Categorieën
home

Europa legt de regels voor duurzaam investeren vast.

EU taxonomy on sustainable finance
“duurzaam” was tot heden nog een rekbaar begrip. Een sluitend klassement drong zich op. Europa trekt nu de lijnen.

Klasseren op een consequente manier, zorgt er voor dat de juiste informatie gemakkelijk bereikbaar is. Het is een ondergewaardeerde kunst.  Belangrijk bij klasseren is een goede analyse van het toekomstige gebruik én van de doelstelling van een klassement. Wie  een concrete vraag formuleert, moet het antwoord eenvoudig uit het klassement kunnen halen.

De EU taxonomy on sustainable finance is zo’n klassement. Wat is de bedoeling ervan?

EU taxonomy on sustainable finance
De EU taxonomy is geen classificatie die toevertrouwd werd een plaatselijke Jomme DOCKX. Een hele waaier experten kwam er aan te pas.

Wil je duurzaam investeren?

Dit orde scheppen heeft de EU ook willen voorzien in de wereld van “duurzaam beleggen”. Om er voor te zorgen dat een argeloze, maar ter goeder trouw handelende belegger niet in het ootje genomen wordt door gladde marketing. Want ook bij beleggen wordt de realiteit van een product soms verdoezeld door inventieve verpakking of ditto naamgeving (greenwash). Een bekochte klant wendt zich af van het type product.  Terwijl de EU juist duurzaam beleggen als 1 van de hefbomen ziet om onze samenleving in de richting van klimaatneutraal functioneren te oriënteren. En dit tevens de realisatie van de SDG’s vooruit helpt.

Dan moet je eerst bepalen wat wél en wat niet duurzaam is?

Daarom werkte men in de cenakels van de EU al een tijdje aan het opstellen van een EU taxonomy on sustainable finance. Het technisch rapport verscheen in juni 2019. Daarna waren er 3 maand  om opmerkingen over dit rapport te inventariseren. In dergelijk terugkoppelingsmoment wordt er op diverse manier druk uitgeoefend om het laken aan zijn kant te trekken. Uiteindelijk duurde het toch iets langer vooraleer er witte rook kwam.

Per 5 december was het zo ver. Na weken van gesprekken tussen leden van het Europees Parlement en EU-diplomaten is er nu een klassementssysteem opgemaakt. En werd duidelijk welke producten als “groen” op de markt kunnen gebracht worden.

Het is nu wachten op de formele goedkeuring door de leden van het Europees Parlement en de EU-regeringen. Er wordt verwacht dat dit nog voor het einde van het jaar zal gebeuren. Daarna is de geleidelijke uitrol ervan mogelijk.

Met de goedkeuring van de EU taxonomy, midden in de klimaatbesprekingen in Madrid, bevestigt Europa zijn ambitie om klimaatneutraal te worden tegen 2050. Om dit te bereiken moeten  grote kapitalen verschuiven naar groene projecten en CO2-arme infrastructuur.

Verschillende betrokkenen bij de totstandkoming van de EU taxonomy zien het klassement als een nieuw soort metriek stelsel of een nieuw soort grammatica voor de financiële markten. Een maatstaf om eens en voor altijd te beslissen wat groen/duurzaam is en wat niet.

 

Nu er voortaan met dezelfde taal gesproken kan worden op de financiële markten van Europa verwacht men dat het makkelijker wordt om meer kapitaal toe te wijzen aan activiteiten ter ondersteuning van de klimaatakkoorden van Parijs.

Een raamwerk met  3 categorieën.

Om een activiteit als duurzaam te kunnen omschrijven moet hij minstens in 1 van de volgende vakjes passen:

  1. SUSTAINABLE: het hoogste label ‘groen’ bevat de onbetwistbaar duurzame activiteiten. Je kan ze omschrijven als “leveren een positieve bijdrage aan klimaatbescherming zonder het milieu in andere gebieden te schade (do-not harm).
  2. ENABLING: Dit zijn “activerende” activiteiten. Zo is het duidelijk dat staal- en cementproductie erg milieubelastend is. Maar staal of cement dat gebruikt wordt voor aanmaak van windparken, helpen natuurlijk de uitstoot te verminderen.
    1. Bedrijven die hun omzet in activerende projecten halen, zullen nog in een duurzame investering kunnen steken.
    2. Hun soortgenoten, die deze aanspraak niet kunnen waarmaken, niet.
  3. TRANSITION: In afwachting van een koolstofvrije economie zijn we nog even aangewezen op “overgangstechnologieën”. Zo hebben we vandaag nog energiebronnen als gas of kernenergie nodig. Hierrond (en zelfs rond steenkool) was er lobbywerk ontstaan. Met vertraging tot gevolg.  Steenkoolinvesteringen zijn uitgesloten van elke definiëring van duurzaamheid. Koolstofarme bronnen als gas en kernenergie worden –op vraag van Duitsland en Frankrijk– wel nog weerhouden. Maar voor hen moet een nog nader uit te werken waardering komen. Deze zal gestoeld zijn op het “do not harm” -principe.

De EU taxonomy zal er toe leiden dat bedrijven hun activiteiten niet meer op basis van hun eigen benoemingsmethode zullen kunnen omschrijven.  Eens de nieuwe regels van kracht zijn moeten ze de strikte regels van de EU gebruiken.  Bedrijfsactiviteiten worden dan duidelijk benoemd als niet-duurzaam, duldbaar (overgangstechnologieën en activerende activiteiten) of duurzaam.

Belang voor de financiële sector en beleggers

Wie in die activiteit wenst te investeren (kredietverlening, aandelenaankoop, beleggingsfondsen, pensioenfondsen,…) weet straks dus veel duidelijker waar hij aan toe is.  En zo wordt een toetsingskader geschapen voor de financiële markten en haar beleggers. Leveren de investeringen, die ik wens te doen een bijdrage aan mens en planeet?

Elk financieel product zal transparant moeten zijn. Aan welke mate van duurzaamheid beantwoord het?

Niet-groene producten krijgen wellicht de mogelijkheid om gebruik te  maken van een opt-out. Zij zullen niet moeten aantonen hoe weinig duurzaam ze zijn. Door middel van een opgelegde disclaimer zal echter duidelijk worden dat je bij hen in een bruine financiering stapt. Aangenomen wordt dat -zo er alternatieven op de markt zijn- niet iedereen hiervoor staat te springen.

Volgende halte: stoppen met schadelijke investeringen.

Nu er duidelijkheid is over wat duurzame investeringen zijn, moeten de rollen nog omgekeerd worden. Afspreken welke schadelijke investeringen zo vlug als mogelijk gemeden worden. Hiervoor was minder animo te vinden binnen Europa. Maar uiteindelijk werd beslist dat de Europese Commissie hierrond in 2021 met voorstellen komt.

Nudging is immers 1 deel van de medaille. Maar er dient ook een moment te komen dat repressiever financieel optreden start. Anders gaan bepaalde schadelijke praktijken nooit tijdig uitgefaseerd geraken.

En vergeet ook het sociale niet.

Verder zal m.i.  ook in het oog moeten gehouden worden in welke mate er door de (terechte) grote aandacht voor klimaatwijziging nog voldoende aandacht is voor de sociale kant bij duurzaam investeren.

In de groep die de regels opstelden, was er onder meer een vertegenwoordiging van PRI en werd er bepaald dat ook de Labour standards van de Internationale Arbeidsorganisatie als richtlijn overeind moeten blijven.

Maar in alles wat er tot heden naar buiten komt rond die taxonomy overheerst toch erg duidelijk de E boven de S  van ESG. Een sociale taxonomy is wellicht even wenselijk.

 

 

 

Categorieën
home

De eigen portefeuille in november 2019

December komt er aan. Dat betekent dat beleggers en beleggingsfirma’s beginnen met achteruitkijken (moeten we nog af van slechte investeringen om onze balans/resultaten op te poetsen) en ook hun vooruitzichten beginnen publiceren (wat houdt 2020 volgens ons in petto). In de achteruitkijkspiegel zal het er voor dit jaar allemaal goed uitzien (tenzij de roetpiet in december nog fors uithaalt ). Ook voor onze eigen portefeuille (tenzij COP25 spectaculair zou falen).

De vooruitzichten voor 2020 zijn wat disparater. Sommigen gokken op een recessie. Anderen zien het recessiegevaar langzaam naar de achtergrond verdwijnen.

COP25 en Europese Commissie gaan van start.

Begin december gaat in Madrid de 25e Conference of the Parties door, beter bekend als COP25 of de klimaatconferentie van Madrid 2019 ( aanvankelijk gepland voor Brazilië, later doorgeschoven naar Chili). De afgelasting in Chili door aanhoudende rellen kwam in de media vooral aan bod door de problemen die dit veroorzaakte in de mobiliteit van jonge klimaatactivisten als Anuna De Wever en Greta Thunberg. Vraag is of de wereld besluit tot het opvoeren van de klimaatdoelstellingen.

Misschien is deze conferentie een goede manier voor Ursula Von der Leyen, kersvers voorzitter van de Europese Commissie om haar klimaat-intenties extra in de verf te zetten. De commissie kan immers eindelijk van start gaan na opgelopen vertragingen bij het kiezen van haar leden. De afgelopen maand gaf de EIB alvast een schot voor de boeg. De Europese Investeringsbank stopt (nou ja, binnen 2 jaar) met haar investeringen in fossiele brandstoffen.

COP25 portefeuille
Saudi Aramco: gebuisd voor beursgang – En straks in Madrid meer aandacht voor hernieuwbare energie

Het mislukken van de lancering van de gedeeltelijke beursgang van ’s werelds grootste oliemaatschappij (Saudi Aramco) is mogelijk ook voor een groot stuk toe te schrijven aan de gevoeligheid voor de klimaatkwestie (investeerders in Europa en VS en beleggingsfondsen zijn gevoeliger dan vroeger voor reputatieschade en mogelijke slechte vooruitzichten bij investeren in olie). Echter het gebrek aan bestuurlijke doorzichtigheid (Saudi -Arabië behoudt 98,5 % van de aandelen) en dat het land -met een understatement gezegd- nu ook niet het meest democratische is spelen zeker ook mee. Net als de hoge prijs waarmee het aandeel naar de markt gebracht werd. Zo zie je toch dat ESG aan tractie wint in de beleggingswereld. De E(nvironmental) en de G(overnance) hebben meegespeeld om wat aangekondigd werd als de “moeder aller beursgangen” met een sisser te laten aflopen.

Onze portefeuille gaat door op haar elan.

De eigen portefeuille blijft dit jaar als een soort jacobsladder steeds hogere horizonten opzoeken. Toch wat het korte-termijn rendement betreft. Sinds het jaarbegin staat ze nu op + 23,16 %. U vindt ze hier terug.

Voor een duurzame belegging is natuurlijk niet alleen rendement belangrijk. Ook de mate van duurzaamheid is een norm. Door de nieuwe benadering van Morningstar is de manier waarop zij naar bedrijven en beleggingen kijken recent gewijzigd. Er wordt minder naar het verleden gekeken en meer naar de toekomst (welke ESG-uitdagingen zijn nog acuut en worden nog niet (voldoende) opgepakt?). COp25 portefeuille

Dit heeft er toe geleid dat diverse van de fondsen in de eigen portefeuille plots globes verloren of globes bijwonnen. Het uiteindelijke effect van alle verschuivingen is lichtjes positief.

Wijzigingen in Morningstarbenadering heeft licht positief effect op onze eigen portefeuille.

Waar de portefeuille eind september een duurzaamheidsscore van 4, 156 op 5 behaalde, is dit op eind november 4,247 op 5 geworden. Of een vooruitgang van 1,82 %.

Deze vooruitgang heeft ook een lichte invloed op de objectiveringsscore van de portefeuille. Dit is een intern evaluatiesysteem dat we bij ethisch beleggen gebruiken om niet alleen de duurzaamheid van een belegging te vatten, maar om ook gewicht te geven aan de beleggingskwaliteit van de fondsen. Ook duurzame beleggers beleggen immers vanuit de verwachting dat ze liever geld verdienen dan er te verliezen. Voldoende positieve rendementen op korte, middellange – en lange termijn, maar ook prestaties in vergelijking met benchmarkt wordt in de objectiviteitsscore meegenomen. Deze score heeft een schaal tot 10.

Onze portefeuille haalde eind september 3,79 en is nu ook lichtjes gestegen naar 3,87. Of een stijging met 0,8 %.

Objectiviteitsscore in modelportefeuilles meestal hoger dan in de eigen portefeuille.

U schrikt van het lage cijfer? Ja, onze benadering is dan ook redelijk streng. Het beste fonds uit de meer dan 60 fondsen die wij opvolgen haalt momenteel een 7,5 op 10. Slechts 9 fondsen halen de helft of meer van de punten. Gezien het grootste stuk van onze portefeuille opgebouwd werd voor de invoering van deze objectiveringsscore en we wegens de instapkost én het feit dat de leveranciers die betrokken zijn in de eigen portefeuille niet zomaar alle fondsen uit ons aanbod kunnen leveren, is zwaar optrekken van dit cijfer niet mogelijk.

Bij de samenstelling van de jaarlijkse modelportefeuilles wordt wel rekening gehouden met de objectiviteitsscore. Daar scoren de meeste portefeuilles toch meer dan 4 op 10.

Nog te laag volgens uw mening? Vergeet dan niet dat een basisregel bij beleggen ook oplegt om voldoende spreiding in je portefeuille te betrachten.

 

Categorieën
home

Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.

Het Verenigd Koninkrijk komt de laatste paar jaar in beeld als een land op drift. De politieke leiders zijn er niet slagkrachtig (of slaan alle richtingen uit). De bevolking is het alleen eens over het feit dat ze verdeeld zijn. Zichzelf in de voet schieten lijkt een wezenskenmerk van de Britten te zijn. Althans gezien vanuit onze positie aan de overkant van het Kanaal.

Er is meer dan de karikatuur.

Scrabble pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
ESG : 3 x woordwaarde
Environmental
Social
Governance

Toch gebeuren er ook nog zinvolle dingen. Deze komen bij ons amper in de pers. Zo is de wetgeving rond financiële producten er recent aangepast. Als onderdeel van het streven van de overheid om klimaatverandering aan te pakken, zijn pensioenfondsen met ingang van 01/10/2019 er verplicht om een ESG-beleid te hebben. Zodra er meer dan 100 leden in een pensioenfonds toegetreden zijn, ben je onderhevig aan die verplichting. De ESG-benadering moet voortaan -naast de financiële overwegingen- ook uiteengezet worden in hun SIP (Statement of Investment Principles). Kort door de bocht: rentmeesterschap duikt voortaan ook op in elke prospectus van een (niet-ultraklein) pensioenfonds.

Pensioenfondsen zijn grote financiële hefbomen.

Ppensioenfondsen beheren gedurende lange jaren grote kapitalen van hun leden. Deze worden er vanaf nu in een richting gestuurd waarin niet alleen financieel rendement belangrijk is. Voortaan wordt ook rekenschap gevraagd mbt. het effect van die geldstromen op vlak van sociaal -, milieu- of bestuurlijk beleid. ESG is niet langer een optioneel extra (aankruisvakje op een onderschrijvingsformulier) voor vermogensbeheerders. Het maakt voortaan integraal deel uit van de fiduciaire verplichtingen van aanbieders van pensioenfondsen. Zo zullen beheerders ook moeten laten zien hoe zij de risico’s van bijv. klimaatverandering aanpakken. Evolueren hun beleggingsengagementen en hun stemgedrag bijv. naar koolstofarme bedrijven of weg van de fossiele grootmachten? Hier niet aan beantwoorden kan voortaan hun juridische aansprakelijkheid in het gedrang brengen.

fossielvrij pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
Er waren al voortrekker. Nu wordt het er algemeen gangbaar.

De miljarden ponden , die in dergelijke stelsels rondhangen zullen eindelijk doen wat volgens een recent eigen onderzoek van de Britse regering verwacht wordt door 68 % van de Britse spaarders. Met name dat hun beleggingen ook rekening houden met de impact op mensen en milieu. Dit zal wellicht een groter effect hebben op de aanpak van de klimaatverandering dan bijna elke ander beslissing die de overheid kan nemen.

Binnenkort ook aan deze kant van de plas.

Het is de verwachting dat Europa hierrond  in de komende jaren zelf ook verdere stappen zet. Maar voor 1 keer is het leave-kamp een positieve trendsetter.  In België probeert FairFin bijv. de pensioensector in diezelfde richting te bewegen. Althans via het opzetten van een duurzaam pensioenspaarfonds voor leden van de (para-)medische wereld.

Natuurlijk moet in de praktijk nog blijken of de verplichting in de UK effectief wel leidt tot de te verwachten resultaten: ESG-risico’s goed inschatten én de weg naar een zero-carboneconomie helpen plaveien.

Noodzakelijk, maar niet voldoende.

Zo ziet UNPRI 4 nog te nemen obstakels:

  1. consolidatie in de pensioensector. Het VK is 1 van de meest gefragmenteerde pensioenmarkten ter wereld. Naast (relatief) hogere exploitatiekosten in een klein fonds, is het bestuur er vaak van mindere kwaliteit of minder goed uitgerust om specifieke scenario’s te kunnen analyseren. Een kwestie van “size matters”.
  2.  verbetering van de duurzame beleggingskennis bij fondsbeheerders. De meeste pensioenspaarders zijn nog 25 jaar of langer verwijderd van hun pensioen. Dit is de periode waarin de Britse regering tot een zero CO2-uitstoot wil komen. Deze economische transformatie zal ook gevolgen hebben voor het financieel rendement van beleggingen. Maar veel vermogensbeheerders hebben hun investeringsaanpak nog niet aangepast hebben aan klimaatverandering. Zo wordt er nog erg veel geld belegd in wat ooit (binnenkort?) stranded assets zijn. feit. De basisopleiding van fondsbeheerders besteedt daar nog geen aandacht aan. Ook bestuurders van dergelijke fondsen kunnen hier wel nog wat bijsturing gebruiken.
  3. pensioenfondsen moeten meer luisteren naar de bekommernissen van haar leden. Wereldwijd stijgt de aandacht voor het realiseren van de SDG’s. Veel leden willen dat hun spaargeld de wereld ‘ten goede’ komt. Maar men hoeft niet zelf het warm water uit te vinden. In binnen- en buitenland zijn al ‘best practices’  te vinden. Nu komt het er op aan van elkaar te willen leren.
  4. pensioenfondsen moeten betere service bieden. Pensioenfondsen zijn een enorme bron van inkomsten voor de financiële sector. Vaak werden ESG-factoren buiten beschouwing gelaten bij de keuze van de dataleveranciers of andere diensten waarmee men samenwerkte. ESG-screening werd soms gezien als een extra te betalen kost in plaats van als onderdeel van het totale plaatje. Ook werd vastgesteld dat weinig grote vermogensbeheerders een specifiek stembeleid hadden over bijv. klimaatverandering. Pensioenfondsen zullen zich pro-actiever moeten opstellen. Zowel ten opzichte van hun zakenpartners als in de reële economie. Transitie vereist nu eenmaal dat belangrijke actoren zich ook luid en duidelijk uitspreken.

Effecten opvolgen.

Regelgeving wijzigen is natuurlijk 1 iets. Evalueren of dit uiteindelijk ook opbrengt wat men ervan verwachte is de volgende stap. ShareAction, de Britse activistische promotor van verantwoord beleggen, heeft zich alvast voorgenomen om naar het einde van het jaar de 16 belangrijkste Britse pensioenfondsen te screenen. Met de  de huidige hervorming is de regelgeving mbt. beleggingen gewijzigd. Hoe integreert men dit  in hun beleid en hoe wordt een ambitieus ESG- en rentmeesterschapsbeleid gecommuniceerd naar de leden wordt dan de vraag.

 

Categorieën
home

Duurzame kopzorgen rond plastics.

Plastic, het materiaal van de toekomst.

Er was een tijd dat plastiek gezien werd als het product van de toekomst.

  • In de film The Graduate krijgt Dustin Hoffman de raad om er zijn toekomst op te bouwen. Google maar eens naar ‘one word: plastics’.
  • Ook de eega van John Lennon (of de oorzaak van de split van The Beatles zo je wil) wou zich als progressief profileren door haar muzikanten de groeperen onder de naam Plastic Ono Band
  • zelfs in de undergroundcultuur van het voormalige Oostblok was plastiek een verwijzing naar iets vooruitstrevend. De Praagse rockgroep The Plastic People of the Universe had verschillende aanvaringen met het Tsjechische regime.

Maar de euforie en zweem van progressiviteit die rond plastiek hing, is geleidelijk omgeslagen naar bezorgdheid. Plastiek verloor haar glans en werd meer en meer gezien als synoniem van kunstmatigheid. Dit was al zo toen in 1967 The Mothers of Invention (Frank Zappa) hun album Absolutely Free openden met de track “Plastic People” een aanklacht tegen conformisme en materialisme. In volle punkperiode werd Plastic Bertrand gewoon als stand-in gebruikt door Lou Deprijck om diens nummer “ça plane pour moi” de hitlijsten in te schreeuwen. Hiermee aanduidend dat betrokkene perfect vervangbaar én voor eenmalig gebruik bedoeld was. Hoewel deze eerste dit toch anders begrepen had. Onder meer op de verkeerde voet gezet door de songtitel die te vertalen is als “Alles zit me mee“.

“Drastic Plastic” was ook de titel van de laatste plaat van prog-rockers Bebop Deluxe (1977) .

Plastic, langzaam maar pijnlijk ontwaken.

Het beeld dat we van plastiek hebben is ondertussen drastisch bijgesteld. Van veelbelovend, luxueus én swingend werd het een gemakzuchtig verpakkingsmateriaal dat vaak overvloedig én nodeloos gebruikt werd. Om daarna achteloos weggegooid te worden.

Geleidelijk kwamen we er achter dat sommige plastieksoorten kankerverwekkend zijn én dat het moeilijk vergaat. Het blijft jaren in ons milieu rondslingeren en tast daar onder meer de gezondheid van dieren aan. Afgebroken in microformaat sijpelt het als microplastics door in onze voeding en laat zo ook sporen na in onze lichamen.

De alarmerende berichten over de aangroeiende Plasticsoep in onze oceanen, die gedurende lange tijd haar vervuilende en giftig werking heeft, roepen de laatste jaren meer en meer weerstand op.

Maatregelen dringen zich op.

Bedrijven en winkels worden opgeroepen (soms verplicht via overheden) om het gebruik van plasticzakjes te beperken. Op die manier zijn de gratis zakjes uit de warenhuizen verdwenen. Vlaanderen loopt qua wetgeving alvast niet voorop. Initiatieven om zelf linnen zakjes te gebruiken om je boodschappen te doen, om zelf je verpakking mee te brengen naar de winkel, … scherpen het bewustzijn wel wat aan.

Maar plastiek is zo doordrongen in onze maatschappij dat het een hopeloze strijd lijkt om als consument tegen dit plastic in te gaan. Het zit volop aan de binnenkant van je auto, in je speelgoed (poppen en lego), in snoepverpakkingen, water- en frisdrankflessen,… .

Een groot gedeelte van het plastic kan gerecycled worden (in België via o.m. PMD-inzameling), maar wereldwijd is dat een druppel op een hete plaat. Toch zijn er politieke initiatieven die eenmalige gebruik willen bannen en recyclage willen aanzwengelen. Zo neemt Europa het voortouw en wil dit tegen 2050 dat 90 % van het plastic terug ingezameld wordt.

Spectaculairder is natuurlijk de poging van een jonge activist Boyan Slat, die met The OceanCleanUp erg ambitieus is. En ook op veel sympathie kan rekenen.

Een recent ESG-thema voor promotors van duurzaamheid …

De plastic-problematiek komt ook steeds meer bovendrijven (sic) bij duurzame beleggers. De laatste jaren domineerde daar de klimaatwijziging én het noodzakelijk afscheid van het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar “plastic” lijkt aan een grote inhaalbeweging bezig. Het thema wordt meer en meer naar voor geschoven in allerlei lijstjes van belangrijke opkomende ESG-thema’s.

  • Zo vond je het bovenaan het lijstje van 5 ESG-Trends om voor 2019 in het oog te houden dat MSCI publiceerde. Plastiekafval wordt er gezien als de andere handelsoorlog . Verschillende afval exporterende landen zijn in 2018 tegen weigeringen van ontvangende landen aangelopen. China speelde hierin de rol van pionier. Bedrijven, maar ook beleggers zullen genoodzaakt zijn om rekening te houden met die nieuwe realiteit. Omdat het niet evident is om nog nieuwe ontvangende landen te vinden, zullen uitvoerende landen wellicht regelgeving rond afvalbeperking ernstig beginnen nemen. Dit zal niet langer een marketingprioriteit zijn, maar echt een zakelijke uitdaging.
  • Binnen PRI (Principles for Responsible Investment) werd in 2018 een Plastic Investor Working Group opgericht. Deze 29 leden tellende werkgroep wil kennis én begrip rond plastics vanuit een globaal – en holistisch perspectief ontwikkelen. En nagaan hoe dit past binnen het breder  concept van circulaire economie
  • Bij Sustainalytics, een duurzaamheidsscreener, kan je een rapport downloaden of naar een podcast luisteren met als thema “Blue Investing: Searching for solutions to ocean plastics.” Ze identificeerden 8 bedrijven die bijdragen aan oplossingen voor de plastic-vervuiling. Ze zien onder de waterlijn talrijke kansen voor beleggers liggen.

… een wingewest voor beleggers …

Op plastic en de verschuiving in gebruik ervan ( volgens het reduce-, reuse- en recycleprincipe) wordt ook al ingespeeld door investeerders en beleggers.

  • In The Plastic Issue erkende PAI Partners, origineel een Paribas-onderneming gefocust op private equity-investeringen binnen Europa, de opportuniteit van investeren in plastics. Het heeft daarbij grote aandacht voor stimuleren van hergebruik. Iets wat nu bij slechts 7 % van de plastics gebeurd. En door de beperkte schaal waarop het gebeurt momenteel nog 20 à 30 % duurder is dan de productie van nieuwe plastics. Regelgeving die dit stuurt kan natuurlijk het aanbod groter maken, waardoor de prijzen automatisch zullen dalen.
  • Bij AMP Capital vinden we in hun artikel Top 10 ESG Issues for 2019 op nummer 7 The War on Plastic vermeld. De redacteur komt uit Australië, waar ze het probleem aan den lijve ondervonden door de hogervermelde terugzending van hun afval door China.  Ze stipt aan dat volgens een VN Milieurapport uit 2017 er bij ongewijzigd beleid er in 2050 meer plastiek dan vis in de zee zal zitten. Ook daar verwachten ze beleidskeuzes die het eenmalig gebruik van plastiek voor zowel bedrijven als consument duurder zullen maken.
  • ESGClarity.com is een redactioneel geleide website voor fondsenbeleggers, die rekening willen houden met ESG in hun overwegingen. Ook daar verwachten ze dat de politiek strenger zal worden tegen plasticvervuiling en haar toxische impact. En ziet men beleggingsopportuniteiten.

… maar bezorgdheid nog niet prominent aanwezig bij duurzame beleggingsfondsen.

Op vandaag zien we amper dat beleggingsfondsen specifiek rapporteren over hun insteek mbt. de plasticproblematiek. Misschien komt dit nog als het thema verder aan gewicht wint (of de zoekmotoren van Google en consoorten dit beter oppikken).

Plastic, een nieuwe ijsberg waarvan we stilaan de diepgang beginnen beseffen.

Als resultaat van een vergadering over SDG (duurzame ontwikkelingsdoelen – Sustainable Development Goals) op 14 in juli 2017 nam de VN (lees: de wereld) de resolutie “Our Ocean, our future: call for action” aan. Alle landen verbonden zich er toe zich meer in te spannen om vervuiling van oceanen tegen te gaan. Concreet kwam de focus vooral op bestrijden van eenmalig (verpakkings)plastic te liggen.

De strijd tegen plastics is niet expliciet opgenomen in 1 van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Maar volgens de Plastic Soup Foundation is de strijd tegen plasticvervuiling toe te wijzen aan verschillende van die duurzaamheidsdoelen. Ze zien immers banden met SDG 3 (gezondheid en welzijn), SDG 6 (schoon drinkwater en sanitair), SDG 11 (duurzame steden en gemeenschappen), SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie), SDG 13 (klimaatactie), SDG 14 (leven in het water) én SDG 15 (leven op het land).

Het is dan ook te verwachten dat banken en beleggingsfondsen die de SDG’s als checklijst voor hun duurzaamheidsinsteek zien, de strijd tegen plasticvervuiling meer en meer in hun beleggingsbeleid zullen opnemen.

 

 

 

Categorieën
home

File under Fake: “duurzaam beleggen is duur, risicovol én niet-rendabel”

De voorbije jaren verschenen verschillende studies die er op wezen dat beleggers die rekening hielden met ESG-aspecten in hun keuzes minstens een gelijk, zo niet een hoger rendement bekwamen dan zij die dit niet deden. Op onze pagina Duurzaam beleggen is rendabel vindt u er enkele opgelijst.

Oppassen met je eigen gelijk.

Als je standpunt ook je visie bepaalt

Bevestiging vinden voor je eigen overtuigingen is steeds leuk. Maar het kan je ook in slaap wiegen. Wie steeds kiest voor info die in zijn kraam past, landt in een bubbel van het eigen gelijk. Een luchtbel die zich afsluit van informatie die je opnieuw uitdaagt of die je dwingt om je eigen premissen toch nog eens tegen het licht te houden.

De ene PRI is de andere niet.

Daarom trok een recente publicatie van PRI onze aandacht.

PRI, dat is toch de afkorting voor Principles for Responsible Investment een organisatie van de VN, die duurzaam investeren wil bevorderen? Ja, natuurlijk, maar de afkorting is niet gepatenteerd.

Dus moesten we om te beginnen al even beter kijken. De betrokken studie werd uitgegeven door het Pacific Research Institute.  Ze heeft als titel Environmental, Social, And Governance (ESG) Investing: An Evaluation of the Evidence. En werd bijeen geschreven door Wayne Winegarden, die zichzelf op pagina 26 van het document voorstelt. Een pagina verder lees je het promotekstje over de uitgever van de brochure.

Quod erat demonstrandum.

In de studie werden 30 ESG-fondsen vergeleken met de resultaten van de S&P 500 index. “Scoren de ESG-fondsen  beter of niet?” is de vraagstelling. Kort samengevat luidt hun antwoord “Neen“.

Categorieën
home

Amerikaans geld koopt Europese extra-financiële informatiebronnen

 

recent onderzoek door SustainAbility laat zien dat niet alle instanties dezelfde geloofwaardigheid hebben. Maar toch is de jacht op de raters open.

Europa heeft (of moeten we gezien de recente gebeurtenissen schrijven: had?) flink wat expertise opgebouwd in evalueren van extra-financiële informatie over bedrijven. Inzetten op ESG is pas zinvol zo er betrouwbare informatiebronnen zijn, welke evalueren of bedrijven duurzaam zijn en of beleggingsfondsen die er in beleggen ernstig zijn. Passen ze uitsluitingsregels (niet investeren in tabak, fossiele brandstoffen, ….) toe of gaan ze voor bedrijven die “best in class” zijn op hun terrein? Als we het aan de bedrijven of de fondsen zelf overlaten om daar standpunten over te publiceren, dan zal de marketingafdeling het vlug overnemen en dreigen we volop in greenwash te verzeilen.

Door de jaren heen zijn er aan deze kant van de oceaan tal van organisaties opgestaan, welke de houding én de praktijk van bedrijven en beleggingsfondsen tegen het licht hielden. Zo kon een belegger zekerder zijn dat hij geen kat in een zak kocht bij het duurzaam investeren.

Koken kost geld.

Maar investeren in onderzoek naar extra-financiële informatie, is een kostelijke bedrijvigheid. In tegenstelling tot financiële informatie, die meestal relatief mooi (zij het soms verdoezeld) opgelijst is in de jaarverslagen van bedrijven, vergt het vergaren van informatie over het ESG-beleid van bedrijven het verkennen van diverse bronnen, die vaak erg verspreid en niet altijd vlot toegankelijk zijn.

Naast overheidsinkomsten (als publiek relevant onderzoekscentrum), zijn banken, verzekeraars en andere institutionele beleggers de bronnen waar dergelijke instellingen hun geld moeten bijeenzoeken. En uiteraard -in een tijd waarin op de kleintjes gelet wordt- is het niet evident om zijn informatie aan voldoende hoge prijs te kunnen verhandelen. Te meer omdat de diepgang, die vereist werd steeds opgedreven werd. Niet alleen door druk gezien er stelselmatig betere kennis bij beleggers aanwezig was en (financiële) activisten ook hun gewicht in de schaal wierpen. Maar ook door de groei van het aantal raters zelf, die elkaar de koek onderling betwisten.

En dan begint het schoentje wel eens te wringen. We zagen dan ook zowel schaalvergroting ontstaan (vb. fusie Vigeo met Eiris in 2015) als overname (en integratie) van de informatieverstrekkers door belangrijke groepen uit de financiële wereld.

Bovenstaand schema vonden we bij Novethic, die in april van dit jaar een artikel gewijd hebben aan het opkopen van Europese raters door Amerikaanse instellingen. In het artikel wordt misschien een beetje goedkoop gesteld dat Amerikanen op vinkenslag liggen om nuttige bedrijven te kopen op momenten dat de markt rijp begint te raken. Dit zou nu voor ESG het geval zijn. Het is een opmerking die we ook regelmatig horen wanneer multi-nationals kleine start-ups oppikken om ze in hun werking te integreren (of uit de markt te weren).

Het schema duidt wel aan dat er een concentratiebeweging aan de gang is.

  1. ISS ESG  sloeg zowel in 2015, 2017 en in 2018 haar slag. Hoewel haar functie op het Novethicschema gereduceerd wordt tot raadgevers mbt. stemrecht, is de werking van ISS ESG toch veel uitgebreider. Ze wil investeerders helpen om verantwoord te beleggen door middel van screening, analyse en rating. Fondsenhuizen spelen daar natuurlijk op in. Zo verwees Candriam nog recent dat 2 van haar fondsen in de Europese Top 10 mbt. klimaatprestaties stond.
  2. De financiële informatieverstrekker Morningstar kocht in 2017 Sustainalytics. En heeft sindsdien in haar informatieverstrekking diverse ESG-gerelateerde ingrepen uitgevoerd (Morningstar Sustainability Rating – hoewel gepubliceerd in 2016 wordt mee door de Sustainalytics-info gevoed, de Carbon Risk Score en de exposure aan fossiele brandstoffen werd aan de financiële info toegevoegd per 2018).
  3.  S&P Global kocht het Engelse Trucost in 2016. Trucost berekent de verborgen kosten van niet-duurzaam gebruik van natuurlijke bronnen door bedrijven. Naast kredietratings is S&P Global onder meer ook gekend van haar indexen: de S&P 500 zal wel de bekendste zijn, maar ze beheert ook onder meer maar liefst 56 diverse ESG indexen.
  4. Moody’s tot slot, kocht in april 2019 Vigeo Eiris. Moody’s is eveneens gekend als een kredietratingspecialist en moet gezien worden als de grootste concurrent van S&P. Maar ook haar werking is in de loop van de jaren uitgedeind. Met het verwerven van Vigeo Eiris versterkt ze nu ook een andere adviespoot, die voor investeerders van belang is. Niet alleen kredietwaardigheid kan een risicofactor voor een belegger zijn. Meer en meer is niet-duurzaamheid dit ook aan het worden (denk aan stranded assets in fossiele brandstoffen, of scherpe waardedalingen van bedrijfswaarde als fraude (cfr. dieselgate/belastingsontduiking) ontdekt wordt).

Zullen de menus smakelijk blijven?

Dat grote instellingen met een goed gevulde portefeuille het best geplaatst zijn om zich bijkomend te versterken en dit hier blijkbaar doen als het gaat over verwerven van specifieke ESG-expertise, kan tot diverse bemerkingen leiden:

  • negatief kan je stellen dat ingebed raken in een grote financiële groep het risico inhoudt dat minder onafhankelijk dan vroeger kan gewerkt worden. Rendabiliteit en vermarktbaarheid van informatie kunnen gaan primeren op inhoudelijke relevantie van de informatie.
  • eveneens negatief is de vaststelling dat de wet van de sterkste de grote invloed van de VS op de financiële wereld nu nog zal versterken in een domein waar dit tot voor kort nog niet het geval was. Als ook de ESG-wereld door een Amerikaanse bril zal bekeken worden, zullen mogelijk bepaalde landen, sectoren of bedrijven minder goed opgevolgd worden.
    • Een (achterhaald, want daterend uit 2010) voorbeeld om dit duidelijk te maken: De top 10 van milieuvriendelijke landen bestond onder meer uit: Costa Rica, Cuba en Colombia. Van Cuba is geweten dat de relatie met de VS er al sinds meer dan 50 jaar onder spanning staat. Colombia wordt door VS o.m. gezien als een bakermat van drugshandel. Deze opvattingen kunnen wel eens zo dominant zijn dat positieve kanten aan die landen verbonden gewoon niet meer opgemerkt worden.
  • positief daarentegen is de vaststelling dat belangrijke pionnen in de financiële verslaggeving ESG blijkbaar zo belangrijk vinden dat ze mee in de cockpit willen gaan zitten om visievorming én kennis hierrond te beheren én te verspreiden. Dit wijst er op de ESG en duurzaam beleggen  als significant én blijvend voor de komende jaren gezien wordt. Anders zou men daar zijn geld niet in steken.
  • eveneens positief is dat de opgebouwde kennis door Europese instellingen bij gebrek aan geld niet verloren gaat, maar de kans krijgt om zich verder te ontwikkelen.

Het lijkt dus een beetje op een nieuw Marshallplan. Met ditmaal niet de communisten als te neutraliseren vijand, maar hopelijk de milieuvernietigende – (E), mens onderdrukkende – (S) en egoïstische verrijkingscultuur (G).

Categorieën
home

Megatrends zijn trending, maar zijn ze ook duurzaam?

Als er op korte tijd op sociale media erg dikwijls rond een bepaald onderwerp wordt gecommuniceerd, dan wordt dit ‘trending’ genoemd. Zo kan je bij Twitter steeds een lijstje vinden met trending topics. Een theoretisch voorbeeld op vandaag de dag zou kunnen zijn #paulsevers of #kilometerheffing/#rekeningrijden of #zwartgat.  Het gaat telkens over feiten – hier respectievelijk een overlijden, een teruggefloten belastingintentie of een première in de wetenschap – die plotsklaps als een komeet met erg veel aandacht gaan lopen, maar vaak de volgende paar dagen al als “oud nieuws” weggezet worden en uit het aandachtsveld verdwijnen. Trending is dus vaak ook synoniem voor “niet-blijvend”, niet-duurzaam.

Binnen de beleggingswereld komt het er ook op aan om tijdig de juiste trend te ontdekking. Als je bij de eersten bent die een trend spot, dan kan je daar zeker een lange tijd op surfen (een beurswijsheid is niet voor niets als volgt geformuleerd: “The trend is your friend until the end when it bends“). Probleem is natuurlijk dat er veel (potentiële) trends zijn en dat het -zeker in de beginfase- niet makkelijk is de winnaars er uit te selecteren.

De laatste tijd zien we een opmars van fondsen die zich profileren als een superfonds, dat wil inspelen op diverse trends tegelijk. We zouden ze kunnen vergelijken met dakfondsen, want vaak worden ze samengesteld uit sneden van beleggingsfondsen die de beheerder reeds op de plank heeft liggen.

Enkele voorbeelden?:

  • DPAM Invest B Equities NewGems Sustainable, waar NewGems een acroniem is voor Nanotechnologie, Ecologie, Welness, Generation Z, E-society, Materials en Security. Op al deze aspecten waarvan men aanneemt dat ze in de toekomst belangrijker worden, wil men inspelen.
  •  Smart Invest Bon Global Megatrends 90 van BNP Paribas Fortis selecteert uit volgende 10 megatrends: Obesitas en welzijn, Klimaatverandering, Voeding, Generatie Y, Veiligheid, Afvalbeheer, Water, Energiebesparing, Onderwijs en Levensduur.
  •  Pictet – Global Megatrend Selection kiest uit 14 thema’s. Naast wat hierboven al genoemd werd steekt daar onder meer ook Premium Brands (gekende(luxe)merken) , Hout en Robotica bij.

Het valt op dat deze beheerders telkens ook de E uit ESG in hun benadering selecteren (Ecologie, Klimaatverandering, Afvalbeheer, Water, Energiebesparing,..). Ditzelfde gebeurt in een recente video die Robeco Asset Management vrijgaf.

Hier is de selectie slechts beperkt tot 3 megatrends:  transformerende technologie, verduurzaming en sociaal-demografische verandering.

Megatrends bepalen de evolutie van ganse samenlevingen leert ons onderstaande video van de Vlaamse Milieumaatschappij (uitgebracht per 11/12/2014). Planologen en beleidsverantwoordelijken moeten er dan ook rekening mee houden.

Voor beleggers is het ook verstandig om lange termijn-trends te onderkennen en er op in te spelen. Duurzaam beleggen lijkt alvast deze golf niet gemist te hebben. Tenzij we er moeten van uitgaan dat opportunistische vermogensbeheerders hun ondermaats presterende duurzame fondsen door opname in een megatrendbelegging alsnog een boost willen geven.

Categorieën
home

Is duurzaam beleggen bij een komende recessie ook nog een winnende strategie?

Niemand heeft een werkende glazen bol, maar de Nederlandse commerciële TV-zender RTL vond de vraag  “zal duurzaam beleggen ook lonen als de economie het minder gaat doen ?” belangrijk genoeg om ze voor te leggen aan een beursman én een beleggingsstrateeg van Triodos.

Hieronder hun uitzending van 27/03/2019.

In een vraaggesprek van 11 minuten komen onder meer de invloed van passief beleggen en de macht van  ratingbureau’s die zich op ESG focussen aan bod. De energietransitie, die zich aan het voltrekken is, biedt volgens de Triodos-woordvoerder nog voldoende kansen voor de komende tijd. Je vindt deze kansen onder meer bij ecologiefondsen, die inzetten op renewables (solar, wind,…), elektrificatie (mobiliteit,…) en energie-efficiëntie (infrastructuur, informatica,…) is zijn stelling.

 

Categorieën
home

Een duurzaam beleggingsfonds kiezen op basis van de SDG’s? Momenteel nog niet evident!

2015 was niet alleen het jaar dat de klimaatconferentie van Parijs tot stand kwam. Binnen de VN werden  in september van dat jaar ook 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs) afgebakend.

Na evaluatie werden de Milenniumdoelen hervormd naar 17 duurzame ontwikkelingsdoelen

Deze kwamen in de plaats van de Milleniumdoelstellingen, die in 2000 afgesproken waren en in 2015 gerealiseerd hadden moeten zijn.

De 17 doelen, die gekoppeld zijn aan 169 subdoelen, worden beschouwd als het pad om armoede uit de wereld te helpen en de aarde te behoeden van korte-termijn denken. De 3 dimensies van duurzame ontwikkeling: het economische, het sociale en het ecologische komen er alle in aan bod. Qua timing is 2030 nu het richtjaar waarop realisatie een feit zou moeten zijn.

De profileringsmogelijkheden van SDGs zijn wel opgemerkt … 

Kort na publicatie werden die SDGs volop geadopteerd door overheden (193 landen, maar ook regio’s zoals Vlaanderen) en niet-gouvernementele organisaties.

Maar niet veel later zagen we ze eveneens bij veel financiële instellingen opduiken. Menige bank, verzekeraar of vermogensbeheerder

Categorieën
home

Uw elektrische auto kiezen op basis van SDGs en ESG.

 

We zijn er in het Westen behoorlijk aan verslaafd geraakt: de eigen auto voor de deur. Beschikbaar om er desnoods op zondagochtend de 300 meter wandelafstand naar de bakker mee af te leggen.

De auto: vaak een mobiel onding.

Maar meer en meer wordt het autogebruik ook gezien als een PITA (Pain in  the Ass): een grote financiële kost voor haar eigenaar, een forse milieuvervuiler (uitstoot, geluid, recycleerbaarheid,… ), een veroorzaker van overmatig betonstort en aantasting van openbare ruimte (wegenaanleg, parkeerplaatsen,…).

In stedelijke gebieden kan men zijn autogebruik fors reduceren (bijna alles is per fiets bereikbaar, er is voldoende openbaar vervoer en er zijn relatief goed uitgebouwde autodeelsystemen voor het geval je alsnog eens echt een auto nodig hebt).

Soms echter onvermijdbaar.

Maar wie in een landelijke omgeving woont of beroepsmatig naar moeilijk bereikbare plaatsen moet of er onregelmatige uren op nahoudt, zal nog een tijdje van een eigen auto afhankelijk blijven.

Wie zijn wagenkeuze niet wil laten bepalen door snobisme en sociologische profileringsdrang, moet dan ook goed afwegen welke keuze hij maakt.

Beter elektrisch.

We gaan er in de rest van dit artikel van uit dat de keuze reeds gevallen is op een elektrische wagen (EV : Electric Vehicule).

De dood van de hoestbui op 4 wielen wordt voorbereid.

Dit is een beetje voorlopen op wenselijk gedrag, want tegen 2030 dient volgens Europa de uitstoot van nieuwe personenwagens slechts 37,5 % lager te liggen dan vandaag (voor bestelwagens slechts 31 %). Een diesel- of benzinewagen zal in België  dus –bij ongewijzigd klimaatbeleid– nog wel enkele jaren kunnen blijven bollen. We moeten echter rekening houden met het feit dat in steden meer en meer verboden (of tolsystemen)voor vervuilende wagens zullen opduiken en ook dat in de ons omringende landen soms strengere normen dan hier zullen uitgerold worden. Een vervuilende wagen zal derhalve steeds minder een oplossing voor alle gebruik blijven. En de te verwachten herverkoopwaarde van dergelijke wagens zal in de komende jaren dan ook een forse duik nemen.

Dit is ook voorbijgaan aan het gebruik van waterstof (wegens inefficiënt gebruik van energie) en CNG (wegens eveneens fossiele brandstof) als aandrijfenergie.

Neemt niet weg dat bij de keuze voor een elektrische auto ook belangrijk blijft na te gaan hoe duurzaam de gebruikte stroom is. In dit artikel zie je het effect van die keuze op klimaat en luchtverontreiniging.

Duurzaamheid als criterium.

We houden verder ook geen rekening met de aankoopprijs van de wagen of the total cost of ownershiphoewel die elementen natuurlijk ook het aankoopgedrag beïnvloedt-, noch met het feit of de wagen al dan niet met zelfrijdende functies uitgerust is – de wetgeving hierrond is nog niet duidelijk en de bestaande systemen zijn nog in volle ontwikkeling (als we ze al niet moeten bestempelen als vaporware)-.

Werken wij met ons gedrag de realisatie van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen vooruit of niet?

De 17 duurzame ontwikkelingsdoelen die de VN ons voorhoud, zijn niet allemaal toepasbaar op een  autokeuze. We gaan ervan uit dat volgende doelen zeker betrokken zijn bij je wagenkeuze: 3, 11, 12,13 en 15. Maar als we ietwat verder kijken kunnen we zeker ook deze doelen betrekken:

  • 7 -> regeneratief remmen bij elektrisch rijden gebruikt de rem-energie die anders verloren gaat. Een klassieke verbrandingsmotor is weinig efficiënt en verliest veel energie door overmatige warmteontwikkeling
  • 8 -> properder werkomstandigheden in herstelplaatsen, beter geschoolde werknemers nodig voor de ‘computers op wielen’
  • 9 -> laadinfrastructuur zonder noodzakelijke aanvoer van fossiele brandstoffen,…

We baseren ons voor dit artikel op het overzicht (dd. 08/02/2019) dat eGear maakt van beschikbare elektrische auto’s en elektrische bestelwagens in België . We rangschikken deze vooreerst in enkele categorieën. Dit volgens hun bereik bij normaal gebruik bij een volledig opgeladen batterij. Op die manier ontwijken we de afknapper range anxiety en komen we tot 4 autolijstjes:

  • voor verre afstanden (bereik vanaf 350 km)
  • voor middellange afstanden (bereik tussen 200 & 349km)
  • voor dagelijks woon-werkvervoer (bereik tussen 120 & 199 km)
  • voor verkeer rond de kerktoren (bereik onder 120 km).

What would Anuna do? 

Bumpersticker als reactie op de in de VS veel gebruikte “What Would Jesus Do?”

Daarna halen we merken van de beschikbare wagens door de Arabasque S-Ray. Een soort bedrijven X-straal die op duurzaamheid (met de “S” van sustainability) inzoemt. Duiding over Arabesque kon u vinden in ons blogbericht van 23/10/2018.