Categorieën
home

Hoge rendementen bij onze modelportefeuilles in 2019.

Onze eigen portefeuille sloot 2019 af met een rendement van + 25,27 %. Dat kon u in ons blogbericht over de evolutie van onze portefeuille in december 2019 lezen. Het is een portefeuille met een profiel dat het midden houdt tussen gebalanceerd en dynamisch. En waar maandelijks bijgekocht wordt (en dus ook kosten te verrekenen zijn).

Ook bij onze modelportefeuilles 2019 konden we hoge rendementen optekenen.

Ieder jaar maken we modelportefeuilles op. Die zijn bedoeld om een basisaanbod te hebben voor ieder soort belegger. We houden hierbij rekening met de financiële inleg en met het beleggersprofiel van de klant.

Hij die periodiek kleine bedragen (€ 100/maand) kan inleggen tot hij die eenmalig een grote som (vb. € 60.000) besteed.

Zij die defensief wenst te investeren tot zij die liever wat dynamischer in de markt zit.

Ook voor 2020 hebben we al dergelijke modelportefeuilles opgemaakt.

Wat deed de markt?

Geen evaluatie zonder ijkpunten natuurlijk. We moeten er bij stilstaan dat de beleggingsmarkt het in het voorbije jaar uitzonderlijk goed deed.

De evolutie van de indexen van de BEL 20 (+ 22,73 %), de EUROSTOXX50 (+ 29,36 %) en de MSCI ALL COUNTRIES WORLD (+ 23,86 %) verraadt dit reeds.

hoge rendementen bij modelportefeuilles
duurzame indexen krijgen minder aandacht in de pers.

Ook de evolutie van de duurzame indexen wijst in dezelfde richting. De DOW JONES SUSTAINABLE EUROPE INDEX steeg met 24,72 %. De DOW JONES SUSTAINABLE WORLD INDEX deed daar amper voor onder en schoot 24,14 % omhoog.

Wat deden de modelportefeuilles?

In een opgaande markt zouden de dynamische portefeuilles beter moeten scoren dan de gebalanceerde. En de gebalanceerde zouden het op hun beurt beter moeten doen dan de defensieve. Globaal gezien was dit ook zo.

Defensief was  in 2019 geen synoniem voor depressief.

Van de 24 modelportefeuille (8 defensief, 8 gebalanceerd en 8 dynamisch), staan 7 van de 8 defensieve portefeuilles onderaan qua behaald rendement:

  • DEFENSIEF periodieke inleg € 100/maand, DEFENSIEF periodieke inleg € 500 /maand, DEFENSIEF eenmalige inleg € 3.000 bestonden uit dezelfde fondsen in gelijke verhoudingen. Ze behaalden een rendement van + 17,13 %.
  • DEFENSIEF eenmalige inleg € 6.000 deed het iets beter met een rendement van + 17,99 %.
  • DEFENSIEF eenmalige inleg € 10.000 strandde op + 19,91 %.
  •  DEFENSIEF eenmalige inleg € 25.000 deed het nog beter met een rendement van + 21,97 %.
  • veel hoger in de lijst (8/24) treffen we het rendement van de portefeuille DEFENSIEF eenmalige inleg € 60.000: +  € 23,92 %.
  • “defensief” is een containerbegrip. Te conservatief beleggen is momenteel een synoniem zijn voor “zeker verlies oplopen”.

    We moeten hierbij opmerken dat we -net als in de voorbije jaren- niet super defensief zijn in de betrokken portefeuilles. Voor de kleine portefeuilles houden we het % aandelenfondsen laag en hadden we vooral ingezet op gemengd defensieve – en gemengd neutrale fondsen.

    Voor de grotere portefeuilles lag de verhouding aandelenfondsen wat hoger.

  • We beschouwden ze toch als defensief om 2 redenen: met echt defensief beleggen verlies je gegarandeerd geld (moet je dus niet doen) en door de grotere bedragen konden we deze bij onze leveranciers beter spreiden (en spreiden reduceert risico).

De gulden middenweg.

tegeltjeswijsheid, die hier niet van toepassing is.

De gebalanceerde portefeuilles deden wat van hen verwacht werd.

  • GEBALANCEERD periodieke inleg € 100/maand & GEBALANCEERD eenmalige inleg € 3.000 bestonden uit dezelfde fondsen in gelijke verhoudingen. Ze behaalden een rendement van + 19,26 %
  •  GEBALANCEERD periodieke inleg € 500 /maand deed het iets beter een haalde + 21,29 %.
  •  3 modelportefeuilles ontliepen elkaar niet veel. Het waren GEBALANCEERD eenmalige inleg € 6.000 (+ 22,48 %), GEBANCEERD eenmalige inleg € 15.000 (+ 22,58 %) en GEBALANCEERD eenmalige inleg € 10.000 (+ 23,30 %).
  • De GEBALANCEERDE modelportefeuille voor éénmalige inleg van € 60.000 haalde een rendement van + 23,92 %.
  • De topper hier was de GEBALANCEERDE portefeuille met eenmalige inleg van  € 25.000, die op + 24.86 % afsloot.

Risico nemen werd beloond.

Een “risicoklasse” is geen verzameling baldadige schoolplichtige jongeren.

Voor dynamische portefeuilles was het een nog beter jaar.

  • DYNAMISCH periodieke inleg € 100/maand & DYNAMISCH eenmalige inleg € 3.000 bestonden uit dezelfde fondsen in gelijke verhoudingen. Ze scoorden het minst goed en gingen + 21,90 %.
  •  DYNAMISCH eenmalige inleg € 6.000 volgde op + 22,48 %.
  •  DYNAMISCH periodieke inleg € 500/ maand sloot af op + 24,82 %
  •  Daarna kwamen de toprendementen: DYNAMISCH eenmalige inleg van € 25.000 haalde + 24,86 %, DYNAMISCH eenmalige inleg van € 10.000 haalde + 25,81 %, DYNAMISCH eenmalige inleg van €  15.000 haalde + 27,34 %.
  • Als absolute topper was er de DYNAMISCHE eenmalige inleg van € 60.000 die steeg met 29,47 %.

Tevredenheid

Deze cijfers zijn goed in lijn met wat diverse rendementen van indexen deden. Er is dus reden tot tevredenheid. Dat duurzaam beleggen niet minder rendabel is dan gewoon beleggen is hiermee nogmaals proefondervindelijk bewezen. Soms is het zelfs rendabeler.

Dat de scores voor een defensieve benadering lager liggen is de evidentie zelve. Niet al het geld gaat daar naar beursgenoteerde aandelen. Er wordt ook gedeeltelijk in vastrentende (lees: laagrentende) producten als obligaties belegd. Hoge rendementen bij de modelportefeuilles in 2019, neemt niet weg dat er niet kan geschaafd worden aan onze benadering.

Lessen voor de toekomst.

Dat spreiden het risico verlaagt, is verondersteld gekend. Dat concenteren het rendement KAN verhogen is hiervan een afgeleide. Door spreiden buigt het rendement immers naar een ‘gemiddelde’ toe.

Dit blijkt uit enkele resultaten uit 2019:

  • De gebalanceerde portefeuille van € 15.000 scoorde iets lager dan die van € 10.000, hoewel ze meer fondsen bevatte. Idem voor de gebalanceerde portefeuille van € 60.000 in vergelijking tot die van € 25.000.
  • De dynamische portefeuille van € 500 deed het beter dan die van € 6.000. De dynamische portefeuille van € 10.000 en € 15.000 deed het dan weer beter dan deze van € 25.000. Ook hier speelde het aantal opgenomen fondsen een rol (hoe meer fondsen, hoe minder rendement).
hoge rendementen bij modelportefeuilles
De modelportefeuilles 2020 zijn op iets andere leest geschoeid.

Dat heeft er toe geleid dat bij de opbouw van de modelportefeuilles 2020 het motto “meer = beter” verlaten werd.

Er werd gekozen op basis van de objectiveringsscore, die nu al 2 jaar gebruikt wordt, om de fondsen te selecteren.

Omdat die score niet alleen rekening houdt met duurzaamheid, maar ook met bewezen rendement én met kwaliteiten in vergelijking met de benchmark van het fonds, rekenen we er op dat we met minder fondsen van meer kwaliteit in de toekomst ook goede rendementen kunnen naar bovenspitten.

Benieuwd of zich dit ook in de praktijk zal bewijzen. En of we volgend jaar ook weer kunnen juichen met hoge rendementen bij onze nieuwe modelportefeuilles. Alvast is de duurzaamheidsrating en het behaalde cijfer in de objectiviteitsscore voor de modelportefeuilles 2020 gestegen in vergelijking met deze uit de modelportefeuilles van 2019. Meer weten hierover? Lees dan nog eens ons blogbericht van 06/01/2020.

Categorieën
home

De Morningstar Sustainability Rating focust voortaan meer op de toekomst dan op het verleden.

Chaplin als The great Dictator - Morningstar Sustainability Rating
Het aantal gebruikte globes blijft gelijk, maar hun toekenning gebeurt voortaan totaal anders.

Bij Ethisch Beleggen maken we van diverse bronnen gebruik om onze waarderingen in + of in –  te bepalen. 1 van deze bronnen is de financiële website Morningstar. Zo gebruiken we de Morningstar Sustainability Rating. Ze hebben dit systeem opgestart in de lente van 2016 en blijven er aan sleutelen. Het feit dat ze eigenaar geworden zijn van de duurzaamheidsrater Sustainalytics zal daar onder meer voor verantwoordelijk zijn.

Begrippen als “duurzaamheid” of stempels als “(on)ethisch” zijn niet vastgeroest. In een evoluerende maatschappij evolueren ook de opvattingen. Er komen nieuwe producten én nieuwe problemen bovendrijven, wetgeving wijzigt, inzichten veranderen,… . Dit is 1 van de redenen waarom we bij opstart van deze werking geen sluitende definitie rond wat wél en wat niet ethisch is vastlegden.

Morningstar Sustainability Rating: versie 1.5

System Software Update
Een eerste update van hun duurzaamheidsrating vond plaats eind 2018.

In het najaar van 2018 heeft Morningstar zijn duurzaamheidsrating reeds aangepast. U vindt hun toelichting hier. Kort samengevat deden ze toen 4 ingrepen:

  1. Lange termijn krijgt een groter gewicht. Omdat binnen een fonds aan- en verkopen plaatsvinden, wijzigt de samenstelling ervan geregeld. Nu wordt beter nagegaan hoe consistent een fonds in zijn duurzaamheid is.
  2.  De indeling in categorieën ging op de schop. De beleggingsstrategie van een fonds weegt voortaan zwaarder door dan de regio of het thema waarin het fonds belegt. Wegens het thematisch – of regionaal indelen van beleggingen, was de vergelijkingsbasis tussen fondsen soms erg klein. Een primus uit een kransje van 5 maakt minder indruk dan een primus uit een krans van 50 fondsen.
  3.  Minstens 2/3 van de aanwezige posities in een belegging moet een duurzaamheidsscore hebben. Vroeger was dit slechts 50 %.  Als je van een product slechts de helft kan evalueren op zijn ESG-gehalte, dan heb je uiteraard een grotere foutenmarge dan zo je 2/3 of meer kan evalueren.
  4.  Morningstar neemt voortaan ook Fund-of-Funds (soort superfondsen, die samengesteld zijn door optelling van verschillende aparte fondsen) mee in zijn evaluaties.

De aanpassing van eind 2018 veroorzaakte niet al te veel wijzigingen in de waardering bij de fondsen welke wij verdelen.

Versie 2.0 is een feit.

Beginnen met een schone lei - Morningstar Sustainability Rating
Morningstar kuiste het bord grondig af.

Inmiddels werd een nieuwe bijsturing uitgerold. Deze wordt geïntroduceerd per 31 oktober 2019. Omdat de datumverwerking steeds vertraging heeft (1 maand en 6 dagen), zal de nieuwe methodologie pas per 08/11 voor het eerst echt de wijzigingen laten zien. Deze zullen dan slaan op de portefeuillegegevens van 30 september.

Wat gaat er veranderen?

Het oog op de toekomst.

    1. Men wil weg van de momentopname.
      • Tot nu was de duurzaamheidsrating een soort optelsom. We tellen de ESG-score van alle individuele posities (bedrijven) uit een beleggingsfonds samen. En vervolgens trekken we de score voor controverses (waar zit het fout) daar van af.
      • Nu gaat men kijken naar de toekomst. Welke risico’s loopt een bedrijf nog op vlak van ESG?
      • Om dit te evalueren ontwikkelde Sustainalytics een nieuw meetinstrument: de ESG Risk Rating.  Wie deze grondig wil doornemen en de Engelse taal voldoende doorgrondt, kan de 3 volumes uitleg van hun website downloaden. Deel 1: Moving Up the Innovation Curve, Deel 2: Exploring the Internet Software and Services Subindustry en Deel 3: Potential Applications for Investors.
    2. Het is een schaal geworden die voor alle sectoren dezelfde is. Ook al is de energiesector bijvb. gevoeliger aan risico’s rond E (CO2-uitstoot) en G (corruptie en omkoping). Terwijl bij softwarebedrijven de E minder van tel zal zijn en de S & G (werknemersbeleid, veiligheid van data, waarborg van privacy) ) er een grotere rol spelen. De uitkomst van individuele bedrijven die langs de ESG Risk Rating liggen zal dus toch nog gedeeltelijk sectorgebonden zijn. Morningstar heeft zelf het voorbeeld van Royal Dutch Shell met een score van 33,7 versus Microsoft met een betere score van 14,1.

Een rapport op 100 punten.

Old skool schoolrapport - Morningstar Sustainability Rating
In tegenstelling tot een schoolrapport scoor je bij de ESG Risk Rating het best zo laag mogelijk.
    1. De schaal van de ESG Risk Rating wordt uitgedrukt in een getal tussen 0 en 100. Een laag cijfer staat voor een laag risico. In de praktijk scoren genoteerde bedrijven  het meest tussen 0 en 50. Sustainalytics kijkt per bedrijf welke ESG-risico’s een bedrijf loopt en hoe het dit aanpakt (“managed risks“). Daarnaast bekijkt ze of er ook risico’s zijn die het bedrijf nog niet aanpakt , maar die wel een rol kunnen spelen in de toekomstige waardering van het bedrijf ( “unmanaged risks“). Een cijfer 0 wil hier zeggen dat er geen niet-aangepakte risico’s zijn en dat de aanpak van de bestaande risico’s degelijk is.
    2. De scoring van alle individuele bedrijven wordt gewogen. En zo komt een gemiddelde voor de totale portefeuille tot stand. Een fictief fonds dat slechts in 2 bedrijven Microsoft (MS) en Royal Dutch Shell (RDS) zou beleggen in verhouding van 60 % MS én 40 RDS zou dus een eindscore van 21,52 krijgen  ((0,6 * 14,1) + (0,4 * 33,7)).   Er zijn 5 verschillende stadia in de ESG Risk Score
        1. van 0 tot 9,99 : verwaarloosbaar ESG Risico
        2. tussen 10 tot 19.99 : laag ESG Risico
        3. vanaf 20 tot 29.99 : gemiddeld ESG Risico
        4. van 30 tot 39.99 : hoog ESG Risico
        5. + 40: erg hoog ESG Risico

 Zonder het verleden te vergeten.

    1.  Omdat men probeert te kijken naar de evolutie op langere termijn zal ook gekeken worden naar de gegevens uit het (recente) verleden. Van de duurzaamheidsscore over de voorbije 12 maanden neemt men een “gewogen” gemiddelde. Dit noemt men de Morningstar Historical Portfolio Sustainability Score.  “Gewogen” betekent hier dat de recentere maanden een hoger gewicht krijgen dan de oudere maanden.
    2. De uiteindelijke toekenning van de slotrating per fonds is dan de duurzaamheidsrating. Men blijft gebruik maken van een systeem van 5 wereldbollen.
        1. de beste 10 % van de M* Historical  Portfolio Sustainability Score, dragen in zich dus het minste risico en krijgen 5 bollen toegekend.
        2. de volgende 22,5 % verwerven 4 bollen
        3. diegene die hierachter komen  (met een cijfer tussen 33,6 en 68,5 %) krijgen nog 3 bollen
        4. slechter scorende fondsen (cijfer tussen 68, 6 en 90 %) krijgen nog 2 bollen
        5. de slechtste 10 % krijgen van Morningstar nog 1 bol
    3.  Op die basis zijn momenteel wereldwijd een 50.000 beleggingsfondsen gequoteerd. Fondsen zonder bol zijn niet noodzakelijk zwakke fondsen op vlak van duurzaamheid. Het kunnen bvb. fondsen zijn waarbij minder dan 67 % van de participaties door Sustainalytics kon beoordeeld worden.

 Invloed van de nieuwe berekening.

    1.  De nieuwe berekening zal bij diverse fondsen een verschuiving in de Morningstar Sustainability Rating teweeg brengen. Morningstar zelf verwacht dat 43 % van de fondsen 1 globe zal winnen of verliezen. Voor 24 % (bijna 1 op 4) van de fondsen zal er zelfs een verschuiving van 2 of meer globes plaatsvinden.
    2. Hieruit moeten we concluderen dat de nieuwe manier van berekenen toch een scherpe breuk is met het verleden. Vergelijken tussen data voor – en na 31/10/2019 zal dus erg moeilijk -, zo niet onmogelijk worden. Dit zal dus ook voor onze eigen quoteringen ingrijpend zijn. De EthischBeleggen-objectiveringsscore, die wij hanteren per fonds, zal voor- en na 31/10 van elkaar verschillen. Momenteel kan met de maximale score van 5 globes 15 % van het totale puntenaantal verdiend worden. De fondsenselectie binnen onze modelportefeuilles zal hierdoor in 2020 ook beïnvloed worden.
    3. U kon deze gevolgen ook reeds zelf inschatten als u het resultaat van ons fictief beleggingsfonds met slechts 2 aandelen bekeek. Ondanks het feit dat ons voorbeeld voor 40 % uit een bedrijf dat in de oliesector actief is bestaat, krijgt het toch de op 1 na beste duurzaamheidsscore. Shell mag zich dan op vandaag inlaten met hernieuwbare energie, op basis van zijn verleden had geen weldenkend mens het een groot gewicht gegeven in een duurzaam fonds.

 Geef verandering een kans.

    1. wegwijzers naar verleden en toekomst
      De bollenwinkel (1 tot 5 globes) werden flink dooreen geschud bij Morningstar. Duurzaamheidsscores van vandaag kunnen significant afwijken van die welke vroeger toegekend worden.

      Het lijkt er dus op dat de nieuwe benadering een generaal pardon invoert. Iedereen, ook de grootste zondaars uit het verleden, krijgen amnestie. Het strookt niet om ons gevoel. Net zoals we het als maatschappij soms moeilijk hebben om een gevangene, die vrijkomt nadat hij zijn straf uitzat, te zien als iemand die een nieuwe kans verdient. We staan liever klaar om er een stempel van onbetrouwbaar én dus te wantrouwen op te slaan.

    2. Het nieuwe systeem zal echter ook wel uit zichzelf corrigeren. Wie uiteindelijk niet vooruit geraakt in zijn ESG-benadering zal geleidelijk toch wegzakken ten opzichte van collega-bedrijven, die wel een strakke ESG-focus houden. We zullen net als bij de invoering van een andere metriek stelsel, een andere spelling of een andere munt, uiteindelijk toch wel gewoon geraken aan de nieuwe norm.
    3. Blijf alleen de overweging:  is die verandering nu beter of slechter dan vroeger? Ze zal zeker een tijdje vreemd en mogelijks onnatuurlijk aanvoelen. Maar omdat ze meer rekening houdt met de nog af te leggen weg, dan met de reeds afgelegde weg, kan je toch besluiten dat ze meer toekomstgericht is. Net zoals Morningstar het zelf aankondigde.