Categorieën
home

Gebuisd of gedelibereerd: onze modelportefeuilles 2020 na een half jaar?

zijn onze modelportefeuilles 2020 gebuisd of niet?
Het mondmasker, symbool van een adembenemende beleggingservaring in het eerste semester van 2020.

Dat het beursjaar 2020 weinig kans maakte om net zo een grand cru als dit van 2019 te worden, was bijna een zekerheid. Maar niemand had op de zwarte zwaan, genaamd Corona, gerekend. Deze dempte de euforie die de maand januari nog kleurde.   Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de fondsen die opgenomen zijn in onze modelportefeuilles niet positief scoren. Zijn onze modelportefeuilles 2020 gebuisd of niet?

Een virus dat een ganse maatschappij in haar greep kreeg en het maatschappelijke- en economische leven lamlegde: niemand had daar op gerekend.

Pandemie: onwaarschijnlijk, maar met grote gevolgen.

Enfin, niet dat de mogelijkheid van een dergelijke uitbraak onbekend was. Op de bijeenkomst van het Wereld Economisch Forum in 2018 stond een pandemie niet opgelijst bij de 10 meest waarschijnlijke -, maar toch bij de 10 grootste gevolgen hebbende risico’s. Dat er bij het uitbreken van Corona geen kant-en-klare handleiding was, is niet zo vreemd. Zolang je de kenmerken van het virus niet kent, kan je niet curatief optreden.

WEF 2018: de 10 belangrijkste risico’s volgens kans op zich voordoen versus impact die zij veroorzaken.

Het stemt echter wel tot nadenken dat er blijkbaar geen basisplan is voor dergelijke situaties. Nu heeft ieder land zowat op eigen houtje de crisis bestreden. Vaak door te kijken wat er in andere landen gebeurde. Dus steeds vertraging bij de uitwerking. En een wirwar van maatregelen, die hoe langer hoe ondoorzichtiger waren. Hierdoor zijn meer slachtoffers dan nodig gevallen. Ook in de economie. We kennen de uitspraak “regeren is vooruitzien”. Maar niet alleen in België blijkt het beleid hierin gefaald te hebben. Een evidentie in een land waar er géén regering is. Ook diverse andere landen stapelden de foute benaderingen op elkaar. Sommigen slaagden er zelf in de werkelijkheid (lange tijd) te negeren (Rusland, VS-federaal-, Brazilië,…).

Maar goed, we gingen onze eigen modelportefeuilles evalueren. Zijn ze nu gebuisd? Of zijn we milder en krijgen ze een deliberatiecijfer? Lees vooral verder.

Wat zijn onze referentiepunten?

Minimumdoel op jaarbasis: een rendement van minstens 4 % halen.

Het ziet er niet naar uit – hoewel het ook niet definitief uitgesloten is – dat we dit doel dit jaar voor de meeste portefeuilles zullen halen. Geen enkele portefeuille kleurt per 01/07/2020 groen. Er zou dus een redelijke serieuze klim moeten plaatsvinden om ons doel te halen. Gezien de koersen vooruitgelopen zijn op de realiteit en niet afgewacht hebben wat de cijfers van het 2e kwartaal voor de meeste bedrijven zouden blootleggen, verwachten we geen wonderen.

Indexen verslaan dan maar?
Waar het niet VOLLEDIG LUKTE.

De ambitie van actieve beleggingsfondsen is het verslaan van referentie-indexen. Het verslaan van de indexen is in feite een basisvoorwaarde om de hogere beheerskosten in vergelijking met passieve beleggingsfondsen te verantwoorden.

Meten = weten.

Omdat onze portefeuilles opgebouwd zijn uit diverse fondsen, kunnen we in feite geen globale referentie-index per portefeuille naar voor schuiven. Om die reden vergelijken we met enkele algemene indexen:

  • Alle 24 modelportefeuilles scoren een hoger rendement (de echte betekenis is tot heden echter “verliezen minder”) dan een gespreide belegging in de Bel 20, de Eurostoxx50 of de Dow Jones Sustainable Europe -index.
  • 1 van de 24 modelportefeuilles scoort nipt slechter dan een gespreide belegging in MSCI All Countries-index. Het is de defensieve portefeuille met inleg van € 10.000. Deze staat per 01/07 op een YTD-verlies van -7,55 % . De hoofdreden hierbij is een onroerend goed-fonds dat slechts 8 % van de totale portefeuille uitmaakt. Maar ze is wel verantwoordelijk voor 1,80 % van het totale verlies.
  • 5 van de 24 modelportefeuilles scoren beter dan de MSCI All Countries-index, maar slechter dan de Dow Jones Sustainable Word-index:
    • De gebalanceerde portefeuille met inleg van € 10.000. Deze klokt momenteel af op een YTD-verlies van – 7,01 %. Hetzelfde onroerend goed-fonds als hierboven is terug de schuldige.
    • De dynamische portefeuille met inleg van € 10.000. Deze staat na de eerste jaarhelft op een verlies van – 7,12 %. Ook in deze portefeuille was het onroerend goed fonds opgenomen. En veroorzaakte het de grootste krater.
    • Ook de 3 portefeuilles met een inleg van € 15.000 staan relatief zwaar in de min. De defensieve versie staat momenteel op – 4,98%, de gebalanceerde versie op – 4,75 % en de dynamische versie tenslotte op -5,14 %. De hoofdschuldige is hier terug dit onroerend goed-fonds, dat met een kleine participatie (2 x 5 % en 1 x 8 %) voor een verlies tekent van 2 x 1,13% en 1 x 1,80 %.
Waar het wel lukte.

18 modelportefeuilles scoren beter dan de 5 indexen. Hieruit kan je besluiten dat gespreid beleggen in duurzame fondsen toch wel een valabele weg is om te beleggen. Natuurlijk, je geld op een spaarrekening houden deed het in deze pandemieperiode nog beter.

De defensieve portefeuilles:
    • Bij de overblijvende defensieve fondsen is het slechtste resultaat bekomen in de portefeuille met inleg van € 30.000. Het YTD-rendement einde semester lag daar op – 3,41 %. De diepste kloof werd daar geslagen door een gemengd fonds dat in Europa belegd (vertegenwoordigd gewicht van 26 % in die portefeuille) en door een aandelenfonds dat eveneens in Europa belegd (gewicht 16 %). De 2 aandelenfondsen die wereldwijd beleggen (samen 33 %) hebben beiden zelfs een positief rendement.
    • Het defensief fonds met het beste resultaat is dit voor een portefeuille met inleg van € 60.000. Het verlies is daar beperkt tot – 2,88 % en wordt voornamelijk veroorzaakt door het reeds vermeldde onroerend goed-fonds (met een gewicht van 9 % goed voor verlies van – 2,03 %).  3 duurzame aandelenfondsen, die wereldwijd beleggen halen hier ook reeds een positief rendement.
De gebalanceerde portefeuilles:
    • Bij de resterende gebalanceerde portefeuilles heeft deze met inleg van € 60.000 het minst gepresteerd. Ze tekent momenteel een verlies op van -3,28 %.  Op Europa gerichte aandelenfondsen met een totaal gewicht van 18 % van de portefeuille zijn hier verantwoordelijk voor een verlies van -1,91%).
    • De gebalanceerde portefeuille die het beste resultaat neerzette is deze met een maandelijkse inleg van € 500. Daar is het resultaat momenteel – 1,89 % sinds begin 2020. Een gemengd op Europa gericht fonds (15 % van de portefeuille) staat hier in voor een verlies van – 1,44 %, terwijl een aandelenfonds dat wereldwijd belegd (16 % van de portefeuille) bijdraagt met een winst van 1 %.
De dynamische portefeuilles:
    • Hier zijn het 2 versies van de portefeuille die het slechtste resultaat neerzetten. De modelportefeuille met een maandelijkse inleg van € 100 en deze met een eenmalige inleg van € 3.000. Beiden staan momenteel op een YTD-rendement van  – 2,50 % .Het reeds genoemde Europese gemengd fonds (15 % van de portefeuille) draagt 1,44 % bij in dit verlies, maar een wereldwijd aandelenfonds (22 % van de portefeuille) zorgt  ook nog eens voor een waardevermindering van 1,47 %. Gelukkig is er ook een wereldwijd aandelenfonds aanwezig dat reeds winstcijfers optekent.
    • De beste van de 24 modelportefeuilles is per 30/06 de dynamische portefeuille met een inleg van € 30.000. Het verlies is daar voorlopig sinds het jaarbegin binnen de perken gebleven (-0,85 %). Het zwaarste verlies wordt daar momenteel veroorzaakt dooreen aandelenfonds dat op Europa gericht is (20 % van de portefeuille en verantwoordelijk voor verlies van – 2,11 %). Gelukkig is er een wereldwijd beleggend aandelenfonds in deze portefeuille aanwezig dat de zaak weer rechttrekt. Met een gewicht van 25 % in de portefeuille tekent het voor 3 % winst in de portefeuille.

Rendement versus objectiveringsscore

Het doel van onze objectiveringsscore: zelfbedrog tegengaan

Met onze objectiveringsscore proberen we diverse elementen van een fonds te wegen. Niet alleen de duurzaamheid van het fonds, ook het rendement en de kostenstructuur. Idealiter zou een hoge objectiveringsscore voor de portefeuille zich ook moeten vertalen in een beter rendement van de portefeuille.

De 5 modelportefeuilles met hoogste objectiveringsscores.

Omdat perfectie niet bestaat en je door spreiding automatisch een lager cijfer behaald dan dit van je topfonds, zijn er slechts 5 portefeuilles die in onze objectiveringsscore meer dan 6 op 10 haalden.

Hoe scoorden deze portefeuilles op de factor behaald rendement?

  • de portefeuille met de hoogste objectiveringsscore (6,99) haalde ook het hoogste rendement
  • de portefeuille met de 2e hoogste objectiveringsscore (6,84) haalde de 6e plaats op basis van rendement
  • de portefeuille met de 3e hoogste objectiveringsscore (6,53) haalde de 12 plaats op basis van rendement
  • de 2 portefeuilles met de 4e hoogste objectiveringsscore (6,10) haalde de 17e plaats op basis van rendement
  • de portefeuille met de 5e hoogste objectiveringsscore (6,05) behaalde de 11e plaats op basis van rendement
De 5 modelportefeuilles met laagste objectiveringsscores.
  • de portefeuille met de laagste objectiveringsscore (4,56) haalde de 23e plaats op basis van rendement
  • de 2 portefeuilles met de 2e laagste objectiveringsscore (4,95) haalde een 7e plaats binnen op basis van rendement
  • de 2 portefeuilles met de 3e laagste objectiveringsscore (5,16) haalden de 22e en 24e plaats op basis van rendement
  • de portefeuille met de 4e laagste objectiveringsscore (5,44) haalde de 5e plaats binnen op basis van rendement
  •  de portefeuille met de 5e laagste objectiveringsscore (5,48) haalde de  2e plaats binnen op basis van rendement

Besluit: Er lijkt een correlatie te zijn tussen objectiveringsscore en rendement, maar deze is niet absoluut. Er zijn zelfs enkele tegenindicaties.  Echter, gezien we hier maar terugkijken op een korte periode (6 maand), waarin dan ook nog een onvoorziene catastrofe plaatsvond, moeten we oppassen met interpreteren.

Conclusie

  1. In absolute cijfers zien de prestaties van onze modelportefeuilles er niet goed uit.  Een rendement onder nul is een reden tot een fikse buis.

    zijn onze modelportefeuilles 2020 gebuisd of niet?
    De cijfers zijn niet positief. Maar dat ze diverse indexen kloppen is een troost. Het toont aan dat gespreid duurzaam beleggen een zinvolle strategie is.
  2. In vergelijking met enkele referentie-indexen scoren ze wel goede punten. Zullen we dan toch maar delibereren?
  3. De keuze om in eerder defensieve portefeuilles ook een vastgoedfonds in te schuiven is op heden een vergissing gebleken.
  4. De beursklim na de instorting van maart situeerde zich vooral buiten Europa (VS, …). De keuze voor enkele Europese beleggingsfondsen blijkt niet de gelukkigste te zijn.
  5. In dit alles moet in het achterhoofd gehouden worden dat we hier evalueren op erg korte termijn. Beleggen moet toch gezien worden als een lange termijngebeuren. Anders is het eerder speculeren. Op lange termijn kunnen de conclusies die hier gemaakt worden hun geldigheid verliezen. Om die reden is de keuze voor spreiding in de portefeuilleopbouw nu niet opportuun gebleken. Maar daarom verliest deze haar geldigheid niet.
Categorieën
home

10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis

Voor de 2e maal sinds onze werking opgestart is, worden we geconfronteerd met een zware val in de bekomen rendementen. De eerste keer was in het laatste trimester van 2018. Het fondsenaanbod dat we toen hadden was een pak kleiner dan dit wat we nu aanbieden. Wegens invoering van de MiFID II-regelgeving, hadden verschillende verzekeraars hun aanbod toen tijdelijk fors ingekrompen.

10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
De financieel noodlottige gevolgen van een klein, agressief virus

De koersval die de 102 fondsen die we opvolgen de voorbije weken maakten, is nog een stuk erger dan in 2018.

We trekken 10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis. Dit op basis van onze data per 31/03/2020.

Pas echter op, dit zijn geen wetenschappelijk onderbouwde beweringen. Misschien worden we teveel gedreven door onze eigen cognitieve biassen.

1. ESG-beleggingen doen het in crisistijden beter dan niet-ESG-beleggingen.

Dit lijkt te kloppen. Zowel in 2018 als de eerste 3 maanden van 2020 is dit het geval. Althans voor de referentie-indexen die ik bijhoud.

Voor Europa :

  1. Dow Jones Sustainability Europe Index (DJSEUR) -> YTD 2018 : -10,18% / YTD 2020: -20,21 %
  2. Euro Stoxx50  -> YTD 2018: -14,77 % / YTD 2020: -25,59 %

Wereldwijd :

  • Dow Jones Sustainability World (W1SGI) -> – 11,35% / YTD 2020: – 18,57 %
  • MSCI All Countries World (MSCI ACWI) -> -11,76 % / YTD 2020: – 21,74 %

Onze bevinding komt +/- overeen met wat Morningstar hierover reeds publiceerde. Na publicatie van dit bericht heeft MSCI per 20/04/2020 ook op basis van hun gegevens bevestiging van onze gegevens gepubliceerd.

2. ETF’s (Exchange-Traded Funds) zijn niet crisisbestendig.

Hoewel mijn standpunt op een erg bescheiden steekproef gebaseerd is, lijkt bovenstaande uitspraak niet te kloppen. In mijn blogberichten van 09/09/2019 en  19/09/2019 werd er op gewezen dat dit relatief nieuw fenomeen (indextrackers met weinig beheerskosten) een groeiend succes is, dat evenwel nog geen grote crisis meegemaakt had. 1 van de vragen was of ze wel crisisbestendig zouden zijn. Het moet verder onderzocht worden of hun houders niet bovenmatig gepanikeerd – (en verkocht) hebben. Maar de terugval in rendement die de 4 ETF’s welke ik opvolg gemaakt hebben, is niet bovengemiddeld (tussen -16,56 % & -20,78 %).

3. Actief beheerde fondsen doen het in crisisperiode beter dan ETF’s.

Dit is niet algemeen geldig. Sommige actieve fondsen hebben het in 2020 tot heden beduidend beter gedaan dan de ETF’s die ik volg. Bij de actief beheerde aandelenfondsen zijn er die minder verlies maken dan de hierboven vermelde -16,56 %. Maar er zijn er ook genoeg die het slechter doen dan de -20,78 %.

4. Obligatiefondsen delen het minst in de klappen.

Voor zover ze niet risicovol zijn, klopt deze bewering.  Zowel in 2018 als tot heden in 2020 houdt een fonds als Triodos Euro Bond Impact Fund het verlies binnen de perken (in 2018: – 0,43 % / in 2020: – 0,53 %).

Wie binnen de obligatiecategorie toch risico’s zocht in de hoop om zijn rendement op te drijven, loopt vandaag tegen de lamp. Het M&G (L) Global High Yield ESG Bond Fund viel bvb. met -14,90 % terug. Het presteert daarmee slechter dan sommige aandelenfondsen.

Disclaimer: mijn steekproef is slechts op 3 dergelijke fondsen gebaseerd.

5. Gemengde fondsen beperken het verlies tijdens een crisisperiode.

Uit de steekproef met 18 fondsen blijkt dit globaal gezien te kloppen. Hoewel er 1 zwaar negatieve uitschieter is (HMG Rendement D staat op een verlies van – 27,64 %) hangen de meeste gemengde duurzame fondsen ergens tussen een verlies van – 9 tot – 13 %. Met een verlies van -5,44 % scoort Nordea N – Stable Return Fund BP het best. Nochtans is dit een neutraal-, en niet een defensief gemengd fonds.

6. Vastgoedfondsen, noch infrastructuurfondsen maken hun naam van veilige haven waar.
10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
Wat ook als redelijk veilig gezien werd, gaat momenteel flink onderuit.

Van elk van hen volg ik 2 specifieke duurzame fondsen op. Hun verlies is gemiddeld tot bovenmatig in vergelijking met andere aandelenfondsen. Infrastructuurfondsen, zie ook mijn blogbericht van 05/06/2019, zijn 1 van de hypes van de voorbije jaren. De 2 duurzame fondsen die ik opvolg verloren sinds het jaarbegin rond de 22 % in waarde. Wellicht wordt er gevreesd dat overheden hun geld in algemene ondersteuning van de economie zullen moeten steken, waardoor er voor (soms dringende) infrastructuurwerken op de financieringsrem zal worden gestaan.

De 2 vastgoedfondsen doen het momenteel nog slechter. Het fonds dat wereldwijd investeert zakte met 23,10 % en het Europese fonds ging 28,73 % achteruit.  Speelt hier de leegstandverwachting? De overtuiging dat erg veel bedrijven en winkels hun panden na de crisis zullen verlaten nav. faling of inkrimping om faling te voorkomen.

7. Sectoriële aandelenfondsen zijn risicovoller dan algemene aandelenfondsen.

Zowel in 2018 (toen met 5 opgevolgde fondsen) als nu (met 15 opgevolgde fondsen) is deze conclusie niet uit de cijfers af te leiden. De beste algemene aandelenfondsen presteren lichtjes beter dan de  beste sectoriële – (in 2018: – 8,94 % / nu: – 11,70 % /telkens fondsen die het thema Water bespelen). Maar de slechtste sectoriële fondsen (in 2018: -16,86 % / nu: – 23,80 % / telkens Quest For Cleantech) doen het nog een pak beter dan de slechtste algemene aandelenfondsen.

8. Emerging Markets moet je niet ontwijken.

Uiteraard is het rendement in groeilanden wisselvallig. Maar steeds meer zijn ze onderdeel van ons economisch- en financieel systeem. Het is dan ook niet aan te raden om ze links te laten liggen. In 2018 volgde ik 3 dergelijke fondsen op. Nu zijn dit er 7. In 2018 scoorden zij gemiddeld in vergelijking met de algemene aandelenfondsen. Het beste EM-fonds scoorde onder het beste algemeen aandelenfonds.Terwijl het slechtste EM-fonds toch minder verlies optekende dan het slechtste algemeen aandelenfonds. In 2020 valt hetzelfde op te merken. Dit met verliezen tussen de 17,73 % en 25, 77 %.

9. Wereldwijd beleggen spreidt het risico.
10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
Spreiden lijkt ongemakkelijk in de fysieke wereld. In de beleggingswereld is het een must.

Spreiden blijft een basisregel bij beleggen. De 3 fondsen die op specifieke landen focussen (2 x Frankrijk (- 23, 05 % en – 28,30 %, 1 x België (- 29,30 %) bengelen onderaan. De specifieke samenstelling van hun beursgenoteerde bedrijven maken dergelijke fondsen risicovoller.

Regionale spreiding (zie hieronder) vlakt het risico al verder af.

De 25 duurzame aandelenfondsen die wereldwijd beleggen staan natuurlijk ook op verlies. Zij lijken de beste buffer te bieden. Het slechtst presterende fonds gleed 23,85 % achteruit. Het beste beperkte de schade tot – 9,06 %.

10. Regio’s: VS boven, Europa onder.

We hebben slechts 2 aandelenfondsen die voluit in VS-bedrijven investeren. Het ene staat op – 7,44 %, het andere op -15,21 %.

24 fondsen zetten in op Europa. De Large Caps-fondsen scoren gemiddeld (tussen – 12,62 % en – 28,30 %). De uitersten zitten bij de Mid Caps of flexibele fondsen (- 9,24 % tot – 33 %).

VS-fondsen deden het in de opgaande markt ook beter dan Euro-fondsen. Of dit blijft gelden in afkalvende markten is niet definitief bewezen. De bronnen voor de cijfers voor VS-fondsen zijn schaars. Mogelijk speelt ook de gevatte reactie van de FED en het feit dat het Coronavirus eerst in Europa toesloeg en pas nu ten volle in de VS ontploft ook nog een rol in de cijfers. Als dit zo is, zullen de verschillen nog uitgevlakt worden.

Zijn die lessen nuttig?

Lessen trekken uit onvoorziene omstandigheden? Dit is nuttig om in de toekomst niet dezelfde fouten te maken.

Maar de toekomst is niet noodzakelijkerwijs een herhaling van het verleden. De huidige crisis is niet te vergelijken met de financiële crisis van 2007-2009, of de dotcom-crisis rond het millenium. De ene zwarte zwaan is niet de andere zwarte zwaan.

Misschien is het wel tijd voor de overheden om ook eens de al te stringente houding rond beleggingsprofielen onder de loupe te nemen? Sommige van onze vaststellingen (5, 6, 7, 8, 10) lijken toch een beetje haaks te staan op wat de klassieke voorzichtigheidsleer ons voorhoudt.

De effecten van de Coronacrisis op de keuzes in je later  beleggingsbeleid kunnen derhalve beter verder uitgezocht worden. Laat dit een aanzet zijn. Economen en financiële specialisten zullen dit ongetwijfeld gaan doen. En mogelijk spreken hun resultaten mij op diverse vlakken tegen.

De samenhang die ik hierboven uit de cijfers haal spreken voor zich. Maar het is algemeen geweten dat een correlatie nog geen causaliteit is.

Categorieën
home

Duurzame kopzorgen rond plastics.

Plastic, het materiaal van de toekomst.

Er was een tijd dat plastiek gezien werd als het product van de toekomst.

  • In de film The Graduate krijgt Dustin Hoffman de raad om er zijn toekomst op te bouwen. Google maar eens naar ‘one word: plastics’.
  • Ook de eega van John Lennon (of de oorzaak van de split van The Beatles zo je wil) wou zich als progressief profileren door haar muzikanten de groeperen onder de naam Plastic Ono Band
  • zelfs in de undergroundcultuur van het voormalige Oostblok was plastiek een verwijzing naar iets vooruitstrevend. De Praagse rockgroep The Plastic People of the Universe had verschillende aanvaringen met het Tsjechische regime.

Maar de euforie en zweem van progressiviteit die rond plastiek hing, is geleidelijk omgeslagen naar bezorgdheid. Plastiek verloor haar glans en werd meer en meer gezien als synoniem van kunstmatigheid. Dit was al zo toen in 1967 The Mothers of Invention (Frank Zappa) hun album Absolutely Free openden met de track “Plastic People” een aanklacht tegen conformisme en materialisme. In volle punkperiode werd Plastic Bertrand gewoon als stand-in gebruikt door Lou Deprijck om diens nummer “ça plane pour moi” de hitlijsten in te schreeuwen. Hiermee aanduidend dat betrokkene perfect vervangbaar én voor eenmalig gebruik bedoeld was. Hoewel deze eerste dit toch anders begrepen had. Onder meer op de verkeerde voet gezet door de songtitel die te vertalen is als “Alles zit me mee“.

“Drastic Plastic” was ook de titel van de laatste plaat van prog-rockers Bebop Deluxe (1977) .

Plastic, langzaam maar pijnlijk ontwaken.

Het beeld dat we van plastiek hebben is ondertussen drastisch bijgesteld. Van veelbelovend, luxueus én swingend werd het een gemakzuchtig verpakkingsmateriaal dat vaak overvloedig én nodeloos gebruikt werd. Om daarna achteloos weggegooid te worden.

Geleidelijk kwamen we er achter dat sommige plastieksoorten kankerverwekkend zijn én dat het moeilijk vergaat. Het blijft jaren in ons milieu rondslingeren en tast daar onder meer de gezondheid van dieren aan. Afgebroken in microformaat sijpelt het als microplastics door in onze voeding en laat zo ook sporen na in onze lichamen.

De alarmerende berichten over de aangroeiende Plasticsoep in onze oceanen, die gedurende lange tijd haar vervuilende en giftig werking heeft, roepen de laatste jaren meer en meer weerstand op.

Maatregelen dringen zich op.

Bedrijven en winkels worden opgeroepen (soms verplicht via overheden) om het gebruik van plasticzakjes te beperken. Op die manier zijn de gratis zakjes uit de warenhuizen verdwenen. Vlaanderen loopt qua wetgeving alvast niet voorop. Initiatieven om zelf linnen zakjes te gebruiken om je boodschappen te doen, om zelf je verpakking mee te brengen naar de winkel, … scherpen het bewustzijn wel wat aan.

Maar plastiek is zo doordrongen in onze maatschappij dat het een hopeloze strijd lijkt om als consument tegen dit plastic in te gaan. Het zit volop aan de binnenkant van je auto, in je speelgoed (poppen en lego), in snoepverpakkingen, water- en frisdrankflessen,… .

Een groot gedeelte van het plastic kan gerecycled worden (in België via o.m. PMD-inzameling), maar wereldwijd is dat een druppel op een hete plaat. Toch zijn er politieke initiatieven die eenmalige gebruik willen bannen en recyclage willen aanzwengelen. Zo neemt Europa het voortouw en wil dit tegen 2050 dat 90 % van het plastic terug ingezameld wordt.

Spectaculairder is natuurlijk de poging van een jonge activist Boyan Slat, die met The OceanCleanUp erg ambitieus is. En ook op veel sympathie kan rekenen.

Een recent ESG-thema voor promotors van duurzaamheid …

De plastic-problematiek komt ook steeds meer bovendrijven (sic) bij duurzame beleggers. De laatste jaren domineerde daar de klimaatwijziging én het noodzakelijk afscheid van het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar “plastic” lijkt aan een grote inhaalbeweging bezig. Het thema wordt meer en meer naar voor geschoven in allerlei lijstjes van belangrijke opkomende ESG-thema’s.

  • Zo vond je het bovenaan het lijstje van 5 ESG-Trends om voor 2019 in het oog te houden dat MSCI publiceerde. Plastiekafval wordt er gezien als de andere handelsoorlog . Verschillende afval exporterende landen zijn in 2018 tegen weigeringen van ontvangende landen aangelopen. China speelde hierin de rol van pionier. Bedrijven, maar ook beleggers zullen genoodzaakt zijn om rekening te houden met die nieuwe realiteit. Omdat het niet evident is om nog nieuwe ontvangende landen te vinden, zullen uitvoerende landen wellicht regelgeving rond afvalbeperking ernstig beginnen nemen. Dit zal niet langer een marketingprioriteit zijn, maar echt een zakelijke uitdaging.
  • Binnen PRI (Principles for Responsible Investment) werd in 2018 een Plastic Investor Working Group opgericht. Deze 29 leden tellende werkgroep wil kennis én begrip rond plastics vanuit een globaal – en holistisch perspectief ontwikkelen. En nagaan hoe dit past binnen het breder  concept van circulaire economie
  • Bij Sustainalytics, een duurzaamheidsscreener, kan je een rapport downloaden of naar een podcast luisteren met als thema “Blue Investing: Searching for solutions to ocean plastics.” Ze identificeerden 8 bedrijven die bijdragen aan oplossingen voor de plastic-vervuiling. Ze zien onder de waterlijn talrijke kansen voor beleggers liggen.

… een wingewest voor beleggers …

Op plastic en de verschuiving in gebruik ervan ( volgens het reduce-, reuse- en recycleprincipe) wordt ook al ingespeeld door investeerders en beleggers.

  • In The Plastic Issue erkende PAI Partners, origineel een Paribas-onderneming gefocust op private equity-investeringen binnen Europa, de opportuniteit van investeren in plastics. Het heeft daarbij grote aandacht voor stimuleren van hergebruik. Iets wat nu bij slechts 7 % van de plastics gebeurd. En door de beperkte schaal waarop het gebeurt momenteel nog 20 à 30 % duurder is dan de productie van nieuwe plastics. Regelgeving die dit stuurt kan natuurlijk het aanbod groter maken, waardoor de prijzen automatisch zullen dalen.
  • Bij AMP Capital vinden we in hun artikel Top 10 ESG Issues for 2019 op nummer 7 The War on Plastic vermeld. De redacteur komt uit Australië, waar ze het probleem aan den lijve ondervonden door de hogervermelde terugzending van hun afval door China.  Ze stipt aan dat volgens een VN Milieurapport uit 2017 er bij ongewijzigd beleid er in 2050 meer plastiek dan vis in de zee zal zitten. Ook daar verwachten ze beleidskeuzes die het eenmalig gebruik van plastiek voor zowel bedrijven als consument duurder zullen maken.
  • ESGClarity.com is een redactioneel geleide website voor fondsenbeleggers, die rekening willen houden met ESG in hun overwegingen. Ook daar verwachten ze dat de politiek strenger zal worden tegen plasticvervuiling en haar toxische impact. En ziet men beleggingsopportuniteiten.

… maar bezorgdheid nog niet prominent aanwezig bij duurzame beleggingsfondsen.

Op vandaag zien we amper dat beleggingsfondsen specifiek rapporteren over hun insteek mbt. de plasticproblematiek. Misschien komt dit nog als het thema verder aan gewicht wint (of de zoekmotoren van Google en consoorten dit beter oppikken).

Plastic, een nieuwe ijsberg waarvan we stilaan de diepgang beginnen beseffen.

Als resultaat van een vergadering over SDG (duurzame ontwikkelingsdoelen – Sustainable Development Goals) op 14 in juli 2017 nam de VN (lees: de wereld) de resolutie “Our Ocean, our future: call for action” aan. Alle landen verbonden zich er toe zich meer in te spannen om vervuiling van oceanen tegen te gaan. Concreet kwam de focus vooral op bestrijden van eenmalig (verpakkings)plastic te liggen.

De strijd tegen plastics is niet expliciet opgenomen in 1 van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Maar volgens de Plastic Soup Foundation is de strijd tegen plasticvervuiling toe te wijzen aan verschillende van die duurzaamheidsdoelen. Ze zien immers banden met SDG 3 (gezondheid en welzijn), SDG 6 (schoon drinkwater en sanitair), SDG 11 (duurzame steden en gemeenschappen), SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie), SDG 13 (klimaatactie), SDG 14 (leven in het water) én SDG 15 (leven op het land).

Het is dan ook te verwachten dat banken en beleggingsfondsen die de SDG’s als checklijst voor hun duurzaamheidsinsteek zien, de strijd tegen plasticvervuiling meer en meer in hun beleggingsbeleid zullen opnemen.

 

 

 

Categorieën
home

Carmignac omarmt duurzaam beleggen.

 

duurzaam is meer dan een groen kleurtje

Een tanker keert niet zo vlot als een speedbootje. Als een beleggingsreus als Carmignac, zijn beleid wijzigt, dan duurt dit een tijdje.

Carmignac is in 1989 opgericht en is inmiddels uitgegroeid tot 1 van de belangrijkste Europese aanbieders van vermogensbeheerdiensten. In 2012 ondertekenden ze de VN Beginselen van Verantwoord Investeren.

Maar tot vrij recent hebben ze zich niet als duurzame beleggers geprofileerd.

Via Google Search  merken we dat ze sinds het 2e kwartaal van 2017 deze eigenschap wel beginnen uitspelen. Per 08/08/2017 op hun algemene website , per 18/08/2017 op hun Duitse website, per 04/09/2017 op hun Franse website .

En … deze week was maatschappelijk verantwoord beleggen ook 1 van de thema’s op hun investeringsseminarie in België.

Categorieën
home

De eigen portefeuille in oktober 2016

 

Het uitzicht en de samenstelling van onze portefeuille is gewijzigd in vergelijking met vorige maand. We hebben 2 fondsen verkocht én het beschikbare geld in 2 fondsen gestopt die we reeds in portefeuille hadden. In een aparte bijdrage van midden oktober hebben we uitgelegd waarom we dit deden.

Veel veranderingen? Creepy of het nieuwe normaal?
Veel veranderingen? Creepy of het nieuwe normaal?

Vandaag hebben we de naam van enkele fondsen gewijzigd. 2 ervan begonnen vroeger met de naam Petercam. Maar Petercam fusioneerde met Bank Degroof en om die reden werden de namen van de fondsen van beider instellingen aangepast aan de nieuwe entititeit. Tot slot is ook de naam van het nog in portefeuille zijnde fonds van La Française aangepast. De gebruikte ISIN-code was wel correct, maar de fondsnaam, die ik was blijven gebruiken was al een tijdje uit de running.

Het rendement van onze eigen portefeuille sinds het jaarbegin dook terug onder 0. Ze bedraagt nu -0,345 %.  Het leek er in het begin van de maand op dat de rendementen hun weg naar boven teruggevonden hadden. Echter