Categorieën
home

De beste van de klas worden

 

Bij het begin van een nieuw school- of academiejaar wordt er meestal wat meer aandacht in de pers besteed aan de leerdoelen die te bereiken zijn, aan de manier waarop dat allemaal gemeten moet worden, aan de middelen beschikbaar om daar te geraken en aan de vraag of die middelen wel voldoende zijn of adequaat aangewend worden.

welke waarden geven we mee in ons onderwijs?

Vaak wordt er door drukkingsgroepen beklemtoond dat het onderwijs niet voldoende aansluit op de maatschappelijke behoeften en/of op de arbeidsmarkt. Dit klinkt u wellicht vertrouwd in de oren. Ik zie hier een parallel met de schoolrapporten, die uitgegeven worden door ratingsagentschappen of door indexen, die bedrijven quoteren op hun duurzaamheid. Vorige week was het weer zover. Het overzicht van de beste leerlingen in de klas werden vrijgegeven. Nu de nieuwe samenstelling van de Dow Jones Sustainability Indexen (DJSI) 2012 en ook van het Carbon Disclosure Project (CDP) werden gepubliceerd.

De Dow Jones Sustainable Index is zowat de meest gekende duurzaamheidsindex (volgens studie bij SustainAbility krijgt hij een score van 78 %). Zijn geloofwaardigheid wordt in dezelfde studie echter slechts op 53 % gequoteerd. De indexen van het Carbon Disclosure Project scoort qua populariteit 64 % en qua geloofwaardigheid 63 %.

De DJSWI (de W staat voor World of wereldwijd)  wordt gepubliceerd sinds 1999. Er worden 2500 bedrijven opgevolgd. 340 ervan halen de index. Ze worden gequoteerd op basis van hun economische, ecologische en sociale resultaten en ook op het feit dat ze op lange termijn waarde voor hun aandeelhouders moeten creëren.  De bedrijven worden daarna gekozen volgens het “best in class”- principe. Wie het hoogst eindigt wordt verkozen. En net zoals in onderwijssituaties zegt deze benadering niet echt veel. Want als de algemene score erg laag of ondermaats is, is ook de beste van de klas niet noodzakelijkerwijs een echte uitblinker.

Voor wie een goed rapport?

Nochtans volgen beleggingsfondsen uit verschillende landen & van diverse origine deze index: BNP Paribas, BlackRock, Credit Suisse, JP Morgan, SAM, Generali, … zijn daar enkele van. In totaal is er op basis van de DJSI ongeveer 6 billion USD geïnvesteerd. Hoewel dit wereldwijd maar een fractie is van het investeringskapitaal dat dagelijks de wereld rondgaat, heeft dit toch zijn belang. Als bedrijf X uit index verdwijnt en bedrijf Y er in opgenomen wordt, zijn er diverse fondsen die bedrijf X verkopen en bedrijf Y aankopen.

wie valt uit de gratie?

In 2012 zijn er 41 bedrijven uit de DJSWI verdwenen. De gekendste zijn ING, Dell, IBM, Mitsubishi, GlaxoSmithKline en Telefonica. Bij de nieuwkomers zijn onder meer Microsoft, H & M en HP te vinden.

Dit jaar werden er in de scoring 2 nieuwe criteria opgenomen:

  • Het beheer bij de toeleveringsbedrijven. Wat baat het om zelf een cleane naam te hebben als je onderdelen gemaakt worden in een ander bedrijf waar men het met mens & milieu niet al te nauw neemt?
  • Genderbeleid: doet het bedrijf in kwestie inspanningen om vrouwelijk talent te behouden en spant men zich in op vlak van gelijke verloning?

Naast de index heeft men ook een oplijsting van de zogenaamde Global Supersector Leaders. Dit zijn bedrijven die in hun branche tot de top op vlak van duurzaamheid behoren.  We vinden daar onder meer het Duitse BMW & Siemens terug, Nederland scoort ook hoog met vermeldingen voor Philips, Akzo Nobel, Unilever en Telenet Group Holding.

Dat deze laatste in feite een Belgisch bedrijf is, terwijl het als Nederlands in de DJ-publicatie opgenomen is, wijst er nogmaals op dat dergelijke rankings met een korrel zout moeten genomen worden. Het plaatselijk gekende gedrag van betrokken bedrijven doet ook af en toe de wenkbrauwen fronzen. Is Philips niet bezig met een zoveelste grote ontslaggolf? Wie heeft als Telenetklant nog nooit op een ellenlange wachttijd bij de helpdesk gestoten? Hallo, … duurzaam?

Sinds enkele jaren zijn er bij Dow Jones ook subindexen gemaakt: North America, Asia, Europe, … Deze kleinere indexen focussen op een bepaald geografisch gebied en pikken daarom ook bedrijven op die wel in het basisstaal van 2.500 wereldwijd gevolgde bedrijven steken, maar niet doordringen tot de 340 bedrijven uit de World-index.  Voor Europa zijn hier in de laatste publicatie 17 bedrijven bij gekomen, terwijl er 23 verwijderd werden . Bij de nieuwkomers Ahold en Aegon (beiden Nl), bij de afvallers LVMH, L’Oréal en Vuitton (Fr).

Het creëren van waarde als doelstelling van de index kan niet echt geslaagd genoemd worden. Sinds de lancering van de DJSWI (1990) staat het rendement van die index lichtjes onder die van de algemene MSCI World Index (in € verrekend). De DJSEI (waar E voor Europa staat)opgericht in 01/2006 onderpresteert tegenover de Eurostoxx600.

Met betrekking tot de resultaten uit de index van het Carbon Disclosure Project valt op dat verschillende bedrijven uit de andere studie daar terug opduiken. PwC is hier de opsteller, terwijl dit voor de DJSI gaat over DJ in samenwerking met SAMBij CDP gaat het vooral over bedrijven die strategisch nadenken en handelen rond klimaatverandering en uitstoot van broeikasgassen. Deze index is dus vooral rond ecologie en minder rond transparantie in bestuur , sociale organisatie in het bedrijf zelf gefocusd.

Sinds de financiële crisis weten we dat we ook kritisch moeten zijn over de ratingagentschappen zelf. Waren het immers niet Moody’s en  Standard & Poor’s die de verpakte kredieten, die mee aan de basis van de crisis in 2007-2008 lagen een abnormaal hoge graad van veiligheid toedichten, terwijl we nu met zijn allen veel beter weten?

In een recent gepubliceerd onderzoek “Rate the raters” (deel 5) van Sustainablility waaruit ik hierboven ook reeds cijfers weergaf,  blijkt dat de globale geloofwaardigheid van ratingbureau’s rond duurzaamheid lager dan 50 % ingeschat werd. De insteken van niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) hadden een hogere geloofwaardigheid, hoewel die ook slechts rond 50 % lag. Factoren die de geloofwaardigheid konden bevorderen waren onder meer de objectiviteit en geloofwaardigheid van de bronnen (94 %), het openbaar maken van de onderzoeksmethoden (88 %), de consistentie van de onderzoeksmethoden in de tijd (77 %) en groter belang hechten aan de materialen/grondstoffen (77 %).

Uit het onderzoek bleek ook dat 56 % van de investeerders en duurzaamheidsexperts de informatie van de ratingbureau’s niet gebruikte om er zijn investeringsbeslissing op te baseren, hoogstens beschouwde als (achtergrond)informatie. Toch geloven 48 % dat ratings en rankings duurzaamheidsbevorderend kunnen zijn. Voorwaarde om dit alles te verbeteren: meer doorzichtigheid in gebruikte criteria.

Is een rating dan nog belangrijk als we dergelijke cijfers zien?

  • Het antwoord hierop dient genuanceerd te zijn.Voor bedrijven die opgenomen zijn of opgenomen worden is dit natuurlijk prachtig public relationsmateriaal. En voor bedrijven die uit de ranking vallen, is dit vaak een wake-upcall om een versnelling hoger te schakelen en bij te benen. Als dit er voor zorgt dat de duurzaamheidslat steeds hoger komt te liggen, is dit dus OK.
  • Sommige bedrijven gebruiken de resultaten van de rating en de ranking om hun eigen vooruitgang te traceren en af te zetten tegen die van gelijkaardige bedrijven. Dit is bijvoorbeeld wat Microsoft zegt te doen.

Negatieve elementen mbt. ranking heb ik hierboven reeds gemeld (best in class zegt soms meer over de rest dan over de beste zelf + de indexen scoren niet beter dan hun niet-duurzame collega-indexen).

alert blijven mag doen niet in de weg staan

En er dient zeker ook aandacht te zijn voor inconsequenties bij de ratingbureaus zelf. Zo wordt er bij de CDP-index rekening gehouden met bedrijven die zich voornemen om hun CO2-uitstoot met minstens 1 % / jaar te verminderen.  Terwijl PwC elders zelf zegt dat er in feite een reductie van minstens 4 % / jaar nodig is om de globale temperatuur- stijging tot 2 %Celsius te beperken (doelstelling van de UN klimaatcon-ferentie).

En zo kunnen we ons verhaal terug afsluiten waar het begon: bij het onderwijs. Iedereen weet dat onderwijs een levende materie is en dat het beleid ervoor moet bijgestuurd worden. De maatschappelijke discussie en de meningsverschillen – ook de materiële belangen- lopen uiteen. Moet het beter afgestemd worden op de zich ontwikkelende arbeidsmarkt of moet het vooral een algemeen waarden vormend project (humaniora : humaner/menselijker worden) blijven? En welke waarden moeten dan opgenomen of geschrapt worden? Hoe meten we dit alles? … Stof voor discussie genoeg, maar niemand valt terug op de aan Andy McIntyre toegeschreven uitspraak “Als je denkt dat onderwijs duur is, probeer ontwetendheid eens!”  .  En dus evolueert de onderwijssector  met horten en stoten.

Hetzelfde doet zich voor bij duurzaam beleggen. De discussie hoe dit alles gemeten moet worden, moet lieden tot evolutie en niet tot stilstand. Want in feite staat buiten kijf dat duurzaamheid belangrijk is, gezien de eindigheid van de grondstoffen en het feit dat er maar 1 wereld is. Ook het feit dat de financiële wereld door kortzichtigheid en geneigdheid tot vlug gewin enorme risico’s neemt, is gekend. De sprong om er als individu iets aan te doen en zijn spaar- en beleggingsgedrag te veranderen blijft groot. Voor velen is het gebrek aan kennis en transparantie een reden (uitvlucht?) om er niet mee testarten. Zoals ik het ergens plastisch omschreven las: “er is erg veel gestommel op de trap, maar slechts weinigen komen de kamer binnen”.

Met deze site en onze werking proberen we je voorbij de deur te krijgen. Het is nodig om kritisch te blijven, maar er moet vooral ook gehandeld worden.  Aan de kant staan is een zekere manier om niet nat te worden, maar het is pas door in het water te springen dat je aan de overkant kan geraken.

Door Patrick

Oud sociaal assistant en bankagent. Nog steeds verzekeringsmakelaar.
Door de financiële crisis van 2008 én de gevolgen voor overheden, banken en burgers, rijpten bij mij deze inzichten:
1. Wie alleen 'spaart', organiseert zijn eigen verarming. Dit door de combinatie van inflatie en ultra-lage rentes.
2. We zullen moeten gaan 'beleggen' om nog rendement te behalen.
3. Doe dit dan liefst op een manier die mens, maatschappij en milieu niet schaadt.
Met de site probeer ik burgers duidelijk te maken dat dit in België ook kan via beleggingsverzekeringen. Via de blog licht ik mijn zoekproces én mijn inzichten in de wereld van duurzaam beleggen toe.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.