Wil je winnen op de lange termijn?

 

Geld moet rollen!” is een veel gehoord gezegde. Als het geld niet rolt, dan stuikt de economie in elkaar. En daar worden we allemaal slechter van. Dit is kort door de bocht de argumentatie.

Tiens tiens ….discriminatie! Rechthoekig geld (bankbiljetten of bankkaart) weeral genegeerd.

Toch zijn er vele argumenten om te stellen dat alvast niet alle geld moet rollen:

Er is veel nodeloze consumptie.   Er zijn tal van niet-afgedekte behoeftes, die niet ogenblikkelijk bevredigd kunnen worden. consumptie.  In onze kredietmaatschappij verbruiken we op voorhand en dus laten we geld rollen dat we ooit ook gaan moeten terugbetalen. De toekomst  is ongekend en om die reden is het verstandig om wat aan de kant te houden. De toekomst is juist wel gekend en  je weet dat je dan geld tekort gaat hebben. …

In perspectief.

Wie zijn geld aan de kant wil zetten voor latere behoeftebevrediging (de marshmallow-test), moet zich  afvragen: “aan welke kant zet ik het dan”?

Met andere woorden:  Hoe beleg ik het met de meeste kans op genoeg rendement?

Zodat ik ook het meest kans maak om later effectief mijn behoeftes te kunnen financieren.

Veel hangt hierbij af van je beleggingshorizon. Met het geld dat je volgende maand al aan een vakantie wil besteden, ga je anders om dan met het geld dat je opzij wenst te zetten om binnen 10, 20of  30 jaar een huis te bouwen/kopen of op pensioen te gaan?  We focussen op  het langetermijnperspectief.

50 Belgische jaren.

Naar aanleiding van 50 jaar De TIJD verscheen onderstaande grafiek in hun jubileumkrant (08/09/2018).

met je geld door berg en dal.

Nu is een patroon uit het verleden nooit een garantie voor toekomstige evolutie. Maar -hoewel geografisch beperkt (alleen België) – hebben we hier in 1 oogopslag toch een overzicht hoe diverse activaklassen over een lange termijn evolueerden.

Het startpunt is immers 1968. In Parijs brak het studentenprotest de straten open om te zien of ze er sous les plavés la plage zouden vinden. Neil Armstrong moest nog een jaar wachten om zijn one small step for man one giant leap for mankind vanaf de maan lanceren. Eddy Merckx was nog niet toe aan zijn eerste Tour de France. Dit tot grote vreugde van de Nederlanders én tranen bij Herman Van Springel . Om maar te typeren hoe ver we terug gaan in de tijd.

En wat blijkt? Er zijn duidelijke lijnen.

De groene CASH-lijn geeft duidelijk aan hoe de combinatie tijd én inflatie uw geld opeet. Wie zijn geld onder zijn matras bewaarde zag de waarde van zijn centen spectaculair dalen. Zelfs zonder dat muizen of ratten er aan knaagden.

De voordelen van liquiditeit kunnen een val zijn waar we blijven in vasthaken.

Flash forward naar vandaag:

Niet alle 266 miljard die wij met zijn allen op spaarrekeningen  aanhouden, zal er 50 jaar blijven staan.

En een vergoeding van 0,11% is nog altijd iets meer dan 0 %.

Maar als je weet dat je 462 jaar nodig hebt om je kapitaal te verdubbelen bij een rente van 0,15 %, terwijl bij een inflatie van  2 % je biljet van  € 100  na 30 jaar nog slechts € 55,21 waard is, dan kunnen we deze vraag niet ontwijken: “Zijn we wel goed bezig?”

De blauwe VASTGOED-lijn maakt duidelijk dat investeren in vastgoed een betere optie was. Je ziet echter dat er ook hier een periode geweest is waarbij de waarde van vastgoed negatief evolueerde. Iets wat veel (jonge) beleggers zich niet kunnen indenken.

Hoewel dit zelfde fenomeen zich recenter ook in het buitenland (vb. VS: 2007 , Spanje: 2012, …) voordeed.

De stagnatie die er sinds 2009 lijkt te zijn is wellicht veroorzaakt door het feit dat extremen zich uitvlakken. (sommige woningtypes zijn blijven in waarde stijgen, maar bij dure villa’s en grote gezinswoningen met lage comfortnormen (type 1950-1960) werd een daling opgetekend.

De oranje OBLIGATIE-lijn (staatsleningen) bleef de eerste 10 jaar erg vlak. Dit ondanks rentes die boven de 10 % kwamen. Oorzaak: de galopperende inflatie uit de jaren 70.

Door de bijna permanente daling van de rentes sinds 1980 is het rendement van obligaties sindsdien quasi permanent gestegen.

We zien de laatste jaren een stagnatie. Dit omdat de rente op een dieptepunt zit. Bijkomende stijgingen van obligatierendementen zijn dan ook erg twijfelachtig.

  • De rode (in Brussel genoteerde) AANDELEN-lijn is het grilligst.  Ze start met een uitloper van het optimisme uit the Golden Sixties.  Maar dan slaat de oliecrisis hard toe en daardoor verzeild Europa  gedurende enkele jaren in een economische dip. De stijging daarna is evenwel spectaculair.
Net voor de verrijzenis de dood aankondigen? Ook een zakentijdschrift (ed. 13/08/1979) kan de bal compleet misslaan.

In België heeft de overheid hier een handje geholpen (fiscale incentives via wet Cooreman-De Clercq, lancering pensioensparen,…).

Na enkele kwakkeljaren komt er een nieuwe jump in de 2e helft van de jaren 90.

De inzinking veroorzaakt door de dotcom-crisis wordt redelijk vlug verteerd.

Tot het moment dat in de VS de huizencrisis toeslaat en de brokstukken tot in Europa spatten. In de periode half 2007-begin 2009 gaat het dan stijl bergaf (grootste crisis sinds eind jaren 20 vorige eeuw).

De klim uit het dal is er dankzij ingrepen van de centrale banken vlug gekomen. Hoewel er de laatste 3 jaren niet echt vooruitgang meer is.

Hoewel we het hier over een erg bescheiden beurs –dan nog volgestouwd  met banken en zonder blitse tech-bedrijven– hebben, zijn de cijfers spectaculair. De grafiek is immers erg vertekenend omdat ze een logaritmische schaal hanteert. Op een verhoudingsgewijs juiste schaal zouden de verschillen nog meer in het oog springen.

200 Amerikaanse jaren.

Was bovenstaande nu een typisch Belgisch fenomeen? Niet echt. In onderstaande grafiek (1801-2001) kan je dezelfde tendens ontwaren. Ook hier is de gebruikte schaal logaritmisch.

Op langere termijn en in een grotere markt drijft dezelfde materie boven.

Wat te doen? 

Vanuit een langetermijnperspectief lijkt het dus zaak te zijn om een belangrijk gewicht toe te kennen aan aandelenbeleggingen.

Zij die zich daar niet in thuis voelen of er zelf geen tijd willen aan besteden, kunnen beter opteren voor beleggingsfondsen die (een belangrijk deel) in aandelen beleggen.

Zeker, je zal daar enige extra kosten (instap, beheer,…) hebben. En deze zullen een beetje aan je rendement vreten.

Maar tegelijkertijd creëer je hierdoor al een eerste spreiding in uw risico.

Hou echter rekening met het feit dat dergelijke beleggingen kunnen kelderen of jarenlang op verlies kunnen staan. Ook dat blijkt uit beide statistieken.

Dus stap alleen in met geld dat je zeker lang genoeg kan missen. Morgen staat er misschien opnieuw een dergelijke periode voor de deur.

Gemengde fondsen (een combinatie van aandelen en obligaties) kunnen de risico’s verder voor u uitvlakken.

Deze zijn vooral nuttig wanneer:

je vreest toch wakker te liggen van mogelijke turbulentie bij aandelenbeleggingen.

je niet gelooft dat volatiliteit een goede vriend is.

je eigen lange termijnperspectief toch korter is dan voor aandelenbeleggingen gewenst.

Kortom:

Het gras aan de overkant is niet altijd groener. Maar wie niet over zijn muurtje durft kijken, mist een pak kansen.

Een voorraad cash aanhouden om onvoorziene omstandigheden het hoofd te kunnen bieden en korte termijn-projecten te kunnen financieren?

Doen.

Met je totale spaargeld op de groene lijn blijven balanceren?

Geen goed idee.