Categorieën
home

Lang zullen we leven! Maar zal het ook ‘in de gloria’ zijn?

Dit wordt geen CD&V-artikel. Toch ga ik hun spreekwoordelijke benadering van stal halen. Het “enerzijds, anderzijds”-verhaal. CD&V gebruikt dit voor nuancering tot niemand nog volgt of begeesterd blijft. Ik kan niet zeggen dat wat volgt begeesterend is, maar probeert u toch maar te volgen. Afhaken is immers op eigen risico. Wat is er van “in de gloria”: als je langer dient te leven met pensioenen die te laag zijn?

Vive la Vie !

In de gloria: langer leven met pensioenen die te laag zijn
leeftijdspiramide België

We beginnen met het goede nieuws. De Belg leeft opnieuw langer. OK, het is een stelling op basis van de laatst beschikbare cijfers. De eventuele gevolgen van de COVID-19 pandemie zijn daar nog niet bij inbegrepen. Vrouwen die nu geboren worden halen gemiddeld 84 jaar. Mannen blazen gemiddeld net voor hun 80e (79,6 j) hun laatste adem uit.

In deze cijfers zijn de cijfers van zelfdoding, ongevallen in het verkeer en op de arbeidsmarkt inbegrepen. Ook de sterftes ten gevolge van ziektes als kanker, hartproblemen,… .Voor wie vandaag dus pakweg 50 jaar oud is, zijn de geciteerde cijfers een onderschatting. Hun levensverwachting is hoger.

Voor die overlevenden schuift de gemiddelde sterfteleeftijd nog wat op.

  • Zo heeft een man die momenteel 67 jaar is gemiddeld nog 16,81 jaar te goed. Hij wordt dus gemiddeld bijna 84 jaar.
  • Een vrouw die vandaag 67 is wordt zelfs gemiddeld meer dan 86 jaar, want zij kan nog rekenen op 19,73 restjaren.

Leve de verbetering van de levensomstandigheden dus. In de meeste landen ter wereld (zelfs in de VS) is die levensverwachting een stuk lager).

Genieten van het goede langleven?

Na gewerkte jaren op pensioen kunnen gaan, opent perspectief op een rustiger leven. Een leven waarin de dagelijkse rush wegvalt. Waar niet alles nog “moet”. Héhé, oef en eindelijk!

Natuurlijk de gezondheid moet het toelaten. De laatste levensjaren zijn voor sommigen ook sukkeljaren. Maar kom, laten we optimistisch zijn. We weten dat er veel mensen in die laatste jaren aangewezen zijn op een WZC, woonzorgcentra. We zien echter in het straatbeeld ook meer en meer krasse knarren. Sommigen die op bankjes, als een equivalent van hangjongeren, de gang van zaken morrend becommentariëren. Anderen die tot op hoge leeftijd actief blijven in hun vereniging, voor hun (achter)kleinkinderen, op reis, … .

Mits een volle  portemonnee.

En daar durft wel eens het schoentje knellen. De laatst cijfers mbt. de gemiddelde bruto-pensioenen per maand (2018) zijn ontnuchterend. Klikken dus op eigen risico!

  1. Let op, het zijn gemiddelden. Dus in die cijfers steken ook de cijfers van zij die geen volledige loopbaan hadden (45 jaar werken). Maar toch eens natrekken in je eigen omgeving: wie van ons heeft een volledige loopbaan? Lang studeren, thuis blijven voor de kinderen, afvloeien vanaf je 50e wegens bedrijfssanering, ziekte- of invaliditeit oplopen tijdens je actieve loopbaan, tijdelijk uittreden of parttime gaan werken om voor de kinderen te zorgen, burn-out oplopen … . Er zijn erg veel redenen waarom de volledige loopbaan in praktijk niet gerealiseerd wordt.
  • Let op 2: de lage cijfers voor zelfstandigen zijn ook gedeeltelijk te verklaren doordat deze jaren geleden géén pensioenbijdrage dienden te betalen. Of doordat er een aantal ook erg lage ‘officiële’ omzetcijfers bekendmaakten en liever royaler leefden zonder  facturen uit te schrijven.

Terug naar de cijfers:

  1. wie gedurende zijn volledige loopbaan het statuut van zelfstandige had, ontvangt gemiddeld € 642/ maand.
  2. wie een zuivere loopbaan als loontrekkende had, ontvangt gemiddeld € 1.174/ maand
  3. een ambtenaar met een volledige loopbaan, ziet maandelijks gemiddeld € 2.731/ maand op zijn rekening gestort.

De armoededrempel voor wie alleenstaande is bedraagt (cijfers 2018) € 1.187 / maand. De gemiddelde kostprijs van een rusthuis bedroeg € 1.546 / maand.  Het basisbedrag van het leefloon bedraagt (maart 2020) voor samenwonenden € 639,27/ maand. Een alleenstaande kan in Vlaanderen opgetrokken worden tot een leefloon van € 958,91.

De cijfers tonen aan dat wie extra geld krijgt via leefloon, toch onder de armoedegrens leeft. Een loontrekkende met een gemiddeld pensioen heeft niet genoeg om een langdurig verblijf in een rusthuis te betalen. Dat kan toch niet die in de gloria zijn waarin we langer zullen leven: een wachtperiode met te lage pensioenen?

De overheid zorgt toch voor ons?

Zo zou het toch moeten zijn. Wie regeert, moet vooruitzien. En de tering naar de nering zetten. Niet alles uitgeven als je weet dat er binnenkort (of op middellange termijn) kosten staan aan te komen. Voor kosten die voorzienbaar zijn, kan je een berekende reserve gaan aanleggen. En je houdt best ook wat over voor onvoorzienbare omstandigheden.

Helaas doet de overheid wat in veel gezinnen ook gebeurt: niet goed budgetteren. En blind vooruitrijden in de hoop dat alles uiteindelijk wel meevalt en er geen muur in de weg staat.

De budgetten waren in het verleden structureel ontoereikend. Waardoor er flinke schulden opgebouwd werden. Dit noodzaakte de regering om in de jaren ’80 – ’90 van vorige eeuw hard op de rem te gaan staan. Ze werd daarbij geholpen door externe factoren (hoge intresten, het perspectief van toetreding tot de euro) en politici met een perspectief dat verder reikte dan de volgende verkiezingen (Martens, Dehaene – oei, nu ben ik toch CD&V aan het verheerlijken).

De rente is sindsdien gezakt, de toetreding tot de euro is verworven en het lijkt alsof de generatie politici die in de voorbije 25-jaar de dienst uitmaakten bang zijn van hun eigen schaduw. Met een kaasschaaf werd de overheidsschuld slechts mondjesmaat aangepakt. Voor problemen binnen een afzienbare tijd, verkoos men de kop in het zand te steken.

Schuldafbouw omgebogen.

Traag op de goede weg tot de financiële crisis een bres sloeg in de schuldafbouw

Catastrofen in een gematigd zeeklimaat zijn eerder zelfdzaam. Toch bleven ze in ons land niet uit.

  • De financiële crisis van 2007-2009 begon in de VS. Maar door de grote interne verwevenheid van kapitaalstromen en garantiebepalingen maakte deze ook grote slachtoffers in West-Europa. Op dit oude continent greep iedere regering naar de geldbeugel. De instorting van het financieel systeem moest vermeden worden. De staatsschulden stegen overal. Ook in landen waar het water al aan de mond stond.
  • Sinterklaas zat op de regeringsbanken. Saneringsmoeheid én wil om bij de kiezer in de gunst te komen, hebben er ook toe geleid dat sommige regeringen kwistig met voordelen zijn beginnen zwaaien. We kennen allemaal de oversubsidiëring voor wie rond 2010 zonnepanelen op zijn dak legde. Maar ook de vorige “Zweedse” coalitie zette in op belastingsverlaging voor bedrijven, zonder dat het terugverdieneffect sluitend was.
  • En vandaag worden we geconfronteerd met een gezondheidscrisis, waarvan niet duidelijk is wanneer hij achter de rug zal zijn én hoeveel hij zal gekost hebben.
    • De Nationale Bank berekende begin april dat de staatschuld in 2020 terug zou oplopen tot 115 % van het BBP (bruto binnenlands product).
    • Deze week schreef Veronique Goossens, hoofdeconoom van de (staats)bank Belfius, dat we eerder rond de 120 % van het BBP zullen stranden. Met een tekort van +/- € 50.000.000.000 op onze begroting voor dit jaar, staan we daarmee terug op de positie die we begin 2000 innamen.

Met de rug tegen de muur voor aanpakken dringende problemen.

Ja, er zijn onevenwichten tussen de financiële draagkracht en – bijdragen van Vlamingen en Walen. Ja, er zijn problemen met inburgering van migranten, … . We moeten die niet onder de mat vegen. Maar zijn dit de belangrijkste items in de strijd om onze levensstijl te behouden en onze emancipatie verder vorm te geven?

We hebben een politieke klasse die er niet in slaagt om de dwingende problemen van klimaatverandering aan te pakken (we hebben slechts 1 aarde).

En die al decennia weet dat er een vergrijzingsgolf aankwam, maar er géén extra eurocent voor aan de kant hield. Je kan ze moeilijk op applaus onthalen. In feite zou je ze eerder moeten aanklagen voor schuldig verzuim.  We leven langer én zijn afhankelijk van pensioenen die te laag zijn,  weinig reden dus om ‘in de gloria’ te zingen.

De balk en de splinter.

Beeldspraak uit de Bijbel

Maar we mogen niet alleen de politici met pek en veren willen insmeren. Uiteindelijk hebben ook wijzelf als burger /als individu een verantwoordelijkheid. We zien die niet altijd, tuk als we zijn om de schuld bij een ander te leggen.

Ook wij weten al jaren dat

  • er een vergrijzingsgolf aankomt,
  • de overheid daar niet op anticipeert en
  • gemiddelde pensioenbedragen geen garantie op een onbekommerd oud leven inhouden.

En wie een probleem ziet, kan er op anticiperen.

  • In geval van klimaatverandering kan je je vleesconsumptie, je reisplannen, je mobiliteit, je beleggingsstrategie… aanpassen. Om op die manier je persoonlijke ecologische voetafdruk dichter in overeenstemming te brengen met wat nodig is om de opwarming af te remmen.
  • Voor de vergrijzing kan je zelf een reserve aanleggen om het potentiële tekort te overbruggen.
    • Er zijn hiervoor zowel mogelijkheden die door de overheid (als doekje voor het bloeden?) met fiscaal voordeel bedacht zijn: pensioensparen, lange termijn sparen, VAPZ, WAP, IPT, groepsverzekering,…
    • Er zijn daarbovenop ook mogelijkheden om zonder fiscaal voordeel aan je noodzakelijk reserve te bouwen intekenen op beleggingsfondsen, Tak 23, aandelen, … .

Wat is haalbaar aan reserve-opbouw?

Hoe bouw je best je reserve op? Moet ik een vast percentage van mijn inkomen sparen en hoe hoog is dit dan? Een sleutel op de deur-oplossing die voor iedereen werkt bestaat niet.

  1. Het Nederlandse NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) raadt aan om minstens 10 % van je inkomen te sparen. Wie dit artikel leest, merkt dat dit gedeelte bedoeld is als buffer. Het dient om uit de financiële problemen te blijven. Dus, dit bedrag voorziet niet in reserve-opbouw.
  2. Belgische banken hanteren als vuistregel dat je ongeveer 1/3 van je inkomen mag besteden aan een hypotheeklening. Aangezien een hypotheeklening een lange termijnkrediet is met een duidelijk doel (verwerven van eigendom) houden ze met die grens een slag achter de hand. Zodat je als klant enerzijds nog verder normaal kunt leven en anderzijds ook ruimte hebt om tegenslagen op te vangen.
  3. In de praktijk lijkt die 1/3 voor veel ontleners aanvankelijk amper haalbaar (ze zie niet hoe ze dit gaan volhouden), terwijl in de praktijk blijkt dat het (eens de realiteit van de afbetaling voor de deur staat) meestal wel kan.
  4. Omdat een woning na verloop van tijd toch ook kosten met zich meebrengt, kunnen we niet zomaar zeggen dat die 1/3-regel blijft opgaan voor opbouw van toekomstreserve eens je woning afgelost is. 25 % is daarom wellicht een goed mikpunt. Afhankelijk van je effectief inkomen kan dit wat lager of wat hoger uitvallen (wie € 1.500 / maand verdient zal minder aan de kant kunnen houden dan wie € 3.500 / maand verdient. Wie studerende kinderen heeft zal ook  met hun exploderende studie- en onderhoudskost moeten afrekenen).

Discipline versus consumentisme.

Eens de woning afbetaald is, is het verraderlijk om de teugels te vieren.

In de gloria: langer leven met pensioenen die te laag zijn
instant gratification of genot uitstellen?

Maar het is pas door regelmaat en volharding dat een plan gerealiseerd wordt. De marshmallow-test op kinderen (waarbij deze kiezen voor onmiddelijke behoeftenbevrediging en niet voor dubbele beloning bij uitgestelde behoeftenbevrediging) lijkt in de realiteit ook toepasbaar op veel volwassenen (*). Daarom is het goed om je reserve-opbouw te automatiseren door bijv. je reserve-opbouw automatisch te laten overschrijven in de gekozen beleggingsformule net nadat je loon gestort is. Je komt dan minder in de verleiding om het geld aan iets anders uit te geven.

Persoonlijk voorbeeld.

Mijn situatie.
  • Als zelfstandige steven ik af op een relatief laag pensioen. In de praktijk zal dit rond de € 1.250 / maand liggen.
    • Daar komt wel iets bij in de vorm van pensioensparen (opgestart op mijn 30e), lange termijn sparen (opgestart op mijn 54e), VAPZ (opgestart op mijn 31e) en IPT (opgestart op mijn 34e). Deze stelsels zullen een eenmalige uitkering voorzien op mijn 65e.
    • Mijn beide ouders leven nog en zijn hoogbejaard. Ooit zal er een erfenis openvallen. Deze is te verdelen onder 4 kinderen.
  • Gezien mijn genen (zie hierboven) kan ik er (hoewel geen zekerheid) best van uitgaan dat ik wellicht meer dan 20 jaar pensioen te overbruggen heb.
  • Ik ben er van uitgegaan dat ik om comfortabel te leven ongeveer € 2.500 / maand ter beschikking moet hebben. Dit veronderstelt dus een eigen inbreng van minstens € 300.000 (€ 1.250 x 12 x 20). Hiervan is een gedeelte door de reeds opgesomde spaarinspanningen opgebouwd.
Mijn praktijk.
  • Na afbetalen van mijn hypothecair krediet startte ik in 2009 (50e verjaardag) met een bijkomende reserve-opbouw van € 600 / maand. Dit via 2 Tak23-beleggingen bij verzekeraars en 1 storting in beleggingsfondsen via mijn bank. Dit zou minstens € 108.000 moeten opleveren (kosten afgetrokken en rendement toegevoegd). Meer mag ook uiteraard. Een gedeelte van de Tak 23-beleggingen vind je terug in de maandelijkse storting in mijn eigen portefeuille (zie maandelijkse bijdrage “de eigen portefeuille in (maand/jaar)” op deze blog.
  • Eind 2010 heb ik zonnepanelen gelegd.  Zowel op mijn kantoorpand als op mijn privéwoning. Telkens ik een groene stroom-certificaat uitbetaald krijg, probeer ik dit bedrag eveneens te beleggen.
  • Gezien de uiterst lage rente, hou ik zo weinig als mogelijk spaargeld op mijn bankrekening. Het overtollige bedrag heb ik in 2012 besteed aan enkele eenmalige beleggingen bij verschillende verzekeraars. Ook die vind u terug in de eigen portefeuille.
  • Door wijzigingen  in mijn privéleven en door een paar professionele tegenslagen, heb ik het extra opgebouwde kapitaal in het verleden al enkele keren (gedeeltelijk) moeten aanspreken. Om die reden ben ik sinds 2015 begonnen met maandelijks extra € 600 / maand te beleggen. Beurtelings in individuele aandelen en in beleggingsfondsen. Een tandje bijsteken met oog op bereiken van mijn doelstelling.
  • Recent kon ik een gedeelte van mijn VAPZ gebruiken voor de aankoop van een erg bescheiden appartementje. Ik dien intrest te betalen op het ontleende kapitaal, maar dien dit kapitaal niet noodzakelijkerwijze terug te betalen. In voorkomend geval zal het eindkapitaal van mijn VAPZ  daardoor lager uitvallen. Een reden te meer om de beleggingsbesteding van mijn groene stroom-certificaten en de extra stortingen van € 600 te proberen volhouden.
  • Op 4 jaar van mijn pensioen steekt er ongeveer € 75.000 in mijn reserve. Als ik er van uitga dat ik verder 2 x € 600 / maand kan blijven besteden en dat de rendementen van die bedragen op zijn minst de kosten verbonden aan die beleggingen compenseren, dan strand ik bij pensioen (ben nog van lichting die op 65 op pensioen kan gaan) op een bijeengespaard bedrag van +/- € 130.000.

Vroeg begonnen is half gewonnen.

Hoe korter de tijd die je rest om een reserve op te bouwen, hoe zwaarder je inspanning is. In mijn geval laat € 1200/maand weinig ruimte voor veel andere frivoliteiten.

Gelukkig had ik vroeger reeds aan pensioensparen en VAPZ en IPT opgestart. Vooruitzien is het halve werk. Niet voor niets hangt er in mijn kantoor een oude pancarte van verzekeraar Belstar. ” In het verleden nooit aan je toekomst gedacht?” staat er op vermeld.

Wie laattijdig tot de conclusie komt dat hij niet voldoende reserve opgebouwd heeft en dat het wettelijk pensioen (en andere oplossingen zoals erfenissen, werkgerelateerde pensioenbijdragen, … ) niet zal volstaan voor een aangename oude dag zonder financiële zorgen, kan best nog in actie schieten. Al wat je nog bijeenschraapt is dan mooi meegenomen. En de inspanning om niet alles gelijk uit te geven, zal alvast een goede oefening zijn om te wennen aan de inkomstenval, die opruststelling met zich meebrengt.

(*) Econoom Paul Krugman publiceerde per 9/06/2020 zijn opinie “America Fails the Marshmallow Test“. De wil in de VS om COVID-19 te bestrijden ontbreekt. Wellicht is die visie ook van toepassing op ontstaan en verspreiding van de 2e golf van de pandemie in West-Europa

 

 

 

 

 

 

Door Patrick

Belgisch verzekeringsmakelaar (voordien sociaal-assistant en bankagent) bij wie -door de financiële crisis van 2008 én de gevolgen voor overheden, banken en burgers- volgende inzichten rijpten:
1. Uitsluitend 'sparen' is organiseren van uw eigen verarming. Dit door de combinatie van inflatie & ultra-lage rentes.
2. 'Beleggen' is nodig om nog enig rendement te behalen.
3. Dit kan ook zonder mens, maatschappij en milieu te schaden.
Ik doe dit via beleggingsverzekeringen (Tak 23). In de blogberichten licht ik mijn zoekproces én mijn inzichten in de wereld van duurzaam beleggen toe.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.