Opbouw aanvullend pensioen

 

In België leven we in een welvarend land. Toch staat die welvaartstaat onder druk. In de meeste westerse landen is de financiële situatie niet echt rooskleurig te noemen. Er kondigt zich een periode aan waarbij de overheid minder vrijgevig zal kunnen zijn dan die in het verleden was. Zo is de staatsschuld momenteel (04/2013) hoger dan € 363 miljard (343 miljard per 04/2012). Zie www.staatsschuldmeter.be . Of meer dan € 33.000 / inwoner. En als we de schuld verdelen onder de werkende bevolking dan bedraagt die reeds meer dan € 64.000 / persoon.

Zeer veel mensen maken zich daarom zorgen over de blijvende betaalbaarheid van de overheidspensioenen. En zo mogelijk gaan zij voor zichzelf een financiële reserve opbouwen. Een algemene reportage over de pensioenproblematiek werd op juni 2011 uitgezonden op Eén. Dit onder de titel:  Is ons pensioen te doen? Zie http://video.canvas.be/panorama-1906-is-ons-pensioen-te-doen.

In de literatuur spreekt men klassiek van 3 pensioenpijlers, maar méér en meer vindt ook de term 4e pensioenpijler ingang in het debat.

De eerste pensioenpijler is het wettelijk pensioen. Voor wie een volledige carrière doorlopen heeft (en dit komt overeen met een loopbaan van 45 jaren – dus beginnen werken op je 20e en uitstappen uit de arbeidsmarkt op je 65e-) zijn dit de bedragen die de overheid maandelijks op je rekening zal storten:

Laatste verificatie: 01.02.2011
maandelijkse minimumbedragen voor volledige loopbaan
Werknemers
gezinspensioen 1.332,50
pensioen alleenstaande (man of vrouw) 1.066,33
overlevingspensioen 1.049,57
Zelfstandigen
gezinspensioen 1.310,30
pensioen alleenstaande (man of vrouw) 1.007,10
overlevingspensioen 1.007,10
2006 Copyright Brocom – www.brocom.be

Hierbij doen zich verschillende mogelijke problemen voor:

  • zal er voldoende geld aanwezig blijven om die wettelijke pensioenen te blijven betalen? De overheid probeert er alles aan te doen om de pensioenleeftijd op te trekken om dit probleem gedeeltelijk onder controle te houden. In tegenstelling tot het buitenland waar de pensioenleeftijd al opgeschoven is naar bijv. 67 jaar (Nederland), zijn de resultaten van de verhoging van de pensioenleeftijd in België nog erg bescheiden. Gemiddeld gaat men op zijn 60e met pensioen. Men probeert dit op te schuiven naar 62. Ook in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland waar men een kapitalisatiestelsel heeft, is het wettelijk pensioenstelsel in België een repartitiestelsel. Er zijn zeker ook nadelen aan een kapitalisatiestelsel, zo leert Nederland ons de voorbije jaren. Hét nadeel van een repartitiestelsel is echter dat er momenteel voor de komende pensioenen niets in de pot zit. De overheid heft op de inkomens van de werkende bevolking & haar werkgevers haar sociale zekerheidsbijdragen & keert het pensioengedeelte ogenblikkelijk uit op de rekening van de (groot) ouders van die werkenden.  Zolang er meer mensen werken dan er met pensioen zijn én zolang de levensduur van mensen die de pensioenleeftijd halen niet langer wordt is dit systeem houdbaar. We evolueren echter  stilaan naar een periode waarop de klassieke bevolkingspiramideniet langer opgaat voor de structuur van de Belgische bevolking.

    Hoe oud ben je zelf in 2035?

  • Naast het feit dat de werkende bevolking niet langer vele malen groter is dan de rustende bevolking, valt ook aan te stippen dat een gepensioneerde vandaag de dag gemiddeld vele jaren langer leeft dan wat de verwachting was toen dit repartitiestelsel in periode na Wereldoorlog II opgestart werd. Er moet dus langer geld voorzien worden en dit door de arbeidsinspanningen van steeds minder mensen. 
  • door de gestegen scholingsgraad en sociale systemen als loopbaanonderbreking, sabbatjaren én het vroegtijdig uit de arbeidsmarkt treden, geraken veel mensen niet langer aan de noodzakelijke 45 jaar om een volledige loopbaan te hebben. Geen volledige loopbaan, betekent ook dat de pensioenuitkering lager ligt dan het hierboven vermelde minimum. Erg veel mensen stranden in hun eigen loopbaanberekening op 38, 39, 40 jaar en niet op 45 jaar.

Het is niet aan ons om over dit alles politieke uitspraken te doen. Het laat zich echter aanzien dat gezien de hoge staatsschuld, gezien de bevolkingsstructuur, … het niet evident zal zijn om het wettelijk pensioen te verhogen. En is de bijdrage, die je in je oude dag ontvangt, dan voldoende om goed van te leven?

In de voorbije jaren zijn er diverse initiatieven genomen om aanvullend op het wettelijk pensioen mensen te stimuleren om zelf iets aan de kant te leggen. Zo is er een tweede pensioenpijler en een derde pensioenpijler uit de grond gestampt. Deze vormen aparte spaarvoorzieningen voor later en werken wel op basis van kapitalisatie.

De tweede pensioenpijler bevat alle stelsels, die opgezet worden vanuit de werksituatie om voor loontrekkenden een extra legaal pensioen te voorzien (de groepsverzekering). Ook zelfstandigen en vrije beroepers hebben mogelijkheden om via hun beroepsbezigheden bijkomend pensioen te genereren (Groepsverzekering, Vrij Aanvullend Pensioen als Zelfstandige -VAPZ-, Individuele Pensioentoezegging -IPT-, RIZIVcontracten in de medische sector, …). Méér en meer mensen genieten van deze stelsels. Alleen is er nog ongeveer 50 % van de werkende bevolking, die geen toegang heeft tot dit stelsel. In bedrijven zijn het vaak de hogere bedienden die het eerst kunnen aansluiten. Een groepsverzekering voor arbeiders wordt minder voorzien. En in de bedrijfswereld zijn het vooral de sterke sectoren, zoals petrochemie, die hierop intekenen. In sectoren onder druk zoals textiel, …. is de penetratie van de 2e pensioenpijler veel minder groot.

Naast het wettelijk pensioensstelsel en de stelsels opgebouwd via beroepsbezigheid, kan je als individu ook bijkomend een appeltje voor de dorst voorzien via het “klassieke pensioensparen” en via “het lange termijnsparen”. Deze wettelijk gereglementeerde stelsels waarbij je individueel voor je eigen pensioen iets bijeenspaart, noemt men de derde pensioenpijler. De overheid voorziet fiscale voordelen, voor wie intekent op dergelijke systemen en de spelregels ervan volgt. Binnen het stelsel van het pensioensparen kan je tot max. € 940 / jaar besteden (inkomsten 2013).  Binnen het stelsel van het langetermijnsparen is de fiscale aftrekmogelijkheid van de premie aan inkomen gebonden (hoe hoger je inkomen, hoe meer premie je kan betalen). Het maximaal te besteden bedrag ligt daar momenteel op € 2260 / jaar. (inkomsten 2013). Let wel: het fiscale stelsel van langetermijnsparen staat niet open voor wie nog een hypothecaire lening afbetaalt. Vanuit fiscaal oogpunt is dit stelsel erg interessant voor wie het budgetair aankan. Je jaarlijkse belastingsaanslag gaat ermee naar omlaag en je zet iets voor later aan de kant.  Wel is het zo dat je bij de tweede – en derde pensioenpijler géén mogelijkheid hebt om aan ethisch beleggen te doen. En zoals bij veel fiscale aftrekposten, is de toepassing van het systeem al regelmatig eens aangepast. Zo heeft de regering Di Rupo I recent het fiscaal voordeel voor iedereen op 30 % gebracht, terwijl de recuperatie vroeger tussen de 30 & 40 % lag.

 

Klassieke opvatting hoe je je pensioenkapitaal opbouwt

Tip:  Wie op pensioenleeftijd een grote som te verwachten heeft uit een groepsverzekering, VAPZ, pensioensparen of lange termijnsparen,  kan beter tijdig ook in een landingsbaan voorzien voor dit kapitaal. Een Tak 21 -product is hiervoor erg geschikt. Vraag ernaar.

Meer en meer vinden we in de literatuur het bedrip 4e pensioenpijler terug. Deze vierde pijler is de verzamelnaam voor alle niet-fiscale beleggingen die je doet om het inkomensverval, die je hebt na uitstappen uit je arbeidssituatie op te vangen.

Velen kopen hiervoor een woning of een appartement, dat ze verhuren. Anderen kopen Tak-21 producten, termijnrekeningen en/of kasbons om in latere levensfase regelmatig extra cash te kunnen opstrijken. Dit zijn zeker strategiën die het overwegen waard zijn. Toch deze vragen: Denk je dat de woningmarkt stabiel blijft? Ben je tevreden met de rentes die je nu met kasbons kunt verwerven?

Het is ook perfect mogelijk om je extra pensioenkapitaal op te bouwen via Tak 23 belegging. En die kan ook een ethisch georiënteerd zijn.

Het gevoel dat je iets extra’s voor je pensioen moet gaan doen, ontstaat meestal vanaf de leeftijd van 45 à 50 jaar. Dan besef je dat je pensioenleeftijd minder ver van je afstaat dan je eigen jeugdjaren. Wie dan aan oplossingen begint te denken, heeft zeker nog tijd om één en ander te regelen.

 Wil je weten op welk wettelijk pensioen je zelf afstevent? Bereken dan je opgebouwde pensioenrechten via My Pension.

Wie echter wacht tot hij/zij op 55-jarige leeftijd van de Rijksdienst voor Pensioenen een voorstelling krijgt van zijn opbouwde pensioenrechten, zal  op korte termijn een grote inspanning moeten doen om nog voldoende reserve op te bouwen.

RVP schrijft iedereen op zijn 55e aan.

Maar ook hier weer. Je hebt dan nog 10 jaar vooraleer je 65 bent. En wie een beleggingstermijn van minstens 5 jaar heeft, kan zeker nog instappen in een Tak 23 fonds.

Niets doen is natuurlijk altijd verkeerd. En zeker in de situatie van pensioenopbouw. Iedereen weet dat hij/zij – bij leven en welzijn – op zijn pensioen afstevent. Tijdig stilstaan bij je noden op dit vlak en een structuur opzetten om die noden op te lossen, is verstandig en vooruitziend.

De fabel “de krekel en de mier” van Jean de la Fontaine leert ons dat de krekel minstens tijdelijk veel plezier in zijn leven had. En dat de mier alleen aan werken dacht. Het is perfect mogelijk om goed te doseren tussen beide. Zodat je met de vrucht van je arbeid, later ook nog voldoende middelen hebt om plezier te maken.

Op pensioen en toch goed gemutst?

En dames, denk er aan. Jullie leven statistisch gezien langer dan de mannen. En hebben gemiddeld gezien een lager pensioen. Want jullie namen in je carrière de meeste zorgtaken op je schouders en dit ging gepaard met uittreden uit de arbeidsmarkt en later vaak slechts parttime terug intreden. Voor jullie is de noodzaak aan een bijkomend pensioen dikwijls nog groter. Denk toch ook eens aan jezelf. Begin hiervoor tijdig een oplossing te zoeken.

Wil je een aan je eigen situatie aangepast voorstel? bel ons of mail ons.

3 reacties op “Opbouw aanvullend pensioen

  1. Pingback: Sparen voor je pensioen? | geef je geld meer waarde

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *