Categorieën
home

De frisse wind bij Athora Belgium verdient een beetje tegenwind

Ons blogartikel van 20/12/2019 (over de stand van het duurzaam beleggingsaanbod bij Belgische verzekeraars) veroudert slecht. Dit is een goede zaak, want dit impliceert dat er 1 en ander aan het bewegen is. Vorige maand konden we eindelijk schrijven dat Allianz ook een duurzaam aanbod had voor de particuliere belegger. Deze maand hebben we het over een andere verzekeraar: 3 extra ESG fondsen en 3 bedenkingen bij Athora Belgium.

Duurzame fondsen goed vertegenwoordigd in hun aanbod.

Deze jonge verzekeraar, welke de portefeuille leven van het vroegere Generali Belgium overnam, gaat verder op de reeds door zijn voorganger ingeslagen weg. Het aanbod beleggingsfondsen stijgt stelselmatig. Meer nog, de verzekeraar lijkt zich bewust van de gestegen vraag naar ESG-conforme fondsen. De meest recente wijziging van het aanbod dateert van 12/06/2020. Er werden 4 nieuwe fondsen bij het aanbod gevoegd. 3 ervan scoren goed in de Morningstar-beoordeling rond duurzame fondsen.

3 extra ESG Fondsen en 3 bedenkingen bij Athora Belgium
Athora plaveit verder aan haar duurzaam fondsenaanbod

Zo behoort nu ook het MFP Raphael’s Ethical Choise Fund (5 globes, het maximum bij Morningstar),  het DNCA Invest Beyond Semperosa (4 globes- opgepast: het eigenlijke aanbod via Athora is Semperosa A en niet N. We linken naar N omdat van A geen gegevens op Morningstar bekend zijn-) en het Pictet-Global Megatrend Selection fonds (4 globes) tot de keuzemogelijkheid voor wie zijn Tak 23-belegging via Athora Belgium wenst te laten verlopen.

Omdat Athora toelaat om ook met relatief kleine kapitalen periodiek te beleggen, is het voor de beginnende belegger een interessante speler. Zeker voor wie extra-financiële criteria (zoals aandacht voor ESG) belangrijk vindt in de besteding van zijn spaargeld. Athora hijst zich daarmee m.i op het niveau van NN Belgium. Een andere verzekeraar, die al enkele jaren voor de duurzame belegger een vrij ruim aanbod commercialiseert.

Een voorbeeld voor de voorzichtige belegger.

Voor € 150 / maand (+ kosten) kan men een duurzame belegging opbouwen met 4 fondsen:

  1. Athora N1 Stable Return (4 globes)
  2. Athora Universal Invest Low  (4 globes)
  3. Athora FFF Global Flexible Sustainable (5 globes)
  4. Athora Echiquier Arty (5 globes)

Via deze link kan je hopelijk (op moment van publicatie ontbreken nog te gegevens van de nieuw aangeboden fondsen) van al de vermelde fondsen de basisinformatie terugvinden.

Een voorbeeld voor de evenwichtige belegger.

Voor € 150 / maand (+ kosten) kan men een duurzame belegging opbouwen met 4 fondsen:

  1. Athora World Opportunities (4 globes)
  2. Athora Universal Invest Medium (4 globes)
  3. Athora Ethna Dynamisch (4 globes)
  4. Athora Echiquier Arty (5 globes)

Een voorbeeld voor de dynamische belegger.

Voor € 150 / maand (+ kosten) kan men een duurzame belegging opbouwen met 4 fondsen:

  1. Athora M&G Global Listed Infrastructure (5 globes)
  2. Athora Universal Invest High (5 globes)
  3. Athora Nordea 1- Gl. Climate & Environment (5 globes)
  4. Athora MFP Ethical Choice Fund (5 globes)

Let wel de fondsen zijn hier geselecteerd op basis van hun door Morningstar toegekende duurzaamheidsrating gematcht met het beleggingsprofiel. Niet elk van de voormelde fondsen behaalde een stabiel en goed rendement in de voorbije jaren.

Toch is het niet allemaal koek en ei.

3 extra ESG fondsen OK, maar ook plaats voor 3 bedenkingen bij het aanbod van Athora Belgium.

Fondsen met hoog risicogehalte ontbreken.

In het aanbod van Athora is het momenteel drummen bij de SRI-indicator 3 & 4. Geen enkele fonds uit het aanbod heeft SRI-niveau 5, 6 of 7. Nu verzaak je aan je taak als verzekeraar (zekerheid bieden) als je klanten in superhoge risico’s jaagt. Dus is het logisch dat je wegblijft uit SRI-klasse 6 & 7. Maar omdat het drummen is in klasse 4  en beleggen nu eenmaal toch met een zekere graad van risico samenvalt, is het ons een raadsel waarom tot heden SRI-klasse 5 geen plaats krijgt in het aanbod. De echt dynamisch ingestelde belegger (OK, eerder een uitzondering onder de klanten, mede door de wijze waarop de beleggingsprofielen tot stand komen) blijft hier toch ietwat op zijn honger zitten.

Let wel: in het aanbod van NN Belgium doet zich juist hetzelfde voor.

Voor de techneuten: SRI staat voor Summary Risk Indicator en vervangt geleidelijk het vroeger systeem dat SRRI (Synthetic Risk & Reward Indicator) genaamd werd. SRRI wordt vooralsnog door banken gebruikt. SRI wordt door de verzekeringssector (PRIIP’s reglementering) gebruikt. SRI berekent zowel het kredietrisico van een belegging als het marktrisico. De schaal van 1 tot 7 is voor beide producten niet meer met elkaar te vergelijken. Omdat de meeste verzekeringsfondsen in België afsplitsingen zijn van een bancair moederfonds en verzekeraars in Luxemburg het moederfonds zelf in hun verzekeringsstructuur integreren, linken we in onze pagina mbt. de fondsen waar u via Ethisch Belegging kan op intekenen nog steeds met het KIID-formulier. En daar ziet u steeds de SRRI-classificatie vermeld.

RISICOKLASSESRRI -fondsen bank- SRI -fondsen vezekeraar -
Risicoklasse 1: de standaardafwijking (*) ligt tussen:0 % & 0,5 %0 % & 0,5 %
Risicoklasse 2: de standaardafwijking ligt tussen 0,5 % & 2 %0,5 % & 5 %
Risicoklasse 3: de standaardafwijking ligt tussen 2 % & 5 %5 % & 12 %
Risicoklasse 4: de standaardafwijking ligt tussen 5 % & 10 %12 % & 20 %
Risicoklasse 5: de standaardafwijking ligt tussen10 % & 15 %20 % & 30 %
Risicoklasse 6: de standaardafwijking ligt tussen 15 % en 25 %30 % & 80 %
Risicoklasse 7: de standaardafwijking is groter dan 25 %80 %

(*) maatstaf voor spreiding rondom een gemiddelde.

Niet iedereen lust een jong blaadje.
3 extra ESG Fondsen en 3 bedenkingen bij Athora Belgium
Bij wie zet je je eerste stappen als je gaat beleggen? Hoe belangrijk is een ervaren leermeester?

Athora heeft de neiging om in haar nieuw aanbod relatief jonge fondsen op te nemen. Het voordeel daarvan is dat deze niet beladen zijn met de beleggingszonden van hun oude soortgenoten. Maar van een pasgeborene is het nog niet duidelijk of die op het rechte pad blijft en bijv. een goed rendement zal neerzetten. Bij fondsen met een verleden is dit verleden ook geen garantie dat ze in de toekomst blijvend goed blijven doen. Echter  wie in het verleden een goed en rendabel parcours aflegde zal wellicht bij een rationele belegger een voetje voor hebben.

In wiens taxi zou jij instappen als je kon kiezen? In 1 waarvan de fris en jonge chauffeur pas recent zijn definitief rijbewijs verworven heeft? Of verkies je die waarvan de bestuurder al 10 keer rond de aarde reed en dit zonder blutsen?

Erg jonge fondsen uit het Athora-aanbod zijn:

  1. Athora M&G Dynamic Allocation (° moederfonds: 16/01/2018)
  2. Athora FFF Global Flexible Sustainable (° moederfonds: 09/03/2018)
  3. Athora M& G Global Listed Infrastructure (° moederfonds: 05/10/2017)
  4. Athora MFP Ethical Choice Fund (° moederfonds: 05/07/2019)
  5. Athora DNCA Invest Beyond Semperosa A (° moederfonds: 17/12/2018)

Sommige van deze fondsen kunnen een afsplitsing zijn van vroeger bestaande fondsen, maar dit maakt het opzoeken van rendementen er niet eenvoudiger op. Terwijl je van een aanbieder, die zich richt op een eenvoudige particulier, toch transparantie en niet bijkomende obstakels verwacht.

Ter nuancering: Dat een fonds jong is, betekent niet noodzakelijk dat de fondsenbeheerders over weinig ervaring beschikken.

Een uitzonderlijk hoge kostenstructuur? (versie 13/06/2020)

Van transparantie gesproken. Bij de voorstelling van het nieuwe fonds Ahtora MFP Ethical Choice Fund, werd vertelt dat dit een verderzetting na verzelfstandiging was van een intern fonds dat vroeger bij verzekeraar One Life onderdak had. De vroegere versie van dit fonds was een soort Fund of Funds. Bij consultatie van het moederfonds op Morningstar blijkt dat de belangrijkste participaties nu individuele bedrijfsaandelen zijn. Tevens werd vertelt dat het fonds een echt convictiefonds is (beheerders selecteren erg grondig, waarna ze zo overtuigd zijn van hun keuze dat ze er daarna lang aan vasthouden). Nochtans blijkt dat als lopende kostenfactor het hoge 3,38 % vermeld staat. Vreemd voor een fonds waar weinig verrichtingen in gebeuren.

  • Ofwel is het een lapsus van Morningstar en hanteert men op hun website nog de kosten van het vroegere interne fonds. Dergelijke hoge kosten zijn immers typisch voor Funds of Funds, die kosten bovenop kosten stapelen.
  • Ofwel is het een rip-off van de beleggers door de fondsbeheerders.
    3 extra ESG Fondsen en 3 bedenkingen bij Athora Belgium
    de klant pluimen met de kostenstructuur?

    Een dergelijke hoge kostenstructuur is met onderscheiding de hoogste uit de lijst van meer dan 100 fondsen die ik opvolg. In voorkomend geval lijkt het er dan ook op dat de beheerders duurzaamheid willen verkopen aan een overdreven meerprijs. De tijd dat extra-financiële criteria automatisch impliceerde dat er door de klant ook extra moest betaald worden ligt door de toegenomen concurrentie op de markt al een tijdje achter onze rug.

We vinden in de documentatie waarover we beschikken geen duidelijkheid hierover. De eerlijkheid gebiedt ons dan ook te zeggen dat we niet weten aan welke van de 2 verklaringen we geloof moeten hechten.

Een redelijke kostenstructuur (versie 08/09/2020)

We konden onze bezorgdheid hierboven voorleggen aan de fondsbeheerders. En die hebben ons een logische verklaring & goed nieuws gegeven.

Kort samengevat:

  • Bij opstart van een fonds moet men een schatting maken van de lopende kosten. Sommige kosten blijven gelijk of je nu een groot of een klein fonds beheert. Andere kosten zijn semi-variabel: een minimumkost en daarbovenop een variabele kost  in functie van de kapitalen. Bij de opstart had het fonds MFP Raphael’s Ethical Choice Fund zo’n € 3.000.000 in beheer.
  • Inmiddels is het fonds gegroeid (meer dan verdubbeld) en werd in juli een nieuwe KIID uitgebracht. Daar staat nu 2,81 % vermeld. Ook dit is een overschatting. Volgens de fondsbeheerders zitten ze momenteel eerder aan 2,5 % In januari 2021 zal er opnieuw een nieuwe KIID opgesteld worden. Zodra het fonds € 15.000.000 in beheer heeft verwacht men dat de lopende kost naar +/- 2 % kunnen evolueren.
  •  Kortom: volgens de fondsbeheerders is de hoge kostenfactor  blijkbaar alleen een obstakel ten gevolge van de opstart van een nieuw fonds.  Het fonds krijgt door de gedaalde kosten op onze objectiveringsscore dan ook een extra 0,5 punt.
Categorieën
home

Hoe duurzaam is het beleggingsaanbod van de institutionele investeerder bij NewB?

 

Ethisch en duurzaam! Dat wil NewB zijn. Is zijn belangrijkste institutionele investeerder ( C-aandeelhouder) dit al? Hoe duurzaam is bijvoorbeeld het beleggingsaanbod bij Monceau Assurances?

Als kritisch sympathisant van NewB, probeer ik de kerk in het midden te houden. Enerzijds wil je dat de bankwereld verduurzaamt en wens je een nieuwe speler daarin dat hij zijn zelf opgelegde rol kan waarmaken. Anderzijds weet je dat al veel (jonge) mensen achter vlaggen gelopen hebben, waarvan ze later -na ontnuchtering- het gevoel kregen “hoe kon ik ooit zo dom en naïef zijn?”.

Monceau Générale Assurances: financier van fossiele brandstoffen?

Dat betekent dat je opinies leest die beide kanten van het spectrum (pro & contra) beslaan.  Zo kwam ik ten tijde van de fondsenwervringscampagne van NewB op de LinkedInpagina van Xavier Corman een persoonlijk pleidooi tegen om niet te investeren in NewB. Het was een kort artikel, waar niet veel nieuws in stond. Als betrokkene in de FINTECH is hij vooral kritisch (gedeeltelijk op basis van foutieve gegevens) over het technisch bankmodel dat achter NewB schuilgaat.

In de vele reacties op zijn stelling, viel me vooral de opmerking van Thierry Huart-Eeckhoudt op. Betrokkene is momenteel ondernemer, maar heeft in zijn verleden bewezen dat hij naar de kern gaat en controverse niet schuwt. Zo infilteerde hij voor zijn thesis als politiek wetenschapper bij het Front National. In vertaling luidde zijn commentaar:

“Zeer goed! Super initiatief/idee! Maar de uitvoering laat te wensen over. Ik begreep door een internetsearch dat Monceau nog erg veel investeert in fossiele brandstoffen. (bold door redactie Ethisch Beleggen) Niet tof voor een steunpilaar van NewB.”

Wat is daar van aan?

Als dit waar is, dan lijkt dit nogal pijnlijk voor NewB en enkele van haar stichtende leden. Zo ageert FairFin al jaren tegen banken die investeren in de fossiele industrie. En vraagt ze bankklanten om hun gelden daar weg te trekken. Is 1 van de sterkhouders van NewB, Monceau Assurance effectief in hetzelfde bedje ziek? En moet FairFin daarom straks ook oproepen tot Move Your Money out of NewB?

Ik heb geen toegang tot de volledige investeringsportefeuille van Monceau Assurances en al haar structuren. duurzaam belegggingsaanbod bij Monceau

Wel kon ik op de site van Monceau een lijst vinden van hun fondsen voor sparen en beleggen. Deze worden ook verdeeld door de onderlinge verzekeraar CAPMA-CAPMI.

Ik controleerde daarna wat Morningstar over die fondsen te vertellen had. Is het beleggingsaanbod bij Monceau Assurances duurzaam of ethisch?

Oordeel

Niet gekend.

Van enkele fondsen vind ik via Morningstar geen gegevens terug:

  •  F2 – Fonds Sicav Actions
  •  Monceau Investissements Immobiliers
  •  Monceau Prudence
  •  Monceau Sélection France Europe, (Isincode: FR0007016720)
Gekend maar duurzaamheid niet beoordeeld.

Dat de eerste 4 fondsen geen beoordeling kregen is niet abnormaal. Ze beleggen voornamelijk in (overheids)obligaties. Een gelijksoortig Triodosfonds (Triodos Euro Bond Impact Fund) wordt door Morningstar eveneens gevolgd, zonder dat dit een waardering op vlak van de duurzaamheidsparameter oplevert.

Het laatste fonds, is iets meer dan een jaar geleden in de markt gezet, waardoor het bij Morningstar nog geen scoring krijgt. Op basis an de naamgeving zou je mogen verwachten dat het met de insteek van dit fonds goed zit. Op basis van een recent rapport van het fonds zie je echter dat naast Enel en Total (zie ook verder) ook BP tot de 10 belangrijkste participaties behoort. Bien étonnnés de se trouver ensemble. 

Gekend en beoordeeld.
5 sterren, maar…

Het gemengd fonds Monceau Patrimoine,  FR0010515940, haalt bij Morningstar de hoogste score op vlak van duurzaamheid. Op een schaal van 100 gelijksoortige fondsen staat dit fonds vooraan op plaats 3. De aandacht voor de sociale kant (S) is hoog en voor de bestuurskant (G) is die bovengemiddeld. Die voor de milieukant (E) is eerder gemiddeld.

Voor veel Belgen zal het vreemd lijken dat 1 van de belangrijkste participaties van het fonds Alstom SA is. Een bedrijf dat toch nauwe banden heeft met kernenergie. Zo wordt het nog vermeld op de promosite Nucleair Forum. Fransen kijken gemiddeld anders naar kernenergie dan de meeste NewB-adepten.

Naast Alstom is een andere belangrijke participatie momenteel  Snam S.pa, de eigenaar van het Italiaans gastransportnetwerk (vergelijk met Fluxys in België). Dus ook hier nog investering in fossiele brandstoffen.

De blootstelling van dit fonds aan CO2 kon door Morningstar niet berekend worden (*).

MIDDELMAAT.

Het aandelenfonds Monceau Europe Dynamique, FR0007070636, krijgt een gemiddelde score op vlak van duurzaamheid: 3 globes en een 61e plaats op 100 in vergelijking met gelijkaardige fondsen. Het scoort zowel op milieu-, sociaal-  als bestuurskant gemiddeld. Terwijl enkele maanden geleden (12/2019) aan dit fonds nog het Low Carbonlabel toegekend was, is de blootstelling aan CO2 is momenteel niet te berekenen. Dit kan wijzen op een verslechtering in het investeringsbeleid.

Het fonds lijkt momenteel vooral een fund of funds (FOF) te zijn aan de belangrijkste participaties te zien. Maar bij de participaties uit de onderliggende fondsen vallen niet dadelijk opvallende conclusies te trekken.

FOEI.
duurzaam beleggingsaanbod bij Monceau Assurances
Heeft de institutionele investeerder in NewB ook dezelfde intentie? Dan is er nog werk aan de winkel.

Het aandelenfonds Monceau Sélection Internationale, FR0007016712, bakt het wel flink bruiner. Met 2 globes en een 77e plaats op 100 bij vergelijkbare fondsen, scoort het zwak op de sociale- , de bestuurskant en  de milieukant van ESG.

De CO2-blootstelling is niet bekend.

Momenteel is een kleine 10 % van het fonds belegd in FDC Ressources Naturelles, dat onder meer in mijnbouw & ontginning investeert. Ongeveer net zoveel steekt in FDC Transatlantique F, waar oliebedrijven als Total en Chevron tot de topposities van de  portefeuille behoren. Van Total kan men nog denken dat dit bedrijf de afslag naar hernieuwbare energie aan het nemen is. Je vindt dit bedrijf ook vertegenwoordigd in sommige andere duurzame fondsen. Maar bij Chevron is dit alvast veel minder uitgesproken.

Conclusie

Monceau Générale Assurance blijkt  in dit opzicht gewoon een verzekeraar van 13 in een dossier. Weliswaar een onderlinge verzekeraar. Een verzekeraar die echter nog een ganse weg af te leggen heeft om echt duurzaam te zijn.

Maar misschien zijn ze –excuseer de beeldspraak– als een grote tanker wel bezig hun bocht te maken?

Was de investering in NewB voor hen een economische opportuniteit om de Belgische markt te betreden of eerder een gerichte keuze in het kader van het verduurzamen van hun beleid? Persoonlijk denk ik dit eerste. En dit om 2 redenen:

  • Inmiddels is Monceau ook in zee gegaan met het veel uitgebreidere verzekeringsplatform Aedes, verzekeringsagent voor Monceau (zie onderaan homepagina Aedes. (Een kruisbestuiving tussen beiden is onder meer de fietsverzekering die NewB commercialiseert. Zie pagina 11 van de algemene voorwaarden).
  • En nergens heeft Monceau Assurance in hun publiciteit van de voorbije jaren laten blijken dat NewB een speerpunt in hun werking zal zijn.

Jammer, maar de bewering van Thierry Huart-Eeckhoudt lijkt -op basis van wat ik kon achterhalen- op zijn zachtst gesteld niet helemaal verkeerd.

—————————————————————————————-

(*) Dit gebeurt standaard door een Carbon Risk Score toe te kennen. Deze toekenning kan echter alleen als minstens 2/3 van de onderlinge posities in het fonds kunnen beoordeeld worden door het screeningsorgaan Sustainalytics. Wat hier niet het geval blijkt te zijn.

Categorieën
home

Is “groen beleggen” een dreigende zeepbel?

Dreft gaat 2 x langer mee. Het is een uitstekend groen product om iets wat vuil en vies is wit te wassen. Dit is algemeen gekend. Het is een Is groen beleggen een zeepbel?product met een smetteloze reputatie.

Je kan er ook prachtige bellen mee blazen. Zeepbellen, een voor kinderen fascinerend speels op de wind meegedragen niemendalletje. Transparant, tot het uit elkaar spat en er niets van overblijft. Is ook groen beleggen een zeepbel?

Spat groen beleggen straks met een knal uit elkaar?

Is “groen beleggen” niet iets gelijkaardigs? Attractief voor mensen die het kind in zichzelf koesteren, maar uiteindelijk niets meer dan een zeepbel,  die straks gewoon uit elkaar spat?

In Nederland verscheen bij “Elsevier Weekblad” op 08/01/2020 alvast een artikel die daarvoor waarschuwde. Sinds een goede 2 jaar is dit de nieuwe naam van wat vroeger gewoon “Elsevier” heette. Volgens Wikipedia gaat het over een Nederlands opinieblad van conservatief-liberale signatuur. De auteur, Marijn Jongsma, vergelijkt de markt voor “groene beleggingen” met de internetzeepbel aan het eind van vorige eeuw. Zijn artikel vindt u hier .

We kunnen de hoek van waaruit een opiniestuk geschreven wordt gebruiken om auteur en inhoud te framen en ze daarmee ‘onschadelijk’ te maken. Maar dit is meestal slechts een gemakkelijkheidsoplossing om de eigen overtuigingen niet in vraag te moeten stellen.

De titel “Kijk uit met “groen beleggen”. Een zeepbel dreigt” lijkt ons redelijk correct.

Niemand vraagt om “klakkeloos groen te beleggen”.

Net zoal autorijden tal van voordelen heeft, blijft wie met de wagen rijdt beter aandachtig het verkeer volgen. Met een wagen kan je een ongeval veroorzaken. Een belegging kan ook verkeerd aflopen.

En net zoals wanneer iedereen met de wagen op hetzelfde ogenblijk dezelfde kant uitrijdt er filevorming zal zijn – dus eerder stilstand dan vooruitgang- , kan er bij overmatig duwen in de richting van duurzaam beleggen een implosie komen.

  • In klassieke economische termen lijdt een overbevraging tot een prijsstijging. Dus in eerste instantie ziet het er goed uit voor wie duurzame beleggingen aanbiedt (en voor we ze tijdig koopt).
  • Maar door hebzucht bij aanbod- en vraagzijde, kunnen er toch ongelukken van komen. Aanbieders die zichzelf en hun producten als ‘groen’ verkopen, terwijl ze het niet zijn (greenwashing). Of veel belovende duurzame bedrijven, start-ups, … die uiteindelijk de verwachting die ze scheppen niet kunnen waarmaken.

Parallellen met de internetzeepbel eind 20e eeuw.

Is groen beleggen een zeepbel?En dan zijn er inderdaad parallellen met de internethype van 20 jaar geleden. World Online in Nederland, Lernout & Hauspie in België, bijvb. leken beiden gedoodverfde winnaars bij de opstart van het internettijdperk. In diezelfde periode kon een vis met een hoed op bij beleggers grote kapitalen ophalen met ambitieuze bedrijfsplannen voor online-activiteiten. Zelf zonder dat ze al iets in de reële wereld bewezen hadden en zonder kennis of onderzoek of die wereld wel op hun producten aan het wachten was. “Get large or get lost” was een tijdje het devies: grote schulden maken om naambekendheid te creëren was belangrijker dan omzet genereren. De klant zou wel volgen en vertrouwen geven aan wie de markt bezette.

De Nederlandse financiële toezichthouder AFM, vond het in haar Trendzicht 2020 alvast belangrijk genoeg om hier ook op te wijzen. Als 1 van de trends stipt ze de overgang naar een duurzame economie en samenleving aan (p. 18-21).

De risico’s die met duurzaam beleggen gepaard gaan, waaronder
greenwashing en misbruik, vragen aandacht van het toezicht. Er zijn zorgen over een ‘groene bubbel’, omdat de vraag naar duurzame projecten het aanbod overtreft. Ondernemingen kunnen dan in de verleiding komen om te greenwashen; projecten als duurzaam presenteren terwijl dat niet het geval is.

Auteur lijkt onbekend met de pas uitgevaardigde taxonomie.

Nu is het wel zo dat regelgevers aan greenwashing aandacht besteden. Zo wordt er binnen Europa een taxonomie uitgewerkt, die moet aangeven wat nu wel  een “groene belegging” is en wat niet. Het raamwerk is daarvoor gecreëerd. De “naming & shaming” komen er pas binnen enkele maanden. De auteur van het artikel lijkt niet bekend met deze recente situatie. Hij schrijft dat ‘groene bedrijfsinformatie’ nog in de kinderschoenen staat. Dat er geen duidelijke standaard is en dat bedrijven niet verplicht zijn om te rapporteren. Dat klopt dus vandaag wel nog, maar niet voor lang meer.

Binnen het kader van de Europese Green Deal zullen institutionele beleggers (als pensioensfondsen), maar ook particuliere beleggers gepushd worden om hun bijdrage te leveren aan o.m. de bestrijding van de klimaatverandering. Daarvoor moet veel geld gemobiliseerd worden. Geld dat nu vaak nog aan vervuilende industrieen toekomt. Er zal dus een transitie op gang moeten komen, waarbij ook vermogensbeheerders hun knop zullen moeten omdraaien en verbeterde investeringsmodellen moeten uitwerken. De kans dat daar af en toe eens een mismatch tussen zit is zeker reëel. Denk maar even zelf: Welke Europese Automaker zal de elektrificatie van het wagenpark winnen? , Moet er nog in gascentrales belegd worden?, … In 2040 zal het duidelijker zijn dan vandaag.

De nieuwe vinkenzetting

Het artikel in Elsevier staat ook stil bij bevindingen van John Goldstein, verantwoordelijke voor duurzaam beleggen bij Goldman Sachs. Goldman Sachs is niet echt onbesproken. De bank wordt wel eens beschreven als de spin in het web of als 1 van de heersers van de wereld. Volgens Goldstein lokt er een trend die gevaarlijker is dan greenwashing. Met name de opkomst van de afvinkcultuur.

Volgens Goldstein is er een heuse industrie ontstaan van dataleveranciers, die jaarverslagen uitpluizen op zoek naar groen, het hebben van een CO2-doelstelling, van een beleid rond recyclage van grondstoffen, …

Elke ja op de vragenlijst levert een vinkje op. Op het einde van de vragenlijst krijg je dan een score. Wie hoog scoort, wordt als groen bestempeld. Wie laag scoort niet. Meestal zijn dergelijke systemen niet erg objectief. Alleen al maar omdat ze nadelig zijn voor kleine bedrijven en/of start-ups. Daar geldt geen verplichting tot uitgebreide jaarverslaggeving en meestal is er ook niet genoeg personeel om daar prioriteit aan te geven. Het werk van dataleveranciers meet dan ook alleen maar wie een bepaald soort huiswerk gemaakt heeft. En niet wie nu daadwerkelijk een grote milieubijdrage levert.

Uit de eigen praktijkervaring moet ik toegeven dat dit inderdaad wel (gedeeltelijk) klopt:

  • Jonge aandelenfondsen, die dan meestal ook nog niet echt veel kapitaal vertegenwoordigen, zijn geen prioriteit in de werking van ratingagentschappen. Het duurt soms meerdere jaren vooraleer deze een scoring krijgen. Al die tijd zijn ze hierdoor bijv. ook achtergesteld in onze eigen objectiveringscore.
  • Bij obligatiefondsen en gemengde fondsen blijft soms een scoring uit omdat er te weinig gegevens beschikbaar zijn. Onbeschikbaarheid kan eventueel wijzen op gebrek aan transparantie, maar zegt niets over al dan niet duurzaamheid van een fonds.

Eigen mening eerst en verschillen in de meetlat.

Verder wijst het artikel op een recent onderzoek  van de Amerikaanse universiteit MIT dat de titel draagt “Aggregate Confusion The Divergence of ESG Ratings“. Men vergeleek er de beoordelingen van 5 ratinginstituten, actief rond duurzaamheidsmetingen: Sustainalytics, RobecoSAM, Asset4, MSCI/KLD, Vigeo-Eris.

Hieruit blijkt dat de wijze van meten al meer dan 50 % van het verschil in waardering van een bedrijf tussen de 5 raters verklaart. Verder wordt een gedeelte van het verschil verklaard door de selectie van  verschillende sets categorieën (vb. beknopt of uitgebreid). Tot slot is er een verschil in het gewicht dat aan de categorieën toegekend wordt.

Ook werd er een beoordelaarseffect gevonden: de beoordeling door de ratingsbureaus in de individuele categorieën wordt beïnvloed door hun kijk op het geanalyseerde bedrijf. Heb ik als rater een positief beeld van het bedrijf dan zal ik bij twijfel of onduidelijkheid in de cijfers rond 1 categorie gunstig oordelen. Heb ik een eerder negatief beeld, dan rond ik bij twijfel af naar beneden.

Deze studie wordt in het artikel gebruikt om de exactheid van ranglijstjes te ondergraven. Ook die verschillen bewijzen dat het niet eenvoudig is om ‘groene’ bedrijfsinformatie efficiënt en eenduidig te verwerken. En dat laat op zijn beurt weer ruimte voor PR-mechanismes (in extremisch tot greenwashing).

In de eigen praktijk steunen we ons vooral op de gegevens die we uit Morningstar halen. En gezien Sustainalytics voor 40 % eigendom is van Morningstar geven we de facto veel gewicht aan hun opvattingen. Uiteraard neemt dit niet weg dat we openstaan voor andere invalshoeken, maar onze relatief kleine werking, houdt er geen studiedienst op na, die de visies van alle raters opvolgt en ze dan nog eens tegen elkaar afweegt om tot een genuanceerd oordeel te komen.

 Een verwittigd man (m/v/x) beweegt behoedzaam, maar zonder paniek.

De financiële resultaten van ecologiefondsen waren in 2019 erg goed. Het is dus niet onlogisch dat wie kritisch ingesteld is even waarschuwt.

Er is inderdaad veel geld dat naar “groen beleggen” kijkt en er ontbreken data ter interpretatie. Als deze data er al zijn, zijn ze niet altijd makkelijk vindbaar voor een leek.

En een faze van overdrijving blijkt achteraf nooit interessant te zijn. De huidige hoge waardes van allerlei aandelenbeurzen en de redelijk explosieve aangroei van duurzame beleggingen mogen tot voorzichtigheid aanmanen.

Maar overwegende dat klimaatopwarming en aandacht voor duurzaamheid ook in de komende jaren aan de orde blijven, lijkt het overdreven om u al van een zeepbel te spreken (auteur in kwestie doet dit ook niet, hij houdt het bij een dreigende zeepbel).

Wat niet wil zeggen dat alle bedrijven die inzetten op duurzaamheid en bestrijding van klimaatverandering winnaars zullen zijn. De winnaars kennen we helaas meestal pas achteraf.

  • Zo hadden we ten tijde van de internetzeepbel, wellicht ons geld ingezet op AltaVista en niet op Google.
  •  En laten we ook niet vergeten dat bijvb. de wind- en zonnenergiesector in de jaren na 2008 plots sterk in waarde daalde, gezien investeringen van de overheden in de redding van de banken hun gulle subsidiëring van deze nieuwe technologieen terugschroefde net op een moment dat de Chinezen zwaar inzetten op deze markt. De instorting van tal van bedrijven actief in de sector moet duidelijk maken dat er ook bij “groen beleggen” ruimte is voor onaangename beurschokken.

 

 

Categorieën
home

Duurzaam beleggen bij de Belgische verzekeraars: veel ruimte voor verbetering.

logo Assuralia - duurzaam beleggen bij de Belgische verzekeraars
het groen(*) krulletje in het logo mag in de werking gerust nog meer geprofileerd worden. (* disclaimer: auteur is kleurenblind)

Op 26 juni publiceerde de koepel van verzekeringsmaatschappijen Assuralia een artikel met de trendy titel: Verzekeringssector trekt mee duurzaamheidskaart. Hierin werd gesteld dat -net zoals de consumenten- de verzekeraars ook zeer gevoelig zijn voor duurzaamheid. Steeds meer zou dit uit hun productgamma blijken.

Dat verzekeraars met hun producten oplossingen bieden voor veel verschillende risico’s waarmee burgers geconfronteerd worden staat buiten kijf. Dat ze investeren in onder meer belangrijke infrastructuurprojecten (scholen, ziekenhuizen, windmolenparken, …) is evenzeer een feit. Hiermee is echter niet uitgesloten dat ze ook investeren in niet-duurzame projecten.

Assuralia steunt (volgens dit persbericht) elk initiatief of maatregel die de consument helpt bij het ontwikkelen van een eigen duurzame beleggingsstrategie. In die zin onderschrijven ze ook het -niet onbetwiste- duurzaamheidslabel dat door Febelfin uitgewerkt werd. Maar de sector zou ook verder gaan door méér en méér duurzame financiële spaar- en beleggingsverzekeringen aan te bieden. Producten waarbij ESG de norm wordt bij de investeringen. Papier is natuurlijk verduldig.

We stelden de vraag “Klopt dit alles wel?”

Als we de moeizame pogingen zien van Dr. Anneleen De Bonte en FairFin om een duurzaam pensioenfonds te vinden voor het Vrij Aanvullend pensioen van Zorgverleners, hebben we alvast een aanleiding om te twijfelen.

In België hebben we geen eerlijke verzekeringswijzer. Dus ook daar kunnen niets afchecken. Daarom deden we zelf even aan factchecking: “Trekt de verzekeringssector wel mee de duurzaamheidskaart?

Op de site van Assuralia vonden we hier de Top 15 van Belgische verzekeraars. We hebben die in een tabelletje gezet met hun marktaandeel eind 2018. Die top 15 vertegenwoordigt 87,69 % van de markt. Niet volledig dus, maar toch een uit de kluiten gewassen steekproef. Naast naam en het marktaandeel vindt u in kolom 3 of de verzekeraar (of zijn beleggingsafdeling) de principes van verantwoord investeren (een UN-initiatief) onderschreef. Dit kan je nagaan via de PRI-website .

AG Insurance21,74 %Ja
AXA Belgium11,35 %
Ja via AXA group & Axa Investment Managers
Ethias9,29 %
Nee
KBC Verzekeringen8.79 %
Ja via KBC Asset Management
Belfius Insurance6.48 %
Ja via Belfius Investment Partners
P&V Verzekeringen5.69 %
Nee
Allianz Benelux4.97 %
Ja via Allianz SE en Allianz Global Investors
Baloise Belgium4.70 %
Ja via Baloise Asset Management
NN Insurance Belgium4.42 %Ja via NN Investment Partners
Argenta Assuranties2.47 %Nee
Athora Belgium2.41 %
Nee
DKV Belgium2.03 %
Nee
Ergo Insurance1.19 %Nee
Credimo1.11 %Nee
Fidea1,06 %Nee

We stellen ons de vraag welke duurzame beleggingsproducten hebben deze verzekeraars in hun aanbod opgenomen?

Voorafgaandelijke opmerkingen:

  1. We beperken ons tot het verzekeringsaanbod. Enkele spelers in de markt hebben ook een bankwerking. Producten die in het bankaanbod zitten vallen niet onder deze scoop.
  2. We focussen op het aanbod voor particulieren. We kijken dus naar de 3e pensioenpijler (langetermijnsparen en pensioensparen) en naar het beleggingsaanbod zonder fiscaal voordeel (Tak 23).
  3.  De verzekeringsmarkt is niet eenduidig. Sommige verzekeraars werken uitsluitend met verzekeringsmakelaars. Anderen juist niet:  een maatschappij als Ethias werkt voornamelijk via rechtstreekse verkoop, Belfius, KBC en P&V werken voornamelijk via een agentennet.  Sommigen zijn hybride van opstelling: P&V heeft een zustermaatschappij voor makelaars (Vivium). AG Insurance werkt zowel met makelaars als met het bankkanaal van BNP Paribas Fortis. Tevens werken ze samen met BPost als distributiekanaal.
  4. De cijfers uit de tabel zijn inmiddels wat verouderd. Met name de overname van Fidea, noch de overname van de varia-portefeuille van Athora door Baloise Insurance zijn verwerkt.

AG Insurance

  1. Het BPost-aanbod:
    1. Hier bevat het aanbod momenteel 37 verschillende beleggingsfondsen, waarvan 35 met einddatum. Dus fondsen die niet in een permanent aanbod steken en meestal een kapitaalbeschermingsstructuur hebben. Door dit feit zijn ze relatief ondoorzichtig. Een moeilijk uit te voeren analyse zou moeten uitmaken hoeveel duurzaamheid er overblijft na alle compenserende technieken om de kapitaalsgarantie overeind te houden.
    2. We kunnen ervan uitgaan dat producten als Post Optima Women Leadership 06/2028 , Post Optima Global Transition 90 10/2027 en Post Optima Global Megatrends 90 op zijn minst raakpunten hebben met ESG, maar concreter kunnen we helaas niet zijn.
    3. Een opmerking in de rand: vreemd dat na het debacle van Optima Bank AG blijkbaar producten blijft aanprijzen onder die naam.
  2. Het BNP Paribas Fortis-aanbod:

    Hier steken een kleine 180 fondsen in het aanbod.

    1. Gesloten fondsen
      1. Een 125-tal zijn ook kapitaalbeschermingsfondsen. En ook hier geldt dezelfde opmerking als bij het BPost-aanbod.  We vinden onder meer Smart Invest Bon Women leadership 2027 (4 versies), Smart Invest Bon SRI Europe (11 versies), Smart Invest Bon, SRI 90 Europe Booster (3 versies), Smart Invest Bon SRI 90 Europe (2 versies), Smart Invest Bon Europe ESG Leaders 2027 (3 versies), Smart Invest Bon Global Megatrends 90 (2 versies), Smart Invest Bon Europe Diversity Impact 2028 (4 versies), Smart Invest Bon Global Diversity Impact (4 versies), Smart Invest Bon Europe Sustainable Goals 2028 (2versies), Smart Invest Bon Climate & Energy Transition 2028 (2 versies) en Smart Invest Bon World Select ESG 2029 terug.  Gezien het hier telkens over fondsen met einddatum gaat, lijkt het niet onredelijk om te veronderstellen dat deze fondsen vooral aan het klassieke bankkliënteel verdeeld worden. Kort door de bocht: de kasbonklant die in tijden van lage rente anders nog moeilijk kan bediend worden.
    2. De rest zijn open fondsen.
      1. We vinden er AG Life Climate Change  (4 globes en OK voor CO2-blootstelling) , AG Life  Equity World Aqua (3 globes en OK voor CO2-blootstelling), AG Life Portfolio FoF Stability SRI (duurzaamheid niet gequoteerd), AG Life Portfolio FoF Balanced SRI (5 globes, geen gegevens rond blootstelling aan CO2) , AG Life Sustainable Defensive (duurzaamheid niet gequoteerd), AG Life Sustainable Neutral (duurzaamheid niet gequoteerd) en AG Life Sustainable Dynamic (5 globes en geen gegevens rond CO2-blootstelling). Op de webpagina waar je de eenheidswaarden van deze fondsen terugvindt, vindt je ook een pdf met naam Duurzame Strategie (voorbeeldlink). 
      2. De gegevens rond weging mbt. duurzaamheid en blootstelling aan CO2 haalden we bij Morningstar. We gebruiken die bron verder ook. Onze controledatum: 19/11/2019.
  3.  Het aanbod via makelaarskanaal:
    1.  Het aanbod bevat 36 kapitaalbeschermingfondsen. We vinden enkele hierboven reeds vermelde fondsen (onder een lichtjes andere naam) terug: AG Target + Ethical Europe Equity Index  (ook een versie met 90 % kapitaalbescherming beschikbaar),  AG Target + Global Megatrends 90 , AG Target + Sustainable 1, AG Target + USD ESG Global Leaders 2027, AG Target + 90 ESG Global Leaders 2027 , AG Target + USD Sustainable Goals 2027 (ook een versie met 90 % kapitaalsbescherming beschikbaar) en AG Target + USD Climate Care 2026. Allen fondsen met (op zijn minst gedeeltelijke) ESG-insteek, maar ook hier: hoeveel ESGgehalte blijft er effectief over met het geld dat je belegt?
    2.  Er zijn ook 26 open beleggingsfondsen te koop via een verzekeringsmakelaar. Slechts 2 ervan kunnen als duurzaam beschouwd worden:  AG Life Equity World Aqua (3 globes en OK voor CO2-blootstelling) en AG Life Sustainable Equities (4 globes en OK op vlak van CO2-blootstelling).

Conclusie voor AG Insurance: een erg groot aanbod van fondsen, waarin zeker bij de kapitaalbeschermingsfondsen (althans qua naamgeving) duurzaamheid belangrijk lijkt te zijn. In de open fondsen is er geen 10 % dat expliciet rekening houdt met duurzaamheid. De Febelfinlabeling Towards Sustainability oordeelt wat lichter

AXA Belgium

Hier kunnen we kort zijn.

Voor de particulier klant is het sinds 16/01/2017 niet langer mogelijk om in te tekenen op hun Piazza Invest formules. Daar zat 1 duurzaam fonds bij. Bestaande klanten kunnen er in bijstorten, voor nieuwe klanten staat dit niet open. Sindsdien wordt er geen Tak 23 meer aangeboden.

Beschikt u over een groot te beleggen kapitaal, dan wordt u doorverwezen naar het vermogensbeheer van Architas. Duurzaam beleggen is daar geen actieve topic.

Ethias

Deze verzekeraar verloor zijn erkenning om zelf beleggingsverzekeringen uit te geven. Dit in de nasleep van de bankencrisis, waarbij de gegarandeerde rente op hun First-rekening een molensteen rond hun rentabiliteit legde. Sindsdien verkoopt Ethias beleggingsproducten van verzekeraar De Integrale. De producten die men aan beleggers en spaarders aanbiedt, hebben geen duurzaam accent.

KBC Verzekeringen

ruimte voor verbetering - duurzaam beleggen bij de Belgische verzekeraars
In Nederland liggen verzekeraars scherper onder de loep van de consument.

Hier is de verstrengeling tussen bank en verzekeraar het grootst.  Op de pagina over het aanbod Tak 23-levensverzekeringen wordt je doorverwezen naar de algemene KBC-fondsenzoeker en daar blijken 1.180 fondsen beschikbaar. Selecteer je thematisch (gekozen voor duurzaam, alternatieve energie, waterindustrie en klimaatverandering, dan behoud je nog 145 fondsen. Stuk voor stuk moesten die dan afgelopen worden om er de 18 beleggingsverzekeringen uit te halen:

De kwaliteit en de eigenschappen van de producten

Omdat we zelf verzekeringsmakelaar zijn, hebben we geen toegang tot deze producten. KBC werkt met verbonden agenten of loontrekkenden.  We kunnen op basis van een google-search dus niet veel zeggen over de kwaliteit van de betrokken producten.

Het feit dat de beleggingsverzekeringen hetzij niet gekend zijn bij Morningstar, hetzij er niet gequoteerd zijn wil niet automatisch zeggen dat ze niet-kwaliteitsvol zijn. Mogelijk zijn ze te klein in omvang of te recent in de markt gezet om al geanalyseerd te zijn.

Gezien de naamgeving van de producten lijkt het er op dat er afhankelijk van het type belegger (defensief, neutraal, dynamisch) diverse producten in de markt gezet zijn.  Als leek lijkt het me wel niet evident om de nuances of verschillen tussen de verschillende formules vlot te begrijpen. Febelfin is terug vrij mild in zijn benadering van de KBC fondsen. 

Belfius Insurance

Bij Belfius gebruikten we hun verzekeringsfondsenzoeker. Daar lezen we dat er momenteel 67 fondsen beschikbaar zijn. We vinden er enkele fondsen die onder de ESG-vlag kunnen ingedeeld worden. Belfius Invest Climate Awareness 90 01/2028 is een kapitaalsgarantiefonds met einddatum, waar we geen verdere info over vinden. Verder is er BI Candriam Sustainable Balanced (5 globes, geen gegevens mbt. CO2-blootstelling bij Morningstar. Naamgeving eindigt bij Mornigstar op Neutral ipv. op Balanced),  BI Candriam Sustainable Dynamic (geen gegevens), BI Econopolis Smart Conviction (geen gegevens beschikbaar)  en BI Echiquier Arty (5 globes, geen gegevens mbt. CO2-uitstoot).

Van een verzekeraar die zijn wortels onder meer in de christelijke arbeidersbeweging heeft en ook een groot gedeelte van de katholieke zuil verzekert, mocht verwacht worden dat deze toch minstens iets meer op het Sociale aspect van ESG zou inzetten. Of niet?

P&V Verzekeringen

Ook een oogopener wat mij betreft. Hoewel P&V haar wortels heeft in de socialistische zuil, nog steeds een coöperatieve structuur heeft en met haar stichting actief burgerschap ondersteunt, is er niet echt een duidelijke profilering in hun beleggingsaanbod. Het aanbod Tak 23 bestaat uit 6 fondsen. 1 ervan FFG Architect Strategy Fund (hier het moederfonds (geen rating op vlak van duurzaamheid en blootstelling aan CO2-uitstoot)) besteedt minimum 50 % van haar winst (of 10 % van haar zakencijfer) aan maatschappelijke projecten (via KoningBoudewijnstichting). Op de slotbijeenkomst van het project Duurzaam Pensioen bij FairFin, liet een vertegenwoordiger van P&V op 09/12/2019 zich ontvallen dat er momenteel intern toch ook een beweging op gang komt om meer aandacht aan duurzaamheid (ook in Tak 21) te besteden.

Er is door P&V geen onderscheid in haar aanpak tussen de agentenwerking via P&V Verzekeringen en de makelaarswerking via zustermaatschappij Vivium.

Tot voor enkele jaren was P&V ook eigenaar van het Luxemburgse Euresa Life. Dit was een soort grossier in beleggingsfondsen, waar wie op zoek was naar een duurzaam beleggingsfonds wel enkele matches kon vinden. Gedreven door strengere regelgeving heeft P&V deze poot verkocht om zich intern op de Belgische markt te kunnen versterken. Maar per 16/12/2019 ll. maakte P&V bekend dat ze de nicheverzekeraar Private Insurer overnemen. Op korte termijn zal het aanbod Tak 23-fondsen er dus fors uitgebreid worden. Afwachten of hierbij een accent op duurzaam beleggen komt te liggen.

 

Allianz Benelux

Hoewel Allianz wereldwijd als 1 van de duurzame investeerders bekend is – zie ook Allianz Global Investors, dat zich richt grotere kapitalen (institutionelen, familiekapitaal,… -, is het aanbod dat op de Belgische markt verdeeld wordt via verzekeringsmakelaars helaas ESG-vrij.  Mogelijks uitzonderling gemaakt voor het gesloten fonds Allianz Global Megatrends 2027. Veel duidende info hierrond vinden we niet op internet.

Baloise Belgium

Je moet het de mensen ook niet te moeilijk maken. Anders blokkeren ze.

Verzekeraar Baloise kiest -net als Allianz & P&V verzekeringen wellicht- voor het adagium “keep it simple” wat beleggingsfondsen betreft.  Ze biedt slechts 12 beleggingsfondsen (2 obligatie- en liquiditeitfondsen, 5 aandelenfondsen en 5 gemengde fondsen) aan. Daar steekt geen enkel duurzaam fonds bij.

In het verleden had ze na overname van Nateus, die zelf eerder Belstar overnam, wel enkele duurzame fondsen in haar aanbod. Maar die werden later geschrapt.

Ondertussen heeft Baloise ook verzekeraar Fideav- zie verder- overgenomen. In het aanbod van deze verzekeraar steken enkele fondsen, die als duurzaam kunnen bestempeld worden. In een communicatie aan haar makelaars laat Baloise weten dat die alvast blijven gecommercialiseerd worden in 2020.

NN Insurance Belgium

Net zoals Athora Belgium (zie verder) heeft deze verzekeraar zich volledig teruggetrokken uit de sector varia (brand-, autoverzekeringen, …). De focus ligt nu volledig op levens- en beleggingsverzekeringen. De verzekeraar was vroeger gekend onder de naam Delta Lloyd Life en werd uiteindelijk overgenomen door de Nationale Nederlanden.

Zowel Delta Loyd als Nationale Nederlanden waren gepokt en gemazeld in Nederland. Dit verklaart dat er in het aanbod toch een grote aandacht is voor duurzaamheid. Dit accent was in Nederland veel vlugger populair onder particulieren dan in België.

Van de 41 fondsen die momenteel voor particulieren openstaan,  kunnen de volgende als min of meer duurzaam gezien worden: DNCA Invest Eurose (4 globes, geen gegevens over CO2-blootstelling) , FFG Architect Strategy Fund (geen rating op vlak van duurzaamheid en blootstelling aan CO2-uitstoot), NN Global Sustainable Equity Fund (4 globes en geen gegevens over CO2-blootstelling), Patrimonial Future Fund (nog niet opgevolgd door Morningstar. U vindt er hier info over.), Patrimonial Balanced European Sustainable Fund (5 globes, geen gegevens over CO2-blootstelling),  Nordea Global Climate and Environment Fund (5 globes, Low Carbon label), Pictet Global Megatrend Selection Fund (4 globes, Low Carbon label), Triodos Sustainable Bond Fund (duurzaamheidsgegevens niet beschikbaar) , Triodos Sustainable Equity Fund (5 globes, Low Carbon label) en Trusteam Optimum Fund (3 globes, geen gegevens over blootstelling CO2-uittoot beschikbaar).

Bij NN kan een klant voor zowat elke profiel een voldoende gevarieerde belegging bekomen, die ook rekening houdt met het duurzaamheid zo hij (m/v/x)dit belangrijk vindt.

En hoewel het Patrimonial Future Fund nog erg recent is, kan dit ook als volwaardig pensioensparen onderschreven worden.

Argenta Assuranties NV

Zoals zo veel banken heeft Argenta te lijden onder de lage rentes. Ze zochten oplossingen om het spaargeld dat vroeger in kasbons en dergelijke stak toch te behouden. Daarom investeerden ze ook in Tak 21 en Tak 23-fondsen.

Momenteel verdelen ze 35 beleggingsfondsen. Enkele ervan spelen in op duurzaam beleggen. We hebben het dan over Argenta Life Responsible Growth Fund (5 globes en lage CO2-uitstoot -LowCarbon-label volgens Morningstar) , Argenta Life Responsible Growth Défensif Fund (niet gequoteerd op duurzaamheid) , Argenta Life Responsible Materials (5 globes en OK op vlak van CO2-uitstoot- , Argenta Life Responsible Utilities (5 globes en nog relatief grote blootstelling aan CO2-uitstoot), Argenta Life Sustainable Food Trends ( belegt voornamelijk in DPAM Invest B- Equities Sustainable Food Trends B (2 globes en OK blootstelling aan CO2-uitstoot).

Athora Belgium

Is de nieuwe naam van wat vroeger Generali Belgium was. De verzekeraar besloot erg recent om zich voortaan alleen op levensverzekeringen  en beleggingsverzekeringen toe te leggen. Om die reden verkocht hij zijn variaportefeuille (auto, brand, …) aan Baloise Belgium.

In het aanbod van Athora steken momenteel 32 beleggingsfondsen. Enkele ervan kunnen als duurzaam bestemd worden. We hebben het dan over Ath. Quest Cleantech Fond (2 globes, geen gegevens over CO2-blootstelling  bij Morningstar),  DNCA Invest -Eurose (4 globes, geen gegevens over CO2-blootstelling ), Keren Patrimoine (3 globes, geen gegevens over CO2-blootstelling ), Universal Invest Medium (4 globes, CO2-blootstelling is OK ), Universal Invest High (4 globes, Blootstelling aan CO2 is OK ), Echiquier Arty (5 globes, geen gegevens over CO2-blootstelling ), FFG Global Flexible Sustainable (4 globes, geen gegevens over CO2-blootstelling), M & G Global Listed Infrastructure (4 globes, nog relatief grote blootstelling aan CO2-uitstoot ) en Nordea 1 Climate & Environment (5 globes, Low Carbon label).

Met het Athora-aanbod kan je een voldoende gevarieerd duurzaam aanbod vormgeven voor pensioenspaarders of 4e pijler-beleggers met een gebalanceerd of dynamisch profiel. Voor de defensieve klant moet je dit nog stofferen met niet-duurzame fondsen.

DKV Belgium

Dit is een zorgverzekeraar (hospitalisatie, tandzorg, inkomensverlies,…). Om die reden is er geen beleggingsaanbod. Dus ook geen duurzaam beleggingsaanbod.

ERGO Insurance

Per 16/06/2016 heeft Ergo bekend gemaakt dat zij niet langer nieuwe verzekeringen verkoopt in België en Luxemburg. Zie Nieuwe Strategie Ergo – Hoe gaat ERGO mijn beleggingsfondsen in de toekomst beheren-. De bestaande contracten blijven intact. Er kunnen geen nieuwe meer onderschreven worden. Om die reden is er ook geen actief duurzaam beleggingsaanbod bij deze verzekeraar.

Credimo

Credimo is een verzekeraar die zich tevens op hypothecair krediet toelegt. Hij verzamelt daarvoor gelden in via tak 21 en tak 26-producten. Dit zijn producten voor korte – of middellange termijn met een vaste opbrengst. Er is geen aanbod mbt. duurzaam beleggen aanwezig.

Fidea

Deze verzekeraar werd de laatste jaren van het kastje naar de muur geslingerd. Was onder meer een tijdje deel van de KBC-groep, kwam bij een Chinese investeerder terecht en werd nu recent door Baloise overgenomen. Voorlopig is hij nog niet in de Baloise-structuur opgegaan. In die eigenaarscarrousel was er gedurende enkele jaren geen beleggingsaanbod.

Momenteel verdeeld de verzekeraar 28 fondsen via zijn Tak 23-oplossingen. Enkele kwamen we reeds eerder tegen bij hogervermelde verzekeraars. We vinden er BlackRock New Energy Fund (5 globes, nog relatief grote blootstelling aan CO2-uitstoot), DNCA Invest Eurose (4 globes, geen gegevens over blootstelling aan CO2-uitstoot), DNCA Invest Global Leaders (3 globes en geen gegevens over Co2-uitstoot bekend), Triodos Sustainable Equity Fund (5 globes, Low Carbon label), DNCA Invest Beyond Instrastructure & Transition 5 globes en blootstelling aan CO2-uitstoot is +/- OK), Pictet SmartCity ( 5 globes en Low Carbon label) en Pictet Global Environmental Opportunities 5 globes en Low Carbon label) terug.

Baloise gaf haar makelaars te kennen dat dit aanbod alvast ook in 2020 via haar kanalen kan verkocht worden. Maar daarmee is nog niet gezegd dat ze overleven eens Baloise de groep volledig geïntegreerd heeft. Alleen zijn de eerste tekenen positief.

Trekt de verzekeringssector mee de duurzame kaart zoals Assuralia ons wil laten geloven?

De slotconclusie lijkt toch te zijn dat duurzaam beleggen bij de Belgische verzekeraars niet echt een rooskleurig verhaal is. Er is nog werk aan de winkel.

Enkele verzekeraars hebben duidelijk stappen gezet. Maar een expliciete lijn wordt nog nergens uitgezet. Toch niet zoals in de banksector vorig jaar waar KBC uitpakte met zijn nieuw duurzaam pensioenspaarfonds (Pricos SRI) of ING zijn bestaande pensioenspaarfonds volledig omschakelde op basis van duurzame criteria (Starfund).

Het valt op dat enkele verzekeraars de trend van duurzaam beleggen (momenteel) straal negeren door gebrek aan aanbod voor hun cliënteel. Het zal wel weer een kip en ei verhaal zijn (het wordt niet genoeg gevraagd dus we bieden het niet aan versus we vragen er niet naar omdat we het niet in het aanbod aantreffen).

In het kader van het Europees actieplan duurzame financiering, zou het wellicht niet misstaan dat Assuralia wat extra aan de kar duwt. Bijvb. door te stimuleren dat de gehele sector de PRI-regelgeving onderschrijft en begint na te leven.

Ook het prudentieel toezicht zou daar wel wat actiever mogen in zijn. Uit een recent onderzoek van de Nationale Bank rond hun houding mbt. klimaatrisico’s  bleek dat (slechts) 8 verzekeraars bevraagd werden. En de resultaten uit die steekproef wijzen er niet op dat men zich er van alle consequenties bewust is.

 

Categorieën
home

Amerikaans geld koopt Europese extra-financiële informatiebronnen

 

recent onderzoek door SustainAbility laat zien dat niet alle instanties dezelfde geloofwaardigheid hebben. Maar toch is de jacht op de raters open.

Europa heeft (of moeten we gezien de recente gebeurtenissen schrijven: had?) flink wat expertise opgebouwd in evalueren van extra-financiële informatie over bedrijven. Inzetten op ESG is pas zinvol zo er betrouwbare informatiebronnen zijn, welke evalueren of bedrijven duurzaam zijn en of beleggingsfondsen die er in beleggen ernstig zijn. Passen ze uitsluitingsregels (niet investeren in tabak, fossiele brandstoffen, ….) toe of gaan ze voor bedrijven die “best in class” zijn op hun terrein? Als we het aan de bedrijven of de fondsen zelf overlaten om daar standpunten over te publiceren, dan zal de marketingafdeling het vlug overnemen en dreigen we volop in greenwash te verzeilen.

Door de jaren heen zijn er aan deze kant van de oceaan tal van organisaties opgestaan, welke de houding én de praktijk van bedrijven en beleggingsfondsen tegen het licht hielden. Zo kon een belegger zekerder zijn dat hij geen kat in een zak kocht bij het duurzaam investeren.

Koken kost geld.

Maar investeren in onderzoek naar extra-financiële informatie, is een kostelijke bedrijvigheid. In tegenstelling tot financiële informatie, die meestal relatief mooi (zij het soms verdoezeld) opgelijst is in de jaarverslagen van bedrijven, vergt het vergaren van informatie over het ESG-beleid van bedrijven het verkennen van diverse bronnen, die vaak erg verspreid en niet altijd vlot toegankelijk zijn.

Naast overheidsinkomsten (als publiek relevant onderzoekscentrum), zijn banken, verzekeraars en andere institutionele beleggers de bronnen waar dergelijke instellingen hun geld moeten bijeenzoeken. En uiteraard -in een tijd waarin op de kleintjes gelet wordt- is het niet evident om zijn informatie aan voldoende hoge prijs te kunnen verhandelen. Te meer omdat de diepgang, die vereist werd steeds opgedreven werd. Niet alleen door druk gezien er stelselmatig betere kennis bij beleggers aanwezig was en (financiële) activisten ook hun gewicht in de schaal wierpen. Maar ook door de groei van het aantal raters zelf, die elkaar de koek onderling betwisten.

En dan begint het schoentje wel eens te wringen. We zagen dan ook zowel schaalvergroting ontstaan (vb. fusie Vigeo met Eiris in 2015) als overname (en integratie) van de informatieverstrekkers door belangrijke groepen uit de financiële wereld.

Bovenstaand schema vonden we bij Novethic, die in april van dit jaar een artikel gewijd hebben aan het opkopen van Europese raters door Amerikaanse instellingen. In het artikel wordt misschien een beetje goedkoop gesteld dat Amerikanen op vinkenslag liggen om nuttige bedrijven te kopen op momenten dat de markt rijp begint te raken. Dit zou nu voor ESG het geval zijn. Het is een opmerking die we ook regelmatig horen wanneer multi-nationals kleine start-ups oppikken om ze in hun werking te integreren (of uit de markt te weren).

Het schema duidt wel aan dat er een concentratiebeweging aan de gang is.

  1. ISS ESG  sloeg zowel in 2015, 2017 en in 2018 haar slag. Hoewel haar functie op het Novethicschema gereduceerd wordt tot raadgevers mbt. stemrecht, is de werking van ISS ESG toch veel uitgebreider. Ze wil investeerders helpen om verantwoord te beleggen door middel van screening, analyse en rating. Fondsenhuizen spelen daar natuurlijk op in. Zo verwees Candriam nog recent dat 2 van haar fondsen in de Europese Top 10 mbt. klimaatprestaties stond.
  2. De financiële informatieverstrekker Morningstar kocht in 2017 Sustainalytics. En heeft sindsdien in haar informatieverstrekking diverse ESG-gerelateerde ingrepen uitgevoerd (Morningstar Sustainability Rating – hoewel gepubliceerd in 2016 wordt mee door de Sustainalytics-info gevoed, de Carbon Risk Score en de exposure aan fossiele brandstoffen werd aan de financiële info toegevoegd per 2018).
  3.  S&P Global kocht het Engelse Trucost in 2016. Trucost berekent de verborgen kosten van niet-duurzaam gebruik van natuurlijke bronnen door bedrijven. Naast kredietratings is S&P Global onder meer ook gekend van haar indexen: de S&P 500 zal wel de bekendste zijn, maar ze beheert ook onder meer maar liefst 56 diverse ESG indexen.
  4. Moody’s tot slot, kocht in april 2019 Vigeo Eiris. Moody’s is eveneens gekend als een kredietratingspecialist en moet gezien worden als de grootste concurrent van S&P. Maar ook haar werking is in de loop van de jaren uitgedeind. Met het verwerven van Vigeo Eiris versterkt ze nu ook een andere adviespoot, die voor investeerders van belang is. Niet alleen kredietwaardigheid kan een risicofactor voor een belegger zijn. Meer en meer is niet-duurzaamheid dit ook aan het worden (denk aan stranded assets in fossiele brandstoffen, of scherpe waardedalingen van bedrijfswaarde als fraude (cfr. dieselgate/belastingsontduiking) ontdekt wordt).

Zullen de menus smakelijk blijven?

Dat grote instellingen met een goed gevulde portefeuille het best geplaatst zijn om zich bijkomend te versterken en dit hier blijkbaar doen als het gaat over verwerven van specifieke ESG-expertise, kan tot diverse bemerkingen leiden:

  • negatief kan je stellen dat ingebed raken in een grote financiële groep het risico inhoudt dat minder onafhankelijk dan vroeger kan gewerkt worden. Rendabiliteit en vermarktbaarheid van informatie kunnen gaan primeren op inhoudelijke relevantie van de informatie.
  • eveneens negatief is de vaststelling dat de wet van de sterkste de grote invloed van de VS op de financiële wereld nu nog zal versterken in een domein waar dit tot voor kort nog niet het geval was. Als ook de ESG-wereld door een Amerikaanse bril zal bekeken worden, zullen mogelijk bepaalde landen, sectoren of bedrijven minder goed opgevolgd worden.
    • Een (achterhaald, want daterend uit 2010) voorbeeld om dit duidelijk te maken: De top 10 van milieuvriendelijke landen bestond onder meer uit: Costa Rica, Cuba en Colombia. Van Cuba is geweten dat de relatie met de VS er al sinds meer dan 50 jaar onder spanning staat. Colombia wordt door VS o.m. gezien als een bakermat van drugshandel. Deze opvattingen kunnen wel eens zo dominant zijn dat positieve kanten aan die landen verbonden gewoon niet meer opgemerkt worden.
  • positief daarentegen is de vaststelling dat belangrijke pionnen in de financiële verslaggeving ESG blijkbaar zo belangrijk vinden dat ze mee in de cockpit willen gaan zitten om visievorming én kennis hierrond te beheren én te verspreiden. Dit wijst er op de ESG en duurzaam beleggen  als significant én blijvend voor de komende jaren gezien wordt. Anders zou men daar zijn geld niet in steken.
  • eveneens positief is dat de opgebouwde kennis door Europese instellingen bij gebrek aan geld niet verloren gaat, maar de kans krijgt om zich verder te ontwikkelen.

Het lijkt dus een beetje op een nieuw Marshallplan. Met ditmaal niet de communisten als te neutraliseren vijand, maar hopelijk de milieuvernietigende – (E), mens onderdrukkende – (S) en egoïstische verrijkingscultuur (G).

Categorieën
home

DNCA: een nieuwe vaste waarde?

 

dialectisch materialisme: door these en antithese naar synthese met als doel vermogensopbouw met kapitaalsbehoud. Niet wat K. Marx met Das Kapital voor ogen had.

Via de blog Mijn Kapitaal  kwam ons ter ore dat fondsenbeheerder DNCA een afdeling duurzame investeringen wil uitbouwen.

In ons artikel van 27/09/2018 hebben we hier al eventjes aandacht aan besteed. Dit omdat DNCA ook opdook bij de nieuwe aanbieders die verzekeraar Fidea in haar Tak 23-aanbod opnam.

Tijdens het schrijven van betrokken artikel keken we ook even naar hun DNCA Invest Eurose -fonds.

Dit fonds is een mixfonds, dat vaak in 1 adem genoemd wordt met meer

Categorieën
home

Beleggen met een laag CO2-risico

 

Koolstofuitstoot is schadelijk. Het draagt bij aan de klimaatopwarming. Beleggers worden steeds gevoeliger rond deze problematiek. Mede onder impuls van think tanks als Carbon Tracker en actiegroepen als 350.org.

Om de doelstellingen van Cop21 (klimaatovereenkomst van Parijs) te halen moet er een forse reductie van deze uitstoot komen. Zo fors zelfs dat het grootste deel van de fossiele brandstoffen best gewoon blijft waar ze zit. In de grond én onontgonnen.

Illustratie uit Wikipedia. De kleine cirkel is wat er nog mag ontgonnen worden om met kans op succes de temperatuurstijging tegen 2050 onder de 2 ° Celsius te houden. De rest van de grote cirkel zijn voorraden die nog in de grond steken. Ze zijn echter voor een groot deel in handen van oliebedrijven, wiens beurswaarde doorgaans nog berekend wordt inclusief de niet-ontgonnen voorraad. Als we de klimaatopwarming echt willen bestrijden zullen deze voorraden dus waardeloos worden. Dit zou een nieuwe financiële crisis kunnen veroorzaken vrezen sommigen. Vandaar dat men ook spreekt van “stranded assets“, activa wiens waarde niet meer ten gelde kan gemaakt worden.

 

Mijn beleggingen zijn toch niet volgestopt met investeringen in fossiele brandstoffen?” is daarom 1 van de vragen waar wij vaak mee geconfronteerd worden.

Categorieën
home

Hoe koosjer is de gepubliceerde portefeuille eigenlijk?

 

In een artikel van 22/08/2012  op deze blog (Welke bedrijven zitten in de gepubliceerde portefeuille ? ) had ik de toenmalige portefeuille wat dieper uitgespit. Maar omdat de beleggingsportefeuille in de voorbije 6 jaar zelf grondig geëvolueerd is én sommige onderdelen ervan  een groot gewicht innemen ((NN (L) Global Sustainable Equities P Cap (+/- 28 %) – Covéa Sélectif (+/- 20 %) –  DPAM Inv B Equities Europe Sustainable B  (+/- 11 %) – La Française IP Actions Euro R (+/- 9 %) ), vond ik het tijd om de oefening van toen even opnieuw te maken.

Even wat dieper graven

Ik heb dus van alle fondsen die deel uitmaken van de eigen portefeuille, nagegaan in welke bedrijven deze investeren (1e helft juli  2018). Dit door raadpleging van hun portefeuillepagina op de site van Morningstar. Daar vindt je de 10 belangrijkste participaties die in het fonds aanwezig zijn. Kleinere participaties blijven onder de radar. De rubricering die je hieronder aantreft is derhalve niet 100 % correct.

Daarna heb ik een weging gemaakt van de gerubriceerde bedrijven op basis van het gewicht dat de fondsen zelf innemen binnen mijn portefeuille.

Vb: bedrijf X blijkt 3 % van de waarde van fonds A uit te maken en tevens 4 % van de waarde van fonds B. Stel dat fonds A 20 % uitmaakt van mijn portefeuille en dat fonds B slechts 10 % uitmaakt van mijn portefeuille, dan maakt het bedrijf X in mijn totale portefeuille  1  %  [(3 x0,2) + (4 x 0,1)] uit .

Concentreren of spreiden? 

Binnen de fondsen zijn er duidelijk 2 strekkingen op te merken.

  1. Sommige fondsen zijn echt overtuigd van hun eigen keuzes en laten die zwaar doorwegen (in de literatuur wordt soms van  convictie fondsen gesproken). We citeren even uit dit artikel  om dit verder te duiden:
    Aan zo’n portefeuille kleven risico’s, maar het stelt een beheerder ook in staat om zijn of haar kunde als stockpicker maximaal te etaleren. Deze manier van beleggen werkt uiteraard alleen in de handen van capabele beheerders die niet alleen met hoge convictie durven te beleggen, maar die dankzij hun geconcentreerde aanpak ook daadwerkelijk het verschil kunnen maken. ... Voorbeelden?

    1. Quest Cleantech Fund B Acc (10 belangrijkste participaties = 51,99 % van het fonds)
    2. Funds for Good Arch.Strategy (10 belangrijkste participaties = 48,69 % van het fonds
    3. BR IM New Energy Fund A2 (10 belangrijkste participaties = 45,44 % van het fonds)
    4. Comgest Growth Europe Acc (10 belangrijkste participaties = 46,47 % van het fonds
    5. Carmignac Emergents (5 belangrijkste participaties = 44,18 % van het fonds)
  2. Ander fondsen blijken minder overtuigd van het feit dat ze de wijsheid in pacht hebben en spreiden veel meer. Voorbeelden?
    1. DPAM Inv B Eq. Europe Sust. B Cap (10 belangrijkste participaties = 20,75 % van het fonds)
    2. DPAM Inv B Equit. NewGems Sustain.B (10 belangrijkste participaties = 19,35 % van het fonds)
    3. DPAM Inv B Eq World Sustainable B (10 belangrijkste participaties = 24,77 % van het fonds)
    4. Triodos Sustainable Equities (10 belangrijkste participaties = 22,85 % van het fonds
    5. Triodos Sustainable Bonds (10 belangrijkste participaties = 22,68 % van het fonds)

De rest van de fondsen neemt zowat een middenpositie tussen deze 2 uitersten in.

Je zou kunnen zeggen dat de portefeuille dus een goede spreiding kent tussen beide opvattingen. De convictiefondsen zouden in theorie het meest volatiel moeten zijn (in positive zin als de beheerders het juist voor hebben én in negatieve zin als ze de bal verkeerd slaan).

Is er veel overlap tussen de verschillende fondsen? 

Met andere woorden: vissen de duurzame fondsen niet allemaal in dezelfde vijver? In 2012 bleek dit niet het geval te zijn. In 2018 is dit nog steeds niet zo. De vrees dat duurzaamheidscriteria bij beleggen leiden tot eenheidsworst is derhalve ongegrond. Natuurlijk, er zitten overlappingen tussen de investeringen. Maar als 100 mensen een auto moeten kiezen is de kans groot dat er ook meer dan 1  keer voor BMW gekozen wordt natuurlijk.

Terwijl in 2012 de belangrijkste participatie slechts 1,06 % uitmaakte op de

Categorieën
home

Een lancering met minder CO2-uitstoot

 

Ook al ben je Elon Musk en wil je een plan B voor de mensheid. Naar Mars vliegen zal gepaard gaan met het verbranden van massa’s fossiele brandstof.

Er moet veel gebeuren vooraleer de klimaatakkoorden van Parijs effectief leiden tot een verminderde CO2-uitstoot. Ons gedrag moet op diverse punten aangepast worden om de wereldwijde klimaatopwarming tot maximum 2 ° Celsius te beperken.

Ook onze omgang met geld.

Beleggen in bedrijven zonder rekening te houden met de richting waarin de economie evolueert is meestal geen goede insteek. Als je weet dat we moeten inzetten op CO2-reductie, dan weet je ook dat CO2 een beleggingsrisico is. Bedrijven die dit risico inschatten en  er op anticiperen,  zullen dus normalerwijze een voetje voorhebben op vlak van rendement.

Beleggingsfondsen zijn normalerwijze een mand waar veel bedrijven in opgenomen zijn (soms als aandeel, soms als obligatie). Is het dan haalbaar om na te gaan of uw beleggingsfonds in zijn totaliteit fossielvrij is of bezig is de weg naar fossielvrij af te leggen?

Categorieën
home

Carmignac omarmt duurzaam beleggen.

 

duurzaam is meer dan een groen kleurtje

Een tanker keert niet zo vlot als een speedbootje. Als een beleggingsreus als Carmignac, zijn beleid wijzigt, dan duurt dit een tijdje.

Carmignac is in 1989 opgericht en is inmiddels uitgegroeid tot 1 van de belangrijkste Europese aanbieders van vermogensbeheerdiensten. In 2012 ondertekenden ze de VN Beginselen van Verantwoord Investeren.

Maar tot vrij recent hebben ze zich niet als duurzame beleggers geprofileerd.

Via Google Search  merken we dat ze sinds het 2e kwartaal van 2017 deze eigenschap wel beginnen uitspelen. Per 08/08/2017 op hun algemene website , per 18/08/2017 op hun Duitse website, per 04/09/2017 op hun Franse website .

En … deze week was maatschappelijk verantwoord beleggen ook 1 van de thema’s op hun investeringsseminarie in België.