Categorieën
home

Hoera voor de groene coöperaties?

 

Joepie! Er kwam vandaag weer eens geld op mijn zichtrekening. Ditmaal afkomstig van Ecopower.  Tiens? Precies veel minder dan vorig jaar.

2012 is het jaar van de cööperaties. Dit huldejaar startte ongelukkig genoeg in de slipstream van de perikelen met 1 van de coöperaties, die in Vlaanderen het best verspreid zijn:  Arcopar. Deze ACW-coöperatie had helaas al zijn eieren en dit van zijn klanten in de omvergevallen superbank Dexia gestopt. Naast de diverse coöperaties die opgericht zijn in de omgeving van financiële instellingen (Fidelio, Argen-Co,  Record, …) zijn er de laatste jaren tal van coöperaties opgestart, die zich richten op investeringen in hernieuwbare energie.

Internationaal staan coöperatieven momenteel in de kijker

Het moet gezegd worden dat deze zich tot heden beter gedragen dan diverse groene beleggingsfondsen. De ecologiefondsen, zouden we immers, afgaande op hun koersevolutie in de voorbije periode, beter rode beleggingsfondsen noemen .Ik kreeg dan ook al herhaalde malen de vraag van mensen of ze niet beter in dergelijke coöperaties zouden investeren dan in de fondsen die we met ethisch beleggen  promoten

Omdat de werkelijkheid nu eenmaal  complex is, is hier een genuanceerd antwoord op zijn plaats.

Ik baseer me hiervoor op analyse van de meest gekende Vlaamse energiecoöperaties. En ik begin met de positieve kant.

  1. Investeren in die coöperaties is een perfecte toepassing van het principe “Think Global, Act Local”. De mondiale milieubekommernis mondt hier uit in een deelname in een  plaatselijke groene energieproducent of energiefinancier.
  2. Omdat deze coöperaties zo dicht bij de deur zijn, is het erg gemakkelijk om hun werking op te volgen. Je moet geen financiële analyses in vreemde talen, met vreemde munten en rekeninghoudend met vreemde wetgevers doorploegen.
  3. Tevens wordt je een actieve belegger. Je geld wordt in de reële economie geïnvesteerd. Dit levert alvast plaatselijke tewerkstelling en tastbare producten als windmolens en dergelijke op.
  4. Meestal zijn er ook geen instapkosten, noch uitstapkosten voorzien. Uitzondering hierop is Wase Wind, waar je € 7 betaalt per aandeel van € 248.
  5. In ruil voor je investering ontving je in de voorbije jaren steevast een aantrekkelijk dividend. Bij zowel BeauventGroenkracht en tot vorig jaar ook bij Ecopower ontving je 6 %. Wase Wind keerde 5,5 % uit.  Bij Limburg Wind ontving je 5 %. In vele gevallen is dit dividend ook een netto-dividend. Je dient geen roerende voorheffing te betalen als het bedrag van je totale coöperatieve dividenden niet hoger is dan € 180 (inkomsten 2011) en je een natuurlijk persoon bent. Vennootschappen, die in dergelijke aandelen investeren hebben de voorheffing wel aan hun been. Meer info hierover bij: http://fiscus.fgov.be/interfafznl/nl/downloads/indexering-aj2012.pdf

Wat wil een mens dan nog meer?  Allen daarheen ! Hola. Niet zo vlug. Een perfect product bestaat niet. “Elk voordeel heb zijn nadeel” zou de Nederlandse filosoof Johan Cruijff  je willen influisteren.

Wat zijn dan de nadelen aan dergelijke belegging?

  1. Erg weinig spreiding. In tegenstelling tot beleggen in een beleggingsfonds, beleg je hier in 1 of meerdere bedrijven, die allemaal actief zijn op een kleine oppervlakte én in dezelfde regelgeving.  Als de Vlaamse of de Belgische overheid beleidsmaatregelen neemt, kan dit erg grote gevolgen hebben voor de sectoren waar die bedrijven in actief zijn. Denk bij wijze van voorbeeld aan de noodrem waarmee Freya Van den Bossche het onverhoopte succes van zonnepanelen tot staan bracht. Naast het uitdoven van het systeem van groene leningen én het fiscaal minder aftrekbaar maken van dergelijke investeringen voor particulieren, werd ook zowel het bedrag van de groene stroomcertificaten & de periode waarin je die kon bekomen drastisch gereduceerd. Met als resultaat  een sector van installateurs die steen en been klaagt  en zijn investeringen moet terugdraaien.  Dergelijke ingrepen op vlak van windenergie zijn nooit uit te sluiten met een armlastige overheid, die eerder geld nodig heeft, dan mogelijkheid heeft om geld weg te geven. Denk ook aan het effect van de mening van de publieke opinie. Terug naar de zonnepanelen, waar tegenstanders er in geslaagd zijn een afgunstmentaliteit te doen ontkiemen (Ik betaal voor de zonnepanelen van mijn gebuur, terwijl mijn energie steeds duurder wordt) en organisaties als Eandis dit door gebrekkige communicatie mee aangewakkerd hebben.  Of denk aan het bij sociologen en beleidsmakers gekende NIMBYsyndroom.  Windmolens lijken daar soms de nieuwe migranten te zijn. Ik ben er niet tegen, zolang ze maar niet in mijn buurt opgetrokken worden, want dan heb ik overlast. (Iemand al eens gedacht aan de overlast van een nucleaire ramp van het kaliber van Tsjernobyl of Fukushima ?). En spreiding is nu eenmaal een basisbeleggingsregel (remember Arcopar). Wie om ideologische redenen al zijn spaargeld in hernieuwbare energiecoöperaties stopt, zondigt tegen deze regel.
  2. Beperkt investeerbaar bedrag. De meeste van die coöperaties leggen scherpe limieten op uw aankoop. Groenkracht is daarop een uitzondering. Daar kan je onbeperkt aandelen kopen. Bij Wase Wind moet je in het Waasland wonen en  je energie afnemen bij Wase Wind voor je mag investeren. Bij Ecopower lees je in hun prospectus dat je tot maximum € 12.500 kan intekenen (50 aandelen van € 250) . Bij Beauvent is dit slechts € 1.500 (af en toe krijg je kans om extra te investeren). Bij Limburg Wind en Aspiravi Samen mag je nu tot € 3.000 intekenen. De som van dergelijke bedragen is leuk, maar is zeker geen oplossing voor wie met zijn belegging structurele problemen (vb. pensioenopbouw) wil aanpakken. En als je in alle coöperaties het maximum investeert verlies je op een gedeelte van je opbrengst de vrijstelling van roerende voorheffing (-25 %) .
  3. Gebrek aan liquideit. Hoewel velen de coöperatieve aandelen ontdekt hebben als een alternatief voor de laagrentende spaarrekeningen zijn er essentiële verschillen tussen een spaarrekening en een coöperatief aandeel. In alle gevallen kan een inleg in dergelijke coöperatie niet dadelijk terug opgevraagd worden. Groenkracht heeft in zijn statuten bepaald dat er pas kan uitgestapt worden na 3 jaar. Beauvent, Aspiravi Samen,  Limburg Wind &  Wase Wind laten je pas uitstappen na 5 jaar.  Bij Ecopower moet je nog 1 jaar langer wachten. In economische moeilijke tijden is 5 jaar natuurlijk een erg lange periode. Stel je eens voor dat de aandeelhouders van Arcopar in 2007 te horen kregen dat ze pas in 2012 konden uitstappen. Niet erg geruststellend als je weet wat de wankele positie van Arcopar ondertussen werd. En niet vergeten: voor de hernieuwbare coöperaties is er in tegenstelling tot bij Arcopar geen bankwaarborg uit de brand gesleept.
  4. Evoluerende achterliggende waarde. Een aandeel van een bedrijf vertegenwoordigt een deeltje van  alle bezittingen van een bedrijf (ook de schulden). Als een bedrijf voldoende waardevolle middelen heeft (kapitalen, productiemiddelen, klanten en bestellingen) is er dus niets aan de hand. Als die elementen evolueren (in – of in +), dan kan de achterliggende waarde verschrompelen of vermeerderen. Kapitaalsgarantie is er derhalve niet. En het komt er op aan om er de jaarverslagen van de coöperaties op na te slaan om te zien of je belegging nog veilig is of niet. Niet alle coöperaties zijn op dit vlak toonbeelden van transparantie. Op de website van Beauvent vind je bijvoorbeeld geen jaarverslagen of revisorenverslagen terug. Bij andere coöperaties vinden we die gegevens wel op de website. Bij Ecopower en Beauvent ben je eigenlijk een stukje eigenaar van het bedrijf. Bij  Wase Wind, Groenkracht, Limburg Wind en Aspiravi Samen  is dit niet het geval. Limburg Wind en Groenkracht vermelden duidelijk in hun publicaties dat de coöperaties in feite achtergestelde leningen verstrekken. Dit is een financiëringstechniek waarbij je als het fout gaat achter de gewone schuldeisers komt en je moet hopen dat er nadat deze langs de kassa gepasseerd zijn nog geld overblijft om u als coöperant te vergoeden. Ook Wase Wind zou met achtergestelde leningen werken. Wase Wind produceert zelf (net zoals Beauvent en Ecopower) maar heeft een rechtstreekse band met het bedrijf  Fortech, een plaatselijke KMO. Groenkracht investeert vooral in 1 ander bedrijf, het gekende Electrawinds. Limburg Wind investeert vooral in Limburg win(d)t en in Aspiravi . De solvabiliteit van Groenkracht staat momenteel buiten kijf. Van Limburg Wind en van Aspiravi Samen is nog niet al te veel te zeggen, gezien beide coöperaties pas opgericht werden in 2010. Het valt wel op dat Aspiravi Samen erg vaag is over zijn investeringsbeleid. Ze stellen hun kapitaal ‘binnen de grenzen van de wet ter beschikking van Aspiravi’. Welke financiëringsmethodes (achtergesteld of niet) ze gebruiken is niet zo duidelijk. Aspirava Samen publiceert dat ze in de laatste 2 boekjaren lichtjes verlieslatend waren. Op zich is dit niet dramatisch. Het gaat over kleine bedragen ten opzichte van het volledige kapitaal. Maar voor zowel Groenkracht als Limburg Wind en Aspiravi Samen hangt dus erg veel af van de evolutie bij derde bedrijven.
  5. Inflatierisico. Alle aandelen van de betrokken coöperaties hebben een nominale waarde. De waarde van die aandelen kan niet stijgen. Dit in tegenstelling tot gewone bedrijfsaandelen, waar een stijging van het aandeel een compensatie kan zijn van het inflatierisico. Bij Wase Wind, Limburg Wind en Aspiravi Samen kan men volgens de statuten eventueel wel beslissen om de aandeelhouders een ristorno toe te kennen. Dit is tot heden niet gebeurt. Dat betekent in concreto dat –als alles goed gaat en je na 10 jaar je aandelen uit de coöperatieve verkoopt –  je dan netjes het geld terugkrijgt dat je er in stopte.  Maar stel dat er over die periode een inflatie was van 3 % op jaarbasis, dan is de waarde van je geld feitelijk wel  met meer dan 30 % verminderd .
  6. Risico op democratisch deficit. Aangezien in de statuten bepaald is dat iedere aandeelhouder slechts 1 stem heeft, wordt er met meerderheid van stemmen op algemene vergaderingen beslist. Hoe die meerderheid verworven wordt (volgt men pleidooi en redenering van mensen die zicht hebben op het bedrijf en zijn toekomst  en zich ten gronde informeerden of krijgen mensen die alleen op basis van hoge dividenden aandeelhouder geworden zijn en uit zijn op vlug gewin de overhand) is niet op voorhand bekend. Frappant is hierin misschien wel het voorbeeld van Ecopower waarbij uit revisorenverslag blijkt dat het bedrijf af te rekenen heeft met dalend financieel rendement (2009: 7,54 % – 2010: 5,30 % – 2011: 3,10%). Nochtans heeft de algemene vergadering beslist om voor 2010 een dividend van 6 % uit te keren en voor 2011 4 % toe te kennen. Begrijp me niet verkeerd de coöperaties zijn momenteel kerngezond, maar meer uitkeren dan wat er verdiend is, is alvast geen veilige strategie. Zal een algemene vergadering in tijden van crisis zich voldoende in de vereisten van continuïteit van de coöperatieve kunnen inleven, of zal kortzichtigheid de bovenhand halen? Hopelijk moet dit nooit uitgetest worden.

Conclusie: Investeer je dan beter niet in dergelijke coöperaties?

Dit zou wat al te kras uitgedrukt zijn. Investeringen in groene coöperaties kaderen zeker in een keuze voor duurzaam beleggen. Maar weet waarin je belegt. En vraag je af of dit in je eigen beleggingsstrategie past.

  • Is de concentratie in 1 (kleine) sector in 1 klein land voor jou acceptabel of wil je je duurzame beleggingen liever over een ruimer economisch – en geografisch kader spreiden?
  • Kan je door het gebrek aan liquiditeit in deze beleggingen in problemen komen? Hou je met andere woorden elders genoeg liquide middelen aan?
  • Heb je er een idee van hoe de markt van hernieuwbare energie in Vlaanderen/België zal evolueren en of daar plaats blijft voor relatief kleine marktspelers?

Persoonlijk heb ik deze coöperaties ook in portefeuille. Maar ze maken slechts een fractie van mijn totaal beleggingspakket uit. Ik beschouw ze als de kers op de taart. De kern van mijn portefeuille zit elders.

 

Door Patrick

Oud sociaal assistant en bankagent. Nog steeds verzekeringsmakelaar.
Door de financiële crisis van 2008 én de gevolgen voor overheden, banken en burgers, rijpten bij mij deze inzichten:
1. Wie alleen 'spaart', organiseert zijn eigen verarming. Dit door de combinatie van inflatie en ultra-lage rentes.
2. We zullen moeten gaan 'beleggen' om nog rendement te behalen.
3. Doe dit dan liefst op een manier die mens, maatschappij en milieu niet schaadt.
Met de site probeer ik burgers duidelijk te maken dat dit in België ook kan via beleggingsverzekeringen. Via de blog licht ik mijn zoekproces én mijn inzichten in de wereld van duurzaam beleggen toe.

5 reacties op “Hoera voor de groene coöperaties?”

Beste Mirella,

Iedereen maakt best zijn eigen rekening. Als deze informatie u hierbij hielp, graag gedaan.
Bedenk echter, dat “risicoloos” vaak een illusie en niet een realiteit is. Het concept van al dan niet risico nemen is in tijd en ruimte aan evolutie onderhevig. Vroeger moesten onze voorouders risico nemen (jagen) of ze hadden geen eten. Wij gaan gewoon naar de supermarkt. Daarbij niet goed wetend door wiens handen onze voedselproducten gegaan zijn en welke bewerkingen ze ondergaan hebben. Ook op financieel vlak zijn we in de voorbije decennia verwend geworden. Banken waren op elke hoek van de straat beschikbaar en die hadden veilige oplossingen die toch rendabel waren. Sinds 2008 weten we dat dit toch niet zo evident is. Banken kunnen over de kop gaan, de rendementen zijn stelselmatig naar beneden gegaan. Misschien komen we in een tijd waarin we weer zelf moeten nadenken wat we met onze centen doen en aan wie we ze willen toevertrouwen. Kritiekloos de zekerheden uit het verleden blijven opzoeken lijkt veiliger dan het m.i.in werkelijkheid is.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.