Objectivering: geen enkel fonds scoort 10/10.

 

Meten is weten” zegt de volksmond. Maar als het gaat over zaken die u nauw aan het hart liggen is ontwijking, verbloeming, … vaak niet ver verwijderd van onze blik. We weten dat we iets aan onze lijn, ons alcoholverbruik,… moeten doen. Maar nauwkeurig ons gewicht, onze consumptie,… bijhouden is meestal al te veel gevraagd.

Hoe objectief ijken?

Bij Ethisch Beleggen hebben we ook onze biassen, onuitgesproken voorkeuren. Het zou zot zijn om dit te ontkennen. Maar dat mag natuurlijk niet de richting bepalen waarin we onze klanten duwen. Om die reden is het noodzakelijk om objectiever de criteria te bepalen waarop we ons advies bepalen baseren.

Sinds de opstart van onze werking in 2012 hebben we al jaren een excel-bestand dat vol met cijfers en kleurtjes staat. We hebben in de eerste paar jaar van onze werking dit bestand steeds verder uitgebreid. Zowel nieuwe fondsen als nieuwe parameters werden toegevoegd.

In onze selectie moeten we uiteraard vooreerst rekening houden met het profiel van de klant. Wil die een kleine- of grote som beleggen? Is hij risicoschuw of begrijpt hij dat een zeker risico gecombineerd met goede spreiding en voldoende lange beleggingstermijn acceptabel zijn. Deze profielbepaling is een conditio sine qua non, ons opgelegd door de FSMA.

Verder is het ook evident dat we de regels van de verzekeraars waarmee we werken moeten volgen. De meeste hanteren minimumnormen voor de totale belegging én ook voor de onderliggende fondsen waarmee deze opgebouwd wordt. In een belegging van € 1.000 kunnen we dan ook moeilijk steeds het voorkeurfonds van de klant een plaats geven.

Maar ondanks deze beperkingen, blijft er nog voldoende vrijheid over om te sturen. En dit sturen moet evident in de richting gaan van het belang van de klant. Het belang van de tussenpersoon (criteria als verloning, extra commissie bij bepaald volume,….) mag niet primeren. Uiteraard zal je zeggen. Wie zich profileert met een werking rond “ethisch beleggen” kan moeilijk via slinkse manieren zijn klanten manipuleren in de richting die voor hem het meest voordelig is.

Om die zweem van partijdigheid te vermijden én om tegemoet te komen aan de verstrengde regelgeving rond PRIIPS & MIFID II die per 2018 van kracht wordt, hebben we een objectiveringsscore uitgewerkt.

We leggen elk aangeboden fonds langs deze lat. Het resultaat is een cijfer tussen 0 en 10. Hoe hoger de score, hoe meer het betreffende fonds in onze concrete aanbiedingen zal steken. Op vandaag (31/08/2017) is de hoogste score 7,5. Deze wordt behaald door 2 aandelenfondsen.

Welke zijn de gehanteerde criteria?

  1. BEHEERSKOSTEN
    1. Motivering: overmatige beheerskosten bij een fonds verminderen het eindrendement voor de klant.
    2. Segmentatie: binnen een obligatiefonds wordt er doorgaans een pak minder verhandeld dan bij een aandelenfonds. Een gemengd fonds heeft hier een tussenpositie.
    3. Concreet : er wordt een 0,5 punt toegekend aan een obligatiefonds waarbij de jaarlijkse beheerskost lager dan 1 % is. Bij een gemengd fonds mag de jaarlijkse beheerskost maar maximaal 1,5 % zijn en bij een aandelenfonds is dit maximaal 2 %.
  2. FONDSENRENDEMENT BEHAALD OVER 1, 3, 5 EN 10 JAAR
    1. Motivering: een fonds dat geen rendement behaald mag een interessante insteek hebben, maar betekent financieel verlies voor de klant.
    2. Segmentatie: Onze lat ligt momenteel op een rendement van 4 %. Wie dit haalt krijgt een plus.
    3. Concreet: haalt een fonds over 2 van de 4 tijdszones groen dan wordt 1 punt toegekend. Haalt het over 3 tijdszones groen dan verdient het 1,5 punt en scoort het in alle 4 de tijdszones groen, dan behaalt het de maximale score van 2 punten.
  3. MORNINGSTAR RATING BEHAALD OVER 3, 5 EN 10 JAAR
    1. Motivering:  een fonds dat in vergelijking met gelijkaardige fondsen (benchmarkt) beter scoort is te verkiezen. De vergelijking met gelijkaardige fondsen is nodig omdat sectoren anders reageren ten opzicht van elkaar. We moeten dan ook appels met appels en peren met peren vergelijken. Een vergelijkingspunt met een gemiddeld stuk fruit is te vrijblijvend.
    2. Segmentatie:  We geven meer gewicht aan een fonds dat langdurig beter doet dan de markt dan een fonds dat dit maar kortlopend doet.
    3. Concreet:  een fonds met 4 of 5 sterren over 3 jaar krijgt 0,5 punten. Een fonds dat deze sterren over 5 jaar verdiende krijgt 1 punt en een fonds dat dit over 10 jaar deed verdient 2 punten. Let wel Het is een en-en-verhaal. Totaal kunnen hier dus 3,5 punten gescoord worden.
  4. SHARPE-RATIO
    1. Motivering: risico is inherent verbonden aan beleggen. Maar niemand tekent graag blanco cheques. Als risico echter gecompenseerd wordt door goede prestaties, zal men dit minder als probleem en eerder als mogelijkheid/kans zien.
    2. Segmentatie: een sharpe-ratio hoger dan 1 is positief. Lager dan 0,8 neemt het risico te veel toe.
    3. Concreet: een fonds met een Sharpe-ratio tussen 0,8 en 1 verdient 0,5 punt. Een fonds met sharpe-ratio hoger dan 1 verdient 1 punt.
  5. STANDAARDDEVIATIE
    1. Motivering: hoe consistenter een fonds presteert, hoe beter. Immers vandaag + 20 % en volgend jaar + 0 % en het jaar daarop – 20 % biedt niet echt houvast aan een beleggers. Dergelijke beweging is eerder iets voor speculanten.
    2. Segmentatie: een cijfer hoger dan 13 duidt op grote historische schommelingen. Een cijfer kleiner dan 6 op rustiger vaarwater.
    3. Concreet: een cijfer lager dan 13 en hoger dan 6 levert 0,5 punten op. Een cijfer van 6 of minder levert 1 punt op.
  6. SUSTAINABILITY-RATING VAN MORNINGSTAR.
    1. Motivering: om duurzaamheid, ESG is het ons bij Ethisch Beleggen te doen. Dit moet dan ook mee in de scoring opgenomen zijn.
    2. Segmentatie: Morningstar kent hier per fonds een score toe welke weergegeven wordt met wereldbollen.
    3. Concreet: 3 wereldbollen levert 1 punt op, 4 wereldbollen 1,5 punt en 5 wereldbollen tenslotte 2 punten.

Veel cijfers in een werkbaar model krijgen.

Objectivering is een work in progress.

Mogelijk kunnen in de toekomst bijkomende criteria of verfijning bij bestaande criteria aangebracht worden. De mix van deze criteria zorgt er voor dat een beleggingskeuze beïnvloedt wordt door verschillende parameters. Ze zal dus beter gewogen zijn.

Omdat we er van uitgaan dat klanten willen beleggen om rendement te behalen, is er een groot gewicht gegeven aan criteria die het financiële rendement bepalen.

Het duurzame aspect steekt enerzijds reeds in het feit dat we werken met fondsen die zichzelf hierrond profileren én dat anderzijds nog eens door een derde-organisatie beoordeeld wordt. Omdat de Morningstar sustainability-rating relatief jong (maart 2016) is toppen we hun waardering af op maximaal 2 punten. De ervaring leert immers dat er nog tal van fondsen zijn die totaal niet gequoteerd zijn (0 wereldbollen) en dat er ook fondsen zijn die ofwel te klein zijn of in bepaalde niches waarbij de duurzaamheidsverslaggeving niet gestandaardiseerd is investeren. Deze laatsten worden wellicht ten onrechte ondergewaardeerd.

En zoals steeds blijft deze bijsluiter van kracht: rendementen uit het verleden hebben geen voorspellende kracht. Het is dus niet verstandig uw beleggingsbeslissingen uitsluitend op die basis te nemen.