Categorieën
home

Lang zullen we leven! Maar zal het ook ‘in de gloria’ zijn?

Dit wordt geen CD&V-artikel. Toch ga ik hun spreekwoordelijke benadering van stal halen. Het “enerzijds, anderzijds”-verhaal. CD&V gebruikt dit voor nuancering tot niemand nog volgt of begeesterd blijft. Ik kan niet zeggen dat wat volgt begeesterend is, maar probeert u toch maar te volgen. Afhaken is immers op eigen risico. Wat is er van “in de gloria”: als je langer dient te leven met pensioenen die te laag zijn?

Vive la Vie !

In de gloria: langer leven met pensioenen die te laag zijn
leeftijdspiramide België

We beginnen met het goede nieuws. De Belg leeft opnieuw langer. OK, het is een stelling op basis van de laatst beschikbare cijfers. De eventuele gevolgen van de COVID-19 pandemie zijn daar nog niet bij inbegrepen. Vrouwen die nu geboren worden halen gemiddeld 84 jaar. Mannen blazen gemiddeld net voor hun 80e (79,6 j) hun laatste adem uit.

In deze cijfers zijn de cijfers van zelfdoding, ongevallen in het verkeer en op de arbeidsmarkt inbegrepen. Ook de sterftes ten gevolge van ziektes als kanker, hartproblemen,… .Voor wie vandaag dus pakweg 50 jaar oud is, zijn de geciteerde cijfers een onderschatting. Hun levensverwachting is hoger.

Voor die overlevenden schuift de gemiddelde sterfteleeftijd nog wat op.

  • Zo heeft een man die momenteel 67 jaar is gemiddeld nog 16,81 jaar te goed. Hij wordt dus gemiddeld bijna 84 jaar.
  • Een vrouw die vandaag 67 is wordt zelfs gemiddeld meer dan 86 jaar, want zij kan nog rekenen op 19,73 restjaren.

Leve de verbetering van de levensomstandigheden dus. In de meeste landen ter wereld (zelfs in de VS) is die levensverwachting een stuk lager).

Genieten van het goede langleven?

Na gewerkte jaren op pensioen kunnen gaan, opent perspectief op een rustiger leven. Een leven waarin de dagelijkse rush wegvalt. Waar niet alles nog “moet”. Héhé, oef en eindelijk!

Natuurlijk de gezondheid moet het toelaten. De laatste levensjaren zijn voor sommigen ook sukkeljaren. Maar kom, laten we optimistisch zijn. We weten dat er veel mensen in die laatste jaren aangewezen zijn op een WZC, woonzorgcentra. We zien echter in het straatbeeld ook meer en meer krasse knarren. Sommigen die op bankjes, als een equivalent van hangjongeren, de gang van zaken morrend becommentariëren. Anderen die tot op hoge leeftijd actief blijven in hun vereniging, voor hun (achter)kleinkinderen, op reis, … .

Mits een volle  portemonnee.

En daar durft wel eens het schoentje knellen. De laatst cijfers mbt. de gemiddelde bruto-pensioenen per maand (2018) zijn ontnuchterend. Klikken dus op eigen risico!

  1. Let op, het zijn gemiddelden. Dus in die cijfers steken ook de cijfers van zij die geen volledige loopbaan hadden (45 jaar werken). Maar toch eens natrekken in je eigen omgeving: wie van ons heeft een volledige loopbaan? Lang studeren, thuis blijven voor de kinderen, afvloeien vanaf je 50e wegens bedrijfssanering, ziekte- of invaliditeit oplopen tijdens je actieve loopbaan, tijdelijk uittreden of parttime gaan werken om voor de kinderen te zorgen, burn-out oplopen … . Er zijn erg veel redenen waarom de volledige loopbaan in praktijk niet gerealiseerd wordt.
  • Let op 2: de lage cijfers voor zelfstandigen zijn ook gedeeltelijk te verklaren doordat deze jaren geleden géén pensioenbijdrage dienden te betalen. Of doordat er een aantal ook erg lage ‘officiële’ omzetcijfers bekendmaakten en liever royaler leefden zonder  facturen uit te schrijven.

Terug naar de cijfers:

  1. wie gedurende zijn volledige loopbaan het statuut van zelfstandige had, ontvangt gemiddeld € 642/ maand.
  2. wie een zuivere loopbaan als loontrekkende had, ontvangt gemiddeld € 1.174/ maand
  3. een ambtenaar met een volledige loopbaan, ziet maandelijks gemiddeld € 2.731/ maand op zijn rekening gestort.

De armoededrempel voor wie alleenstaande is bedraagt (cijfers 2018) € 1.187 / maand. De gemiddelde kostprijs van een rusthuis bedroeg € 1.546 / maand.  Het basisbedrag van het leefloon bedraagt (maart 2020) voor samenwonenden € 639,27/ maand. Een alleenstaande kan in Vlaanderen opgetrokken worden tot een leefloon van € 958,91.

De cijfers tonen aan dat wie extra geld krijgt via leefloon, toch onder de armoedegrens leeft. Een loontrekkende met een gemiddeld pensioen heeft niet genoeg om een langdurig verblijf in een rusthuis te betalen. Dat kan toch niet die in de gloria zijn waarin we langer zullen leven: een wachtperiode met te lage pensioenen?

De overheid zorgt toch voor ons?

Zo zou het toch moeten zijn. Wie regeert, moet vooruitzien. En de tering naar de nering zetten. Niet alles uitgeven als je weet dat er binnenkort (of op middellange termijn) kosten staan aan te komen. Voor kosten die voorzienbaar zijn, kan je een berekende reserve gaan aanleggen. En je houdt best ook wat over voor onvoorzienbare omstandigheden.

Helaas doet de overheid wat in veel gezinnen ook gebeurt: niet goed budgetteren. En blind vooruitrijden in de hoop dat alles uiteindelijk wel meevalt en er geen muur in de weg staat.

De budgetten waren in het verleden structureel ontoereikend. Waardoor er flinke schulden opgebouwd werden. Dit noodzaakte de regering om in de jaren ’80 – ’90 van vorige eeuw hard op de rem te gaan staan. Ze werd daarbij geholpen door externe factoren (hoge intresten, het perspectief van toetreding tot de euro) en politici met een perspectief dat verder reikte dan de volgende verkiezingen (Martens, Dehaene – oei, nu ben ik toch CD&V aan het verheerlijken).

De rente is sindsdien gezakt, de toetreding tot de euro is verworven en het lijkt alsof de generatie politici die in de voorbije 25-jaar de dienst uitmaakten bang zijn van hun eigen schaduw. Met een kaasschaaf werd de overheidsschuld slechts mondjesmaat aangepakt. Voor problemen binnen een afzienbare tijd, verkoos men de kop in het zand te steken.

Schuldafbouw omgebogen.

Traag op de goede weg tot de financiële crisis een bres sloeg in de schuldafbouw

Catastrofen in een gematigd zeeklimaat zijn eerder zelfdzaam. Toch bleven ze in ons land niet uit.

  • De financiële crisis van 2007-2009 begon in de VS. Maar door de grote interne verwevenheid van kapitaalstromen en garantiebepalingen maakte deze ook grote slachtoffers in West-Europa. Op dit oude continent greep iedere regering naar de geldbeugel. De instorting van het financieel systeem moest vermeden worden. De staatsschulden stegen overal. Ook in landen waar het water al aan de mond stond.
  • Sinterklaas zat op de regeringsbanken. Saneringsmoeheid én wil om bij de kiezer in de gunst te komen, hebben er ook toe geleid dat sommige regeringen kwistig met voordelen zijn beginnen zwaaien. We kennen allemaal de oversubsidiëring voor wie rond 2010 zonnepanelen op zijn dak legde. Maar ook de vorige “Zweedse” coalitie zette in op belastingsverlaging voor bedrijven, zonder dat het terugverdieneffect sluitend was.
  • En vandaag worden we geconfronteerd met een gezondheidscrisis, waarvan niet duidelijk is wanneer hij achter de rug zal zijn én hoeveel hij zal gekost hebben.
    • De Nationale Bank berekende begin april dat de staatschuld in 2020 terug zou oplopen tot 115 % van het BBP (bruto binnenlands product).
    • Deze week schreef Veronique Goossens, hoofdeconoom van de (staats)bank Belfius, dat we eerder rond de 120 % van het BBP zullen stranden. Met een tekort van +/- € 50.000.000.000 op onze begroting voor dit jaar, staan we daarmee terug op de positie die we begin 2000 innamen.

Met de rug tegen de muur voor aanpakken dringende problemen.

Ja, er zijn onevenwichten tussen de financiële draagkracht en – bijdragen van Vlamingen en Walen. Ja, er zijn problemen met inburgering van migranten, … . We moeten die niet onder de mat vegen. Maar zijn dit de belangrijkste items in de strijd om onze levensstijl te behouden en onze emancipatie verder vorm te geven?

We hebben een politieke klasse die er niet in slaagt om de dwingende problemen van klimaatverandering aan te pakken (we hebben slechts 1 aarde).

En die al decennia weet dat er een vergrijzingsgolf aankwam, maar er géén extra eurocent voor aan de kant hield. Je kan ze moeilijk op applaus onthalen. In feite zou je ze eerder moeten aanklagen voor schuldig verzuim.  We leven langer én zijn afhankelijk van pensioenen die te laag zijn,  weinig reden dus om ‘in de gloria’ te zingen.

De balk en de splinter.

Beeldspraak uit de Bijbel

Maar we mogen niet alleen de politici met pek en veren willen insmeren. Uiteindelijk hebben ook wijzelf als burger /als individu een verantwoordelijkheid. We zien die niet altijd, tuk als we zijn om de schuld bij een ander te leggen.

Ook wij weten al jaren dat

  • er een vergrijzingsgolf aankomt,
  • de overheid daar niet op anticipeert en
  • gemiddelde pensioenbedragen geen garantie op een onbekommerd oud leven inhouden.

En wie een probleem ziet, kan er op anticiperen.

  • In geval van klimaatverandering kan je je vleesconsumptie, je reisplannen, je mobiliteit, je beleggingsstrategie… aanpassen. Om op die manier je persoonlijke ecologische voetafdruk dichter in overeenstemming te brengen met wat nodig is om de opwarming af te remmen.
  • Voor de vergrijzing kan je zelf een reserve aanleggen om het potentiële tekort te overbruggen.
    • Er zijn hiervoor zowel mogelijkheden die door de overheid (als doekje voor het bloeden?) met fiscaal voordeel bedacht zijn: pensioensparen, lange termijn sparen, VAPZ, WAP, IPT, groepsverzekering,…
    • Er zijn daarbovenop ook mogelijkheden om zonder fiscaal voordeel aan je noodzakelijk reserve te bouwen intekenen op beleggingsfondsen, Tak 23, aandelen, … .

Wat is haalbaar aan reserve-opbouw?

Hoe bouw je best je reserve op? Moet ik een vast percentage van mijn inkomen sparen en hoe hoog is dit dan? Een sleutel op de deur-oplossing die voor iedereen werkt bestaat niet.

  1. Het Nederlandse NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) raadt aan om minstens 10 % van je inkomen te sparen. Wie dit artikel leest, merkt dat dit gedeelte bedoeld is als buffer. Het dient om uit de financiële problemen te blijven. Dus, dit bedrag voorziet niet in reserve-opbouw.
  2. Belgische banken hanteren als vuistregel dat je ongeveer 1/3 van je inkomen mag besteden aan een hypotheeklening. Aangezien een hypotheeklening een lange termijnkrediet is met een duidelijk doel (verwerven van eigendom) houden ze met die grens een slag achter de hand. Zodat je als klant enerzijds nog verder normaal kunt leven en anderzijds ook ruimte hebt om tegenslagen op te vangen.
  3. In de praktijk lijkt die 1/3 voor veel ontleners aanvankelijk amper haalbaar (ze zie niet hoe ze dit gaan volhouden), terwijl in de praktijk blijkt dat het (eens de realiteit van de afbetaling voor de deur staat) meestal wel kan.
  4. Omdat een woning na verloop van tijd toch ook kosten met zich meebrengt, kunnen we niet zomaar zeggen dat die 1/3-regel blijft opgaan voor opbouw van toekomstreserve eens je woning afgelost is. 25 % is daarom wellicht een goed mikpunt. Afhankelijk van je effectief inkomen kan dit wat lager of wat hoger uitvallen (wie € 1.500 / maand verdient zal minder aan de kant kunnen houden dan wie € 3.500 / maand verdient. Wie studerende kinderen heeft zal ook  met hun exploderende studie- en onderhoudskost moeten afrekenen).

Discipline versus consumentisme.

Eens de woning afbetaald is, is het verraderlijk om de teugels te vieren.

In de gloria: langer leven met pensioenen die te laag zijn
instant gratification of genot uitstellen?

Maar het is pas door regelmaat en volharding dat een plan gerealiseerd wordt. De marshmallow-test op kinderen (waarbij deze kiezen voor onmiddelijke behoeftenbevrediging en niet voor dubbele beloning bij uitgestelde behoeftenbevrediging) lijkt in de realiteit ook toepasbaar op veel volwassenen (*). Daarom is het goed om je reserve-opbouw te automatiseren door bijv. je reserve-opbouw automatisch te laten overschrijven in de gekozen beleggingsformule net nadat je loon gestort is. Je komt dan minder in de verleiding om het geld aan iets anders uit te geven.

Persoonlijk voorbeeld.

Mijn situatie.
  • Als zelfstandige steven ik af op een relatief laag pensioen. In de praktijk zal dit rond de € 1.250 / maand liggen.
    • Daar komt wel iets bij in de vorm van pensioensparen (opgestart op mijn 30e), lange termijn sparen (opgestart op mijn 54e), VAPZ (opgestart op mijn 31e) en IPT (opgestart op mijn 34e). Deze stelsels zullen een eenmalige uitkering voorzien op mijn 65e.
    • Mijn beide ouders leven nog en zijn hoogbejaard. Ooit zal er een erfenis openvallen. Deze is te verdelen onder 4 kinderen.
  • Gezien mijn genen (zie hierboven) kan ik er (hoewel geen zekerheid) best van uitgaan dat ik wellicht meer dan 20 jaar pensioen te overbruggen heb.
  • Ik ben er van uitgegaan dat ik om comfortabel te leven ongeveer € 2.500 / maand ter beschikking moet hebben. Dit veronderstelt dus een eigen inbreng van minstens € 300.000 (€ 1.250 x 12 x 20). Hiervan is een gedeelte door de reeds opgesomde spaarinspanningen opgebouwd.
Mijn praktijk.
  • Na afbetalen van mijn hypothecair krediet startte ik in 2009 (50e verjaardag) met een bijkomende reserve-opbouw van € 600 / maand. Dit via 2 Tak23-beleggingen bij verzekeraars en 1 storting in beleggingsfondsen via mijn bank. Dit zou minstens € 108.000 moeten opleveren (kosten afgetrokken en rendement toegevoegd). Meer mag ook uiteraard. Een gedeelte van de Tak 23-beleggingen vind je terug in de maandelijkse storting in mijn eigen portefeuille (zie maandelijkse bijdrage “de eigen portefeuille in (maand/jaar)” op deze blog.
  • Eind 2010 heb ik zonnepanelen gelegd.  Zowel op mijn kantoorpand als op mijn privéwoning. Telkens ik een groene stroom-certificaat uitbetaald krijg, probeer ik dit bedrag eveneens te beleggen.
  • Gezien de uiterst lage rente, hou ik zo weinig als mogelijk spaargeld op mijn bankrekening. Het overtollige bedrag heb ik in 2012 besteed aan enkele eenmalige beleggingen bij verschillende verzekeraars. Ook die vind u terug in de eigen portefeuille.
  • Door wijzigingen  in mijn privéleven en door een paar professionele tegenslagen, heb ik het extra opgebouwde kapitaal in het verleden al enkele keren (gedeeltelijk) moeten aanspreken. Om die reden ben ik sinds 2015 begonnen met maandelijks extra € 600 / maand te beleggen. Beurtelings in individuele aandelen en in beleggingsfondsen. Een tandje bijsteken met oog op bereiken van mijn doelstelling.
  • Recent kon ik een gedeelte van mijn VAPZ gebruiken voor de aankoop van een erg bescheiden appartementje. Ik dien intrest te betalen op het ontleende kapitaal, maar dien dit kapitaal niet noodzakelijkerwijze terug te betalen. In voorkomend geval zal het eindkapitaal van mijn VAPZ  daardoor lager uitvallen. Een reden te meer om de beleggingsbesteding van mijn groene stroom-certificaten en de extra stortingen van € 600 te proberen volhouden.
  • Op 4 jaar van mijn pensioen steekt er ongeveer € 75.000 in mijn reserve. Als ik er van uitga dat ik verder 2 x € 600 / maand kan blijven besteden en dat de rendementen van die bedragen op zijn minst de kosten verbonden aan die beleggingen compenseren, dan strand ik bij pensioen (ben nog van lichting die op 65 op pensioen kan gaan) op een bijeengespaard bedrag van +/- € 130.000.

Vroeg begonnen is half gewonnen.

Hoe korter de tijd die je rest om een reserve op te bouwen, hoe zwaarder je inspanning is. In mijn geval laat € 1200/maand weinig ruimte voor veel andere frivoliteiten.

Gelukkig had ik vroeger reeds aan pensioensparen en VAPZ en IPT opgestart. Vooruitzien is het halve werk. Niet voor niets hangt er in mijn kantoor een oude pancarte van verzekeraar Belstar. ” In het verleden nooit aan je toekomst gedacht?” staat er op vermeld.

Wie laattijdig tot de conclusie komt dat hij niet voldoende reserve opgebouwd heeft en dat het wettelijk pensioen (en andere oplossingen zoals erfenissen, werkgerelateerde pensioenbijdragen, … ) niet zal volstaan voor een aangename oude dag zonder financiële zorgen, kan best nog in actie schieten. Al wat je nog bijeenschraapt is dan mooi meegenomen. En de inspanning om niet alles gelijk uit te geven, zal alvast een goede oefening zijn om te wennen aan de inkomstenval, die opruststelling met zich meebrengt.

(*) Econoom Paul Krugman publiceerde per 9/06/2020 zijn opinie “America Fails the Marshmallow Test“. De wil in de VS om COVID-19 te bestrijden ontbreekt. Wellicht is die visie ook van toepassing op ontstaan en verspreiding van de 2e golf van de pandemie in West-Europa

 

 

 

 

 

 

Categorieën
home

De anti-sympathieke heffing. Lees: “de anticipatieve heffing uitgelegd”.

Fiscaliteit van sparen en beleggen? Het is een verwarrend kluwen omdat er weinig continuïteit is. De regels veranderen op geregelde tijden. En vaak ook terwijl het spel bezig is. In sport zou dit niet gepikt worden.  In het domein van de belastingen ondergaan we het. Wie even niet oplette, begrijpt niet wat er gebeurde. Wie wel oplette, kan al even zo vaak toch niet volgen. De gemiddelde mens kent nu eenmaal meer van sport dan van financiën en belasting. Nochtans is stabiliteit een basisvoorwaarde om een goed beleid op te baseren. De overheid is  daar echter niet consequent. Zo heeft ze nu net 5 jaar houders van een lange termijn spaarverzekering of intekenaars op pensioensparen -onderschreven voor 2015- onderworpen aan een anticipatieve heffing. In feite was het al versie 2 van die weinig verheffende praktijk.

Lange termijn sparen en pensioensparen is een domein van geven en nemen.

Evenwicht tussen voordeel en taxatie

De overheid stimuleert haar burgers om zelf een pensioenspaarpotje op te bouwen. Die stimulans bestaat er in dat je de bedragen die je in die systemen investeert jaar na jaar van je belastingen kan aftrekken. Maar voor wat hoort wat. Op het einde van de rit (op het moment van opname van het bijeen gespaarde geld) was van meet af aan duidelijk dat je een belasting diende te betalen op je eindkapitaal.

Mensen die allergisch zijn aan belastingen spreken vaak van de “roverheid”. Zo ver gaan wij niet. Met belastinggeld gebeuren ook nuttige dingen. En het verschil tussen fiscaal voordeel én eindbelasting was -uitgezonderd voor pensioenspaarfondsen die weinig rendement zouden genereren- voordelig voor de burger. Althans voor zij die kunnen vooruitkijken en niet tegen de armoedegrens schurken of er onder vallen. Voor deze laatsten is de 3e pensioenpijler een lege -wegens onbereikbaarheid- doos.

Aanvankelijk was die eindbelasting bepaald op 16,5 % van het kapitaal bij lange termijnsparen & pensioenspaarverzekeringen. De winstdeelname bleef buiten schot. Voor pensioenspaarcontracten was dit 16,5 % op het aan 6,75 % opgerente (voor 1993) of aan 4,75 % opgerente (vanaf 1993) investeringsbedrag.

De uitvinding van de anticipatieve heffing 1.0.

de overheid belast de burger- anticipatieve heffing
Omdat de rekening niet klopt moeten we vervroegd aankloppen

In tijden van grote geldnood en/of om de touwtjes van een begroting aan elkaar te kunnen knopen maakt men vaak bokkensprongen.  Zo werd onder impuls van J.L. Dehaene in 1993 besloten om de eindbelasting van dergelijke contracten niet langer op einddatum (voor mannen toen 65 jaar) te heffen. Neen, voortaan zou de belasting voorafgaandelijk geheven worden in het jaar van je 60e verjaardag. De totale belasting daalde vanop dit ogenblik voor toekomstige stortingen naar 10 % en de jaren na je 60e mocht je verder sparen mét belastingvoordeel en zonder dat er nog belasting geheven werd.

Vervroegen van belastinginning laat misschien een beetje te veel in de kaarten van de beleidsmakers kijken. Daarom werd het “anticiperen” genoemd. De inningsoperatie noemen we een “anticipatieve heffing”. Op zich werd het systeem er voor de burger niet slechter op. Ook voor de overheid zat er winst in. In 1 klap kon men een belasting innen van wie 60, 61, 62, 63 en 64 jaar werd. In de jaren die volgden moesten verzekeraars en banken telkens 2 berekeningen maken. Een belasting van 16,5 % op de sommen die voor 1993 werden gespaard en 10 % op de sommen die sindsdien werden ingebracht.

Een update van de anticipatieve heffing. Versie 1.5 in 2012.

Maar waarom moeilijk doen als het ook gemakkelijk kan? Zeker als de budgettaire nood hoog blijft. Daarom zette men in 2012 een nieuwe anticipatieve heffing op de rails. Bij iedere burger die voor 1993 in het systeem van lange termijn sparen of pensioensparen gestapt was, hield de fiscus op de voor 1993 bijeen gespaarde sommen in 1 keer 6,5% in. Terug was er een one-shot begrotingswonder geboren. Een zak geld voor de overheid en voortaan een eindafrekening met niet 2, maar slechts 1 tarief (10 % belasting).

Anticipatieve heffing 2.0. in 2015.

Ziet u het nu nog zitten? Kunt u er nou nog bij? Kunt u het nou nog volgen? Dan kunt u meer dan wij.

Daar bleef het echter niet bij. In 2015 wou de fiscus opnieuw voorschotten op de eindbelasting innen. Dus werd er weer aan de reglementering gesleuteld. Nu besloot men om gedurende 5 jaar op elk lopend contract telkens een voorschot op de eindbelasting te nemen. Er werd gekeken hoeveel geld er in de pot stak op 31/12/2014. En gedurende de maand september van 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 dienden de verzekeraars en de banken hier telkens 1 % aan de overheid door te storten. Dit als voorafname op de eindbelasting. Ter camouflage van deze te vroeg geïnde belasting kreeg de burger opnieuw een lagere eindbelasting. Deze zou voortaan niet langer 10 %, maar slechts 8 % bedragen. Het is echter niet correct om te stellen dat de slotbelasting op je 60 e voortaan 3 % bedraagt.  Een eenvoudig rekensommetje leert dit.

Stel: je had op 31/12/2014 een kapitaal van € 10.000 bijeen gespaard. Je bent pas in 2025 60 jaar en dan heb je € 20.000 op je lange termijn sparen/pensioensparen staan. In dit geval betaalde je tot heden gedurende 5 jaar telkens € 100 aan anticipatieve heffing. In 2025 moet je 8 % betalen op € 20.000, maar daarvan mag je de anticipatieve heffing van 2015 tot en met 2019 aftrekken. 8 % van € 20.000 = € 1.600. Netto te betalen blijft € 1.600 – € 500 = € 1.100. Of nog een eindbelasting van 5,5 %.

Wat is het volgende?

We noemden in onze titel de anticipatieve heffing anti-sympathiek. Reden hiervoor is vooral dat het veranderen van de regels terwijl het spel gespeeld wordt nefast is voor het systeem.

Beheerders (verzekeraars en banken) worden nodeloos op kosten gejaagd. Zo moeten zij

  • hun computersystemen aanpassen.
  • frequenter doorstortingen aan de fiscus doen dan aanvankelijk voorzien
  • geregeld extra communiceren aan hun klanten. Dit met een redelijk moeilijke boodschap.

Voor klanten – burgers die toegetreden zijn tot de systemen van lange termijn sparen en pensioensparen – is de transparantie ervan ondermijnt. Dit creëert uiteindelijk wantrouwen en tast de geloofwaardigheid van dergelijke systemen aan.

In een periode waarin de vergrijzingskosten acuter dan ooit aan de oppervlakte komen, mogen we hopen dat een nieuwe federale regering niet opnieuw haar toevlucht zoekt tot een versie 3.0 van de anticipatieve heffing. Zeker de rijksbegroting is niet in evenwicht en er zullen gaten moeten dichtgereden worden. Maar de 3e pensioenpijler, die al zoveel last heeft van blijvend lage intresten, lijkt ons niet het domein om opnieuw met bijkomende complexiteit op te zadelen. Integendeel. Versterken en versimpelen ervan lijkt meer aan de orde.

opgepast boobytrap

Als we ons echter spiegelen aan het recente verleden, moeten we toch het ergste vrezen. Zo werd in 2018 het duaal pensioensparen  ingevoerd. Dit ging gepaard met opnieuw meer administratie in beheer (te hernieuwen jaarlijks keuze voor wie voor het verhoogd systeem opteert). En de wijziging zette en passant ook gewoon een belastingval open. Wie ook maar 1 € meer betaalt dan het oude maximumbedrag valt van een belastingvoordeel van 30 % op één van 25 % terug. Tel uit je winst!

Categorieën
home

Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.

Het Verenigd Koninkrijk komt de laatste paar jaar in beeld als een land op drift. De politieke leiders zijn er niet slagkrachtig (of slaan alle richtingen uit). De bevolking is het alleen eens over het feit dat ze verdeeld zijn. Zichzelf in de voet schieten lijkt een wezenskenmerk van de Britten te zijn. Althans gezien vanuit onze positie aan de overkant van het Kanaal.

Er is meer dan de karikatuur.

Scrabble pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
ESG : 3 x woordwaarde
Environmental
Social
Governance

Toch gebeuren er ook nog zinvolle dingen. Deze komen bij ons amper in de pers. Zo is de wetgeving rond financiële producten er recent aangepast. Als onderdeel van het streven van de overheid om klimaatverandering aan te pakken, zijn pensioenfondsen met ingang van 01/10/2019 er verplicht om een ESG-beleid te hebben. Zodra er meer dan 100 leden in een pensioenfonds toegetreden zijn, ben je onderhevig aan die verplichting. De ESG-benadering moet voortaan -naast de financiële overwegingen- ook uiteengezet worden in hun SIP (Statement of Investment Principles). Kort door de bocht: rentmeesterschap duikt voortaan ook op in elke prospectus van een (niet-ultraklein) pensioenfonds.

Pensioenfondsen zijn grote financiële hefbomen.

Ppensioenfondsen beheren gedurende lange jaren grote kapitalen van hun leden. Deze worden er vanaf nu in een richting gestuurd waarin niet alleen financieel rendement belangrijk is. Voortaan wordt ook rekenschap gevraagd mbt. het effect van die geldstromen op vlak van sociaal -, milieu- of bestuurlijk beleid. ESG is niet langer een optioneel extra (aankruisvakje op een onderschrijvingsformulier) voor vermogensbeheerders. Het maakt voortaan integraal deel uit van de fiduciaire verplichtingen van aanbieders van pensioenfondsen. Zo zullen beheerders ook moeten laten zien hoe zij de risico’s van bijv. klimaatverandering aanpakken. Evolueren hun beleggingsengagementen en hun stemgedrag bijv. naar koolstofarme bedrijven of weg van de fossiele grootmachten? Hier niet aan beantwoorden kan voortaan hun juridische aansprakelijkheid in het gedrang brengen.

fossielvrij pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
Er waren al voortrekker. Nu wordt het er algemeen gangbaar.

De miljarden ponden , die in dergelijke stelsels rondhangen zullen eindelijk doen wat volgens een recent eigen onderzoek van de Britse regering verwacht wordt door 68 % van de Britse spaarders. Met name dat hun beleggingen ook rekening houden met de impact op mensen en milieu. Dit zal wellicht een groter effect hebben op de aanpak van de klimaatverandering dan bijna elke ander beslissing die de overheid kan nemen.

Binnenkort ook aan deze kant van de plas.

Het is de verwachting dat Europa hierrond  in de komende jaren zelf ook verdere stappen zet. Maar voor 1 keer is het leave-kamp een positieve trendsetter.  In België probeert FairFin bijv. de pensioensector in diezelfde richting te bewegen. Althans via het opzetten van een duurzaam pensioenspaarfonds voor leden van de (para-)medische wereld.

Natuurlijk moet in de praktijk nog blijken of de verplichting in de UK effectief wel leidt tot de te verwachten resultaten: ESG-risico’s goed inschatten én de weg naar een zero-carboneconomie helpen plaveien.

Noodzakelijk, maar niet voldoende.

Zo ziet UNPRI 4 nog te nemen obstakels:

  1. consolidatie in de pensioensector. Het VK is 1 van de meest gefragmenteerde pensioenmarkten ter wereld. Naast (relatief) hogere exploitatiekosten in een klein fonds, is het bestuur er vaak van mindere kwaliteit of minder goed uitgerust om specifieke scenario’s te kunnen analyseren. Een kwestie van “size matters”.
  2.  verbetering van de duurzame beleggingskennis bij fondsbeheerders. De meeste pensioenspaarders zijn nog 25 jaar of langer verwijderd van hun pensioen. Dit is de periode waarin de Britse regering tot een zero CO2-uitstoot wil komen. Deze economische transformatie zal ook gevolgen hebben voor het financieel rendement van beleggingen. Maar veel vermogensbeheerders hebben hun investeringsaanpak nog niet aangepast hebben aan klimaatverandering. Zo wordt er nog erg veel geld belegd in wat ooit (binnenkort?) stranded assets zijn. feit. De basisopleiding van fondsbeheerders besteedt daar nog geen aandacht aan. Ook bestuurders van dergelijke fondsen kunnen hier wel nog wat bijsturing gebruiken.
  3. pensioenfondsen moeten meer luisteren naar de bekommernissen van haar leden. Wereldwijd stijgt de aandacht voor het realiseren van de SDG’s. Veel leden willen dat hun spaargeld de wereld ‘ten goede’ komt. Maar men hoeft niet zelf het warm water uit te vinden. In binnen- en buitenland zijn al ‘best practices’  te vinden. Nu komt het er op aan van elkaar te willen leren.
  4. pensioenfondsen moeten betere service bieden. Pensioenfondsen zijn een enorme bron van inkomsten voor de financiële sector. Vaak werden ESG-factoren buiten beschouwing gelaten bij de keuze van de dataleveranciers of andere diensten waarmee men samenwerkte. ESG-screening werd soms gezien als een extra te betalen kost in plaats van als onderdeel van het totale plaatje. Ook werd vastgesteld dat weinig grote vermogensbeheerders een specifiek stembeleid hadden over bijv. klimaatverandering. Pensioenfondsen zullen zich pro-actiever moeten opstellen. Zowel ten opzichte van hun zakenpartners als in de reële economie. Transitie vereist nu eenmaal dat belangrijke actoren zich ook luid en duidelijk uitspreken.

Effecten opvolgen.

Regelgeving wijzigen is natuurlijk 1 iets. Evalueren of dit uiteindelijk ook opbrengt wat men ervan verwachte is de volgende stap. ShareAction, de Britse activistische promotor van verantwoord beleggen, heeft zich alvast voorgenomen om naar het einde van het jaar de 16 belangrijkste Britse pensioenfondsen te screenen. Met de  de huidige hervorming is de regelgeving mbt. beleggingen gewijzigd. Hoe integreert men dit  in hun beleid en hoe wordt een ambitieus ESG- en rentmeesterschapsbeleid gecommuniceerd naar de leden wordt dan de vraag.

 

Categorieën
home

De zoektocht naar essentiële informatie bij nieuw duurzaam pensioenspaarfonds

Thomas Pips en de zoektocht naar de muis.

Niet meer zo jonge lezers, weten dat in pre-internettijden de informatie vaak met vertraging én via duurzame dragers als papier tot ons kwam. Zo was het in het Vlaanderen van de 2e helft van de 20e eeuw (van 1947 tot 1982) gebruikelijk dat kort na “den arrivée” van een rit uit de Ronde van Frankrijk her en daar fluitsignalen weerklonken. Niet van gemeenteambtenaren die GAS-boetes uitschreven of van “gendarmen” die verkeersovertreders tot de orde wilden roepen. Neen, er werd duchtig gefloten door jobstudenten in dienst van dagblad Het Volk. Deze brachten een extra-edtie van enkele pagina’s uit met allerlei duiding over de pas gereden rit.  In dit gazetje was ook een cursiefje van Michel Casteels te vinden, naast een cartoon van striptekenaar Buth, echte naam Leo De Budt.

Een sympathieke coureur en zijn onafscheidelijke -, maar goed verborgen muis

De cartoon draaide rond de avonturen van een fictieve wielrenner, Thomas Pips en zijn vrienden Kilo, 1/4Kilo en Lange Lo.  De oplage van dit tourkrantje werd mee de hoogte ingejaagd door deze blijken van populaire cultuur. Te meer omdat Buth ook steeds een muisje verstopte in zijn tekeningen. Wie ‘Waar is Wally? kent, weet hoe verslavend zo’n verborgen item kan zijn. Het zoeken naar de muis was aangenaam tijdverdrijf. Het vinden van de muis gaf een kleine adrenalinestoot.

Momenteel is de Ronde van Frankrijk terug bezig. Maar dit is niet de aanleiding waarom ik aan bovenstaande dacht. Ik gebruik ze als allegorie voor mijn eigen wedervaren.

(Thomas) PRIIPS en de zoektocht naar het Essentiële Informatie Document.

De PRIIPS-verordening, is Europese regelgeving, die door de Eu-landen geïmplementeerd wordt. Ze heeft als doel om de financiële consument beter te beschermen. Deze regelgeving zou moeten zorgen voor een uniforme vergelijking tussen verschillende beleggingen. Dit door middel van een gestandaardiseerd document: het Eid (Essentiële Informatie Document). Wellicht zal de Engelse naam KID (Key Information Document) beter ingeburgerd worden.

Het is een document waarvan verwacht wordt dat de consument dit doorneemt voor de aankoop van zijn belegging. Financiële instellingen en haar vertegenwoordigende tussenpersonen dienen dit dus ter beschikking te stellen voor het contract onderschreven wordt.

Wie op deze site zoekt waarin hij via ons kan beleggen komt op een lijstje van (op vandaag) 56 fondsen terecht. Van 2 fondsen beschikten wij midden juli niet over het betrokken Eid (*). In feite mogen we dergelijke belegging dan ook niet verkopen op risico van sanctie door FSMA (controle-organisme op de sector). Pech dus voor DPAM Select Global Medium B. Maar gewoonweg onbegrijpelijk voor NN Life Patrimonial Future.

Muizenissen rond informatieverplichting.

Dit laatste is immers de nieuwe pensioenspaar- en langetermijnspaarformule van NN Belgium. Ze vervangt sinds 14/06/2019 het door verzekeraar eerder verdeelde NN Life Star Fund. Een nieuw fonds in de markt zetten is wellicht geen sinecure, maar men mag er toch van uitgaan dat dit niet hals-over-kop gebeurt en daar een voldoende lange aanlooptijd over gaat vooraleer men het presenteert.

Groot was dan ook de verbazing dat we bij de lancering ervan quasi niets aan informatie over dit product konden vinden. We hebben in de eerste 3 weken na lancering quasi dagelijks een internetzoekopdracht gelanceerd. Slechts mondjesmaat vonden we de info: een aangepaste financiële infofiche, een Duitstalige versie van het Essentieel Informatie Document was beschikbaar per 05/07/2019.

De medaille voor gebrek aan verdienste

Na een korte vakantie en 6 weken na lancering vonden we nog steeds geen prospectus, maar ook geen Nederlandstalig Essentieel Informatie Document.

Van een prospectus kan je nog zeggen dat dit meestal door de particuliere belegger genegeerd wordt, wegens de omvangrijk en te ingewikkeld. Maar deze zou toch ter beschikking moeten zijn voor wie zich in het product echt wil verdiepen.

Het Eid daarentegen moet precontractueel aangeboden worden. Het is dus een verplichting, welke men niet nakwam. En dit is natuurlijk minder netjes.

Temeer omdat je kan lezen dat per 14/06/2019 NN zelf besloot om de waarde die klanten in NN Life Star fund opgebouwd had automatisch overgedragen wordt naar NN Life Patrimonial Future fund.  Zie Fund Switch 2019 (->je bent een particulier met een Strategy Contract).

@tentie? @tentie! Hallo fondsenuitgever?

Dit alles deed ons op 23/07 naar het toetsenbord grijpen. Via een tweet werd aan @NNIP  (NN Investment Partners) gevraagd waar de ontbrekende info bleef.  6 uur later kwam een reply met een link naar een documentenpagina. We vonden daarop nu ook een Franstalige versie van het Essentieel Informatie Document terug. Leven we nog in de tijd van “pour les Flamands la même chose“? En waar bleef de gevraagde prospectus?

Dan maar terug in de pen gekropen en via 2 reply’s op hun antwoord gemeld dat

  • 57 % van de Belgen in het Vlaams Gewest wonen en een Nederlandstalige versie van EiD gewenst is
  • de laatste prospectuswijziging van NN (L) Patrimonial (dat alle subfondsen overkoepeld) dateert van 01/06/2019, maar daar geen sprake is van het NN (L) Patrimonial Future fund (het fonds dat door NN België gebruikt wordt om NN Life Patrimonial Future te stofferen)
  • wij als tussenpersoon precontractueel bepaalde documenten aan (potentiële) klanten moeten kunnen voorleggen.

En zie: “als ze willen, kunnen ze!” Per 24/07 duiken eindelijk de ontbrekende gegevens in hun documentenoverzicht op.

Slachtoffer van de wet van de remmende voorsprong?

De brug tussen verdeler en klant. Een tussenpersoon moet verschillende loyaliteiten aanhangen. En soms leidt dit tot moeilijke – of gevaarlijke posities.

Met Ethisch Beleggen hebben we zo vroeg als mogelijk ingespeeld op de gewijzigde situatie rond duurzaam pensioensparen. Vorig jaar hebben we op deze blog aandacht besteed aan het nieuwe product van KBC en ook aan de omschakeling van het Star Fund pensioenspaarfonds naar 100 % duurzaam.

Getrouw aan de niche van het ethisch beleggen, die we opvolgen, hebben we -zodra als mogelijk- ook proberen informeren over de NN-beslissing om commercialisering van NN Life Star Fund stop te zetten en met een quasi gelijkaardig product NN Life Patrimonial Future fund uit te pakken.

Het opvolgingswerk dat dit kost (ook nodig om als tussenpersoon wettelijk in orde te blijven), is geen cadeau.  De wet van de remmende voorsprong lijkt wel van toepassing.

Wedden dat NN Belgium in het najaar een campagne opzet rond haar nieuwe pensioenspaarformule? En dat collega-tussenpersonen, die zich nu nog niet ingewerkt hebben, dit na hun vakantie met veel minder inspanning zullen kunnen doen?

Soms is het blijkbaar efficiënter om niet in de voorste gelederen te fietsen, maar zich te laten uitzakken en in een peloton de rit uit te rijden. En zo zijn we weer in de wereld van Thomas Pips beland.

—————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————-

(*): in de praktijk gebruiken we bij de voorstelling van de fondsen op onze site nog de Essentiële beleggersinformatie (EBi – Engelse afkorting KIID (Key Investor Information Document)). Bancaire beleggingsfondsen zijn tot 31/12/2021 vrijgesteld van gebruikt Eid (KID). Omdat de Tak23-fondsen die wij verdelen vaak herverpakte bancaire fondsen zijn, is de KIID-info momenteel nog relevant. Ze is ook gemakkelijker traceerbaar dan de KID-info. Deze laatste gebruiken we wel voor de specifieke verzekeringsmantel waarin de fondsen gewikkeld worden.

 

 

Categorieën
home

Duurzaam pensioensparen: een 2e schaap over de dam.

 

Star Fund gaat duurzaam

Star Fund gaat duurzaam. NNIP drukt haar engagement door. 2018 lijkt dan toch nog een jaar te worden waarin duurzaam pensioensparen haar doorbraak beleeft. Het maakt ook duidelijk dat Belgische banken zich alsnog profileren op een trend die ze niet langer kunnen negeren.

Nadat KBC in de lente bekend maakte dat ze haar eigen pensioenspaarproduct van een duurzame loot voorzag (momenteel zou 1 % van haar pensioenspaarders de switch naar KBC Pricos SRI gemaakt hebben als we de financiële pers mogen geloven), werd in alle stilte een grotere stap gezet door ING.

De volledige portefeuille  (4,3 miljard € ) van haar pensioenspaarproduct Star Fund wordt overgeschakeld naar duurzaam beleggen. Hier geen vrijblijvendheid én keuzevrijheid meer voor de klant. De beheerders van het

Categorieën
home

Duurzaam pensioensparen met 1 ecologiefonds?

 

In ons artikel van 25/05 ll. verwezen we naar het voorbeeld van Generali Belgium, die binnen haar keuze om in te zetten op Tak 23-fondsen 2 fondsen verdeelde, die als duurzaam bestempeld kunnen worden. U kan uw pensioensparen of lange termijn sparen met deze 2 fondsen opbouwen. Of u kunt ook voor een betere risicospreiding kiezen en er maximum 3 niet-duurzame fondsen aan toevoegen.

Ook verzekeraar had lastig parcours

Sinds kort heeft ook een andere Belgische verzekeringsmaatschap-pij haar fondsenaanbod opnieuw in de markt gezet. We hebben het dan over Fidea.

Fidea is een verzekeringsmaatschappij, die via  sponsoring van een veldrijdersploeg bij de modale Belg naambekendheid kreeg. Als maatschappij heeft ze de voorbije jaren echter het lot van haar wielrenners ondergaan: ploeteren om in regen en ontij vooruit te geraken.

Fidea, zelf het resultaat van enkele gefuseerde verzekeraars, kwam in het vorig

Categorieën
home

2 groepen opgevist uit de vergeetput van de 2e pensioenpijler

 

Al sinds jaar en dag is geweten dat de pensioenen voor veel mensen niet echt een vetpot (zullen) zijn. Om die reden namen vroegere regeringen eerder enkele maatregelen om het wettelijk pensioen aan te vullen.

  1. Iedereen met een inkomen kan privé reeds aan pensioensparen of aan lange termijn sparen doen.
  2. Veel loontrekkenden kunnen genieten van een groepsverzekering betaalt (op zijn minst voor een groot deel) door de werkgever.
  3. Zelfstandigen kunnen zelf bijdragen voor een aanvullend pensioen (VAPZ). Werken ze onder vennootschap, dan kunnen ze ook aanspraak maken op het stelsel van de individuele pensioentoezegging (IPT).

Allemaal stelsels, waarbij er gespaard wordt met oog op aanvullend pensioen en waarbij er ter aanmoediging in fiscale voordelen is voorzien.

Met een verschillend level playing field schep je geen gelijkheid

Echter zoals zo vaak zijn er hiaten in de voorzieningen. Hierdoor vallen tot heden nogal wat mensen uit de boot.

  1. Zo is er een ongelijkheid tussen loontrekkenden, omdat er bij heel wat (kleine) werkgevers en/of sectoren waarbij de marges niet erg groot zijn geen groepsverzekering voorzien wordt.
  2. Ook zelfstandigen, die niet werken onder de vorm van een vennootschap (natuurlijke personen) hadden geen wettelijke mogelijkheid om een individuele pensioentoezegging voor zichzelf te organiseren.
Categorieën
home

Duurzaam pensioensparen? Terug van weggeweest.

Even naar het verleden terug.

Toen Ethias met zijn foutief geprijsde Firstrekening een zware financiële storm op zichzelf afriep, sprongen onze Belgische overheden met belastingsgeld bij om het schip drijvende te houden. Van Europa kon deze hulp maar door de beugel, mits Ethias zwaar saneerde. Gevolg hiervan was dat de verzekeraar geen eigen financiële producten meer op de markt kon houden.

Duurzaam en fiscaal aftrekbaar? Terug mogelijk.

Daarmee verdween ook de enige duurzame pensioenspaarformule die België kende. In de voorbije jaren heeft geen enkele financiële instelling het nodig gevonden om in dit gat te springen. “Geen markt” weet je wel of geen interesse in een doelpubliek die denigrerend en veralgemenend het ‘geitenwollensokken publiek’ genoemd werd. Marketeers richten nu eenmaal liever hun pijlen op de grootse gemene deler om hun verkoopscijfers te halen.

In ons artikel van 24/07/2014 onder de titel Ethisch pensioensparen: duurzaam of vooral duur, werd gemeld dat er in feite alleen nog Belfius Life Plan en DVV Save 3 overbleven, maar dat deze niet konden aangeraden worden wegens de hoge instapkosten. Een lezer wees ook nog op VDK Life, maar ook daar met hoge instapkosten. We sloten toen ons artikel met de opmerkingen dat enkele banken en verzekeraars grandioos hun kan gemist hadden om bij een recente update hun producten wat meer ethisch te maken.

Een stap vooruit.

En hoewel de bank- en verzekeringsmarkt in de voorbije 3 jaar vooral door saneringen in de actualiteit kwam, hebben we nu toch wat positief nieuws te melden voor mensen die hun pensioensparen of langetermijnsparen een duurzaam accent willen geven.

Categorieën
home

Cogito ergo abolesceo (Ik denk, dus ik verdwijn)

 

Met het plots uit de markt stappen van levensverzekeraar ERGO wordt nog maar eens aangetoond dat de financiële sector moeilijk tot geen antwoord vindt op de problemen die zich stellen in een wereld van ultra lage rentes.

De verstrengde regelgeving (Solvency-normen en MIFID-wetgeving) maakt het voor wie niet voldoende omvang heeft extra moeilijk om de kosten om te slaan op de omzet.

zijn we toch wel de inflatie vergeten zeker?

Ook de financiële ongeletterdheid én letarghie van de gemiddelde klant, die maar blijft de kat uit de boom kijken en zijn spaargeld op niet-rendabele , maar “kosteloze” oplossingen parkeerde helpen de markt niet vooruit.

Ergo verzekeringen probeerde zich van een op commissie gedreven hierarchisch gedreven verkoopsmodel  om te scholen tot een respectabele speler in de verzekeringsmarkt. Een duivelse uitdaging.

Hierbij probeerde men ook sterk in te zetten tak 23-oplossingen. Oplossingen die niet op absolute veiligheid spelen, maar die rendementskansen bieden én voor een lange termijnbelegging – mits voldoende gespreid – zeer valabel kunnen zijn.

Naast het  ruimte banenverlies in de sector (zie ook de aangekondige ING/RECORD-sanering, Crelan-sanering , P&V-sanering en AXA-sanering in de voorbije maanden), valt vooral de verschraling in het aanbod te vrezen.

Een vicieuze cirkel van onvoldoende vraag, die leidt naar nog minder

Categorieën
home

Zonder Ice Bucket Challenge toch een koude douche

 

Iedereen die in ons land 55-jaar wordt, ontvangt een raming van zijn pensioen. Een vorm van service. Zodat je 10 jaar voor de officiële pensioenleeftijd weet dat je comfortabel met de handen in de nek in je zetel mag blijven zitten. Tenzij de boodschap alarmerend is. Dan heb je nog 10 jaar om zelf te proberen uw toekomstige financiële situatie recht te trekken. In juni was het voor mij zover.

1 maand op voorhand ontving ik van MyPension.be een omslag met daarin de melding dat de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) mijn rechten op € 217,42 / maand raamt. Dat was toch een pak minder dan waar ik op rekende.

koud, maar nu wel goed wakker.
koud, maar nu wel goed wakker.

Maar ik heb een gemengde loopbaan. Na 2 x lezen van de ambtelijke taal, bleek dat ik 1 gedeelte van mijn pensioenberekening in handen had. Ik ging er spontaan van uit dat ik in de weken voor mijn 55e verjaardag ook wel van de berekening van de Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (sic) zou toegestuurd krijgen. Beide samen bedragen samentellen en de kous was af. Dacht ik.