File under Fake: “duurzaam beleggen is duur, risicovol én niet-rendabel”

De voorbije jaren verschenen verschillende studies die er op wezen dat beleggers die rekening hielden met ESG-aspecten in hun keuzes minstens een gelijk, zo niet een hoger rendement bekwamen dan zij die dit niet deden. Op onze pagina Duurzaam beleggen is rendabel vindt u er enkele opgelijst.

Oppassen met je eigen gelijk.

Als je standpunt ook je visie bepaalt

Bevestiging vinden voor je eigen overtuigingen is steeds leuk. Maar het kan je ook in slaap wiegen. Wie steeds kiest voor info die in zijn kraam past, landt in een bubbel van het eigen gelijk. Een luchtbel die zich afsluit van informatie die je opnieuw uitdaagt of die je dwingt om je eigen premissen toch nog eens tegen het licht te houden.

De ene PRI is de andere niet.

Daarom trok een recente publicatie van PRI onze aandacht.

PRI, dat is toch de afkorting voor Principles for Responsible Investment een organisatie van de VN, die duurzaam investeren wil bevorderen? Ja, natuurlijk, maar de afkorting is niet gepatenteerd.

Dus moesten we om te beginnen al even beter kijken. De betrokken studie werd uitgegeven door het Pacific Research Institute.  Ze heeft als titel Environmental, Social, And Governance (ESG) Investing: An Evaluation of the Evidence. En werd bijeen geschreven door Wayne Winegarden, die zichzelf op pagina 26 van het document voorstelt. Een pagina verder lees je het promotekstje over de uitgever van de brochure.

Quod erat demonstrandum.

In de studie werden 30 ESG-fondsen vergeleken met de resultaten van de S&P 500 index. “Scoren de ESG-fondsen  beter of niet?” is de vraagstelling. Kort samengevat luidt hun antwoord “Neen“.

De gekozen ESG-fondsen werden ingedeeld in 3 categorieën:

  1.  zij die met uitsluitingscriteria werken (vb. geen investeringen in tabak, alcohol, wapens, fossiele brandstoffen)
  2. deze die alleen in milieuvriendelijke bedrijven (E) investeren
  3. zij die de nadruk leggen op het sociale (S) aspect

Na het afzetten van die fondsen tegen een S&P500-fonds, komen ze tot onderstaande conclusies:

Conclusie 1.

Volgens de paper zijn de ESG-fondsen een pak duurder dan gewone indexfondsen.

Conclusie 2.

ESG-fondsen dragen ook een hoger risico in zich. Dit omdat ze minder spreiding hebben dan S&P-fondsen. Zo vertegenwoordigen de 10 grootste holdings bij ESG-fondsen 37 % van de portefeuille, tegenover 21 % bij S&P-indexfondsen.

Conclusie 3.

Uit hun onderzoek blijkt dat bij zowel korte- als lange looptijden dergelijke fondsen het qua rendement afleggen tegen de S&P. Soms was het verschil aanzienlijk (een rendement van 5,3 % op jaarbasis tov. 12,5 % voor S&P).

Als dit klopt, dan geef je in ruil voor een goed geweten toch een flink pak rendement op.

Ernstige kritiek denk je dan op het eerste zicht. Is het dan wel nodig dat ook wij in België de miljarden uit onze pensioenfondsen duurzamer gaan beleggen?

De studie doorprikt.

Conclusie 1:  “size matters”
  1. De studie focust niet op klassieke beleggingsfondsen, maar op ETF’s. Passieve indexknuffelaars dus. Bij ETF’s moeten geen actieve beleggingskeuzes gemaakt worden en is er dus geen kostelijk beheersteam aan een fonds verbonden. De lage kost is dan -naast de selectie van welke index je wenst te volgen-  uiteraard 1 van de belangrijkste selectiekenmerken.
  2. Nu vergelijkt de studie slechts 1  S&P 500- indexvolger met 30 verschillende ESG-ETF’s. En de keuze hiervoor viel op SPDR S&P 500, toevallig de grootse ETF ter wereld.  Iemand die vertrouwd is met de kostenstructuur van een fonds weet dat deze min of meer gelijk is met de kostenstructuur van Coca-Cola: als de fabriek er staat, de arbeiders aanwezig zijn én de machines draaien, dan is er meer winst de behalen door met een gelijke bezetting 100.000 flesjes dan 10.000 flesjes te bottelen. De vaste kosten zijn gelijk, de variabele kosten zijn slechts een beetje hoger. Je kan dus bij hogere productie gemakkelijker je flesjes aan een lagere prijs aanbieden en toch nog winst maken.
  3. De kostprijs van een colaflesje (de SPDR S&P 500) vergelijken met die van een artisanaal pintje (1 van de 30 ESG-ETF’s, die sowieso aan een pak minder mensen verkocht kan worden) valt natuurlijk in het voordeel van Coca-Cola uit.

De studie bewijst m.i. op dit vlak alleen maar de evidentie zelf.

Conclusie 2: hoe selectiever, hoe meer geconcentreerd
  1. Als een pot knikkers 100 stuks bevat (20 bruine, 20 gele, 20 rode, 20 witte en 20 blauwe) en je mag er 50 stuks uit kiezen, dan mag je er van uitgaan dat alle kleuren min of meer gelijkmatig gekozen zullen worden. Dit is versimpeld wat een index doet (investeren in een verzameling van alle genoteerde bedrijven (weliswaar met elk een eigen -schommelend- gewicht)).
  2. Neem je dezelfde pot knikkers, maar ben je allergisch  aan witte – en gele knikkers en je moet opnieuw 50 knikkers kiezen, dan weet je dat je nu meer bruine, rode en blauwe knikkers uit de pot haalt dan in het eerste voorbeeld. Als je rekening houdt met uitsluitingsgronden in je belegging of voor best in classkeuzes gaat op vlak van milieu of sociaal beleid, zal je resultaat dus inderdaad automatisch geconcentreerder zijn.
  3.  Meer concentratie kan inderdaad wijzen op een hoger risico. Spreiden is meestal een goed idee. Maar als je je slechts 1 index volgt, heb je die spreidingskeuze niet echt.

Je bewijst alvast weer een evidentie: via ESG-criteria beleg je niet meer in alles waaruit het aanbod bestaat.

Maar is concentratie steeds risicovoller?

Of het risico ook echt groter is, is echter ook afhankelijk van andere elementen (en kunnen we vaak maar achteraf evalueren). Zo wordt in 20 van de 30 ESG-fondsen alleen maar op de E of de S gefocusd.

  • Governance (deugdelijk bestuur) is echter ook een basiselement van ESG. Bedrijven die dit hoog in hun vaandel voeren, vermijden (of anticiperen) eerder (op) risico’s dan bedrijven die dit niet doen. Heb je met andere woorden een hogere concentratie van dergelijke bedrijven in je portefeuille, dan is het risico misschien niet echt hoger dan bij een portefeuille die een afspiegeling is van de index en waar bedrijven in steken die het op bestuurlijk vlak niet zou nauw nemen.
  • Maatschappelijke evoluties én politieke beslissingen kunnen ook bepaalde sectoren uit de beleggersgunst halen (denk aan bankaandelen na de financiële crisis). Als we er van uitgaan dat de klimaatakkoorden van Parijs en het milieubewustzijn –  op termijn, want in het Witte Huis zit er nu een negationist op dit vlak– uiteindelijk ook meer beleidsaandacht zullen krijgen, dan is het wellicht op termijn een minder risico niet in oliebedrijven dan wél in oliebedrijven te investeren. Concentratie zou dus ook wel eens risico-verlagend kunnen uitpakken.
Conclusie 3: vergelijk appelen niet met peren

Blijft het argument van achtergebleven rendement bij ESG-fondsen. Om te achterhalen of dit klopt, moeten we even wat dieper graven. Vergelijkt de studie wel gelijksoortige fondsen? Een Lada en een Mercedes hebben beide 4 wielen en kunnen we als een auto omschrijven? Maar zijn het ook gelijke producten?

Ik heb enkele kenmerken van het ene niet ESG-fonds vergeleken met een selectie van de 30 ESG-fondsen.

Per categorie (telkens 10 fondsen) nam ik systhematisch telkens de 2 eerst en de 2 laatst vermelde fondsen ( zie p. 18 & 19 uit de publicatie) onder de loep.

Ik heb de andere 18 fondsen niet betrokken, omdat op basis van de bevindingen uit de selectie reeds op te maken was, dat de fondskenmerken vaak niet met elkaar overeenstemden. Wellicht is een groot gedeelte van het verschil in vastgesteld rendement hiermee reeds verklaard. 

Naam ETFbenchmark% niet in VS belegd% cash
SDPR S& P 500 ETF Russell 1000 TR 0,910,65
iShares MSCI KLD 400 Social ETFRussell 1000 TR1,70,16
ClearBridge Large Cap Growth ESG ETFRussel Growth 1000 TR1,9 2,89
American Century Sustainable Equity Fund Investor ClassRussell 1000 TR1,491,23
Parnassus Fund Russell 1000 TR12,062,24
VanEck Vectors Environmental Services
ETF
MSCI ACWI NR12,70
Invesco Cleantech ETFMSCI ACWI nr40,330,73
Global X Yield Co & Renewable Energy
Income ETF
MSCI ACWI NR78,920,03
Fidelity Select Envir and Alt Energy PortfolioS&P 1500 Industrials9,720,73
iShares MSCI Global Impact ETF MSCI ACWI NR37,610,45
Global X Conscious Companies ETFS&P 5001,30,16
Eventide Gilead Class NRussell Mid Cap Growth TR7,7515,7
Parnassus Endeavor Fund Investor SharesRussell 1000 TR016,72

 

indexen evolueren verschillend van elkaar
  • Zo zijn er bij de ESG-fondsen fondsen die zich niet toespitsen op investeringen in de VS, maar op investeringen wereldwijd. De beurzen in de VS hebben over de voorbije jaren een grotere stijging achter de rug dan die wereldwijd. En dan moet daar bovenop soms ook nog het muntrisico ingerekend worden (investeringen in niet-VS-landen kunnen last hebben van stijgende of dalende $ – maar fondsen die hun investeringen in buitenlandse munt moeten betalen en in $ noteren kunnen ook last hebben van waardevermindering (in theorie ook profiteren van waardevermeerdering)).
  • Tevens zijn er fondsen die een relatief groot gedeelte van hun investeringen in cash aanhouden( duw op volgende in de tabel). Aangezien cash momenteel niets opbrengt, is het logisch dat hun rendementen achterblijven op fully invested fondsen in een sterke markt.

Een veldslag in de ideeënoorlog.

Mijn conclusie is dan ook dat de studie meer dan behoorlijk rammelt. Ze lijkt eerder opgebouwd om de basisstellingen te ondersteunen en niet om ze te onderzoeken.

Waarom moest ze dan in mei 2019 verschijnen?  Dient er misschien verwarring gezaaid te worden om de canon van duurzaam beleggen af te remmen?

  1. We zitten op een scharniermoment waarbij steeds meer institutionele beleggers (zoals pensioenfondsen) zich op ESG-beleggingen storten. Alicia H. Munnel, directeur van het Center for Retirement Research van het Boston College zit wellicht in een entourage waar die discussie aan de orde is. Het Boston College is een private katholieke (Jezuïeten) universiteit in de VS. Zij bracht de studie waaruit blijkt dat ESG-fondsen achterblijven bij gewone indexfondsen onder de aandacht. Zo moet blijken uit dit artikel.
  2. Maar ook binnen Europa wordt al 2 jaar hard gewerkt aan het verduurzamen van de financieel aanbod. Zo rondde een expertenwerkgroep aangesteld door de Europese Commissie recent haar taxonomy-indeling (welke belegging kan als duurzaam beschouwd worden en welke niet?) af. Als dit effectief uitmondt in wetgeving, dan zal deze ongetwijfeld zijn uitstraling hebben naar andere continenten. Investeringen in bijvb. fossiele brandstoffen zal dan een pak minder populair worden en kan leiden tot (fors) waardeverlies van beleggingen in dergelijke producten. Dat daar belangen mee gemoeid zijn die tegengas (sic) willen geven is, dus niet verwonderlijk. Zo verscheen in het Franse rechtse tijdschrift Valeurs Actuelles eind juni eveneens een afrekening met de “ecologiecharlatans” , waarbij naast Greta Thunberg ook enkele Europa-verkozenen en zelfs de promotor en beoordelaar van duurzame beleggingen Novethic door de mangel gehaald werden.

Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

Als je de uitgever en de auteur even tegen het licht houdt, zie je die stelling bevestigt.

Munnel, gebruikt als Paard van Troje voor liberaal conservatieven?

Kan het zijn dat mevrouw Munnel zich -verblind door haar strijd voor betere pensioenen-, onbewust voor de kar van dubieuze publicisten en organisaties liet spannen?

Dat kan een strategie zijn om ideeën doorgang te doen vinden, zonder dat duidelijk wordt wie er achter zit. Een beetje zoals zwartgeld ook via diverse tussenkanalen moet passeren om de eigenaar ervan uit het zicht te laten verdwijnen.

Een “wie is wie?” leert ons dat zij van democratische gezindte is en onder meer in de Clintonadministratie actief was. Ze is niet volledig onbesproken, maar dit voornamelijk omdat ze er soms afwijkende meningen op nahoudt, zonder (zichtbaar) gestuurd te zijn door belangengroepen.

Iets wat men niet van uitgever en auteur van de publicatie kan zeggen.

Een spreekbuis voor de KOCH Brothers.

Het uitgevende Pacific Research Institute is echter niet onbesproken.

De grass-rootsbeweging heeft deze denktank tegen het licht gehouden. We leren er dat ze:

  1. de vrijemarkt principes volgens Friedrich Hayek aanhangt. Die wordt beschouwt als de peetvader van het neoliberalisme (minimale rol voor overheid in economie)
  2.  als missie heeft om de ideeën-oorlog te winnen
  3.  het initiatief uit handen van de milieuactivisten wil nemen
  4.  klimaatverandering tegengaan gelijkstellen met collectieve verarming

Desmog, een site die met de baseline “we poetsen de PR-vervuiling weg die de klimaatwetenschap verduistert” helder is over haar bedoelingen, stelt dat PRI uit de hand eet van de olie-industrie  (Koch Family Foundations, Scaife Family Foundations, Exxon Mobil, Donors Trust and Donors Capital Fund ).

Vuurstoker in de klimaatdiscussie.

De schrijver van het artikel, Wayne Winegarden, zelf, heeft onder meer zijn strepen verdient met een hetze tegen subsidies voor elektrische auto’s, hierbij gebruik makend van cijfers 4 jaar oud waren (in een snel evoluerende markt een eeuwigheid). Diens cijfers werden door onder meer InsideEVs weerlegd.

Tevens houdt hij al jaren vol dat klimaatverandering 1 grote oplichting is (global warmings is a scam).

En volgens deze biografie breekt hij ook een lans voor de tabaksindustrie en wil hij minder subsidie voor zonne-energie.

Conclusie:

Samenzweringstheorieën zijn meestal niet aan mij besteed.

Maar dat lobbyen bestaat, is natuurlijk niet te ontkennen.

Overal waar belangen zijn, proberen mensen het laken naar hun kant te trekken. Soms gebeurt dit op bedenkelijke manieren. Mij lijkt de betrokken publicatie hiervan een voorbeeld. Ze lijkt opgesteld te zijn met een vooringenomenheid ten nadele van duurzame beleggingen.

Het wijst er m.i. ook nog eens op hoe diep de “fake news” productie in ons leven doordringt. Natuurlijk, we bevinden ons op het domein van financiën. En daar zijn nogal wat belangen mee gemoeid.

 

 

 

 

 

 

Gepubliceerd door Patrick

Als prille volwassene was ik niet geïnteresseerd in geld. Laat staan in beleggen. Maar het kan verkeren. Door de financiële crisis van 2008 én de gevolgen voor overheden, banken en spaarders, rijpten bij mij andere inzichten. Door de combinatie van inflatie en ultra-lage rentes organiseert wie spaart zijn eigen verarming. We zullen beleggen als alternatief ernstig moeten nemen. Maar dan graag op een manier die de maatschappij, de medemensen en het milieu niet schaadt. Met deze blog licht ik mijn zoekproces en het aanbod dat daaruit voortgekomen is toe.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

shares