Categorieën
home

Allemaal duurzaam dankzij Febelfin?

Nu de eerste lading van duurzame financiële producten hun zegen kreeg van het Central Labelling Agency of the Belgian SRI label (CLA) van Febelfin, kunnen we een voorzichtige balans opmaken. Leidt die selectie de geïnteresseerde klant naar een echt duurzaam product? Of zit er nog teveel kaf tussen het koren en moet het label in eerste instantie gezien worden als een nieuw marketinginstrument van de financiële sector? Iets om een nog niet volop bespeelde flank alvast toch af te dekken?

Hét Belgische Duurzaamheidslabel.

logo van the Central Labelling Agency van Febelfin
Nederlands of Frans in het logo is wellicht niet hip of gewichtig genoeg

De toevoeging aan de naamgeving ‘the Belgian SRI label‘ wijst er op dat het initiatief gebruikt wordt om zich als enige valabele scherprechter in de markt te zetten. De exclusiviteit op te eisen met andere woorden. Nu nog in kleine quasi onleesbare letters op het logo. Maar straks ook gebruikt om kritische- of andere meningen te weren? We zullen moeten afwachten (en attent zijn).

Alvast de perstekst van Febelfin nav. de lancering laat weinig over aan de verbeelding “… Ander labels kunnen niet noodzakelijk op hetzelfde draagvlak rekenen als dit sectorbreed gedragen initiatief. De grote steun van Belgische aanbieders en beheerders dwingt (eigen cursivering) ook buitenlandse spelers actief op de Belgische markt om het label aan te vragen.’

Omdat er geen eenduidige definitie is van wat SRI (Socially Responsible Investing) is (wanneer het begint of wanneer het ophoudt), had een meer bescheiden ‘a Belgian SRI label” m.i. op zijn plaats geweest.

Scoren op kwantiteit.

Er werden erg veel fondsen goedgekeurd. 77,75 % van de aanvragers (311 op 400) werden tot het label toegelaten. Wie sneuvelde en waarom is voor buitenstaanders niet bekend. Mogelijk ontbraken alleen enkele details in het dossier en worden sommige kandidaten later toch nog toegelaten tot de club.

Dit grote aantal suggereert dat het wel goed zit met de mogelijkheid om een duurzaam financieel product te onderschrijven. Dat de sector deze verzuchting, deze trend voldoende oppakt. Tenzij je ervan uitgaat dat de lat gewoon te laag gelegd werd. Er zijn kwantitatieve redenen om dit te denken.

Zo zien we in de ons omringende landen, waar labels al langer bestaan, dat er heel wat minder fondsen toegelaten worden door de labelgever.

  • Frankrijk benadert met haar officieel ISR-label nog het meest de Belgische hoeveelheid. Daar zijn er momenteel 275 fondsen die het label mogen dragen.
  • Luxemburg (toch een Europees financieel centrum en erg belangrijk op de fondsenmarkt) erkent met het LUXFLAG-label slechts 84 fondsen als duurzaam. 8 fondsen staan er op een watchlist.
  • Duitsland heeft slechts 64 fondsen (20,58 % ivm. België) die het FNG-Siegel krijgen.

In een tweede ronde (februari 2020) komen er nog financiële producten bij. Het lijkt dus toch een beetje op een kermisattractie waarbij “iedereen prijs!” geroepen wordt.

Het glas halfvol of halfleeg?

Dat de huidige kwaliteitsnorm eerder pover is, wordt trouwens niet ontkend. Zo lezen we over die kwaliteitsnorm:

  • ‘ Met …als doel … de financiering uitsluiten van een beperkt aantal praktijken  (vet door auteur) die algemeen als onduurzaam worden beschouwd.’

    ’t Is maar hoe je het bekijkt
  •  ‘De focus ligt op transparantie en de aanlevering van relevante en nuttige informatie die potentiële klanten kunnen gebruiken om te bepalen of het beleid van een specifiek product overeenstemt met hun persoonlijke overtuigingen.’
  • ‘Het naleven van de beginselen van de norm moet eerder worden geïnterpreteerd als een teken dat een product op het juiste pad zit naar duurzaamheid“.
  • “Een label dat potentiële beleggers het vertrouwen moet geven en (hen) geruststellen dat de financiële producten ….niet worden blootgesteld aan zeer onduurzame praktijken, zonder dat de beleggers daarvoor zelf een gedetailleerde analyse moeten uitvoeren”.

De site zelf en haar logo legt hier niet voor niets de nadruk op. “Towards sustainability” klinkt het voorzichtig.

Het is toch een beetje alsof de katholieke kerk een lijst van potentiële heiligen zou bekendmaken. Mensen, die men mag aanbidden in de zekerheid dat ze alvast geen doodzonde begaan hebben. De praktijk leert dat “gelovigen” op zoek naar vertroosting hier genoeg aan hebben. Slechts enkelingen zullen hun biografie er op nalezen om zich ervan te vergewissen of ze het gebed waard zijn.

Dit lijkt het gevaar van dit label. Alle nodige elementen voor een gedetailleerde analyse moeten transparant zijn. En dat zijn ze ook.  Je moet echter zelf doorklikken en dan voldoende kritisch de identificatiefiches lezen. Het gros van de mensen doet dit -jammer genoeg- niet.

Maar drinken zullen we.

Uitgevers van fondsen zullen de labeling echter wel om promotionele redenen inzetten. We konden dit reeds zien bij KBC, die nog op de dag van de lancering van de Febelfinsite haar hoera-fanfare liet uitschallen: ... alle 65 duurzame beleggingsfondsen van KBC voldoen volledig aan de Febelfinstandaard (en gaan in aantal gevallen zelfs verder).

De onvermijdbaarheid van het label zorgt er ook voor dat bijv. Triodos, welke zich aanvankelijk erg kritisch (lees: negatief) uitliet over de afgesproken normering, toch ook getrouw haar producten liet labelen.

Bijschenken of toch niet?

Febelfin is zich bewust dat ze vertrekt van een lage standaard. Ze rekenen er op dat hun label een vertrekpunt en geen eindpunt is. Zal ze er in slagen de financiële spelers (en ook de beleggers) mee te trekken? De standaard zal alvast aangepast worden aan evoluties op EU-niveau, waar het actieplan duurzame financiering voor zover bekend veel scherpere grenzen lijkt te willen trekken. Maar het lobbywerk rond de taxonomie voor duurzame producten kan nog wat water aan die wijn toevoegen.

Elke 2 jaar worden de criteria herzien. Dit in een multi-stakeholdersconsultatie (ja, dat woord gebruiken ze echt) via het adviescomité van het Central Labelling Agency van Febelfin. Dit adviescomité moet echter nog opgericht worden. Volgens het organogram op de site zal dit voorgezeten worden door een non-financial en bestaan uit actoren uit de financiële sector en betrokkenen uit de burgermaatschappij. Wie die zijn én wie welk gewicht zal hebben? Wait and see.

De ervaring leert dat het erg moeilijk is om eens betrokkenen tot een club behoren hen er terug uit te gooien. Vroeger luidde het gezegde “je moet al je moeder vermoord hebben vooraleer je ontslagen wordt bij politie/leger/…”. En –even politiek incorrect– we weten dat het niet evident is om de Belgische nationaliteit van iemand, eens deze ze verworven heeft, ze terug af te nemen.

We zullen zien of het hier anders zal lopen. Zullen erkende fondsen bij controle of bij stijgende normen consequent hun label verliezen?

Rechter en partij tegelijkertijd.

rechter en partij - Central Labelling Agency van Febelfin
wie heeft de sleutel om te beslissen?

1 van de fundamentele bezwaren tegen het dit label is de opmerking dat de sector hier zichzelf controleert.  Je leest deze kritiek bijvoorbeeld bij Réseau Financité .

In de geschiktheidscommissie is er een overwicht van onafhankelijken (6 tegen 4). De Raad van Bestuur van het Central Labelling Agency van Febelfin bestaat uit 8 leden. 4 ervan komen uit de financiële sector. 4 zijn onafhankelijk (1 ervan heeft een carrière achter de rug bij Triodos en was actief rond duurzaam beleggen). Niet iedere onafhankelijke lijkt echter de financiële sector goed te kennen. Zullen zij genoeg weerwerk kunnen bieden aan vertegenwoordigers van de sector?

Er komt nog een raadgevende commissie om de Raad van Bestuur te adviseren. De opstart en de samenstelling hiervan is uitgesteld tot midden 2020.

Onafhankelijk van het CLA is er een verificateur. Deze moet een ‘technische en diepgaande controle uitvoeren op de producten waarvoor een label is aangevraagd’. Deze verificateur bestaat uit Forum Ethibel, ICHEC, Managementschool Brussel en Universiteit Antwerpen. De onafhankelijkheid van die instantie is relatief, gezien zij zich aan de neergeschreven zwakke normeringsregels moet houden. Met andere woorden het speelveld is afgebakend.

Zelf schrijft Febelfin dat de governance-structuur bijzonder robuust is. We durven daar aan twijfelen. Het is niet meer zo dat buitenstaanders volledig uitgesloten zijn (cfr. corporatistische praktijken zoals -althans vroeger, in de huidige werking heb ik mij niet verdiept– bij de Orde van de Artsen of Orde van Advocaten), maar of ze opgewassen zijn tegen de gestroomlijnde falanx uit de financiële sector valt af te wachten.

Eigen fonds eerst?

Hoewel er enkele buitenlandse fondsen in de eerste lijst van gelabelden opgenomen zijn, is de lijst toch vooral een Belgische aangelegenheid. Natuurlijk het is een Belgisch label, maar anderzijds er is binnen Europa vrij verkeer van geld en goederen. Dat uit zich ook in vrije financiële dienstverlening. Erg veel fondsbeheerders hebben dan ook toegang tot de Belgische markt. Wellicht zijn die in eerste instantie minder actief betrokken geweest bij de opstart van dit label. België is vaak maar 1 van de landen waar ze in actief zijn. Niet het meest belangrijke.

Het valt te verwachten dat sommige buitenlands fondsen pas nu -na de lancering- in actie gaan komen. Sommigen zullen wegens hun geringe capaciteit op onze markt wellicht nooit het label aanvragen. En dat is jammer.  Zo komt kwalitatief aanbod van bijv. Pictetom er maar 1 te noemen– totaal niet voor op de huidige lijst. In die zin kan het label ook als een muur fungeren. Een filter om de eigen markt wat extra te beschermen. Een functie die de labels uit de ons omringende landen ook niet vreemd is, trouwens.

De kwaliteitslat ligt laag…

Een gouden raad voor wie het niet zo nauw steekt

Laag is beter dan niets. Maar kan op termijn meer kwaad doen dan goed. Light Cola is minder ongezond dan gewone Cola. Als je door overschakelen vergeet dat je je drankgewoontes in feite beter verder kan bijsturen, heeft je keuze op termijn mogelijk toch verregaande gezondheidsgevolgen.

Zo is het ook met de huidige normering van het label. De fondsenkeuze, die nu overeind blijft laat erg veel ruimte voor grijze zones. En ja, ik weet het: de consument wordt steeds verzocht om de informatiefiche tot zich te nemen vooraleer hij zijn keuze maakt. En zelf af te wegen of het product overeenkomt met zijn behoeftes, principes. Toch is het geweten dat hij dit zelden doet (eigen schuld?), maar vooral dat hij het wellicht zelf met moeite kan doen als hij het al zou willen. Niet voor niets wordt vastgesteld dat er nog van alles schort aan de financiële geletterdheid van de Belg.

… bewijst een voorbeeld rond de SG en 1 rond de E van ESG.

In het artikel Quand les banquiers s’autogratulent van Réseau Financité lees je bijvoorbeeld dat het gelabelde fonds Candriam SRI Bond Euro investeert in landen en bedrijven, die het niet zo nauw nemen met deugdelijk bestuur of mensenrechten.

Ik geef 1 een ander voorbeeld: AG Life Strategy Global Defensive (bestaat ook in – Neutral en – Dynamic uitvoering).

In dit fonds kan een bedrijf toch kan opgenomen worden als het maximum 10 % van zijn omzet uit steenkool haalt. Idem dito voor onconventionele olie-of gaswinning (denk schaliegas, fracking,…). Wat conventionele olie-of gaswinning betreft is de norm dat er kan geïnvesteerd worden zo minstens 40 % van de inkomsten in het bedrijf komt van gewone gaswinning en/of hernieuwbare energie. Maak dit eens concreet. Dan kan dit fonds investeren in een bedrijf dat 59,9 % omzet haalt uit olieproductie & 40,1 % uit gaswinning. Extreem voorgesteld natuurlijk, maar dit is toch niet wat je verwacht van een duurzaam beleggingsfonds of Tak 23-verzekering? Je verwacht die eerder in de beleggingsportefeuille van Donald Trump of anderen die het klimaatakkoord van Parijs maar niets vinden. Net zoals het vreemd is dat in de normbepaling gas en hernieuwbare energie op 1 hoop belanden. Het eerste is immers een eindige, niet hernieuwbare energiebron.

Duurzaam pensioensparen? Doen wij al!

Enfin zo lijkt het bijna. FairFin analyseerde de producten op de markt eind 2018. 3 producten haalden bij hen de eindmeet: KBC Pricos SRI, VDK Pension Fund en ING Starfund.

ING Starfund kreeg geen label. Vergeten aanvragen? Of geweigerd om ons onbekende reden? De andere 2 werden door het Central Labelling Agency van Febelfin wel onderscheiden.

Maar de marktleider op dit vlak  BNP Paribas Pension (3 formules Stability, Balanced & Growth) krijgt bij Febelfin nu ook het label. Net zoals de zusterfondsen Crelan Pensioen Fund en Metropolitan-Rentastro. Ze worden allen door BNP Paribas Asset Management beheerd. Op vlak van het gevolgde energiebeleid zijn de normen voor deze pensioenspaarformules dezelfde als die van het eerder vermelde AG Life Strategy Global Defensive. Op energievlak alvast niet erg duurzaam dus.

Conclusie1 : je promoot het koren niet door het kaf te behouden.

We mogen geen intentieproces maken, want we waren totaal niet betrokken bij de totstandkoming van het label. Uitgezonderd een kleine bijdrage aan hun bevraging. Een bijdrage waarop geen reactie kwam en het niet geweten is of er überhaupt iets mee gedaan werd. Zie ons blogbericht van 27/04/2018.

Het doel was toch het koren van het kaf te scheiden. Niet het samen te houden.

Toch is de eerste indruk dat het geleverde werk niet bepaald fris ruikt. Dat heeft veel te maken met de lage normen die vastgelegd werden. En natuurlijk kunnen (zullen?) die in de toekomst opgetrokken worden. Maar een groot aantal erkenningen later reduceren terwijl betrokkenen in de sector mee aan het stuur zitten is niet evident. Vraag dat maar aan wie een olievlak moest indammen of een teveel aan tandpasta terug in de tube probeerde te duwen.

Het lijkt er zelf een beetje op dat de kwaliteit verzopen wordt in een overvloed aan kwantiteit. Van te veel wijn drinken krijg je koppijn. Je kan beter 1 goede fles openen dan een volledig schap ontstoppen. Het label lijkt wat mij betreft eerder bij te dragen aan de verwarring rond duurzaam beleggen, dan dat het helpt om de mist er rond op te trekken.

Conclusie 2 : de georganiseerde financiële sector eigent zich een speelveld toe.

In een gisteren gepubliceerd blogbericht (met enkele opmerkingen over de totstandkoming van dit label) vroeg ik me onder meer af of Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip “duurzaam beleggen” wilde claimen. Mij baserend op Febelfinteksten, was ik daar niet zo bang voor. De tekst onder het logo van hun CLA (ook weergegeven onderaan iedere webpagina) doet me nu terug twijfelen.

Mogelijk wordt hier toch met de voeten vooruit gesprongen. Iets wat altijd gevaar oplevert voor wie zich eveneens in de arena bevindt. Kleinere onafhankelijke spelers of activisten moeten op hun hoede zijn. Hun standpunten of visies dreigen onder de pletwals van een grote organisatie (nog) minder weerklank te krijgen. En hun geloofwaardigheid kan -eens de machine op volle kracht is- gemakkelijker in diskrediet gebracht worden. De toekomst zal uitwijzen of dit aanvoelen al dan niet te zwartgallig is.

—————————————————————————————————————————————-

disclaimer: dit is een persoonlijk standpunt. De vermelding van Réseau Financité en FairFin in bovenstaande tekst betekent niet dat zij automatisch met deze visie akkoord zijn. Net zoals auteur dezer niet steeds de standpunten van deze organisaties deelt.

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Towards sustainability. Wordt het duurzaam beleggingslabel van Febelfin de norm?

Sinds 6/11/2019 heeft Febelfin haar website towardssustainability.be opengesteld. En al dadelijk blijken 311 fondsen het duurzaamheidslabel van Febelfin opgespeld te hebben. Het is te vroeg dag om die fondsen én het selectieproces eens tegen het licht te houden. Maar we staan alvast even stil bij de totstandkoming. In de aanloop naar het duurzaamheidslabel van Febelfin, vielen ons enkele dingen op.

De timing van het initiatief.

logo - duurzaamheidslabel van Febelfin
The Long and Windy Road staat op het Let It Be-album van The Beatles. Hopelijk is het Febelfin-logo minder fatalistisch bedoeld.

Febelfin presenteerde haar duurzaamheidslabel in het voorjaar van 2019. Het label ‘Towards Sustainability’ is als een soort vlucht vooruit te bekijken ten aanzien van Europese regelgeving die er aan komt. Het Actieplan “duurzame financiering” van de Europese Commissie was nog niet goed en wel bekendgemaakt of Febelfin organiseerde zich om een labeling rond te krijgen.

Die kwam tot stand na studiewerk (en lobbywerk) binnen de financiële sector in België. Er ging ook een korte “volksbevraging” aan vooraf. Kwam daar veel reactie op? En in welke mate hield men rekening met de suggesties of vragen die daaruit opborrelden? Dit is mij onbekend. Daarrond werd alvast niet gecommuniceerd. Op deze blog kon je daarover reeds lezen in onze bijdrage van 27/04/2018. Het leek er o.i. toen op dat de korte volksraadplegingperiode hun initiatief een schijn van openheid moest verlenen.

De financiële sector presenteerde haar (voorlopig) eindresultaat begin 2019.

Op hun website vindt je deze tekst die de ontwikkelde norm én het label toelicht. De foto rechts prijkt er in groot formaat bij. Er hangt ook een “groen” kader bij met volgend tekstfragment “ Dankzij de norm en het label van Febelfin kunnen consumenten er gerust op zijn dat ze niet beleggen in zeer ( in vet gezet door schrijver van deze blog) schadelijke bedrijfsactiviteiten.

Hm, handen wassen én groen. Dan denk je toch spontaan aan “greenwashing“, niet?

Hun eigen tekst blinkt wel uit in eerlijkheid. Zeer schadelijke activiteiten zijn uitgesloten. Bijgevolg kunnen ‘gewoon schadelijke activiteiten’ nog steeds door de beugel. Ja, toch?

De publieke reactie (versterkt door sommige betrokkenen) is kritisch …

Dit is ook de teneur van de commentaar die tot heden op de uitgewerkte norm en het label verschenen is.

  • In Bij Debecker op Radio 1, werd kort na publicatie aandacht besteed aan het “kwaliteitslabel”. Een radioprogramma blijft natuurlijk een vluchtig medium.
    • Economiejournalist Steven Rombaut die het label onderzocht stelde toch dat het hinkt op 2 benen. Door een te ruim aanbod te willen aanbieden, halen ook minder duurzame activiteiten nog de bereikte norm.
    • Ook kwam er kritiek van een woordvoerder van de Bond Beter Leefmilieu. “Het label van Febelfin zet de deur op een kier voor bedrijven die een groot deel van hun inkomsten uit olieboring en gaswinning halen. De normen zijn niet scherp genoeg.
  •  Triodos Bank zat met haar kritiek op dezelfde lijn. Volgens haar schoot het label tekort. Een duurzaam fonds volgens de normen van Febelfin zou zelfs in steenkool mogen beleggen.  Je kan hun standpunt onder meer lezen in dit MO*-artikel.
  • In het MO*-artikel komt ook Fairfin aan het woord. In een apart artikel op hun eigen site geven zij diverse concrete voorbeelden van bedrijven die zondigen tegen ESG-principes, maar toch niet gewipt zouden worden door de normen van Febelfin. Bedrijven die toch kunnen opduiken in “duurzame beleggingen” waar het Febelfinlabel op kleeft. Fairfin wijst er op dat er duidelijk lobbywerk gevoerd werd om de lat niet al te hoog te leggen. Tevens vraagt zij zich af of het wel toebehoort aan de financiële sector om zelf te gaan bepalen wat al dan niet duurzaam is én hoe ambitieus men hierin moet zijn. Tegelijk rechter en partij in een geding zijn, biedt kansen om het gelijk in het eigen kamp te leggen. Die opmerking formuleerden wij ook al op 27/04/2018.

Maar de sector kent ook instellingen die voor haar in de bres springen.

Triodos werd daarna van nestbevuiling beticht door andere Febelfinleden, gezien ze zelf betrokken was bij de discussies rond het label. Het lijkt een discussie rond concepten: is iets nu halfvol of juist halfleeg? Er zijn ook bankiers die zich positiever uitlaten over het label. Ze wijzen er op dat het slechts een beginnorm is. Deze kan later nog verscherpt worden. En voor ambitieuze bankiers is het niet verboden om zelf de lat hoger te leggen.

The proof of the pudding zal dus in the eating moeten zitten? Wat wordt het concreet? We kunnen het vanaf gisteren weten, want sinds dit moment is de website towardssustainability.be opengesteld.

Rijmt transparantie op verdedigen van eigenbelang?

In het geciteerde artikel is ook vermeld dat de technische uitwerking van de kwaliteitsnorm “voorlopig” enkel in het Engels beschikbaar is.  Het is een 40 pagina tellende nota getiteld “A Quality Standard for Sustainable and Socially Responsible Financial Products“. En ook 8 maand na lancering nog niet beschikbaar in 1 van 3 officiële Belgische landstalen. Het lijkt er dus op dat alvast transparantie niet echt een drijfveer is.

Jammer voor een organisatie die het op zijn website onder meer als zijn taak ziet om te

  • communiceren met de leden en het grote publiek en
  • deelnemen aan debatten op professioneel, politiek, maatschappelijk en educatief vlak‘.

Het cursief werd aangebracht door schrijver van deze blog.

De nieuwe website towardssustainability.be is gelukkig van bij aanvang wel in Nederlands en Frans beschikbaar. Maar ja, die moet natuurlijk ook als marketingkanaal voor de gelauwerde producten kunnen ingezet worden.

Is de Febelfin-norm nu de gebetonneerde wet?

Wil Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip  “duurzaam beleggen” claimen? Dit volgens het principe “wie het woord heeft, heeft de macht“. Op de consumentenpagina’s van haar site liet ze alvast een tekst plaatsen die dit aan Antonio Gramsci ontleend inzicht ontkent.

In het artikel 4 misverstanden over duurzaam beleggen vinden we volgende vermelding:

Misverstand #4: Voor duurzame beleggings- en spaarproducten kan je enkel terecht bij speciale banken.
Voor duurzame spaar- en beleggingsproducten kan je terecht bij veel verschillende financiële spelers waaronder banken, verzekeringsmakelaars of -agenten, vermogensbeheerders en pensioenfondsen.

  • hoewel dit wellicht voor eigen gebruik geschreven is,
    •  (lees tussen de lijnen:) Ja, je kan ook bij grootbanken als BNP Paribas Fortis, Belfius, KBC,… terecht als je duurzaam belangrijk vindt. Je hoeft hiervoor echt niet naar Triodos te trekken of te wachten tot NewB effectief erkend is
  • bevestigen ze toch expliciet, dat er meer vis in de vijver zwemt
    •  Vermogensbeheerders, pensioenfondsen en verzekeringsmakelaars of – agenten worden als kanaal vermeld.

Vergeten?

Als verzekeringsmakelaar is er dus ook ruimte voor onze benadering.

Vreemd is m.i. dan weer wel dat er daarbij geen sprake is van verzekeringsmaatschappijen. Wat met direct writers én verzekeraars zonder erkende tussenpersonen (genre Ethias, bijv.), indien later blijkt dat Febelfin alsnog een claim legt op de speelruimte. Zij zullen moeten rekenen op het tussenvoegsel ‘waaronder’ om hun rechten te vrijwaren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.

Het Verenigd Koninkrijk komt de laatste paar jaar in beeld als een land op drift. De politieke leiders zijn er niet slagkrachtig (of slaan alle richtingen uit). De bevolking is het alleen eens over het feit dat ze verdeeld zijn. Zichzelf in de voet schieten lijkt een wezenskenmerk van de Britten te zijn. Althans gezien vanuit onze positie aan de overkant van het Kanaal.

Er is meer dan de karikatuur.

Scrabble pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
ESG : 3 x woordwaarde
Environmental
Social
Governance

Toch gebeuren er ook nog zinvolle dingen. Deze komen bij ons amper in de pers. Zo is de wetgeving rond financiële producten er recent aangepast. Als onderdeel van het streven van de overheid om klimaatverandering aan te pakken, zijn pensioenfondsen met ingang van 01/10/2019 er verplicht om een ESG-beleid te hebben. Zodra er meer dan 100 leden in een pensioenfonds toegetreden zijn, ben je onderhevig aan die verplichting. De ESG-benadering moet voortaan -naast de financiële overwegingen- ook uiteengezet worden in hun SIP (Statement of Investment Principles). Kort door de bocht: rentmeesterschap duikt voortaan ook op in elke prospectus van een (niet-ultraklein) pensioenfonds.

Pensioenfondsen zijn grote financiële hefbomen.

Ppensioenfondsen beheren gedurende lange jaren grote kapitalen van hun leden. Deze worden er vanaf nu in een richting gestuurd waarin niet alleen financieel rendement belangrijk is. Voortaan wordt ook rekenschap gevraagd mbt. het effect van die geldstromen op vlak van sociaal -, milieu- of bestuurlijk beleid. ESG is niet langer een optioneel extra (aankruisvakje op een onderschrijvingsformulier) voor vermogensbeheerders. Het maakt voortaan integraal deel uit van de fiduciaire verplichtingen van aanbieders van pensioenfondsen. Zo zullen beheerders ook moeten laten zien hoe zij de risico’s van bijv. klimaatverandering aanpakken. Evolueren hun beleggingsengagementen en hun stemgedrag bijv. naar koolstofarme bedrijven of weg van de fossiele grootmachten? Hier niet aan beantwoorden kan voortaan hun juridische aansprakelijkheid in het gedrang brengen.

fossielvrij pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
Er waren al voortrekker. Nu wordt het er algemeen gangbaar.

De miljarden ponden , die in dergelijke stelsels rondhangen zullen eindelijk doen wat volgens een recent eigen onderzoek van de Britse regering verwacht wordt door 68 % van de Britse spaarders. Met name dat hun beleggingen ook rekening houden met de impact op mensen en milieu. Dit zal wellicht een groter effect hebben op de aanpak van de klimaatverandering dan bijna elke ander beslissing die de overheid kan nemen.

Binnenkort ook aan deze kant van de plas.

Het is de verwachting dat Europa hierrond  in de komende jaren zelf ook verdere stappen zet. Maar voor 1 keer is het leave-kamp een positieve trendsetter.  In België probeert FairFin bijv. de pensioensector in diezelfde richting te bewegen. Althans via het opzetten van een duurzaam pensioenspaarfonds voor leden van de (para-)medische wereld.

Natuurlijk moet in de praktijk nog blijken of de verplichting in de UK effectief wel leidt tot de te verwachten resultaten: ESG-risico’s goed inschatten én de weg naar een zero-carboneconomie helpen plaveien.

Noodzakelijk, maar niet voldoende.

Zo ziet UNPRI 4 nog te nemen obstakels:

  1. consolidatie in de pensioensector. Het VK is 1 van de meest gefragmenteerde pensioenmarkten ter wereld. Naast (relatief) hogere exploitatiekosten in een klein fonds, is het bestuur er vaak van mindere kwaliteit of minder goed uitgerust om specifieke scenario’s te kunnen analyseren. Een kwestie van “size matters”.
  2.  verbetering van de duurzame beleggingskennis bij fondsbeheerders. De meeste pensioenspaarders zijn nog 25 jaar of langer verwijderd van hun pensioen. Dit is de periode waarin de Britse regering tot een zero CO2-uitstoot wil komen. Deze economische transformatie zal ook gevolgen hebben voor het financieel rendement van beleggingen. Maar veel vermogensbeheerders hebben hun investeringsaanpak nog niet aangepast hebben aan klimaatverandering. Zo wordt er nog erg veel geld belegd in wat ooit (binnenkort?) stranded assets zijn. feit. De basisopleiding van fondsbeheerders besteedt daar nog geen aandacht aan. Ook bestuurders van dergelijke fondsen kunnen hier wel nog wat bijsturing gebruiken.
  3. pensioenfondsen moeten meer luisteren naar de bekommernissen van haar leden. Wereldwijd stijgt de aandacht voor het realiseren van de SDG’s. Veel leden willen dat hun spaargeld de wereld ‘ten goede’ komt. Maar men hoeft niet zelf het warm water uit te vinden. In binnen- en buitenland zijn al ‘best practices’  te vinden. Nu komt het er op aan van elkaar te willen leren.
  4. pensioenfondsen moeten betere service bieden. Pensioenfondsen zijn een enorme bron van inkomsten voor de financiële sector. Vaak werden ESG-factoren buiten beschouwing gelaten bij de keuze van de dataleveranciers of andere diensten waarmee men samenwerkte. ESG-screening werd soms gezien als een extra te betalen kost in plaats van als onderdeel van het totale plaatje. Ook werd vastgesteld dat weinig grote vermogensbeheerders een specifiek stembeleid hadden over bijv. klimaatverandering. Pensioenfondsen zullen zich pro-actiever moeten opstellen. Zowel ten opzichte van hun zakenpartners als in de reële economie. Transitie vereist nu eenmaal dat belangrijke actoren zich ook luid en duidelijk uitspreken.

Effecten opvolgen.

Regelgeving wijzigen is natuurlijk 1 iets. Evalueren of dit uiteindelijk ook opbrengt wat men ervan verwachte is de volgende stap. ShareAction, de Britse activistische promotor van verantwoord beleggen, heeft zich alvast voorgenomen om naar het einde van het jaar de 16 belangrijkste Britse pensioenfondsen te screenen. Met de  de huidige hervorming is de regelgeving mbt. beleggingen gewijzigd. Hoe integreert men dit  in hun beleid en hoe wordt een ambitieus ESG- en rentmeesterschapsbeleid gecommuniceerd naar de leden wordt dan de vraag.

 

Categorieën
home

Infoavond 10/10 BIB Harelbeke

Blokkeer je agenda. Zo kan je op 10/10 om 19u30 aanwezig zijn bij de infoavond “Méér dan geld! geld als hefboom voor een duurzamere wereld” (*) in de BIB te Harelbeke.

Welzijnharelbeke, de minder stigmatiserende naam voor de OCMW-diensten van die westvlaamse stad, wil met zijn activiteit aandacht besteden aan financiële vorming. Meer bepaald aan “duurzaam beleggen”. Omdat we met ons geld ook de transitie naar een rechtvaardiger wereld kunnen ondersteunen.

Ethisch Beleggen zal er als gastspreker aanwezig zijn. Altijd al willen weten hoe & waarom we welke fondsen verkiezen? Of wat onze werkwijze nu juist is? Waag je kans!

We worden geflankeerd door:

Samen behandelen we verschillende invalshoeken rond het maken van financiële keuzes. Mogelijkheden waar je misschien zelf nog nooit bij stilstond.

Het is een kosteloos evenement, waar je toch waardevolle inzichten opdoet. En geldige argumenten vindt om je financiële handel en wandel voortaan anders aan te pakken.

Het volstaat je nu even aan te melden bij bren.derycke@welzijnharelbeke.be. En op de avond zelf met een frisse kop én een open geest aanwezig te zijn.

————————

(*) De infoavond is een activiteit in het kader van de Week van de Fair Trade (van woensdag 2/10 tot zaterdag 12/10).
Eerlijke handel heeft als doel om alle producenten en arbeiders toegang te geven tot een leefbaar inkomen. Dit eist ook inzet van de consument.

  • Is hij (m/v/x) bereid af te zien van persoonlijk gewin (lage prijs in de winkel) om de koek beter te verdelen?
  • Of blijft hij een miniatuur-kapitalistje tuk op eigen winstmaximalisatie? Waardoor hij met zijn egoïstische keuze de prijsdruk hogerop in de productieketen blijft ondersteunen.
Categorieën
home

Je financiële middelen verhuizen: de efficiëntste weg naar een kleinere ecologische voetafdruk.

In alle kranten zijn de voorbije weken lijstjes verschenen, wat je – naast betogen voor een beleid waarbij klimaatmaatregelen serieus genomen én daarna ook echt gerealiseerd worden – kon doen om je CO2-uitstoot te reduceren. In november van 2018 kwam Nordea, de grootste financiële groep uit Noord Europa, met de verrassende boodschap dat je vooral aandacht moet besteden aan je eigen financieel gedrag. Door uw geld van gewone rekeningen en fondsen naar duurzame alternatieven te verhuizen, verklein je (bij een gemiddelde levensloop) tot 27 x efficiënter je ecologische voetafdruk dan met een geheel van andere (ook zinvolle) gedragsveranderingen.

Hoe werd dit berekend? De premissen waarvan uitgegaan werd om tot dit resultaat te komen vindt u hier.

Spectaculaire cijfers. Maar blijven ze ook overeind als je dieper graaft? 

We mogen niet vergeten dat deze boodschap gebracht wordt door een instantie die hier ook garen bij spint. Het klinkt daarom een beetje als de oude reclame: “Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend”.

Nordea stelt m.i. terecht dat het jammer is dat de financiële middelen die iemand heeft én de aanwending ervan ten onrechte niet meegeteld wordt bij de berekening van diens persoonlijke ecologische voetafdruk.  Hiermee wordt je geld als een neutrale factor ingeschat. En dat is het zeker niet.

Ons huidig economisch model zet nog steeds subsidies, investeringen en leningen in om activiteiten te stimuleren die destructief zijn op milieuvlak. Het gaat daarbij verkeerdelijk uit van onbeperkte bronnen en geeft geen aandacht aan de klimaatverandering. Dit moet radicaal veranderen. De financiële middelen moeten eerder ingezet worden ten gunste van bedrijven die inzetten op een transitie naar een lage CO2-uitstoot, naar een duurzame economie. Als alle mensen dit zouden begrijpen, dit in rekenschap zouden brengen en dan hun geld in beweging brengen, zou al dit kapitaal in de juiste richting kunnen vloeien.

Categorieën
home

De hebzucht en de schaarste voorbij.

 

Terwijl onze politiek wereld gedomineerd werd door de tranen van een afscheidnemende CD&V-minister Joke Schauvlieghe, wier arm omgewrongen werd om in naam van de partijbelangen én met het oog op de komende verkiezingen het klimaatthema niet in het gezicht te laten ontploffen, konden we in de krant in een achterafhoekje vernemen dat Bernard Lietaer overleden was.

Another inconvenient truth

De geboren West-Vlaming was de laatste tijd een beetje uit de financiële actualiteit verdwenen. Of had zich zelf er wat uit teruggetrokken. Dit laatste is alvast de indruk die je krijgt als je naar diens website surft. Niet onlogisch voor wie het tegen een kanker dient op te nemen.

Hij kende de geldmarkt van binnenuit.

Hij was meer dan 40 jaar actief  in de financiële wereld. Zo werkte hij een tijdje bij de Nationale Bank van België, waar hij verantwoordelijk was voor de invoering van de ECU, een rekeneenheid gebaseerd op een korf munten uit de diverse Europese lidstaten. De ECU kan gezien worden als de voorloper van de euro.

Wie in het centrum van de financiële markt of haar regulators zit, heeft vaak de neiging om automatisch naar het midden op te schuiven (zeer voorzichtig te zijn om geen forse bewegingen te provoceren) of om de taal van de macht te gaan spreken (er automatisch van uitgaan dat de “macht en invloed” hebben gelijk staat met “gelijk” hebben). De functie maakt de man, weet je wel.

Maar dit was niet zo bij Lietaer. Door zijn verblijf in de cenakels van de

Categorieën
home

Palmolie: het loopt niet gesmeerd tussen ING en NGO’s.

 

Oktober is bij ING de maand van het duurzaam beleggen. Je ziet het in hun etalage aan de opgehangen affiches. Op hun site kan je ook een brochure hierover aantreffen of hun aanpak terugvinden. Ook op hun WebTV hebben  ze een item hierover.

gebruik van IGN wijst op gevoeligheid voor copyright-inbreuk.

Wie zichzelf in de kijker zet, loopt natuurlijk ook kans op kritiek.

En sommige NGO’s ballen deze kritiek samen in een eigen specifieke website greenwash-ing.be. Daar vind je een oproep om je proteststem te laten horen. De verontwaardiging draait over het feit dat bij ING de linkerhand niet weet wat de rechter doet.

Palmolie.

In haar kredietbeleid zou ze zonder veel scrupules controversiële leningen toestaan aan bedrijven die het niet nauw nemen met de rechten van lokale bevolking.

In concreto hebben ze het bijvoorbeeld over Socfin, een palmoliebedrijf dat onder meer de plaatselijke bevolking van Sierra Leone de toegang ontneemt tot de grond waar ze in feite hun eigen voedsel moeten kunnen telen.

Mooi is dit, als je jezelf net profileert op je duurzame insteek. Iets wat Socfin trouwens zelf ook doet.

Er is de laatste tijd nogal wat te doen geweest over palmolie.

Categorieën
home

Verzekeringswereld promoot onethisch beleggen!

 

Eind 2014 kan je in een beschaafd land lezen dat het zeker niet verkeerd is om onethisch te beleggen. Sterker, het is niet alleen niet verkeerd, het wordt ook nog aangeprezen als strategie binnen een goed gespreide beleggingsportefeuille.

wat leert de vakliteratuur ons vandaag?
wat leert de vakliteratuur ons vandaag?

Nu kan je in beleggingsland wel meer onzin lezen (ook wij hebben niet dé waarheid in pacht), maar bovenstaande zwart op wit gedrukt zien staan in een blad dat zichzelf profileert als “actualiteit uit de verzekeringswereld met duiding gebracht door een sterke redactie en specialisten uit de praktijk” en zicht richt naar “verzekeringsmakelaars, verzekeringsagenten, verzekeringsmaatschappijen, experts en risk managers“, doet toch wenkbrauwen fronsen.

Hallo, verzekeringswereld, wou u provoceren (*) of had de eindredactie eventjes een off day?

Categorieën
home

Ethisch pensioensparen: duurzaam of vooral duur?

 

In april 2012 publiceerden we een kort artikel onder de hoofding “Ethisch pensioensparen? Vanaf sint-juttemis ” waarin we stelden dat het helaas onmogelijk was om in België aan ethisch pensioensparen te doen. Blijft dit ook zo anno 2014? Tijd voor een update.

In navolging van Nederlandse voorbeelden als Eerlijke Bankwijzer en Eerlijke Verzekeringswijzer pakte Fairfin (het vroegere Netwerk Vlaanderen) eind juni uit met haar Faire Geldwijzer.       

Die publicatie trok onze aandacht. Vooral omdat ze bij het onderdeel fair geld via financiële instellingen ook pensioensparen vermeldde. Dit suggereerde alvast dat we het niet meer bij het rechte eind hadden en ons standpunt moesten herzien.

Categorieën
home

De Krekelspaarder en de Mierenneuker

 

Deze week werd bekend dat BNP Paribas Fortis per 01/01/2014 afscheid neemt van 2 producten, die mee vorm gegeven hebben aan het insijpelen van het ethisch besef rond sparen en beleggen in België. Met name de Krekelspaarrekening wordt uit productie genomen. En ook wordt het beleggingsfonds AlterVision stopgezet.

Krekelsparen ademt lang vervlogen tijden uit
Krekelsparen ademt lang vervlogen tijden uit

Sinds 1984 was Krekelsparen zowat het breekijzer waarmee het toenmalige Netwerk Zelfhulp Vlaanderen (NZV) spaargelden voor de ASLK verzamelde. Naast een commissie op dit verzamelde spaargeld (niet alleen voor NZV, maar ook voor andere sociale- of culturele organisaties die geld inzamelden) was er ook het engagement van de bank om met het ingezamelde geld geen vieze dingen te doen.

14 jaar later werd het beleggingsfonds AlterVision in de markt gezet. Dit voor mensen, die dezelfde principes genegen waren maar liever