Categorieën
home

Towards Sustainability op zoek naar Towards Credibility?

Het door Febelfin gelanceerde duurzaamheidslabel Towards Sustainability heeft zopas een nieuwe lading duurzame spaar- en beleggingsproducten erkend. 99 ervan slaagden en mogen voortaan het label dragen. Een 30-tal werden door het CLA (Central Labeling Agency) niet weerhouden. Niet allen sneuvelden om inhoudelijke redenen. Bij sommigen was hun dossier administratief niet volledig in orde. Bij een volgende erkenningsronde zullen die zich waarschijnlijk ook in de lijst van erkende duurzame producten hijsen.

Inhoudelijke kritiek op de criteria van het label, werd vroeger reeds door diverse bronnen gegeven (1 voorbeeld). In onze blogs van 07/11/2019 en 08/11/2019 kunt u ook enkele bezorgdheden aantreffen. We gaan die hier niet herhalen.

Towards Sustainability
Met deze foto (groen plastic) twitterde Febelfin gisteren dat België het voortouw neemt in duurzame beleggingen voor een breed publiek. Een marketingfoutje of een provocatie?

Forse volumegroei

Met de nieuwelingen erbij telt het Belgisch duurzame label nu 410  beleggingsproducten. Opgedeeld in type belegging gaat het over:

  •  7 Tak 21 producten
  •  29 Tak 23 verzekeringsfondsen
  •  1 ontwikkelingsfonds
  •  33 indextrackers (ETF’s)
  • 330 beleggingsfondsen
  •  5 spaarrekeningen
  • 3 gestructureerde obligaties
  •  2 termijnrekeningen

Volgens wat de pers ons leert, kost het bekomen (en behouden) van dit label € 5.000 / product / jaar. Na 2 erkenningsrondes heeft de organisatie (het CLA is een vzw) dus zicht op een inkomstenkant van € 2.050.000 / jaar. En dit terwijl het einde van de groei van het aantal labelhouders nog niet in het zicht is. (Er bestaat de mogelijkheid dat de hoogte van het jaarlijks lidgeld herzien wordt).

Kosten gaan voor de baten.

Dat er tegenover een dergelijk pot geld ook uitgaven staan, is uiteraard een feit. Er moet een secretariaat bemand worden, de duurzaamheidsauditors (Ethibel, Ichec en UA) moeten vergoed worden voor hun werk. Verder is er een Geschiktheidscommissie, die de verslagen van de auditors nog eens aan een kritische blik onderwerpt vooraleer ze vergezeld van een advies doorgestuurd worden naar de Raad van Bestuur. Deze laatste (4 onafhankelijke bestuurders waarvan 1 vroeger toch bestuursfunctie had bij een bank én 4 vertegenwoordigers uit de financiële sector, waarvan 1 per 1 april CEO wordt van RSC Anderlecht) beslissen uiteindelijk over de toekenning van het label. Zij staan ook in voor het wijzigen van de kwaliteitsnorm van het label. Ze zullen hiervoor bijgestaan worden door een later dit jaar te benoemen Raadgevende commissie.

Of en hoeveel al deze personen (sommigen met méér dan 1 functie) vergoed worden, is ons onbekend. En verre van te suggereren dat dit alles onnodig zou zijn.

We vermoeden echter dat na aftrek van (redelijke) vergoedingen voor geleverd werk en na opstartkosten er toch een pak geld recurrent in de organisatie zal achterblijven. Een flinke oorlogskas om zich in de toekomst te profileren als enige echte duurzame labelaar in België.  We mogen ons dan ook verwachten aan het feit dat dit label meer en meer zichtbaarheid zal krijgen in het financiële landschap.

Europees leiderschap

Febelfin is er trots op dat Towards Sustainability na de 2e erkenningsronde uitgegroeid is tot het meest omvattende label in de EU. Ook naar vermogen onder beheer is dit het grootste label. Het gaat over meer dan € 175 miljard (+/- € 50 miljard van Belgische spaarders en beleggers).

Nu is “ik ben de grootste” niet automatisch een kwaliteitskenmerk. Vaak bewijst het eerder dat je de grootste gemene deler vertegenwoordigt. Een middelmaat dus. Herinner je de slogan “50.000.000 Elvis Fans Can’t be wrong“. Het getal als argument. Zonder andere criteria.

Febelfin walst handig rond de inhoudelijke sterkte. Het verwijst daarbij naar een studie van Novethic en formuleert zelf dat ze kwalitatief aan de strengere kant in het spectrum van Europese duurzame financiële labels zit. Die bewering  is moeilijk te logenstraffen, want zelfs wie tot de middelmaat behoort kan dit zonder verpinken beweren. Als ik in een loopwedstrijd met 100 man op plaats 49 eindig, behoor ik ook tot het spectrum van de betere lopers.

In de geciteerde studie stelt Novethic zelf dat het bestaan van diverse labels, welke elk op hun eigen wijze criteria implementeren de leesbaarheid van de beloftes die de fondsen uitstralen niet vergemakkelijkt.

Maar zelfs wie alleen de illustraties bekijkt ziet al dat bijv. FNG-Siegel (Duits label) en LuxFLAG ESG (Luxemburgs label) op vlak van ESG benadering strenger is dan Toward Sustainability (p 4).

Of dat het Belgische label op vlak van aanwezigheid van fossiele brandstoffen het minder goed doet dan Greenfin (Frankrijk), Nordic Swan Ecolabel (Scandinavië) , LuxFLAG Climate Finance Umweltzeichen (Oostenrijk) en FNG-Siegel.

Weinig coherentie tussen de labels in Europa

De Novethicstudie besluit met te betreuren dat de komst van het Toward Sustainability-label aanleiding gaf tot een inhaalbeweging in erkenningen bij het Franse ISRlabel. De strijd om het leiderschap tussen die 2 zette ook andere labels aan om meer fondsen te erkennen. Deed dit de labels verwateren of niet? De studie suggereert het, maar maakt het niet hard.

Luxemburg zou zelfs sinds eind 2019 overwegen om op sommige duurzame fondsen minder taks te gaan heffen. Dit in een poging om zich terug in de race naar het leiderschap te knokken. Minder taks, maar dan alleen voor fondsen zijn die door label ISR, Greenfin, Nordic Swan, Umweltzeichen, LuxFLAG of FNG gelabeld zijn. Van Towards Sustainability is hier geen sprake. Omdat het label toen nog niet gekend was in Luxemburg? Omdat het te licht bevonden werd? Om het niet nodeloos te promoten?

Op een moment dat Europa zich voorneemt om een taxonomie duurzame financiering in te voeren, is het jammer dat ieder land blijkbaar –uitgezonderd de uitsluitingen rond klimaat– zijn eigen ijkpunten uitzet. Dit is een paradox, zeker voor die vennootschappen die hun duurzame fondsen in verschillende Europese landen verdelen. En voor de modale belegger schept het verwarring in plaats van duidelijkheid.

Een marketingmachine op zoek naar geloofwaardigheid?

Verschillende financiële instellingen waar we de laatste maanden contact mee hadden, vertelden dat ze het zich niet konden permitteren om niet op de trein van Towards Sustainability te springen. Zelfs al hadden ze bedenkingen tegen de wijze van benadering (van sommige aspecten) van duurzaam beleggen door het label.

De marketingkracht die opgebouwd werd, konden ze niet negeren. Anders vreesden ze in de toekomst bij de (potentieel) duurzame belegger niet meer in het vizier te komen.

Want je ziet dat financiële instellingen er als de kippen bij zijn om hun uitverkoren zijn onder de aandacht te brengen. Op dezelfde dag van de bekendmaking van de nieuwe gegadigden, publiceerde:

Towards Sustainability
Profilering behoort niet tot de 3 P’s

In de literatuur rond duurzaamheid botsen we geregeld op de 3 P’s. Waar dit vroeger stond voor People, Planet & Profit, is de laatste P nu gemeenzaam vervangen door Prosperity.

Profit in haar betekenis van opbrengst, winst klonk te mercantiel, Prosperity met betekenis welvaart, voorspoed is vriendelijker. Meer gericht op de gemeenschap in plaats van op het individu.

Met de nieuwe lading erkenningen is de organisatie goed op weg om voor zichzelf naar Towards Profits/Prosperity te evolueren.

Met de perstekst die per 02/03/2020 verspreid werd, lijkt er ook gemikt te worden op het verwerven van meer geloofwaardigheid (Towards Credibility).

Vraag is hoe kritisch de belegger de profilering van het label en haar promotoren zal benaderen. We hopen met deze post toch ietwat bij te dragen aan die alertheid. The People, noch The Planet eindigen immers aan onze landgrenzen.

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Is “groen beleggen” een dreigende zeepbel?

Dreft gaat 2 x langer mee. Het is een uitstekend groen product om iets wat vuil en vies is wit te wassen. Dit is algemeen gekend. Het is een Is groen beleggen een zeepbel?product met een smetteloze reputatie.

Je kan er ook prachtige bellen mee blazen. Zeepbellen, een voor kinderen fascinerend speels op de wind meegedragen niemendalletje. Transparant, tot het uit elkaar spat en er niets van overblijft. Is ook groen beleggen een zeepbel?

Spat groen beleggen straks met een knal uit elkaar?

Is “groen beleggen” niet iets gelijkaardigs? Attractief voor mensen die het kind in zichzelf koesteren, maar uiteindelijk niets meer dan een zeepbel,  die straks gewoon uit elkaar spat?

In Nederland verscheen bij “Elsevier Weekblad” op 08/01/2020 alvast een artikel die daarvoor waarschuwde. Sinds een goede 2 jaar is dit de nieuwe naam van wat vroeger gewoon “Elsevier” heette. Volgens Wikipedia gaat het over een Nederlands opinieblad van conservatief-liberale signatuur. De auteur, Marijn Jongsma, vergelijkt de markt voor “groene beleggingen” met de internetzeepbel aan het eind van vorige eeuw. Zijn artikel vindt u hier .

We kunnen de hoek van waaruit een opiniestuk geschreven wordt gebruiken om auteur en inhoud te framen en ze daarmee ‘onschadelijk’ te maken. Maar dit is meestal slechts een gemakkelijkheidsoplossing om de eigen overtuigingen niet in vraag te moeten stellen.

De titel “Kijk uit met “groen beleggen”. Een zeepbel dreigt” lijkt ons redelijk correct.

Niemand vraagt om “klakkeloos groen te beleggen”.

Net zoal autorijden tal van voordelen heeft, blijft wie met de wagen rijdt beter aandachtig het verkeer volgen. Met een wagen kan je een ongeval veroorzaken. Een belegging kan ook verkeerd aflopen.

En net zoals wanneer iedereen met de wagen op hetzelfde ogenblijk dezelfde kant uitrijdt er filevorming zal zijn – dus eerder stilstand dan vooruitgang- , kan er bij overmatig duwen in de richting van duurzaam beleggen een implosie komen.

  • In klassieke economische termen lijdt een overbevraging tot een prijsstijging. Dus in eerste instantie ziet het er goed uit voor wie duurzame beleggingen aanbiedt (en voor we ze tijdig koopt).
  • Maar door hebzucht bij aanbod- en vraagzijde, kunnen er toch ongelukken van komen. Aanbieders die zichzelf en hun producten als ‘groen’ verkopen, terwijl ze het niet zijn (greenwashing). Of veel belovende duurzame bedrijven, start-ups, … die uiteindelijk de verwachting die ze scheppen niet kunnen waarmaken.

Parallellen met de internetzeepbel eind 20e eeuw.

Is groen beleggen een zeepbel?En dan zijn er inderdaad parallellen met de internethype van 20 jaar geleden. World Online in Nederland, Lernout & Hauspie in België, bijvb. leken beiden gedoodverfde winnaars bij de opstart van het internettijdperk. In diezelfde periode kon een vis met een hoed op bij beleggers grote kapitalen ophalen met ambitieuze bedrijfsplannen voor online-activiteiten. Zelf zonder dat ze al iets in de reële wereld bewezen hadden en zonder kennis of onderzoek of die wereld wel op hun producten aan het wachten was. “Get large or get lost” was een tijdje het devies: grote schulden maken om naambekendheid te creëren was belangrijker dan omzet genereren. De klant zou wel volgen en vertrouwen geven aan wie de markt bezette.

De Nederlandse financiële toezichthouder AFM, vond het in haar Trendzicht 2020 alvast belangrijk genoeg om hier ook op te wijzen. Als 1 van de trends stipt ze de overgang naar een duurzame economie en samenleving aan (p. 18-21).

De risico’s die met duurzaam beleggen gepaard gaan, waaronder
greenwashing en misbruik, vragen aandacht van het toezicht. Er zijn zorgen over een ‘groene bubbel’, omdat de vraag naar duurzame projecten het aanbod overtreft. Ondernemingen kunnen dan in de verleiding komen om te greenwashen; projecten als duurzaam presenteren terwijl dat niet het geval is.

Auteur lijkt onbekend met de pas uitgevaardigde taxonomie.

Nu is het wel zo dat regelgevers aan greenwashing aandacht besteden. Zo wordt er binnen Europa een taxonomie uitgewerkt, die moet aangeven wat nu wel  een “groene belegging” is en wat niet. Het raamwerk is daarvoor gecreëerd. De “naming & shaming” komen er pas binnen enkele maanden. De auteur van het artikel lijkt niet bekend met deze recente situatie. Hij schrijft dat ‘groene bedrijfsinformatie’ nog in de kinderschoenen staat. Dat er geen duidelijke standaard is en dat bedrijven niet verplicht zijn om te rapporteren. Dat klopt dus vandaag wel nog, maar niet voor lang meer.

Binnen het kader van de Europese Green Deal zullen institutionele beleggers (als pensioensfondsen), maar ook particuliere beleggers gepushd worden om hun bijdrage te leveren aan o.m. de bestrijding van de klimaatverandering. Daarvoor moet veel geld gemobiliseerd worden. Geld dat nu vaak nog aan vervuilende industrieen toekomt. Er zal dus een transitie op gang moeten komen, waarbij ook vermogensbeheerders hun knop zullen moeten omdraaien en verbeterde investeringsmodellen moeten uitwerken. De kans dat daar af en toe eens een mismatch tussen zit is zeker reëel. Denk maar even zelf: Welke Europese Automaker zal de elektrificatie van het wagenpark winnen? , Moet er nog in gascentrales belegd worden?, … In 2040 zal het duidelijker zijn dan vandaag.

De nieuwe vinkenzetting

Het artikel in Elsevier staat ook stil bij bevindingen van John Goldstein, verantwoordelijke voor duurzaam beleggen bij Goldman Sachs. Goldman Sachs is niet echt onbesproken. De bank wordt wel eens beschreven als de spin in het web of als 1 van de heersers van de wereld. Volgens Goldstein lokt er een trend die gevaarlijker is dan greenwashing. Met name de opkomst van de afvinkcultuur.

Volgens Goldstein is er een heuse industrie ontstaan van dataleveranciers, die jaarverslagen uitpluizen op zoek naar groen, het hebben van een CO2-doelstelling, van een beleid rond recyclage van grondstoffen, …

Elke ja op de vragenlijst levert een vinkje op. Op het einde van de vragenlijst krijg je dan een score. Wie hoog scoort, wordt als groen bestempeld. Wie laag scoort niet. Meestal zijn dergelijke systemen niet erg objectief. Alleen al maar omdat ze nadelig zijn voor kleine bedrijven en/of start-ups. Daar geldt geen verplichting tot uitgebreide jaarverslaggeving en meestal is er ook niet genoeg personeel om daar prioriteit aan te geven. Het werk van dataleveranciers meet dan ook alleen maar wie een bepaald soort huiswerk gemaakt heeft. En niet wie nu daadwerkelijk een grote milieubijdrage levert.

Uit de eigen praktijkervaring moet ik toegeven dat dit inderdaad wel (gedeeltelijk) klopt:

  • Jonge aandelenfondsen, die dan meestal ook nog niet echt veel kapitaal vertegenwoordigen, zijn geen prioriteit in de werking van ratingagentschappen. Het duurt soms meerdere jaren vooraleer deze een scoring krijgen. Al die tijd zijn ze hierdoor bijv. ook achtergesteld in onze eigen objectiveringscore.
  • Bij obligatiefondsen en gemengde fondsen blijft soms een scoring uit omdat er te weinig gegevens beschikbaar zijn. Onbeschikbaarheid kan eventueel wijzen op gebrek aan transparantie, maar zegt niets over al dan niet duurzaamheid van een fonds.

Eigen mening eerst en verschillen in de meetlat.

Verder wijst het artikel op een recent onderzoek  van de Amerikaanse universiteit MIT dat de titel draagt “Aggregate Confusion The Divergence of ESG Ratings“. Men vergeleek er de beoordelingen van 5 ratinginstituten, actief rond duurzaamheidsmetingen: Sustainalytics, RobecoSAM, Asset4, MSCI/KLD, Vigeo-Eris.

Hieruit blijkt dat de wijze van meten al meer dan 50 % van het verschil in waardering van een bedrijf tussen de 5 raters verklaart. Verder wordt een gedeelte van het verschil verklaard door de selectie van  verschillende sets categorieën (vb. beknopt of uitgebreid). Tot slot is er een verschil in het gewicht dat aan de categorieën toegekend wordt.

Ook werd er een beoordelaarseffect gevonden: de beoordeling door de ratingsbureaus in de individuele categorieën wordt beïnvloed door hun kijk op het geanalyseerde bedrijf. Heb ik als rater een positief beeld van het bedrijf dan zal ik bij twijfel of onduidelijkheid in de cijfers rond 1 categorie gunstig oordelen. Heb ik een eerder negatief beeld, dan rond ik bij twijfel af naar beneden.

Deze studie wordt in het artikel gebruikt om de exactheid van ranglijstjes te ondergraven. Ook die verschillen bewijzen dat het niet eenvoudig is om ‘groene’ bedrijfsinformatie efficiënt en eenduidig te verwerken. En dat laat op zijn beurt weer ruimte voor PR-mechanismes (in extremisch tot greenwashing).

In de eigen praktijk steunen we ons vooral op de gegevens die we uit Morningstar halen. En gezien Sustainalytics voor 40 % eigendom is van Morningstar geven we de facto veel gewicht aan hun opvattingen. Uiteraard neemt dit niet weg dat we openstaan voor andere invalshoeken, maar onze relatief kleine werking, houdt er geen studiedienst op na, die de visies van alle raters opvolgt en ze dan nog eens tegen elkaar afweegt om tot een genuanceerd oordeel te komen.

 Een verwittigd man (m/v/x) beweegt behoedzaam, maar zonder paniek.

De financiële resultaten van ecologiefondsen waren in 2019 erg goed. Het is dus niet onlogisch dat wie kritisch ingesteld is even waarschuwt.

Er is inderdaad veel geld dat naar “groen beleggen” kijkt en er ontbreken data ter interpretatie. Als deze data er al zijn, zijn ze niet altijd makkelijk vindbaar voor een leek.

En een faze van overdrijving blijkt achteraf nooit interessant te zijn. De huidige hoge waardes van allerlei aandelenbeurzen en de redelijk explosieve aangroei van duurzame beleggingen mogen tot voorzichtigheid aanmanen.

Maar overwegende dat klimaatopwarming en aandacht voor duurzaamheid ook in de komende jaren aan de orde blijven, lijkt het overdreven om u al van een zeepbel te spreken (auteur in kwestie doet dit ook niet, hij houdt het bij een dreigende zeepbel).

Wat niet wil zeggen dat alle bedrijven die inzetten op duurzaamheid en bestrijding van klimaatverandering winnaars zullen zijn. De winnaars kennen we helaas meestal pas achteraf.

  • Zo hadden we ten tijde van de internetzeepbel, wellicht ons geld ingezet op AltaVista en niet op Google.
  •  En laten we ook niet vergeten dat bijvb. de wind- en zonnenergiesector in de jaren na 2008 plots sterk in waarde daalde, gezien investeringen van de overheden in de redding van de banken hun gulle subsidiëring van deze nieuwe technologieen terugschroefde net op een moment dat de Chinezen zwaar inzetten op deze markt. De instorting van tal van bedrijven actief in de sector moet duidelijk maken dat er ook bij “groen beleggen” ruimte is voor onaangename beurschokken.

 

 

Categorieën
home

A Ram Sam Sam (*)

 

Met de uitgifte van The Sustainablility Yearbook 2016 zet RobecoSAM de kroon op het werk van 20 jaar innovatie in Duurzaam Investeren.

RobecoSAM heeft dus een lange staat van dienst als het op duurzaamheidsverslaggeving aankomt.

Ook deze index maakt wel eens een sprong.
Ook deze index maakt wel eens een sprong.

Dat neemt niet weg dat haar manier van werken ook gecontesteerd is.

  • Zo baseert zij zich op vragenlijsten die ze bedrijven zelf laat invullen. Dit impliceert dat er steeds een kans bestaat dat een bedrijf zich beter voordoet dan het in feite is & dat dit niet gezien wordt bij controles. Volkswagen werd bijvb. op 13 september 2015 nog uitgeroepen als meest duurzame autobouwer. Enkele dagen later brak het dieselgateschandaal uit. En moest VW in allerijl van de lijst verdwijnen.
  • Door zich op zelf ingevulde vragenlijsten te baseren selecteert men automatisch -meer dan wenselijk- grote bedrijven. Enerzijds omdat kleinere bedrijven de vragenlijsten niet aankrijgen, maar anderzijds ook omdat in kleinere bedrijven noodzakelijkerwijze meer gefocust wordt op de core-business en er geen personeelsoverschot is of specialisten aanwezig zijn om dergelijke specifieke vragenlijsten in te vullen.
  • Verder is het een volledige best-in-classbenadering. Er worden niet op voorhand uitsluitingsgronden geformuleerd rond bepaalde sectoren. U kan via het jaarboek dan ook terugvinden in welke  “duurzame (sic) wapenbedrijven, casino’s, tabaksbedrijven, steenkoolbedrijven …. ”  u kan investeren.
  • Of u kan er lezen dat Coca-Cola primus in onder de frisdranken. Obesitas en tandbederf zijn duidelijk niet echt in het vizier gekomen bij de evaluatie. Tenzij we gelukkig mogen zijn met Cola Zero en Cola – Cola life, de Stevia -variant.
Categorieën
home

De Zweedse belofte: Mamma Mia ?

 

kansen voor wie ze niet nodig heeft
kansen voor wie ze niet nodig heeft ?

Al maanden gonsde het in België dat er een nieuwe regeringswind nodig was. Liefst zonder de vermaledijde socialisten, die met alle zonden van Israël beladen als potverteerders in beeld gezet werden.   Na ettelijke onderhandelingen (natuurlijk niet over de postjes), is ze er nu. Ze wordt in de pers omschreven als de “Zweedse coalitie”. Maar dit blijkt toch vooral een verwijzing te zijn naar de vlag van het land. Helaas dekt ze niet de lading van wat we het Zweedse beleid zouden kunnen noemen..

Tegenstanders kraken de nieuwe ploeg alvast af met slogans die ze zo aan het populaire Zweedse exportproduct

Categorieën
home

Met glans gebuisd? Rapport 2014 duurzaam beleggen in België

 

Eind juni laatstleden publiceerde het franstalige Réseau Financité voor de 9e opeenvolgende keer haar rapport: L’investissement socialement responsable en Belgique, rapport 2014 .

Input van onder de taalgrens.
Input van onder de taalgrens.

Deze organisatie was vroeger gekend onder de naam Réseau Financement Alternatif.

Dit rapport kreeg een beetje weerklank in de pers, maar verdient toch wat meer aandacht. Het is 1 van de schaarse publicaties is waarbij geprobeerd wordt een volledig zicht te krijgen op de stand van zaken mbt. duurzaam beleggen in ons land.

De teneur van de studie straalt ontgoocheling uit.

  • Ontgoocheling om de lethargie op wetgevend vlak, waar er daar geen vooruitgang geboekt wordt om duurzaam beleggen te promoten (o.m. met  fiscale incentives  te bevoordeligen). Nu in 2014 de regering ontbonden werd, wordt – terecht- gesteld dat de schaarse initiatieven terug naar af gezonden zijn.
  • Maar ook ontgoocheling omdat de totale markt van het duurzaam beleggen er terug op achteruit gegaan is.
  • En tot slot ontgoocheling omdat 90 % van de onderzochte beleggingsfondsen inhoudelijk door de mand vallen.

Uiteraard is het nuttig om voldoende kritisch te blijven én het bancaire aanbod rond duurzaam beleggen niet klakkeloos te bejubelen. Maar net zo goed mag er kritisch aangekeken worden tegen de beoordelaar zelf. Rate the raters (beoordeel de beoordelaars) is niet voor niets