10 jaar later & straks met dezelfde kater?

 

Voor de oude rockers onder ons is Ten Years After, een hardrock-band met psychedelische randjes, die furore maakte op Woodstock én met Alvin Lee een gitaargod in zijn midden had.

A-kant: I’d Love To Change The Word.
B-kant: Let The Sky Fall

Diezelfde oude rockers hadden misschien – milder geworden door de jaren én opgeschoven in de maatschappelijke orde tot fatsoenlijke burgers – een gedeelte van hun spaarcenten in bankaandelen gestopt. De zogenaamde “goede huisvader”- aandelen. Een goed idee tot het kaartenhuisje met veel gedruis -als was het een oorverdovende drumsolo-  in 2008 in elkaar stortte.

De B-kant van hiernaast vermelde single realiseerde zich, terwijl je met hippie-idealen toch eerder gehoopt had dat de A-kant had gewonnen.

Inmiddels is Alvin Lee overleden, maar het leed over de toen verloren spaarcenten zal gebleven zijn.

10 Years After 2008 : de lessen geleerd?

Heeft de financiële crisis uiteindelijk geleid tot ingrepen in het financieel systeem, zodat eenzelfde catastrofe zich niet meer kan herhalen? 

Neen, als we het rapport van Finance Watch met als titel “Ten Years After: Back to Business as Usual” mogen geloven.

Finance Watch is een Europese NGO, opgericht in de nasleep op de financiële crisis van 2008. met als doel een tegengewicht te bieden aan de financiële lobby. Waar deze laatste zich inzetten om  zo weinig mogelijk in hun ontplooiing gehinderd te worden, probeert Finance Watch met technische argumenten te lobbyen om bij het maken van financiële regelgeving het openbaar belang voorop te stellen. Consumentenbelangen, democratie, ongelijkheid, planeet en stabiliteit zijn aandachtspunten.

Never waste a good crisis

Met het ineen klappen van grote investeringsbanken als Lehman Brothers, nu 10 jaar geleden, bleek hoe kwetsbaar het financieel systeem was.

In de jaren voordien had de financiële wereld immers zijn band met de reële economie én met de noden van de gemeenschap verloren.

Met grote financiële hefbomen (voor iedere € 100, die in risicovolle beleggingen geïnvesteerd zat hadden de 4 Belgisch grootbanken in 2008 gemiddeld slechts 10,4 % als buffer voor problemen opzij gezet), probeerden ze hun winst te maximaliseren.

Finance Watch stelt in een recent rapport dat de regelgeving die na de crisis tot stand kwam niet krachtig genoeg is om de toen blootgelegde structurele kwetsbaarheden weg te werken. Volgens hen is daarbij the window of opportunity om tot een fundamentele herschikking van de globale financiële sector te komen verkeken.

Een waaier van pijnpunten.

In een publicatie van 44 pagina’s schreven ze hun analyse neer. Ze trekken volgende conclusies:  “10 jaar later & straks met dezelfde kater?” verder lezen

Gemeenteraadsverkiezingen 2018: is duurzaam beleggen een item?

 

Op 14/10 mag de burger nog eens zijn stem uitbrengen voor de plaatselijke besturen.

We deden een kleine steekproef (5 geselecteerde gemeentes) rond de vraag of politieke partijen ook een standpunt formuleren rond het beleggingsbeleid binnen hun stad/gemeente.  Is er aandacht voor duurzaam beleggen? Voor Antwerpen, Kortrijk en plattelandsgemeente Wielsbeke was thema onvoldoende aanwezig,  zo niet totaal afwezig.

Voor wat Gent betreft baseren we ons op de peiling die het Gents MilieuFront (GMF) een tijdje terug uitvoerde. In een bevraging rond 20 concrete stellingen -wij zoemen in op stelling 18- werden de meest relevante politieke partijen uitgenodigd om hun mening te geven.

Het Vlaams Belang werd er als niet-democratisch weggezet én niet bevraagd. Enig zoekwerk rond hun standpunt ter zake leverde mij echter geen relevante informatie op.

Stelling 18 uit de enquête van  GMF luidt “ Elk pensioenfonds of belegging van Stad Gent dat niet-duurzame energieproductie financiert, wordt herbestemd.

De mosterd voor deze stelling werd duidelijk gehaald bij Divest Gent.

Er lijkt echter een kloof te gapen tussen de formulering van de stelling én de standpunten van de achterliggende beweging. De alliantie van meer dan 80 organisaties uit het middenveld wil een terugtrekking uit zowel fossiele energie als uit andere onethische investeringen en wil hiertoe strikte uitsluitingscriteria laten hanteren.

De stelling focust vooreerst alleen op investeringen in brandstof. Ze geeft verder ook niet de richting aan waarin er volgens haar zou moeten geïnvesteerd worden.

Je kan dus uit de antwoorden niet zo maar besluiten dat wie akkoord gaat met de stelling automatisch ook duurzaam zal investeren als ander thema’s dan energieproductie betrokken zijn. En binnen een stad/gemeente zijn er natuurlijk tal van andere geldstromen.

De formulering laat dus ruimte voor politique politicienne: “vage antwoorden, die tot weinig afdwingbaar engagement leidden.” Antwoorden, die alleen bij eerste lezing goed klinken, maar meer vragen oproepen als je er dieper op in gaat.

De antwoorden in kwestie vindt u hieronder. We hebben ze telkens voorzien van onze commentaar. Het is niet onze ambitie om “Gemeenteraadsverkiezingen 2018: is duurzaam beleggen een item?” verder lezen

Biedt duurzaam beleggen een beter langetermijnrendement?

 

De disclaimer dat rendementen uit het verleden geen garantie zijn voor deze in de toekomst, kennen we onderhand wel. Maar wil dit ook zeggen dat er niets valt af te leiden uit het (recente) verleden? Natuurlijk niet. Zeker als je een tendens onwaart, kan het nuttig zijn om die verder te analyseren. En er eventueel op in te spelen.

Immers er is een beurswijsheid die luidt: “The trend is your friend (until the end when it bends)”. Deze woorden worden alleen door contrarians in de wind geslagen.

Motto van een contrarian. Maar heeft deze ook gelijk?

De vraag die we hier stellen is “is duurzaam beleggen een dergelijke trend? En zo ja, is het zinvol deze trend te volgen?” Bij gebrek aan een glazen bol, moeten we voor het antwoord toch even in de achteruitkijkspiegel kijken.

En dan blijkt dat het antwoord 2 keer “ja” is.

  1. Ja, duurzaam beleggen is een trend.
  2. En ja, het is zinvol om deze trend te volgen.

In de rest van dit artikel gaan we in op deze 2e ja. We focussen op 2 situaties: Europa én de wereld.

De Europese Scene.

Beleggen is als goede jazz: Boeiend, maar ook wel eens vermoeiend.  Met zowel dissonante – als melodische momenten. Sommigen krijgen er hoofdpijn van, anderen worden euforisch.

Als we op langere termijn (+/- 15 jaar) de evolutie van de MSCI Europe (grafiek en verdere toelichting telkens in de link)bekijken, dan zien we uiteraard een gekende beweging.

Tot en met medio 2007 een fors opgaande lijn. Met daarna tot midden maart 2009 een vrije val. Vervolgens tot begin 2011 een inhaalbeweging, gefnuikt door de Eurocrisis. Vanaf 2012 gaat het dan terug fors omhoog, maar sinds 2015 lijkt het vet van de soep.

Hierdoor noteert de MSCI Europe momenteel relatief fors onder de rendementen van de MSCI World.

Waar beiden in juli 2003 op 100 stonden, staat de MSCI Europe in juli 2018 op 295,37, terwijl de MSCI World op 340,98 noteert.  Op een periode van 15 jaar (de grote crisis 2008-2009 incluis) steeg de waarde van de MSCI Europe x 2,95 en die van de MSCI World x 3,4. Al bij al puik.

De MSCI Europe SRI werd later opgestart, maar gelukkig toch net voor de “Biedt duurzaam beleggen een beter langetermijnrendement?” verder lezen

Hoe koosjer is de gepubliceerde portefeuille eigenlijk?

 

In een artikel van 22/08/2012  op deze blog (Welke bedrijven zitten in de gepubliceerde portefeuille ? ) had ik de toenmalige portefeuille wat dieper uitgespit. Maar omdat de beleggingsportefeuille in de voorbije 6 jaar zelf grondig geëvolueerd is én sommige onderdelen ervan  een groot gewicht innemen ((NN (L) Global Sustainable Equities P Cap (+/- 28 %) – Covéa Sélectif (+/- 20 %) –  DPAM Inv B Equities Europe Sustainable B  (+/- 11 %) – La Française IP Actions Euro R (+/- 9 %) ), vond ik het tijd om de oefening van toen even opnieuw te maken.

Even wat dieper graven

Ik heb dus van alle fondsen die deel uitmaken van de eigen portefeuille, nagegaan in welke bedrijven deze investeren (1e helft juli  2018). Dit door raadpleging van hun portefeuillepagina op de site van Morningstar. Daar vindt je de 10 belangrijkste participaties die in het fonds aanwezig zijn. Kleinere participaties blijven onder de radar. De rubricering die je hieronder aantreft is derhalve niet 100 % correct.

Daarna heb ik een weging gemaakt van de gerubriceerde bedrijven op basis van het gewicht dat de fondsen zelf innemen binnen mijn portefeuille.

Vb: bedrijf X blijkt 3 % van de waarde van fonds A uit te maken en tevens 4 % van de waarde van fonds B. Stel dat fonds A 20 % uitmaakt van mijn portefeuille en dat fonds B slechts 10 % uitmaakt van mijn portefeuille, dan maakt het bedrijf X in mijn totale portefeuille  1  %  [(3 x0,2) + (4 x 0,1)] uit .

Concentreren of spreiden? 

Binnen de fondsen zijn er duidelijk 2 strekkingen op te merken.

  1. Sommige fondsen zijn echt overtuigd van hun eigen keuzes en laten die zwaar doorwegen (in de literatuur wordt soms van  convictie fondsen gesproken). We citeren even uit dit artikel  om dit verder te duiden:
    Aan zo’n portefeuille kleven risico’s, maar het stelt een beheerder ook in staat om zijn of haar kunde als stockpicker maximaal te etaleren. Deze manier van beleggen werkt uiteraard alleen in de handen van capabele beheerders die niet alleen met hoge convictie durven te beleggen, maar die dankzij hun geconcentreerde aanpak ook daadwerkelijk het verschil kunnen maken. ... Voorbeelden?

    1. Quest Cleantech Fund B Acc (10 belangrijkste participaties = 51,99 % van het fonds)
    2. Funds for Good Arch.Strategy (10 belangrijkste participaties = 48,69 % van het fonds
    3. BR IM New Energy Fund A2 (10 belangrijkste participaties = 45,44 % van het fonds)
    4. Comgest Growth Europe Acc (10 belangrijkste participaties = 46,47 % van het fonds
    5. Carmignac Emergents (5 belangrijkste participaties = 44,18 % van het fonds)
  2. Ander fondsen blijken minder overtuigd van het feit dat ze de wijsheid in pacht hebben en spreiden veel meer. Voorbeelden?
    1. DPAM Inv B Eq. Europe Sust. B Cap (10 belangrijkste participaties = 20,75 % van het fonds)
    2. DPAM Inv B Equit. NewGems Sustain.B (10 belangrijkste participaties = 19,35 % van het fonds)
    3. DPAM Inv B Eq World Sustainable B (10 belangrijkste participaties = 24,77 % van het fonds)
    4. Triodos Sustainable Equities (10 belangrijkste participaties = 22,85 % van het fonds
    5. Triodos Sustainable Bonds (10 belangrijkste participaties = 22,68 % van het fonds)

De rest van de fondsen neemt zowat een middenpositie tussen deze 2 uitersten in.

Je zou kunnen zeggen dat de portefeuille dus een goede spreiding kent tussen beide opvattingen. De convictiefondsen zouden in theorie het meest volatiel moeten zijn (in positive zin als de beheerders het juist voor hebben én in negatieve zin als ze de bal verkeerd slaan).

Is er veel overlap tussen de verschillende fondsen? 

Met andere woorden: vissen de duurzame fondsen niet allemaal in dezelfde vijver? In 2012 bleek dit niet het geval te zijn. In 2018 is dit nog steeds niet zo. De vrees dat duurzaamheidscriteria bij beleggen leiden tot eenheidsworst is derhalve ongegrond. Natuurlijk, er zitten overlappingen tussen de investeringen. Maar als 100 mensen een auto moeten kiezen is de kans groot dat er ook meer dan 1  keer voor BMW gekozen wordt natuurlijk.

Terwijl in 2012 de belangrijkste participatie slechts 1,06 % uitmaakte op de “Hoe koosjer is de gepubliceerde portefeuille eigenlijk?” verder lezen

Vlaamse Talking Heads over duurzaam beleggen

 

In bovenstaande podcast leggen Ilse De Witte en Ellen Vermorgen in een vlotte babbel uit wat duurzaam beleggen anno 2018 inhoudt én wat de problemen er bij zijn.  Dit uitgaande van de Europese regelgeving die pensioenfondsen en grote beleggers (banken , vermogenbeheerders, verzekeraars) in die richting duwt.

Zonder veel poespas of cijfergegoochel. Het beluisteren waard. Al is het maar als detox voor alle sportinfo die ons de komende weken uit diverse media zal toewaaien.

(Zo u van  De Economiekes nog andere economielessen wil beluisteren, dan kan dit hier.)

Naar een Belgisch kwaliteitslabel voor duurzame financiële producten?

 

Witwassen kennen we onderhand wel allemaal. Ten gunste van persoonlijk financieel belang wordt hierbij gemeenschapsbelang opgeofferd (vb. belastingsontduiking). Maar greenwashen is iets minder gekend , terwijl het

“All the World is Green” voor Tom Waits en tal van opportunisten

ook kwalijke gevolgen heeft. Mensen kopen iets of investeren in een product waarvan ze ter goeder trouw, maar blijkbaar ten onrechte denken dat het gaat over een duurzaam product. Verkopersbedrog dus.

Kleef een sticker “duurzaam” of “sustainable” op je product en mensen die gevoelig zijn voor deze waarde kunnen over de brug gehaald worden en trekken hun geldbeugel open. Zelfs als er bij nader toezien niets (of erg weinig) duurzaams is aan het betrokken product in kwestie.

Dat greenwashen ook in de financiële wereld mogelijk is, is een open deur intrappen. Financiële instellingen profileren zich nu eenmaal. Soms zetten ze daarbij ook schijnbaar groene producten in de etalage. En laten ze er de marketingafdeling op los. Daar gelden reclamewetten. Wetten waar creativiteit en vindingrijkheid hoger ingeschat worden dan correcte informatie.

In haar (zelf toegekende?) opdracht tot consumentenbescherming heeft de Europese Commissie het nodig gevonden om een groep deskundigen zich over deze problematiek te laten buigen. Deze High Level Expert Group on Sustainable Finance publiceerde per 31/01/2018 haar eindverslag.

Of het hoge niveau van deze expertengroep slaat op hun grote kennis of hun hoge verloning laten we in het midden. Er zat alvast géén Belg bij. Onder voorzitterschap van een AXA-man, werden uiteindelijk 8 aanbevelingen voorgesteld die moeten helpen om de financiële wereld meer richting duurzame beleggingen te sturen.

1 van deze aanbevelingen focust op particuliere beleggingen in duurzame financiële producten. “Spaarders” moeten de mogelijkheid hebben om te beleggen in portefeuilles die hun duurzame en ethische voorkeuren weerspiegelen. Ze moeten daarbij beschermd worden door minimumnormen.

Momenteel buigt de Belgische financiële sector zich via haar koepel Febelfin over die materie. Ze werkte een nieuwe kwaliteitsnorm uit voor duurzame financiële producten.  U kan de uitgebreide nota hierover hier raadplegen.

De ambities zijn niet min: “Naar een Belgisch kwaliteitslabel voor duurzame financiële producten?” verder lezen

Carmignac omarmt duurzaam beleggen.

 

duurzaam is meer dan een groen kleurtje

Een tanker keert niet zo vlot als een speedbootje. Als een beleggingsreus als Carmignac, zijn beleid wijzigt, dan duurt dit een tijdje.

Carmignac is in 1989 opgericht en is inmiddels uitgegroeid tot 1 van de belangrijkste Europese aanbieders van vermogensbeheerdiensten. In 2012 ondertekenden ze de VN Beginselen van Verantwoord Investeren.

Maar tot vrij recent hebben ze zich niet als duurzame beleggers geprofileerd.

Via Google Search  merken we dat ze sinds het 2e kwartaal van 2017 deze eigenschap wel beginnen uitspelen. Per 08/08/2017 op hun algemene website , per 18/08/2017 op hun Duitse website, per 04/09/2017 op hun Franse website .

En … deze week was maatschappelijk verantwoord beleggen ook 1 van de thema’s op hun investeringsseminarie in België. “Carmignac omarmt duurzaam beleggen.” verder lezen

Met duurzaam beleggen beter bestand tegen financiële crisissen ?

 

Crisissen zijn uitdagingen. Is er een betere manier om ze te doorstaan?

Na enkele jaren van sterke prestaties op de financiële markten, beginnen sommigen zich zorgen te maken. Bomen groeien immers niet tot in de hemel. Ooit komt er een  terugbots.

Is het verstandig om in uw strategie om forse verliezen tegen te gaan te kiezen voor duurzaam beleggen?

In februari 2014 verscheen een Italiaans wetenschappelijk onderzoek (Universiteit van Rome) met resultaten van een onderzoek of duurzame beleggingsfondsen anders reageren dan hun niet-duurzame zusterfondsen tijdens financiële crisissen.

De studie overspande een periode van 20 jaar. Er in die tijdspanne vastgesteld dat beide types fondsen geregeld haasje over speelden met elkaar op vlak van financiële resultaten. En dit in verschillende marktsegmenten (geografische zones, …).

Om te kunnen vergelijken werd eerst op basis van risicofactoren gezocht naar een niet-duurzaam fonds dat zo dicht mogelijk aanleunde bij een bestaan duurzaam fonds.

Uit de analyse bleek dat het rendement van duurzame fondsen dit van hun niet-duurzame zusterfondsen tijdens de financiële crisis van 2007 betekenisvol overschreed.

Duurzame fondsen lijken volgens de studie dus in crisismomenten voor de belegger een soort verzekeringsfunctie te hebben.

“Met duurzaam beleggen beter bestand tegen financiële crisissen ?” verder lezen

Pensioen-GPS van AXA mist de afslag naar duurzaamheid.

 

 

Zet uw GPS op bestemming “Pensioen”

De voorbije weken kondigde AXA aan dat ze volop wil inzetten op persoonlijk pensioenadvies voor haar klanten. TOP! De CEO van AXA Bank wil zijn agentennet weghalen van de pure productverkoop en hen oriënteren op begeleiding van de klant. Net wat de wetgever met zijn MiFID-regelgeving voorheeft.

Via uitgebreide gesprekken en met gebruikmaking van digitale technieken (dankzij fintecher Gambit).  Als na dergelijke gesprekken de pensioenkloof die zich bij de klant voordoet in beeld gebracht is, zal men een beleggingsstrategie opzetten om deze te dichten. Zo wil men tot optimale, gepersonaliseerde oplossingen komen.

AXA beperkt zich hierbij tot 22 fondsen en maakt zich sterk dat ze met deze fondsen zowat alle gewenste beleggingscombinaties afdekken. In deze beperktheid kunnen agenten zich dan al vlug de meester tonen. En zullen ze minder of geheel niet – om bij Goethe te blijven- in de verleiding komen om zich als een Faust te gedragen.

Met een dergelijke strategische ommezwaai worden de AXA-kantoren voor een langere tijd een nieuw pad opgeduwd. Is op dit pad ook aandacht voor duurzaam beleggen? Of niet? “Pensioen-GPS van AXA mist de afslag naar duurzaamheid.” verder lezen

Universiteit Gent : duurzaam beleggen is ook desinvesteren

 

Sapere aude! Durf te weten!

Van universiteiten durft men gemakkelijk karikaturen maken. Er wordt dan gewezen naar stoffige professoren die via verouderde studiemethoden oude, onpraktische kennis in onfrisse lokalen in de hoofden van niet-geïnteresseerde studenten willen gieten.

Of naar wetenschappelijk onderzoek dat niet echt nut heeft voor de maatschappij waar men zich in beweegt en alleen haar betekenis heeft als het in een obscuur, maar gerenommeerd tijdschrift verschijnt en op die manier helpt te voldoen aan de hoge publicatiedruk, die op zijn beurt bewijst dat men op academisch niveau nog meetelt.

Ik beken. Ik ben niet vertrouwd met het academisch milieu en schud dan ook bovenstaande uit mijn mouw. Hierbij niet gehinderd door enige kennis ter zake.

Maar uiteraard is er ook een andere werkelijkheid. Een werkelijkheid waar men inzicht en wijsheid betracht. En waar men het Latijnse motto van de Verlichting ook probeert toe te passen.  En op dit vlak past het de Universiteit Gent even in de bloemetjes te zetten.

In 2016 besloot UGent om haar financiële middelen (+/- €  230 miljoen) voortaan nog enkele in duurzame beleggingsfondsen te investeren. Een commissie ‘Duurzaam beleggen’ zou hierop toezien. Respect voor arbeids- en mensenrechten alsook ecologie zouden evaluatiecriteria worden. Dit leert ons alvast een artikel uit de Nederlandse site  Duurzaam Beleggen.

Dezelfde bron, maar ook het Belgische infokanaal De Wereld Morgen laat ons nu weten “Universiteit Gent : duurzaam beleggen is ook desinvesteren” verder lezen