geef uw geld meer waarde

BELEGGEN? JA, maar niet ten koste van DE PLANEET EN DE SAMENLEVING! VIa DEZE one-stop-shop kan je in meer dan 100 ethische beleggingsverzekeringen investeren. Beschikbaar vanaf € 104 (periodiek beleggen) of € 2.600 (eenmalig BELEGGEN).
Wat past het best bij jouw principes en risiCoprofiel? we zoeken het samen uit: ☎ 09/395 03 03 – ⌨ info@ethischbeleggen.com

Gaat je geld mee op pensioen?

Wie op pensioen gaat, neemt zich meestal voor om een versnelling lager te schakelen. Weg uit de hectiek van het professionele leven. Vooral doen wat men nog graag doet. Je pensioen is ook op financieel vlak een scharniermoment.

  • Enerzijds moet je het voortaan (in veel gevallen) met een pak minder gaan doen in vergelijking met wat je tijdens je beroepscarrière opstreek. Je pensioeninkomen is immers meestal lager dan wat je uit je loonzakje haalde.
  • Anderzijds krijg je mogelijks ook plots een grote som geld ter beschikking: de uitkering van je pensioensparen, je individuele levensverzekering, je VAPZ als zelfstandige, de groepsverzekering via je werkgever, je individuele pensioentoezegging. Wat te doen met dit geld? Ga je er ook een versnelling lager mee schakelen? Er is hier geen algemeen antwoord op te formuleren.
    • Sommigen vinden het de tijd om de kinderen met een schenking gelukkig te maken.
    • Anderen zullen zich afvragen hoe ze hun inkomstenval kunnen opvangen met het geld dat ze eenmalig opstrijken.

Dit laatste geeft aanleiding tot de nodige voorzichtigheid.  Voorzichtigheid is steeds slim. Maar wat is dit juist? Alles liquide (op een spaarrekening) houden lijkt voorzichtig. Maar de inflatie hapt jaarlijks een groot stuk van je geld weg, terwijl je een rente opstrijkt waar je amper een brood mee kan kopen.

Dus: wat te doen? Gaat je geld mee op pensioen of zoek je een manier om rendement en duurzaamheid te combineren? In dit artikel proberen we hier een richtlijn uit te zetten. Hopelijk is dit inspirerend voor wie zich in dezelfde situatie bevindt.

Sowieso moet je een gedeelte beschikbaar houden.

gaat je geld mee op pensioen?
Oppotten is geen goed idee. We doen een voorstel voor een transparant plan.

Onvoorziene omstandigheden kunnen zich altijd voordoen. Misschien heb je een auto die aan vervanging toe is. Misschien heb je wat geld nodig voor een verbetering in je huisvesting (vb. beter isoleren, zonnepanelen leggen of verwarming en koken aanpassen aan zero CO2-uitstoot). Of wil je eindelijk die grote reis maken, waar je steeds van droomde.

Hiervoor houd je een gedeelte van je centen aan de kant. Hoeveel? Dat zal voor iedereen wel wat verschillend zijn. Maar als richtlijn geven we mee:

  • een marge van 6 maanden leefgeld voor onvoorziene omstandigheden
  • de nu reeds voorziene extra kosten voor woning, auto, reizen, …
  • voor 3 jaar het verschil tussen wat je denkt nodig te hebben aan comfortabel leefgeld en wat je reële maandelijkse pensioenbedrag is.

Wat met de rest?

Je hebt bovenstaand potje aan de kant gehouden en houdt  je nog een som over? Reserveer die dan voor jezelf: voor latere plannen of als buffer voor periode van ziekte of afhankelijkheid. Maar zoals hierboven reeds gesteld, is dit geld aanhouden op een spaarrekening géén goed plan.

Vroeger waren gepensioneerden trouwe obligatiebeleggers.

Ooit was er een regel die bepaalde dat je er verstandig aan deed om je geld te investeren in obligaties en aandelen. En dit volgens een min of meer vaste verhouding. De regel hield voor dat je “100 – je kalenderleeftijd” in aandelen(fondsen) mocht investeren. De rest stak je beter in obligaties. Wie 65was, werd dus voorgehouden maar voor max. 35 % in aandelen te beleggen. Voor wie 75 was diende dit gereduceerd te worden tot max. 25 %.

“That was then, but this is now” wil zoveel zeggen als de tijden zijn veranderd. Minstens 2 elementen zijn hierin belangrijk:

  1. De obligatierente was vroeger redelijk hoog. 4, 5, 6, 7 % waren schering en inslag. Ondertussen leven we al enkele jaren met obligatierentes die amper de 1 à 2 % overstijgen. De opbrengst van obligaties is dus een pak minder dan wat ze vroeger was. Dit element trekt al een streep door de oude wijsheid. De streep werd dikker omdat de roerende voorheffing (de belasting die op de ontvangen rente geheven wordt) ondertussen ook gestegen is tot 30 %.
  2. De levensverwachting van de mensen is blijven stijgen. Door de gestegen levensverwachting is de kans reëel dat je bij je pensioen nog een lange periode leeft. En wie een lange periode voor de boeg heeft, mag wat meer beleggingsrisico nemen. Een aandelen(fondsen)belegging doe je best niet voor een periode van minder dan 5 jaar. Nog beter is het als je een beleggingshorizon van 10 jaar of meer hebt. Let wel de gestegen levensverwachting heeft er ook toe geleid dat de laatste levensjaren van de mensen vaak in behoeftige toestand (thuisverpleging, rusthuis, ziekenhuis,…) eindigen. Momenten waar de kosten vlug hoog oplopen.

Je hebt er dus belang bij om je financiële reserve verder op te bouwen. En de oplossingen van vroeger werken niet langer.

 Wat is nu een bruikbare strategie?

Obligaties brengen quasi niets meer op én aandelen(fondsen) zijn risicovol. Help! Hoe geraken we uit dit dilemma? Toch niet door te verwachten dat iedere gepensioneerde zijn dagen doorbrengt met naar de beursberichten te luisteren of financiële dagbladen uit te pluizen? We openden deze bijdrage met te melden dat gepensioneerden vaak uit de hectiek willen stappen. We willen ze er niet terug injagen.

Indexbeleggen is saai. Maar saai is niet altijd verkeerd.

We moeten dus voor een eerder simpele strategie gaan. Een bejaarde belegger, Warren Buffet, heeft op zijn + 90-jarige leeftijd nog steeds zin om zijn beleggingen goed op te volgen, maar niet iedereen zal hier op kicken. We kunnen echter inspiratie vinden bij een uitspraak die hij ooit deed en waarbij hij de modale belegger aanraadde te investeren in indexfondsen. Zijn visie hierrond werd bepaald door de voordelen van indexfondsen: lage kosten én goede spreiding.

We kunnen die visie volgen, maar stippen toch dadelijk ook de beperkingen ervan aan: indexfondsen (ETF’s) bieden geen bescherming bij een crash en ze geven je ook geen kans op grote winsten en uitschieters.

Hoe gaan we nu concreet te werk?

Een brede basis.

Omdat we niet dagelijks meer met ons geld bezig willen zijn, moeten we kijken naar indexfondsen die een brede spreiding garanderen.

Het aanbod van indexfondsen (ETF’s) is ondertussen zo uitgebreid geworden dat er ook erg veel deelindexen gevolgd worden. En sommige van die deelindexen focussen zich op erg kleine marktsegmenten. Die maken dus geen kans.

Het best zoeken we een index die wereldwijd belegd. Deze vullen we aan met een index die regionaal belegt: in ons eigen continent. Dus in bedrijven die het dichts bij ons staan.

Waarom?
  • Een wereldwijde index heeft momenteel een overwicht aan beleggingen in de VS, daarna volgt Europa en Azië. Te verwachten is dat het aandeel van Azië over de komende jaren stijgt. De VS is nog steeds de belangrijkste beurs ter wereld. Door wereldwijd te beleggen kunnen de downs op het ene continent gecompenseerd worden door de ups elders.
  • Met een ETF op Europa gericht krijgen we extra exposure op Europa, waarmee het overwicht van de VS in de wereldwijde index wat gecompenseerd wordt.

Doen we dan de Aziatische tijgers geen onrecht aan? Mogelijks een beetje. Maar we mogen niet vergeten dat erg veel belangrijke bedrijven uit de VS en Europa hun omzet ook halen door actief te zijn in Azië. Autofabrikanten als VW en Tesla of luxeconcerns als Kering en LVMH zijn bijv. ook erg actief op de Chinese markt.

Voor welke concrete EFT’s kiezen we dan?

Dit is een pagina op een site rond ethisch beleggen. Omdat we ons geld niet zomaar willen inzetten, maar het belangrijk vinden dat met ons geld geen schade toegebracht wordt aan mens en milieu, gaan we niet voor de algemene ETF’s (IWDA of IMAE). We kiezen  voor de duurzame varianten ervan:

Beide ETF’s scoren goed in onze objectiveringscore. De wereldwijde variant blijft wat achter op de Europese, maar dit ligt voornamelijk aan het feit dat deze nog maar sinds 2017 op de markt is. De Europese variant haalt bij ons een uitzonderlijke score van 86 %. De wereldwijde strandt op 64 %.

We reserveren hier 70 % van ons overblijvend kapitaal in. 45 % gaat naar SUSW en 25 % naar IESE. Die percentages mag je naar eigen inzicht wat aanpassen. Onszelf lijkt dit een verantwoorde keuze.

Het zijn beide fysieke ETF’s.  Het is de bedoeling dat we naar beide beleggingen geen verder omkijken hebben. We kiezen voor de kapitaliserende versie (CAP/ACC) en niet voor de distributie versie (DIS). Hebben we geld nodig dan verkopen we een gedeelte. Hebben we geld over (vb. door openvallen van een erfenis), dan kunnen we volgens de vastgelegde verhouding bijstorten.

Een risicovoller gedeelte.
zich rechthouden op glad ijs vergt toch terug voorzichtigheid en spreiding

We hebben nu 70 % van het geld dat we niet liquide willen houden besteed. Dit in 2 eenvoudige producten, waar we in feite niet meer moeten naar omkijken. Let wel: Europese- en wereldwijde indexen kunnen ook crashen. Maar gezien we beleggen voor de langere termijn, weten we dat een eventuele sterke koersval met geduld overwonnen wordt. Niet panikeren, maar blijven zitten in tijden van paniek is moeilijk, maar vaak de beste strategie.

Echter indexfondsen hebben de neiging om de winnaars uit het verleden te volgen. Een bedrijf moet eerst fel groeien vooraleer het in een index opgenomen wordt. Dus met indexbeleggen missen we een gedeelte van de groeicurve van winnaars. Om de zoveel tijd worden nieuwe bedrijven in de indexen opgenomen. Dat gebeurt door andere bedrijven uit de index te stoten. Vaak gaat het dan over bedrijven bij wie de groei over het hoogtepunt is. Dus indexfondsen slepen ook voor een tijdje +/- dood kapitaal (de verliezers) mee. Hoe kunnen we proberen een hefboom te zetten op ons rendement door toch op de winnaars van morgen in te zetten? Dit is niet evident omdat we pas achteraf weten wie de winnaars en wie de verliezers zijn. Vandaar dat we hier ook maar 30 % van ons overblijvend kapitaal inzetten.

Ik stel 2 verschillende strategie-en voor: ofwel ga je in fondsen/ETF’s beleggen ofwel ga je voor aankoop van individuele aandelen.

verder in fondsen beleggen

Er bestaan beleggingsfondsen en ETF’s die proberen de toekomstige winnaars te selecteren. Maar niemand heeft een glazen bol. Dus de kans dat dit niet lukt blijft reëel. Een ETF die de laatste jaren fel in de aandacht kwam was bvb. ARK Innovation ETF (US00214Q1040). De beheerder Cathie Wood leek een tijdje de guru van iedereen die ’s morgens zijn mond spoelde met het woord ‘disruptie‘.  Zij stopte haar fonds vol met Tesla, Blokchain, … . Dit was goed voor een hobbelig parcours: felle waardestijgingen en even felle waardedalingen. Ik geef haar ETF als voorbeeld, maar schuif het niet naar voor. Naast wisselvalligheid zet dit fonds niet specifiek in op duurzaamheid.

Wel zou je kunnen denken aan volgende fondsen:

In onze objectiveringsscore halen deze fondsen respectievelijk 59 %, 56 % en 56 %. Het voordeel van deze keuze is dat je er ook verder geen omkijken naar zou mogen hebben. Het zijn fondsen en geen ETF’s. Dus de kosten zijn iets hoger (Baillie Gifford rekent het minste kosten aan) omdat er actief moet gezocht worden naar de winnaars van morgen.

eigen aandelenselectie

investeren in Holdings?

Aandelen van jonge veelbelovende bedrijven selecteren is niet eenvoudig. Je zou je karretje kunnen hangen aan enkele holdings in België of daarbuiten, die op dit vlak reeds met een verdienstelijke praktijk kunnen uitpakken: Sofina, Ackermans & van Haaren, GLBBrederode, … . De eerste 3 laten op hun site al in hun duurzaamheidsbeleid kijken.

of zelf je huiswerk maken?

gaat je geld mee op pensioen?
Opa bewaart zijn geld in de toekomst ook in de kluis. volgens dit beeld uit animatiereeks The Jetsons (jaren ’60). Komende opa’s en oma’s zullen het anders moeten doen.

Wil je het voor jezelf spannend houden of toch zelf aan de slag gaan met een beperkt gedeelte van je geld? Dat vergt wat meer opzoekings- en nadenkwerk. Maar geeft misschien ook meer voldoening als je bij de vroege investeerders van wat later een topper blijkt te zijn behoort. Hoe kan je potentiële toppers ontdekken? Lezen in financiële bladen of op internetsites kan helpen. Wil je alles op een presenteerblaadje? Consulteer dan bijvoorbeeld:

  • The Future 50 van FORTUNE : al enkele jaren kan je hier een selectie aantreffen van bedrijven die het DNA in zich hebben om hard te groeien en een buitengewoon rendement te behalen. Let wel: dit is nooit een zekerheid, de lijst is behoorlijk Amerikaans georiënteerd en je moet er zelf uit selecteren welk bedrijf voor jou duurzaam genoeg is.
  • The Impact 20 van FORTUNE: dit is een selectie van start-ups die geruggensteund worden door private equity om positieve veranderingen te genereren. Ook hier met een Amerikaans accent, maar de duurzaamheid zou al moeten gegarandeerd zijn. Vind je je gading niet in de opgelijste bedrijven, dan kan je ook terecht in de uitgebreidere Change The World List .

Voorbereiding en uitvoering

Hierboven is een mogelijk schema uitgewerkt hoe je je gelden die rond je pensionering vrijkomen kunt besteden op een manier dat

  • je kans hebt dat je nog wat rendement genereert
  • er duurzame accenten blijven gelegd worden met dit geld
  • je er niet dagdagelijks moet mee bezig zijn of van wakker moet liggen.

Zo gaat je geld niet mee op pensioen. Uiteraard zijn er andere mogelijkheden om hetzelfde doel te bereiken. Er is niet 1 waarheid.

Meestal is het verstandig om je beslissingen niet hals over kop te nemen. Dus je hoeft de 1e dag van je pensioen nog niet alles geregeld willen hebben.

Bepaal hoeveel geld je
  • eventueel onder kinderen wil verdelen,
  • nodig hebt voor aanstaande investeringen in woning, mobiliteit of, ontspanning
  • liquide wil houden
Het saldo deel je op in een gedeelte dat de matras van je financiële toekomst moet zijn én een gedeelte om je rendement te pimpen of toekomstgericht te maken.
  • De matras moet voldoende gespreid zijn, zodat je veilig ligt.
  • Het moet iets zijn waar je rustig op kan blijven slapen. Dus niet iets waarvan je wakker moet blijven liggen. Komt er toch grote turbulentie? Probeer dan vast te houden aan je visie en niet te panikeren. Bij een paniekverkoop realiseert men zijn verlies. Wacht men af, dan heb je veel kans dat je verlies uiteindelijk toch terug goedgemaakt wordt binnen een zekere termijn.
  • Met een klein gedeelte van je centen kan je proberen inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Je kan dit doen via fondsen, ETF’s of holdings.
    • Wil je zelf de kick van de eigen keuzes ervaren, kies dan voor een selectie van individuele aandelen.  Hoeveel? Laten we stellen dat 15 een minimum is en dat je boven 35 verschillende aandelen eerder complexiteit en gebrek aan overzicht toevoegt dan extra zekerheid.
    • Kies voor bedrijven en producten die je begrijpt. Ga niet af op een hype of op vlotte verkoopspraatjes.
    • Evalueer je keuzes af en toe. Winnaars in de toekomst zijn moeilijk te traceren. Sommige keuzes zullen hun beloftes niet waarmaken. Anderzijds kunnen tendensen zich doorzetten die je eerder niet zag aankomen (Heb jij in pakweg 1990 de impact van het internet goed ingeschat? Dacht jij in 2010 dat de toekomst van de auto elektrisch was?, …).
Kijk – of plan vooruit.

Hopelijk kan je nog lang en gezond van je pensioen genieten. Maar ooit komt ook daar een einde aan. Daarom nog volgende tips:

Nu je dagelijks gejakker stilgevallen is, is het wellicht de tijd om iets te regelen. Ook dat draagt bij aan je gemoedsrust.