Duurzame fondsen in België: een markt met te veel kraampjes van weinig kwaliteit ?

 

Het dertiende rapport over sociaal verantwoord investeren in België, uitgegeven door Financité rolde samen met het begin van de zomer  van de pers.

Op de downloadpagina van L’investissement socialement responsable 2018 vinden we deze foto: een glazen pot garandeert nog geen transparantie.

Het is niet in het Nederlands beschikbaar. Financité is een Franstalig netwerk dat een spreekbuis wil zijn voor verantwoordelijke – en solidaire financiën.

De auteurs hopen met hun rapporten bij te dragen tot een uitzuivering . Ze willen het kaf van het koren scheiden, zodat de naam “duurzaam” bij spaar- en beleggingsproducten niet meer ijdel gebruikt wordt.

Regelgeving op komst?

  • Ze wijzen er op dat hierrond momenteel  ook binnen Europa initiatieven genomen worden ter bescherming van beleggers met het hart op de juiste plaats. De Europese initiatieven zullen als alles volgens plan verloopt maar tegen 2022 geïmplementeerd worden. Dus daar hangt nog veel onduidelijkheid.
  • Ook in België wordt er  door Febelfin gewerkt aan een voorstel om duidelijkere normen te bekomen. Deze zouden per 01/01/2019 moeten ingevoerd worden. Zie hiervoor ons blogbericht van 27/04/2018. Het rapport maakt groot voorbehoud rond het label dat Febelfin wil lanceren. Het vindt vele omschrijvingen te flou (bijv. uitsluiting van ‘de slechtste’ overtreders tegen… ) én wil ook niet dat alleen de financiële sector de definities bepaalt. Er moet een grotere representativiteit zijn (la représentativité de la société belge dans son ensemble p 23) kunnen bepaald worden wie tot het label toegelaten wordt. Net zoals de controle hierop aan dergelijk representatief orgaan moet toebehoren. Financité lijkt de labeling uit Frankrijk, ingevoerd in 2016 alvast meer genegen te zijn.
  • In een 30-tal pagina’s (tot p 60) wordt ingegaan op diverse topics, waaruit blijkt dat er in het verleden wel veel initiatieven pro ESG zijn/waren op de diverse politieke niveaus in België, maar dat het meestal veel geblaat en weinig wol opleverde. We slaan deze pagina’s over in deze bespreking.

De markt buiten spaarrekeningen of beleggingsfondsen

Eind 2017 waren en 908 producten op de markt die kunnen omschreven worden als beleggingsproducten die duurzaam zijn, zonder dat het gaat over  gereglementeerde spaarrekeningen of erkende beleggingsfondsen. Het totaal bedrag belegt in deze producten bleef nagenoeg constant ( €4,70 miljard).

U kan hierbij bijv. denken aan directe investeringen ( aandelen binnen coöperatieve beweging, obligaties voor rekening van vzw’s, bijeengebrachte gelden voor werkplaatsen met sociaal oogmerk) of zelfs funding van Triodos Bank.

Een brede waaier waar je met je geld je engagement kan laten blijken,
welke we met deze site niet bestrijken. Wil u daar toch investeren, dan kan u hiervoor onder meer inspiratie opdoen bij www.labelfinancite.be.

Duurzaam sparen.

Wat spaarrekeningen betreft, is het aanbod in 2017 niet gewijzigd. 7 producten zijn er, verdeeld door respectievelijk Evi, (2), Triodos Bank (4) en VDK Bank (1). In totaal in 2017 goed voor een lichte daling van de inleg (van € 2,42 naar 2,31 miljard). Volgens de studie zou een kleine leegloop bij Triodos en bij Evi hiervoor verantwoordelijk zijn. Duurzame spaarrekeningen zouden in 2017 amper 0,92 % van het totale spaargeld op de Belgische markt uitmaken.

Ondanks bovenvermelde is Triodos hier nog fors marktleider. De ESG-kwaliteit van hun rekeningen (80) is ook nog flink hoger dan deze van VDK Bank (55) en Evi (28).

Duurzaam sparen lichtjes gedaald. Duurzaam beleggen fors gestegen.

Duurzame beleggingsfondsen.

Wat beleggingsfondsen betreft was er een sterke stijging van het aanbod (op 1 jaar van 347 naar 413 producten).  Het totaal belegde kapitaal  in ESG-fondsen in België is  behoorlijk gegroeid zijn (van € 16 miljard naar € 29,23 miljard tussen 2016 en 2017). Een stijging met 87 %. Dit lijkt te duiden op een trend, gezien er ook een stijging van 80 % was tussen 2015 & 2016. Duurzame fondsen nemen nu 15,4 % van de totale fondsenmarkt in beslag.

41 fondsen verdwenen, terwijl er 107 bijkwamen. De meeste beweging was te vinden bij AG Insurance, BNP Paribas, Candriam en KBC.

Qua aanbieders neemt BNP Paribas het voortouw (29 % van de markt), gevolgd door Candriam (25 %) en KBC (22 %). Na deze gaapt er een diepe kloof (AXA en Degroof-Petercam halen elk 7 %, AG Insurance 4 % . Triodos Bank strand op 1 %. Niet dat ze gelden verliezen, maar de andere groeien gewoon sneller.

Momenteel zijn er 66 financiële instellingen die op zijn minst 1 “duurzaam” fonds aanbieden in België.

Hoewel -in vergelijking tot het verleden- de cijfers iets beter zijn, is de gemiddelde kwaliteit van de ESG-fondsen volgens Financité nog erg belabberd. Dit wordt vooral veroorzaakt door het feit dat 344 van de 413 fondsen een 0/100 krijgen.

Voor 34 % dezer was 1 of ander onderdeel (bedrijf of overheid) waarin ze beleggen terug te vinden op de zwarte lijst van Financité. Deze zwarte lijst houdt in dat ze principes op vlak van mensenrechten, sociale rechten, burgerrechten, leefmilieu of bestuurlijke zuiverheid niet zouden nakomen. Het gaat over principes die België via diverse verdragen onderschreven heeft. De gebuisden hebben ofwel een bedrijf of een overheid die internationale verdragen door België geratificeerd niet naleven binnen hun investeringen, of investeren nog in oliebedrijven, welke verantwoordelijk zijn voor ecologische rampen, of investeren nog in bedrijven waar te weinig rekening gehouden wordt met rechten van werknemers.

Sommige fondsen  (50 %) zijn ook gewoon te weinig transparant. Zij maken te weinig informatie openbaar om al dan niet hun aanspraak op ESG te kunnen beoordelen. Het ging hier vaak over gestructureerde producten.

In de studie, noch in de bijlagen wordt duidelijk gemaakt wie inhoudelijk gewipt werd en wie geschrapt werd wegens gebrek aan transparantie/informatie. Jammer, want nu wordt een fonds dat mogelijk wel (min of meer) koosjer is, in dezelfde hoek gedrumd als wie een duidelijke zondaar is.  Het is niet omdat iemand een onduidelijk geschrift heeft dat zijn opstel door de leraar in kwestie een 0/10 moet krijgen. Misschien is het wel veel interessanter dan dit van de schoonschrift-adept, die zomaar wat zinnen op papier zette.

Van de 64 fondsen die de forse hakbijl wel overleeft hebben, geraakt geen enkel fonds hoger dan 60/100. Het grootste gedeelte (20 fondsen) scoorde zelfs ook erg laag (minder dan 20/100).

De gemiddelde score over al hun fondsen was voor de marktleider BNP Paribas 1/100, voor volger Candriam 4/100 en die van KBC 9/100. Wie minder of geen gestructureerde producten commercialiseerde scoorde hoger.

De top 5 ziet er als volgt uit

  • Muzinich: 23/100
  • Financière de l’ Echiquier: 19/100
  • Bank JF Safrasin: 18/100
  • UBP: 17/100
  • Triodos Bank: 14/100

De 3 fondsen die niet op de zwarte lijst van Financité terechtkwamen én volgens Morningstar op 5 jaar het beste rendement genereerden waren:

  • Nordea-1 Global Climate and Environment Equity Fund (11/100)
  • Quest Management Sicav Quest Cleantech Fund (0/100)
  • Triodos Sustainable Pioneer Fund (56/100)

Financité beklemtoont dat evaluatie van duurzame fondsen een delicate zaak is. Naast de zwarte lijst is de manier waarop de fondsbeheerders ESG benaderen en de diepgang van hun analyse de bepalende factor voor de quotering. De gehanteerde beoordelingswijze wordt in de bijlages (pagina 119 – 137) beschreven.

Vooroordelen bevestigen of doorbreken?

De studie onderschrijft de opvatting van de publieke opinie, waar velen volgens onderzoek  (geciteerd wordt een onderzoek van ING uit 2014)  niets van de duurzame strategie in de investeringen van de fondsen (29 %) terugvinden of geen vertrouwen hebben in labels als “ethische – of duurzame beleggingen” (24 %).  Om dit op te lossen verwacht men veel van regelgeving.

lage scores bevestigen het beeld dat het de moeite niet is.

Maar door de hyperstrenge beoordeling, bevestigt men deze opvattingen. Zo dreigt ze -wellicht ongewild- een self fulfilling prophecy te worden.

Stel dat –theoretisch voorbeeld– Theo Francken uitpakt met de melding dat slechts 15 /100 asielvragers erkend worden. Dan zou dit door een pak mensen niet gezien worden als een bewijs van een mogelijk te strenge aanpak van asielzoekers, maar eerder als bewijs dat de meeste asielzoekers profiteurs zijn en ten onrechte hier komen aankloppen.

Het blijft natuurlijk een moeilijke discussie. “milder zijn én een verhoogde kans oplopen om met greenwashing geconfronteerd worden” moet dan afgewogen worden tegen “heiliger dan de paus willen zijn en een voor velen niet haalbare norm stellen waardoor ze afhaken”.

In onze benadering kiezen we voor de eerste optie. Dit laat ons toe om via verschillende invalshoeken te blijven werken en zo voor ieders beleggingsprofiel een voldoende gevarieerd aanbod te kunnen samenstellen. Via onze objectiveringscriteria houden we waar mogelijk rekening met toegekende labels in België of in buurlanden. In de praktijk lijken onze financiële- en extra-financiële criteria ook streng genoeg te zijn. Geen enkel van onze fondsen haalt momenteel meer dan 7/10.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.