Een duurzaam verzekeringsalternatief voor de DBI-Bevek.

Nu we al een tijdje in een periode van lage rentes leven, wagen kleine vennootschappen en vzw’s die op een cashreserve zitten (vb. niet-uitgekeerde winsten) zich meer en meer buiten de klassieke patronen. Termijnrekeningen  of obligatiebeleggingen verloren aan belang. Investeren in aandelen won aan populariteit. Maar … de fiscale wetgeving is België is niet stabiel. Dit is een gekende verzuchting. Vanaf 1 januari 2018 genieten de meerwaarden op aandelen in het bezit van dergelijke vennootschappen niet langer van fiscale vrijstelling. Ook de meerwaarden bekomen via aandelenfondsen en beleggingsvennootschappen (beveks) worden voortaan belast. Dit leidde tot een heropleving van de DBI-Bevek. Een verzekeringsalternatief voor de DBI-Bevek ligt ook al een tijdje op tafel.

Definitief Belaste Inkomsten

DBI is een letterwoord dat staat voor Definitief Belaste Inkomsten. De bedoeling van die regeling was het vermijden van dubbele belastingheffing. Zo zijn onder bepaalde voorwaarden (men moet minstens voor minimaal € 2,5 MIO / aandeel of 10 % belang in het bedrijf hebben) in de relatie tussen een moeder- en een dochtervennootschap gelden die in de ene vennootschap al reglementair belast zijn vrijgesteld van belasting als ze naar de andere vennootschap vloeien.

Schuiven met pionnen om toch maar niet belast te worden.

Creatief als de bankwereld is ontwikkelde die een alternatief: een collectieve belegging (DBI-Bevek) waarin een bedrijf kon investeren. Samen met de andere investeerders bereikte men dan de minimale voorwaarden. Als je de participatie voor minsten 1 jaar aanhoudt,  blijven de opbrengsten uit een DBI-Bevek onbelast. Banken, boekhouders, financiële adviseurs en de financiële pers focusten op deze vluchtweg.

Belastingsangst als beleggingsadvies.

Dat de Belg niet graag belastingen betaalt is bekend. Veel particulieren sturen hun spaar- en beleggingsgedrag vanuit de drive om zo min mogelijk belastingen op hun geld te betalen. Veel bedrijven/bedrijfsleiders handelen net zo. Verleid door alle tips die hen richting DBI-Beveks sturen, hebben velen hun beleggingsstrategie aangepast.

Ze staan er niet steeds voldoende bij stil dat er ook mogelijk nadelen aan deze vorm van beleggen verbonden zijn.

  1. Fiscaal wordt dergelijke belegging afgetrokken van de berekeningsbasis voor de notionele intrestaftrek. Aangezien dit fiscaal systeem uitdooft en de tarieven van de notionele intrestaftrek zwaar gezakt zijn, weegt dit nadeel niet zo zwaar.
  2.  Bij DBI-Bevek blijven de meerwaarden onbelast, maar …. de minwaarden zijn niet aftrekbaar. Of om het met een zinspeling op Johan Cruyff te zeggen ‘Elk voordeel heb se nadeel”
  3. De kostenstructuur (instapkosten/beheerskosten) van dergelijke beleggingen is een stuk zwaarder dan het investeren in aandelenaankoop of in andere goedkopere beleggingsformules (ETF’s,…).
  4. DBI-Beveks investeren alleen in aandelen. Door te focussen op fiscale uitwijking ben je dus automatisch als een dynamische belegger bezig. Zelf al heb je als bedrijf(sleider) misschien eerder een voorzichtig profiel.

Verzekeraars komen met alternatief voor de DBI-Bevek.

Sommige Luxemburgse verzekeraars hebben inmiddels producten op de markt gebracht, die zich richten op bedrijven die zich anders zouden warmlopen om de DBI-Bevek piste te bewandelen. Zo onder meer Vitis Life met zijn investeringsplan voor bedrijven VCIP. Maar ook bij o.m. Baloîse Lux met ProCapi of bij Afi-Esca met Cap Corporate kan u hiervoor terecht. Deze laatste zijn verzekeraars waar wij mee werken

verzekeringsalternatief voor de DBI-bevek
inspelen op beperkingen van DBI-Bevek (vb. Vitis Life).

Hun kostenstructuur is “competitief”  met deze van de DBI-Bevek. En de slide hiernaast wordt een beknopte vergelijking tussen deze producten en een DBI-Bevek gemaakt. De initiële sterkte van de DBI-Bevek (onbelaste meerwaarden) werd er gecounterd met enkele eigen onderscheidende sterktes.

Dat verzekeraars naar de beleggingsmarkt van bedrijven lonken mag niet verwonderen. Ze deden dit ook al met Tak 21, Tak 23 en Tak 26-producten. Zo werden Tak 26 producten eerder in de markt gezet als interessant product voor overtollige cash bij vennootschappen. De producten van Vitis Life of Baloîse Lux  hebben vele eigenschappen van een Tak 26 (geen premietaks, geen verzekerde, geen begunstigde, vaste einddatum). Maar het onderscheid ligt er in dat ze niet-vastrentend te zijn. Klassieke Tak 26 oplossingen zijn dit wel.

Vitis Life werkt voor zijn VCIP met een basisinvestering van minimum € 50.000 en een minimumduurtijd van 5 jaar. Je kan daarbij momenteel kiezen uit 3 interne fondsen en 28 externe fondsen. Vanaf € 250.000 is het ook mogelijk om met fonds dédié te werken.

Bij Baloîse Lux heeft het ProCapi genoeg aan € 30.000. Daar is eveneens € 250.000 nodig om een geïndividualiseerd fonds te structureren.

Bij Adi-Esca hebt u aan € 15.000 genoeg om in Cap Corporate te stappen. Een fonds dédié kan er vanaf € 125.000

Ook mogelijk in duurzame (**) formule

Er is dus een verzekeringsalternatief voor de DBI-Bevek. Maar kan je daarmee ook duurzaam beleggen? Bijvoorbeeld in voldoende fondsen die minstens 4 globes in de Morningstar Sustainable Rating verdienen?

schematische voorstelling totstandkoming duurzaamheidsrating Morningstar
Aanbod duurzame fondsen bij Vitis Life
Aanbod duurzame fondsen bij Baloîse Lux

Bij Baloîse Lux kan je kiezen uit een externe fondsenlijst van meer dan 20 pagina’s om je belegging mee op te bouwen. Je vindt er voor elk beleggingsprofiel wel voldoende duurzame beleggingsfondsen.  Zo kan je er onze modelportefeuilles voor € 30.000 (defensief, gebalanceerd en dynamisch) volledig en voor € 60.000 -telkens op 1 fonds na- volledig onderschrijven. Er zijn meerdere fondsen die hier de maximale 5 Morningstar globes behalen.

Aanbod duurzame fondsen bij Afi-Esca

In dit aanbod steken 68 fondsen die zichzelf als ESG-fondsen omschrijven. M.i. zijn ze niet allemaal van hoge kwaliteit. Maar er blijven een voldoende groot aantal fondsen over die wel gebruikt kunnen worden voor wie een duurzame keuze belangrijk vindt.

We beklemtonen toch nog even.

De gevolgen van een relatief klein fondsenaanbod bij Vitis Life

Wil je je vennootschapsbelegging duurzaam opbouwen, dan moet je –zo je opteert voor het Vitis Life -concept wel beseffen:

  • dat je terugvalt op enkele fondsen die betrekkelijk jong zijn. Het is dus nog niet geweten of deze op langere termijn ook rendabel zijn.
  • Het zijn daarbij tevens fondsen die voornamelijk in aandelen (*) beleggen. Ze zijn dus alleen voor een dynamische belegger geschikt.
Voordelen kunnen de nadelen wegdrukken.
verzekeringsalternatief voor de DBI-bevek
Vennootschappen die hun gelden duurzaam willen beleggen kunnen voorlopig (?) niet terecht bij DBI-beveks. Waarom dan niet kiezen voor oplossingen die dichter bij de eigen doelstellingen liggen? Zeker als die redelijk kunnen concurreren met de voordelen van DBI-beveks. Niemand wil toch spontaan zijn idealen aanlengen.

Kijk dus ook eens naar de rafelkanten van je beleggingskeuze.

  • Bij DBI-Bevek zijn meerwaarden niet belast. Tof, maar minwaarden zijn ook niet aftrekbaar. Minder tof als je je geld nodig hebt in een crisisperiode. In 2008-2009 ging er bij veel fondsen 40 à 50 % waarde verloren. De dip in de Coronacrisis was dan wel tijdelijk, maar een decennium eerder duurde het herstel veel langer.
  • Bij het besproken verzekeringsalternatief zijn minwaarden wel aftrekbaar, maar is de meerwaarde wel belastbaar (r.v. van 30 %). Je betaalt wel 0 % verzekeringstaks, maar weegt dit op tegen de belasting van de verworven meerwaarde?
  • Een klassieke Tak 23-beleging voor een vennootschap wordt afgestraft met een verzekeringstaks van 4,4 %. Maar eens die betaalt, is de meerwaarde belastingvrij.
“Niet nodig” betekent niet automatisch overbodig.

Vennootschappen worden verondersteld om zelf “oud en wijs” genoeg te zijn in hun beleggingsbeslissingen. De plicht om voor hen een beleggingsprofiel op te maken vervalt daardoor. Dit neemt niet weg dat vennootschappen (incl. vzw’s) best toch niet zomaar voorbijgaan aan de vraag of een beleggingsoplossing voor hen wel als geschikt kan beschouwd worden. In die zin is het aanbod bij Baloîse Lux voor de voorzichtige ondernemer, die zijn vennootschapsgeld duurzaam wil beleggen meer aangewezen. Bij Vitis Life zal deze ofwel moeten inleveren op zijn voorzichtigheid of op zijn wens tot duurzamheid.

(*) net zoals de bestaande DBI-Beveks doen.

(**) dit artikel is geschreven voor de invoering van de SFDR-regelgeving. Sinds die invoering reserveert de FSMA het begrip duurzaam voor beleggingen die onder Art. 9 resorteren. De hier vermelde fondsen zijn hierop nog niet gecheckt. Dus interpreteer het woord “duurzaam” hier als “minstens aandacht voor 1 ESG-aspect”.

(laatste update: 15/07/2021)