Categorieën
home

Beleggingen screenen op duurzaamheid is straks ook een taak van financiële adviseurs.

De Europese Green Deal is niet weggeblazen door de Corona-vloedgolf. Ook de Brexit-saga doet de uitrol ervan amper pijn. Deze Green Deal wil onder meer de Europese neuzen in de dezelfde richting krijgen. Een richting waarbij ook meer aandacht is voor duurzame financiering. Want geld moet er zijn. Veel geld. Om de omslag naar een CO2-neutraal continent tegen 2050 te realiseren. Om de klimaatopwarming en -verandering tegen te gaan. Daarvoor is het alle hens aan dek in de komende jaren. Ook beleggingen moeten we voortaan screenen op duurzaamheid.

Beleggingen voortaan screenen op duurzaamheid
Wat te realiseren is tussen nu en 2050

Voor beleggers is de uitgewerkte taxonomie van groot belang. Door dergelijk geharmoniseerd classificatiesysteem wordt duidelijk welke bedrijven met recht en reden ‘groen‘ genoemd kunnen worden. Bedrijven en organisaties, die er de kantjes van aflopen, maar toch graag groene pluimen in hun gat steken, zullen dit veel minder kunnen. Hiermee wordt alvast in de toekomst (een groot stuk van) greenwashing verhinderd. Deze taxonomie wordt richtinggevend voor banken, verzekeraars en vermogensbeheerders. Dit gezien ze er bij hun beleggingsbeleid en fondsenpromotie rekening moeten mee houden. En zo komt ze ook uiteindelijk ook bij de belegger terecht.

De aanpassing van de regelgeving, heeft ook zijn weerslag op de vereisten opgelegd aan financiële adviseurs. Hun kennis moet bijgespijkerd. Hun fiduciaire verplichtingen nemen toe.

Toenemende kennisvereisten.

Om een goed advies te geven, moet je je materie kennen. Dat is evident. Als Europa bepaalt dat we ons met zijn allen meer moeten richten op duurzame financiering, dan moet je weten wat hieronder begrepen wordt. Duurzaamheid, meestal verklankt in het letterwoord ESG, moet van zijn warrigheid ontdaan worden. Wanneer is iets (voldoende) duurzaam? De Europese taxonomie heeft de regels hiervan vastgelegd. Nu is het zaak om de werking van bedrijven en organisaties te fileren. Dan pas weten we in welke mate ze aan die taxonomie beantwoorden.

Voor de komende 2 jaar ligt de focus alvast op het milieubeleid (aanvankelijk klimaatgerelateerd, maar later ook waterbeleid, …). Maar de taxonomie zal in de loop van de komende jaren een steeds uitgebreider spectrum overspannen. Daarom zal ook de kennis van de adviseur geregeld moeten uitgebreid worden. Zo zal een bedrijf dat in 2021 als duurzaam gezien wordt, dit mogelijk in 2025 niet meer zijn. In de 4 jaar tussen beide evaluaties zal mogelijk blijken dat haar personeelsbeleid niet redelijk is. Of dat het bedrijf zich aan belastingontwijking bezondigt,… . Beide elementen steken nu nog niet in de taxonomie.

Bijkomende informatieverstrekking

Tegen 10 maart 2021 moet op de websites van adviseurs informatie te vinden zijn over

  • hoe adviseurs duurzaamheidsrisico’s in hun beleggingsadviezen verwerken (art.3 1.) en
  • in welke mate zij rekening houden met de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren (art. 5 5. a). Beslissen ze om hier geen rekening mee te houden, dan moeten ze toch publiceren wanneer ze van plan zijn deze handschoen wel op te nemen (art. 5 5. b).
Beleggingen voortaan screenen op duurzaamheid
Van woorden naar daden. Europa wil kortetermijndenken overstijgen met Green Deal

Denk hierbij bijv. aan van vormen van Short-termism als ‘het negeren van de risico’s op klimaatverandering’ of ‘(het negeren) van verstrengde wetgeving om de gevolgen ervan tegen te gaan’.

Let wel: de wetgeving beoogt niet alleen 4e pijlerbeleggingen. Blijkens de definities in art. 2 van de regelgeving valt ook “een pensioenproduct” onder die regelgeving (art2. 12) d). Lees dus: ook 2e en 3e pensioenpijler.

Fiduciaire verplichtingen.

MiFID II verplicht nu al adviseurs tot een geschiktheidsoordeel over de belegging, die ze hun klant aanbieden. De belegging moet passend zijn rekening houdend met diens beleggingsdoelstellingen, diens tijdsperspectief en zijn individuele situatie. Vanaf 2021 moet ook gepolst worden naar de ESG-voorkeuren van de klant. Zo moet er bij de precontractuele informatieverschaffing (art. 6 2.a) en b))

  • informatie verstrekt worden over de wijze waarop duurzaamheidsrisico’s in het advies geïntegreerd is.
  •  moet er een beoordeling van de waarschijnlijke effecten van duurzaamheidsrisico’s op het rendement van het aangeboden product gegeven worden (*).

Wat betreft dit laatste zal wellicht een tijdlang clementie mogelijk zijn. We vermoeden dit omdat transparantie rond de ongunstige effecten op de duurzaamheid op productniveau slechts tegen 30/12/2022 moet vastgelegd worden (art. 7. 1.). En voor zover we weten zijn ook de beoogde benchmarken nog niet of onvoldoende beschikbaar (**). Ook al legt de regelgeving het vandaag op, je kan pas de juiste informatie geven eens ze bij derden waarvan je afhankelijk bent beschikbaar is.

Van “het klimaat laat me koud” tot “voor mij is het een hot topic”.

In de precontractuele bevraging kan een klant nog steeds zeggen dat duurzaamheid en ecologie hem geen zak kan schelen. Maar geconfronteerd met  specifieke vragen, zal hij wellicht meestal toch een zekere gevoeligheid aan de dag leggen. Alvast meer dan vroeger toen het item niet op de agenda stond.

  • De meerderheid zal wellicht eerder een negatieve benadering hebben Bijv. :ik vind het niet tof dat mijn geld bewapening, kernenergie, tabakskweek, … zou financieren.
  • Er is echter ook een positieve instelling mogelijk. Mensen die juist willen dat hun geld een zekere impact heeft. Bijv. ik wil in schone energie, elektrische voertuigen, proper water, … investeren.

Adviseurs die stelselmatig klanten indelen bij de niet-geïnteresseerden (een gemakkelijkheidsoplossing om toch maar niet inhoudelijk dieper op de duurzaamheidproblematiek te moeten ingaan), zullen bij controle door hun overheden (in België NBB & FSMA ) op termijn door de mand vallen.

What about  Going West or Going East?

Europa is niet het centrum van de wereld, maar wil met de Green Deal wel voorloper zijn in de transitie. gehoopt (en verwacht) wordt dat de rest van de wereld volgt.

Europa heeft een strategie klaar en wil met deze strategie trendsettend worden. Maar dergelijke ambitie vergt een lange adem. En ondertussen zijn er natuurlijk ook veel redenen om als belegger niet alleen naar Europa te kijken.

Een goede beleggingsstrategie is er immers 1 waar een ruime spreiding voorzien is:

  • Het oude continent bleef alvast op vlak van rendement in de voorbije 10 jaar achter op de VS.
  • Wie een langetermijnperspectief heeft, kan ook niet buiten aandacht voor Emerging Markets. (Niet voor niets heeft Trump een economische oorlog gestart met China).
Zullen financiële groepen en -adviseurs hun exposure op Europa verminderen om “al die bijkomende rimram” te ontwijken?

Zullen ze in de komende jaren meer niet-Europese fondsen in de etalage zetten?

Volgens de doelstelling van de taxonomie heeft dit geen zin. Niet-Europese bedrijven en instellingen moeten ook door de kam van de taxonomie passeren. Het is waarschijnlijk dat in de weging van dergelijke bedrijven veel meer onbekenden zullen opduiken. Waardoor hun  duurzaamheid lager zal ingeschat worden.

Zullen buiten-Europese groepen (BlackRock, Fidelity, Goldman Sachs, J.P. Morgan, Morgan Stanley…) niet zwaaien met een kostenvoordeel omdat zij niet gehouden zijn tot naleven van de taxonomie?

Neen. Want ook niet-Europese vermogensbeheerders die hun producten in Europa willen aanbieden zullen onderworpen zijn aan de taxonomie. Dus ook vreemde aanbieders moeten hun hier aangeboden beleggingen screenen op duurzaamheid.

Er kan verwacht worden dat sommige van deze beheerders wellicht even hun aanbod terugtrekken. Omdat ze wellicht minder gefocust zijn op conformiteit met Europese regelgeving. We zagen dit ook begin 2018 bij de invoering van de regels rond PRIIPS en IDD.

Actieve fondsen versus ETF

Ook de trend van passief beleggen kan door de regelgeving beïnvloed worden. Actieve fondsen moeten hun informatie steeds up to date houden ter informatie – en bescherming van de beleggers. Passieve fondsen zijn in essentie een afspiegeling van (specifiek gevolgde) indexen/beurzen. En toegegeven daar gebeuren ook toevoegingen of verwijderingen. Maar toch in veel mindere mate dan bij actieve fondsen, waar frequenter aan- en verkocht wordt.

Een boek kopiëren is alvast minder duur dan er 1 schrijven. Actieve fondsen vormen de trend, ETF’s hangen er hun wagonnetje aan.

1 van de succesfactoren van passieve fondsen is de lagere kostenstructuur. Er valt te vrezen dat het verschil tussen kosten bij actieve fondsen en passieve fondsen (ETF) nu opnieuw verder oploopt.

De kans bestaat dus dat het invoeren van de taxonomie juist leidt tot verhoogde belangstelling in passieve fondsen.

En ETF zijn volgers, maar zeker geen voortrekkers in het bevorderen van duurzaam beleggen. De wetgeving zal dus waarschijnlijk een onverhoopt negatief neveneffect hebben.

Schaalvergroting of verschraling bij financiële adviseurs?

Na de invoering van de MiFID2-maatregelen kloegen vele bankagenten en verzekeringsmakelaars over hun toegenomen administratieve taken en verantwoordelijkheden. Bankagenten en verzekeringsmakelaars, die uiteraard een groot gedeelte van hun tijd ook bezig zijn met niet-beleggingen (sparen, auto-, brand-, familiale verzekeringen, hypotheken, opvolging van schadedossiers, … ) voelen een spanning tussen wat ze aankunnen en wat de klant en zeker ook de overheid van hen verwacht. Een spanning die op hun productiviteit weegt.

Europa maakt een uitzondering.

Dit is de Europese commissie blijkbaar niet ontgaan. Zij ontziet adviseurs met een bescheiden portefeuille bij de extra’s die er vanaf 2021 bijkomen. Art. 17 1. geeft immers vrijstelling aan verzekeringstussenpersonen en beleggingsondernemingen die minder dan 3 werknemers hebben. Echter via art. 17. 2 houden de lidstaten een slag achter de hand. Hiermee kan ze deze alsnog tot toepassing verplichten.

Deze tweedeling is goedbedoeld, maar creëert toch een ongelijk SLA-niveau. Voor 1 keer in het voordeel van de kleine tussenpersoon.

Echter, zeker voor hen was het geen evidente klus om voortaan bijkomend

  • duurzaamheidsparameters te moeten opvolgen en
  • hierrond een visie te ontwikkelen,
  • en die daarna in begrijpbare taal aan een klant/prospect over te brengen.

Het viel dan ook te vrezen dat een aantal bemiddelaars er de brui zouden aan geven. En in de toekomst gingen verzaken aan advies en verkoop van beleggingen. De uitzonderingsmaatregelen ondervangt dit alvast. Maar ook hier is er een neveneffect. Een deel(tje) van de bevolking -zij die zich op kleinschalige financiële vertrouwenspersonen beroept- wordt niet actief aangesproken om bij te dragen aan de financiering van de transitie.

Precontractueel informatiemoment.

Voor de rest van de adviseurs maakt het de precontractuele periode nog belangrijker. Daar vindt de informatieverstrekking en het geschiktheidsonderzoek plaats. Een fase die –de praktijk is wat ze is– de consument zelf vaak ook liever skipt of ingekort ziet. Voor een extra luik “Beleggingen screenen op duurzaamheid” was hij -uitzonderingen niet te na gesproken- geen vragende partij.


(*) Gisteren wist het Noorse National Wealth Fund (’s werelds grootse onafhankelijk staatsfonds) nog te melden dat hun desinvesteringen op basis van klimaatverandering het rendement op hun aandelenportefeuille met 0,21 procentpunt op jaarbasis verhoogde. Desinvesteringen uit bedrijven die een loopje nemen met mensenrechten droeg bij aan een stijging van 0,06% procentpunt op jaarbasis.

(**) Men wil dat in de toekomst ook vermogensbeheerders, banken en verzekeraars over dergelijke data beschikken voor hun beleggingsproducten. Hiervoor worden benchmarken ontwikkeld. Dit om vergelijkingen mogelijk te maken. Ook de financiële serviceverleners bereiden dit momenteel voor. Zie bijv. bij MSCI .

Categorieën
home

Duurzame beleggers financieren betwiste oliepijplijn in Oost-Afrika

Onder de titel STOP DEZE TOTALE WAANZIN is Avaaz momenteel een petitie gestart om het EACOP-project alsnog te verhinderen. Ze houden daarbij Total in het vizier. Een bedrijf dat bij veel duurzame beleggers in de portefeuille steekt.

Avaaz is zowat ’s wereld machtigste online activistennetwerk. Hun actieterrein is klimaatverandering, dierenrechten, armoede, politieke conflicten en oorlogen leren we bij Wikipedia.

EACOP staat voor East African Crude Oil Pipeline. Het wordt een pijplijn met lengte van 1.443 km. Van aan de grens tussen de Democratische Republiek Congo met Uganda tot aan de haven van Tanga in Tanzania. Op die grens immers zijn in de vallei van het Lake Albert 2 olievelden ontdekt. En zowel CNOOC Ltd (China National Offshore Oil Corporation) en Total S.A. staan te springen om met de ontginning te beginnen.

Visie Avaaz

Verlies van biodiversiteit en landbouwgrond

Zowel de olieboringen als de pijplijn zijn potentieel grote bronnen (sic) van milieu- en sociale problemen. Om die reden is er lokaal een grote weerstand tegen dit project. Zo loopt de pijpleiding door enkele van ’s werelds belangrijkste natuurreservaten voor olifanten, leeuwen en chimpansees. Ook plaatselijke gemeenschappen en waterbronnen op het traject zijn bedreigd.

Visie EACOP

Op de projectwebsite lees je natuurlijk dat het team werkt aan haar Corporate Social Responsibility en dat er engagement is ter bescherming van het milieu en de bevolking. Het zou er nog moeten aan mankeren! Maar een papieren engagement verhindert niet dat er potentiële rampen kunnen (zullen?) gebeuren.

Alles echter voor het verder ontsluiten van Oost-Afrika, de economisch felst groeiende regio van het continent. En ook voor de winstbehoefte van olieproducenten.

Total versus duurzame beleggers
Recht door wildparken, landbouwgrond, …

Hebben we nog nieuwe oliebronnen nodig?

Vraag blijft of het nog verantwoord is om die olie op te pompen? Naast de reeds opgesomde gevaren is er immers momenteel al een olieoverschot op de markt. OK Covid-19 en de plotse lockdowns hielpen daarbij. Maar je kan ook niet naast de switch naar hernieuwbare energie kijken.

Het realiseren van de klimaatakkoorden van Parijs en het voornemen van Europa om tegen 2050 volledig CO2-neutraal te zijn,  laten weinig ruimte voor opgedreven oliegebruik. Veel van de resterende wereldwijde voorraad zal in feite niet mogen opgepompt worden. Investeringen voor aanboren van nieuwe bronnen en voor transport ervan, zijn dan ook mogelijk nooit meer volledig rendabel te maken. Het besef dat het hier om stranded assets kan gaan groeit. Waardeverlies dus op fossiele brandstoffen en de installaties om ze te ontginnen.

Wie financieert?

Bij Banktrack kan je zien welke banken bij de financiering van dit project betrokken zijn. Bij het lijstje van de recente financiers van CNOOC of Total vind je usual suspects als BNP Paribas, … terug.

Maar zoals de titel van deze bijdrage al suggereert, zou je kunnen stellen dat ook de argeloze duurzame beleggers Total helpen bij aanleg van die betwiste oliepijplijn

Vergezocht? Niet als je weet dat Total terug terug te vinden is als participatie in veel duurzame beleggingsfondsen. Dit omdat het bedrijf bij diverse raters relatief goed scoort op ESG-vlak (vb. een score van 72 % bij S&P Global ESG Score).

Duurzame fondsen die nog niet de keuze maakten om volledig uit fossiele brandstoffen te stappen en dus ook oliebedrijven toelaten tot hun beleggingsuniversum, zien het bedrijf als 1 van de beteren uit de klas. En ze kiezen er dan ook geregeld voor om hun geld voor enkele % in dit bedrijf te investeren.

  • Zo is de norm in het door de Belgische banksector gepromote Towards Sustainability-label (zie p. 37)  dat er nog mag geïnvesteerd worden in bedrijven uit de olie- en gassector mits ze minstens 40 % omzet halen uit gas of hernieuwbare energie. Wie de momenteel 472 gelabelde producten op aanwezigheid van Total in de portefeuille zou screenen, mag wellicht geregeld turven.
  • In onze blogartikel van 20/05/2020 waarbij we het beleggingsaanbod van de institutionele investeerder bij NewB tegen het licht hielden, bleek dat het fonds Monceau Ethique (isin: FR0007056098) alvast in Total belegde. Ook bij het fonds Monceau Sélection Internationale (isin: FR0007016712) konden we -zij het verscholen als participatie in FDC Transatlantique F– Total terugvinden.

Tu quoque, fili mi 

Zelfs in mijn eigen portefeuille – waarvan ik de maandelijkse evolutie publiceer-, wordt er een klein deeltje in Total belegt. Met name (op basis van de cijfers van 31/08/2020) € 593,53 of 1,095 % van de totale portefeuille.

Ik vond immers Total terug in de belegging bij

  • La Française IP Actions Euro R (isin: FR0010654830),
  • Piazza AXA IM Responsible Euro Eq (afgeleide van AXA Euro Valeurs Responsables C (isin: FR0000982761))
  • Amell Flexible ISR (afgeleide van Covéa Flexible ISR C (isin: FR000002164)).

Vooral bij die laatste 2 verwacht je dit als leek niet. Ze krijgen van Morningstar immers de volle 5 sterren in hun sustainability rating.

Als je dieper graaft en ook naar de betrokkenheid bij investeringen in fossiele brandstoffen kijkt, dan zie dat Covéa daar relatief hoog zit (16,61 %), La Française IP Actions Euro R , welke slechts 3 globes scoort bij de Morningstar Sustainability Rating haalt bij Fossil Fuel Involvement een betere score van 12,27 % en het AXA fonds scoort daar 8,14 %.

Total versus duurzame beleggers
Zelf al ben je attent, duurzaam beleggen blijft een work in progress. Activisten hebben er hun rol te spelen. Ze leggen geregeld inconsequenties bloot.

Het valt dus niet te ontkennen: ik zit met een gedeelte van mijn geld in Total.

Total dat op de klimaatpagina op zijn site onder meer een video plaats met oproep naar energietransitie en erkenning van de akkoorden van Parijs. Dat zich in de sector en PR-campagnes probeert te framen als een klimaatleider.

Maar dat terzelfdertijd een pijpleiding plant recht door het hart van Afrika.

Een bedrijf dat als Janus, de god met de 2 gezichten zalft en slaat. En zodoende sta je als belegger met oog voor duurzaamheid plots toch met je voeten in de vuile olie. Weliswaar ver weg en slechts met je kleine teen. Desalniettemin geeft dit een vies gevoel. Wil ik net als andere duurzame beleggers Total helpen bij de aanleg van die betwiste oliepijplijn? Neen, toch?

Valt EACOP nog tegen te houden?

Avaaz wil mits voldoende steun een PR-nachtmerrie creëren voor Total. Je kan hier hun petitie tekenen. Ze roepen ook op om dit verhaal verder te vertellen. Bij dezen heb ik dit met mijn eigen insteek gedaan.

 

 

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Trump zet duurzaam beleggen een pad in de korf.

Vermogen opbouwen? Ja graag! Duurzaam beleggen? Eh, nee ….

Dat Donald Trump zich voordoet als een vriend van mijnwerkers is bekend. Daar koketteerde hij al mee voor diverse camera’s. Ziet hij beleggers ook liever investeren in bedenkelijke projecten, dan in duurzame bedrijven? Het zou vanuit zijn normen gezien een consequente zet zijn. Na zich hierover eerder uitgesproken te hebben, lijkt het nu tijd om dit in zijn beleid te verankeren. Duurzame beleggingsfondsen voor Amerikaanse pensioenopbouw hebben het vlaggen.

Pensioenplannen in de VS.

Volgens Bloomberg, heeft de arbeidsafdeling van de Trump administratie per 23/06/2020 een aanpassing aan de ERISA (Employee Retirement Income Security Act ) voorgesteld. Deze wet, die regelt hoe de werknemerspensioenen mogen opgebouwd worden in de VS, dateert van 1974.

Het populairste pensioenplan in de VS wordt 401K genoemd. Het werd in 1980 gelanceerd. Via 401K kan je een bepaald bedrag (de hoogte bepaal je zelf) van je bruto-inkomen in een beleggingsfonds stoppen. Op dit bedrag dien je geen belasting te betalen. 401K werd vrij snel de standaard pensioenopbouw voor de gemiddelde Amerikaanse werknemer. Volgens deze site, is dit door 79 % van de Amerikanen onderschreven.

Duurzame beleggingsfondsen voor Amerikaanse pensioenopbouw hebben het vlaggen.
Schematische voorstelling van de 2 populairste pensioenplannen in de VS

Je kan het ruwweg definiëren als een Amerikaanse versie van ons 2e-pijlerpensioen. Dit terwijl het IRA (Individual Retirement Account) dan hun versie van ons 3e-pijlerpensioen is.

Weg met niet-geldelijke overwegingen in pensioenopbouw.

De regelgeving, die bepaalde waarin kon worden belegd was lang redelijk soepel. En de grenzen ervan werden met toestemming van de administratie in het verleden geregeld opgerekt.  Zo was er onder druk van millenials en jonge werknemers bij veel bedrijven een opening gemaakt naar opname van meer ESG-fondsen in hun 401K-plannen.

Maar nu wil de Trump-administratie de puntjes op de i zetten. Door aan te scherpen dat pensioenplannen “altijd de economische belangen boven niet-geldelijke belangen” moeten laten primeren. In het voorstel werd specifiek naar ESG-investeringen als voorbeeld van ‘niet-geldelijke belangen’ verwezen. Als het voorstel wet wordt (nu kan er nog 30 dagen commentaar op komen), zal dat veel progressieve pensioenplannen in de VS dwarsbomen. (Hoewel je dit steeds bij een rechter kan aanvechten).

EU: Green Deal – VS: Brown Deal?

Het is een vreemde zet op een moment dat nu reeds 1 op 4 van elke professioneel geïnvesteerde $ naar ESG-fondsen gaat.

Het is een zet die ook compleet tegengesteld is aan de beweging die we binnen Europa zien. De Green Deal van de EU wil juist veel meer gelden richting duurzame economie laten vloeien. En ze ziet daarbij expliciet ESG-fondsen als prioriteit. Ook in het Verenigd Koninkrijk van vriendje Boris Johnson, moeten pensioenfondsen voortaan rekening houden met ESG. We hebben dit in ons blogbericht van 03/10/2019 belicht.

De fiduciaire plicht van iedere vermogensbeheerder wordt hier gereduceerd tot ‘zo consistent mogelijk opbrengst genereren’. Volgens commentaren zal de bewijslast voor vermogensbeheerders hierdoor strenger worden. Hoe bewijs je dat je alleen ‘beleggingsprestaties’ als criteria genomen hebt, als je een ESG-fonds naar voor schuift om in te beleggen. Wat doe je als je als vermogensbeheerder besloot om ESG een wezenlijk onderdeel van je investeringsboom te laten zijn?

Nadruk op rendement is een achterhaalde opvatting.

De Amerikaanse koepelorganisatie voor duurzaam beleggen (US SIF) reageerde bij monde van haar CEO Lisa Woll. Ze stelt dat hiermee een stap gezet wordt, die haaks staat op de richting die investeerders uitgaan. ESG-investeringen presteren steeds beter en zijn daarom zowel vanuit financieel – als planeetvriendelijk oogpunt gerechtvaardigd. Dit is een vaststelling die ook BlackRock deed op basis van de eerste kwartaalcijfers van 2020. 94 % van de duurzame indexen deden het in die periode beter dan hun niet-duurzame evenknieën. Woll betwist alvast het uitgangspunt van de voorgestelde aanpassing aan regelgeving. “De Trumpadministratie gaat ervan uit dat ESG-fondsen niet bedoeld zijn om goede financiële prestaties voor de pensioenplannen te verzekeren. Welnu, dit klopt niet met wat de markt ons leert.

De nieuwe regels kunnen een nieuwe administratieve rompslomp veroorzaken, die vermogensbeheerders doen beslissen van opname van ESG-fondsen af te zien. Dit is niet alleen een onnodige regelgeving, maar ze schaadt ook de belangen van de langetermijn-belegger.

Beheerders van pensioenplannen concludeerden vaak al juist het omgekeerde van de nieuwe regel. Met name dat het juist vanuit hun zorgplicht is dat ze moeten kiezen om duurzaam beleggen op te nemen in hun plannen. Dit om de risico’s van klimaatverandering te waarderen en ervoor te zorgen dat voor klanten van hun pensioenplan een leefbare toekomst overblijft. Eén waarin ze hun pensioen kunnen beleven en hun pensiongeld kunnen uitgeven.

Tree huggers pesten of andere belangen verdedigen?

Duurzame beleggingsfondsen voor Amerikaanse pensioenopbouw hebben het vlaggen.
Duurzame beleggingsfondsen voor Amerikaanse pensioenopbouw hebben het vlaggen.

Is het uiteindelijk doel van deze regelgeving niet dat er blijvend genoeg geld ter beschikking blijft voor niet-duurzame projecten?

Nu meer en meer vermogensbeheerders door voortschrijdend inzicht (en door vraag vanuit de markt) kiezen voor duurzaamheid, komt die financiering misschien ooit onder druk. Denk maar aan de bekering van Larry Fink, die ’s werelds grootste vermogensbeheerder BlackRock naar duurzame wateren wil loodsen.

Geld voor wapentuig, steenkoolmijnen, fracking (schalieolie en schaliegas), … het moet van ergens blijven komen. Als het aanbod schaarser wordt stijgt ook daar de prijs natuurlijk. En …dat zou niet leuk zijn voor de vrienden van de president.

 

 

 

Categorieën
home

ESG: een gigantische bubbel onzin?

ESG: een bubbel onzin
Leven duurzame beleggers in een wereld van gebakken lucht?

Het is voor gelovigen erg confronterend als een atheïst plompweg verkondigt dat God niet bestaat. Meestal gaan dan de stekels opstaan en is er geen plaats meer voor een sereen debat over de kwestie.

Voor wie bij duurzaam beleggen zweert, is het even confronterend om te lezen dat hij zich in het midden van een gigantische bubbel onzin bevindt. Een  ESG-bubbel die zichzelf al een 50-tal jaar vormt.

We konden dit (onze titel, maar dan zonder ?) recent lezen in ValueWalk. Dit is een site die zich richt naar grote vermogensbeheerders, hedge funds en value investing. Waarde-beleggers (genre Warren Buffett) hebben het de laatste 10 jaar niet erg getroffen. Mede door de tech-ontwikkeling is er een tendens om meer op “groei-aandelen” en minder op “waarde-aandelen” in te zetten.

Omdat waarde-investeerders ook gaan voor de lange termijn, zijn er raakvlakken met duurzaam beleggen. Daarom leek het raadzaam om toch ook even hun visie te horen?

Welk klok horen we?

Het artikel is geschreven door Capitalist Exploits, volgens eigen omschrijving een team globetrotters, op zoek naar unieke, nog niet-ontdekte beleggingsopportuniteiten wereldwijd. In die zin is het logisch dat ze niet voor ESG pleiten. ESG is immers niet langer een niet-ontdekte beleggingsmogelijkheid. Integendeel, het wint steeds meer aan tractie. Het citaat waar deze bijdrage (en hun artikel) zijn titel aan verleend komt dan weer uit de koker van Eric Weinstein.

Weinstein beheert Thiel Capital, de investeringsmaatschappij van Peter Thiel. Thiel zelf is een excentrieke miljardair. Stond samen met Elon Musk aan de wieg bij PayPal, maar investeerde ook fors in Facebook. Zijn investeringen overspannen een breed spectrum (artificiële intelligentie, levensverlenging, permanente verblijfplaatsen op zee). Met die zee-gemeenschappen wou hij nieuwe ruimte geven aan menselijke vrijheid.  Maar als superrijke zag hij er wellicht ook een mogelijkheid in om zich te onttrekken aan de belastingplicht die op ieder van ons rust. In alle geval is hij een omstreden intellectueel met vaak extreme standpunten ( … I no longer believe that freedom and democracy are compatible…). De paragraaf die we aan hem gewijd hebben, is veel te kort om zijn figuur volledig te belichten.

Terug naar Eric Weinstein. samen met zijn broer Bret is deze ook bekend omdat hij de term Intellectual Dark Web bedacht. Een informele groep progressieven aan de linkerzijde, die de touwtjes in handen houden en bepalen hoe de ‘goegemeente’ moet denken (zij ijken wat ‘politiek correct’ is). Een beetje te vergelijken met hoe veel mensen ter linkerzijde denken dat er een rechtse groep kapitalisten de economie in handen heeft en daar de marsrichting bepaalt (denk: bilderbergconferentie). En hiermee zitten we dus volop in de wereld van het complotdenken. De goeden tegen de slechten. Them and Us.

Wie is aanhanger van ESG?

Duurzaam beleggen: alleen voor wie zijn hersenen op vakantie stuurt?

Het artikel beschrijft de beweging, die voor duurzaamheid gaat als volgt: ” het is een troep mensen, die hennepkleren en dreadlocks dragen, bomen knuffelen en als beroepsbezigheid boetseren ze de financiële marketing kant van Greta Thunberg.

ESG is dan de “oplossing” om het populaire gedachtengoed uitgedragen door handenwringende, tandenknarsende goeddoeners, die beweren dat ze de pijnpunten van de wereld kunnen genezen, zonder ooit maar iets te hebben geproduceerd, te kaderen. Om het met de woorden van Nassim Taleb samen te vatten ” Intellectuelen, maar toch idioten“.

De ESG-profeten willen wellicht een nieuwe generatie aanspreken. De veganisten. U hoeft daar niet over te discussiëren… het is zo. En zoals we wel weten veganisten zijn bleek, hebben een slechte adem en zijn zwak.”

Hé, Hé, dat lucht op. Lang genoeg beleefd geweest, denken we dan Jan DeWilde-gewijs.

What the f*ck is ESG?

Maar het gaat nog even door.

Zwak is net een nauwkeurige beschrijving van het uitgangspunt dat achter veel van deze ‘ESG’fondsen, die het licht zien, zit. Het is een geweldige trechter waarmee waardeloze bedrijven (horseshit compagnies) aandelenkapitaal binnenhalen, wetend dat investeerders geen aandacht zullen schenken aan winstgevendheid op korte – of lange termijn. Veilig in het wetenschap dat hersenloze algo’s (algoritmes?) tegen elke prijs een aandelenvoorraad zal aankopen, gezien het (vandaag de dag) allemaal gaat om “allocation”  en “fundamentals” er niet meer toe doen. Was ik in staat een verdienstelijke anti-koeienscheten-, red-de-planeet-bedrijf op te zetten en kon ik dit binnenloodsen in gelijk welk van het stijgend aantal ESG-fondsen, dan was ik verzekerd van kapitaal injecties. Het zou zelf niet eens iets uitmaken als ik hierbij een slavenhandel dreef. Je denkt dat ik een grapje maak? Blijf lezen!”

iShares ESG MSCI USA ETF

ESG: een bubbel onzin
Is emissiehandel meer dan koehandel?

Bovenstaande ETF pronkt met het begrip ESG in zijn naam. Dit fonds is er in geslaagd om inmiddels 7miljard $ in beheer te hebben. Ik zeg u dat omdat het allemaal onzin is. De aandelen waarin dit fonds belegd hebben niets te maken met het verbeteren van de wereld. Ze dragen in niets bij om deze een humane, gezondere en veiliger plek te maken. Het is eerder een mechanisme dat lijkt op (verhandelen van) koolstofkredieten en het besturen van een Tesla. Een dom idee zonder enig effect, dat alleen voor de schone schijn iets teweeg brengt.

Dit is een ETF, die is ontworpen voor de massa die op sociale media hun deugdzaamheid willen etaleren en voor ruggengraatloze vermogensbeheerders (yes you Blackrock), die een rusteloze menigte wil behagen.

Gelukkig voor iShares, de onderschrijver, dat niemand de samenstelling van dit ding belangrijk vindt. Niemand is immer geïnteresseerd in de feiten, ze hollen alleen maar een dogma achterna.

Bekijk die ETF eens grondig. 1 van de grootste participaties? AMAZON. Het is vandaag de dag moeilijk om een groot bedrijf te vinden dat zijn personeel nog meer als slaven behandeld dan Amazon.”

De top 5 participaties in de ETF.

ESG: een bubbel onzin
De bullshitdetector gaat af bij de besproken ETF

In die ding zijn de 5 belangrijkste participaties: Apple , Microsoft, Amazon, Facebook en Alphabet (nvdr. bedrijf boven Google).

Kijk ter vergelijking eens naar de top deelnames aan de Nasdaq: Microsoft, Apple, Amazon, Facebook en Alphabet. Yip, juist dezelfde bedrijven! Proficiat beleggers, jullie hebben juist 7 miljard $ in een ETF geïnvesteerd dat in essentie hetzelfde doet als investeren in de Nasdaq!

Het verschil is natuurlijk dat investeren in de Nasdaq niet gepaard gaat met het verdienen van aflaten voor de duurzaamheidsreligie. Ik breng dit aan omdat investeren in deze ETF de meest onevenwichtige samenstelling van harde activa die ik ooit gezien heb, gewoon verergert.

De wereld is gekkenhuis geworden, waar zwakke mannen elkaar proberen te overtreffen in het toezeggen van hun steun aan wat ook de laatste slogan en oproep tot actie is van een hysterisch aanwassende godsdienst (klimaatverandering, gendergelijkheid, black lives matters). Dit terwijl er belangrijke problemen aan het broeden zijn, waar niemand zich momenteel druk om maakt. Maar dat zal veranderen.”

Onvermogen om dingen in perspectief te plaatsen.

De lockdown zal gevolgen hebben …

De rest van het artikel wijst op de situatie van de laatste maanden: een wereld in lockdown, waarbij de gevolgen alvast in de VS en Europa zijn dat talrijke bedrijven in faling zullen gaan. Iets waarbij de werkloosheid (meer dan 30 miljoen in de VS) onrustbarend stijgt. Volgens de auteurs zijn er straks niet alleen boze mensen, maar hongerige boze mensen. Ze verwachten niet dat de overheid dit probleem goed zal aanpakken. Maar geloven wel dat de markt daar beter geschikt voor is. Via die markt mogen mensen denken, produceren en handel drijven om voor zichzelf een betere toekomst te verwerven.

… Honger zal weer toeslaan

Maar dit is precies wat niet zal gebeuren. We naderen een tijd waarin alle zaken die we nu als vanzelfsprekend beschouwen (de industrie, de goederen en diensten) onder druk komen. De auteurs vrezen dat Joe Sixpack (de gemiddelde Amerikaan) zal ervaren dat zijn avocado op toast niet langer gegarandeerd is. Terwijl hij achteloos op zijn iPhone tikt vanuit zijn lederen zetel (allebei geïmporteerd uit China) beseft hij niet dat dit alles via complexe toeleveringsketens (zwaar onder druk) en vrijhandelsovereenkomsten (zwaar onder druk) tot bij hem komt. Net zo min als hij beseft dat kapitaal investeren voor zaken als landbouw niet langer evident zijn. Straks zal hij wel vaststellen dat zijn rijst met groentenschotel bij zijn Chinese take away 2 x zo duur geworden is.

Waardebeleggers gaan tegen de waan van de dag in. Maar zijn alle anderen daarom dwaas?
… en dan lopen beleggers wel weer achter een andere vlag.

Dan zal het ESG-jargon bij dezelfde vermogensbeheerders weer ingeruild worden voor de allocatie van de dag. Van de hongeren helpen (morgen) zal het verhaal worden ‘de voedselcrisis oplossen’. Dan komt de massa in beweging en plaatsen ze hun investeringen terug in het snoepje van de dag. Sectoren waar nu niemand om geeft, worden dan de nieuwe pleisterplaatsen. De gigantische bubbel van onzin zal dan langzaam leeglopen. De plaatsen waar je je kapitaal moet in investeren zijn beslist niet deze waarin the talk of the town je willen laten geloven. Denk voor jezelf en laat je niet leiden door wat vandaag populair is.

Onvermogen om dingen in perspectief te plaatsen (bis).

Hoewel het artikel terecht de vraag durft stellen of ESG wel meer is dan een trendy letterwoord en ook oproept om niet klakkeloos af te gaan op de naam van een fonds zonder de inhoud nader te bekijken, is het artikel ook ongemeen eenzijdig.

1e karikatuur:  de duurzame belegger

Het artikel beschrijft de huidige duurzame investeerders alsof ze allen te herleiden zijn tot lanterfanters, die niets positief produceren in hun leven. Bleekscheten met een slechte adem. Kortom zwakkelingen, die een trend nalopen zonder er zich in te verdiepen. Uiteraard bestaan er dergelijke mensen. Maar de wereld van de duurzame investeerder is natuurlijk veel meer dan dit. Ze telt minstens evenveel deelnemers, die wel skin in the game hebben. Institutionele beleggers als vakbonden, universiteiten, kerken, …. proberen hun gelden al jaren consistent met hun eigen opvattingen te investeren. Ondertussen volgen pensioenfondsen steeds meer deze richting (CalPERS, AFP, Noors Staatsfonds,  …). Dat particulieren nu volgen lijkt de bezegeling van een trend te zijn. En inderdaad onder die particulieren zit wel eens een rare snuiter. Maar om die dan dadelijk tot mascotte van de duurzame beleggers te promoveren? Het zegt mogelijks meer  over het mens- en wereldbeeld van de schrijver dan over de beschrevenen.

2e karikatuur : het duurzaam beleggingsfonds

Net zoals het artikel de duurzame belegger reduceert tot een karikatuur, doet hij hetzelfde met ‘het duurzame beleggingsfonds’. Hij kiest er 1 uit, een ETF, die door zijn eigenheid sowieso een index volgt. Terwijl er naast ETF’en duizenden actieve fondsen zijn, die wel aan stock picking doen of die zich op welbepaalde duurzame niches richten. 1 rotte appel (let wel, er zijn zeker nog fondsen die meer voor de schijn dan voor het zijn de duurzaamheidsvlag bovenhalen) is blijkbaar genoeg om een ganse, groeiende, sector de grond in te boren.

3e karikatuur: de schrijver zelf

De schrijver van het artikel lijkt ESG-bekommernis alleen maar gewauwel te vinden. Als we de achtergrond van de schrijver duiden, kunnen we dit wel begrijpen. Maar met een grof geschut iets neerhalen, betekent nog niet dat men gelijk heeft. Nergens is sprake van genuanceerdheid. Waar staat hij zelf voor? Staat hij op zijn volle vrijheid en vindt hij investeren in bedrijven die de wereld manifest om zeep helpen (vervuiling, wapenhandel, …) dan OK? Verwerpt hij de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering? Mag (/moet) er geen moraal zijn bij beleggingsoverwegingen? Leve de SIN Stocks dan maar?  We weten het niet. We kunnen alleen afleiden dat hij waardebeleggingen belangrijk vindt.

Een bubbel onzin?

Een scheldtirade heeft zelden de standpunten dichter bij elkaar gebracht.

Uit dit alles lijkt de conclusie toch te zijn dat het met de grond gelijkmaken  van ESG-beleggingen eerder een persoonlijke vendetta is. De site waarop die vendetta gepubliceerd werd, lijkt alvast genuanceerder dan poster van de bijdrage. 3 dagen later verscheen daar immers reeds een bijdrage onder de titel: Going Beyond Green: The Evolution of Sustainability Post Covid-19. Tenzij het ValueWalk natuurlijk alleen te doen zou zijn om clickbait.

Maar dat mag ons niet blind maken voor de uitwassen, die er ontegensprekelijk zijn. Hieronder vindt u er 2:

  • Opportunisme bij financiële instellingen: de aanwas van fondsen die ESG in hun vaandel dragen is inderdaad opvallend groot. En we zien regelmatig dat verdelers kiezen voor fondsen die op vlak van rendement of consistente samenstelling nog maar weinig bewezen hebben.
  • ESG is door de popularisering een woord geworden dat de lading van erg verschillende beleggingen overspant. Wie alleen op ESG filtert loopt dan ook een reëel gevaar om een onevenwichtige portefeuille samen te stellen. Al is het maar dat hij (m/v) aan zijn eigen beleggingsprofiel voorbijloopt.

Maar in een wereld waar voortschrijdend inzicht grenzen sloopt en nieuwe opricht, is het niet onmogelijk dat we sommige geijkte ESG-begrippen uiteindelijk toch bij het groot huisvuil zullen moeten zetten of moeten inruilen voor andere. Want “cut the crap!” geldt ook voor duurzaam beleggen. Kleine bubbeltjes onzin mogen dus zeker geloosd worden.

Categorieën
home

De frisse wind bij Athora Belgium verdient een beetje tegenwind

Ons blogartikel van 20/12/2019 (over de stand van het duurzaam beleggingsaanbod bij Belgische verzekeraars) veroudert slecht. Dit is een goede zaak, want dit impliceert dat er 1 en ander aan het bewegen is. Vorige maand konden we eindelijk schrijven dat Allianz ook een duurzaam aanbod had voor de particuliere belegger. Deze maand hebben we het over een andere verzekeraar: 3 extra ESG fondsen en 3 bedenkingen bij Athora Belgium.

Duurzame fondsen goed vertegenwoordigd in hun aanbod.

Deze jonge verzekeraar, welke de portefeuille leven van het vroegere Generali Belgium overnam, gaat verder op de reeds door zijn voorganger ingeslagen weg. Het aanbod beleggingsfondsen stijgt stelselmatig. Meer nog, de verzekeraar lijkt zich bewust van de gestegen vraag naar ESG-conforme fondsen. De meest recente wijziging van het aanbod dateert van 12/06/2020. Er werden 4 nieuwe fondsen bij het aanbod gevoegd. 3 ervan scoren goed in de Morningstar-beoordeling rond duurzame fondsen.

3 extra ESG Fondsen en 3 bedenkingen bij Athora Belgium
Athora plaveit verder aan haar duurzaam fondsenaanbod

Zo behoort nu ook het MFP Raphael’s Ethical Choise Fund (5 globes, het maximum bij Morningstar),  het DNCA Invest Beyond Semperosa (4 globes- opgepast: het eigenlijke aanbod via Athora is Semperosa A en niet N. We linken naar N omdat van A geen gegevens op Morningstar bekend zijn-) en het Pictet-Global Megatrend Selection fonds (4 globes) tot de keuzemogelijkheid voor wie zijn Tak 23-belegging via Athora Belgium wenst te laten verlopen.

Omdat Athora toelaat om ook met relatief kleine kapitalen periodiek te beleggen, is het voor de beginnende belegger een interessante speler. Zeker voor wie extra-financiële criteria (zoals aandacht voor ESG) belangrijk vindt in de besteding van zijn spaargeld. Athora hijst zich daarmee m.i op het niveau van NN Belgium. Een andere verzekeraar, die al enkele jaren voor de duurzame belegger een vrij ruim aanbod commercialiseert.

Een voorbeeld voor de voorzichtige belegger.

Voor € 150 / maand (+ kosten) kan men een duurzame belegging opbouwen met 4 fondsen:

  1. Athora N1 Stable Return (4 globes)
  2. Athora Universal Invest Low  (4 globes)
  3. Athora FFF Global Flexible Sustainable (5 globes)
  4. Athora Echiquier Arty (5 globes)

Via deze link kan je hopelijk (op moment van publicatie ontbreken nog te gegevens van de nieuw aangeboden fondsen) van al de vermelde fondsen de basisinformatie terugvinden.

Een voorbeeld voor de evenwichtige belegger.

Voor € 150 / maand (+ kosten) kan men een duurzame belegging opbouwen met 4 fondsen:

  1. Athora World Opportunities (4 globes)
  2. Athora Universal Invest Medium (4 globes)
  3. Athora Ethna Dynamisch (4 globes)
  4. Athora Echiquier Arty (5 globes)

Een voorbeeld voor de dynamische belegger.

Voor € 150 / maand (+ kosten) kan men een duurzame belegging opbouwen met 4 fondsen:

  1. Athora M&G Global Listed Infrastructure (5 globes)
  2. Athora Universal Invest High (5 globes)
  3. Athora Nordea 1- Gl. Climate & Environment (5 globes)
  4. Athora MFP Ethical Choice Fund (5 globes)

Let wel de fondsen zijn hier geselecteerd op basis van hun door Morningstar toegekende duurzaamheidsrating gematcht met het beleggingsprofiel. Niet elk van de voormelde fondsen behaalde een stabiel en goed rendement in de voorbije jaren.

Toch is het niet allemaal koek en ei.

3 extra ESG fondsen OK, maar ook plaats voor 3 bedenkingen bij het aanbod van Athora Belgium.

Fondsen met hoog risicogehalte ontbreken.

In het aanbod van Athora is het momenteel drummen bij de SRI-indicator 3 & 4. Geen enkele fonds uit het aanbod heeft SRI-niveau 5, 6 of 7. Nu verzaak je aan je taak als verzekeraar (zekerheid bieden) als je klanten in superhoge risico’s jaagt. Dus is het logisch dat je wegblijft uit SRI-klasse 6 & 7. Maar omdat het drummen is in klasse 4  en beleggen nu eenmaal toch met een zekere graad van risico samenvalt, is het ons een raadsel waarom tot heden SRI-klasse 5 geen plaats krijgt in het aanbod. De echt dynamisch ingestelde belegger (OK, eerder een uitzondering onder de klanten, mede door de wijze waarop de beleggingsprofielen tot stand komen) blijft hier toch ietwat op zijn honger zitten.

Let wel: in het aanbod van NN Belgium doet zich juist hetzelfde voor.

Voor de techneuten: SRI staat voor Summary Risk Indicator en vervangt geleidelijk het vroeger systeem dat SRRI (Synthetic Risk & Reward Indicator) genaamd werd. SRRI wordt vooralsnog door banken gebruikt. SRI wordt door de verzekeringssector (PRIIP’s reglementering) gebruikt. SRI berekent zowel het kredietrisico van een belegging als het marktrisico. De schaal van 1 tot 7 is voor beide producten niet meer met elkaar te vergelijken. Omdat de meeste verzekeringsfondsen in België afsplitsingen zijn van een bancair moederfonds en verzekeraars in Luxemburg het moederfonds zelf in hun verzekeringsstructuur integreren, linken we in onze pagina mbt. de fondsen waar u via Ethisch Belegging kan op intekenen nog steeds met het KIID-formulier. En daar ziet u steeds de SRRI-classificatie vermeld.

RISICOKLASSESRRI -fondsen bank- SRI -fondsen vezekeraar -
Risicoklasse 1: de standaardafwijking (*) ligt tussen:0 % & 0,5 %0 % & 0,5 %
Risicoklasse 2: de standaardafwijking ligt tussen 0,5 % & 2 %0,5 % & 5 %
Risicoklasse 3: de standaardafwijking ligt tussen 2 % & 5 %5 % & 12 %
Risicoklasse 4: de standaardafwijking ligt tussen 5 % & 10 %12 % & 20 %
Risicoklasse 5: de standaardafwijking ligt tussen10 % & 15 %20 % & 30 %
Risicoklasse 6: de standaardafwijking ligt tussen 15 % en 25 %30 % & 80 %
Risicoklasse 7: de standaardafwijking is groter dan 25 %80 %

(*) maatstaf voor spreiding rondom een gemiddelde.

Niet iedereen lust een jong blaadje.
3 extra ESG Fondsen en 3 bedenkingen bij Athora Belgium
Bij wie zet je je eerste stappen als je gaat beleggen? Hoe belangrijk is een ervaren leermeester?

Athora heeft de neiging om in haar nieuw aanbod relatief jonge fondsen op te nemen. Het voordeel daarvan is dat deze niet beladen zijn met de beleggingszonden van hun oude soortgenoten. Maar van een pasgeborene is het nog niet duidelijk of die op het rechte pad blijft en bijv. een goed rendement zal neerzetten. Bij fondsen met een verleden is dit verleden ook geen garantie dat ze in de toekomst blijvend goed blijven doen. Echter  wie in het verleden een goed en rendabel parcours aflegde zal wellicht bij een rationele belegger een voetje voor hebben.

In wiens taxi zou jij instappen als je kon kiezen? In 1 waarvan de fris en jonge chauffeur pas recent zijn definitief rijbewijs verworven heeft? Of verkies je die waarvan de bestuurder al 10 keer rond de aarde reed en dit zonder blutsen?

Erg jonge fondsen uit het Athora-aanbod zijn:

  1. Athora M&G Dynamic Allocation (° moederfonds: 16/01/2018)
  2. Athora FFF Global Flexible Sustainable (° moederfonds: 09/03/2018)
  3. Athora M& G Global Listed Infrastructure (° moederfonds: 05/10/2017)
  4. Athora MFP Ethical Choice Fund (° moederfonds: 05/07/2019)
  5. Athora DNCA Invest Beyond Semperosa A (° moederfonds: 17/12/2018)

Sommige van deze fondsen kunnen een afsplitsing zijn van vroeger bestaande fondsen, maar dit maakt het opzoeken van rendementen er niet eenvoudiger op. Terwijl je van een aanbieder, die zich richt op een eenvoudige particulier, toch transparantie en niet bijkomende obstakels verwacht.

Ter nuancering: Dat een fonds jong is, betekent niet noodzakelijk dat de fondsenbeheerders over weinig ervaring beschikken.

Een uitzonderlijk hoge kostenstructuur? (versie 13/06/2020)

Van transparantie gesproken. Bij de voorstelling van het nieuwe fonds Ahtora MFP Ethical Choice Fund, werd vertelt dat dit een verderzetting na verzelfstandiging was van een intern fonds dat vroeger bij verzekeraar One Life onderdak had. De vroegere versie van dit fonds was een soort Fund of Funds. Bij consultatie van het moederfonds op Morningstar blijkt dat de belangrijkste participaties nu individuele bedrijfsaandelen zijn. Tevens werd vertelt dat het fonds een echt convictiefonds is (beheerders selecteren erg grondig, waarna ze zo overtuigd zijn van hun keuze dat ze er daarna lang aan vasthouden). Nochtans blijkt dat als lopende kostenfactor het hoge 3,38 % vermeld staat. Vreemd voor een fonds waar weinig verrichtingen in gebeuren.

  • Ofwel is het een lapsus van Morningstar en hanteert men op hun website nog de kosten van het vroegere interne fonds. Dergelijke hoge kosten zijn immers typisch voor Funds of Funds, die kosten bovenop kosten stapelen.
  • Ofwel is het een rip-off van de beleggers door de fondsbeheerders.
    3 extra ESG Fondsen en 3 bedenkingen bij Athora Belgium
    de klant pluimen met de kostenstructuur?

    Een dergelijke hoge kostenstructuur is met onderscheiding de hoogste uit de lijst van meer dan 100 fondsen die ik opvolg. In voorkomend geval lijkt het er dan ook op dat de beheerders duurzaamheid willen verkopen aan een overdreven meerprijs. De tijd dat extra-financiële criteria automatisch impliceerde dat er door de klant ook extra moest betaald worden ligt door de toegenomen concurrentie op de markt al een tijdje achter onze rug.

We vinden in de documentatie waarover we beschikken geen duidelijkheid hierover. De eerlijkheid gebiedt ons dan ook te zeggen dat we niet weten aan welke van de 2 verklaringen we geloof moeten hechten.

Een redelijke kostenstructuur (versie 08/09/2020)

We konden onze bezorgdheid hierboven voorleggen aan de fondsbeheerders. En die hebben ons een logische verklaring & goed nieuws gegeven.

Kort samengevat:

  • Bij opstart van een fonds moet men een schatting maken van de lopende kosten. Sommige kosten blijven gelijk of je nu een groot of een klein fonds beheert. Andere kosten zijn semi-variabel: een minimumkost en daarbovenop een variabele kost  in functie van de kapitalen. Bij de opstart had het fonds MFP Raphael’s Ethical Choice Fund zo’n € 3.000.000 in beheer.
  • Inmiddels is het fonds gegroeid (meer dan verdubbeld) en werd in juli een nieuwe KIID uitgebracht. Daar staat nu 2,81 % vermeld. Ook dit is een overschatting. Volgens de fondsbeheerders zitten ze momenteel eerder aan 2,5 % In januari 2021 zal er opnieuw een nieuwe KIID opgesteld worden. Zodra het fonds € 15.000.000 in beheer heeft verwacht men dat de lopende kost naar +/- 2 % kunnen evolueren.
  •  Kortom: volgens de fondsbeheerders is de hoge kostenfactor  blijkbaar alleen een obstakel ten gevolge van de opstart van een nieuw fonds.  Het fonds krijgt door de gedaalde kosten op onze objectiveringsscore dan ook een extra 0,5 punt.
Categorieën
home

10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis

Voor de 2e maal sinds onze werking opgestart is, worden we geconfronteerd met een zware val in de bekomen rendementen. De eerste keer was in het laatste trimester van 2018. Het fondsenaanbod dat we toen hadden was een pak kleiner dan dit wat we nu aanbieden. Wegens invoering van de MiFID II-regelgeving, hadden verschillende verzekeraars hun aanbod toen tijdelijk fors ingekrompen.

10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
De financieel noodlottige gevolgen van een klein, agressief virus

De koersval die de 102 fondsen die we opvolgen de voorbije weken maakten, is nog een stuk erger dan in 2018.

We trekken 10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis. Dit op basis van onze data per 31/03/2020.

Pas echter op, dit zijn geen wetenschappelijk onderbouwde beweringen. Misschien worden we teveel gedreven door onze eigen cognitieve biassen.

1. ESG-beleggingen doen het in crisistijden beter dan niet-ESG-beleggingen.

Dit lijkt te kloppen. Zowel in 2018 als de eerste 3 maanden van 2020 is dit het geval. Althans voor de referentie-indexen die ik bijhoud.

Voor Europa :

  1. Dow Jones Sustainability Europe Index (DJSEUR) -> YTD 2018 : -10,18% / YTD 2020: -20,21 %
  2. Euro Stoxx50  -> YTD 2018: -14,77 % / YTD 2020: -25,59 %

Wereldwijd :

  • Dow Jones Sustainability World (W1SGI) -> – 11,35% / YTD 2020: – 18,57 %
  • MSCI All Countries World (MSCI ACWI) -> -11,76 % / YTD 2020: – 21,74 %

Onze bevinding komt +/- overeen met wat Morningstar hierover reeds publiceerde. Na publicatie van dit bericht heeft MSCI per 20/04/2020 ook op basis van hun gegevens bevestiging van onze gegevens gepubliceerd.

2. ETF’s (Exchange-Traded Funds) zijn niet crisisbestendig.

Hoewel mijn standpunt op een erg bescheiden steekproef gebaseerd is, lijkt bovenstaande uitspraak niet te kloppen. In mijn blogberichten van 09/09/2019 en  19/09/2019 werd er op gewezen dat dit relatief nieuw fenomeen (indextrackers met weinig beheerskosten) een groeiend succes is, dat evenwel nog geen grote crisis meegemaakt had. 1 van de vragen was of ze wel crisisbestendig zouden zijn. Het moet verder onderzocht worden of hun houders niet bovenmatig gepanikeerd – (en verkocht) hebben. Maar de terugval in rendement die de 4 ETF’s welke ik opvolg gemaakt hebben, is niet bovengemiddeld (tussen -16,56 % & -20,78 %).

3. Actief beheerde fondsen doen het in crisisperiode beter dan ETF’s.

Dit is niet algemeen geldig. Sommige actieve fondsen hebben het in 2020 tot heden beduidend beter gedaan dan de ETF’s die ik volg. Bij de actief beheerde aandelenfondsen zijn er die minder verlies maken dan de hierboven vermelde -16,56 %. Maar er zijn er ook genoeg die het slechter doen dan de -20,78 %.

4. Obligatiefondsen delen het minst in de klappen.

Voor zover ze niet risicovol zijn, klopt deze bewering.  Zowel in 2018 als tot heden in 2020 houdt een fonds als Triodos Euro Bond Impact Fund het verlies binnen de perken (in 2018: – 0,43 % / in 2020: – 0,53 %).

Wie binnen de obligatiecategorie toch risico’s zocht in de hoop om zijn rendement op te drijven, loopt vandaag tegen de lamp. Het M&G (L) Global High Yield ESG Bond Fund viel bvb. met -14,90 % terug. Het presteert daarmee slechter dan sommige aandelenfondsen.

Disclaimer: mijn steekproef is slechts op 3 dergelijke fondsen gebaseerd.

5. Gemengde fondsen beperken het verlies tijdens een crisisperiode.

Uit de steekproef met 18 fondsen blijkt dit globaal gezien te kloppen. Hoewel er 1 zwaar negatieve uitschieter is (HMG Rendement D staat op een verlies van – 27,64 %) hangen de meeste gemengde duurzame fondsen ergens tussen een verlies van – 9 tot – 13 %. Met een verlies van -5,44 % scoort Nordea N – Stable Return Fund BP het best. Nochtans is dit een neutraal-, en niet een defensief gemengd fonds.

6. Vastgoedfondsen, noch infrastructuurfondsen maken hun naam van veilige haven waar.
10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
Wat ook als redelijk veilig gezien werd, gaat momenteel flink onderuit.

Van elk van hen volg ik 2 specifieke duurzame fondsen op. Hun verlies is gemiddeld tot bovenmatig in vergelijking met andere aandelenfondsen. Infrastructuurfondsen, zie ook mijn blogbericht van 05/06/2019, zijn 1 van de hypes van de voorbije jaren. De 2 duurzame fondsen die ik opvolg verloren sinds het jaarbegin rond de 22 % in waarde. Wellicht wordt er gevreesd dat overheden hun geld in algemene ondersteuning van de economie zullen moeten steken, waardoor er voor (soms dringende) infrastructuurwerken op de financieringsrem zal worden gestaan.

De 2 vastgoedfondsen doen het momenteel nog slechter. Het fonds dat wereldwijd investeert zakte met 23,10 % en het Europese fonds ging 28,73 % achteruit.  Speelt hier de leegstandverwachting? De overtuiging dat erg veel bedrijven en winkels hun panden na de crisis zullen verlaten nav. faling of inkrimping om faling te voorkomen.

7. Sectoriële aandelenfondsen zijn risicovoller dan algemene aandelenfondsen.

Zowel in 2018 (toen met 5 opgevolgde fondsen) als nu (met 15 opgevolgde fondsen) is deze conclusie niet uit de cijfers af te leiden. De beste algemene aandelenfondsen presteren lichtjes beter dan de  beste sectoriële – (in 2018: – 8,94 % / nu: – 11,70 % /telkens fondsen die het thema Water bespelen). Maar de slechtste sectoriële fondsen (in 2018: -16,86 % / nu: – 23,80 % / telkens Quest For Cleantech) doen het nog een pak beter dan de slechtste algemene aandelenfondsen.

8. Emerging Markets moet je niet ontwijken.

Uiteraard is het rendement in groeilanden wisselvallig. Maar steeds meer zijn ze onderdeel van ons economisch- en financieel systeem. Het is dan ook niet aan te raden om ze links te laten liggen. In 2018 volgde ik 3 dergelijke fondsen op. Nu zijn dit er 7. In 2018 scoorden zij gemiddeld in vergelijking met de algemene aandelenfondsen. Het beste EM-fonds scoorde onder het beste algemeen aandelenfonds.Terwijl het slechtste EM-fonds toch minder verlies optekende dan het slechtste algemeen aandelenfonds. In 2020 valt hetzelfde op te merken. Dit met verliezen tussen de 17,73 % en 25, 77 %.

9. Wereldwijd beleggen spreidt het risico.
10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
Spreiden lijkt ongemakkelijk in de fysieke wereld. In de beleggingswereld is het een must.

Spreiden blijft een basisregel bij beleggen. De 3 fondsen die op specifieke landen focussen (2 x Frankrijk (- 23, 05 % en – 28,30 %, 1 x België (- 29,30 %) bengelen onderaan. De specifieke samenstelling van hun beursgenoteerde bedrijven maken dergelijke fondsen risicovoller.

Regionale spreiding (zie hieronder) vlakt het risico al verder af.

De 25 duurzame aandelenfondsen die wereldwijd beleggen staan natuurlijk ook op verlies. Zij lijken de beste buffer te bieden. Het slechtst presterende fonds gleed 23,85 % achteruit. Het beste beperkte de schade tot – 9,06 %.

10. Regio’s: VS boven, Europa onder.

We hebben slechts 2 aandelenfondsen die voluit in VS-bedrijven investeren. Het ene staat op – 7,44 %, het andere op -15,21 %.

24 fondsen zetten in op Europa. De Large Caps-fondsen scoren gemiddeld (tussen – 12,62 % en – 28,30 %). De uitersten zitten bij de Mid Caps of flexibele fondsen (- 9,24 % tot – 33 %).

VS-fondsen deden het in de opgaande markt ook beter dan Euro-fondsen. Of dit blijft gelden in afkalvende markten is niet definitief bewezen. De bronnen voor de cijfers voor VS-fondsen zijn schaars. Mogelijk speelt ook de gevatte reactie van de FED en het feit dat het Coronavirus eerst in Europa toesloeg en pas nu ten volle in de VS ontploft ook nog een rol in de cijfers. Als dit zo is, zullen de verschillen nog uitgevlakt worden.

Zijn die lessen nuttig?

Lessen trekken uit onvoorziene omstandigheden? Dit is nuttig om in de toekomst niet dezelfde fouten te maken.

Maar de toekomst is niet noodzakelijkerwijs een herhaling van het verleden. De huidige crisis is niet te vergelijken met de financiële crisis van 2007-2009, of de dotcom-crisis rond het millenium. De ene zwarte zwaan is niet de andere zwarte zwaan.

Misschien is het wel tijd voor de overheden om ook eens de al te stringente houding rond beleggingsprofielen onder de loupe te nemen? Sommige van onze vaststellingen (5, 6, 7, 8, 10) lijken toch een beetje haaks te staan op wat de klassieke voorzichtigheidsleer ons voorhoudt.

De effecten van de Coronacrisis op de keuzes in je later  beleggingsbeleid kunnen derhalve beter verder uitgezocht worden. Laat dit een aanzet zijn. Economen en financiële specialisten zullen dit ongetwijfeld gaan doen. En mogelijk spreken hun resultaten mij op diverse vlakken tegen.

De samenhang die ik hierboven uit de cijfers haal spreken voor zich. Maar het is algemeen geweten dat een correlatie nog geen causaliteit is.

Categorieën
home

Europa legt de regels voor duurzaam investeren vast.

EU taxonomy on sustainable finance
“duurzaam” was tot heden nog een rekbaar begrip. Een sluitend klassement drong zich op. Europa trekt nu de lijnen.

Klasseren op een consequente manier, zorgt er voor dat de juiste informatie gemakkelijk bereikbaar is. Het is een ondergewaardeerde kunst.  Belangrijk bij klasseren is een goede analyse van het toekomstige gebruik én van de doelstelling van een klassement. Wie  een concrete vraag formuleert, moet het antwoord eenvoudig uit het klassement kunnen halen.

De EU taxonomy on sustainable finance is zo’n klassement. Wat is de bedoeling ervan?

EU taxonomy on sustainable finance
De EU taxonomy is geen classificatie die toevertrouwd werd een plaatselijke Jomme DOCKX. Een hele waaier experten kwam er aan te pas.

Wil je duurzaam investeren?

Dit orde scheppen heeft de EU ook willen voorzien in de wereld van “duurzaam beleggen”. Om er voor te zorgen dat een argeloze, maar ter goeder trouw handelende belegger niet in het ootje genomen wordt door gladde marketing. Want ook bij beleggen wordt de realiteit van een product soms verdoezeld door inventieve verpakking of ditto naamgeving (greenwash). Een bekochte klant wendt zich af van het type product.  Terwijl de EU juist duurzaam beleggen als 1 van de hefbomen ziet om onze samenleving in de richting van klimaatneutraal functioneren te oriënteren. En dit tevens de realisatie van de SDG’s vooruit helpt.

Dan moet je eerst bepalen wat wél en wat niet duurzaam is?

Daarom werkte men in de cenakels van de EU al een tijdje aan het opstellen van een EU taxonomy on sustainable finance. Het technisch rapport verscheen in juni 2019. Daarna waren er 3 maand  om opmerkingen over dit rapport te inventariseren. In dergelijk terugkoppelingsmoment wordt er op diverse manier druk uitgeoefend om het laken aan zijn kant te trekken. Uiteindelijk duurde het toch iets langer vooraleer er witte rook kwam.

Per 5 december was het zo ver. Na weken van gesprekken tussen leden van het Europees Parlement en EU-diplomaten is er nu een klassementssysteem opgemaakt. En werd duidelijk welke producten als “groen” op de markt kunnen gebracht worden.

Het is nu wachten op de formele goedkeuring door de leden van het Europees Parlement en de EU-regeringen. Er wordt verwacht dat dit nog voor het einde van het jaar zal gebeuren. Daarna is de geleidelijke uitrol ervan mogelijk.

Met de goedkeuring van de EU taxonomy, midden in de klimaatbesprekingen in Madrid, bevestigt Europa zijn ambitie om klimaatneutraal te worden tegen 2050. Om dit te bereiken moeten  grote kapitalen verschuiven naar groene projecten en CO2-arme infrastructuur.

Verschillende betrokkenen bij de totstandkoming van de EU taxonomy zien het klassement als een nieuw soort metriek stelsel of een nieuw soort grammatica voor de financiële markten. Een maatstaf om eens en voor altijd te beslissen wat groen/duurzaam is en wat niet.

 

Nu er voortaan met dezelfde taal gesproken kan worden op de financiële markten van Europa verwacht men dat het makkelijker wordt om meer kapitaal toe te wijzen aan activiteiten ter ondersteuning van de klimaatakkoorden van Parijs.

Een raamwerk met  3 categorieën.

Om een activiteit als duurzaam te kunnen omschrijven moet hij minstens in 1 van de volgende vakjes passen:

  1. SUSTAINABLE: het hoogste label ‘groen’ bevat de onbetwistbaar duurzame activiteiten. Je kan ze omschrijven als “leveren een positieve bijdrage aan klimaatbescherming zonder het milieu in andere gebieden te schade (do-not harm).
  2. ENABLING: Dit zijn “activerende” activiteiten. Zo is het duidelijk dat staal- en cementproductie erg milieubelastend is. Maar staal of cement dat gebruikt wordt voor aanmaak van windparken, helpen natuurlijk de uitstoot te verminderen.
    1. Bedrijven die hun omzet in activerende projecten halen, zullen nog in een duurzame investering kunnen steken.
    2. Hun soortgenoten, die deze aanspraak niet kunnen waarmaken, niet.
  3. TRANSITION: In afwachting van een koolstofvrije economie zijn we nog even aangewezen op “overgangstechnologieën”. Zo hebben we vandaag nog energiebronnen als gas of kernenergie nodig. Hierrond (en zelfs rond steenkool) was er lobbywerk ontstaan. Met vertraging tot gevolg.  Steenkoolinvesteringen zijn uitgesloten van elke definiëring van duurzaamheid. Koolstofarme bronnen als gas en kernenergie worden –op vraag van Duitsland en Frankrijk– wel nog weerhouden. Maar voor hen moet een nog nader uit te werken waardering komen. Deze zal gestoeld zijn op het “do not harm” -principe.

De EU taxonomy zal er toe leiden dat bedrijven hun activiteiten niet meer op basis van hun eigen benoemingsmethode zullen kunnen omschrijven.  Eens de nieuwe regels van kracht zijn moeten ze de strikte regels van de EU gebruiken.  Bedrijfsactiviteiten worden dan duidelijk benoemd als niet-duurzaam, duldbaar (overgangstechnologieën en activerende activiteiten) of duurzaam.

Belang voor de financiële sector en beleggers

Wie in die activiteit wenst te investeren (kredietverlening, aandelenaankoop, beleggingsfondsen, pensioenfondsen,…) weet straks dus veel duidelijker waar hij aan toe is.  En zo wordt een toetsingskader geschapen voor de financiële markten en haar beleggers. Leveren de investeringen, die ik wens te doen een bijdrage aan mens en planeet?

Elk financieel product zal transparant moeten zijn. Aan welke mate van duurzaamheid beantwoord het?

Niet-groene producten krijgen wellicht de mogelijkheid om gebruik te  maken van een opt-out. Zij zullen niet moeten aantonen hoe weinig duurzaam ze zijn. Door middel van een opgelegde disclaimer zal echter duidelijk worden dat je bij hen in een bruine financiering stapt. Aangenomen wordt dat -zo er alternatieven op de markt zijn- niet iedereen hiervoor staat te springen.

Volgende halte: stoppen met schadelijke investeringen.

Nu er duidelijkheid is over wat duurzame investeringen zijn, moeten de rollen nog omgekeerd worden. Afspreken welke schadelijke investeringen zo vlug als mogelijk gemeden worden. Hiervoor was minder animo te vinden binnen Europa. Maar uiteindelijk werd beslist dat de Europese Commissie hierrond in 2021 met voorstellen komt.

Nudging is immers 1 deel van de medaille. Maar er dient ook een moment te komen dat repressiever financieel optreden start. Anders gaan bepaalde schadelijke praktijken nooit tijdig uitgefaseerd geraken.

En vergeet ook het sociale niet.

Verder zal m.i.  ook in het oog moeten gehouden worden in welke mate er door de (terechte) grote aandacht voor klimaatwijziging nog voldoende aandacht is voor de sociale kant bij duurzaam investeren.

In de groep die de regels opstelden, was er onder meer een vertegenwoordiging van PRI en werd er bepaald dat ook de Labour standards van de Internationale Arbeidsorganisatie als richtlijn overeind moeten blijven.

Maar in alles wat er tot heden naar buiten komt rond die taxonomy overheerst toch erg duidelijk de E boven de S  van ESG. Een sociale taxonomy is wellicht even wenselijk.

 

 

 

Categorieën
home

De eigen portefeuille in november 2019

December komt er aan. Dat betekent dat beleggers en beleggingsfirma’s beginnen met achteruitkijken (moeten we nog af van slechte investeringen om onze balans/resultaten op te poetsen) en ook hun vooruitzichten beginnen publiceren (wat houdt 2020 volgens ons in petto). In de achteruitkijkspiegel zal het er voor dit jaar allemaal goed uitzien (tenzij de roetpiet in december nog fors uithaalt ). Ook voor onze eigen portefeuille (tenzij COP25 spectaculair zou falen).

De vooruitzichten voor 2020 zijn wat disparater. Sommigen gokken op een recessie. Anderen zien het recessiegevaar langzaam naar de achtergrond verdwijnen.

COP25 en Europese Commissie gaan van start.

Begin december gaat in Madrid de 25e Conference of the Parties door, beter bekend als COP25 of de klimaatconferentie van Madrid 2019 ( aanvankelijk gepland voor Brazilië, later doorgeschoven naar Chili). De afgelasting in Chili door aanhoudende rellen kwam in de media vooral aan bod door de problemen die dit veroorzaakte in de mobiliteit van jonge klimaatactivisten als Anuna De Wever en Greta Thunberg. Vraag is of de wereld besluit tot het opvoeren van de klimaatdoelstellingen.

Misschien is deze conferentie een goede manier voor Ursula Von der Leyen, kersvers voorzitter van de Europese Commissie om haar klimaat-intenties extra in de verf te zetten. De commissie kan immers eindelijk van start gaan na opgelopen vertragingen bij het kiezen van haar leden. De afgelopen maand gaf de EIB alvast een schot voor de boeg. De Europese Investeringsbank stopt (nou ja, binnen 2 jaar) met haar investeringen in fossiele brandstoffen.

COP25 portefeuille
Saudi Aramco: gebuisd voor beursgang – En straks in Madrid meer aandacht voor hernieuwbare energie

Het mislukken van de lancering van de gedeeltelijke beursgang van ’s werelds grootste oliemaatschappij (Saudi Aramco) is mogelijk ook voor een groot stuk toe te schrijven aan de gevoeligheid voor de klimaatkwestie (investeerders in Europa en VS en beleggingsfondsen zijn gevoeliger dan vroeger voor reputatieschade en mogelijke slechte vooruitzichten bij investeren in olie). Echter het gebrek aan bestuurlijke doorzichtigheid (Saudi -Arabië behoudt 98,5 % van de aandelen) en dat het land -met een understatement gezegd- nu ook niet het meest democratische is spelen zeker ook mee. Net als de hoge prijs waarmee het aandeel naar de markt gebracht werd. Zo zie je toch dat ESG aan tractie wint in de beleggingswereld. De E(nvironmental) en de G(overnance) hebben meegespeeld om wat aangekondigd werd als de “moeder aller beursgangen” met een sisser te laten aflopen.

Onze portefeuille gaat door op haar elan.

De eigen portefeuille blijft dit jaar als een soort jacobsladder steeds hogere horizonten opzoeken. Toch wat het korte-termijn rendement betreft. Sinds het jaarbegin staat ze nu op + 23,16 %. U vindt ze hier terug.

Voor een duurzame belegging is natuurlijk niet alleen rendement belangrijk. Ook de mate van duurzaamheid is een norm. Door de nieuwe benadering van Morningstar is de manier waarop zij naar bedrijven en beleggingen kijken recent gewijzigd. Er wordt minder naar het verleden gekeken en meer naar de toekomst (welke ESG-uitdagingen zijn nog acuut en worden nog niet (voldoende) opgepakt?). COp25 portefeuille

Dit heeft er toe geleid dat diverse van de fondsen in de eigen portefeuille plots globes verloren of globes bijwonnen. Het uiteindelijke effect van alle verschuivingen is lichtjes positief.

Wijzigingen in Morningstarbenadering heeft licht positief effect op onze eigen portefeuille.

Waar de portefeuille eind september een duurzaamheidsscore van 4, 156 op 5 behaalde, is dit op eind november 4,247 op 5 geworden. Of een vooruitgang van 1,82 %.

Deze vooruitgang heeft ook een lichte invloed op de objectiveringsscore van de portefeuille. Dit is een intern evaluatiesysteem dat we bij ethisch beleggen gebruiken om niet alleen de duurzaamheid van een belegging te vatten, maar om ook gewicht te geven aan de beleggingskwaliteit van de fondsen. Ook duurzame beleggers beleggen immers vanuit de verwachting dat ze liever geld verdienen dan er te verliezen. Voldoende positieve rendementen op korte, middellange – en lange termijn, maar ook prestaties in vergelijking met benchmarkt wordt in de objectiviteitsscore meegenomen. Deze score heeft een schaal tot 10.

Onze portefeuille haalde eind september 3,79 en is nu ook lichtjes gestegen naar 3,87. Of een stijging met 0,8 %.

Objectiviteitsscore in modelportefeuilles meestal hoger dan in de eigen portefeuille.

U schrikt van het lage cijfer? Ja, onze benadering is dan ook redelijk streng. Het beste fonds uit de meer dan 60 fondsen die wij opvolgen haalt momenteel een 7,5 op 10. Slechts 9 fondsen halen de helft of meer van de punten. Gezien het grootste stuk van onze portefeuille opgebouwd werd voor de invoering van deze objectiveringsscore en we wegens de instapkost én het feit dat de leveranciers die betrokken zijn in de eigen portefeuille niet zomaar alle fondsen uit ons aanbod kunnen leveren, is zwaar optrekken van dit cijfer niet mogelijk.

Bij de samenstelling van de jaarlijkse modelportefeuilles wordt wel rekening gehouden met de objectiviteitsscore. Daar scoren de meeste portefeuilles toch meer dan 4 op 10.

Nog te laag volgens uw mening? Vergeet dan niet dat een basisregel bij beleggen ook oplegt om voldoende spreiding in je portefeuille te betrachten.

 

Categorieën
home

Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.

Het Verenigd Koninkrijk komt de laatste paar jaar in beeld als een land op drift. De politieke leiders zijn er niet slagkrachtig (of slaan alle richtingen uit). De bevolking is het alleen eens over het feit dat ze verdeeld zijn. Zichzelf in de voet schieten lijkt een wezenskenmerk van de Britten te zijn. Althans gezien vanuit onze positie aan de overkant van het Kanaal.

Er is meer dan de karikatuur.

Scrabble pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
ESG : 3 x woordwaarde
Environmental
Social
Governance

Toch gebeuren er ook nog zinvolle dingen. Deze komen bij ons amper in de pers. Zo is de wetgeving rond financiële producten er recent aangepast. Als onderdeel van het streven van de overheid om klimaatverandering aan te pakken, zijn pensioenfondsen met ingang van 01/10/2019 er verplicht om een ESG-beleid te hebben. Zodra er meer dan 100 leden in een pensioenfonds toegetreden zijn, ben je onderhevig aan die verplichting. De ESG-benadering moet voortaan -naast de financiële overwegingen- ook uiteengezet worden in hun SIP (Statement of Investment Principles). Kort door de bocht: rentmeesterschap duikt voortaan ook op in elke prospectus van een (niet-ultraklein) pensioenfonds.

Pensioenfondsen zijn grote financiële hefbomen.

Ppensioenfondsen beheren gedurende lange jaren grote kapitalen van hun leden. Deze worden er vanaf nu in een richting gestuurd waarin niet alleen financieel rendement belangrijk is. Voortaan wordt ook rekenschap gevraagd mbt. het effect van die geldstromen op vlak van sociaal -, milieu- of bestuurlijk beleid. ESG is niet langer een optioneel extra (aankruisvakje op een onderschrijvingsformulier) voor vermogensbeheerders. Het maakt voortaan integraal deel uit van de fiduciaire verplichtingen van aanbieders van pensioenfondsen. Zo zullen beheerders ook moeten laten zien hoe zij de risico’s van bijv. klimaatverandering aanpakken. Evolueren hun beleggingsengagementen en hun stemgedrag bijv. naar koolstofarme bedrijven of weg van de fossiele grootmachten? Hier niet aan beantwoorden kan voortaan hun juridische aansprakelijkheid in het gedrang brengen.

fossielvrij pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
Er waren al voortrekker. Nu wordt het er algemeen gangbaar.

De miljarden ponden , die in dergelijke stelsels rondhangen zullen eindelijk doen wat volgens een recent eigen onderzoek van de Britse regering verwacht wordt door 68 % van de Britse spaarders. Met name dat hun beleggingen ook rekening houden met de impact op mensen en milieu. Dit zal wellicht een groter effect hebben op de aanpak van de klimaatverandering dan bijna elke ander beslissing die de overheid kan nemen.

Binnenkort ook aan deze kant van de plas.

Het is de verwachting dat Europa hierrond  in de komende jaren zelf ook verdere stappen zet. Maar voor 1 keer is het leave-kamp een positieve trendsetter.  In België probeert FairFin bijv. de pensioensector in diezelfde richting te bewegen. Althans via het opzetten van een duurzaam pensioenspaarfonds voor leden van de (para-)medische wereld.

Natuurlijk moet in de praktijk nog blijken of de verplichting in de UK effectief wel leidt tot de te verwachten resultaten: ESG-risico’s goed inschatten én de weg naar een zero-carboneconomie helpen plaveien.

Noodzakelijk, maar niet voldoende.

Zo ziet UNPRI 4 nog te nemen obstakels:

  1. consolidatie in de pensioensector. Het VK is 1 van de meest gefragmenteerde pensioenmarkten ter wereld. Naast (relatief) hogere exploitatiekosten in een klein fonds, is het bestuur er vaak van mindere kwaliteit of minder goed uitgerust om specifieke scenario’s te kunnen analyseren. Een kwestie van “size matters”.
  2.  verbetering van de duurzame beleggingskennis bij fondsbeheerders. De meeste pensioenspaarders zijn nog 25 jaar of langer verwijderd van hun pensioen. Dit is de periode waarin de Britse regering tot een zero CO2-uitstoot wil komen. Deze economische transformatie zal ook gevolgen hebben voor het financieel rendement van beleggingen. Maar veel vermogensbeheerders hebben hun investeringsaanpak nog niet aangepast hebben aan klimaatverandering. Zo wordt er nog erg veel geld belegd in wat ooit (binnenkort?) stranded assets zijn. feit. De basisopleiding van fondsbeheerders besteedt daar nog geen aandacht aan. Ook bestuurders van dergelijke fondsen kunnen hier wel nog wat bijsturing gebruiken.
  3. pensioenfondsen moeten meer luisteren naar de bekommernissen van haar leden. Wereldwijd stijgt de aandacht voor het realiseren van de SDG’s. Veel leden willen dat hun spaargeld de wereld ‘ten goede’ komt. Maar men hoeft niet zelf het warm water uit te vinden. In binnen- en buitenland zijn al ‘best practices’  te vinden. Nu komt het er op aan van elkaar te willen leren.
  4. pensioenfondsen moeten betere service bieden. Pensioenfondsen zijn een enorme bron van inkomsten voor de financiële sector. Vaak werden ESG-factoren buiten beschouwing gelaten bij de keuze van de dataleveranciers of andere diensten waarmee men samenwerkte. ESG-screening werd soms gezien als een extra te betalen kost in plaats van als onderdeel van het totale plaatje. Ook werd vastgesteld dat weinig grote vermogensbeheerders een specifiek stembeleid hadden over bijv. klimaatverandering. Pensioenfondsen zullen zich pro-actiever moeten opstellen. Zowel ten opzichte van hun zakenpartners als in de reële economie. Transitie vereist nu eenmaal dat belangrijke actoren zich ook luid en duidelijk uitspreken.

Effecten opvolgen.

Regelgeving wijzigen is natuurlijk 1 iets. Evalueren of dit uiteindelijk ook opbrengt wat men ervan verwachte is de volgende stap. ShareAction, de Britse activistische promotor van verantwoord beleggen, heeft zich alvast voorgenomen om naar het einde van het jaar de 16 belangrijkste Britse pensioenfondsen te screenen. Met de  de huidige hervorming is de regelgeving mbt. beleggingen gewijzigd. Hoe integreert men dit  in hun beleid en hoe wordt een ambitieus ESG- en rentmeesterschapsbeleid gecommuniceerd naar de leden wordt dan de vraag.

 

Categorieën
home

Duurzame kopzorgen rond plastics.

Plastic, het materiaal van de toekomst.

Er was een tijd dat plastiek gezien werd als het product van de toekomst.

  • In de film The Graduate krijgt Dustin Hoffman de raad om er zijn toekomst op te bouwen. Google maar eens naar ‘one word: plastics’.
  • Ook de eega van John Lennon (of de oorzaak van de split van The Beatles zo je wil) wou zich als progressief profileren door haar muzikanten de groeperen onder de naam Plastic Ono Band
  • zelfs in de undergroundcultuur van het voormalige Oostblok was plastiek een verwijzing naar iets vooruitstrevend. De Praagse rockgroep The Plastic People of the Universe had verschillende aanvaringen met het Tsjechische regime.

Maar de euforie en zweem van progressiviteit die rond plastiek hing, is geleidelijk omgeslagen naar bezorgdheid. Plastiek verloor haar glans en werd meer en meer gezien als synoniem van kunstmatigheid. Dit was al zo toen in 1967 The Mothers of Invention (Frank Zappa) hun album Absolutely Free openden met de track “Plastic People” een aanklacht tegen conformisme en materialisme. In volle punkperiode werd Plastic Bertrand gewoon als stand-in gebruikt door Lou Deprijck om diens nummer “ça plane pour moi” de hitlijsten in te schreeuwen. Hiermee aanduidend dat betrokkene perfect vervangbaar én voor eenmalig gebruik bedoeld was. Hoewel deze eerste dit toch anders begrepen had. Onder meer op de verkeerde voet gezet door de songtitel die te vertalen is als “Alles zit me mee“.

“Drastic Plastic” was ook de titel van de laatste plaat van prog-rockers Bebop Deluxe (1977) .

Plastic, langzaam maar pijnlijk ontwaken.

Het beeld dat we van plastiek hebben is ondertussen drastisch bijgesteld. Van veelbelovend, luxueus én swingend werd het een gemakzuchtig verpakkingsmateriaal dat vaak overvloedig én nodeloos gebruikt werd. Om daarna achteloos weggegooid te worden.

Geleidelijk kwamen we er achter dat sommige plastieksoorten kankerverwekkend zijn én dat het moeilijk vergaat. Het blijft jaren in ons milieu rondslingeren en tast daar onder meer de gezondheid van dieren aan. Afgebroken in microformaat sijpelt het als microplastics door in onze voeding en laat zo ook sporen na in onze lichamen.

De alarmerende berichten over de aangroeiende Plasticsoep in onze oceanen, die gedurende lange tijd haar vervuilende en giftig werking heeft, roepen de laatste jaren meer en meer weerstand op.

Maatregelen dringen zich op.

Bedrijven en winkels worden opgeroepen (soms verplicht via overheden) om het gebruik van plasticzakjes te beperken. Op die manier zijn de gratis zakjes uit de warenhuizen verdwenen. Vlaanderen loopt qua wetgeving alvast niet voorop. Initiatieven om zelf linnen zakjes te gebruiken om je boodschappen te doen, om zelf je verpakking mee te brengen naar de winkel, … scherpen het bewustzijn wel wat aan.

Maar plastiek is zo doordrongen in onze maatschappij dat het een hopeloze strijd lijkt om als consument tegen dit plastic in te gaan. Het zit volop aan de binnenkant van je auto, in je speelgoed (poppen en lego), in snoepverpakkingen, water- en frisdrankflessen,… .

Een groot gedeelte van het plastic kan gerecycled worden (in België via o.m. PMD-inzameling), maar wereldwijd is dat een druppel op een hete plaat. Toch zijn er politieke initiatieven die eenmalige gebruik willen bannen en recyclage willen aanzwengelen. Zo neemt Europa het voortouw en wil dit tegen 2050 dat 90 % van het plastic terug ingezameld wordt.

Spectaculairder is natuurlijk de poging van een jonge activist Boyan Slat, die met The OceanCleanUp erg ambitieus is. En ook op veel sympathie kan rekenen.

Een recent ESG-thema voor promotors van duurzaamheid …

De plastic-problematiek komt ook steeds meer bovendrijven (sic) bij duurzame beleggers. De laatste jaren domineerde daar de klimaatwijziging én het noodzakelijk afscheid van het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar “plastic” lijkt aan een grote inhaalbeweging bezig. Het thema wordt meer en meer naar voor geschoven in allerlei lijstjes van belangrijke opkomende ESG-thema’s.

  • Zo vond je het bovenaan het lijstje van 5 ESG-Trends om voor 2019 in het oog te houden dat MSCI publiceerde. Plastiekafval wordt er gezien als de andere handelsoorlog . Verschillende afval exporterende landen zijn in 2018 tegen weigeringen van ontvangende landen aangelopen. China speelde hierin de rol van pionier. Bedrijven, maar ook beleggers zullen genoodzaakt zijn om rekening te houden met die nieuwe realiteit. Omdat het niet evident is om nog nieuwe ontvangende landen te vinden, zullen uitvoerende landen wellicht regelgeving rond afvalbeperking ernstig beginnen nemen. Dit zal niet langer een marketingprioriteit zijn, maar echt een zakelijke uitdaging.
  • Binnen PRI (Principles for Responsible Investment) werd in 2018 een Plastic Investor Working Group opgericht. Deze 29 leden tellende werkgroep wil kennis én begrip rond plastics vanuit een globaal – en holistisch perspectief ontwikkelen. En nagaan hoe dit past binnen het breder  concept van circulaire economie
  • Bij Sustainalytics, een duurzaamheidsscreener, kan je een rapport downloaden of naar een podcast luisteren met als thema “Blue Investing: Searching for solutions to ocean plastics.” Ze identificeerden 8 bedrijven die bijdragen aan oplossingen voor de plastic-vervuiling. Ze zien onder de waterlijn talrijke kansen voor beleggers liggen.

… een wingewest voor beleggers …

Op plastic en de verschuiving in gebruik ervan ( volgens het reduce-, reuse- en recycleprincipe) wordt ook al ingespeeld door investeerders en beleggers.

  • In The Plastic Issue erkende PAI Partners, origineel een Paribas-onderneming gefocust op private equity-investeringen binnen Europa, de opportuniteit van investeren in plastics. Het heeft daarbij grote aandacht voor stimuleren van hergebruik. Iets wat nu bij slechts 7 % van de plastics gebeurd. En door de beperkte schaal waarop het gebeurt momenteel nog 20 à 30 % duurder is dan de productie van nieuwe plastics. Regelgeving die dit stuurt kan natuurlijk het aanbod groter maken, waardoor de prijzen automatisch zullen dalen.
  • Bij AMP Capital vinden we in hun artikel Top 10 ESG Issues for 2019 op nummer 7 The War on Plastic vermeld. De redacteur komt uit Australië, waar ze het probleem aan den lijve ondervonden door de hogervermelde terugzending van hun afval door China.  Ze stipt aan dat volgens een VN Milieurapport uit 2017 er bij ongewijzigd beleid er in 2050 meer plastiek dan vis in de zee zal zitten. Ook daar verwachten ze beleidskeuzes die het eenmalig gebruik van plastiek voor zowel bedrijven als consument duurder zullen maken.
  • ESGClarity.com is een redactioneel geleide website voor fondsenbeleggers, die rekening willen houden met ESG in hun overwegingen. Ook daar verwachten ze dat de politiek strenger zal worden tegen plasticvervuiling en haar toxische impact. En ziet men beleggingsopportuniteiten.

… maar bezorgdheid nog niet prominent aanwezig bij duurzame beleggingsfondsen.

Op vandaag zien we amper dat beleggingsfondsen specifiek rapporteren over hun insteek mbt. de plasticproblematiek. Misschien komt dit nog als het thema verder aan gewicht wint (of de zoekmotoren van Google en consoorten dit beter oppikken).

Plastic, een nieuwe ijsberg waarvan we stilaan de diepgang beginnen beseffen.

Als resultaat van een vergadering over SDG (duurzame ontwikkelingsdoelen – Sustainable Development Goals) op 14 in juli 2017 nam de VN (lees: de wereld) de resolutie “Our Ocean, our future: call for action” aan. Alle landen verbonden zich er toe zich meer in te spannen om vervuiling van oceanen tegen te gaan. Concreet kwam de focus vooral op bestrijden van eenmalig (verpakkings)plastic te liggen.

De strijd tegen plastics is niet expliciet opgenomen in 1 van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Maar volgens de Plastic Soup Foundation is de strijd tegen plasticvervuiling toe te wijzen aan verschillende van die duurzaamheidsdoelen. Ze zien immers banden met SDG 3 (gezondheid en welzijn), SDG 6 (schoon drinkwater en sanitair), SDG 11 (duurzame steden en gemeenschappen), SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie), SDG 13 (klimaatactie), SDG 14 (leven in het water) én SDG 15 (leven op het land).

Het is dan ook te verwachten dat banken en beleggingsfondsen die de SDG’s als checklijst voor hun duurzaamheidsinsteek zien, de strijd tegen plasticvervuiling meer en meer in hun beleggingsbeleid zullen opnemen.