Categorieën
home

10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis

Voor de 2e maal sinds onze werking opgestart is, worden we geconfronteerd met een zware val in de bekomen rendementen. De eerste keer was in het laatste trimester van 2018. Het fondsenaanbod dat we toen hadden was een pak kleiner dan dit wat we nu aanbieden. Wegens invoering van de MiFID II-regelgeving, hadden verschillende verzekeraars hun aanbod toen tijdelijk fors ingekrompen.

10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
De financieel noodlottige gevolgen van een klein, agressief virus

De koersval die de 102 fondsen die we opvolgen de voorbije weken maakten, is nog een stuk erger dan in 2018.

We trekken 10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis. Dit op basis van onze data per 31/03/2020.

Pas echter op, dit zijn geen wetenschappelijk onderbouwde beweringen. Misschien worden we teveel gedreven door onze eigen cognitieve biassen.

1. ESG-beleggingen doen het in crisistijden beter dan niet-ESG-beleggingen.

Dit lijkt te kloppen. Zowel in 2018 als de eerste 3 maanden van 2020 is dit het geval. Althans voor de referentie-indexen die ik bijhoud.

Voor Europa :

  1. Dow Jones Sustainability Europe Index (DJSEUR) -> YTD 2018 : -10,18% / YTD 2020: -20,21 %
  2. Euro Stoxx50  -> YTD 2018: -14,77 % / YTD 2020: -25,59 %

Wereldwijd :

  • Dow Jones Sustainability World (W1SGI) -> – 11,35% / YTD 2020: – 18,57 %
  • MSCI All Countries World (MSCI ACWI) -> -11,76 % / YTD 2020: – 21,74 %

Onze bevinding komt +/- overeen met wat Morningstar hierover reeds publiceerde. Na publicatie van dit bericht heeft MSCI per 20/04/2020 ook op basis van hun gegevens bevestiging van onze gegevens gepubliceerd.

2. ETF’s (Exchange-Traded Funds) zijn niet crisisbestendig.

Hoewel mijn standpunt op een erg bescheiden steekproef gebaseerd is, lijkt bovenstaande uitspraak niet te kloppen. In mijn blogberichten van 09/09/2019 en  19/09/2019 werd er op gewezen dat dit relatief nieuw fenomeen (indextrackers met weinig beheerskosten) een groeiend succes is, dat evenwel nog geen grote crisis meegemaakt had. 1 van de vragen was of ze wel crisisbestendig zouden zijn. Het moet verder onderzocht worden of hun houders niet bovenmatig gepanikeerd – (en verkocht) hebben. Maar de terugval in rendement die de 4 ETF’s welke ik opvolg gemaakt hebben, is niet bovengemiddeld (tussen -16,56 % & -20,78 %).

3. Actief beheerde fondsen doen het in crisisperiode beter dan ETF’s.

Dit is niet algemeen geldig. Sommige actieve fondsen hebben het in 2020 tot heden beduidend beter gedaan dan de ETF’s die ik volg. Bij de actief beheerde aandelenfondsen zijn er die minder verlies maken dan de hierboven vermelde -16,56 %. Maar er zijn er ook genoeg die het slechter doen dan de -20,78 %.

4. Obligatiefondsen delen het minst in de klappen.

Voor zover ze niet risicovol zijn, klopt deze bewering.  Zowel in 2018 als tot heden in 2020 houdt een fonds als Triodos Euro Bond Impact Fund het verlies binnen de perken (in 2018: – 0,43 % / in 2020: – 0,53 %).

Wie binnen de obligatiecategorie toch risico’s zocht in de hoop om zijn rendement op te drijven, loopt vandaag tegen de lamp. Het M&G (L) Global High Yield ESG Bond Fund viel bvb. met -14,90 % terug. Het presteert daarmee slechter dan sommige aandelenfondsen.

Disclaimer: mijn steekproef is slechts op 3 dergelijke fondsen gebaseerd.

5. Gemengde fondsen beperken het verlies tijdens een crisisperiode.

Uit de steekproef met 18 fondsen blijkt dit globaal gezien te kloppen. Hoewel er 1 zwaar negatieve uitschieter is (HMG Rendement D staat op een verlies van – 27,64 %) hangen de meeste gemengde duurzame fondsen ergens tussen een verlies van – 9 tot – 13 %. Met een verlies van -5,44 % scoort Nordea N – Stable Return Fund BP het best. Nochtans is dit een neutraal-, en niet een defensief gemengd fonds.

6. Vastgoedfondsen, noch infrastructuurfondsen maken hun naam van veilige haven waar.
10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
Wat ook als redelijk veilig gezien werd, gaat momenteel flink onderuit.

Van elk van hen volg ik 2 specifieke duurzame fondsen op. Hun verlies is gemiddeld tot bovenmatig in vergelijking met andere aandelenfondsen. Infrastructuurfondsen, zie ook mijn blogbericht van 05/06/2019, zijn 1 van de hypes van de voorbije jaren. De 2 duurzame fondsen die ik opvolg verloren sinds het jaarbegin rond de 22 % in waarde. Wellicht wordt er gevreesd dat overheden hun geld in algemene ondersteuning van de economie zullen moeten steken, waardoor er voor (soms dringende) infrastructuurwerken op de financieringsrem zal worden gestaan.

De 2 vastgoedfondsen doen het momenteel nog slechter. Het fonds dat wereldwijd investeert zakte met 23,10 % en het Europese fonds ging 28,73 % achteruit.  Speelt hier de leegstandverwachting? De overtuiging dat erg veel bedrijven en winkels hun panden na de crisis zullen verlaten nav. faling of inkrimping om faling te voorkomen.

7. Sectoriële aandelenfondsen zijn risicovoller dan algemene aandelenfondsen.

Zowel in 2018 (toen met 5 opgevolgde fondsen) als nu (met 15 opgevolgde fondsen) is deze conclusie niet uit de cijfers af te leiden. De beste algemene aandelenfondsen presteren lichtjes beter dan de  beste sectoriële – (in 2018: – 8,94 % / nu: – 11,70 % /telkens fondsen die het thema Water bespelen). Maar de slechtste sectoriële fondsen (in 2018: -16,86 % / nu: – 23,80 % / telkens Quest For Cleantech) doen het nog een pak beter dan de slechtste algemene aandelenfondsen.

8. Emerging Markets moet je niet ontwijken.

Uiteraard is het rendement in groeilanden wisselvallig. Maar steeds meer zijn ze onderdeel van ons economisch- en financieel systeem. Het is dan ook niet aan te raden om ze links te laten liggen. In 2018 volgde ik 3 dergelijke fondsen op. Nu zijn dit er 7. In 2018 scoorden zij gemiddeld in vergelijking met de algemene aandelenfondsen. Het beste EM-fonds scoorde onder het beste algemeen aandelenfonds.Terwijl het slechtste EM-fonds toch minder verlies optekende dan het slechtste algemeen aandelenfonds. In 2020 valt hetzelfde op te merken. Dit met verliezen tussen de 17,73 % en 25, 77 %.

9. Wereldwijd beleggen spreidt het risico.
10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
Spreiden lijkt ongemakkelijk in de fysieke wereld. In de beleggingswereld is het een must.

Spreiden blijft een basisregel bij beleggen. De 3 fondsen die op specifieke landen focussen (2 x Frankrijk (- 23, 05 % en – 28,30 %, 1 x België (- 29,30 %) bengelen onderaan. De specifieke samenstelling van hun beursgenoteerde bedrijven maken dergelijke fondsen risicovoller.

Regionale spreiding (zie hieronder) vlakt het risico al verder af.

De 25 duurzame aandelenfondsen die wereldwijd beleggen staan natuurlijk ook op verlies. Zij lijken de beste buffer te bieden. Het slechtst presterende fonds gleed 23,85 % achteruit. Het beste beperkte de schade tot – 9,06 %.

10. Regio’s: VS boven, Europa onder.

We hebben slechts 2 aandelenfondsen die voluit in VS-bedrijven investeren. Het ene staat op – 7,44 %, het andere op -15,21 %.

24 fondsen zetten in op Europa. De Large Caps-fondsen scoren gemiddeld (tussen – 12,62 % en – 28,30 %). De uitersten zitten bij de Mid Caps of flexibele fondsen (- 9,24 % tot – 33 %).

VS-fondsen deden het in de opgaande markt ook beter dan Euro-fondsen. Of dit blijft gelden in afkalvende markten is niet definitief bewezen. De bronnen voor de cijfers voor VS-fondsen zijn schaars. Mogelijk speelt ook de gevatte reactie van de FED en het feit dat het Coronavirus eerst in Europa toesloeg en pas nu ten volle in de VS ontploft ook nog een rol in de cijfers. Als dit zo is, zullen de verschillen nog uitgevlakt worden.

Zijn die lessen nuttig?

Lessen trekken uit onvoorziene omstandigheden? Dit is nuttig om in de toekomst niet dezelfde fouten te maken.

Maar de toekomst is niet noodzakelijkerwijs een herhaling van het verleden. De huidige crisis is niet te vergelijken met de financiële crisis van 2007-2009, of de dotcom-crisis rond het millenium. De ene zwarte zwaan is niet de andere zwarte zwaan.

Misschien is het wel tijd voor de overheden om ook eens de al te stringente houding rond beleggingsprofielen onder de loupe te nemen? Sommige van onze vaststellingen (5, 6, 7, 8, 10) lijken toch een beetje haaks te staan op wat de klassieke voorzichtigheidsleer ons voorhoudt.

De effecten van de Coronacrisis op de keuzes in je later  beleggingsbeleid kunnen derhalve beter verder uitgezocht worden. Laat dit een aanzet zijn. Economen en financiële specialisten zullen dit ongetwijfeld gaan doen. En mogelijk spreken hun resultaten mij op diverse vlakken tegen.

De samenhang die ik hierboven uit de cijfers haal spreken voor zich. Maar het is algemeen geweten dat een correlatie nog geen causaliteit is.

Categorieën
home

Gebakken lucht én corruptie bij verkopers van groene beleggingen

een windmolen rendeert niet in een omgeving van gebakken lucht

Meer en meer mensen zijn er van overtuigd dat ze moeten investeren in lijn met hun eigen principes.

Groen beleggen” is daarom al jaren trending. Als voor een obligatie het woord ‘groen’ gekleefd wordt vergemakkelijkt dit zijn plaatsing. Greenwashing lonkt dan achter de deur.

Mensen die heilig van iets overtuigd zijn, zonder hun huiswerk te maken, zijn echter een makkelijke prooi voor malafide opportunisten.

Het verhaal van (Nieuwe) Hollandsche Wind en Noordenwind mag dan ook als een wake-upcall gelezen worden. Om die reden besteden we er hier wat aandacht aan. Dit verhaal is grotendeels aan België voorbij gegaan, hoewel het bij onze Noorderburen toch wel wat ophef maakte.

Noordenwind wordt Noorderzon.

Volgens hun publiciteit ging het fonds Noordenwind investeren in Nederlandse vastgoedprojecten. Vastgoed wordt algemeen door veel beleggers beschouwd als 1 van de veiligste investeringen.

Investeren in vastgoed dicht bij huis lijkt dan ook dubbel veilig:

  • je kent je eigen markt meestal beter dan de andere markten én
  • je kan een project als het ware op de voet volgen.

Tenzij … de mensen achter Noordenwind je geld afleiden naar investeringen in panden in Portugal én de Filipijnen en er met de rest een eigen wagenparkje mee aankopen. Dit blijkt er uiteindelijk met het geld binnen Noordenwind gebeurd te zijn.

Nieuwe Hollandsche Wind is gebakken lucht.

In een ander fonds maakten de initiatiefnemers het nog bonter. Het fonds Nieuwe Hollandsche Wind zou volgens promo in dure brochures investeren in Nederlandse windparken. Van het hiervoor opgehaalde geld is uiteindelijk niets geïnvesteerd.  De uitgevers hadden met hun naamgeving handig gebruik gemaakt van een quasi gelijkaardige uitgifte door Eneco, die onder de naam Hollandse Wind wel reële obligaties verkocht.

Een 300-tal beleggers opgelicht.

In totaal werd voor ongeveer 8,7 miljoen euro door beleggers in beide fondsen geïnvesteerd.  Ze werden hiervoor verleid door zinsneden als “met gegarandeerde en hoge rendementen tot wel 9,2 %” of “veilig, groen en duurzaam beleggen met een vast rendement van 7,1 %“.  De gestorte gelden verdwenen quasi dadelijk in de privézakken van de fondsenuitgevers.

Verlokkelijke aanbiedingen zijn er in alle domeinen. Als de juiste snaar bespeeld wordt, gaat men vlugger overstag.

Gaan al deze beleggers vrijuit? We wensen natuurlijk niet dat iemand opgelicht wordt, maar soms lijkt het er toch op dat mensen er een beetje naar vragen. In tijden van ultra lage rentes bij risicoarme producten toch klakkeloos aannemen dat een veilig & vast rendement van + 7 % mogelijk is, lijkt voor insiders toch wat lichtzinnig. Wellicht is de financiële geletterdheid van de gemiddelde Nederlander niet veel groter dan die van de gemiddelde Belg. En zonder veel kennis is men natuurlijk een gemakkelijke prooi voor mooipraters. Voor een aantal onder deze beleggers kan het toch bijna niet anders dat ze investeerden gedreven vanuit hebzuchtige overwegingen.

Oprichters of oplichters?

Uiteraard zijn de verantwoordelijken voor de fondsenuitgave de grote schuldigen. De dollartekens in hun ogen en hun gebrek aan scrupule bleek onder meer uit hun onderling WhatsApp-verkeer. Rekening houden met hun slachtoffers? Vergeet het maar. Zo werd er over het binnenhalen van kapitaal als volgt onderling gecommuniceerd:  “Mensen uitbuiten lekkerste wat er is“, gevolgd door reply met “Gaan we doen“.

De oprichters werden eind juni door een rechtbank in Amsterdam berecht. Ze liepen celstraffen voor fraude, oplichting en witwassen met beleggingsfondsen op.

Groene Ponzi.

Too good to be true? Hoe het werkt.

Om hun criminele activiteiten te kunnen ontplooien, gebruiken gewiekste oplichters vaak dezelfde truuken. Ze

  • halen geld op tot juist onder de normen van de controlerende overheid (zodat ze ontsnappen aan specifieke verslaggevings- en publiciteitsvereisten),
  • zorgen voor luxueuze kantoren, strak in het pak zittende verkopers, blitse websites, …
  • spelen expliciet in op associatie met bekende, vertrouwde namen en
  • betalen in het begin hun beloofde opbrengsten (met vers geld van nieuw instappers) uit, ….

Maar een groene piramidefraude, blijft natuurlijk in essentie een gewoon ponzischema, waarbij alleen de verpakking “gekleurd” is.

Gezien oplichting van alle tijden is, zal ook de groene (poging tot) oplichting voorlopig niet van de baan zijn.

Blijf dus alert én kritisch. Zeker op een moment dat een aanbieder inspeelt op thema’s die u ook nauw aan het hart liggen.

Categorieën
home

Gaten in de defensie.

 

Een voetbalploeg die veel ballen tegen haar netten krijgt, wordt verweten een zwakke defensie te hebben. Er is echter niemand die daarop ook maar overweegt om de volledige ploeg strategisch in eigen doel op te stellen. Hoewel dit in het beste geval een 0-0 (en dus ook punten) oplevert. Dergelijke opstelling heeft immers praktische bezwaren: de keeper wordt gehinderd in zijn vrije bewegingsruimte en met 11 man vul je nog steeds niet de volledige ruimte tussen beide doelpalen.

Het tij keren zal dus van elders moeten komen: andere spelers aankopen, een andere tactiek gaan aankleven (en die inoefenen), eventueel zelf van trainer veranderen.

In voetbal lijkt de analyse en de remedie relatief simpel. Het spel met de bal is immers geen rocket science.

Ook bij beleggen is een “sluitende defensie” opbouwen niet eenvoudig.  En nochtans werken de beleggingsprofielen in de hand dat er een overvloed aan defensieve beleggers zijn (anno 2010 –OK er was net een financiële crisis achter de rug, maar toch-: bij BNP Paribas  en Dexia (pre-Belfius) stonden respectievelijk 87 % en 70 % van klanten als defensief belegger geboekstaafd).

Defensief beleggen: zoeken naar ontbrekende puzzlestukken.

Met deze sticker op je hoofd moet je dan beslissen in welke producten je gaat beleggen.

Adviseurs moeten je met hun suggesties daarin begeleiden zonder -op last van aansprakelijkheid ten opzichte van je verliezen en eventueel verlies van hun erkenning- te fel af te wijken van wat “als defensief” erkend wordt.

OK, de tijden zijn veranderd. Maar zijn de regels niet te streng?

In Nederland werd in 2014 een onderzoek gedaan naar welke beleggingen beleggers met een defensief beleggingsprofiel dan concreet voorgelegd werden door hun bankiers. 

Er bleek hierover absoluut geen consensus te bestaan.

ING : 10 % aandelen en 90 % obligaties ABN Amro : 25 % aandelen, 70 % obligaties en 5 % andere (cash,…)  Rabobank : 40 % aandelen, 50 % obligaties en 10 % andere                         SNS Bank : 50 % aandelen, 42 % obligaties en 8 % andere .

Op vandaag zal er door de gewijzigde MiFID-reglementering wellicht geen enkele bank nog aandurven om wat Rabobank en SNS Bank toen aanprezen voor te zetten aan hun defensieve klanten. Maar is dit terecht?

Categorieën
home

Met vastgoed zit ik toch vast goed?

 

In hun zoektocht naar alternatieven voor de karige opbrengst van spaarrekeningen en van vastrentende producten als termijnrekeningen/kasbons valt het op dat erg veel mensen kiezen voor investeren in vastgoed (vooral woningen).

Plan verstandig

Vastgoed heeft alvast enkele voordelen:

  1. Door verhuring kunt u een maandelijkse/jaarlijkse vergoeding opstrijken. Dit is het equivalent van de rente die je op je spaarrekening krijgt of de coupon die je uit een kasbon haalt.
  2. De verhuurprijs volgt min of meer de inflatie. Door jaarlijkse indexering van de huurinkomsten stijgt het bedrag dat je als inkomsten ontvangt.
  3. Vastgoed – zeker bestemd voor particuliere verhuring – wordt in feite weinig belast: de onroerende voorheffing (op basis van kadastraal inkomen) dient betaald te worden. De huurinkomsten blijven onbelast.
  4. Vaak kan men voor de financiering van de aankoop nog een stukje lenen. Lening die men af en toe zelf nog gedeeltelijk kan inbrengen in de personenbelasting.
  5. De woningmarkt in België heeft een traditie van stabiele meerwaarde te bieden. Systematisch lijkt de waarde van een woning te stijgen en de stijgingspercentages die gepubliceerd worden kloppen de index fors.

Niets dan voordelen derhalve? Dat is wat te kort door de bocht. Er zijn