Categorieën
home

Beleggingen screenen op duurzaamheid is straks ook een taak van financiële adviseurs.

De Europese Green Deal is niet weggeblazen door de Corona-vloedgolf. Ook de Brexit-saga doet de uitrol ervan amper pijn. Deze Green Deal wil onder meer de Europese neuzen in de dezelfde richting krijgen. Een richting waarbij ook meer aandacht is voor duurzame financiering. Want geld moet er zijn. Veel geld. Om de omslag naar een CO2-neutraal continent tegen 2050 te realiseren. Om de klimaatopwarming en -verandering tegen te gaan. Daarvoor is het alle hens aan dek in de komende jaren. Ook beleggingen moeten we voortaan screenen op duurzaamheid.

Beleggingen voortaan screenen op duurzaamheid
Wat te realiseren is tussen nu en 2050

Voor beleggers is de uitgewerkte taxonomie van groot belang. Door dergelijk geharmoniseerd classificatiesysteem wordt duidelijk welke bedrijven met recht en reden ‘groen‘ genoemd kunnen worden. Bedrijven en organisaties, die er de kantjes van aflopen, maar toch graag groene pluimen in hun gat steken, zullen dit veel minder kunnen. Hiermee wordt alvast in de toekomst (een groot stuk van) greenwashing verhinderd. Deze taxonomie wordt richtinggevend voor banken, verzekeraars en vermogensbeheerders. Dit gezien ze er bij hun beleggingsbeleid en fondsenpromotie rekening moeten mee houden. En zo komt ze ook uiteindelijk ook bij de belegger terecht.

De aanpassing van de regelgeving, heeft ook zijn weerslag op de vereisten opgelegd aan financiële adviseurs. Hun kennis moet bijgespijkerd. Hun fiduciaire verplichtingen nemen toe.

Toenemende kennisvereisten.

Om een goed advies te geven, moet je je materie kennen. Dat is evident. Als Europa bepaalt dat we ons met zijn allen meer moeten richten op duurzame financiering, dan moet je weten wat hieronder begrepen wordt. Duurzaamheid, meestal verklankt in het letterwoord ESG, moet van zijn warrigheid ontdaan worden. Wanneer is iets (voldoende) duurzaam? De Europese taxonomie heeft de regels hiervan vastgelegd. Nu is het zaak om de werking van bedrijven en organisaties te fileren. Dan pas weten we in welke mate ze aan die taxonomie beantwoorden.

Voor de komende 2 jaar ligt de focus alvast op het milieubeleid (aanvankelijk klimaatgerelateerd, maar later ook waterbeleid, …). Maar de taxonomie zal in de loop van de komende jaren een steeds uitgebreider spectrum overspannen. Daarom zal ook de kennis van de adviseur geregeld moeten uitgebreid worden. Zo zal een bedrijf dat in 2021 als duurzaam gezien wordt, dit mogelijk in 2025 niet meer zijn. In de 4 jaar tussen beide evaluaties zal mogelijk blijken dat haar personeelsbeleid niet redelijk is. Of dat het bedrijf zich aan belastingontwijking bezondigt,… . Beide elementen steken nu nog niet in de taxonomie.

Bijkomende informatieverstrekking

Tegen 10 maart 2021 moet op de websites van adviseurs informatie te vinden zijn over

  • hoe adviseurs duurzaamheidsrisico’s in hun beleggingsadviezen verwerken (art.3 1.) en
  • in welke mate zij rekening houden met de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren (art. 5 5. a). Beslissen ze om hier geen rekening mee te houden, dan moeten ze toch publiceren wanneer ze van plan zijn deze handschoen wel op te nemen (art. 5 5. b).
Beleggingen voortaan screenen op duurzaamheid
Van woorden naar daden. Europa wil kortetermijndenken overstijgen met Green Deal

Denk hierbij bijv. aan van vormen van Short-termism als ‘het negeren van de risico’s op klimaatverandering’ of ‘(het negeren) van verstrengde wetgeving om de gevolgen ervan tegen te gaan’.

Let wel: de wetgeving beoogt niet alleen 4e pijlerbeleggingen. Blijkens de definities in art. 2 van de regelgeving valt ook “een pensioenproduct” onder die regelgeving (art2. 12) d). Lees dus: ook 2e en 3e pensioenpijler.

Fiduciaire verplichtingen.

MiFID II verplicht nu al adviseurs tot een geschiktheidsoordeel over de belegging, die ze hun klant aanbieden. De belegging moet passend zijn rekening houdend met diens beleggingsdoelstellingen, diens tijdsperspectief en zijn individuele situatie. Vanaf 2021 moet ook gepolst worden naar de ESG-voorkeuren van de klant. Zo moet er bij de precontractuele informatieverschaffing (art. 6 2.a) en b))

  • informatie verstrekt worden over de wijze waarop duurzaamheidsrisico’s in het advies geïntegreerd is.
  •  moet er een beoordeling van de waarschijnlijke effecten van duurzaamheidsrisico’s op het rendement van het aangeboden product gegeven worden (*).

Wat betreft dit laatste zal wellicht een tijdlang clementie mogelijk zijn. We vermoeden dit omdat transparantie rond de ongunstige effecten op de duurzaamheid op productniveau slechts tegen 30/12/2022 moet vastgelegd worden (art. 7. 1.). En voor zover we weten zijn ook de beoogde benchmarken nog niet of onvoldoende beschikbaar (**). Ook al legt de regelgeving het vandaag op, je kan pas de juiste informatie geven eens ze bij derden waarvan je afhankelijk bent beschikbaar is.

Van “het klimaat laat me koud” tot “voor mij is het een hot topic”.

In de precontractuele bevraging kan een klant nog steeds zeggen dat duurzaamheid en ecologie hem geen zak kan schelen. Maar geconfronteerd met  specifieke vragen, zal hij wellicht meestal toch een zekere gevoeligheid aan de dag leggen. Alvast meer dan vroeger toen het item niet op de agenda stond.

  • De meerderheid zal wellicht eerder een negatieve benadering hebben Bijv. :ik vind het niet tof dat mijn geld bewapening, kernenergie, tabakskweek, … zou financieren.
  • Er is echter ook een positieve instelling mogelijk. Mensen die juist willen dat hun geld een zekere impact heeft. Bijv. ik wil in schone energie, elektrische voertuigen, proper water, … investeren.

Adviseurs die stelselmatig klanten indelen bij de niet-geïnteresseerden (een gemakkelijkheidsoplossing om toch maar niet inhoudelijk dieper op de duurzaamheidproblematiek te moeten ingaan), zullen bij controle door hun overheden (in België NBB & FSMA ) op termijn door de mand vallen.

What about  Going West or Going East?

Europa is niet het centrum van de wereld, maar wil met de Green Deal wel voorloper zijn in de transitie. gehoopt (en verwacht) wordt dat de rest van de wereld volgt.

Europa heeft een strategie klaar en wil met deze strategie trendsettend worden. Maar dergelijke ambitie vergt een lange adem. En ondertussen zijn er natuurlijk ook veel redenen om als belegger niet alleen naar Europa te kijken.

Een goede beleggingsstrategie is er immers 1 waar een ruime spreiding voorzien is:

  • Het oude continent bleef alvast op vlak van rendement in de voorbije 10 jaar achter op de VS.
  • Wie een langetermijnperspectief heeft, kan ook niet buiten aandacht voor Emerging Markets. (Niet voor niets heeft Trump een economische oorlog gestart met China).
Zullen financiële groepen en -adviseurs hun exposure op Europa verminderen om “al die bijkomende rimram” te ontwijken?

Zullen ze in de komende jaren meer niet-Europese fondsen in de etalage zetten?

Volgens de doelstelling van de taxonomie heeft dit geen zin. Niet-Europese bedrijven en instellingen moeten ook door de kam van de taxonomie passeren. Het is waarschijnlijk dat in de weging van dergelijke bedrijven veel meer onbekenden zullen opduiken. Waardoor hun  duurzaamheid lager zal ingeschat worden.

Zullen buiten-Europese groepen (BlackRock, Fidelity, Goldman Sachs, J.P. Morgan, Morgan Stanley…) niet zwaaien met een kostenvoordeel omdat zij niet gehouden zijn tot naleven van de taxonomie?

Neen. Want ook niet-Europese vermogensbeheerders die hun producten in Europa willen aanbieden zullen onderworpen zijn aan de taxonomie. Dus ook vreemde aanbieders moeten hun hier aangeboden beleggingen screenen op duurzaamheid.

Er kan verwacht worden dat sommige van deze beheerders wellicht even hun aanbod terugtrekken. Omdat ze wellicht minder gefocust zijn op conformiteit met Europese regelgeving. We zagen dit ook begin 2018 bij de invoering van de regels rond PRIIPS en IDD.

Actieve fondsen versus ETF

Ook de trend van passief beleggen kan door de regelgeving beïnvloed worden. Actieve fondsen moeten hun informatie steeds up to date houden ter informatie – en bescherming van de beleggers. Passieve fondsen zijn in essentie een afspiegeling van (specifiek gevolgde) indexen/beurzen. En toegegeven daar gebeuren ook toevoegingen of verwijderingen. Maar toch in veel mindere mate dan bij actieve fondsen, waar frequenter aan- en verkocht wordt.

Een boek kopiëren is alvast minder duur dan er 1 schrijven. Actieve fondsen vormen de trend, ETF’s hangen er hun wagonnetje aan.

1 van de succesfactoren van passieve fondsen is de lagere kostenstructuur. Er valt te vrezen dat het verschil tussen kosten bij actieve fondsen en passieve fondsen (ETF) nu opnieuw verder oploopt.

De kans bestaat dus dat het invoeren van de taxonomie juist leidt tot verhoogde belangstelling in passieve fondsen.

En ETF zijn volgers, maar zeker geen voortrekkers in het bevorderen van duurzaam beleggen. De wetgeving zal dus waarschijnlijk een onverhoopt negatief neveneffect hebben.

Schaalvergroting of verschraling bij financiële adviseurs?

Na de invoering van de MiFID2-maatregelen kloegen vele bankagenten en verzekeringsmakelaars over hun toegenomen administratieve taken en verantwoordelijkheden. Bankagenten en verzekeringsmakelaars, die uiteraard een groot gedeelte van hun tijd ook bezig zijn met niet-beleggingen (sparen, auto-, brand-, familiale verzekeringen, hypotheken, opvolging van schadedossiers, … ) voelen een spanning tussen wat ze aankunnen en wat de klant en zeker ook de overheid van hen verwacht. Een spanning die op hun productiviteit weegt.

Europa maakt een uitzondering.

Dit is de Europese commissie blijkbaar niet ontgaan. Zij ontziet adviseurs met een bescheiden portefeuille bij de extra’s die er vanaf 2021 bijkomen. Art. 17 1. geeft immers vrijstelling aan verzekeringstussenpersonen en beleggingsondernemingen die minder dan 3 werknemers hebben. Echter via art. 17. 2 houden de lidstaten een slag achter de hand. Hiermee kan ze deze alsnog tot toepassing verplichten.

Deze tweedeling is goedbedoeld, maar creëert toch een ongelijk SLA-niveau. Voor 1 keer in het voordeel van de kleine tussenpersoon.

Echter, zeker voor hen was het geen evidente klus om voortaan bijkomend

  • duurzaamheidsparameters te moeten opvolgen en
  • hierrond een visie te ontwikkelen,
  • en die daarna in begrijpbare taal aan een klant/prospect over te brengen.

Het viel dan ook te vrezen dat een aantal bemiddelaars er de brui zouden aan geven. En in de toekomst gingen verzaken aan advies en verkoop van beleggingen. De uitzonderingsmaatregelen ondervangt dit alvast. Maar ook hier is er een neveneffect. Een deel(tje) van de bevolking -zij die zich op kleinschalige financiële vertrouwenspersonen beroept- wordt niet actief aangesproken om bij te dragen aan de financiering van de transitie.

Precontractueel informatiemoment.

Voor de rest van de adviseurs maakt het de precontractuele periode nog belangrijker. Daar vindt de informatieverstrekking en het geschiktheidsonderzoek plaats. Een fase die –de praktijk is wat ze is– de consument zelf vaak ook liever skipt of ingekort ziet. Voor een extra luik “Beleggingen screenen op duurzaamheid” was hij -uitzonderingen niet te na gesproken- geen vragende partij.


(*) Gisteren wist het Noorse National Wealth Fund (’s werelds grootse onafhankelijk staatsfonds) nog te melden dat hun desinvesteringen op basis van klimaatverandering het rendement op hun aandelenportefeuille met 0,21 procentpunt op jaarbasis verhoogde. Desinvesteringen uit bedrijven die een loopje nemen met mensenrechten droeg bij aan een stijging van 0,06% procentpunt op jaarbasis.

(**) Men wil dat in de toekomst ook vermogensbeheerders, banken en verzekeraars over dergelijke data beschikken voor hun beleggingsproducten. Hiervoor worden benchmarken ontwikkeld. Dit om vergelijkingen mogelijk te maken. Ook de financiële serviceverleners bereiden dit momenteel voor. Zie bijv. bij MSCI .

Categorieën
home

10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis

Voor de 2e maal sinds onze werking opgestart is, worden we geconfronteerd met een zware val in de bekomen rendementen. De eerste keer was in het laatste trimester van 2018. Het fondsenaanbod dat we toen hadden was een pak kleiner dan dit wat we nu aanbieden. Wegens invoering van de MiFID II-regelgeving, hadden verschillende verzekeraars hun aanbod toen tijdelijk fors ingekrompen.

10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
De financieel noodlottige gevolgen van een klein, agressief virus

De koersval die de 102 fondsen die we opvolgen de voorbije weken maakten, is nog een stuk erger dan in 2018.

We trekken 10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis. Dit op basis van onze data per 31/03/2020.

Pas echter op, dit zijn geen wetenschappelijk onderbouwde beweringen. Misschien worden we teveel gedreven door onze eigen cognitieve biassen.

1. ESG-beleggingen doen het in crisistijden beter dan niet-ESG-beleggingen.

Dit lijkt te kloppen. Zowel in 2018 als de eerste 3 maanden van 2020 is dit het geval. Althans voor de referentie-indexen die ik bijhoud.

Voor Europa :

  1. Dow Jones Sustainability Europe Index (DJSEUR) -> YTD 2018 : -10,18% / YTD 2020: -20,21 %
  2. Euro Stoxx50  -> YTD 2018: -14,77 % / YTD 2020: -25,59 %

Wereldwijd :

  • Dow Jones Sustainability World (W1SGI) -> – 11,35% / YTD 2020: – 18,57 %
  • MSCI All Countries World (MSCI ACWI) -> -11,76 % / YTD 2020: – 21,74 %

Onze bevinding komt +/- overeen met wat Morningstar hierover reeds publiceerde. Na publicatie van dit bericht heeft MSCI per 20/04/2020 ook op basis van hun gegevens bevestiging van onze gegevens gepubliceerd.

2. ETF’s (Exchange-Traded Funds) zijn niet crisisbestendig.

Hoewel mijn standpunt op een erg bescheiden steekproef gebaseerd is, lijkt bovenstaande uitspraak niet te kloppen. In mijn blogberichten van 09/09/2019 en  19/09/2019 werd er op gewezen dat dit relatief nieuw fenomeen (indextrackers met weinig beheerskosten) een groeiend succes is, dat evenwel nog geen grote crisis meegemaakt had. 1 van de vragen was of ze wel crisisbestendig zouden zijn. Het moet verder onderzocht worden of hun houders niet bovenmatig gepanikeerd – (en verkocht) hebben. Maar de terugval in rendement die de 4 ETF’s welke ik opvolg gemaakt hebben, is niet bovengemiddeld (tussen -16,56 % & -20,78 %).

3. Actief beheerde fondsen doen het in crisisperiode beter dan ETF’s.

Dit is niet algemeen geldig. Sommige actieve fondsen hebben het in 2020 tot heden beduidend beter gedaan dan de ETF’s die ik volg. Bij de actief beheerde aandelenfondsen zijn er die minder verlies maken dan de hierboven vermelde -16,56 %. Maar er zijn er ook genoeg die het slechter doen dan de -20,78 %.

4. Obligatiefondsen delen het minst in de klappen.

Voor zover ze niet risicovol zijn, klopt deze bewering.  Zowel in 2018 als tot heden in 2020 houdt een fonds als Triodos Euro Bond Impact Fund het verlies binnen de perken (in 2018: – 0,43 % / in 2020: – 0,53 %).

Wie binnen de obligatiecategorie toch risico’s zocht in de hoop om zijn rendement op te drijven, loopt vandaag tegen de lamp. Het M&G (L) Global High Yield ESG Bond Fund viel bvb. met -14,90 % terug. Het presteert daarmee slechter dan sommige aandelenfondsen.

Disclaimer: mijn steekproef is slechts op 3 dergelijke fondsen gebaseerd.

5. Gemengde fondsen beperken het verlies tijdens een crisisperiode.

Uit de steekproef met 18 fondsen blijkt dit globaal gezien te kloppen. Hoewel er 1 zwaar negatieve uitschieter is (HMG Rendement D staat op een verlies van – 27,64 %) hangen de meeste gemengde duurzame fondsen ergens tussen een verlies van – 9 tot – 13 %. Met een verlies van -5,44 % scoort Nordea N – Stable Return Fund BP het best. Nochtans is dit een neutraal-, en niet een defensief gemengd fonds.

6. Vastgoedfondsen, noch infrastructuurfondsen maken hun naam van veilige haven waar.
10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
Wat ook als redelijk veilig gezien werd, gaat momenteel flink onderuit.

Van elk van hen volg ik 2 specifieke duurzame fondsen op. Hun verlies is gemiddeld tot bovenmatig in vergelijking met andere aandelenfondsen. Infrastructuurfondsen, zie ook mijn blogbericht van 05/06/2019, zijn 1 van de hypes van de voorbije jaren. De 2 duurzame fondsen die ik opvolg verloren sinds het jaarbegin rond de 22 % in waarde. Wellicht wordt er gevreesd dat overheden hun geld in algemene ondersteuning van de economie zullen moeten steken, waardoor er voor (soms dringende) infrastructuurwerken op de financieringsrem zal worden gestaan.

De 2 vastgoedfondsen doen het momenteel nog slechter. Het fonds dat wereldwijd investeert zakte met 23,10 % en het Europese fonds ging 28,73 % achteruit.  Speelt hier de leegstandverwachting? De overtuiging dat erg veel bedrijven en winkels hun panden na de crisis zullen verlaten nav. faling of inkrimping om faling te voorkomen.

7. Sectoriële aandelenfondsen zijn risicovoller dan algemene aandelenfondsen.

Zowel in 2018 (toen met 5 opgevolgde fondsen) als nu (met 15 opgevolgde fondsen) is deze conclusie niet uit de cijfers af te leiden. De beste algemene aandelenfondsen presteren lichtjes beter dan de  beste sectoriële – (in 2018: – 8,94 % / nu: – 11,70 % /telkens fondsen die het thema Water bespelen). Maar de slechtste sectoriële fondsen (in 2018: -16,86 % / nu: – 23,80 % / telkens Quest For Cleantech) doen het nog een pak beter dan de slechtste algemene aandelenfondsen.

8. Emerging Markets moet je niet ontwijken.

Uiteraard is het rendement in groeilanden wisselvallig. Maar steeds meer zijn ze onderdeel van ons economisch- en financieel systeem. Het is dan ook niet aan te raden om ze links te laten liggen. In 2018 volgde ik 3 dergelijke fondsen op. Nu zijn dit er 7. In 2018 scoorden zij gemiddeld in vergelijking met de algemene aandelenfondsen. Het beste EM-fonds scoorde onder het beste algemeen aandelenfonds.Terwijl het slechtste EM-fonds toch minder verlies optekende dan het slechtste algemeen aandelenfonds. In 2020 valt hetzelfde op te merken. Dit met verliezen tussen de 17,73 % en 25, 77 %.

9. Wereldwijd beleggen spreidt het risico.
10 voorlopige beleggingslessen uit de Coronacrisis
Spreiden lijkt ongemakkelijk in de fysieke wereld. In de beleggingswereld is het een must.

Spreiden blijft een basisregel bij beleggen. De 3 fondsen die op specifieke landen focussen (2 x Frankrijk (- 23, 05 % en – 28,30 %, 1 x België (- 29,30 %) bengelen onderaan. De specifieke samenstelling van hun beursgenoteerde bedrijven maken dergelijke fondsen risicovoller.

Regionale spreiding (zie hieronder) vlakt het risico al verder af.

De 25 duurzame aandelenfondsen die wereldwijd beleggen staan natuurlijk ook op verlies. Zij lijken de beste buffer te bieden. Het slechtst presterende fonds gleed 23,85 % achteruit. Het beste beperkte de schade tot – 9,06 %.

10. Regio’s: VS boven, Europa onder.

We hebben slechts 2 aandelenfondsen die voluit in VS-bedrijven investeren. Het ene staat op – 7,44 %, het andere op -15,21 %.

24 fondsen zetten in op Europa. De Large Caps-fondsen scoren gemiddeld (tussen – 12,62 % en – 28,30 %). De uitersten zitten bij de Mid Caps of flexibele fondsen (- 9,24 % tot – 33 %).

VS-fondsen deden het in de opgaande markt ook beter dan Euro-fondsen. Of dit blijft gelden in afkalvende markten is niet definitief bewezen. De bronnen voor de cijfers voor VS-fondsen zijn schaars. Mogelijk speelt ook de gevatte reactie van de FED en het feit dat het Coronavirus eerst in Europa toesloeg en pas nu ten volle in de VS ontploft ook nog een rol in de cijfers. Als dit zo is, zullen de verschillen nog uitgevlakt worden.

Zijn die lessen nuttig?

Lessen trekken uit onvoorziene omstandigheden? Dit is nuttig om in de toekomst niet dezelfde fouten te maken.

Maar de toekomst is niet noodzakelijkerwijs een herhaling van het verleden. De huidige crisis is niet te vergelijken met de financiële crisis van 2007-2009, of de dotcom-crisis rond het millenium. De ene zwarte zwaan is niet de andere zwarte zwaan.

Misschien is het wel tijd voor de overheden om ook eens de al te stringente houding rond beleggingsprofielen onder de loupe te nemen? Sommige van onze vaststellingen (5, 6, 7, 8, 10) lijken toch een beetje haaks te staan op wat de klassieke voorzichtigheidsleer ons voorhoudt.

De effecten van de Coronacrisis op de keuzes in je later  beleggingsbeleid kunnen derhalve beter verder uitgezocht worden. Laat dit een aanzet zijn. Economen en financiële specialisten zullen dit ongetwijfeld gaan doen. En mogelijk spreken hun resultaten mij op diverse vlakken tegen.

De samenhang die ik hierboven uit de cijfers haal spreken voor zich. Maar het is algemeen geweten dat een correlatie nog geen causaliteit is.

Categorieën
home

De eigen portefeuille in mei 2019

 

Ornithologen zien rechts een goudfazant. Links een vermeend goudhaantje

In mei legt iedere vogel een ei. Ook de rare vogel, die Donald Trump is deed dit. Symboolgewijs werd dit via Twitter gelegd. De aankondiging van verhoogde invoertarieven voor diverse Chinese producten zette de handelsoorlog tussen de 2 supermachten weer op scherp. De beurzen beleefden in het begin van de maand barre momenten, waardoor de cijfer rood kleurden. Niet zo rood als het verlies dat de superdealmaker blijkbaar voor het Amerikaanse publiek verborgen wil houden. Maar toch voldoende om even voor onrust te zorgen. Of en in welke mate China terugslaat is momenteel nog onduidelijk. Maar het lijkt er ondertussen op dat ook Trump niet aan inbinden denkt.

2-jaarsrente: opnieuw een opstoot In Italië (bron: De Tijd)

Naar het midden van de maand leek de scherpe daling tot stilstand gekomen. Maar alsof het afgesproken was plopten 2 andere problemen terug op. Terwijl overal de rente zakte door de handelsoorlog,  bleek Italië de uitzondering. Daar steeg ze terug. En op amper een week voor de Europese verkiezingen stapte Labor uit het Brexit-overleg dat met de regering opgestart was. Ook over het kanaal is de impasse dus terug.

De verkiezingsuitslag in België liet de gemoederen in de media oplopen, maar dit vertaalde zich (voorlopig) niet in extra financiële onrust. Het hielp dat op Europees vlak (met naast Vlaanderen ook Italië als uitzondering) er geen dijkbreuk richting populisme ontstond. We moeten hier alvast niet zo veel leedvermaak hebben met die malle Amerikanen en hun gekuifde leider. “America First!” komt aardig overeen met “Eerst onze mensen” als je het door Google Translate haalt. Is het de angst en de onduidelijkheid over van wat ons te wachten staat die ons doet grijpen naar eenvoudige recepten? Zijn we nukkig geworden omdat we niet krijgen wat we willen? Of zijn we zo lui en vooringenomen geworden dat we de moeite niet meer nemen om zelf na te denken? Feit lijkt toch dat er gemakkelijker achter slogans gelopen wordt en er weinig doorwrocht authentiek gedachtengoed op ons lijkt neer te dwarrelen.

Op de valreep voor het begin  van de nieuwe maand, opende trump dan ook een nieuw front: handelsoorlog met buur Mexico.

Dit alles heeft er toe geleid dat een deel van de winst, die tussen 01/01/2019 en 30/04/2019 opgebouwd was terug uit onze portefeuille verdwenen is. Waar ze begin mei met een + van 17,16 % kon pronken is dit nu teruggevallen tot + 13,45 %. Zoals te verwachten uit de achteruitgang zich voornamelijk in de fondsen die een blootstelling aan ontluikende landen (emerging markets) hebben. Maar op 1 na gingen alle fondsen uit de portefeuille achteruit.

Tot slot: In het overzicht van de fondsen waarin we beleggen is er een naamsverandering in voege gegaan. Het Triodos Sustainable Equity Fund noemt voortaan Triodos Global Equities Impact Fund. Door in zijn naamgeving impact te integreren hoopt Triodos zich nog meer als een donkergroen fonds te kunnen onderscheiden ten opzichte van andere duurzame fondsen op de markt.

Categorieën
home

Biedt duurzaam beleggen een beter langetermijnrendement?

 

De disclaimer dat rendementen uit het verleden geen garantie zijn voor deze in de toekomst, kennen we onderhand wel. Maar wil dit ook zeggen dat er niets valt af te leiden uit het (recente) verleden? Natuurlijk niet. Zeker als je een tendens onwaart, kan het nuttig zijn om die verder te analyseren. En er eventueel op in te spelen.

Immers er is een beurswijsheid die luidt: “The trend is your friend (until the end when it bends)”. Deze woorden worden alleen door contrarians in de wind geslagen.

Motto van een contrarian. Maar heeft deze ook gelijk?

De vraag die we hier stellen is “is duurzaam beleggen een dergelijke trend? En zo ja, is het zinvol deze trend te volgen?” Bij gebrek aan een glazen bol, moeten we voor het antwoord toch even in de achteruitkijkspiegel kijken.

En dan blijkt dat het antwoord 2 keer “ja” is.

  1. Ja, duurzaam beleggen is een trend.
  2. En ja, het is zinvol om deze trend te volgen.

In de rest van dit artikel gaan we in op deze 2e ja. We focussen op 2 situaties: Europa én de wereld.

De Europese Scene.

Beleggen is als goede jazz: Boeiend, maar ook wel eens vermoeiend.  Met zowel dissonante – als melodische momenten. Sommigen krijgen er hoofdpijn van, anderen worden euforisch.

Als we op langere termijn (+/- 15 jaar) de evolutie van de MSCI Europe (grafiek en verdere toelichting telkens in de link)bekijken, dan zien we uiteraard een gekende beweging.

Tot en met medio 2007 een fors opgaande lijn. Met daarna tot midden maart 2009 een vrije val. Vervolgens tot begin 2011 een inhaalbeweging, gefnuikt door de Eurocrisis. Vanaf 2012 gaat het dan terug fors omhoog, maar sinds 2015 lijkt het vet van de soep.

Hierdoor noteert de MSCI Europe momenteel relatief fors onder de rendementen van de MSCI World.

Waar beiden in juli 2003 op 100 stonden, staat de MSCI Europe in juli 2018 op 295,37, terwijl de MSCI World op 340,98 noteert.  Op een periode van 15 jaar (de grote crisis 2008-2009 incluis) steeg de waarde van de MSCI Europe x 2,95 en die van de MSCI World x 3,4. Al bij al puik.

De MSCI Europe SRI werd later opgestart, maar gelukkig toch net voor de

Categorieën
home

De eigen portefeuille in juli 2018

 

Overconsumptie : geen feestdag voor het Global Footprint Network

Bloedheet en de blik op sport (WK Voetbal & Tour de France) én vakantie voor de meerderheid van de bevolking.  En te midden van dit alles vieren (nou ja?) we dat Earth Overshoot Day dit jaar op 01/08 valt (vorig jaar nog 02/08).  Op amper 7 maanden tijd verbruiken we wat de aarde op 1 jaar produceert. De komende 5 maanden leven we op de ecologische pof.

Inmiddels zorgt de handelsoorlogsretoriek van Trump voor extra volatiliteit op de financiële markt. Zeker China en Emerging Markets verloren al pluimen.

Tijd om meer bescherming in te bouwen? Of toch maar volatiliteit omarmen?  Hoe niet overdreven reageren leren we niet van Neymar.

De vele onzekerheden (Brexit, Italië) binnen Europa zorgen er voor dat de koersen hier niet oplopen, hoewel dat al enkele maanden door analisten getipt wordt.

De evolutie van de eigen beleggingsportefeuille is deze maand positief op vlak van rendement. Die steeg (YTD) van 0,50 % per 30/06/2018 naar 2,97 % per 31/07/2018.  Het duurzaamheidsgehalte (volgens de SR-rating van Morningstar) ervan  daalde echter ietwat: 4,096 / 5 per 30/06/2018 tegen nu 3,888 / 5. Terwijl 1 fonds een ratingsverhoging kreeg, waren er enkele die genoegen moesten nemen met een ratingverlaging. Redenen hiervoor zijn niet toegankelijk voor de particuliere belegger. Dat dergelijke duurzaamheidsratings trouwens ook niet het nec plus ultra voor de duurzame belegger zijn, kan je hier (Engelse tekst) lezen.

Het einde van juli had ook enkele merkwaardige koersbewegingen in petto (Facebook – 20 %, Twitter -20  % , Umicore ondanks forse omzet- en winstgroei – 6 %, …..). Dit herinnert er ons aan dat bomen niet tot aan de hemel groeien. En dat zoals hoger gezegd de volatiliteit nu echt wel terug van weggeweest is.

 

 

Categorieën
home

Onze modelportefeuilles in het eerste semester van 2018: reculer pour mieux sauter?

 

Moeizame vooruitgang als alles aan alles vasthangt.

Echternach is gekend om zijn processie. Er wordt al jaren niet meer op het ritme van 3 stappen naar voren en 2 terug gelopen. Nu zijn de deelnemers met witte zakdoeken aan elkaar vastgemaakt en springen zij in de maat afwisselend op hun linker- en hun rechtervoet naar voren. De oude voortbewegingswijze werd geschrapt wegens het teveel aan chaos, die ze veroorzaakte.

De eerste 6 maanden van 2018 hadden echter een beetje weg van de oude voortbewegingswijze. Vooruit, vooruit, achteruit, vooruit, vooruit en terug achteruit. In alle geval de richting was niet duidelijk. Een soort Bunny Market: het springt en huppelt, maar na verloop van tijd blijkt dat het toch niet vooruit ging.

Goed bezig?

Categorieën
home

Skagen Kon-Tiki : een frisse kijk op groeilanden

 

In het zuiden van Noorwegen, huizen de asset managers van Skagen.  Vanuit hun geïsoleerde positie -weg van de brandpunten van de financiële markten- zijn ze op de beleggingsmarkt actief. We hadden de gelegenheid om een presentatie van Casper Meussen, 1 van hun directeuren bij te wonen. De presentatie handelde over hun fonds Skagen Kon-Tiki. Dit fonds investeert in emerging markets.

Het behoort al sinds 2012 tot mijn eigen portefeuille. Dit omdat het –met mijn toenmalige marktkennis– het enige fonds was dat in groeilanden investeerde én voor mij bereikbaar was.

Onversaagd door het ruime sop. Ons clichébeeld van Scandinaven

Midden in de presentatie was er een slide te zien waarop de ESG-kwaliteiten van het fonds aangeprezen worden.

Hoewel ik niet totaal onbekend was met het fonds, fronste ik hierbij toch even mijn voorhoofd. Zeker toen ik tijdens het vervolg van de presentatie hun hoge exposure op Zuid -Korea en hun doelbewuste aankoop van preferente aandelen bij  diverse chaebols aangestipt zag.

Categorieën
home

Carmignac omarmt duurzaam beleggen.

 

duurzaam is meer dan een groen kleurtje

Een tanker keert niet zo vlot als een speedbootje. Als een beleggingsreus als Carmignac, zijn beleid wijzigt, dan duurt dit een tijdje.

Carmignac is in 1989 opgericht en is inmiddels uitgegroeid tot 1 van de belangrijkste Europese aanbieders van vermogensbeheerdiensten. In 2012 ondertekenden ze de VN Beginselen van Verantwoord Investeren.

Maar tot vrij recent hebben ze zich niet als duurzame beleggers geprofileerd.

Via Google Search  merken we dat ze sinds het 2e kwartaal van 2017 deze eigenschap wel beginnen uitspelen. Per 08/08/2017 op hun algemene website , per 18/08/2017 op hun Duitse website, per 04/09/2017 op hun Franse website .

En … deze week was maatschappelijk verantwoord beleggen ook 1 van de thema’s op hun investeringsseminarie in België.