is dan mooi meegenomen. En de inspanning om niet alles gelijk uit te geven, zal alvast een goede oefening zijn om te wennen aan de inkomstenval, die opruststelling met zich meebrengt.

(*) Econoom Paul Krugman publiceerde per 9/06/2020 zijn opinie “America Fails the Marshmallow Test“. De wil in de VS om COVID-19 te bestrijden ontbreekt. Wellicht is die visie ook van toepassing op ontstaan en verspreiding van de 2e golf van de pandemie in West-Europa

 

 

 

 

 

 

Categorieën
home

De Morningstar Sustainability Rating focust voortaan meer op de toekomst dan op het verleden.

Chaplin als The great Dictator - Morningstar Sustainability Rating
Het aantal gebruikte globes blijft gelijk, maar hun toekenning gebeurt voortaan totaal anders.

Bij Ethisch Beleggen maken we van diverse bronnen gebruik om onze waarderingen in + of in –  te bepalen. 1 van deze bronnen is de financiële website Morningstar. Zo gebruiken we de Morningstar Sustainability Rating. Ze hebben dit systeem opgestart in de lente van 2016 en blijven er aan sleutelen. Het feit dat ze eigenaar geworden zijn van de duurzaamheidsrater Sustainalytics zal daar onder meer voor verantwoordelijk zijn.

Begrippen als “duurzaamheid” of stempels als “(on)ethisch” zijn niet vastgeroest. In een evoluerende maatschappij evolueren ook de opvattingen. Er komen nieuwe producten én nieuwe problemen bovendrijven, wetgeving wijzigt, inzichten veranderen,… . Dit is 1 van de redenen waarom we bij opstart van deze werking geen sluitende definitie rond wat wél en wat niet ethisch is vastlegden.

Morningstar Sustainability Rating: versie 1.5

System Software Update
Een eerste update van hun duurzaamheidsrating vond plaats eind 2018.

In het najaar van 2018 heeft Morningstar zijn duurzaamheidsrating reeds aangepast. U vindt hun toelichting hier. Kort samengevat deden ze toen 4 ingrepen:

  1. Lange termijn krijgt een groter gewicht. Omdat binnen een fonds aan- en verkopen plaatsvinden, wijzigt de samenstelling ervan geregeld. Nu wordt beter nagegaan hoe consistent een fonds in zijn duurzaamheid is.
  2.  De indeling in categorieën ging op de schop. De beleggingsstrategie van een fonds weegt voortaan zwaarder door dan de regio of het thema waarin het fonds belegt. Wegens het thematisch – of regionaal indelen van beleggingen, was de vergelijkingsbasis tussen fondsen soms erg klein. Een primus uit een kransje van 5 maakt minder indruk dan een primus uit een krans van 50 fondsen.
  3.  Minstens 2/3 van de aanwezige posities in een belegging moet een duurzaamheidsscore hebben. Vroeger was dit slechts 50 %.  Als je van een product slechts de helft kan evalueren op zijn ESG-gehalte, dan heb je uiteraard een grotere foutenmarge dan zo je 2/3 of meer kan evalueren.
  4.  Morningstar neemt voortaan ook Fund-of-Funds (soort superfondsen, die samengesteld zijn door optelling van verschillende aparte fondsen) mee in zijn evaluaties.

De aanpassing van eind 2018 veroorzaakte niet al te veel wijzigingen in de waardering bij de fondsen welke wij verdelen.

Versie 2.0 is een feit.

Beginnen met een schone lei - Morningstar Sustainability Rating
Morningstar kuiste het bord grondig af.

Inmiddels werd een nieuwe bijsturing uitgerold. Deze wordt geïntroduceerd per 31 oktober 2019. Omdat de datumverwerking steeds vertraging heeft (1 maand en 6 dagen), zal de nieuwe methodologie pas per 08/11 voor het eerst echt de wijzigingen laten zien. Deze zullen dan slaan op de portefeuillegegevens van 30 september.

Wat gaat er veranderen?

Het oog op de toekomst.

    1. Men wil weg van de momentopname.
      • Tot nu was de duurzaamheidsrating een soort optelsom. We tellen de ESG-score van alle individuele posities (bedrijven) uit een beleggingsfonds samen. En vervolgens trekken we de score voor controverses (waar zit het fout) daar van af.
      • Nu gaat men kijken naar de toekomst. Welke risico’s loopt een bedrijf nog op vlak van ESG?
      • Om dit te evalueren ontwikkelde Sustainalytics een nieuw meetinstrument: de ESG Risk Rating.  Wie deze grondig wil doornemen en de Engelse taal voldoende doorgrondt, kan de 3 volumes uitleg van hun website downloaden. Deel 1: Moving Up the Innovation Curve, Deel 2: Exploring the Internet Software and Services Subindustry en Deel 3: Potential Applications for Investors.
    2. Het is een schaal geworden die voor alle sectoren dezelfde is. Ook al is de energiesector bijvb. gevoeliger aan risico’s rond E (CO2-uitstoot) en G (corruptie en omkoping). Terwijl bij softwarebedrijven de E minder van tel zal zijn en de S & G (werknemersbeleid, veiligheid van data, waarborg van privacy) ) er een grotere rol spelen. De uitkomst van individuele bedrijven die langs de ESG Risk Rating liggen zal dus toch nog gedeeltelijk sectorgebonden zijn. Morningstar heeft zelf het voorbeeld van Royal Dutch Shell met een score van 33,7 versus Microsoft met een betere score van 14,1.

Een rapport op 100 punten.

Old skool schoolrapport - Morningstar Sustainability Rating
In tegenstelling tot een schoolrapport scoor je bij de ESG Risk Rating het best zo laag mogelijk.
    1. De schaal van de ESG Risk Rating wordt uitgedrukt in een getal tussen 0 en 100. Een laag cijfer staat voor een laag risico. In de praktijk scoren genoteerde bedrijven  het meest tussen 0 en 50. Sustainalytics kijkt per bedrijf welke ESG-risico’s een bedrijf loopt en hoe het dit aanpakt (“managed risks“). Daarnaast bekijkt ze of er ook risico’s zijn die het bedrijf nog niet aanpakt , maar die wel een rol kunnen spelen in de toekomstige waardering van het bedrijf ( “unmanaged risks“). Een cijfer 0 wil hier zeggen dat er geen niet-aangepakte risico’s zijn en dat de aanpak van de bestaande risico’s degelijk is.
    2. De scoring van alle individuele bedrijven wordt gewogen. En zo komt een gemiddelde voor de totale portefeuille tot stand. Een fictief fonds dat slechts in 2 bedrijven Microsoft (MS) en Royal Dutch Shell (RDS) zou beleggen in verhouding van 60 % MS én 40 RDS zou dus een eindscore van 21,52 krijgen  ((0,6 * 14,1) + (0,4 * 33,7)).   Er zijn 5 verschillende stadia in de ESG Risk Score
        1. van 0 tot 9,99 : verwaarloosbaar ESG Risico
        2. tussen 10 tot 19.99 : laag ESG Risico
        3. vanaf 20 tot 29.99 : gemiddeld ESG Risico
        4. van 30 tot 39.99 : hoog ESG Risico
        5. + 40: erg hoog ESG Risico

 Zonder het verleden te vergeten.

    1.  Omdat men probeert te kijken naar de evolutie op langere termijn zal ook gekeken worden naar de gegevens uit het (recente) verleden. Van de duurzaamheidsscore over de voorbije 12 maanden neemt men een “gewogen” gemiddelde. Dit noemt men de Morningstar Historical Portfolio Sustainability Score.  “Gewogen” betekent hier dat de recentere maanden een hoger gewicht krijgen dan de oudere maanden.
    2. De uiteindelijke toekenning van de slotrating per fonds is dan de duurzaamheidsrating. Men blijft gebruik maken van een systeem van 5 wereldbollen.
        1. de beste 10 % van de M* Historical  Portfolio Sustainability Score, dragen in zich dus het minste risico en krijgen 5 bollen toegekend.
        2. de volgende 22,5 % verwerven 4 bollen
        3. diegene die hierachter komen  (met een cijfer tussen 33,6 en 68,5 %) krijgen nog 3 bollen
        4. slechter scorende fondsen (cijfer tussen 68, 6 en 90 %) krijgen nog 2 bollen
        5. de slechtste 10 % krijgen van Morningstar nog 1 bol
    3.  Op die basis zijn momenteel wereldwijd een 50.000 beleggingsfondsen gequoteerd. Fondsen zonder bol zijn niet noodzakelijk zwakke fondsen op vlak van duurzaamheid. Het kunnen bvb. fondsen zijn waarbij minder dan 67 % van de participaties door Sustainalytics kon beoordeeld worden.

 Invloed van de nieuwe berekening.

    1.  De nieuwe berekening zal bij diverse fondsen een verschuiving in de Morningstar Sustainability Rating teweeg brengen. Morningstar zelf verwacht dat 43 % van de fondsen 1 globe zal winnen of verliezen. Voor 24 % (bijna 1 op 4) van de fondsen zal er zelfs een verschuiving van 2 of meer globes plaatsvinden.
    2. Hieruit moeten we concluderen dat de nieuwe manier van berekenen toch een scherpe breuk is met het verleden. Vergelijken tussen data voor – en na 31/10/2019 zal dus erg moeilijk -, zo niet onmogelijk worden. Dit zal dus ook voor onze eigen quoteringen ingrijpend zijn. De EthischBeleggen-objectiveringsscore, die wij hanteren per fonds, zal voor- en na 31/10 van elkaar verschillen. Momenteel kan met de maximale score van 5 globes 15 % van het totale puntenaantal verdiend worden. De fondsenselectie binnen onze modelportefeuilles zal hierdoor in 2020 ook beïnvloed worden.
    3. U kon deze gevolgen ook reeds zelf inschatten als u het resultaat van ons fictief beleggingsfonds met slechts 2 aandelen bekeek. Ondanks het feit dat ons voorbeeld voor 40 % uit een bedrijf dat in de oliesector actief is bestaat, krijgt het toch de op 1 na beste duurzaamheidsscore. Shell mag zich dan op vandaag inlaten met hernieuwbare energie, op basis van zijn verleden had geen weldenkend mens het een groot gewicht gegeven in een duurzaam fonds.

 Geef verandering een kans.

    1. wegwijzers naar verleden en toekomst
      De bollenwinkel (1 tot 5 globes) werden flink dooreen geschud bij Morningstar. Duurzaamheidsscores van vandaag kunnen significant afwijken van die welke vroeger toegekend worden.

      Het lijkt er dus op dat de nieuwe benadering een generaal pardon invoert. Iedereen, ook de grootste zondaars uit het verleden, krijgen amnestie. Het strookt niet om ons gevoel. Net zoals we het als maatschappij soms moeilijk hebben om een gevangene, die vrijkomt nadat hij zijn straf uitzat, te zien als iemand die een nieuwe kans verdient. We staan liever klaar om er een stempel van onbetrouwbaar én dus te wantrouwen op te slaan.

    2. Het nieuwe systeem zal echter ook wel uit zichzelf corrigeren. Wie uiteindelijk niet vooruit geraakt in zijn ESG-benadering zal geleidelijk toch wegzakken ten opzichte van collega-bedrijven, die wel een strakke ESG-focus houden. We zullen net als bij de invoering van een andere metriek stelsel, een andere spelling of een andere munt, uiteindelijk toch wel gewoon geraken aan de nieuwe norm.
    3. Blijf alleen de overweging:  is die verandering nu beter of slechter dan vroeger? Ze zal zeker een tijdje vreemd en mogelijks onnatuurlijk aanvoelen. Maar omdat ze meer rekening houdt met de nog af te leggen weg, dan met de reeds afgelegde weg, kan je toch besluiten dat ze meer toekomstgericht is. Net zoals Morningstar het zelf aankondigde.
Categorieën
home

File under Fake: “duurzaam beleggen is duur, risicovol én niet-rendabel”

De voorbije jaren verschenen verschillende studies die er op wezen dat beleggers die rekening hielden met ESG-aspecten in hun keuzes minstens een gelijk, zo niet een hoger rendement bekwamen dan zij die dit niet deden. Op onze pagina Duurzaam beleggen is rendabel vindt u er enkele opgelijst.

Oppassen met je eigen gelijk.

Als je standpunt ook je visie bepaalt

Bevestiging vinden voor je eigen overtuigingen is steeds leuk. Maar het kan je ook in slaap wiegen. Wie steeds kiest voor info die in zijn kraam past, landt in een bubbel van het eigen gelijk. Een luchtbel die zich afsluit van informatie die je opnieuw uitdaagt of die je dwingt om je eigen premissen toch nog eens tegen het licht te houden.

De ene PRI is de andere niet.

Daarom trok een recente publicatie van PRI onze aandacht.

PRI, dat is toch de afkorting voor Principles for Responsible Investment een organisatie van de VN, die duurzaam investeren wil bevorderen? Ja, natuurlijk, maar de afkorting is niet gepatenteerd.

Dus moesten we om te beginnen al even beter kijken. De betrokken studie werd uitgegeven door het Pacific Research Institute.  Ze heeft als titel Environmental, Social, And Governance (ESG) Investing: An Evaluation of the Evidence. En werd bijeen geschreven door Wayne Winegarden, die zichzelf op pagina 26 van het document voorstelt. Een pagina verder lees je het promotekstje over de uitgever van de brochure.

Quod erat demonstrandum.

In de studie werden 30 ESG-fondsen vergeleken met de resultaten van de S&P 500 index. “Scoren de ESG-fondsen  beter of niet?” is de vraagstelling. Kort samengevat luidt hun antwoord “Neen“.

Categorieën
home

Bij het afscheid van John Bogle

 

John Bogle verdient een standbeeld. Dit is niet onze mening, maar deze van Warren Buffett. Maar omdat hij de beleggingswereld uitdaagde én op een reëel pijnpunt wees, verdient hij wel een standpunt.

Bogle wees er in de jaren ’70 voor het eerst op dat een hoop rendement voor de klant verloren ging, omdat dit aan de handen van beleggingsfirma’s en  tussenpersonen bleef hangen.  Dit in de vorm van hoge beheerskosten. Zijn opvatting was daarom de logica en de eenvoud zelve: verhoog uw rendement door te kiezen voor beleggingen waar u minder kosten betaalt.

Quotes

(vrij vertaald: het is verbazend vast te stellen hoe moeilijk het is voor iemand iets te begrijpen als hij net een bedrag betaald heeft dat als doel heeft dat hij het niet zou begrijpen)

Dat die visie niet door iedereen gedeeld werd, vertaalde hij met een pijnlijke kwinkslag (zie hiernaast). Hij nam geen blad voor de mond en deed vaak erg treffende uitspraken. Een bloemlezing:

Time is your friend; impuls is your enemy. (vrij vertaald: beleg niet impulsief, maar laat de tijd voor u werken.)

The scandal is no what’s illegal. It’s what’s legal. (vrij vertaald: niet het illegale is schandalig. Wat wij legaal noemen is het wel.)

Buy right and hold tight. (vrij vertaald: koop een goed aandeel/fonds en hou het lang bij.)

The stock market is a giant distraction to the business of investing. (vrij vertaald: de aandelenmarkt werkt als een grote afleiding voor wie echt wil investeren.)

Don’t look for the needle in the haystack. Just by the haystack! (vrij vertaald: probeer niet aan stockpicking te doen, maar kies voor de totale markt.)

Weg met fondsbeheerders en tussenpersonen?

ontbrekende – of overbodige schakel?

Je kan in Bogle een voorganger zien in de strijd tegen het uitschakelen van de middleman (tussenpersoon). Een strijd die inmiddels op tal van vlakken doorgebroken is (denk alleen maar aan rechtstreekse verkoop via internet).

Nu is het zo dat in de financiële wereld vroeger een pak hogere

Categorieën
home

Duurzame fondsen in België: een markt met te veel kraampjes van weinig kwaliteit ?

 

Het dertiende rapport over sociaal verantwoord investeren in België, uitgegeven door Financité rolde samen met het begin van de zomer  van de pers.

Op de downloadpagina van L’investissement socialement responsable 2018 vinden we deze foto: een glazen pot garandeert nog geen transparantie.

Het is niet in het Nederlands beschikbaar. Financité is een Franstalig netwerk dat een spreekbuis wil zijn voor verantwoordelijke – en solidaire financiën.

De auteurs hopen met hun rapporten bij te dragen tot een uitzuivering . Ze willen het kaf van het koren scheiden, zodat de naam “duurzaam” bij spaar- en beleggingsproducten niet meer ijdel gebruikt wordt.

Regelgeving op komst?

  • Ze wijzen er op dat hierrond momenteel  ook binnen Europa initiatieven genomen worden ter bescherming van beleggers met het hart op de juiste plaats. De Europese initiatieven zullen als alles volgens plan verloopt maar tegen 2022 geïmplementeerd worden. Dus daar hangt nog veel onduidelijkheid.
  • Ook in België wordt er  door Febelfin gewerkt aan een voorstel om duidelijkere normen te bekomen. Deze zouden per 01/01/2019 moeten ingevoerd worden. Zie hiervoor ons blogbericht van 27/04/2018. Het rapport maakt groot voorbehoud rond het label dat Febelfin wil lanceren. Het vindt vele omschrijvingen te flou (bijv. uitsluiting van ‘de slechtste’ overtreders tegen… ) én wil ook niet dat alleen de financiële sector de definities bepaalt. Er moet een grotere representativiteit zijn (la représentativité de la société belge dans son ensemble p 23) kunnen bepaald worden wie tot het label toegelaten wordt. Net zoals de controle hierop aan dergelijk representatief orgaan moet toebehoren. Financité lijkt de labeling uit Frankrijk, ingevoerd in 2016 alvast meer genegen te zijn.
  • In een 30-tal pagina’s (tot p 60) wordt ingegaan op diverse topics, waaruit blijkt dat er in het verleden wel veel initiatieven pro ESG zijn/waren op de diverse politieke niveaus in België, maar dat het meestal veel geblaat en weinig wol opleverde. We slaan deze pagina’s over in deze bespreking.

De markt buiten spaarrekeningen of beleggingsfondsen

Eind 2017 waren en 908 producten op de markt die kunnen omschreven worden als beleggingsproducten die duurzaam zijn, zonder dat het gaat over  gereglementeerde spaarrekeningen of erkende beleggingsfondsen. Het totaal bedrag belegt in deze producten bleef nagenoeg constant ( €4,70 miljard).

U kan hierbij bijv. denken aan directe investeringen ( aandelen binnen coöperatieve beweging, obligaties voor rekening van vzw’s, bijeengebrachte gelden voor werkplaatsen met sociaal oogmerk) of zelfs funding van Triodos Bank.

Een brede waaier waar je met je geld je engagement kan laten blijken,