Categorieën
home

Amerikaans geld koopt Europese extra-financiële informatiebronnen

 

recent onderzoek door SustainAbility laat zien dat niet alle instanties dezelfde geloofwaardigheid hebben. Maar toch is de jacht op de raters open.

Europa heeft (of moeten we gezien de recente gebeurtenissen schrijven: had?) flink wat expertise opgebouwd in evalueren van extra-financiële informatie over bedrijven. Inzetten op ESG is pas zinvol zo er betrouwbare informatiebronnen zijn, welke evalueren of bedrijven duurzaam zijn en of beleggingsfondsen die er in beleggen ernstig zijn. Passen ze uitsluitingsregels (niet investeren in tabak, fossiele brandstoffen, ….) toe of gaan ze voor bedrijven die “best in class” zijn op hun terrein? Als we het aan de bedrijven of de fondsen zelf overlaten om daar standpunten over te publiceren, dan zal de marketingafdeling het vlug overnemen en dreigen we volop in greenwash te verzeilen.

Door de jaren heen zijn er aan deze kant van de oceaan tal van organisaties opgestaan, welke de houding én de praktijk van bedrijven en beleggingsfondsen tegen het licht hielden. Zo kon een belegger zekerder zijn dat hij geen kat in een zak kocht bij het duurzaam investeren.

Koken kost geld.

Maar investeren in onderzoek naar extra-financiële informatie, is een kostelijke bedrijvigheid. In tegenstelling tot financiële informatie, die meestal relatief mooi (zij het soms verdoezeld) opgelijst is in de jaarverslagen van bedrijven, vergt het vergaren van informatie over het ESG-beleid van bedrijven het verkennen van diverse bronnen, die vaak erg verspreid en niet altijd vlot toegankelijk zijn.

Naast overheidsinkomsten (als publiek relevant onderzoekscentrum), zijn banken, verzekeraars en andere institutionele beleggers de bronnen waar dergelijke instellingen hun geld moeten bijeenzoeken. En uiteraard -in een tijd waarin op de kleintjes gelet wordt- is het niet evident om zijn informatie aan voldoende hoge prijs te kunnen verhandelen. Te meer omdat de diepgang, die vereist werd steeds opgedreven werd. Niet alleen door druk gezien er stelselmatig betere kennis bij beleggers aanwezig was en (financiële) activisten ook hun gewicht in de schaal wierpen. Maar ook door de groei van het aantal raters zelf, die elkaar de koek onderling betwisten.

En dan begint het schoentje wel eens te wringen. We zagen dan ook zowel schaalvergroting ontstaan (vb. fusie Vigeo met Eiris in 2015) als overname (en integratie) van de informatieverstrekkers door belangrijke groepen uit de financiële wereld.

Bovenstaand schema vonden we bij Novethic, die in april van dit jaar een artikel gewijd hebben aan het opkopen van Europese raters door Amerikaanse instellingen. In het artikel wordt misschien een beetje goedkoop gesteld dat Amerikanen op vinkenslag liggen om nuttige bedrijven te kopen op momenten dat de markt rijp begint te raken. Dit zou nu voor ESG het geval zijn. Het is een opmerking die we ook regelmatig horen wanneer multi-nationals kleine start-ups oppikken om ze in hun werking te integreren (of uit de markt te weren).

Het schema duidt wel aan dat er een concentratiebeweging aan de gang is.

  1. ISS ESG  sloeg zowel in 2015, 2017 en in 2018 haar slag. Hoewel haar functie op het Novethicschema gereduceerd wordt tot raadgevers mbt. stemrecht, is de werking van ISS ESG toch veel uitgebreider. Ze wil investeerders helpen om verantwoord te beleggen door middel van screening, analyse en rating. Fondsenhuizen spelen daar natuurlijk op in. Zo verwees Candriam nog recent dat 2 van haar fondsen in de Europese Top 10 mbt. klimaatprestaties stond.
  2. De financiële informatieverstrekker Morningstar kocht in 2017 Sustainalytics. En heeft sindsdien in haar informatieverstrekking diverse ESG-gerelateerde ingrepen uitgevoerd (Morningstar Sustainability Rating – hoewel gepubliceerd in 2016 wordt mee door de Sustainalytics-info gevoed, de Carbon Risk Score en de exposure aan fossiele brandstoffen werd aan de financiële info toegevoegd per 2018).
  3.  S&P Global kocht het Engelse Trucost in 2016. Trucost berekent de verborgen kosten van niet-duurzaam gebruik van natuurlijke bronnen door bedrijven. Naast kredietratings is S&P Global onder meer ook gekend van haar indexen: de S&P 500 zal wel de bekendste zijn, maar ze beheert ook onder meer maar liefst 56 diverse ESG indexen.
  4. Moody’s tot slot, kocht in april 2019 Vigeo Eiris. Moody’s is eveneens gekend als een kredietratingspecialist en moet gezien worden als de grootste concurrent van S&P. Maar ook haar werking is in de loop van de jaren uitgedeind. Met het verwerven van Vigeo Eiris versterkt ze nu ook een andere adviespoot, die voor investeerders van belang is. Niet alleen kredietwaardigheid kan een risicofactor voor een belegger zijn. Meer en meer is niet-duurzaamheid dit ook aan het worden (denk aan stranded assets in fossiele brandstoffen, of scherpe waardedalingen van bedrijfswaarde als fraude (cfr. dieselgate/belastingsontduiking) ontdekt wordt).

Zullen de menus smakelijk blijven?

Dat grote instellingen met een goed gevulde portefeuille het best geplaatst zijn om zich bijkomend te versterken en dit hier blijkbaar doen als het gaat over verwerven van specifieke ESG-expertise, kan tot diverse bemerkingen leiden:

  • negatief kan je stellen dat ingebed raken in een grote financiële groep het risico inhoudt dat minder onafhankelijk dan vroeger kan gewerkt worden. Rendabiliteit en vermarktbaarheid van informatie kunnen gaan primeren op inhoudelijke relevantie van de informatie.
  • eveneens negatief is de vaststelling dat de wet van de sterkste de grote invloed van de VS op de financiële wereld nu nog zal versterken in een domein waar dit tot voor kort nog niet het geval was. Als ook de ESG-wereld door een Amerikaanse bril zal bekeken worden, zullen mogelijk bepaalde landen, sectoren of bedrijven minder goed opgevolgd worden.
    • Een (achterhaald, want daterend uit 2010) voorbeeld om dit duidelijk te maken: De top 10 van milieuvriendelijke landen bestond onder meer uit: Costa Rica, Cuba en Colombia. Van Cuba is geweten dat de relatie met de VS er al sinds meer dan 50 jaar onder spanning staat. Colombia wordt door VS o.m. gezien als een bakermat van drugshandel. Deze opvattingen kunnen wel eens zo dominant zijn dat positieve kanten aan die landen verbonden gewoon niet meer opgemerkt worden.
  • positief daarentegen is de vaststelling dat belangrijke pionnen in de financiële verslaggeving ESG blijkbaar zo belangrijk vinden dat ze mee in de cockpit willen gaan zitten om visievorming én kennis hierrond te beheren én te verspreiden. Dit wijst er op de ESG en duurzaam beleggen  als significant én blijvend voor de komende jaren gezien wordt. Anders zou men daar zijn geld niet in steken.
  • eveneens positief is dat de opgebouwde kennis door Europese instellingen bij gebrek aan geld niet verloren gaat, maar de kans krijgt om zich verder te ontwikkelen.

Het lijkt dus een beetje op een nieuw Marshallplan. Met ditmaal niet de communisten als te neutraliseren vijand, maar hopelijk de milieuvernietigende – (E), mens onderdrukkende – (S) en egoïstische verrijkingscultuur (G).

Categorieën
home

Frankrijk: gidsland in wetgevend werk rond duurzaam beleggen?

Frankrijk heeft zijn imago niet altijd mee. Natuurlijk, het is een fantastisch vakantieland: schitterende landschappen, prachtig weer, lekker eten en drinken. Maar het is ook een land van vele stakingen, weinig economische groei, een versnipperd politiek landschap met presidenten, die zich vaak keizerlijke allures aanmeten. Een land van verbitterde gele hesjes, met een socialistische strekking die -tot ongenoegen van werkgevers- werkduurverkorting oplegt met loonbehoud en met een extreemrechts dat op diverse plaatsen stevig wortel geschoten heeft. Een land dat tevens zijn begroting niet op orde krijgt en (samen met België trouwens) in het financiële strafhokje zou moeten zitten van Europa.

Een dergelijk land een gidsland noemen lijkt op een provocatie. En toch kan het land en zijn praktijk op sommige punten als een voorbeeld gezien worden.

De overheid bepaalt wat een duurzame belegging is.

  1. Via een decreet en een arrest gepubliceerd in januari 2016 werd van overheidswege een ISR label gecreëerd. Hierin werden de voorwaarden én de controle-modaliteiten om dit label te krijgen en te behouden vastgelegd. Je zou dit en beetje kunnen vergelijken met de WIKIFIN-werking in België. Met dit verschil dat die laatste zich toelegt op algemene financiële voorlichting en geen duidelijke specifieke standpunten inneemt. Ook is de structuur van Wikifin veel lichter.
  2. De overheid is eigenaar van het label en bewaakt het merk, het gebruiksreglement,… en homologeert (of niet) de voorstellen rond evolutie van dit label, die geformuleerd zijn door een Comité du Label ISR .  Dit comité, wiens leden in persoonlijke naam zijn benoemd, bestaat uit mensen van labelingsorganisaties (VigeoEiris)-de voorzitter-, mensen met kennis en ervaring in vermogensbeheer voor derden, uit academische – , financiële kring en uit consumentenorganisaties,  naast personen met ervaring uit de beleggingswereld zelf.  Ook het ministerie van Financiën is in dit comité vertegenwoordigd, maar dan zonder stemrecht.
  3. Het labellen zelf gebeurt noch door de overheid, noch door het comité, maar is uitbesteed aan onafhankelijke derden die benoemd zijn door COFRAC, een competentiecentrum rond onpartijdige certificatie en controle, gedeeltelijk in de handen van de overheid. Tot op heden is slechts 1 organisatie Afnor Certification door Cofrac erkend. EY France is aan een dergelijk erkenningsproces bezig.
  4. Tot slot is er ook een comité ter promotie van het ISR Label opgericht door het Ministerie van Financiën.
  5. Momenteel zijn er in Frankrijk 197 beleggingsfondsen, uitgegeven door 44 verschillende vermogensbeheerders  die het label dragen.
  6. Pro en Contra.
      1. Het doel is om een onafhankelijk label te creëren. Dit dient de geloofwaardigheid én dus het vertrouwen van de consument in duurzaam beleggen op de vijzelen. Dit staat in groot contrast met het Belgische initiatief van Febelfin om via zelfcontrole te bepalen wat duurzaam is. Het recent gelanceerde Febelfinlabel heeft dan ook al (nog voor het goed en wel van start gegaan is) de nodige kritiek gekregen van insiders en van activisten. Het werd door hen omschreven als te slap, al een mogelijkheid tot greenwash in plaats van als een dam tegen greenwash.
      2. De structuur van semi-overheid met diverse comités is relatief zwaar. Voor een groot land als Frankrijk is dit misschien wel te dragen, maar we kunnen niet evalueren of dit niet te log of genoeg kostenefficiënt is.
      3. Het Franse label werkt. 3 jaar later moet het Belgische nog opgestart worden.
      4. Het label ISR wordt als een denderend succes beschouwd onder professionelen, maar heeft zijn voornaamste doel (het grote publiek in de richting van duurzamere financiële producten duwen) nog lang niet bereikt. 

De overheid roept ondernemingen op om een brede maatschappelijke taak in te vullen, legt daarrond een rapporteringsplicht op én verwacht dat institutionele beleggers daarop inspelen.

  1. Ondernemingen zijn er niet alleen om redenen van winstmaximalisatie. Dit werd neergeschreven in alinea 4 van artikel 173 van de wet n° 2015-992 van 17/08/2015. Deze wetgeving die bedoeld was om de energietransitie (richting groene energie) te stimuleren, wijzigde het artikel 225-102-1 uit de handelswetgeving. In de vijfde alinea ervan werd de passage in bold bijgeschreven. Het artikel gaat over de verslaggeving van niet-financiële elementen. ” (eigen vertaling) Ze bevat tevens de informatie waarin de vennootschap de sociale- en ecologische consequenties in rekenschap brengt van haar activiteiten, inclusief de consequenties op vlak van klimaatverandering van zijn activiteit en van het gebruik van goederen en diensten die zij voortbrengt, evenals de engagementen die de vennootschap op zich neemt ten voordele van duurzame ontwikkeling, de circulaire economie, de strijd tegen voedselverspilling en in het kader van de strijd tegen discriminatie en de promotie van diversiteit. Een decreet van de overheid zal 2 lijsten opstellen, die preciseren welke informatie bedoeld wordt met huidige alinea evenals de modaliteiten hoe ze moeten weergegeven worden. Dit op een wijze die moet toelaten een vergelijking van gegevens te maken, afhankelijk van het feit of het bedrijf al dan niet toegang heeft tot een gereglementeerde markt.”
  2. Dit artikel is alleen van toepassing op bedrijven van een bepaalde omvang (+ 500 werknemers). Er werd aan toegevoegd in een 6e alinea dat  institutionele beleggers (verzekeraars, pensioeninstellingen, …) in hun jaarverslag hun klanten moeten informeren hoe zij in hun beleggingsbeleid rekening hielden met bovenvermelde criteria. Dit vanaf het boekjaar 2017.
  3. In een evaluatie door Novethic uitgebracht in 2018 blijkt dat deze verplichting stilletjes haar effect blijkt te hebben bij de vermogensbeheerders. Waar voor 2017 27 % niet communiceerden over deze elementen, is dit in 2017 teruggevallen tot 3 %. Zowel de geëngageerde vermogensbeheerders (vroeger 17 %, nu 54 %) als diegenen die echt het voortouw nemen op vlak van ESG-rapportering (vroeger 20%, nu 27 %) worden actiever. Toch besluit Novethic dat er nog veel beterschap op vlak van rapportering mogelijk is. Niet voor niets heet haar publicatie 173 Shades of Reporting.
  4. Pro en Contra.
      1. Pensioenfondsen en verzekeraars in Frankrijk zetten nog niet massaal in op ESG, noch is het klimaatrisico bij hun investeringen voldoende in rekenschap gebracht. Misschien niet echt verwonderlijk omdat sommige van die instellingen eerder logge instanties zijn en de verplichting nog relatief jong is. Schakelen is nu eenmaal makkelijker als men wendbaar is.
      2. Een wettelijke verplichting opleggen is 1, maar als de onderhevigen aan deze verplichting niet de correcte analysemiddelen hebben om hun taak uit te voeren, dan kan je slechts traag vooruitgang maken. Wie zich aangesproken voelt zal vooruit willen, wie zich niet aangesproken voelt zal zich wegens gebrek aan kwaliteitsvolle – en duidelijke tools van het Festina Lente -motto bedienen.
      3. De overheid breidde in Frankrijk de doelstellingen/taken van een bedrijf reeds stevig uit. Naast extra verantwoordelijkheid voor bedrijfsleiders, laat dergelijke functieomschrijving alvast een structurele integratie van bedrijven in een welvaarts- en welzijnsperspectief toe. In België zijn we daar momenteel nog niet aan toe. Het meest recente dat in die richting werkt is een uitspraak van het Belgische Hof van Cassatie per 28/11/2013 die stelt dat “het belang van een vennootschap wordt bepaald door het collectief winstbelang van haar huidige-  en toekomstige aandeelhouders”. (bron: CSR & Company Law – J-M Gollier – Eubelius FRDO/CFDD studiedag 29/01/2019 Sustainable Investment in Belgium). Je moet al flink interpreteren om de algemene uitspraak (België) te laten passen in de redelijk concrete Franse opvatting.
      4. De Belgische institutionele beleggers dragen momenteel nog geen verplichtingen om niet-financiële criteria in hun beleggingsbeleid op te nemen (uitgezonderd: bepalingen uit internationale verdragen (bepaalde types wapens / witwassen /….). Sommigen hebben uit eigen beweging (en om te anticiperen op maatschappelijke evoluties) zichzelf wel strengere beperkingen opgelegd. (*)

De overheid anticipeert op het Europees financieel actieplan en legt verzekeraars niet-financiële informatieplicht op.

  1. In maart van dit jaar en passend in la Loi PACTE werden 2 amendementen aangenomen die levensverzekeraars verplichten om hun klanten te informeren over het ESG-gehalte van hun levensverzekering. We zien dus dat regelgeving, die aanvankelijk voor institutionelen gold, begint door te sijpelen de markt voor particulieren.
  2. Er is een precontractuele informatieplicht vanaf 01/01/2022 waardoor intekenaars op beleggingsverzekeringen voorafgaandelijk kunnen weten of hun geld al dan niet bijdraagt aan de ecologische transitie of aan de solidaire economie. Verwacht wordt dat verzekeraars die dergelijk aanbod momenteel niet commercialiseren door deze verplichting aangemoedigd zullen zijn om alsnog nieuwe -, wel gepaste producten te ontwikkelen.
  3. De jaarlijkse overzichten die de klant van zijn verzekeraar ontvangt dienen met ingang van 01/01/2022 ook duidelijk te maken welk gedeelte van hun spaargeld belegd wordt in solidaire -, sociaal verantwoorde fondsen of in de ecologische omslag.
  4. Hoewel we nog een tijdsspanne van 2 1/2 jaar hebben, zijn dergelijke concrete initiatieven voor België nog niet uitgewerkt. Het is niet uitgesloten (alles wijst er zelfs op) dat FSMA achter de schermen ook verzekeraars motiveert om duurzamer te gaan beleggen. De invoering van het Europees duurzaam actieplan zou daarbij kunnen helpen. Maar een aangenomen amendement in een wet is alvast veel concreter dan wensen en voornemens die nog in de lucht hangen.

Slotbedenking:

Frankrijk lijkt dus toch wel het voortouw te nemen in concrete initiatieven om duurzaam beleggen prominenter op de kaart te zetten. Alleen stroomt hiervan erg weinig door in onze contreien. Misschien een gevolg van de feitelijke loskoppeling uit de latijnse cultuur in een groot deel van ons land. Frankrijk dat is naast vakantie, pastis en de wielerronde een grote onbekende. En als het al over politiek gaat, wordt de aandacht recent gecapteerd door hun presidenten en hun eega’s. Jammer dus die aandachtsvernauwing. Ze verhindert dat we hier ook geïnspireerd raken.


(*): per 07/03/2019 werd in het kader van het verder uitrollen van het Europees actieplan duurzame financiering een akkoord bereikt tussen de Europese Raad en het Europese parlement. Voortaan zullen Europese institutionele beleggers moeten rapporteren over hun ESG intenties. Het Franse artikel 173 lijkt hierbij als leidraad (best practice) gebruikt te zijn. Onderhandelaar Paul Tang (PVDA-Nl) vatte het akkoord zo samen.