Rentenieren met Tak 23 ?

 

In tijden van lage rentes zoeken mensen alternatieven om hun vermogen op te bouwen. Beleggen via Tak 23 is om die reden de laatste jaren wat meer in de belangstelling gekomen. Maar nu de rente laag blijft, doemt er een nieuw probleem op.

geld sparen

Met name: hoe vorm ik periodiek een aanvullend inkomen om mijn pensioenuitkering aan te vullen?

Het verleden is voorbij.

Het moment waarop het kapitaal van een groepsverzekering, individuele levensverzekering of uw pensioensparen uitbetaald wordt, is immers steeds minder  een moment van euforie, maar meer een moment van paniek. Help! Wat nu gedaan?

Wie pakweg 20 jaar geleden op pensioen ging, had daar niet zoveel problemen mee. Er waren voldoende vastrentende producten op de markt (genre kasbon, termijnrekening , obligatie, …..) die nog een mooie rente opbrachten. De overheid was tevreden met een belasting van +/-  15 % op je intrest. Wie een periodiek inkomen nodig had bovenop zijn wettelijk pensioen, hakte de som in verschillende stukken en investeerde ze in een waaier van producten met wisselende vervaldagen. Op die manier creëerde je een gespreide aanvulling op je pensioen. Desgewenst kon je elke maand uw bankrekening bijspekken met de ontvangen rente.

Vandaag echter brengen vastrentende producten nog amper rente op en van de opbrengst wordt nog eens 27 % roerende voorheffing doorgestort aan onze overheid.

Het plaatje ziet er nu dus totaal anders uit. De klassieke manier om een aanvullend inkomen op te bouwen is met andere woorden onmogelijk geworden. De veilige hangmat die vroeger kon gebruikt worden is niet langer een stabiele, rustgevende constructie. Houdt u er te lang aan vast, dan dondert u er vroeg of laat voortijdig uit. En dan is het hard ontwaken.

Enkele andere strategieën.

U dient dan ook hetzij te berusten (bezuinigen op je uitgaven of je spaargeld oppeuzelen is dan de consequentie) of te kiezen voor een andere strategie. Die strategie heeft 1 gezamenlijk kenmerk: ze houdt een zekere vorm van risico in.

  • Je kan besluiten om je spaargeld/pensioenkapitaal in aandelen te stoppen. Met een beetje geluk gaat de beurs niet onderuit én stijgt de waarde van je aandeel. Als het goed gaat, keert het bedrijf waarvan je aandelen hebt (meestal) jaarlijks een dividend uit. Dat dividend wordt grosso modo belast aan 27 %.
  • Ook op distributiefondsen, beleggingsfondsen die regelmatig geld uitkeren aan hun klanten, is deze 27 % roerende voorheffing verschuldigd. Het maakt niet uit of het obligatiefondsen, gemengde fondsen of aandelenfondsen zijn. Je hebt een betere spreiding, wel een garantie op belasting, maar niet op een betere opbrengst.
  • Of je kan besluiten om in vastgoed te investeren en rekenen op een stipte betaling van de maandelijkse huur, zonder leegstand, zonder grote kosten aan woning en/of verandering van fiscaliteit rond woningbezit.

Of Tak 23 inschakelen?

Kan je echter ook Tak 23 gebruiken om voor jezelf een periodiek aanvullend inkomen te verwerven?

De vraag werd me recent gesteld door iemand die zich zorgen maakte over zijn pensioen én onthouden had dat er bij een Tak 23 geen roerende voorheffing dient betaald te worden. Het antwoord op die vraag moet genuanceerd zijn. Iets in de aard van JA, MAAR …. of NEEN, TENZIJ ….

De contracten zijn in eerste instantie bedoeld om kapitaal op te bouwen en / of derden te beschermen / te begunstigen bij overlijden. Voor het opbouwen van kapitaal hebben verschillende verzekeraars systemen uitgewerkt met periodieke premies of  ‘drip feed’ toegestaan om beleggers ook in moeilijke tijden te laten instappen. Maar het tegendeel “periodiek uitstappen” wordt niet echt gemakkelijk gemaakt.

De voorwaarden om dit te doen zijn ook nog verschillend naargelang de verzekeraar in kwestie.Maar vooraleer ik deze behandel, toch nog even het volgende benadrukken:

  1.  Sowieso heeft wie in een Tak 23 belegging instapt een taks van 2 % te betalen. Verder zijn er meestal nog instapkosten verzekeraar en bemiddelaar.

    Wie bijv. zijn groepsverzekering in een Tak 23 stort en zich dadelijk een (drie – , zes-)maandelijks bedrag laat uitbetalen, is al van bij het begin enkele procenten van zijn geld kwijt.

    Een door ons concreet uitgewerkte case toont echter aan dat dit u niet automatisch moet laten afschrikken.

  2. U mag tevens niet vergeten dat de meeste Belgische verzekeraars (zoniet alle) ook uitstapkosten aanrekenen. Deze uitstapkosten zijn vaak degressief. Bij Delta Lloyd Life (*) bijv. betaal je uitstapkosten gedurende de eerste 48 maand van je belegging. Bij AXA (*) bijv. betaal je deze gedurende 36 maand. Beiden werken met een degressief tarief van 0,10 % / maand. Hoe langer je wacht met uitkeringen aan te vragen, hoe minder kosten dus (**). Buitenlandse verzekeraars hebben vaak geen uitstapkosten (bijv. NELL, Baloise Lux). Hoewel dit geen algemene regel is. Bij AME Life geldt bijv. een uitstapkost van 3 %, die met 0,5 % / jaar verminderd. Daar betaal je dus pas na 7 jaar geen uitstapkost meer.

    Ook deze uitstapkost verantwoordt een strategie om niet dadelijk uit te stappen. TIP:  U zo ook pro-actief jaren voor uw pensioenkapitaal uitgekeerd wordt reeds een Tak 23-belegging kunnen onderschrijven. De meeste verzekeraars hanteren voor de berekening van hun uitstapkosten de originele aanvangsdatum van hun contract.

  3. U weet ondertussen ook wel dat bij Tak 23 er geen rendementsgarantie is. Als de onderliggende beleggingsfondsen negatief presteren (waarde verliezen), dan verkoop je proportioneel meer van je belegging en gaat de waarde ervan fel achteruit. Zeker een reden om je Tak 23 voldoende te spreiden. En dan nog sluit je het risico nooit volledig uit. Vraag dat bijv. maar aan AXA dat zijn renteniersproduct TwinStar net voor de financiële crisis van 2008-2009 in de markt probeerde te zetten.

    En nochtans mag je in je onderliggende beleggingen niet al te zeer op veilig spelen, wil je ook nog een beetje periodiek kapitaal uit je Tak 23 kunnen halen. Fondsen met risicograad 0, 1 , 2 en 3 zullen met name amper meer dan vastrentende producten opbrengen in de komende jaren. Als je dan rekening houd met taks, instapkost en jaarlijkse beheerskost (1 à 1,2 %), haal je nog moeilijk meerwaarde in vergelijking met vastrentende producten zonder deze kosten.

De Gouden Graal bestaat blijkbaar niet.

Wie een volledige marktstudie zou doen, zal zien dat er geregeld initiatieven van verzekeraar gekomen zijn om de (jong-)gepensioneerden een Tak 23 -product aan te bieden met vlotte uitkeringsmogelijkheid. We hadden het hier al over AXA met TwinStar. In een artikel van 09/08/2014 heeft Test Aankoop Invest het nog over 3 andere producten.

  1. Het plan van BNP Paribas lijkt al niet meer de bestaan in de renteniersversie (toch via Google niet gevonden).
  2. Ook het KBC-Inkomensplan kon ik niet meer localiseren, tenzij via verwijzing hier.
  3. Alleen van het ING Lifelong Income -plan vind ik nog rechtstreeks sporen op internet.

    Het lijkt er op dat deze plannen allen een zachte dood sterven. Hetzij omdat ze onvoldoende respons uitlokken in hun doelgroep, hetzij omdat de verwachtingen ervan niet konden/kunnen waargemaakt worden. De ultralage -, tot negatieve obligatierente maakt het  immers moeilijk, zo niet onmogelijk om garanties aan te bieden mbt. uitbetaling. En het laten varen van die roep om veiligheid is voor veel (jong-)gepensioneerden blijkbaar een brug te ver.

Vooruitzien en tijdig een strategie bedenken. Anders lonkt de kater.

Maar moeilijk betekent niet “onmogelijk”.
Alleen moet je rekening houden met het bovenstaande én per verzekeraar bekijken wat deze stipuleert mbt. gedeeltelijke afkoop van diens Tak 23.

  1. Je moet sowieso beschikken over een relatief groot kapitaal, wil je langdurig periodiek geld uit een Tak 23-belegging kunnen halen. Minstens € 50.000 en liefst meer lijkt ons de startbasis. Een erfenis, een kapitaal uit groepsverzekering, ….. beantwoorden natuurlijk aan deze voorwaarde.
  2. Periodieke opvragingen kunnen doorgaan tot aan een minimumgrens (bodemkapitaal dat nog in je belegging aanwezig dient te zijn). Dit is ook logisch, als de bodem van de kas bereikt wordt, kan je er verder niets meer periodiek uithalen.

    Bij NELL ligt deze op € 500, bij AXA op € 1.000. Delta Lloyd Life legt zijn grens op € 1.240. Bij Ame Life Lux moet er minstens € 1.500 resterend spaartegoed overblijven, terwijl Baloise Lux minstens 10.000 restwaarde in het contract wil.

  3. Per opvraging lopen ook de minimumsommen, die je dient op te vragen uiteen.

    Bij AXA kan het vanaf € 125, bij Ame Life Lux vanaf € 500. Delta Lloyd Life heeft het over € 2.400 / jaar (bijv. ook € 200/ maand en met forfaitaire kost van € 2,50 / opname).  Baloise Lux vraagt minimum € 1.500 en Nell € 2.000.

  4. Bij AXA, Delta Lloyd Life en AME Life Lux kan men bij ondertekening van contract reeds een periodieke terugbetaling inbouwen. Bij Nell en Baloise Lux dient dit specifiek – en telkens opnieuw aangevraagd te worden. Hier dus meer administratieve overlast.

disclaimer: De bedenkingen die hierboven staan, zijn louter exemplarisch. Ze zijn gebaseerd op analyse van voorwaarden bij verzekeraars waar we  voor onze werking rond Ethisch Beleggen momenteel mee in zee gaan .

***

(*) ondanks het feit dat AXA en Delta LLoyd Life degressieve uitstapkosten aanrekenen gedurende de eerste jaren, hebben zij toch in uitzondering voor onvoorziene omstandigheden voorzien. Bij AXA mag je max. 15 % van de waarde van het contract / jaar kostenloos opnemen. Bij Delta Lloyd Life is dit 10 % van de waarde.

(**) voor grote bedragen zijn verzekeraars wel bereid om van hun eigen strategie/ voorwaarden af te stappen. Dit maakt deel uit van de commerciële ruimte die er vaak blijft voor “goede klanten”. Zo kunnen rond de uitstapkosten meestal wel afwijkingen onderhandeld worden. Een verzekeringscontract heeft algemene voorwaarden, maar daarvan kan afgeweken worden via clausules in de bijzondere voorwaarden.