Wat is een obligatiefonds?

 

Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs dat deel uitmaakt van een grotere lening uitgegeven door een onderneming of de overheid. Bekend zijn de staatsleningen die via obligaties geld uit de markt halen om het financieringstekort van de overheid te financieren. Maar ook bancaire kasbons zijn in feite obligaties. Je geeft je geld aan je bank en die gebruikt dit tegen rentevergoeding. Je kan een kasbon in theorie ook verkopen, zelfs nu alles via effectenrekeningen in uw bank geregeld wordt. Daarnaast geven ook grote bedrijven geregeld obligaties uit. Soms omdat ze geld nodig hebben om te investeren of om andere schulden terug te betalen.  

Een obligatie wordt in de financiële wereld beschouwd als een relatief veilig product. Bij faling van bedrijf, bank of overheid sta je immers vooraan in de rij om uitbetaald te worden. Je moet natuurlijk wel een beetje uitkijken aan wie je je geld toevertrouwt. Een overheid, een bank of een bedrijf dat het niet al te goed doet en toch geld wil lenen, zal het moeilijker hebben om dit geld te vinden. Deze zal een hogere rente moeten bieden. Je kan dit vergelijken met de situatie waarbij je zelf een lening bij de bank wil afsluiten om een huis te kopen. Heb je zelf een grote eigen inbreng en een voldoende hoog inkomen én zekerheid van betrekking, dan zal de bank je gemakkelijk een lening toestaan aan een voordelige rente. Moet je echter alles lenen (zelfs notariskosten), dan zal de bank veel voorzichtiger zijn en je borgen vragen en een hogere rente aanrekenen. Ditzelfde doet zich voor bij obligaties. Hoe risicovoller de markt de situatie van de ontlener inschat, hoe hoger de rente die zal geëist worden om het geld uit te lenen. Wie een beetje de financiële wereld volgt weet dat bijv. Griekenland moeite heeft om zich te financiëren. Om voldoende geld bijeen te krijgen moet dit land erg hoge intresten betalen aan beleggers. Beleggers willen daarentegen maar al te graag hun geld geven aan Duitsland of Zwitserland omdat die landen als solvabel beschouwd worden. Daarom is de rente op Duitse of Zwitserse obligaties veel lager dan die op Griekse obligaties. Alles staat of valt dus met wat men “de kredietwaardigheid” van de uitgever van de obligatie noemt. Deze kredietwaardigheid wordt uitgedrukt in lettercombinaties (AAA, A+, A-, BBB+ tot CCC-).

Omdat je met 1 obligatie afhankelijk bent van de evolutie van 1 schuldenaar en de situatie bij deze, zij het overheid, bank of bedrijf, toch kan evolueren -of had jij 5 jaar geleden gedacht dat Griekenland zijn kredietverplichtingen niet meer zou nakomen? In dit geval was je slimmer dan vele Europese banken – gedurende de looptijd van de obligatie, willen diverse mensen liever in een korf van verschillende obligaties beleggen dan in 1 obligatie.
Een Obligatiefonds zou je zo een korf kunnen noemen. Het is een beleggingsfonds dat in obligaties belegt. Omdat er schuldbewijzen van verschillende instanties in een obligatiefonds steken, is het risico lager dan bij 1 individuele obligatie.

Hoe kan een obligatiefonds nu rendement bieden aan een belegger? Vooreerst bevat het dus diverse individuele obligaties. En de uitgevers ervan hebben zich ertoe verplicht om in ruil voor schuldpapier een intrestvergoeding te betalen. Al deze vergoedingen komen in de beleggingspot en worden verdeeld onder de houders van het obligatiefonds. Maar als je een obligatie(fonds) hebt aan een vaste rente en een vaste duurtijd én de rente op de financiële markt daalt, dan wordt jou obligatie(fonds) meer waard. Bijvoorbeeld: je hebt een obligatie onderschreven voor een duurtijd van 10 jaar aan een rente van 5 %. Na 2 jaar is de rente op de financiële markten gezakt tot 3 %. Wie dan wil investeren zal dus moeten tevreden zijn met 40 % minder opbrengst. Tenzij hij uw obligatie die nog 8 jaar loopt aan 5 % van u kan overkopen. Meestal zal je die maar willen verkopen als de kandidaat-koper je een compensatie geeft voor je verkoop (waarom zou je anders de zekerheid van 5 % inruilen als je weet dat je moet herbeleggen aan 3 %?). Je zal je obligatie kunnen verkopen boven zijn feitelijke waarde (boven pari genaamd). Bijv. aan 120 %. De obligatiefondsen stijgen dus is waarde als de rente daalt.

Het omgekeerde doet zich echter ook voor. Als de rente stijgt, dan wordt je obligatie minder waard en daalt de notering ervan (gaat onder pari).

Als je 1 obligatie hebt, doet zich dit ook voor. Je bent pas zeker van het recupereren van je inleg op eindvervaldag van die obligatie. Voor eindvervaldag kan de waarde hoger of lager gaan. En als de uitgever van de obligatie op een faling zou afstevenen, is je geld natuurlijk in rook opgegaan en moet je wachten tot curatoren voor jou de ontmanteling van de uitgever geregeld hebben en je daarmee -hopelijk volledig- terugbetalen.

Naast spreiding van risico zijn obligatiefondsen ook permanente structuren. Je kan er steeds op intekenen (en ook steeds uitstappen). Wil je in individuele obligatie beleggen, dan moet je uitkijken wanneer de uitgever een nieuw beroep doet op de financiële markt en moet je ook op einde van de looptijd uitkijken naar nieuwe investering en opnieuw afwegen wat de risico’s zijn van de nieuwe schuldenaar & de gevolgen dragen van de hoogte van de rente op nieuw moment van instappen. Bij obligatiefondsen zitten er meestal zoveel individuele fondsen in 1 pakket, dat er doorlopend fondsen aflopen en nieuwe fondsen aangekocht worden.Je hoeft je daar niet zelf mee bezig te houden. Je eigen investering loopt automatisch door.  Je zal natuurlijk wil zien dat het rendement van je obligatiefonds door de permanente vernieuwing kan aangepast worden. Dit terug afhankelijk van de rente op de financiële markten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>