Categorieën
home

Geslaagde wervingscampagne voor NewB: Proficiat!, maar ….

wervingscampagne NewB
Deze kaart mag ongeopend in de kast blijven.

Het leek op Game Over toen eind vorige week de teller voor het beoogde bijeenhalen van € 30.000.000 maatschappelijk kapitaal amper op de helft stond. In de laatste dagen van de wervingscampagne van NewB, kwam er echter een verpletterende eindspurt. Hierdoor is een noodzakelijke, maar mogelijk nog onvoldoende voorwaarde voor het behalen van haar banklicentie behaald.

Er zal veel vreugde zijn bij de initiatiefnemers en haar fans. De opgebouwde spanning moet ondraaglijk geweest zijn. Elders zal er scepticisme blijven hangen. Sommigen –zoals schrijver dezer– zullen moeten toegeven dat ze letterlijk & figuurlijk geen cent gaven om het welslagen van de wervingscampagne. En dat ze dus verkeerd waren. Maar met 1 veldslag win je nog geen oorlog. De kritische houding die we van bij het begin tegenover het initiatief innamen blijft alsnog overeind.  Kritisch zijn sluit echter geen sympathie uit.

Waarom kwam de fondsenwerving  zo moeilijk op gang?

In de voorbije maand probeerde NewB voldoende kapitaal op te halen onder haar coöperanten, sympathisanten en derden.

De campagne kwam erg moeizaam op gang. Na 15 dagen campagne was het vreemd vast te stellen dat grote sociale organisaties (vb. vakbonden) hun achterban nog niet opgeroepen hadden om te participeren. Gebrek aan geloof in de levensvatbaarheid van het initiatief na de erg lange aanloop? Of onverschilligheid bij de top en/of slechte organisatie bij het verantwoordelijke middenkader? Het is ons onbekend.

Wel viel het op dat ook andere initiatieven om geld op te halen voor “de goede zaak” (vb.  North Sea Wind – coöperatie met link naar Colruytgroep) ook niet de verhoopte sommen bij de particulieren kon ophalen.

Allerlei vragen borrelden op:

  • Is de groep die in coöperaties wenst te investeren overbevraagd of te klein?
  • Zijn de eisen die de controle-waakhonden dergelijke initiatieven opleggen (je moet je telkens door een flinke stapel waarschuwingen werken vooraleer je kan investeren) al te ontradend?
  • Heeft de bittere smaak van het over de kop gaan van Arco nog meegespeeld?
  • Is de periode van geld ophalen slecht getimed tussen september (opstart scholen)  en december (cadeautjesmaand, pensioenspaarmaand,….)?

Maar achteraf waren die overbodig.

Vanuit een verloren positie naar de overwinning?

De eindspurt die NewB maakte, deed denken aan de overwinning van Mathieu van der Poel in de Amstel Gold race 2019. Vanuit het peloton terugkomen én alsnog de spurt winnen. Faut le faire!

De initiatiefnemers hebben hun koelbloedigheid bewaard en slaagden er in om de mobilisatie toch naar een hogere versnelling te schakelen. Daarvoor werden grote middelen ingezet. Video’s met BV’s, reclame in NMBS-stations, … .

Ook via sociale media werd de strijd geleverd. Stuk voor stuk moesten mensen overtuigd worden. Blijkbaar sloeg dit aan. Ondanks het feit dat de social media ook een flink pak haters/tegenstanders kende. En deze zich in commentaren niet steeds subtiel uitdrukten. Iets wat sommige verdedigers uitdaagde om hetzelfde te doen.

Wie de particulieren zijn, die intekenden, is voor de buitenwereld niet zeer duidelijk. Wellicht is er een groot deel peer-to-peer beïnvloeding geweest. Waarbij uiteindelijk een sneeuwbaleffect ontstond. Of het allemaal goed geïnformeerde mensen zijn, valt te betwijfelen. De boutade “je moet niet noodzakelijk een muziekliefhebber zijn om van Bart Kaëll te houden. Soms volstaat het om doof te zijn“(*) duidt er op dat er een verschil is tussen “kenner” en “fan”.

Zo was het opvallend dat er niet al te veel aanwezigen waren om de infomomenten die NewB zelf in het hele land organiseerden. Zelf was ik erbij in Gent. Voor dergelijke stad (qua bevolking en met een progressief imago) waren er met moeite -eigen schatting- 80 luisteraars.

Het lijkt er op dat er meer animo was in het Franstalig gedeelte van het land. Dat blijkt onder meer uit de grote investeringen die zowel het Brussels gewest als de Waalse regering (elke € 400.000 met engagement om zo nodig daar nog € 600.000bovenop te doen). Ook de universiteiten (in Louvain La Neuve en Brussel) investeerden € 200.000.

Maar meer dan 50.000 investeerders blijft een mooi resultaat.

Een bank maken. Lijkt eenvoudiger dan het is.

Blijft NewB een goed idee of is het een nobel doel op drift?

Edwin De Boeck, voormalig hoofdeconoom van KBC en nu verbonden aan studiedienst van N-VA, noemde NewB in een tweet op 13 november ‘une fausse bonne idée’.

In volle bankencrisis was het project zeer wervend en actueel. Of het dit 10 jaar later nog is, is een andere vraag. NewB nam in maart 2013 een blitzstart (het verzamelde 40.000 coöperanten op korte tijd). Maar daarna leek het project als een soufflé in elkaar te zakken. Nu -dankzij de geslaagde wervingscampagne- lijkt de metaalmoeheid terug verdwenen.

Maar toch kan men vragen stellen bij het initiatief. Zijn in de grote tijd die tussen idee en aanvraag tot erkenning de omstandigheden niet te hard gewijzigd om de originele focus overeind te kunnen houden? Kan een open coöperatieve structuur adequaat reageren op gewijzigde omstandigheden?

De aard van de urgentie blijkt veel omvangrijker.

NewB is getooid met een nobele doelstelling als ‘bijdragen aan de financiering van de ecologische transitie die nodig is‘. Kan een piepkleine, regionale- en opstartende bank deze rol echter zinvol opnemen? Of kan ze hierin niet meer dan een hete druppel op een plaat zijn?

Zeker nu we weten dat ten gevolge van voortschrijdend inzicht (denk klimaatakkoorden Parijs) de urgentie én het benodigde geld voor die transitie nijpender en vele malen groter is.

Mogelijk is er meer heil te verwachten van het Europese actieplan voor duurzame financiering om wel aan een (regionaal) noodzakelijke schaal te geraken. Daar zouden alle banken (en andere financiële instellingen) mee in het bad getrokken worden.

Het oorspronkelijk plan werd bijgestuurd. Hoe bewust gebeurde dit?

Soms is het zinvol om toch eens naar de basis terug te grijpen. Je vindt deze o.m. terug in NewB- Coöperatieve bank voor sociale economie uit 2014. Zowat de blauwdruk van wat NewB aanvankelijk beoogde. Je bemerkt veel verschillen met waar er uiteindelijk in 2019 voor opgeroepen werd.

En niet alleen in het noodzakelijke kapitaal . In 2014 wou NewB voor € 60.000.000 aan kapitaalengagementen hebben bij de opstart (zie p. 19). Het dubbele van wat men nu probeerde bijeen te krijgen. Is bankieren in een nog feller gereglementeerde financiële omgeving nu plots goedkoper geworden? Het lijkt onwaarschijnlijk.

Van agentschapsbank naar online-concept.

Het bankconcept van NewB evolueerde ook. Waar aanvankelijk gestreefd werd naar enkele lokale aanspreekpunten (p. 6 onder & P 7. bovenaan) (om tegemoet te komen aan de bekommernis van bereikbaarheid en nabijheid door de forse sanering in het reguliere kantorennet), werd het bij de FSMA en ECB ingediende plan uiteindelijk een online-bank met weliswaar een bereikbaar callcenter.

Natuurlijk is dit opschuiven ingegeven door de verdere evolutie in het banklandschap en de doorgedrongen digitalisering. Maar is het huidige  concept voor deze start-up nog bestand tegen de ontwikkelingen die er aan staan te komen en die de reguliere banken ook nog over zich krijgen: Apple Pay, Google Pay , Libra van o.m. Facebook (hoewel dit project misschien ook al zijn momentum voorbij is als we het aantal afhakers zien), … . Het lijken westerse varianten die zich spiegelen aan het immens populaire WeChat van het Chinese Tecent. En ze staan allen aan onze buitengrenzen te kloppen om binnengelaten te worden.

Dergelijke kapitaalkrachtige mastodonten zijn in staat om grote schokgolven te veroorzaken in ons financieel gedrag. Of een speedbootje op zonne-energie (een beeldspraak waarmee NewB zich omschreef op het door mij bijgewoonde NewB on Tour-event in november ll.) daar tegen bestand is en of zijn klanten zich lang veilig zouden voelen in dergelijk vaartuig? We zullen moeten afwachten. NewB schermt wel met een “heel performant en informatief informaticaplatform”. Maar tot heden hebben weinigen hier iets van gezien.

Van Bank naar Bancassurance.

Tevens veranderde het concept van uitsluitend duurzame coöperatieve bank geleidelijk aan naar een bankassurance-model.

Wellicht vanuit de noodzaak aan financiële middelen en de eisen van toegetreden investeerder Monceau Assurances. In de blauwdruk uit 2014 wordt immers met geen woord gerept over verzekeringsdistributie. Noch als financieringsmogelijkheid, noch als productaanbod.

Duurzaam – en ethisch verzekeren is echter een nog moeilijker concept om uit te rollen. Alleen al door het feit dat veel producten simpelweg wettelijke gereglementeerd zijn  -denk BA-Motorvoertuig, Ba-Privéleven, …). De bocht waarin NewB zich wrong om hun unique selling point ook op verzekeringsproducten toe te kunnen passen luidde “De toekomst van NewB verzekeren door het nuttige aan het ethische te koppelen waardoor uw verzekering en uw waarden samenkomen“. Toegeven dat het ”We’re only in it for the money” was, zou geloofwaardiger geweest zijn.

Op lange termijn is het trouwens niet zeker dat het bankassurance model overleeft. In België is KBC hier nog redelijk succesvol in. Maar anderen zijn hiervan reeds teruggekomen. Zo stapten in de voorbije 20 jaar kleinere banken verbonden aan Allianz (AGF-Bank, Mercator) uit de markt. Na de financiële crisis werd ook Ethias Bank verkocht (en ging even later over de kop als Optima Bank). En recent besloot ook AXA zich uitsluitend op verzekeringsverkoop in België te richten en wordt de bankportefeuille doorgeschoven naar Crelan. Iets wat reeds eerder in het buitenland gebeurde.

Redenen om er mee op te houden -naast de moeilijke marktomstandigheden en de sterk aangescherpte regelgeving- zijn

  • enerzijds tegenstrijdige belangen tussen een bank en een verzekeringsmodel (short-term/long-term),
  • maar anderzijds ook omdat beide modellen samen wel eens leiden tot verlies aan focus.

Je ziet het terugdringen van het bancassurance-concept mischien nog het duidelijks bij de beroepsgroep van verzekeringsmakelaars. Waar vroeger de gemiddelde makelaar ook een bankagentschap uitbaatte, is dit nu veel minder het geval. Onder meer door forse saneringen in het zelfstandig agentennet van banken. Meest opgemerkt hierbij: te totale liquidatie van Record Bank in 2018.

Wat is eenvoud?

Wat ook wijzigde was de ambitie mbt. het productenpakket. Waar oorspronkelijk de nadruk lag op beginnen met de ontwikkeling van  eenvoudige producten: zichtrekening, spaarrekening en kredieten, lijkt het accent nu verschoven te zijn.

Geen hypothecaire leningen meer.

Ook NewB moet rekening houden met de blijvend lage rente. Deze veroorzaakt een erg lage intermediatiemarge (verschil gegeven rente (vb. op spaarrekening) en aangerekende rente (vb. op hypotheek) bij de meeste financiële instellingen. Mogelijk is dit de reden waarom het aanbieden van hypothecaire kredieten (p.14) verdween uit de ambities.

Geruisloos van beleggingen in ethische producten naar beleggingsfondsen.

De laatste tijd hoorde en las je echter ook de (beperkte) ambitie om beleggingsfondsen te gaan verdelen. Of hiermee het oorspronkelijk adagio van ‘eenvoudige producten’ gevolgd werd is betwistbaar. In de blauwdruk lezen we niets over beleggingsfondsen. Daar gaat het vaagweg over beleggingen in ethische producten (p 14). O.i. toch iets anders dan ‘ethische beleggingsfondsen’.

Beleggingsfondsen verkopen levert geld op (commissies bij instap en mogelijk bij beheer). Maar dit vergt tevens opstellen van klantenprofielen en op basis daarvan voorzien in geschikte oplossingen. De wetgever laat in feite niet meer toe dat dit gebeurd met een gestandardiseerd eenvoudig aanbod.

  • Wil je je als bank beperken en géén adviesfunctie opnemen, dan nog moet je je klant een passend (appropriate) product voorstellen. Maar dit lijkt eerder het concept van een bank die haar klanten als een nummer wil behandelen.
  • Van een ethische bank mag je m.i. wat meer verwachten: begeleiden en adviseren rond beleggingen. In dat geval moet het aanbod ook geschikt (suitable) zijn.

Hoe NewB daarbij 1 van de basisregels van beleggen (in voldoende spreiding voorzien) zal naleven is vooralsnog ook een groot vraagteken. Dit gezien 1 van hun belangrijkste steunpilaren (die o.m. de voorzitter leverde), in haar meest recente studie het bestaande aanbod aan duurzame beleggingsfondsen een gemiddelde kwaliteit van 2,8 /100 toekent. Het beste fonds is het énige fonds dat niet gebuisd is. Maar met een 53 /100 kan het toch ook niet echt fier zijn op zijn beoordeling. U kan hierover uitgebreider lezen in ons blogbericht van 23/10/2019.

Op de promoavond mbt. de fondsenwerving deed de NewB-spreker hier erg luchtig over. Hij verwees naar onder meer naar het beleggingsaanbod dat ook door FairFin naar voorgeschoven wordt. Helaas steekt daar geen enkel beleggingsfonds bij. Een toevallige lapsus?

Bescheidenheid gewenst.

Fel uitgesproken ambities kunnen als een boomerang terugkeren.

Erg bevlogen zijn is zeker geen schande. Maar omdat wie in België zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt gemakkelijk geconfronteerd wordt met zeisen, die willen kortwieken, moet bevlogenheid samengaan met inhoudelijke- en strategische sterkte. En steeds siert enige bescheidenheid.

Een lang en hobbelig parcours.

Het was natuurlijk niet niets om zelf een alternatieve bank te willen opstarten. Het begon reeds in 1982 met de opstart van Netwerk Zelfhulp Vlaanderen, dat er toen ook reeds van droomde een alternatieve bank op te starten.  Al vlug werd dit ambitieus pad verlaten en werd een alliantie met ASLK opgezet en kwam Krekelsparen (spaarrekening) en later AlterVision (ethisch beleggingsfonds) in de markt. Door de schaalvergroting in de bankwereld verdween ASLK in Fortis en na de financiële crisis werd de Fortis groep opgedeeld en kwam het bancaire gedeelte bij BNP Paribas terecht. De relatie tussen Netwerkzelfhulp Vlaanderen dat ondertussen verveld was tot FairFin en haar bank bekoelde. En de bankgroep zette het Krekelsparen stop en liet het AlterVision fonds opgaan in een ander fonds.

Door de financiële crisis was de aandrang om de oude droom van midden jaren ’80 nieuw leven in te blazen aangewakkerd. Al in 2011 werden daar de eerste gesprekken hierrond aangevat. Dat leidde uiteindelijk tot de creatie van coöperatie NewB.

Maar ondanks de geslaagde fondsenwerving, moeten er nog klippen genomen worden vooraleer de erkenning een feit is.

Een potentiële horzel voor  de banksector

Dat de bankwereld zich niet steeds veel gelegen laat aan haar maatschappelijke functie is een feit. De ontsporingen die aanleiding gaven tot de financiële crisis van 2007-2009 toonden dit erg goed aan. Maar ook op kleiner vlak is het perfect mogelijk om tal van vingerwijzingen te geven waar het fout gaat (interne loonspanningen, service-afbouw, financiering van wapenhandel, fossiele brandstoffenindustrie, …). Druk door activisten is gemakkelijker te weerstaan (alhoewel niet op de lange duur) dan klanten te verliezen door een instelling die uitdraagt en bewijst dat het anders kan.

En een sector die in het visier loopt, heeft vaak de neiging om –althans voor de buitenwereld– zelfregulerend op te treden. We zagen het onlangs nog met het Febelfin-label Towards Sustainability.

“Ons burgerinitiatief doet een wervelwind van duurzaamheid en ethiek waaien in het Belgische bankenlandschap.” luidt het bij NewB. Maar alles moet in feite nog beginnen.

Een principiële bank met krachtig uitgeschreven waarden en normen én gedragen door een kritisch middenveld zou hier als een kanarie in een koolmijn kunnen (moeten) functioneren. En regelmatig een welgemeende ‘Cut the Crab‘ laten weerklinken. Tenminste als men er zou in slagen op koers te blijven en niet vermalen wordt onder de druk van collega-bankiers en regelgeving.

De val van zelfgenoegzaamheid.

Hard roepen tegen de gevestigde orde zal -in een democratie- steeds kunnen rekenen op de goedkeuring van een gedeelte van de bevolking. Dit is 1 van de redenen waarom populisme (van rechts en links) momenteel zo’n opgeld maakt. Maar vaak kan je het hardst roepen met slogans: zinsneden die goed klinken, maar daarom nog geen voldragen analyse inhouden. De politieke – en financiële realiteit is niet steeds geholpen met zwart-witte polarisatie. De “goeien” tegen de “slechten” is iets voor westerns of kinderfeuilletons. De werkelijkheid is genuanceerder.

In een wereld waar veel financieel analfabetisme heerst bestaat de kans dat NewB zich het aureool van onfeilbaar gaat aanmeten. Gelijktijdig rechter (bv. via haar ledenorganisaties) en partij (als verkoopskanaal) zijn, is een gevaarlijke positie. Al te gemakkelijk lopen goedbedoelende, maar niet van volledige informatie voorziene mensen achter andermans vlag. De stelligheid waarbij NewB zich in de opstartfase profileert tegen de gevestigde bankorde, zorgt er voor dat ze niet veel fouten zal mogen maken. Of er komt een tegenreactie. Misschien niet dadelijk van de klanten, die haar vertrouwen geven, maar van een breder middenveld en of van nu belaagde organisaties.

De NewB-waarden in de praktijk.

Persoonlijk mis ik bij de initiatiefnemers, diverse deelnemende organisaties en particulieren die NewB een warm hart toedragen de intellectuele twijfel. De preek die vanuit de kansel van NewB komt wordt m.i te autoritair over de hoofden verspreid én te gemakkelijk geslikt. De 13 waarden, die NewB als haar richtlijnen uitrolde, werden in de opstartfase m.i. al niet volledig nageleefd. Zo lijken de waarden “Eenvoud” (met beleggingsfondsen?), “Transparantie” (wijzigende opstellingen rond hypotheken en verzekeringen) en “Eerlijkheid” (in wervingscampagne oproepen dat er maar 30 dagen zijn voor de werving en 1 dag voor het verloop ervan aankondigen dat er 5 dagen extra voorzien wordt) precies toch redelijk flexibel.

Het kan allemaal wel zijn dat dit strategische wijzigingen zijn opgelegd door de omstandigheden. Dat het middelen zijn om het doel te bereiken. Maar deze vorm van Machiavellisme neigt toch naar praktijken van klassieke bankiers. Zich aanpassen én overgaan tot de orde van de dag: Business as usual.

—————————————————————————————-

noot:

(*) niets tegen Bart Kaëll natuurlijk. Voor wie zich geschoffeerd voelt, vul gerust een andere naam in.

Categorieën
home

Allemaal duurzaam dankzij Febelfin?

Nu de eerste lading van duurzame financiële producten hun zegen kreeg van het Central Labelling Agency of the Belgian SRI label (CLA) van Febelfin, kunnen we een voorzichtige balans opmaken. Leidt die selectie de geïnteresseerde klant naar een echt duurzaam product? Of zit er nog teveel kaf tussen het koren en moet het label in eerste instantie gezien worden als een nieuw marketinginstrument van de financiële sector? Iets om een nog niet volop bespeelde flank alvast toch af te dekken?

Hét Belgische Duurzaamheidslabel.

logo van the Central Labelling Agency van Febelfin
Nederlands of Frans in het logo is wellicht niet hip of gewichtig genoeg

De toevoeging aan de naamgeving ‘the Belgian SRI label‘ wijst er op dat het initiatief gebruikt wordt om zich als enige valabele scherprechter in de markt te zetten. De exclusiviteit op te eisen met andere woorden. Nu nog in kleine quasi onleesbare letters op het logo. Maar straks ook gebruikt om kritische- of andere meningen te weren? We zullen moeten afwachten (en attent zijn).

Alvast de perstekst van Febelfin nav. de lancering laat weinig over aan de verbeelding “… Ander labels kunnen niet noodzakelijk op hetzelfde draagvlak rekenen als dit sectorbreed gedragen initiatief. De grote steun van Belgische aanbieders en beheerders dwingt (eigen cursivering) ook buitenlandse spelers actief op de Belgische markt om het label aan te vragen.’

Omdat er geen eenduidige definitie is van wat SRI (Socially Responsible Investing) is (wanneer het begint of wanneer het ophoudt), had een meer bescheiden ‘a Belgian SRI label” m.i. op zijn plaats geweest.

Scoren op kwantiteit.

Er werden erg veel fondsen goedgekeurd. 77,75 % van de aanvragers (311 op 400) werden tot het label toegelaten. Wie sneuvelde en waarom is voor buitenstaanders niet bekend. Mogelijk ontbraken alleen enkele details in het dossier en worden sommige kandidaten later toch nog toegelaten tot de club.

Dit grote aantal suggereert dat het wel goed zit met de mogelijkheid om een duurzaam financieel product te onderschrijven. Dat de sector deze verzuchting, deze trend voldoende oppakt. Tenzij je ervan uitgaat dat de lat gewoon te laag gelegd werd. Er zijn kwantitatieve redenen om dit te denken.

Zo zien we in de ons omringende landen, waar labels al langer bestaan, dat er heel wat minder fondsen toegelaten worden door de labelgever.

  • Frankrijk benadert met haar officieel ISR-label nog het meest de Belgische hoeveelheid. Daar zijn er momenteel 275 fondsen die het label mogen dragen.
  • Luxemburg (toch een Europees financieel centrum en erg belangrijk op de fondsenmarkt) erkent met het LUXFLAG-label slechts 84 fondsen als duurzaam. 8 fondsen staan er op een watchlist.
  • Duitsland heeft slechts 64 fondsen (20,58 % ivm. België) die het FNG-Siegel krijgen.

In een tweede ronde (februari 2020) komen er nog financiële producten bij. Het lijkt dus toch een beetje op een kermisattractie waarbij “iedereen prijs!” geroepen wordt.

Het glas halfvol of halfleeg?

Dat de huidige kwaliteitsnorm eerder pover is, wordt trouwens niet ontkend. Zo lezen we over die kwaliteitsnorm:

  • ‘ Met …als doel … de financiering uitsluiten van een beperkt aantal praktijken  (vet door auteur) die algemeen als onduurzaam worden beschouwd.’

    ’t Is maar hoe je het bekijkt
  •  ‘De focus ligt op transparantie en de aanlevering van relevante en nuttige informatie die potentiële klanten kunnen gebruiken om te bepalen of het beleid van een specifiek product overeenstemt met hun persoonlijke overtuigingen.’
  • ‘Het naleven van de beginselen van de norm moet eerder worden geïnterpreteerd als een teken dat een product op het juiste pad zit naar duurzaamheid“.
  • “Een label dat potentiële beleggers het vertrouwen moet geven en (hen) geruststellen dat de financiële producten ….niet worden blootgesteld aan zeer onduurzame praktijken, zonder dat de beleggers daarvoor zelf een gedetailleerde analyse moeten uitvoeren”.

De site zelf en haar logo legt hier niet voor niets de nadruk op. “Towards sustainability” klinkt het voorzichtig.

Het is toch een beetje alsof de katholieke kerk een lijst van potentiële heiligen zou bekendmaken. Mensen, die men mag aanbidden in de zekerheid dat ze alvast geen doodzonde begaan hebben. De praktijk leert dat “gelovigen” op zoek naar vertroosting hier genoeg aan hebben. Slechts enkelingen zullen hun biografie er op nalezen om zich ervan te vergewissen of ze het gebed waard zijn.

Dit lijkt het gevaar van dit label. Alle nodige elementen voor een gedetailleerde analyse moeten transparant zijn. En dat zijn ze ook.  Je moet echter zelf doorklikken en dan voldoende kritisch de identificatiefiches lezen. Het gros van de mensen doet dit -jammer genoeg- niet.

Maar drinken zullen we.

Uitgevers van fondsen zullen de labeling echter wel om promotionele redenen inzetten. We konden dit reeds zien bij KBC, die nog op de dag van de lancering van de Febelfinsite haar hoera-fanfare liet uitschallen: ... alle 65 duurzame beleggingsfondsen van KBC voldoen volledig aan de Febelfinstandaard (en gaan in aantal gevallen zelfs verder).

De onvermijdbaarheid van het label zorgt er ook voor dat bijv. Triodos, welke zich aanvankelijk erg kritisch (lees: negatief) uitliet over de afgesproken normering, toch ook getrouw haar producten liet labelen.

Bijschenken of toch niet?

Febelfin is zich bewust dat ze vertrekt van een lage standaard. Ze rekenen er op dat hun label een vertrekpunt en geen eindpunt is. Zal ze er in slagen de financiële spelers (en ook de beleggers) mee te trekken? De standaard zal alvast aangepast worden aan evoluties op EU-niveau, waar het actieplan duurzame financiering voor zover bekend veel scherpere grenzen lijkt te willen trekken. Maar het lobbywerk rond de taxonomie voor duurzame producten kan nog wat water aan die wijn toevoegen.

Elke 2 jaar worden de criteria herzien. Dit in een multi-stakeholdersconsultatie (ja, dat woord gebruiken ze echt) via het adviescomité van het Central Labelling Agency van Febelfin. Dit adviescomité moet echter nog opgericht worden. Volgens het organogram op de site zal dit voorgezeten worden door een non-financial en bestaan uit actoren uit de financiële sector en betrokkenen uit de burgermaatschappij. Wie die zijn én wie welk gewicht zal hebben? Wait and see.

De ervaring leert dat het erg moeilijk is om eens betrokkenen tot een club behoren hen er terug uit te gooien. Vroeger luidde het gezegde “je moet al je moeder vermoord hebben vooraleer je ontslagen wordt bij politie/leger/…”. En –even politiek incorrect– we weten dat het niet evident is om de Belgische nationaliteit van iemand, eens deze ze verworven heeft, ze terug af te nemen.

We zullen zien of het hier anders zal lopen. Zullen erkende fondsen bij controle of bij stijgende normen consequent hun label verliezen?

Rechter en partij tegelijkertijd.

rechter en partij - Central Labelling Agency van Febelfin
wie heeft de sleutel om te beslissen?

1 van de fundamentele bezwaren tegen het dit label is de opmerking dat de sector hier zichzelf controleert.  Je leest deze kritiek bijvoorbeeld bij Réseau Financité .

In de geschiktheidscommissie is er een overwicht van onafhankelijken (6 tegen 4). De Raad van Bestuur van het Central Labelling Agency van Febelfin bestaat uit 8 leden. 4 ervan komen uit de financiële sector. 4 zijn onafhankelijk (1 ervan heeft een carrière achter de rug bij Triodos en was actief rond duurzaam beleggen). Niet iedere onafhankelijke lijkt echter de financiële sector goed te kennen. Zullen zij genoeg weerwerk kunnen bieden aan vertegenwoordigers van de sector?

Er komt nog een raadgevende commissie om de Raad van Bestuur te adviseren. De opstart en de samenstelling hiervan is uitgesteld tot midden 2020.

Onafhankelijk van het CLA is er een verificateur. Deze moet een ‘technische en diepgaande controle uitvoeren op de producten waarvoor een label is aangevraagd’. Deze verificateur bestaat uit Forum Ethibel, ICHEC, Managementschool Brussel en Universiteit Antwerpen. De onafhankelijkheid van die instantie is relatief, gezien zij zich aan de neergeschreven zwakke normeringsregels moet houden. Met andere woorden het speelveld is afgebakend.

Zelf schrijft Febelfin dat de governance-structuur bijzonder robuust is. We durven daar aan twijfelen. Het is niet meer zo dat buitenstaanders volledig uitgesloten zijn (cfr. corporatistische praktijken zoals -althans vroeger, in de huidige werking heb ik mij niet verdiept– bij de Orde van de Artsen of Orde van Advocaten), maar of ze opgewassen zijn tegen de gestroomlijnde falanx uit de financiële sector valt af te wachten.

Eigen fonds eerst?

Hoewel er enkele buitenlandse fondsen in de eerste lijst van gelabelden opgenomen zijn, is de lijst toch vooral een Belgische aangelegenheid. Natuurlijk het is een Belgisch label, maar anderzijds er is binnen Europa vrij verkeer van geld en goederen. Dat uit zich ook in vrije financiële dienstverlening. Erg veel fondsbeheerders hebben dan ook toegang tot de Belgische markt. Wellicht zijn die in eerste instantie minder actief betrokken geweest bij de opstart van dit label. België is vaak maar 1 van de landen waar ze in actief zijn. Niet het meest belangrijke.

Het valt te verwachten dat sommige buitenlands fondsen pas nu -na de lancering- in actie gaan komen. Sommigen zullen wegens hun geringe capaciteit op onze markt wellicht nooit het label aanvragen. En dat is jammer.  Zo komt kwalitatief aanbod van bijv. Pictetom er maar 1 te noemen– totaal niet voor op de huidige lijst. In die zin kan het label ook als een muur fungeren. Een filter om de eigen markt wat extra te beschermen. Een functie die de labels uit de ons omringende landen ook niet vreemd is, trouwens.

De kwaliteitslat ligt laag…

Een gouden raad voor wie het niet zo nauw steekt

Laag is beter dan niets. Maar kan op termijn meer kwaad doen dan goed. Light Cola is minder ongezond dan gewone Cola. Als je door overschakelen vergeet dat je je drankgewoontes in feite beter verder kan bijsturen, heeft je keuze op termijn mogelijk toch verregaande gezondheidsgevolgen.

Zo is het ook met de huidige normering van het label. De fondsenkeuze, die nu overeind blijft laat erg veel ruimte voor grijze zones. En ja, ik weet het: de consument wordt steeds verzocht om de informatiefiche tot zich te nemen vooraleer hij zijn keuze maakt. En zelf af te wegen of het product overeenkomt met zijn behoeftes, principes. Toch is het geweten dat hij dit zelden doet (eigen schuld?), maar vooral dat hij het wellicht zelf met moeite kan doen als hij het al zou willen. Niet voor niets wordt vastgesteld dat er nog van alles schort aan de financiële geletterdheid van de Belg.

… bewijst een voorbeeld rond de SG en 1 rond de E van ESG.

In het artikel Quand les banquiers s’autogratulent van Réseau Financité lees je bijvoorbeeld dat het gelabelde fonds Candriam SRI Bond Euro investeert in landen en bedrijven, die het niet zo nauw nemen met deugdelijk bestuur of mensenrechten.

Ik geef 1 een ander voorbeeld: AG Life Strategy Global Defensive (bestaat ook in – Neutral en – Dynamic uitvoering).

In dit fonds kan een bedrijf toch kan opgenomen worden als het maximum 10 % van zijn omzet uit steenkool haalt. Idem dito voor onconventionele olie-of gaswinning (denk schaliegas, fracking,…). Wat conventionele olie-of gaswinning betreft is de norm dat er kan geïnvesteerd worden zo minstens 40 % van de inkomsten in het bedrijf komt van gewone gaswinning en/of hernieuwbare energie. Maak dit eens concreet. Dan kan dit fonds investeren in een bedrijf dat 59,9 % omzet haalt uit olieproductie & 40,1 % uit gaswinning. Extreem voorgesteld natuurlijk, maar dit is toch niet wat je verwacht van een duurzaam beleggingsfonds of Tak 23-verzekering? Je verwacht die eerder in de beleggingsportefeuille van Donald Trump of anderen die het klimaatakkoord van Parijs maar niets vinden. Net zoals het vreemd is dat in de normbepaling gas en hernieuwbare energie op 1 hoop belanden. Het eerste is immers een eindige, niet hernieuwbare energiebron.

Duurzaam pensioensparen? Doen wij al!

Enfin zo lijkt het bijna. FairFin analyseerde de producten op de markt eind 2018. 3 producten haalden bij hen de eindmeet: KBC Pricos SRI, VDK Pension Fund en ING Starfund.

ING Starfund kreeg geen label. Vergeten aanvragen? Of geweigerd om ons onbekende reden? De andere 2 werden door het Central Labelling Agency van Febelfin wel onderscheiden.

Maar de marktleider op dit vlak  BNP Paribas Pension (3 formules Stability, Balanced & Growth) krijgt bij Febelfin nu ook het label. Net zoals de zusterfondsen Crelan Pensioen Fund en Metropolitan-Rentastro. Ze worden allen door BNP Paribas Asset Management beheerd. Op vlak van het gevolgde energiebeleid zijn de normen voor deze pensioenspaarformules dezelfde als die van het eerder vermelde AG Life Strategy Global Defensive. Op energievlak alvast niet erg duurzaam dus.

Conclusie1 : je promoot het koren niet door het kaf te behouden.

We mogen geen intentieproces maken, want we waren totaal niet betrokken bij de totstandkoming van het label. Uitgezonderd een kleine bijdrage aan hun bevraging. Een bijdrage waarop geen reactie kwam en het niet geweten is of er überhaupt iets mee gedaan werd. Zie ons blogbericht van 27/04/2018.

Het doel was toch het koren van het kaf te scheiden. Niet het samen te houden.

Toch is de eerste indruk dat het geleverde werk niet bepaald fris ruikt. Dat heeft veel te maken met de lage normen die vastgelegd werden. En natuurlijk kunnen (zullen?) die in de toekomst opgetrokken worden. Maar een groot aantal erkenningen later reduceren terwijl betrokkenen in de sector mee aan het stuur zitten is niet evident. Vraag dat maar aan wie een olievlak moest indammen of een teveel aan tandpasta terug in de tube probeerde te duwen.

Het lijkt er zelf een beetje op dat de kwaliteit verzopen wordt in een overvloed aan kwantiteit. Van te veel wijn drinken krijg je koppijn. Je kan beter 1 goede fles openen dan een volledig schap ontstoppen. Het label lijkt wat mij betreft eerder bij te dragen aan de verwarring rond duurzaam beleggen, dan dat het helpt om de mist er rond op te trekken.

Conclusie 2 : de georganiseerde financiële sector eigent zich een speelveld toe.

In een gisteren gepubliceerd blogbericht (met enkele opmerkingen over de totstandkoming van dit label) vroeg ik me onder meer af of Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip “duurzaam beleggen” wilde claimen. Mij baserend op Febelfinteksten, was ik daar niet zo bang voor. De tekst onder het logo van hun CLA (ook weergegeven onderaan iedere webpagina) doet me nu terug twijfelen.

Mogelijk wordt hier toch met de voeten vooruit gesprongen. Iets wat altijd gevaar oplevert voor wie zich eveneens in de arena bevindt. Kleinere onafhankelijke spelers of activisten moeten op hun hoede zijn. Hun standpunten of visies dreigen onder de pletwals van een grote organisatie (nog) minder weerklank te krijgen. En hun geloofwaardigheid kan -eens de machine op volle kracht is- gemakkelijker in diskrediet gebracht worden. De toekomst zal uitwijzen of dit aanvoelen al dan niet te zwartgallig is.

—————————————————————————————————————————————-

disclaimer: dit is een persoonlijk standpunt. De vermelding van Réseau Financité en FairFin in bovenstaande tekst betekent niet dat zij automatisch met deze visie akkoord zijn. Net zoals auteur dezer niet steeds de standpunten van deze organisaties deelt.

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Towards sustainability. Wordt het duurzaam beleggingslabel van Febelfin de norm?

Sinds 6/11/2019 heeft Febelfin haar website towardssustainability.be opengesteld. En al dadelijk blijken 311 fondsen het duurzaamheidslabel van Febelfin opgespeld te hebben. Het is te vroeg dag om die fondsen én het selectieproces eens tegen het licht te houden. Maar we staan alvast even stil bij de totstandkoming. In de aanloop naar het duurzaamheidslabel van Febelfin, vielen ons enkele dingen op.

De timing van het initiatief.

logo - duurzaamheidslabel van Febelfin
The Long and Windy Road staat op het Let It Be-album van The Beatles. Hopelijk is het Febelfin-logo minder fatalistisch bedoeld.

Febelfin presenteerde haar duurzaamheidslabel in het voorjaar van 2019. Het label ‘Towards Sustainability’ is als een soort vlucht vooruit te bekijken ten aanzien van Europese regelgeving die er aan komt. Het Actieplan “duurzame financiering” van de Europese Commissie was nog niet goed en wel bekendgemaakt of Febelfin organiseerde zich om een labeling rond te krijgen.

Die kwam tot stand na studiewerk (en lobbywerk) binnen de financiële sector in België. Er ging ook een korte “volksbevraging” aan vooraf. Kwam daar veel reactie op? En in welke mate hield men rekening met de suggesties of vragen die daaruit opborrelden? Dit is mij onbekend. Daarrond werd alvast niet gecommuniceerd. Op deze blog kon je daarover reeds lezen in onze bijdrage van 27/04/2018. Het leek er o.i. toen op dat de korte volksraadplegingperiode hun initiatief een schijn van openheid moest verlenen.

De financiële sector presenteerde haar (voorlopig) eindresultaat begin 2019.

Op hun website vindt je deze tekst die de ontwikkelde norm én het label toelicht. De foto rechts prijkt er in groot formaat bij. Er hangt ook een “groen” kader bij met volgend tekstfragment “ Dankzij de norm en het label van Febelfin kunnen consumenten er gerust op zijn dat ze niet beleggen in zeer ( in vet gezet door schrijver van deze blog) schadelijke bedrijfsactiviteiten.

Hm, handen wassen én groen. Dan denk je toch spontaan aan “greenwashing“, niet?

Hun eigen tekst blinkt wel uit in eerlijkheid. Zeer schadelijke activiteiten zijn uitgesloten. Bijgevolg kunnen ‘gewoon schadelijke activiteiten’ nog steeds door de beugel. Ja, toch?

De publieke reactie (versterkt door sommige betrokkenen) is kritisch …

Dit is ook de teneur van de commentaar die tot heden op de uitgewerkte norm en het label verschenen is.

  • In Bij Debecker op Radio 1, werd kort na publicatie aandacht besteed aan het “kwaliteitslabel”. Een radioprogramma blijft natuurlijk een vluchtig medium.
    • Economiejournalist Steven Rombaut die het label onderzocht stelde toch dat het hinkt op 2 benen. Door een te ruim aanbod te willen aanbieden, halen ook minder duurzame activiteiten nog de bereikte norm.
    • Ook kwam er kritiek van een woordvoerder van de Bond Beter Leefmilieu. “Het label van Febelfin zet de deur op een kier voor bedrijven die een groot deel van hun inkomsten uit olieboring en gaswinning halen. De normen zijn niet scherp genoeg.
  •  Triodos Bank zat met haar kritiek op dezelfde lijn. Volgens haar schoot het label tekort. Een duurzaam fonds volgens de normen van Febelfin zou zelfs in steenkool mogen beleggen.  Je kan hun standpunt onder meer lezen in dit MO*-artikel.
  • In het MO*-artikel komt ook Fairfin aan het woord. In een apart artikel op hun eigen site geven zij diverse concrete voorbeelden van bedrijven die zondigen tegen ESG-principes, maar toch niet gewipt zouden worden door de normen van Febelfin. Bedrijven die toch kunnen opduiken in “duurzame beleggingen” waar het Febelfinlabel op kleeft. Fairfin wijst er op dat er duidelijk lobbywerk gevoerd werd om de lat niet al te hoog te leggen. Tevens vraagt zij zich af of het wel toebehoort aan de financiële sector om zelf te gaan bepalen wat al dan niet duurzaam is én hoe ambitieus men hierin moet zijn. Tegelijk rechter en partij in een geding zijn, biedt kansen om het gelijk in het eigen kamp te leggen. Die opmerking formuleerden wij ook al op 27/04/2018.

Maar de sector kent ook instellingen die voor haar in de bres springen.

Triodos werd daarna van nestbevuiling beticht door andere Febelfinleden, gezien ze zelf betrokken was bij de discussies rond het label. Het lijkt een discussie rond concepten: is iets nu halfvol of juist halfleeg? Er zijn ook bankiers die zich positiever uitlaten over het label. Ze wijzen er op dat het slechts een beginnorm is. Deze kan later nog verscherpt worden. En voor ambitieuze bankiers is het niet verboden om zelf de lat hoger te leggen.

The proof of the pudding zal dus in the eating moeten zitten? Wat wordt het concreet? We kunnen het vanaf gisteren weten, want sinds dit moment is de website towardssustainability.be opengesteld.

Rijmt transparantie op verdedigen van eigenbelang?

In het geciteerde artikel is ook vermeld dat de technische uitwerking van de kwaliteitsnorm “voorlopig” enkel in het Engels beschikbaar is.  Het is een 40 pagina tellende nota getiteld “A Quality Standard for Sustainable and Socially Responsible Financial Products“. En ook 8 maand na lancering nog niet beschikbaar in 1 van 3 officiële Belgische landstalen. Het lijkt er dus op dat alvast transparantie niet echt een drijfveer is.

Jammer voor een organisatie die het op zijn website onder meer als zijn taak ziet om te

  • communiceren met de leden en het grote publiek en
  • deelnemen aan debatten op professioneel, politiek, maatschappelijk en educatief vlak‘.

Het cursief werd aangebracht door schrijver van deze blog.

De nieuwe website towardssustainability.be is gelukkig van bij aanvang wel in Nederlands en Frans beschikbaar. Maar ja, die moet natuurlijk ook als marketingkanaal voor de gelauwerde producten kunnen ingezet worden.

Is de Febelfin-norm nu de gebetonneerde wet?

Wil Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip  “duurzaam beleggen” claimen? Dit volgens het principe “wie het woord heeft, heeft de macht“. Op de consumentenpagina’s van haar site liet ze alvast een tekst plaatsen die dit aan Antonio Gramsci ontleend inzicht ontkent.

In het artikel 4 misverstanden over duurzaam beleggen vinden we volgende vermelding:

Misverstand #4: Voor duurzame beleggings- en spaarproducten kan je enkel terecht bij speciale banken.
Voor duurzame spaar- en beleggingsproducten kan je terecht bij veel verschillende financiële spelers waaronder banken, verzekeringsmakelaars of -agenten, vermogensbeheerders en pensioenfondsen.

  • hoewel dit wellicht voor eigen gebruik geschreven is,
    •  (lees tussen de lijnen:) Ja, je kan ook bij grootbanken als BNP Paribas Fortis, Belfius, KBC,… terecht als je duurzaam belangrijk vindt. Je hoeft hiervoor echt niet naar Triodos te trekken of te wachten tot NewB effectief erkend is
  • bevestigen ze toch expliciet, dat er meer vis in de vijver zwemt
    •  Vermogensbeheerders, pensioenfondsen en verzekeringsmakelaars of – agenten worden als kanaal vermeld.

Vergeten?

Als verzekeringsmakelaar is er dus ook ruimte voor onze benadering.

Vreemd is m.i. dan weer wel dat er daarbij geen sprake is van verzekeringsmaatschappijen. Wat met direct writers én verzekeraars zonder erkende tussenpersonen (genre Ethias, bijv.), indien later blijkt dat Febelfin alsnog een claim legt op de speelruimte. Zij zullen moeten rekenen op het tussenvoegsel ‘waaronder’ om hun rechten te vrijwaren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Duurzaam beleggen in spagaat: kwaliteit omlaag en kwantiteit omhoog?

peilde naar de intenties van beleggers

De interesse in duurzaam beleggen groeit gestaag. Zo blijkt uit een studie van Schroders dat in 2019 57 % van de Belgische beleggers rekening houdt met duurzaamheidsfactoren als ze een belegging kiezen. Er verschijnen ook steeds meer duurzame fondsen. Maar zijn de nieuwe ook beter dan de bestaande fondsen?  Met andere woorden gaat de aangroei in aantal fondsen gelijk op met een stijging in kwaliteit van de fondsen? De jaarlijkse studie van Réseau Financité lijkt in de andere richting te wijzen: de kwantiteit gaat omhoog, maar de kwaliteit omlaag.

Onze houding tegenover duurzaam beleggen volgens Schroders.

We vatten de belangrijkste conclusies uit het Schroders onderzoek Global Investor Study 2019 hieronder samen:

  • Hoe hoger de beleggingskennis is, hoe sterker de neiging om met duurzaamheid rekening te houden.
  • 63 % van de ondervraagden denkt dat klimaatverandering een effect op hun beleggingen zal hebben/al heeft.
  • Toch blijven 4 redenen nog dominanter in het oriënteren van de beleggingsbeslissingen:
    • voorkomen van financieel verlies,
    • voldoen aan verwacht rendement,
    • het behalen van een verwacht inkomstenniveau (voor distributiefondsen) en
    • een redelijk kostenniveau.
  • 40 % van de beleggers verkiest een geïntegreerde benadering (kiezen voor bedrijven die zich pro-actief voorbereiden op veranderingen in leefomgeving en maatschappij).
  • Volgende externe factoren zouden nog een grotere stimulans betekenen:
    • wetgeving die stuurt in de richting van duurzaam beleggen (60 %),
    • een onafhankelijke score van een onafhankelijke instantie die bevestigt dat een belegging echt duurzaam is (60 %),
    • financiële adviseurs die meer én eenvoudig te begrijpen info over duurzaam beleggen zouden geven (59 %),
    • vermogensbeheerders die op basis van een eigen scoresysteem de duurzaamheid van hun fonds kunnen aantonen (57 %),
    • een simpele aansporing van de financieel adviseur om meer geld duurzaam te beleggen (55 %).

Het volledige rapport kan je hier lezen.

De situatie op de Belgische markt volgens Réseau Financité.

rapport ISR 2019 - kwantiteit omhoog, kwaliteit omlaag
een boekje open over de markt van duurzaam beleggen

Het is op basis van het voorgaande niet verwonderlijk dat op het terrein (de Belgische financiële markt) het aanbod gestaag groeit. Dat blijkt onder meer uit de jaarlijkse publicatie van Réseau Financité. Hun ISR Rapport 2019 – het 14e reeds – is terug een dik bundel geworden. Is hun insteek inmiddels wat milder geworden? We namen het rapport door. We bespreken het in enkele items. Zonder volledig te willen zijn.

1. Nog veel werk aan de winkel voor onze wetgevers.

Nog steeds is het zo dat het begrip “duurzaam” niet duidelijk gedefinieerd is. Dit biedt veel kansen aan marketeers om hun financiële producten sympathiek in de markt te zetten. Zelfs de federale overheid deed dit in 2018. In het 1e trimester pakte ze uit met een eerste “Green Bond”. Ze haalde daarbij € 4,5 miljard op. Hoewel de bestedingsoriëntatie voor deze obligatie in de juiste hoek zit (offshore windenergie, circulaire economie, energie-efficiëntie, biodiversiteit en gemeenschappelijk vervoer), gaat het toch vooral om financieren van uitgaven uit het verleden of die reeds lang voorzien waren. Trendy opgesmukt met een “groene strik”.

Regelgeving ter omlijning van wat duurzaam is, blijft dus een grote nood. En dit niet alleen in België. Financité wijst op het initiatief van Febelfin om zelf voor eigen deur te vegen. Maar tussen de regels lees je dat ze hier toch niet al te veel vertrouwen in hebben. Het blijft een beetje “jagers die de jacht reglementeren“. Financités visie kan je hier raadplegen. Kort door de bocht: de minimumgrens voor duurzaam beleggen moet gebaseerd zijn op respect voor de internationale verdragen en conventies die België ondertekende.

Meer vertrouwen lijkt er te zijn in het actieplan  van de Europese Unie rond duurzaam financieren. Vorig jaar werden de contouren hiervan publiek gemaakt. Nu komt het er op aan te finetunen en een uitvoeringsplan op te maken. Dit alles loopt inmiddels al wat vertraging op en lobbyen hierrond is ondertussen gaande. Afwachten dus of bvb. het eenvormig klassificatiesysteem (de zogenaamde ‘taxonomie‘) dat bepaalt onder welke voorwaarden een belegging duurzaam genoemd mag worden waterdichter is dan deze die door de Belgische financiële instellingen uitgewerkt werd. De eerste tekenen zien er beter uit. Maar zolang het toestel niet aan de grond staat, zijn er natuurlijk nog koerswijzigingen mogelijk. Of verwijzing naar de Griekse kalenden.

2. De naakte cijfers.

2018 liet een sterke stijging zien in de bedragen geïnvesteerd in duurzaam beleggen. Duurzaam sparen steeg niet spectaculair (van € 2,31 miljard naar € 2,39 miljard). Duurzaam beleggen steeg echter met € 10,52 miljard in vergelijking met 2017. Dit maakt dat die markt nu € 35,69 miljard groot is. Terwijl het marktaandeel van duurzaam sparen lichtjes daalde (van 0,92 % naar 0,91 %), veerde de markt van duurzaam beleggen fors op. Hij maakt nu 19,1 % van de markt uit, tegenover 13 % in het voorafgaande jaar.

Belgique: douze point? Bijlange niet

Marktleider in het duurzame fondsen-segment is KBC (28 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 6/100 – zie studie p 99 -), gevolgd door Candriam (18 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 4/100) en BNP Paribas (13 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 2/100). Een stevige runner-up is NN Investment, slechts nipt naast de derde plaats gegrepen met een sprong van 2 % (2017) naar 13 %. De kwaliteit van de NN Investmentfondsen is ook pover (2/100).

De studie stipt ook 2 tendensen aan:

  1. een sterke stijging van dakfondsen: van 28 in 2017 naar 66 in 2018.
  2. een sterke versplintering van de markt: van de 79 aanbieders van duurzame beleggingen, hebben 58 minder dan 1 % van de markt in handen.
3. De naakte cijfers met enkele bedenkingen omkleden.
infografiek duurzaam beleggen 2019 - kwaliteit omlaag, kwantiteit omhoog
De barometer kondigt nog geen zomer aan

1. Dat het duurzaam sparen amper stijgt is wellicht te verklaren door het feit dat de rente op sparen zo laag staat. Er is amper natuurlijke groei. En door de lage rente zullen ook wel meer mensen naar andere bestedingen (vb. rechtstreeks investeren in sociale economie, overstappen naar duurzame fondsen, geld gebruiken voor duurzame investeringen,…) uitwijken. Opmerkelijk is de stelselmatige daling bij EVI. Waar hun duurzame spaarformule in 2015 nog € 525.887.614 bedroeg, staat er nu nog maar op € 316.570.845 op de rekeningen. In 2018 daalde de inleg met 18 %.

2. De stijging van het marktaandeel bij beleggen is erg spectaculair. Van +/- 25 miljard per 31/12/2017 naar +/- 36 miljard is een aangroei van 42 %. En dit in een jaar met slechte rendementen. Zie naar de evolutie van enkele belangrijke beursindexen in 2018: BEL20:- 19,36 %, EUROSTOXX50: -14.77 %, MSCI AC WORLD: -11,76 %, DOW JONES SUSTAINABILITY WORLD: – 11,35 %, DOW JONES SUSTAINABILITY EUROPE: – 10,18 %. Het totaal ingelegde bedrag moet dus nog een pak hoger zijn dan uit de cijfers blijkt, gezien de aangroei toch niet alleen in de laatste weken van het jaar plaatsvond. Was het niet zo’n slecht beursjaar geweest, dan was de aangroei wellicht dichter bij die van 2017 geweest (toen schoot die met 82 % vooruit).

Het slechte rendement kan natuurlijk nog haar effect hebben in de komende jaren. Wie instapt in iets nieuws en dadelijk een koude douche krijgt, springt vaak bibberend weer de andere kant op.

3. We hebben geen inzicht in de achterliggende berekeningen, maar een belangrijk gedeelte van de aangroei zou natuurlijk ook kunnen verklaard worden door het feit dat bestaande “gewone” beleggingen in het vorig jaar plots hun focus verlegden. Zo is het niet onbelangrijke pensioenspaarfonds STAR FUND (ING, NNIP) sinds 10/2018 op duurzame leest geschoeid en herschikte het zijn portefeuille. Deze veronderstelling zou ook mee verklaren waarom NN in de rangschikking van Financité plots de 4e partij werd met een aandeel dat fel opveerde.

4. Is er een verklaring voor de stijging van het aantal dakfondsen? We zien er op het eerste zicht 3:

  • Dakfondsen zorgen voor een grotere spreiding. Dit kan nuttig zijn als (marketing)instrument om beleggers met koudwatervrees over de brug te krijgen.
  • Dakfondsen zijn vaak interessant voor de bestaande portefeuilles van hun uitgevers. Ze recycleren reeds bestaande (eigen) fondsen en zorgen dat daar ook bijkomend geld naartoe vloeit.
  • Gelijktijdig worden ze vaak in de markt gezet met hogere beheerskosten. In tijden dat financiële instellingen geld verliezen op spaargeld, is het opdrijven van hun fee-inkomsten een welkome aanvulling op hun rentabiliteit.

5. En dat de markt verplinterd is, hoef je mij niet te vertellen. Als verzekeringsmakelaar, die vaststelt dat de grootste aanbieders gebonden zijn aan (vaak exclusieve) bank- of verzekeringsagentschappen, zijn we al te vaak aangewezen om te putten uit de restmarkt om ons aanbod op te bouwen. Maar bon. Het is natuurlijk niet omdat sommigen een klein aandeel hebben dat ze per definitie oninteressant zijn.

4. Hoe zit het  met de kwaliteit van de duurzame beleggingen?
stijging in aanbod en belangstelling, maar daling in kwaliteit volgens Financité

Réseau Financité legt een strenge meetlat naast de fondsen. Het resultaat daarvan is dat erg weinig fondsen voorbij hun deliberatie geraken.

83 % (452 van de in totaal 545 beschikbare fondsen) worden met een dieprode 0 op 100 in de hoek gezet. 1 % van de fondsen heeft men niet tijdig kunnen bestuderen. Van de overblijvende fondsen is er geen enkele die meer dan 53/100 haalt. In examentaal betekent dit dat slechts1 fonds een voldoende haalt. Er is geen enkel fonds met onderscheiding, laat staan grote- of grootste onderscheiding. 34 fondsen halen tussen de 20 tot 39 /100.  50 fondsen halen meer dan 0, maar minder dan 20/100. De gemiddelde kwaliteit bedraagt 2,8 /100.

Financité merkt zelf op dat het meten van de kwaliteit van een ESG-fonds delicaat is.

De hoge nulscore is te wijten aan 2 criteria, die zij hanteren:

  1.  Fondsen waarbij onvoldoende informatie beschikbaar was om te quoteren krijgen automatisch een cijfer 0. Op basis van dit criteria wordt onmiddellijk 49 % van het aanbod bij het groot huisvuil geplaatst.
  2.  Fondsen waarvan investeringen teruggevonden worden op de zwarte lijst van Réseau Financité krijgen ook een 0-score. Hier gaat het over 34 % van het onderzochte fondsenaanbod.

Fondsen die beide hogervermelde mankementen niet hebben, worden daarna gewogen op basis van hun ESG – benadering (thematische aanpak, benadering gebaseerd op uitsluitingscriteria, benadering gebaseerd op positieve criteria, engagement van aandeelhouders) en op diepgang (hoe wordt de extra-financiële informatie verzameld en geanalyseerd?, hoe kwaliteitsvol is de methodologie die het fonds hanteert?, kan een investeerder gemakkelijk informatie vinden over de gebruikte methodologie en het resultaat dat er uit voortvloeit?).

5. Algemene bedenkingen bij de meetmethode.
logo Réseau Financité - Kwantiteit omhoog, kwaliteit omlaag
de barometer blijft op onweer staan

In eerdere blogberichten mbt. de vroeger verschenen studies van Financité hebben wij ons op het standpunt gesteld dat het contraproductief is om producten te promoten als je zelf al zoveel bedenkingen hebt bij de kwaliteit ervan. We mogen (nu de meeste hormonen uit het vlees verdwenen zijn) inmiddels toch ook aannemen dat een slager zijn zelf bereid vlees durft aan te bevelen of te consumeren.

In een studie waarbij de negatieve resultaten zo overweldigend zijn, zal niemand veel motivatie vinden om toch duurzaam te gaan beleggen. Tegenstanders, die dit allemaal maar flut vinden, kunnen in dergelijke studies argumenten vinden om ESG-benaderingen blijvend te negeren of – actiever nog- te bestrijden.

Anderzijds moet gezegd dat ook in onze eigen benadering (objectiveringsscore, waarbij zowel rendement als extra-financiële gegevens een rol spelen) geen enkel fonds momenteel hoger scoort dan 6,75 op 10. En het gros van de fondsen haalt ook bij ons niet eens de helft van de punten. Dus: we twijfelen niet aan de conclusie dat er nog veel werk aan de winkel is en dat fondsen zich soms in de markt zetten als duurzaam, terwijl je daar inhoudelijk veel bedenkingen kunt bij formuleren.

We struikelen vooral over de slachtbankmethode waarbij veel fondsen dadelijk in het verdomhoekje van 0/100 vliegen. Een lot dat bijvoorbeeld ook 3 van de 4 Triodosfondsen beschoren is. Wij verdelen zelf 2 van die 3 fondsen. En zeker, ook op basis van onze criteria zijn ze niet perfect (respectivelijk staan ze met 1,5 /10 en met 4,25/10 gequoteerd). Maar van Triodos en haar benadering kan je m.i. moeilijk zeggen dat ze duurzaamheid niet au serieux nemen.

6. Pleidooi om te stoppen met de 0-score.
6.1. Als er onvoldoende informatie ter beschikking is, krijgen de fondsen een 0/100.
géén informatie = géén punten
  • Volgens Financité hebben 29 financiële instellingen/vermogensbeheerders geen informatie ter beschikking gesteld aan Financité. Op een totaal van 81 betekent dit dat een kleine 36 % van de markt niet alleen geen herexamen kreeg, maar dadelijk met een klinkende buis opgezadeld werd.
  • Mogelijk zijn er redenen waarom er geen antwoord kwam. Een vragenlijst kan niet bij de juiste persoon/afdeling terechtgekomen zijn. Ze kan op een verkeerd moment op een bureau gevallen zijn (zeker bij kleine aanbieders waar alles door een klein team moet gemanaged worden is de workflow niet egaal verspreid en soms gewoon te hoog).
  • Het kan ook zijn dat een aanbieder de relevantie van een bevraging door Financité niet groot genoeg vond (er staan nogal wat kleppers op de lijst van niet-respondenten: ABN-Amro, Amundi, AXA, Crédit Suisse,  DWS Investment (Deutsche Bank), J.P. Morgan, UBS,…). Reuzen durven zich wel eens als Goliaths opstellen en de Davids negeren. Ook al leert de gewijde geschiedenis ons dat dit niet altijd terecht is.
  • Ons standpunt: als je onvoldoende informatie hebt, kan je inderdaad geen punten toekennen. Maar om de globale scores niet nodeloos naar beneden te halen, kan je evengoed dit segment uit de vergelijking houden. Een vermelding “niet quoteerbaar, niet weegbaar” is o.i. correcter dan een stempel van 0 op 100. Als beoordelaar weet je immers niet hoe goed/hoe slecht de betrokken fondsen zijn. Mogelijke kwaliteit wordt nu ook bij het huisvuil gezet. De houding van Financité lijkt o.i. een beetje op een nukkige “Je bent stout én dus mag niet naar mijn verjaardagsfeestje komen“-houding.
6.2. Als ook maar 1 bedrijf (of overheid) uit het beleggingsuniversum van een ESG-fonds voorkomt op 1 van de 29 geconsulteerde zwarte lijsten, dan krijgt dit fonds een 0/100.
  •  Door dit criteria zijn 187 van de 545 fondsen in de kelder van de quotering beland. Ongeveer 34 % kregen hierdoor een 0/100.

    fondsen gespiegeld in 29 zwarte lijsten
  •  Op pagina 126 van hun studie somt Financité 29 zwarte lijsten op die zij hiervoor raadpleegt. Ze bevatten zondaars tegen mensenrechten, sociale rechten, burgerrechten, milieu én deugdelijk bestuur. Financité motiveert door te stellen dat deze thema’s allen met 1 of meerdere raakpunten verbonden zijn aan internationale verdragen, die door België ondertekend zijn. Volgens Financité kan je derhalve niet onder deze lat door.
  • Ons standpunt: uiteraard horen overheden of bedrijven die flagrant conventies schenden niet vertegenwoordigd te zijn in ISR-fondsen. Maar het gaat hier over levendige materie: bedrijven (/ overheden) verdwijnen én verschijnen op dergelijke lijsten. Dit betekent dat de lijsten -gesteld dat ze allen al 100 % foutloos zouden zijn- steeds met de nodige vertraging aangepast worden. We gaan ermee akkoord dat ook fondsbeheerders regelmatig de lijsten moeten screenen.
    • Maar hoe dan ook is er een tussentijd tussen aanpassing van de zwarte lijst én constatatie van aanwezigheid van een betrokken dergelijk bedrijf in de eigen belegging door een beheerder van een duurzaam fonds. Hoeveel reactietijd is redelijk? Nu lijkt het dat dit 0 is.
    • En is het niet normaal dat een fonds ook nog eens een zekere tijd krijgt om zich daarna van het betrokken bedrijf (land) te ontdoen? Een voorbeeld? Toen dieselgate uitbrak was VAG (Volkswagengroep) 1 van de participaties in het Triodos Sustainable Equity-fonds. Verkopen dadelijk na uitbraak van het schandaal zou grote aandeelhouderswaarde vernietigd hebben. Triodos besloot om die reden om zich enkele maanden te gunnen om zich volledig uit VAG terug te trekken. 
    • Verder lijkt hier ook geen gradatie in de sanctie te steken. In een (aandelen)fonds is er geregeld rotatie in de onderliggende waarden. We kunnen aannemen dat als een beheerder 0,5 % van zijn fonds wil verschuiven daar minder checks & balances bij gebeuren dan als het gaat over verschuiving van 10 %. Nu lijkt het alsof ook voor een lichte (soms erg tijdelijke) verschuiving ook verwacht wordt dat daar een uitgebreide studie aan moet voorafgaan. Alsof de kostprijs van fondsen nog niet hoog genoeg is.
    • De zware buis die uitgedeeld wordt als een fonds in iets investeert dat op een zwarte lijst staat, lijkt ons dan ook te ongenuanceerd te worden toegepast. Alsof een leraar een voor de rest voortreffelijk opstel van een student een 0 geeft omdat hij er een dt-fout in opmerkte. Inhoudelijk is dit opstel misschien met voorsprong het beste van de klas, maar de kwaliteit van de inhoud wordt door een vormelijke fout niet langer beschouwd. We pleiten toch voor invoeren van een zekere (kleine) tolerantiemarge vooraleer met dieprode stylo geschreven wordt.
    • En we hopen dat Financité hun bevindingen niet alleen voor zich houdt.  Als ze ze terugkoppelen aan de fondsbeheerders, die op (kleine) zondes betrapt werden, mis je geen kans om hun kwaliteit te verbeteren.

Een serieus dilemma voor NewB.

Ja of Nee? De laatste spannende maanden voor wat de erkenning betreft.

In de laatste maanden van 2019 start NewB haar financiëringscampagne teneinde voldoende middelen bijeen te brengen om als bank te kunnen starten. Of dit lukt zal de toekomst uitmaken. Dromen is alvast niet verboden.

In een blogbericht van 04/04/2019 lezen we hoe NewB het verschil zal maken. Puntje 4 handelt over de toekomstige producten. Daarbij wordt onder meer vermeldt …. NewB-klanten die hun geld op een verantwoorde manier willen beleggen zullen de kans krijgen om te investeren in beleggingsfondsen met een positieve impact op de samenleving ….  (Er staat ook een voetnoot [12], maar bij schrijven van dit artikel werden we bij klikken hierop niet wijzer).

Nu is er een duidelijke link tussen Financité en NewB. Financité is 1 van de initiatiefnemers én drijvende krachten achter het project. Bernard Bayot is directeur van Réseau Financité en momenteel voorzitter van de Raad van Bestuur van NewB. Het wordt niet evident (eigenlijk onmogelijk) om een voldoende zinvol- en gespreid aanbod duurzame beleggingen aan de NewB-klant aan te bieden als de strenge definiëring van Financité daar het uitgangspunt wordt.

Hieronder het aantal duurzame fondsen uit het in België beschikbare aanbod, die volgens Réseau Financité deugen.
Type beleggers (rechts)
Kwaliteit van het aanbod (onder)
DEFENSIEFBALANCEDDYNAMISCH
GROTE ONDERSCHEIDING000
ONDERSCHEIDING000
VOLDOENDE001

Kunnen we om die reden in de toekomst mildere beoordelingen verwachten? Of denkt NewB zelf de capaciteit in huis te hebben om voor de verschillende types belegger eigen producten op de markt te brengen, die wel aan de hoge standaards van hun studie zullen beantwoorden? Wait and see, maar toch best spannend.

 

 

 

Categorieën
home

Frankrijk: gidsland in wetgevend werk rond duurzaam beleggen?

Frankrijk heeft zijn imago niet altijd mee. Natuurlijk, het is een fantastisch vakantieland: schitterende landschappen, prachtig weer, lekker eten en drinken. Maar het is ook een land van vele stakingen, weinig economische groei, een versnipperd politiek landschap met presidenten, die zich vaak keizerlijke allures aanmeten. Een land van verbitterde gele hesjes, met een socialistische strekking die -tot ongenoegen van werkgevers- werkduurverkorting oplegt met loonbehoud en met een extreemrechts dat op diverse plaatsen stevig wortel geschoten heeft. Een land dat tevens zijn begroting niet op orde krijgt en (samen met België trouwens) in het financiële strafhokje zou moeten zitten van Europa.

Een dergelijk land een gidsland noemen lijkt op een provocatie. En toch kan het land en zijn praktijk op sommige punten als een voorbeeld gezien worden.

De overheid bepaalt wat een duurzame belegging is.

  1. Via een decreet en een arrest gepubliceerd in januari 2016 werd van overheidswege een ISR label gecreëerd. Hierin werden de voorwaarden én de controle-modaliteiten om dit label te krijgen en te behouden vastgelegd. Je zou dit en beetje kunnen vergelijken met de WIKIFIN-werking in België. Met dit verschil dat die laatste zich toelegt op algemene financiële voorlichting en geen duidelijke specifieke standpunten inneemt. Ook is de structuur van Wikifin veel lichter.
  2. De overheid is eigenaar van het label en bewaakt het merk, het gebruiksreglement,… en homologeert (of niet) de voorstellen rond evolutie van dit label, die geformuleerd zijn door een Comité du Label ISR .  Dit comité, wiens leden in persoonlijke naam zijn benoemd, bestaat uit mensen van labelingsorganisaties (VigeoEiris)-de voorzitter-, mensen met kennis en ervaring in vermogensbeheer voor derden, uit academische – , financiële kring en uit consumentenorganisaties,  naast personen met ervaring uit de beleggingswereld zelf.  Ook het ministerie van Financiën is in dit comité vertegenwoordigd, maar dan zonder stemrecht.
  3. Het labellen zelf gebeurt noch door de overheid, noch door het comité, maar is uitbesteed aan onafhankelijke derden die benoemd zijn door COFRAC, een competentiecentrum rond onpartijdige certificatie en controle, gedeeltelijk in de handen van de overheid. Tot op heden is slechts 1 organisatie Afnor Certification door Cofrac erkend. EY France is aan een dergelijk erkenningsproces bezig.
  4. Tot slot is er ook een comité ter promotie van het ISR Label opgericht door het Ministerie van Financiën.
  5. Momenteel zijn er in Frankrijk 197 beleggingsfondsen, uitgegeven door 44 verschillende vermogensbeheerders  die het label dragen.
  6. Pro en Contra.
      1. Het doel is om een onafhankelijk label te creëren. Dit dient de geloofwaardigheid én dus het vertrouwen van de consument in duurzaam beleggen op de vijzelen. Dit staat in groot contrast met het Belgische initiatief van Febelfin om via zelfcontrole te bepalen wat duurzaam is. Het recent gelanceerde Febelfinlabel heeft dan ook al (nog voor het goed en wel van start gegaan is) de nodige kritiek gekregen van insiders en van activisten. Het werd door hen omschreven als te slap, al een mogelijkheid tot greenwash in plaats van als een dam tegen greenwash.
      2. De structuur van semi-overheid met diverse comités is relatief zwaar. Voor een groot land als Frankrijk is dit misschien wel te dragen, maar we kunnen niet evalueren of dit niet te log of genoeg kostenefficiënt is.
      3. Het Franse label werkt. 3 jaar later moet het Belgische nog opgestart worden.
      4. Het label ISR wordt als een denderend succes beschouwd onder professionelen, maar heeft zijn voornaamste doel (het grote publiek in de richting van duurzamere financiële producten duwen) nog lang niet bereikt. 

De overheid roept ondernemingen op om een brede maatschappelijke taak in te vullen, legt daarrond een rapporteringsplicht op én verwacht dat institutionele beleggers daarop inspelen.

  1. Ondernemingen zijn er niet alleen om redenen van winstmaximalisatie. Dit werd neergeschreven in alinea 4 van artikel 173 van de wet n° 2015-992 van 17/08/2015. Deze wetgeving die bedoeld was om de energietransitie (richting groene energie) te stimuleren, wijzigde het artikel 225-102-1 uit de handelswetgeving. In de vijfde alinea ervan werd de passage in bold bijgeschreven. Het artikel gaat over de verslaggeving van niet-financiële elementen. ” (eigen vertaling) Ze bevat tevens de informatie waarin de vennootschap de sociale- en ecologische consequenties in rekenschap brengt van haar activiteiten, inclusief de consequenties op vlak van klimaatverandering van zijn activiteit en van het gebruik van goederen en diensten die zij voortbrengt, evenals de engagementen die de vennootschap op zich neemt ten voordele van duurzame ontwikkeling, de circulaire economie, de strijd tegen voedselverspilling en in het kader van de strijd tegen discriminatie en de promotie van diversiteit. Een decreet van de overheid zal 2 lijsten opstellen, die preciseren welke informatie bedoeld wordt met huidige alinea evenals de modaliteiten hoe ze moeten weergegeven worden. Dit op een wijze die moet toelaten een vergelijking van gegevens te maken, afhankelijk van het feit of het bedrijf al dan niet toegang heeft tot een gereglementeerde markt.”
  2. Dit artikel is alleen van toepassing op bedrijven van een bepaalde omvang (+ 500 werknemers). Er werd aan toegevoegd in een 6e alinea dat  institutionele beleggers (verzekeraars, pensioeninstellingen, …) in hun jaarverslag hun klanten moeten informeren hoe zij in hun beleggingsbeleid rekening hielden met bovenvermelde criteria. Dit vanaf het boekjaar 2017.
  3. In een evaluatie door Novethic uitgebracht in 2018 blijkt dat deze verplichting stilletjes haar effect blijkt te hebben bij de vermogensbeheerders. Waar voor 2017 27 % niet communiceerden over deze elementen, is dit in 2017 teruggevallen tot 3 %. Zowel de geëngageerde vermogensbeheerders (vroeger 17 %, nu 54 %) als diegenen die echt het voortouw nemen op vlak van ESG-rapportering (vroeger 20%, nu 27 %) worden actiever. Toch besluit Novethic dat er nog veel beterschap op vlak van rapportering mogelijk is. Niet voor niets heet haar publicatie 173 Shades of Reporting.
  4. Pro en Contra.
      1. Pensioenfondsen en verzekeraars in Frankrijk zetten nog niet massaal in op ESG, noch is het klimaatrisico bij hun investeringen voldoende in rekenschap gebracht. Misschien niet echt verwonderlijk omdat sommige van die instellingen eerder logge instanties zijn en de verplichting nog relatief jong is. Schakelen is nu eenmaal makkelijker als men wendbaar is.
      2. Een wettelijke verplichting opleggen is 1, maar als de onderhevigen aan deze verplichting niet de correcte analysemiddelen hebben om hun taak uit te voeren, dan kan je slechts traag vooruitgang maken. Wie zich aangesproken voelt zal vooruit willen, wie zich niet aangesproken voelt zal zich wegens gebrek aan kwaliteitsvolle – en duidelijke tools van het Festina Lente -motto bedienen.
      3. De overheid breidde in Frankrijk de doelstellingen/taken van een bedrijf reeds stevig uit. Naast extra verantwoordelijkheid voor bedrijfsleiders, laat dergelijke functieomschrijving alvast een structurele integratie van bedrijven in een welvaarts- en welzijnsperspectief toe. In België zijn we daar momenteel nog niet aan toe. Het meest recente dat in die richting werkt is een uitspraak van het Belgische Hof van Cassatie per 28/11/2013 die stelt dat “het belang van een vennootschap wordt bepaald door het collectief winstbelang van haar huidige-  en toekomstige aandeelhouders”. (bron: CSR & Company Law – J-M Gollier – Eubelius FRDO/CFDD studiedag 29/01/2019 Sustainable Investment in Belgium). Je moet al flink interpreteren om de algemene uitspraak (België) te laten passen in de redelijk concrete Franse opvatting.
      4. De Belgische institutionele beleggers dragen momenteel nog geen verplichtingen om niet-financiële criteria in hun beleggingsbeleid op te nemen (uitgezonderd: bepalingen uit internationale verdragen (bepaalde types wapens / witwassen /….). Sommigen hebben uit eigen beweging (en om te anticiperen op maatschappelijke evoluties) zichzelf wel strengere beperkingen opgelegd. (*)

De overheid anticipeert op het Europees financieel actieplan en legt verzekeraars niet-financiële informatieplicht op.

  1. In maart van dit jaar en passend in la Loi PACTE werden 2 amendementen aangenomen die levensverzekeraars verplichten om hun klanten te informeren over het ESG-gehalte van hun levensverzekering. We zien dus dat regelgeving, die aanvankelijk voor institutionelen gold, begint door te sijpelen de markt voor particulieren.
  2. Er is een precontractuele informatieplicht vanaf 01/01/2022 waardoor intekenaars op beleggingsverzekeringen voorafgaandelijk kunnen weten of hun geld al dan niet bijdraagt aan de ecologische transitie of aan de solidaire economie. Verwacht wordt dat verzekeraars die dergelijk aanbod momenteel niet commercialiseren door deze verplichting aangemoedigd zullen zijn om alsnog nieuwe -, wel gepaste producten te ontwikkelen.
  3. De jaarlijkse overzichten die de klant van zijn verzekeraar ontvangt dienen met ingang van 01/01/2022 ook duidelijk te maken welk gedeelte van hun spaargeld belegd wordt in solidaire -, sociaal verantwoorde fondsen of in de ecologische omslag.
  4. Hoewel we nog een tijdsspanne van 2 1/2 jaar hebben, zijn dergelijke concrete initiatieven voor België nog niet uitgewerkt. Het is niet uitgesloten (alles wijst er zelfs op) dat FSMA achter de schermen ook verzekeraars motiveert om duurzamer te gaan beleggen. De invoering van het Europees duurzaam actieplan zou daarbij kunnen helpen. Maar een aangenomen amendement in een wet is alvast veel concreter dan wensen en voornemens die nog in de lucht hangen.

Slotbedenking:

Frankrijk lijkt dus toch wel het voortouw te nemen in concrete initiatieven om duurzaam beleggen prominenter op de kaart te zetten. Alleen stroomt hiervan erg weinig door in onze contreien. Misschien een gevolg van de feitelijke loskoppeling uit de latijnse cultuur in een groot deel van ons land. Frankrijk dat is naast vakantie, pastis en de wielerronde een grote onbekende. En als het al over politiek gaat, wordt de aandacht recent gecapteerd door hun presidenten en hun eega’s. Jammer dus die aandachtsvernauwing. Ze verhindert dat we hier ook geïnspireerd raken.


(*): per 07/03/2019 werd in het kader van het verder uitrollen van het Europees actieplan duurzame financiering een akkoord bereikt tussen de Europese Raad en het Europese parlement. Voortaan zullen Europese institutionele beleggers moeten rapporteren over hun ESG intenties. Het Franse artikel 173 lijkt hierbij als leidraad (best practice) gebruikt te zijn. Onderhandelaar Paul Tang (PVDA-Nl) vatte het akkoord zo samen.

Categorieën
home

Duurzame fondsen in België: een markt met te veel kraampjes van weinig kwaliteit ?

 

Het dertiende rapport over sociaal verantwoord investeren in België, uitgegeven door Financité rolde samen met het begin van de zomer  van de pers.

Op de downloadpagina van L’investissement socialement responsable 2018 vinden we deze foto: een glazen pot garandeert nog geen transparantie.

Het is niet in het Nederlands beschikbaar. Financité is een Franstalig netwerk dat een spreekbuis wil zijn voor verantwoordelijke – en solidaire financiën.

De auteurs hopen met hun rapporten bij te dragen tot een uitzuivering . Ze willen het kaf van het koren scheiden, zodat de naam “duurzaam” bij spaar- en beleggingsproducten niet meer ijdel gebruikt wordt.

Regelgeving op komst?

  • Ze wijzen er op dat hierrond momenteel  ook binnen Europa initiatieven genomen worden ter bescherming van beleggers met het hart op de juiste plaats. De Europese initiatieven zullen als alles volgens plan verloopt maar tegen 2022 geïmplementeerd worden. Dus daar hangt nog veel onduidelijkheid.
  • Ook in België wordt er  door Febelfin gewerkt aan een voorstel om duidelijkere normen te bekomen. Deze zouden per 01/01/2019 moeten ingevoerd worden. Zie hiervoor ons blogbericht van 27/04/2018. Het rapport maakt groot voorbehoud rond het label dat Febelfin wil lanceren. Het vindt vele omschrijvingen te flou (bijv. uitsluiting van ‘de slechtste’ overtreders tegen… ) én wil ook niet dat alleen de financiële sector de definities bepaalt. Er moet een grotere representativiteit zijn (la représentativité de la société belge dans son ensemble p 23) kunnen bepaald worden wie tot het label toegelaten wordt. Net zoals de controle hierop aan dergelijk representatief orgaan moet toebehoren. Financité lijkt de labeling uit Frankrijk, ingevoerd in 2016 alvast meer genegen te zijn.
  • In een 30-tal pagina’s (tot p 60) wordt ingegaan op diverse topics, waaruit blijkt dat er in het verleden wel veel initiatieven pro ESG zijn/waren op de diverse politieke niveaus in België, maar dat het meestal veel geblaat en weinig wol opleverde. We slaan deze pagina’s over in deze bespreking.

De markt buiten spaarrekeningen of beleggingsfondsen

Eind 2017 waren en 908 producten op de markt die kunnen omschreven worden als beleggingsproducten die duurzaam zijn, zonder dat het gaat over  gereglementeerde spaarrekeningen of erkende beleggingsfondsen. Het totaal bedrag belegt in deze producten bleef nagenoeg constant ( €4,70 miljard).

U kan hierbij bijv. denken aan directe investeringen ( aandelen binnen coöperatieve beweging, obligaties voor rekening van vzw’s, bijeengebrachte gelden voor werkplaatsen met sociaal oogmerk) of zelfs funding van Triodos Bank.

Een brede waaier waar je met je geld je engagement kan laten blijken,

Categorieën
home

Naar een Belgisch kwaliteitslabel voor duurzame financiële producten?

 

Witwassen kennen we onderhand wel allemaal. Ten gunste van persoonlijk financieel belang wordt hierbij gemeenschapsbelang opgeofferd (vb. belastingsontduiking). Maar greenwashen is iets minder gekend , terwijl het

“All the World is Green” voor Tom Waits en tal van opportunisten

ook kwalijke gevolgen heeft. Mensen kopen iets of investeren in een product waarvan ze ter goeder trouw, maar blijkbaar ten onrechte denken dat het gaat over een duurzaam product. Verkopersbedrog dus.

Kleef een sticker “duurzaam” of “sustainable” op je product en mensen die gevoelig zijn voor deze waarde kunnen over de brug gehaald worden en trekken hun geldbeugel open. Zelfs als er bij nader toezien niets (of erg weinig) duurzaams is aan het betrokken product in kwestie.

Dat greenwashen ook in de financiële wereld mogelijk is, is een open deur intrappen. Financiële instellingen profileren zich nu eenmaal. Soms zetten ze daarbij ook schijnbaar groene producten in de etalage. En laten ze er de marketingafdeling op los. Daar gelden reclamewetten. Wetten waar creativiteit en vindingrijkheid hoger ingeschat worden dan correcte informatie.

In haar (zelf toegekende?) opdracht tot consumentenbescherming heeft de Europese Commissie het nodig gevonden om een groep deskundigen zich over deze problematiek te laten buigen. Deze High Level Expert Group on Sustainable Finance publiceerde per 31/01/2018 haar eindverslag.

Of het hoge niveau van deze expertengroep slaat op hun grote kennis of hun hoge verloning laten we in het midden. Er zat alvast géén Belg bij. Onder voorzitterschap van een AXA-man, werden uiteindelijk 8 aanbevelingen voorgesteld die moeten helpen om de financiële wereld meer richting duurzame beleggingen te sturen.

1 van deze aanbevelingen focust op particuliere beleggingen in duurzame financiële producten. “Spaarders” moeten de mogelijkheid hebben om te beleggen in portefeuilles die hun duurzame en ethische voorkeuren weerspiegelen. Ze moeten daarbij beschermd worden door minimumnormen.

Momenteel buigt de Belgische financiële sector zich via haar koepel Febelfin over die materie. Ze werkte een nieuwe kwaliteitsnorm uit voor duurzame financiële producten.  U kan de uitgebreide nota hierover hier raadplegen.

De ambities zijn niet min:

Categorieën
home

Febelfin breekt een lans

 

Eeuwig hetzelfde rondje rijden met een opengewerkt lemniscaat als logo?

Als 1 van de charme-offensieven na de financiële crisis van 2008-2009 pakte Febelfin, de koepel van de Belgische banken uit met een website waarin je het actuele aanbod van duurzame spaar- en beleggingsformules kon aantreffen welke haar leden hun klanten konden aanbieden. Ook werd er een website en twitter-account opgezet met de wervende naam Banking For Society (@banking4society), die allerlei heuglijk nieuws verspreidde.

Die Febelfinsite heeft nu een complete make-over ondergaan. Je vindt ze onder de naam duurzaamsparenenbeleggen.be . Het zou de nieuwe Febelfinvoorzitter, Johan Thijs (KBC) teveel eer aandoen, om dit reeds aan zijn doortastendheid toe te schrijven. Het is een pleidooi pro domo. Je vindt er dus alleen Belgische spaarrekeningen (7 stuks) op vermeld en beleggingsproducten (103) die je bij Belgische banken kan betrekken. Maar op zich is daar niets op tegen natuurlijk. In de Colruyt vindt je nu immers ook geen informatie over de producten van de Carrefour.

Categorieën
home

Mifid: past beleggers als een tang op varken

Onnodige risico's vermijden
Onnodige risico’s vermijden

 

MIFID staat voor M arkets i n F inancial I nstruments  D irec -tive. Het is nu 6 jaar geleden dat in België de MIFID (brochure Febelfin) -richtlijn ingevoerd werd.  Een regelgeving voor handel in financiële instrumenten (lees: spaarproducten en beleggingen).   De bedoeling van deze richtlijn was consumentenbescherming. Een klant mocht door zijn bankier niet langer als een melkkoe gezien worden, aan wie om het even welk product kon verkocht worden. Voortaan diende een beleggingsprofiel (hier voorbeeld van VDK) van de klant opgemaakt te worden en moest het product dat de bankier voorstelde passen binnen het profiel van de spaarder/belegger. Dit profiel moest trouwens om de 5  jaar gecheckt worden (of vroeger zo de vermogenssituatie van de klant of zijn persoonlijke situatie wijzigde).  De laatste tijd is er echter steeds meer kritiek (zie bijv. hier) te horen over de perverse effecten van deze richtlijn. Terecht?

Categorieën
home

Geef géén ergernis

 

De meeste mensen in Vlaanderen die vandaag ouder dan 40 jaar zijn, zijn wellicht nog opgevoed in de katholieke traditie. Daar behoorden ook vaste rituele teksten en tradities bij. De Aktes van Berouw, – Hoop,  – Geloof  en Liefde. De 10 Geboden,  …

tablets 1.0
tablets 1.0

Door klassikaal scanderen zijn die allemaal nog ergens in het langetermijngeheugen blijven hangen. Ik dacht daar aan toen ik eergisteren met steeds stijgende verbazing de nieuwe spot van Febelfin onder ogen kreeg. Febelfin is de koepel van de Belgische financiële instellingen. Vooral het 2e gedeelte van het 5e gebod (Dood niet, geef geen ergernis) & van het 8e ( Vermijd … Ook de achterklap en het liegen) kwam bovendrijven.

Nu heb ik ook een verleden waarin ik een bescheiden functie binnen het bankwezen had. Ik weet ook wel dat er een hemelsbreed verschil is tussen de kantoorhouder ter plaatse, de principaal waar hij of zij voor werkt en de koepel van de bankinstellingen. Op elk van deze niveau’s zijn er ook erg integere mensen aan de slag.

Maar wat er nu aan Newspeak voorligt (‘voorliegt’ zou ik in feite moeten schrijven), tart toch alle verbeelding.