Categorieën
home

Allemaal duurzaam dankzij Febelfin?

Nu de eerste lading van duurzame financiële producten hun zegen kreeg van het Central Labelling Agency of the Belgian SRI label (CLA) van Febelfin, kunnen we een voorzichtige balans opmaken. Leidt die selectie de geïnteresseerde klant naar een echt duurzaam product? Of zit er nog teveel kaf tussen het koren en moet het label in eerste instantie gezien worden als een nieuw marketinginstrument van de financiële sector? Iets om een nog niet volop bespeelde flank alvast toch af te dekken?

Hét Belgische Duurzaamheidslabel.

logo van the Central Labelling Agency van Febelfin
Nederlands of Frans in het logo is wellicht niet hip of gewichtig genoeg

De toevoeging aan de naamgeving ‘the Belgian SRI label‘ wijst er op dat het initiatief gebruikt wordt om zich als enige valabele scherprechter in de markt te zetten. De exclusiviteit op te eisen met andere woorden. Nu nog in kleine quasi onleesbare letters op het logo. Maar straks ook gebruikt om kritische- of andere meningen te weren? We zullen moeten afwachten (en attent zijn).

Alvast de perstekst van Febelfin nav. de lancering laat weinig over aan de verbeelding “… Ander labels kunnen niet noodzakelijk op hetzelfde draagvlak rekenen als dit sectorbreed gedragen initiatief. De grote steun van Belgische aanbieders en beheerders dwingt (eigen cursivering) ook buitenlandse spelers actief op de Belgische markt om het label aan te vragen.’

Omdat er geen eenduidige definitie is van wat SRI (Socially Responsible Investing) is (wanneer het begint of wanneer het ophoudt), had een meer bescheiden ‘a Belgian SRI label” m.i. op zijn plaats geweest.

Scoren op kwantiteit.

Er werden erg veel fondsen goedgekeurd. 77,75 % van de aanvragers (311 op 400) werden tot het label toegelaten. Wie sneuvelde en waarom is voor buitenstaanders niet bekend. Mogelijk ontbraken alleen enkele details in het dossier en worden sommige kandidaten later toch nog toegelaten tot de club.

Dit grote aantal suggereert dat het wel goed zit met de mogelijkheid om een duurzaam financieel product te onderschrijven. Dat de sector deze verzuchting, deze trend voldoende oppakt. Tenzij je ervan uitgaat dat de lat gewoon te laag gelegd werd. Er zijn kwantitatieve redenen om dit te denken.

Zo zien we in de ons omringende landen, waar labels al langer bestaan, dat er heel wat minder fondsen toegelaten worden door de labelgever.

  • Frankrijk benadert met haar officieel ISR-label nog het meest de Belgische hoeveelheid. Daar zijn er momenteel 275 fondsen die het label mogen dragen.
  • Luxemburg (toch een Europees financieel centrum en erg belangrijk op de fondsenmarkt) erkent met het LUXFLAG-label slechts 84 fondsen als duurzaam. 8 fondsen staan er op een watchlist.
  • Duitsland heeft slechts 64 fondsen (20,58 % ivm. België) die het FNG-Siegel krijgen.

In een tweede ronde (februari 2020) komen er nog financiële producten bij. Het lijkt dus toch een beetje op een kermisattractie waarbij “iedereen prijs!” geroepen wordt.

Het glas halfvol of halfleeg?

Dat de huidige kwaliteitsnorm eerder pover is, wordt trouwens niet ontkend. Zo lezen we over die kwaliteitsnorm:

  • ‘ Met …als doel … de financiering uitsluiten van een beperkt aantal praktijken  (vet door auteur) die algemeen als onduurzaam worden beschouwd.’

    ’t Is maar hoe je het bekijkt
  •  ‘De focus ligt op transparantie en de aanlevering van relevante en nuttige informatie die potentiële klanten kunnen gebruiken om te bepalen of het beleid van een specifiek product overeenstemt met hun persoonlijke overtuigingen.’
  • ‘Het naleven van de beginselen van de norm moet eerder worden geïnterpreteerd als een teken dat een product op het juiste pad zit naar duurzaamheid“.
  • “Een label dat potentiële beleggers het vertrouwen moet geven en (hen) geruststellen dat de financiële producten ….niet worden blootgesteld aan zeer onduurzame praktijken, zonder dat de beleggers daarvoor zelf een gedetailleerde analyse moeten uitvoeren”.

De site zelf en haar logo legt hier niet voor niets de nadruk op. “Towards sustainability” klinkt het voorzichtig.

Het is toch een beetje alsof de katholieke kerk een lijst van potentiële heiligen zou bekendmaken. Mensen, die men mag aanbidden in de zekerheid dat ze alvast geen doodzonde begaan hebben. De praktijk leert dat “gelovigen” op zoek naar vertroosting hier genoeg aan hebben. Slechts enkelingen zullen hun biografie er op nalezen om zich ervan te vergewissen of ze het gebed waard zijn.

Dit lijkt het gevaar van dit label. Alle nodige elementen voor een gedetailleerde analyse moeten transparant zijn. En dat zijn ze ook.  Je moet echter zelf doorklikken en dan voldoende kritisch de identificatiefiches lezen. Het gros van de mensen doet dit -jammer genoeg- niet.

Maar drinken zullen we.

Uitgevers van fondsen zullen de labeling echter wel om promotionele redenen inzetten. We konden dit reeds zien bij KBC, die nog op de dag van de lancering van de Febelfinsite haar hoera-fanfare liet uitschallen: ... alle 65 duurzame beleggingsfondsen van KBC voldoen volledig aan de Febelfinstandaard (en gaan in aantal gevallen zelfs verder).

De onvermijdbaarheid van het label zorgt er ook voor dat bijv. Triodos, welke zich aanvankelijk erg kritisch (lees: negatief) uitliet over de afgesproken normering, toch ook getrouw haar producten liet labelen.

Bijschenken of toch niet?

Febelfin is zich bewust dat ze vertrekt van een lage standaard. Ze rekenen er op dat hun label een vertrekpunt en geen eindpunt is. Zal ze er in slagen de financiële spelers (en ook de beleggers) mee te trekken? De standaard zal alvast aangepast worden aan evoluties op EU-niveau, waar het actieplan duurzame financiering voor zover bekend veel scherpere grenzen lijkt te willen trekken. Maar het lobbywerk rond de taxonomie voor duurzame producten kan nog wat water aan die wijn toevoegen.

Elke 2 jaar worden de criteria herzien. Dit in een multi-stakeholdersconsultatie (ja, dat woord gebruiken ze echt) via het adviescomité van het Central Labelling Agency van Febelfin. Dit adviescomité moet echter nog opgericht worden. Volgens het organogram op de site zal dit voorgezeten worden door een non-financial en bestaan uit actoren uit de financiële sector en betrokkenen uit de burgermaatschappij. Wie die zijn én wie welk gewicht zal hebben? Wait and see.

De ervaring leert dat het erg moeilijk is om eens betrokkenen tot een club behoren hen er terug uit te gooien. Vroeger luidde het gezegde “je moet al je moeder vermoord hebben vooraleer je ontslagen wordt bij politie/leger/…”. En –even politiek incorrect– we weten dat het niet evident is om de Belgische nationaliteit van iemand, eens deze ze verworven heeft, ze terug af te nemen.

We zullen zien of het hier anders zal lopen. Zullen erkende fondsen bij controle of bij stijgende normen consequent hun label verliezen?

Rechter en partij tegelijkertijd.

rechter en partij - Central Labelling Agency van Febelfin
wie heeft de sleutel om te beslissen?

1 van de fundamentele bezwaren tegen het dit label is de opmerking dat de sector hier zichzelf controleert.  Je leest deze kritiek bijvoorbeeld bij Réseau Financité .

In de geschiktheidscommissie is er een overwicht van onafhankelijken (6 tegen 4). De Raad van Bestuur van het Central Labelling Agency van Febelfin bestaat uit 8 leden. 4 ervan komen uit de financiële sector. 4 zijn onafhankelijk (1 ervan heeft een carrière achter de rug bij Triodos en was actief rond duurzaam beleggen). Niet iedere onafhankelijke lijkt echter de financiële sector goed te kennen. Zullen zij genoeg weerwerk kunnen bieden aan vertegenwoordigers van de sector?

Er komt nog een raadgevende commissie om de Raad van Bestuur te adviseren. De opstart en de samenstelling hiervan is uitgesteld tot midden 2020.

Onafhankelijk van het CLA is er een verificateur. Deze moet een ‘technische en diepgaande controle uitvoeren op de producten waarvoor een label is aangevraagd’. Deze verificateur bestaat uit Forum Ethibel, ICHEC, Managementschool Brussel en Universiteit Antwerpen. De onafhankelijkheid van die instantie is relatief, gezien zij zich aan de neergeschreven zwakke normeringsregels moet houden. Met andere woorden het speelveld is afgebakend.

Zelf schrijft Febelfin dat de governance-structuur bijzonder robuust is. We durven daar aan twijfelen. Het is niet meer zo dat buitenstaanders volledig uitgesloten zijn (cfr. corporatistische praktijken zoals -althans vroeger, in de huidige werking heb ik mij niet verdiept– bij de Orde van de Artsen of Orde van Advocaten), maar of ze opgewassen zijn tegen de gestroomlijnde falanx uit de financiële sector valt af te wachten.

Eigen fonds eerst?

Hoewel er enkele buitenlandse fondsen in de eerste lijst van gelabelden opgenomen zijn, is de lijst toch vooral een Belgische aangelegenheid. Natuurlijk het is een Belgisch label, maar anderzijds er is binnen Europa vrij verkeer van geld en goederen. Dat uit zich ook in vrije financiële dienstverlening. Erg veel fondsbeheerders hebben dan ook toegang tot de Belgische markt. Wellicht zijn die in eerste instantie minder actief betrokken geweest bij de opstart van dit label. België is vaak maar 1 van de landen waar ze in actief zijn. Niet het meest belangrijke.

Het valt te verwachten dat sommige buitenlands fondsen pas nu -na de lancering- in actie gaan komen. Sommigen zullen wegens hun geringe capaciteit op onze markt wellicht nooit het label aanvragen. En dat is jammer.  Zo komt kwalitatief aanbod van bijv. Pictetom er maar 1 te noemen– totaal niet voor op de huidige lijst. In die zin kan het label ook als een muur fungeren. Een filter om de eigen markt wat extra te beschermen. Een functie die de labels uit de ons omringende landen ook niet vreemd is, trouwens.

De kwaliteitslat ligt laag…

Een gouden raad voor wie het niet zo nauw steekt

Laag is beter dan niets. Maar kan op termijn meer kwaad doen dan goed. Light Cola is minder ongezond dan gewone Cola. Als je door overschakelen vergeet dat je je drankgewoontes in feite beter verder kan bijsturen, heeft je keuze op termijn mogelijk toch verregaande gezondheidsgevolgen.

Zo is het ook met de huidige normering van het label. De fondsenkeuze, die nu overeind blijft laat erg veel ruimte voor grijze zones. En ja, ik weet het: de consument wordt steeds verzocht om de informatiefiche tot zich te nemen vooraleer hij zijn keuze maakt. En zelf af te wegen of het product overeenkomt met zijn behoeftes, principes. Toch is het geweten dat hij dit zelden doet (eigen schuld?), maar vooral dat hij het wellicht zelf met moeite kan doen als hij het al zou willen. Niet voor niets wordt vastgesteld dat er nog van alles schort aan de financiële geletterdheid van de Belg.

… bewijst een voorbeeld rond de SG en 1 rond de E van ESG.

In het artikel Quand les banquiers s’autogratulent van Réseau Financité lees je bijvoorbeeld dat het gelabelde fonds Candriam SRI Bond Euro investeert in landen en bedrijven, die het niet zo nauw nemen met deugdelijk bestuur of mensenrechten.

Ik geef 1 een ander voorbeeld: AG Life Strategy Global Defensive (bestaat ook in – Neutral en – Dynamic uitvoering).

In dit fonds kan een bedrijf toch kan opgenomen worden als het maximum 10 % van zijn omzet uit steenkool haalt. Idem dito voor onconventionele olie-of gaswinning (denk schaliegas, fracking,…). Wat conventionele olie-of gaswinning betreft is de norm dat er kan geïnvesteerd worden zo minstens 40 % van de inkomsten in het bedrijf komt van gewone gaswinning en/of hernieuwbare energie. Maak dit eens concreet. Dan kan dit fonds investeren in een bedrijf dat 59,9 % omzet haalt uit olieproductie & 40,1 % uit gaswinning. Extreem voorgesteld natuurlijk, maar dit is toch niet wat je verwacht van een duurzaam beleggingsfonds of Tak 23-verzekering? Je verwacht die eerder in de beleggingsportefeuille van Donald Trump of anderen die het klimaatakkoord van Parijs maar niets vinden. Net zoals het vreemd is dat in de normbepaling gas en hernieuwbare energie op 1 hoop belanden. Het eerste is immers een eindige, niet hernieuwbare energiebron.

Duurzaam pensioensparen? Doen wij al!

Enfin zo lijkt het bijna. FairFin analyseerde de producten op de markt eind 2018. 3 producten haalden bij hen de eindmeet: KBC Pricos SRI, VDK Pension Fund en ING Starfund.

ING Starfund kreeg geen label. Vergeten aanvragen? Of geweigerd om ons onbekende reden? De andere 2 werden door het Central Labelling Agency van Febelfin wel onderscheiden.

Maar de marktleider op dit vlak  BNP Paribas Pension (3 formules Stability, Balanced & Growth) krijgt bij Febelfin nu ook het label. Net zoals de zusterfondsen Crelan Pensioen Fund en Metropolitan-Rentastro. Ze worden allen door BNP Paribas Asset Management beheerd. Op vlak van het gevolgde energiebeleid zijn de normen voor deze pensioenspaarformules dezelfde als die van het eerder vermelde AG Life Strategy Global Defensive. Op energievlak alvast niet erg duurzaam dus.

Conclusie1 : je promoot het koren niet door het kaf te behouden.

We mogen geen intentieproces maken, want we waren totaal niet betrokken bij de totstandkoming van het label. Uitgezonderd een kleine bijdrage aan hun bevraging. Een bijdrage waarop geen reactie kwam en het niet geweten is of er überhaupt iets mee gedaan werd. Zie ons blogbericht van 27/04/2018.

Het doel was toch het koren van het kaf te scheiden. Niet het samen te houden.

Toch is de eerste indruk dat het geleverde werk niet bepaald fris ruikt. Dat heeft veel te maken met de lage normen die vastgelegd werden. En natuurlijk kunnen (zullen?) die in de toekomst opgetrokken worden. Maar een groot aantal erkenningen later reduceren terwijl betrokkenen in de sector mee aan het stuur zitten is niet evident. Vraag dat maar aan wie een olievlak moest indammen of een teveel aan tandpasta terug in de tube probeerde te duwen.

Het lijkt er zelf een beetje op dat de kwaliteit verzopen wordt in een overvloed aan kwantiteit. Van te veel wijn drinken krijg je koppijn. Je kan beter 1 goede fles openen dan een volledig schap ontstoppen. Het label lijkt wat mij betreft eerder bij te dragen aan de verwarring rond duurzaam beleggen, dan dat het helpt om de mist er rond op te trekken.

Conclusie 2 : de georganiseerde financiële sector eigent zich een speelveld toe.

In een gisteren gepubliceerd blogbericht (met enkele opmerkingen over de totstandkoming van dit label) vroeg ik me onder meer af of Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip “duurzaam beleggen” wilde claimen. Mij baserend op Febelfinteksten, was ik daar niet zo bang voor. De tekst onder het logo van hun CLA (ook weergegeven onderaan iedere webpagina) doet me nu terug twijfelen.

Mogelijk wordt hier toch met de voeten vooruit gesprongen. Iets wat altijd gevaar oplevert voor wie zich eveneens in de arena bevindt. Kleinere onafhankelijke spelers of activisten moeten op hun hoede zijn. Hun standpunten of visies dreigen onder de pletwals van een grote organisatie (nog) minder weerklank te krijgen. En hun geloofwaardigheid kan -eens de machine op volle kracht is- gemakkelijker in diskrediet gebracht worden. De toekomst zal uitwijzen of dit aanvoelen al dan niet te zwartgallig is.

—————————————————————————————————————————————-

disclaimer: dit is een persoonlijk standpunt. De vermelding van Réseau Financité en FairFin in bovenstaande tekst betekent niet dat zij automatisch met deze visie akkoord zijn. Net zoals auteur dezer niet steeds de standpunten van deze organisaties deelt.

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Duurzaam beleggen in spagaat: kwaliteit omlaag en kwantiteit omhoog?

peilde naar de intenties van beleggers

De interesse in duurzaam beleggen groeit gestaag. Zo blijkt uit een studie van Schroders dat in 2019 57 % van de Belgische beleggers rekening houdt met duurzaamheidsfactoren als ze een belegging kiezen. Er verschijnen ook steeds meer duurzame fondsen. Maar zijn de nieuwe ook beter dan de bestaande fondsen?  Met andere woorden gaat de aangroei in aantal fondsen gelijk op met een stijging in kwaliteit van de fondsen? De jaarlijkse studie van Réseau Financité lijkt in de andere richting te wijzen: de kwantiteit gaat omhoog, maar de kwaliteit omlaag.

Onze houding tegenover duurzaam beleggen volgens Schroders.

We vatten de belangrijkste conclusies uit het Schroders onderzoek Global Investor Study 2019 hieronder samen:

  • Hoe hoger de beleggingskennis is, hoe sterker de neiging om met duurzaamheid rekening te houden.
  • 63 % van de ondervraagden denkt dat klimaatverandering een effect op hun beleggingen zal hebben/al heeft.
  • Toch blijven 4 redenen nog dominanter in het oriënteren van de beleggingsbeslissingen:
    • voorkomen van financieel verlies,
    • voldoen aan verwacht rendement,
    • het behalen van een verwacht inkomstenniveau (voor distributiefondsen) en
    • een redelijk kostenniveau.
  • 40 % van de beleggers verkiest een geïntegreerde benadering (kiezen voor bedrijven die zich pro-actief voorbereiden op veranderingen in leefomgeving en maatschappij).
  • Volgende externe factoren zouden nog een grotere stimulans betekenen:
    • wetgeving die stuurt in de richting van duurzaam beleggen (60 %),
    • een onafhankelijke score van een onafhankelijke instantie die bevestigt dat een belegging echt duurzaam is (60 %),
    • financiële adviseurs die meer én eenvoudig te begrijpen info over duurzaam beleggen zouden geven (59 %),
    • vermogensbeheerders die op basis van een eigen scoresysteem de duurzaamheid van hun fonds kunnen aantonen (57 %),
    • een simpele aansporing van de financieel adviseur om meer geld duurzaam te beleggen (55 %).

Het volledige rapport kan je hier lezen.

De situatie op de Belgische markt volgens Réseau Financité.

rapport ISR 2019 - kwantiteit omhoog, kwaliteit omlaag
een boekje open over de markt van duurzaam beleggen

Het is op basis van het voorgaande niet verwonderlijk dat op het terrein (de Belgische financiële markt) het aanbod gestaag groeit. Dat blijkt onder meer uit de jaarlijkse publicatie van Réseau Financité. Hun ISR Rapport 2019 – het 14e reeds – is terug een dik bundel geworden. Is hun insteek inmiddels wat milder geworden? We namen het rapport door. We bespreken het in enkele items. Zonder volledig te willen zijn.

1. Nog veel werk aan de winkel voor onze wetgevers.

Nog steeds is het zo dat het begrip “duurzaam” niet duidelijk gedefinieerd is. Dit biedt veel kansen aan marketeers om hun financiële producten sympathiek in de markt te zetten. Zelfs de federale overheid deed dit in 2018. In het 1e trimester pakte ze uit met een eerste “Green Bond”. Ze haalde daarbij € 4,5 miljard op. Hoewel de bestedingsoriëntatie voor deze obligatie in de juiste hoek zit (offshore windenergie, circulaire economie, energie-efficiëntie, biodiversiteit en gemeenschappelijk vervoer), gaat het toch vooral om financieren van uitgaven uit het verleden of die reeds lang voorzien waren. Trendy opgesmukt met een “groene strik”.

Regelgeving ter omlijning van wat duurzaam is, blijft dus een grote nood. En dit niet alleen in België. Financité wijst op het initiatief van Febelfin om zelf voor eigen deur te vegen. Maar tussen de regels lees je dat ze hier toch niet al te veel vertrouwen in hebben. Het blijft een beetje “jagers die de jacht reglementeren“. Financités visie kan je hier raadplegen. Kort door de bocht: de minimumgrens voor duurzaam beleggen moet gebaseerd zijn op respect voor de internationale verdragen en conventies die België ondertekende.

Meer vertrouwen lijkt er te zijn in het actieplan  van de Europese Unie rond duurzaam financieren. Vorig jaar werden de contouren hiervan publiek gemaakt. Nu komt het er op aan te finetunen en een uitvoeringsplan op te maken. Dit alles loopt inmiddels al wat vertraging op en lobbyen hierrond is ondertussen gaande. Afwachten dus of bvb. het eenvormig klassificatiesysteem (de zogenaamde ‘taxonomie‘) dat bepaalt onder welke voorwaarden een belegging duurzaam genoemd mag worden waterdichter is dan deze die door de Belgische financiële instellingen uitgewerkt werd. De eerste tekenen zien er beter uit. Maar zolang het toestel niet aan de grond staat, zijn er natuurlijk nog koerswijzigingen mogelijk. Of verwijzing naar de Griekse kalenden.

2. De naakte cijfers.

2018 liet een sterke stijging zien in de bedragen geïnvesteerd in duurzaam beleggen. Duurzaam sparen steeg niet spectaculair (van € 2,31 miljard naar € 2,39 miljard). Duurzaam beleggen steeg echter met € 10,52 miljard in vergelijking met 2017. Dit maakt dat die markt nu € 35,69 miljard groot is. Terwijl het marktaandeel van duurzaam sparen lichtjes daalde (van 0,92 % naar 0,91 %), veerde de markt van duurzaam beleggen fors op. Hij maakt nu 19,1 % van de markt uit, tegenover 13 % in het voorafgaande jaar.

Belgique: douze point? Bijlange niet

Marktleider in het duurzame fondsen-segment is KBC (28 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 6/100 – zie studie p 99 -), gevolgd door Candriam (18 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 4/100) en BNP Paribas (13 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 2/100). Een stevige runner-up is NN Investment, slechts nipt naast de derde plaats gegrepen met een sprong van 2 % (2017) naar 13 %. De kwaliteit van de NN Investmentfondsen is ook pover (2/100).

De studie stipt ook 2 tendensen aan:

  1. een sterke stijging van dakfondsen: van 28 in 2017 naar 66 in 2018.
  2. een sterke versplintering van de markt: van de 79 aanbieders van duurzame beleggingen, hebben 58 minder dan 1 % van de markt in handen.
3. De naakte cijfers met enkele bedenkingen omkleden.
infografiek duurzaam beleggen 2019 - kwaliteit omlaag, kwantiteit omhoog
De barometer kondigt nog geen zomer aan

1. Dat het duurzaam sparen amper stijgt is wellicht te verklaren door het feit dat de rente op sparen zo laag staat. Er is amper natuurlijke groei. En door de lage rente zullen ook wel meer mensen naar andere bestedingen (vb. rechtstreeks investeren in sociale economie, overstappen naar duurzame fondsen, geld gebruiken voor duurzame investeringen,…) uitwijken. Opmerkelijk is de stelselmatige daling bij EVI. Waar hun duurzame spaarformule in 2015 nog € 525.887.614 bedroeg, staat er nu nog maar op € 316.570.845 op de rekeningen. In 2018 daalde de inleg met 18 %.

2. De stijging van het marktaandeel bij beleggen is erg spectaculair. Van +/- 25 miljard per 31/12/2017 naar +/- 36 miljard is een aangroei van 42 %. En dit in een jaar met slechte rendementen. Zie naar de evolutie van enkele belangrijke beursindexen in 2018: BEL20:- 19,36 %, EUROSTOXX50: -14.77 %, MSCI AC WORLD: -11,76 %, DOW JONES SUSTAINABILITY WORLD: – 11,35 %, DOW JONES SUSTAINABILITY EUROPE: – 10,18 %. Het totaal ingelegde bedrag moet dus nog een pak hoger zijn dan uit de cijfers blijkt, gezien de aangroei toch niet alleen in de laatste weken van het jaar plaatsvond. Was het niet zo’n slecht beursjaar geweest, dan was de aangroei wellicht dichter bij die van 2017 geweest (toen schoot die met 82 % vooruit).

Het slechte rendement kan natuurlijk nog haar effect hebben in de komende jaren. Wie instapt in iets nieuws en dadelijk een koude douche krijgt, springt vaak bibberend weer de andere kant op.

3. We hebben geen inzicht in de achterliggende berekeningen, maar een belangrijk gedeelte van de aangroei zou natuurlijk ook kunnen verklaard worden door het feit dat bestaande “gewone” beleggingen in het vorig jaar plots hun focus verlegden. Zo is het niet onbelangrijke pensioenspaarfonds STAR FUND (ING, NNIP) sinds 10/2018 op duurzame leest geschoeid en herschikte het zijn portefeuille. Deze veronderstelling zou ook mee verklaren waarom NN in de rangschikking van Financité plots de 4e partij werd met een aandeel dat fel opveerde.

4. Is er een verklaring voor de stijging van het aantal dakfondsen? We zien er op het eerste zicht 3:

  • Dakfondsen zorgen voor een grotere spreiding. Dit kan nuttig zijn als (marketing)instrument om beleggers met koudwatervrees over de brug te krijgen.
  • Dakfondsen zijn vaak interessant voor de bestaande portefeuilles van hun uitgevers. Ze recycleren reeds bestaande (eigen) fondsen en zorgen dat daar ook bijkomend geld naartoe vloeit.
  • Gelijktijdig worden ze vaak in de markt gezet met hogere beheerskosten. In tijden dat financiële instellingen geld verliezen op spaargeld, is het opdrijven van hun fee-inkomsten een welkome aanvulling op hun rentabiliteit.

5. En dat de markt verplinterd is, hoef je mij niet te vertellen. Als verzekeringsmakelaar, die vaststelt dat de grootste aanbieders gebonden zijn aan (vaak exclusieve) bank- of verzekeringsagentschappen, zijn we al te vaak aangewezen om te putten uit de restmarkt om ons aanbod op te bouwen. Maar bon. Het is natuurlijk niet omdat sommigen een klein aandeel hebben dat ze per definitie oninteressant zijn.

4. Hoe zit het  met de kwaliteit van de duurzame beleggingen?
stijging in aanbod en belangstelling, maar daling in kwaliteit volgens Financité

Réseau Financité legt een strenge meetlat naast de fondsen. Het resultaat daarvan is dat erg weinig fondsen voorbij hun deliberatie geraken.

83 % (452 van de in totaal 545 beschikbare fondsen) worden met een dieprode 0 op 100 in de hoek gezet. 1 % van de fondsen heeft men niet tijdig kunnen bestuderen. Van de overblijvende fondsen is er geen enkele die meer dan 53/100 haalt. In examentaal betekent dit dat slechts1 fonds een voldoende haalt. Er is geen enkel fonds met onderscheiding, laat staan grote- of grootste onderscheiding. 34 fondsen halen tussen de 20 tot 39 /100.  50 fondsen halen meer dan 0, maar minder dan 20/100. De gemiddelde kwaliteit bedraagt 2,8 /100.

Financité merkt zelf op dat het meten van de kwaliteit van een ESG-fonds delicaat is.

De hoge nulscore is te wijten aan 2 criteria, die zij hanteren:

  1.  Fondsen waarbij onvoldoende informatie beschikbaar was om te quoteren krijgen automatisch een cijfer 0. Op basis van dit criteria wordt onmiddellijk 49 % van het aanbod bij het groot huisvuil geplaatst.
  2.  Fondsen waarvan investeringen teruggevonden worden op de zwarte lijst van Réseau Financité krijgen ook een 0-score. Hier gaat het over 34 % van het onderzochte fondsenaanbod.

Fondsen die beide hogervermelde mankementen niet hebben, worden daarna gewogen op basis van hun ESG – benadering (thematische aanpak, benadering gebaseerd op uitsluitingscriteria, benadering gebaseerd op positieve criteria, engagement van aandeelhouders) en op diepgang (hoe wordt de extra-financiële informatie verzameld en geanalyseerd?, hoe kwaliteitsvol is de methodologie die het fonds hanteert?, kan een investeerder gemakkelijk informatie vinden over de gebruikte methodologie en het resultaat dat er uit voortvloeit?).

5. Algemene bedenkingen bij de meetmethode.
logo Réseau Financité - Kwantiteit omhoog, kwaliteit omlaag
de barometer blijft op onweer staan

In eerdere blogberichten mbt. de vroeger verschenen studies van Financité hebben wij ons op het standpunt gesteld dat het contraproductief is om producten te promoten als je zelf al zoveel bedenkingen hebt bij de kwaliteit ervan. We mogen (nu de meeste hormonen uit het vlees verdwenen zijn) inmiddels toch ook aannemen dat een slager zijn zelf bereid vlees durft aan te bevelen of te consumeren.

In een studie waarbij de negatieve resultaten zo overweldigend zijn, zal niemand veel motivatie vinden om toch duurzaam te gaan beleggen. Tegenstanders, die dit allemaal maar flut vinden, kunnen in dergelijke studies argumenten vinden om ESG-benaderingen blijvend te negeren of – actiever nog- te bestrijden.

Anderzijds moet gezegd dat ook in onze eigen benadering (objectiveringsscore, waarbij zowel rendement als extra-financiële gegevens een rol spelen) geen enkel fonds momenteel hoger scoort dan 6,75 op 10. En het gros van de fondsen haalt ook bij ons niet eens de helft van de punten. Dus: we twijfelen niet aan de conclusie dat er nog veel werk aan de winkel is en dat fondsen zich soms in de markt zetten als duurzaam, terwijl je daar inhoudelijk veel bedenkingen kunt bij formuleren.

We struikelen vooral over de slachtbankmethode waarbij veel fondsen dadelijk in het verdomhoekje van 0/100 vliegen. Een lot dat bijvoorbeeld ook 3 van de 4 Triodosfondsen beschoren is. Wij verdelen zelf 2 van die 3 fondsen. En zeker, ook op basis van onze criteria zijn ze niet perfect (respectivelijk staan ze met 1,5 /10 en met 4,25/10 gequoteerd). Maar van Triodos en haar benadering kan je m.i. moeilijk zeggen dat ze duurzaamheid niet au serieux nemen.

6. Pleidooi om te stoppen met de 0-score.
6.1. Als er onvoldoende informatie ter beschikking is, krijgen de fondsen een 0/100.
géén informatie = géén punten
  • Volgens Financité hebben 29 financiële instellingen/vermogensbeheerders geen informatie ter beschikking gesteld aan Financité. Op een totaal van 81 betekent dit dat een kleine 36 % van de markt niet alleen geen herexamen kreeg, maar dadelijk met een klinkende buis opgezadeld werd.
  • Mogelijk zijn er redenen waarom er geen antwoord kwam. Een vragenlijst kan niet bij de juiste persoon/afdeling terechtgekomen zijn. Ze kan op een verkeerd moment op een bureau gevallen zijn (zeker bij kleine aanbieders waar alles door een klein team moet gemanaged worden is de workflow niet egaal verspreid en soms gewoon te hoog).
  • Het kan ook zijn dat een aanbieder de relevantie van een bevraging door Financité niet groot genoeg vond (er staan nogal wat kleppers op de lijst van niet-respondenten: ABN-Amro, Amundi, AXA, Crédit Suisse,  DWS Investment (Deutsche Bank), J.P. Morgan, UBS,…). Reuzen durven zich wel eens als Goliaths opstellen en de Davids negeren. Ook al leert de gewijde geschiedenis ons dat dit niet altijd terecht is.
  • Ons standpunt: als je onvoldoende informatie hebt, kan je inderdaad geen punten toekennen. Maar om de globale scores niet nodeloos naar beneden te halen, kan je evengoed dit segment uit de vergelijking houden. Een vermelding “niet quoteerbaar, niet weegbaar” is o.i. correcter dan een stempel van 0 op 100. Als beoordelaar weet je immers niet hoe goed/hoe slecht de betrokken fondsen zijn. Mogelijke kwaliteit wordt nu ook bij het huisvuil gezet. De houding van Financité lijkt o.i. een beetje op een nukkige “Je bent stout én dus mag niet naar mijn verjaardagsfeestje komen“-houding.
6.2. Als ook maar 1 bedrijf (of overheid) uit het beleggingsuniversum van een ESG-fonds voorkomt op 1 van de 29 geconsulteerde zwarte lijsten, dan krijgt dit fonds een 0/100.
  •  Door dit criteria zijn 187 van de 545 fondsen in de kelder van de quotering beland. Ongeveer 34 % kregen hierdoor een 0/100.

    fondsen gespiegeld in 29 zwarte lijsten
  •  Op pagina 126 van hun studie somt Financité 29 zwarte lijsten op die zij hiervoor raadpleegt. Ze bevatten zondaars tegen mensenrechten, sociale rechten, burgerrechten, milieu én deugdelijk bestuur. Financité motiveert door te stellen dat deze thema’s allen met 1 of meerdere raakpunten verbonden zijn aan internationale verdragen, die door België ondertekend zijn. Volgens Financité kan je derhalve niet onder deze lat door.
  • Ons standpunt: uiteraard horen overheden of bedrijven die flagrant conventies schenden niet vertegenwoordigd te zijn in ISR-fondsen. Maar het gaat hier over levendige materie: bedrijven (/ overheden) verdwijnen én verschijnen op dergelijke lijsten. Dit betekent dat de lijsten -gesteld dat ze allen al 100 % foutloos zouden zijn- steeds met de nodige vertraging aangepast worden. We gaan ermee akkoord dat ook fondsbeheerders regelmatig de lijsten moeten screenen.
    • Maar hoe dan ook is er een tussentijd tussen aanpassing van de zwarte lijst én constatatie van aanwezigheid van een betrokken dergelijk bedrijf in de eigen belegging door een beheerder van een duurzaam fonds. Hoeveel reactietijd is redelijk? Nu lijkt het dat dit 0 is.
    • En is het niet normaal dat een fonds ook nog eens een zekere tijd krijgt om zich daarna van het betrokken bedrijf (land) te ontdoen? Een voorbeeld? Toen dieselgate uitbrak was VAG (Volkswagengroep) 1 van de participaties in het Triodos Sustainable Equity-fonds. Verkopen dadelijk na uitbraak van het schandaal zou grote aandeelhouderswaarde vernietigd hebben. Triodos besloot om die reden om zich enkele maanden te gunnen om zich volledig uit VAG terug te trekken. 
    • Verder lijkt hier ook geen gradatie in de sanctie te steken. In een (aandelen)fonds is er geregeld rotatie in de onderliggende waarden. We kunnen aannemen dat als een beheerder 0,5 % van zijn fonds wil verschuiven daar minder checks & balances bij gebeuren dan als het gaat over verschuiving van 10 %. Nu lijkt het alsof ook voor een lichte (soms erg tijdelijke) verschuiving ook verwacht wordt dat daar een uitgebreide studie aan moet voorafgaan. Alsof de kostprijs van fondsen nog niet hoog genoeg is.
    • De zware buis die uitgedeeld wordt als een fonds in iets investeert dat op een zwarte lijst staat, lijkt ons dan ook te ongenuanceerd te worden toegepast. Alsof een leraar een voor de rest voortreffelijk opstel van een student een 0 geeft omdat hij er een dt-fout in opmerkte. Inhoudelijk is dit opstel misschien met voorsprong het beste van de klas, maar de kwaliteit van de inhoud wordt door een vormelijke fout niet langer beschouwd. We pleiten toch voor invoeren van een zekere (kleine) tolerantiemarge vooraleer met dieprode stylo geschreven wordt.
    • En we hopen dat Financité hun bevindingen niet alleen voor zich houdt.  Als ze ze terugkoppelen aan de fondsbeheerders, die op (kleine) zondes betrapt werden, mis je geen kans om hun kwaliteit te verbeteren.

Een serieus dilemma voor NewB.

Ja of Nee? De laatste spannende maanden voor wat de erkenning betreft.

In de laatste maanden van 2019 start NewB haar financiëringscampagne teneinde voldoende middelen bijeen te brengen om als bank te kunnen starten. Of dit lukt zal de toekomst uitmaken. Dromen is alvast niet verboden.

In een blogbericht van 04/04/2019 lezen we hoe NewB het verschil zal maken. Puntje 4 handelt over de toekomstige producten. Daarbij wordt onder meer vermeldt …. NewB-klanten die hun geld op een verantwoorde manier willen beleggen zullen de kans krijgen om te investeren in beleggingsfondsen met een positieve impact op de samenleving ….  (Er staat ook een voetnoot [12], maar bij schrijven van dit artikel werden we bij klikken hierop niet wijzer).

Nu is er een duidelijke link tussen Financité en NewB. Financité is 1 van de initiatiefnemers én drijvende krachten achter het project. Bernard Bayot is directeur van Réseau Financité en momenteel voorzitter van de Raad van Bestuur van NewB. Het wordt niet evident (eigenlijk onmogelijk) om een voldoende zinvol- en gespreid aanbod duurzame beleggingen aan de NewB-klant aan te bieden als de strenge definiëring van Financité daar het uitgangspunt wordt.

Hieronder het aantal duurzame fondsen uit het in België beschikbare aanbod, die volgens Réseau Financité deugen.
Type beleggers (rechts)
Kwaliteit van het aanbod (onder)
DEFENSIEFBALANCEDDYNAMISCH
GROTE ONDERSCHEIDING000
ONDERSCHEIDING000
VOLDOENDE001

Kunnen we om die reden in de toekomst mildere beoordelingen verwachten? Of denkt NewB zelf de capaciteit in huis te hebben om voor de verschillende types belegger eigen producten op de markt te brengen, die wel aan de hoge standaards van hun studie zullen beantwoorden? Wait and see, maar toch best spannend.

 

 

 

Categorieën
home

De nulmeting voor de eigen portefeuille in 2019

 

Onze teller staat niet alleen terug op 0. Hij is ook herijkt. Zodat u vanaf nu terug de maande- lijkse evolutie (YTD) van onze portefeuil-le kan volgen.

Al sinds medio 2012 publiceren we maandelijks de stand van onze eigen portefeuille. We doen dit in alle openheid.

De onderwaardering van de totale waarde in de eigen portefeuille wordt verholpen.

We hadden de gewoonte aangenomen om de fondsen waar we maandelijks in bijstorten jaar na jaar terug op 0 te zetten. Reden hiertoe was dat we het moeilijk hadden (geen wiskundeknobbel zijnde) om rendementen te berekenen voor kapitalen waarbij regelmatig een nieuwe inleg moet bijgeteld (en de instapkosten moeten afgetrokken)  worden.

Hierdoor was er na jaren een serieuze vertekening in de portefeuille ontstaan. Bepaalde fondsen kregen amper een gewicht, terwijl ze in feite toch goed vertegenwoordigd waren in de portefeuille. Deze vertekening werd ook jaar na jaar groter.

De maandelijkse commentaar op de portefeuille en de weergegeven rendementen weken dan ook steeds feller af van de realiteit. De stempel “Fake News” kon op de cijfers gedrukt worden.

We hebben dit nu verholpen door voor de betrokken fondsen 2 lijnen te

Categorieën
home

Duurzame fondsen in België: een markt met te veel kraampjes van weinig kwaliteit ?

 

Het dertiende rapport over sociaal verantwoord investeren in België, uitgegeven door Financité rolde samen met het begin van de zomer  van de pers.

Op de downloadpagina van L’investissement socialement responsable 2018 vinden we deze foto: een glazen pot garandeert nog geen transparantie.

Het is niet in het Nederlands beschikbaar. Financité is een Franstalig netwerk dat een spreekbuis wil zijn voor verantwoordelijke – en solidaire financiën.

De auteurs hopen met hun rapporten bij te dragen tot een uitzuivering . Ze willen het kaf van het koren scheiden, zodat de naam “duurzaam” bij spaar- en beleggingsproducten niet meer ijdel gebruikt wordt.

Regelgeving op komst?

  • Ze wijzen er op dat hierrond momenteel  ook binnen Europa initiatieven genomen worden ter bescherming van beleggers met het hart op de juiste plaats. De Europese initiatieven zullen als alles volgens plan verloopt maar tegen 2022 geïmplementeerd worden. Dus daar hangt nog veel onduidelijkheid.
  • Ook in België wordt er  door Febelfin gewerkt aan een voorstel om duidelijkere normen te bekomen. Deze zouden per 01/01/2019 moeten ingevoerd worden. Zie hiervoor ons blogbericht van 27/04/2018. Het rapport maakt groot voorbehoud rond het label dat Febelfin wil lanceren. Het vindt vele omschrijvingen te flou (bijv. uitsluiting van ‘de slechtste’ overtreders tegen… ) én wil ook niet dat alleen de financiële sector de definities bepaalt. Er moet een grotere representativiteit zijn (la représentativité de la société belge dans son ensemble p 23) kunnen bepaald worden wie tot het label toegelaten wordt. Net zoals de controle hierop aan dergelijk representatief orgaan moet toebehoren. Financité lijkt de labeling uit Frankrijk, ingevoerd in 2016 alvast meer genegen te zijn.
  • In een 30-tal pagina’s (tot p 60) wordt ingegaan op diverse topics, waaruit blijkt dat er in het verleden wel veel initiatieven pro ESG zijn/waren op de diverse politieke niveaus in België, maar dat het meestal veel geblaat en weinig wol opleverde. We slaan deze pagina’s over in deze bespreking.

De markt buiten spaarrekeningen of beleggingsfondsen

Eind 2017 waren en 908 producten op de markt die kunnen omschreven worden als beleggingsproducten die duurzaam zijn, zonder dat het gaat over  gereglementeerde spaarrekeningen of erkende beleggingsfondsen. Het totaal bedrag belegt in deze producten bleef nagenoeg constant ( €4,70 miljard).

U kan hierbij bijv. denken aan directe investeringen ( aandelen binnen coöperatieve beweging, obligaties voor rekening van vzw’s, bijeengebrachte gelden voor werkplaatsen met sociaal oogmerk) of zelfs funding van Triodos Bank.

Een brede waaier waar je met je geld je engagement kan laten blijken,

Categorieën
home

Met glans gebuisd? Rapport 2014 duurzaam beleggen in België

 

Eind juni laatstleden publiceerde het franstalige Réseau Financité voor de 9e opeenvolgende keer haar rapport: L’investissement socialement responsable en Belgique, rapport 2014 .

Input van onder de taalgrens.
Input van onder de taalgrens.

Deze organisatie was vroeger gekend onder de naam Réseau Financement Alternatif.

Dit rapport kreeg een beetje weerklank in de pers, maar verdient toch wat meer aandacht. Het is 1 van de schaarse publicaties is waarbij geprobeerd wordt een volledig zicht te krijgen op de stand van zaken mbt. duurzaam beleggen in ons land.

De teneur van de studie straalt ontgoocheling uit.

  • Ontgoocheling om de lethargie op wetgevend vlak, waar er daar geen vooruitgang geboekt wordt om duurzaam beleggen te promoten (o.m. met  fiscale incentives  te bevoordeligen). Nu in 2014 de regering ontbonden werd, wordt – terecht- gesteld dat de schaarse initiatieven terug naar af gezonden zijn.
  • Maar ook ontgoocheling omdat de totale markt van het duurzaam beleggen er terug op achteruit gegaan is.
  • En tot slot ontgoocheling omdat 90 % van de onderzochte beleggingsfondsen inhoudelijk door de mand vallen.

Uiteraard is het nuttig om voldoende kritisch te blijven én het bancaire aanbod rond duurzaam beleggen niet klakkeloos te bejubelen. Maar net zo goed mag er kritisch aangekeken worden tegen de beoordelaar zelf. Rate the raters (beoordeel de beoordelaars) is niet voor niets