Categorieën
home

Europa legt de regels voor duurzaam investeren vast.

EU taxonomy on sustainable finance
“duurzaam” was tot heden nog een rekbaar begrip. Een sluitend klassement drong zich op. Europa trekt nu de lijnen.

Klasseren op een consequente manier, zorgt er voor dat de juiste informatie gemakkelijk bereikbaar is. Het is een ondergewaardeerde kunst.  Belangrijk bij klasseren is een goede analyse van het toekomstige gebruik én van de doelstelling van een klassement. Wie  een concrete vraag formuleert, moet het antwoord eenvoudig uit het klassement kunnen halen.

De EU taxonomy on sustainable finance is zo’n klassement. Wat is de bedoeling ervan?

EU taxonomy on sustainable finance
De EU taxonomy is geen classificatie die toevertrouwd werd een plaatselijke Jomme DOCKX. Een hele waaier experten kwam er aan te pas.

Wil je duurzaam investeren?

Dit orde scheppen heeft de EU ook willen voorzien in de wereld van “duurzaam beleggen”. Om er voor te zorgen dat een argeloze, maar ter goeder trouw handelende belegger niet in het ootje genomen wordt door gladde marketing. Want ook bij beleggen wordt de realiteit van een product soms verdoezeld door inventieve verpakking of ditto naamgeving (greenwash). Een bekochte klant wendt zich af van het type product.  Terwijl de EU juist duurzaam beleggen als 1 van de hefbomen ziet om onze samenleving in de richting van klimaatneutraal functioneren te oriënteren. En dit tevens de realisatie van de SDG’s vooruit helpt.

Dan moet je eerst bepalen wat wél en wat niet duurzaam is?

Daarom werkte men in de cenakels van de EU al een tijdje aan het opstellen van een EU taxonomy on sustainable finance. Het technisch rapport verscheen in juni 2019. Daarna waren er 3 maand  om opmerkingen over dit rapport te inventariseren. In dergelijk terugkoppelingsmoment wordt er op diverse manier druk uitgeoefend om het laken aan zijn kant te trekken. Uiteindelijk duurde het toch iets langer vooraleer er witte rook kwam.

Per 5 december was het zo ver. Na weken van gesprekken tussen leden van het Europees Parlement en EU-diplomaten is er nu een klassementssysteem opgemaakt. En werd duidelijk welke producten als “groen” op de markt kunnen gebracht worden.

Het is nu wachten op de formele goedkeuring door de leden van het Europees Parlement en de EU-regeringen. Er wordt verwacht dat dit nog voor het einde van het jaar zal gebeuren. Daarna is de geleidelijke uitrol ervan mogelijk.

Met de goedkeuring van de EU taxonomy, midden in de klimaatbesprekingen in Madrid, bevestigt Europa zijn ambitie om klimaatneutraal te worden tegen 2050. Om dit te bereiken moeten  grote kapitalen verschuiven naar groene projecten en CO2-arme infrastructuur.

Verschillende betrokkenen bij de totstandkoming van de EU taxonomy zien het klassement als een nieuw soort metriek stelsel of een nieuw soort grammatica voor de financiële markten. Een maatstaf om eens en voor altijd te beslissen wat groen/duurzaam is en wat niet.

 

Nu er voortaan met dezelfde taal gesproken kan worden op de financiële markten van Europa verwacht men dat het makkelijker wordt om meer kapitaal toe te wijzen aan activiteiten ter ondersteuning van de klimaatakkoorden van Parijs.

Een raamwerk met  3 categorieën.

Om een activiteit als duurzaam te kunnen omschrijven moet hij minstens in 1 van de volgende vakjes passen:

  1. SUSTAINABLE: het hoogste label ‘groen’ bevat de onbetwistbaar duurzame activiteiten.
  2. ENABLING: Dit zijn “activerende” activiteiten. Zo is het duidelijk dat staal- en cementproductie erg milieubelastend is. Maar staal of cement dat gebruikt wordt voor aanmaak van windparken, helpen natuurlijk de uitstoot te verminderen.
    1. Bedrijven die hun omzet in activerende projecten halen, zullen nog in een duurzame investering kunnen steken.
    2. Hun soortgenoten, die deze aanspraak niet kunnen waarmaken, niet.
  3. TRANSITION: In afwachting van een koolstofvrije economie zijn we nog even aangewezen op “overgangstechnologieën”. Zo hebben we vandaag nog energiebronnen als gas of kernenergie nodig. Hierrond (en zelfs rond steenkool) was er lobbywerk ontstaan. Met vertraging tot gevolg.  Steenkoolinvesteringen zijn uitgesloten van elke definiëring van duurzaamheid. Koolstofarme bronnen als gas en kernenergie worden –op vraag van Duitsland en Frankrijk– wel nog weerhouden. Maar voor hen moet een nog nader uit te werken waardering komen. Deze zal gestoeld zijn op het “do not harm” -principe.

De EU taxonomy zal er toe leiden dat bedrijven hun activiteiten niet meer op basis van hun eigen benoemingsmethode zullen kunnen omschrijven.  Eens de nieuwe regels van kracht zijn moeten ze de strikte regels van de EU gebruiken.  Bedrijfsactiviteiten worden dan duidelijk benoemd als niet-duurzaam, duldbaar (overgangstechnologieën en activerende activiteiten) of duurzaam.

Belang voor de financiële sector en beleggers

Wie in die activiteit wenst te investeren (kredietverlening, aandelenaankoop, beleggingsfondsen, pensioenfondsen,…) weet straks dus veel duidelijker waar hij aan toe is.  En zo wordt een toetsingskader geschapen voor de financiële markten en haar beleggers. Leveren de investeringen, die ik wens te doen een bijdrage aan mens en planeet?

Elk financieel product zal transparant moeten zijn. Aan welke mate van duurzaamheid beantwoord het?

Niet-groene producten krijgen wellicht de mogelijkheid om gebruik te  maken van een opt-out. Zij zullen niet moeten aantonen hoe weinig duurzaam ze zijn. Door middel van een opgelegde disclaimer zal echter duidelijk worden dat je bij hen in een bruine financiering stapt. Aangenomen wordt dat -zo er alternatieven op de markt zijn- niet iedereen hiervoor staat te springen.

Volgende halte: stoppen met schadelijke investeringen.

Nu er duidelijkheid is over wat duurzame investeringen zijn, moeten de rollen nog omgekeerd worden. Afspreken welke schadelijke investeringen zo vlug als mogelijk gemeden worden. Hiervoor was minder animo te vinden binnen Europa. Maar uiteindelijk werd beslist dat de Europese Commissie hierrond in 2021 met voorstellen komt.

Nudging is immers 1 deel van de medaille. Maar er dient ook een moment te komen dat repressiever financieel optreden start. Anders gaan bepaalde schadelijke praktijken nooit tijdig uitgefaseerd geraken.

En vergeet ook het sociale niet.

Verder zal m.i.  ook in het oog moeten gehouden worden in welke mate er door de (terechte) grote aandacht voor klimaatwijziging nog voldoende aandacht is voor de sociale kant bij duurzaam investeren.

In de groep die de regels opstelden, was er onder meer een vertegenwoordiging van PRI en werd er bepaald dat ook de Labour standards van de Internationale Arbeidsorganisatie als richtlijn overeind moeten blijven.

Maar in alles wat er tot heden naar buiten komt rond die taxonomy overheerst toch erg duidelijk de E boven de S  van ESG.

 

 

 

Categorieën
home

De eigen portefeuille in november 2019

December komt er aan. Dat betekent dat beleggers en beleggingsfirma’s beginnen met achteruitkijken (moeten we nog af van slechte investeringen om onze balans/resultaten op te poetsen) en ook hun vooruitzichten beginnen publiceren (wat houdt 2020 volgens ons in petto). In de achteruitkijkspiegel zal het er voor dit jaar allemaal goed uitzien (tenzij de roetpiet in december nog fors uithaalt ). Ook voor onze eigen portefeuille (tenzij COP25 spectaculair zou falen).

De vooruitzichten voor 2020 zijn wat disparater. Sommigen gokken op een recessie. Anderen zien het recessiegevaar langzaam naar de achtergrond verdwijnen.

COP25 en Europese Commissie gaan van start.

Begin december gaat in Madrid de 25e Conference of the Parties door, beter bekend als COP25 of de klimaatconferentie van Madrid 2019 ( aanvankelijk gepland voor Brazilië, later doorgeschoven naar Chili). De afgelasting in Chili door aanhoudende rellen kwam in de media vooral aan bod door de problemen die dit veroorzaakte in de mobiliteit van jonge klimaatactivisten als Anuna De Wever en Greta Thunberg. Vraag is of de wereld besluit tot het opvoeren van de klimaatdoelstellingen.

Misschien is deze conferentie een goede manier voor Ursula Von der Leyen, kersvers voorzitter van de Europese Commissie om haar klimaat-intenties extra in de verf te zetten. De commissie kan immers eindelijk van start gaan na opgelopen vertragingen bij het kiezen van haar leden. De afgelopen maand gaf de EIB alvast een schot voor de boeg. De Europese Investeringsbank stopt (nou ja, binnen 2 jaar) met haar investeringen in fossiele brandstoffen.

COP25 portefeuille
Saudi Aramco: gebuisd voor beursgang – En straks in Madrid meer aandacht voor hernieuwbare energie

Het mislukken van de lancering van de gedeeltelijke beursgang van ’s werelds grootste oliemaatschappij (Saudi Aramco) is mogelijk ook voor een groot stuk toe te schrijven aan de gevoeligheid voor de klimaatkwestie (investeerders in Europa en VS en beleggingsfondsen zijn gevoeliger dan vroeger voor reputatieschade en mogelijke slechte vooruitzichten bij investeren in olie). Echter het gebrek aan bestuurlijke doorzichtigheid (Saudi -Arabië behoudt 98,5 % van de aandelen) en dat het land -met een understatement gezegd- nu ook niet het meest democratische is spelen zeker ook mee. Net als de hoge prijs waarmee het aandeel naar de markt gebracht werd. Zo zie je toch dat ESG aan tractie wint in de beleggingswereld. De E(nvironmental) en de G(overnance) hebben meegespeeld om wat aangekondigd werd als de “moeder aller beursgangen” met een sisser te laten aflopen.

Onze portefeuille gaat door op haar elan.

De eigen portefeuille blijft dit jaar als een soort jacobsladder steeds hogere horizonten opzoeken. Toch wat het korte-termijn rendement betreft. Sinds het jaarbegin staat ze nu op + 23,16 %. U vindt ze hier terug.

Voor een duurzame belegging is natuurlijk niet alleen rendement belangrijk. Ook de mate van duurzaamheid is een norm. Door de nieuwe benadering van Morningstar is de manier waarop zij naar bedrijven en beleggingen kijken recent gewijzigd. Er wordt minder naar het verleden gekeken en meer naar de toekomst (welke ESG-uitdagingen zijn nog acuut en worden nog niet (voldoende) opgepakt?). COp25 portefeuille

Dit heeft er toe geleid dat diverse van de fondsen in de eigen portefeuille plots globes verloren of globes bijwonnen. Het uiteindelijke effect van alle verschuivingen is lichtjes positief.

Wijzigingen in Morningstarbenadering heeft licht positief effect op onze eigen portefeuille.

Waar de portefeuille eind september een duurzaamheidsscore van 4, 156 op 5 behaalde, is dit op eind november 4,247 op 5 geworden. Of een vooruitgang van 1,82 %.

Deze vooruitgang heeft ook een lichte invloed op de objectiveringsscore van de portefeuille. Dit is een intern evaluatiesysteem dat we bij ethisch beleggen gebruiken om niet alleen de duurzaamheid van een belegging te vatten, maar om ook gewicht te geven aan de beleggingskwaliteit van de fondsen. Ook duurzame beleggers beleggen immers vanuit de verwachting dat ze liever geld verdienen dan er te verliezen. Voldoende positieve rendementen op korte, middellange – en lange termijn, maar ook prestaties in vergelijking met benchmarkt wordt in de objectiviteitsscore meegenomen. Deze score heeft een schaal tot 10.

Onze portefeuille haalde eind september 3,79 en is nu ook lichtjes gestegen naar 3,87. Of een stijging met 0,8 %.

Objectiviteitsscore in modelportefeuilles meestal hoger dan in de eigen portefeuille.

U schrikt van het lage cijfer? Ja, onze benadering is dan ook redelijk streng. Het beste fonds uit de meer dan 60 fondsen die wij opvolgen haalt momenteel een 7,5 op 10. Slechts 9 fondsen halen de helft of meer van de punten. Gezien het grootste stuk van onze portefeuille opgebouwd werd voor de invoering van deze objectiveringsscore en we wegens de instapkost én het feit dat de leveranciers die betrokken zijn in de eigen portefeuille niet zomaar alle fondsen uit ons aanbod kunnen leveren, is zwaar optrekken van dit cijfer niet mogelijk.

Bij de samenstelling van de jaarlijkse modelportefeuilles wordt wel rekening gehouden met de objectiviteitsscore. Daar scoren de meeste portefeuilles toch meer dan 4 op 10.

Nog te laag volgens uw mening? Vergeet dan niet dat een basisregel bij beleggen ook oplegt om voldoende spreiding in je portefeuille te betrachten.

 

Categorieën
home

Geslaagde wervingscampagne voor NewB: Proficiat!, maar ….

wervingscampagne NewB
Deze kaart mag ongeopend in de kast blijven.

Het leek op Game Over toen eind vorige week de teller voor het beoogde bijeenhalen van € 30.000.000 maatschappelijk kapitaal amper op de helft stond. In de laatste dagen van de wervingscampagne van NewB, kwam er echter een verpletterende eindspurt. Hierdoor is een noodzakelijke, maar mogelijk nog onvoldoende voorwaarde voor het behalen van haar banklicentie behaald.

Er zal veel vreugde zijn bij de initiatiefnemers en haar fans. De opgebouwde spanning moet ondraaglijk geweest zijn. Elders zal er scepticisme blijven hangen. Sommigen –zoals schrijver dezer– zullen moeten toegeven dat ze letterlijk & figuurlijk geen cent gaven om het welslagen van de wervingscampagne. En dat ze dus verkeerd waren. Maar met 1 veldslag win je nog geen oorlog. De kritische houding die we van bij het begin tegenover het initiatief innamen blijft alsnog overeind.  Kritisch zijn sluit echter geen sympathie uit.

Waarom kwam de fondsenwerving  zo moeilijk op gang?

In de voorbije maand probeerde NewB voldoende kapitaal op te halen onder haar coöperanten, sympathisanten en derden.

De campagne kwam erg moeizaam op gang. Na 15 dagen campagne was het vreemd vast te stellen dat grote sociale organisaties (vb. vakbonden) hun achterban nog niet opgeroepen hadden om te participeren. Gebrek aan geloof in de levensvatbaarheid van het initiatief na de erg lange aanloop? Of onverschilligheid bij de top en/of slechte organisatie bij het verantwoordelijke middenkader? Het is ons onbekend.

Wel viel het op dat ook andere initiatieven om geld op te halen voor “de goede zaak” (vb.  North Sea Wind – coöperatie met link naar Colruytgroep) ook niet de verhoopte sommen bij de particulieren kon ophalen.

Allerlei vragen borrelden op:

  • Is de groep die in coöperaties wenst te investeren overbevraagd of te klein?
  • Zijn de eisen die de controle-waakhonden dergelijke initiatieven opleggen (je moet je telkens door een flinke stapel waarschuwingen werken vooraleer je kan investeren) al te ontradend?
  • Heeft de bittere smaak van het over de kop gaan van Arco nog meegespeeld?
  • Is de periode van geld ophalen slecht getimed tussen september (opstart scholen)  en december (cadeautjesmaand, pensioenspaarmaand,….)?

Maar achteraf waren die overbodig.

Vanuit een verloren positie naar de overwinning?

De eindspurt die NewB maakte, deed denken aan de overwinning van Mathieu van der Poel in de Amstel Gold race 2019. Vanuit het peloton terugkomen én alsnog de spurt winnen. Faut le faire!

De initiatiefnemers hebben hun koelbloedigheid bewaard en slaagden er in om de mobilisatie toch naar een hogere versnelling te schakelen. Daarvoor werden grote middelen ingezet. Video’s met BV’s, reclame in NMBS-stations, … .

Ook via sociale media werd de strijd geleverd. Stuk voor stuk moesten mensen overtuigd worden. Blijkbaar sloeg dit aan. Ondanks het feit dat de social media ook een flink pak haters/tegenstanders kende. En deze zich in commentaren niet steeds subtiel uitdrukten. Iets wat sommige verdedigers uitdaagde om hetzelfde te doen.

Wie de particulieren zijn, die intekenden, is voor de buitenwereld niet zeer duidelijk. Wellicht is er een groot deel peer-to-peer beïnvloeding geweest. Waarbij uiteindelijk een sneeuwbaleffect ontstond. Of het allemaal goed geïnformeerde mensen zijn, valt te betwijfelen. De boutade “je moet niet noodzakelijk een muziekliefhebber zijn om van Bart Kaëll te houden. Soms volstaat het om doof te zijn“(*) duidt er op dat er een verschil is tussen “kenner” en “fan”.

Zo was het opvallend dat er niet al te veel aanwezigen waren om de infomomenten die NewB zelf in het hele land organiseerden. Zelf was ik erbij in Gent. Voor dergelijke stad (qua bevolking en met een progressief imago) waren er met moeite -eigen schatting- 80 luisteraars.

Het lijkt er op dat er meer animo was in het Franstalig gedeelte van het land. Dat blijkt onder meer uit de grote investeringen die zowel het Brussels gewest als de Waalse regering (elke € 400.000 met engagement om zo nodig daar nog € 600.000bovenop te doen). Ook de universiteiten (in Louvain La Neuve en Brussel) investeerden € 200.000.

Maar meer dan 50.000 investeerders blijft een mooi resultaat.

Een bank maken. Lijkt eenvoudiger dan het is.

Blijft NewB een goed idee of is het een nobel doel op drift?

Edwin De Boeck, voormalig hoofdeconoom van KBC en nu verbonden aan studiedienst van N-VA, noemde NewB in een tweet op 13 november ‘une fausse bonne idée’.

In volle bankencrisis was het project zeer wervend en actueel. Of het dit 10 jaar later nog is, is een andere vraag. NewB nam in maart 2013 een blitzstart (het verzamelde 40.000 coöperanten op korte tijd). Maar daarna leek het project als een soufflé in elkaar te zakken. Nu -dankzij de geslaagde wervingscampagne- lijkt de metaalmoeheid terug verdwenen.

Maar toch kan men vragen stellen bij het initiatief. Zijn in de grote tijd die tussen idee en aanvraag tot erkenning de omstandigheden niet te hard gewijzigd om de originele focus overeind te kunnen houden? Kan een open coöperatieve structuur adequaat reageren op gewijzigde omstandigheden?

De aard van de urgentie blijkt veel omvangrijker.

NewB is getooid met een nobele doelstelling als ‘bijdragen aan de financiering van de ecologische transitie die nodig is‘. Kan een piepkleine, regionale- en opstartende bank deze rol echter zinvol opnemen? Of kan ze hierin niet meer dan een hete druppel op een plaat zijn?

Zeker nu we weten dat ten gevolge van voortschrijdend inzicht (denk klimaatakkoorden Parijs) de urgentie én het benodigde geld voor die transitie nijpender en vele malen groter is.

Mogelijk is er meer heil te verwachten van het Europese actieplan voor duurzame financiering om wel aan een (regionaal) noodzakelijke schaal te geraken. Daar zouden alle banken (en andere financiële instellingen) mee in het bad getrokken worden.

Het oorspronkelijk plan werd bijgestuurd. Hoe bewust gebeurde dit?

Soms is het zinvol om toch eens naar de basis terug te grijpen. Je vindt deze o.m. terug in NewB- Coöperatieve bank voor sociale economie uit 2014. Zowat de blauwdruk van wat NewB aanvankelijk beoogde. Je bemerkt veel verschillen met waar er uiteindelijk in 2019 voor opgeroepen werd.

En niet alleen in het noodzakelijke kapitaal . In 2014 wou NewB voor € 60.000.000 aan kapitaalengagementen hebben bij de opstart (zie p. 19). Het dubbele van wat men nu probeerde bijeen te krijgen. Is bankieren in een nog feller gereglementeerde financiële omgeving nu plots goedkoper geworden? Het lijkt onwaarschijnlijk.

Van agentschapsbank naar online-concept.

Het bankconcept van NewB evolueerde ook. Waar aanvankelijk gestreefd werd naar enkele lokale aanspreekpunten (p. 6 onder & P 7. bovenaan) (om tegemoet te komen aan de bekommernis van bereikbaarheid en nabijheid door de forse sanering in het reguliere kantorennet), werd het bij de FSMA en ECB ingediende plan uiteindelijk een online-bank met weliswaar een bereikbaar callcenter.

Natuurlijk is dit opschuiven ingegeven door de verdere evolutie in het banklandschap en de doorgedrongen digitalisering. Maar is het huidige  concept voor deze start-up nog bestand tegen de ontwikkelingen die er aan staan te komen en die de reguliere banken ook nog over zich krijgen: Apple Pay, Google Pay , Libra van o.m. Facebook (hoewel dit project misschien ook al zijn momentum voorbij is als we het aantal afhakers zien), … . Het lijken westerse varianten die zich spiegelen aan het immens populaire WeChat van het Chinese Tecent. En ze staan allen aan onze buitengrenzen te kloppen om binnengelaten te worden.

Dergelijke kapitaalkrachtige mastodonten zijn in staat om grote schokgolven te veroorzaken in ons financieel gedrag. Of een speedbootje op zonne-energie (een beeldspraak waarmee NewB zich omschreef op het door mij bijgewoonde NewB on Tour-event in november ll.) daar tegen bestand is en of zijn klanten zich lang veilig zouden voelen in dergelijk vaartuig? We zullen moeten afwachten. NewB schermt wel met een “heel performant en informatief informaticaplatform”. Maar tot heden hebben weinigen hier iets van gezien.

Van Bank naar Bancassurance.

Tevens veranderde het concept van uitsluitend duurzame coöperatieve bank geleidelijk aan naar een bankassurance-model.

Wellicht vanuit de noodzaak aan financiële middelen en de eisen van toegetreden investeerder Monceau Assurances. In de blauwdruk uit 2014 wordt immers met geen woord gerept over verzekeringsdistributie. Noch als financieringsmogelijkheid, noch als productaanbod.

Duurzaam – en ethisch verzekeren is echter een nog moeilijker concept om uit te rollen. Alleen al door het feit dat veel producten simpelweg wettelijke gereglementeerd zijn  -denk BA-Motorvoertuig, Ba-Privéleven, …). De bocht waarin NewB zich wrong om hun unique selling point ook op verzekeringsproducten toe te kunnen passen luidde “De toekomst van NewB verzekeren door het nuttige aan het ethische te koppelen waardoor uw verzekering en uw waarden samenkomen“. Toegeven dat het ”We’re only in it for the money” was, zou geloofwaardiger geweest zijn.

Op lange termijn is het trouwens niet zeker dat het bankassurance model overleeft. In België is KBC hier nog redelijk succesvol in. Maar anderen zijn hiervan reeds teruggekomen. Zo stapten in de voorbije 20 jaar kleinere banken verbonden aan Allianz (AGF-Bank, Mercator) uit de markt. Na de financiële crisis werd ook Ethias Bank verkocht (en ging even later over de kop als Optima Bank). En recent besloot ook AXA zich uitsluitend op verzekeringsverkoop in België te richten en wordt de bankportefeuille doorgeschoven naar Crelan. Iets wat reeds eerder in het buitenland gebeurde.

Redenen om er mee op te houden -naast de moeilijke marktomstandigheden en de sterk aangescherpte regelgeving- zijn

  • enerzijds tegenstrijdige belangen tussen een bank en een verzekeringsmodel (short-term/long-term),
  • maar anderzijds ook omdat beide modellen samen wel eens leiden tot verlies aan focus.

Je ziet het terugdringen van het bancassurance-concept mischien nog het duidelijks bij de beroepsgroep van verzekeringsmakelaars. Waar vroeger de gemiddelde makelaar ook een bankagentschap uitbaatte, is dit nu veel minder het geval. Onder meer door forse saneringen in het zelfstandig agentennet van banken. Meest opgemerkt hierbij: te totale liquidatie van Record Bank in 2018.

Wat is eenvoud?

Wat ook wijzigde was de ambitie mbt. het productenpakket. Waar oorspronkelijk de nadruk lag op beginnen met de ontwikkeling van  eenvoudige producten: zichtrekening, spaarrekening en kredieten, lijkt het accent nu verschoven te zijn.

Geen hypothecaire leningen meer.

Ook NewB moet rekening houden met de blijvend lage rente. Deze veroorzaakt een erg lage intermediatiemarge (verschil gegeven rente (vb. op spaarrekening) en aangerekende rente (vb. op hypotheek) bij de meeste financiële instellingen. Mogelijk is dit de reden waarom het aanbieden van hypothecaire kredieten (p.14) verdween uit de ambities.

Geruisloos van beleggingen in ethische producten naar beleggingsfondsen.

De laatste tijd hoorde en las je echter ook de (beperkte) ambitie om beleggingsfondsen te gaan verdelen. Of hiermee het oorspronkelijk adagio van ‘eenvoudige producten’ gevolgd werd is betwistbaar. In de blauwdruk lezen we niets over beleggingsfondsen. Daar gaat het vaagweg over beleggingen in ethische producten (p 14). O.i. toch iets anders dan ‘ethische beleggingsfondsen’.

Beleggingsfondsen verkopen levert geld op (commissies bij instap en mogelijk bij beheer). Maar dit vergt tevens opstellen van klantenprofielen en op basis daarvan voorzien in geschikte oplossingen. De wetgever laat in feite niet meer toe dat dit gebeurd met een gestandardiseerd eenvoudig aanbod.

  • Wil je je als bank beperken en géén adviesfunctie opnemen, dan nog moet je je klant een passend (appropriate) product voorstellen. Maar dit lijkt eerder het concept van een bank die haar klanten als een nummer wil behandelen.
  • Van een ethische bank mag je m.i. wat meer verwachten: begeleiden en adviseren rond beleggingen. In dat geval moet het aanbod ook geschikt (suitable) zijn.

Hoe NewB daarbij 1 van de basisregels van beleggen (in voldoende spreiding voorzien) zal naleven is vooralsnog ook een groot vraagteken. Dit gezien 1 van hun belangrijkste steunpilaren (die o.m. de voorzitter leverde), in haar meest recente studie het bestaande aanbod aan duurzame beleggingsfondsen een gemiddelde kwaliteit van 2,8 /100 toekent. Het beste fonds is het énige fonds dat niet gebuisd is. Maar met een 53 /100 kan het toch ook niet echt fier zijn op zijn beoordeling. U kan hierover uitgebreider lezen in ons blogbericht van 23/10/2019.

Op de promoavond mbt. de fondsenwerving deed de NewB-spreker hier erg luchtig over. Hij verwees naar onder meer naar het beleggingsaanbod dat ook door FairFin naar voorgeschoven wordt. Helaas steekt daar geen enkel beleggingsfonds bij. Een toevallige lapsus?

Bescheidenheid gewenst.

Fel uitgesproken ambities kunnen als een boomerang terugkeren.

Erg bevlogen zijn is zeker geen schande. Maar omdat wie in België zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt gemakkelijk geconfronteerd wordt met zeisen, die willen kortwieken, moet bevlogenheid samengaan met inhoudelijke- en strategische sterkte. En steeds siert enige bescheidenheid.

Een lang en hobbelig parcours.

Het was natuurlijk niet niets om zelf een alternatieve bank te willen opstarten. Het begon reeds in 1982 met de opstart van Netwerk Zelfhulp Vlaanderen, dat er toen ook reeds van droomde een alternatieve bank op te starten.  Al vlug werd dit ambitieus pad verlaten en werd een alliantie met ASLK opgezet en kwam Krekelsparen (spaarrekening) en later AlterVision (ethisch beleggingsfonds) in de markt. Door de schaalvergroting in de bankwereld verdween ASLK in Fortis en na de financiële crisis werd de Fortis groep opgedeeld en kwam het bancaire gedeelte bij BNP Paribas terecht. De relatie tussen Netwerkzelfhulp Vlaanderen dat ondertussen verveld was tot FairFin en haar bank bekoelde. En de bankgroep zette het Krekelsparen stop en liet het AlterVision fonds opgaan in een ander fonds.

Door de financiële crisis was de aandrang om de oude droom van midden jaren ’80 nieuw leven in te blazen aangewakkerd. Al in 2011 werden daar de eerste gesprekken hierrond aangevat. Dat leidde uiteindelijk tot de creatie van coöperatie NewB.

Maar ondanks de geslaagde fondsenwerving, moeten er nog klippen genomen worden vooraleer de erkenning een feit is.

Een potentiële horzel voor  de banksector

Dat de bankwereld zich niet steeds veel gelegen laat aan haar maatschappelijke functie is een feit. De ontsporingen die aanleiding gaven tot de financiële crisis van 2007-2009 toonden dit erg goed aan. Maar ook op kleiner vlak is het perfect mogelijk om tal van vingerwijzingen te geven waar het fout gaat (interne loonspanningen, service-afbouw, financiering van wapenhandel, fossiele brandstoffenindustrie, …). Druk door activisten is gemakkelijker te weerstaan (alhoewel niet op de lange duur) dan klanten te verliezen door een instelling die uitdraagt en bewijst dat het anders kan.

En een sector die in het visier loopt, heeft vaak de neiging om –althans voor de buitenwereld– zelfregulerend op te treden. We zagen het onlangs nog met het Febelfin-label Towards Sustainability.

“Ons burgerinitiatief doet een wervelwind van duurzaamheid en ethiek waaien in het Belgische bankenlandschap.” luidt het bij NewB. Maar alles moet in feite nog beginnen.

Een principiële bank met krachtig uitgeschreven waarden en normen én gedragen door een kritisch middenveld zou hier als een kanarie in een koolmijn kunnen (moeten) functioneren. En regelmatig een welgemeende ‘Cut the Crab‘ laten weerklinken. Tenminste als men er zou in slagen op koers te blijven en niet vermalen wordt onder de druk van collega-bankiers en regelgeving.

De val van zelfgenoegzaamheid.

Hard roepen tegen de gevestigde orde zal -in een democratie- steeds kunnen rekenen op de goedkeuring van een gedeelte van de bevolking. Dit is 1 van de redenen waarom populisme (van rechts en links) momenteel zo’n opgeld maakt. Maar vaak kan je het hardst roepen met slogans: zinsneden die goed klinken, maar daarom nog geen voldragen analyse inhouden. De politieke – en financiële realiteit is niet steeds geholpen met zwart-witte polarisatie. De “goeien” tegen de “slechten” is iets voor westerns of kinderfeuilletons. De werkelijkheid is genuanceerder.

In een wereld waar veel financieel analfabetisme heerst bestaat de kans dat NewB zich het aureool van onfeilbaar gaat aanmeten. Gelijktijdig rechter (bv. via haar ledenorganisaties) en partij (als verkoopskanaal) zijn, is een gevaarlijke positie. Al te gemakkelijk lopen goedbedoelende, maar niet van volledige informatie voorziene mensen achter andermans vlag. De stelligheid waarbij NewB zich in de opstartfase profileert tegen de gevestigde bankorde, zorgt er voor dat ze niet veel fouten zal mogen maken. Of er komt een tegenreactie. Misschien niet dadelijk van de klanten, die haar vertrouwen geven, maar van een breder middenveld en of van nu belaagde organisaties.

De NewB-waarden in de praktijk.

Persoonlijk mis ik bij de initiatiefnemers, diverse deelnemende organisaties en particulieren die NewB een warm hart toedragen de intellectuele twijfel. De preek die vanuit de kansel van NewB komt wordt m.i te autoritair over de hoofden verspreid én te gemakkelijk geslikt. De 13 waarden, die NewB als haar richtlijnen uitrolde, werden in de opstartfase m.i. al niet volledig nageleefd. Zo lijken de waarden “Eenvoud” (met beleggingsfondsen?), “Transparantie” (wijzigende opstellingen rond hypotheken en verzekeringen) en “Eerlijkheid” (in wervingscampagne oproepen dat er maar 30 dagen zijn voor de werving en 1 dag voor het verloop ervan aankondigen dat er 5 dagen extra voorzien wordt) precies toch redelijk flexibel.

Het kan allemaal wel zijn dat dit strategische wijzigingen zijn opgelegd door de omstandigheden. Dat het middelen zijn om het doel te bereiken. Maar deze vorm van Machiavellisme neigt toch naar praktijken van klassieke bankiers. Zich aanpassen én overgaan tot de orde van de dag: Business as usual.

—————————————————————————————-

noot:

(*) niets tegen Bart Kaëll natuurlijk. Voor wie zich geschoffeerd voelt, vul gerust een andere naam in.

Categorieën
home

De Morningstar Sustainability Rating focust voortaan meer op de toekomst dan op het verleden.

Chaplin als The great Dictator - Morningstar Sustainability Rating
Het aantal gebruikte globes blijft gelijk, maar hun toekenning gebeurt voortaan totaal anders.

Bij Ethisch Beleggen maken we van diverse bronnen gebruik om onze waarderingen in + of in –  te bepalen. 1 van deze bronnen is de financiële website Morningstar. Zo gebruiken we de Morningstar Sustainability Rating. Ze hebben dit systeem opgestart in de lente van 2016 en blijven er aan sleutelen. Het feit dat ze eigenaar geworden zijn van de duurzaamheidsrater Sustainalytics zal daar onder meer voor verantwoordelijk zijn.

Begrippen als “duurzaamheid” of stempels als “(on)ethisch” zijn niet vastgeroest. In een evoluerende maatschappij evolueren ook de opvattingen. Er komen nieuwe producten én nieuwe problemen bovendrijven, wetgeving wijzigt, inzichten veranderen,… . Dit is 1 van de redenen waarom we bij opstart van deze werking geen sluitende definitie rond wat wél en wat niet ethisch is vastlegden.

Morningstar Sustainability Rating: versie 1.5

System Software Update
Een eerste update van hun duurzaamheidsrating vond plaats eind 2018.

In het najaar van 2018 heeft Morningstar zijn duurzaamheidsrating reeds aangepast. U vindt hun toelichting hier. Kort samengevat deden ze toen 4 ingrepen:

  1. Lange termijn krijgt een groter gewicht. Omdat binnen een fonds aan- en verkopen plaatsvinden, wijzigt de samenstelling ervan geregeld. Nu wordt beter nagegaan hoe consistent een fonds in zijn duurzaamheid is.
  2.  De indeling in categorieën ging op de schop. De beleggingsstrategie van een fonds weegt voortaan zwaarder door dan de regio of het thema waarin het fonds belegt. Wegens het thematisch – of regionaal indelen van beleggingen, was de vergelijkingsbasis tussen fondsen soms erg klein. Een primus uit een kransje van 5 maakt minder indruk dan een primus uit een krans van 50 fondsen.
  3.  Minstens 2/3 van de aanwezige posities in een belegging moet een duurzaamheidsscore hebben. Vroeger was dit slechts 50 %.  Als je van een product slechts de helft kan evalueren op zijn ESG-gehalte, dan heb je uiteraard een grotere foutenmarge dan zo je 2/3 of meer kan evalueren.
  4.  Morningstar neemt voortaan ook Fund-of-Funds (soort superfondsen, die samengesteld zijn door optelling van verschillende aparte fondsen) mee in zijn evaluaties.

De aanpassing van eind 2018 veroorzaakte niet al te veel wijzigingen in de waardering bij de fondsen welke wij verdelen.

Versie 2.0 is een feit.

Beginnen met een schone lei - Morningstar Sustainability Rating
Morningstar kuiste het bord grondig af.

Inmiddels werd een nieuwe bijsturing uitgerold. Deze wordt geïntroduceerd per 31 oktober 2019. Omdat de datumverwerking steeds vertraging heeft (1 maand en 6 dagen), zal de nieuwe methodologie pas per 08/11 voor het eerst echt de wijzigingen laten zien. Deze zullen dan slaan op de portefeuillegegevens van 30 september.

Wat gaat er veranderen?

Het oog op de toekomst.

    1. Men wil weg van de momentopname.
      • Tot nu was de duurzaamheidsrating een soort optelsom. We tellen de ESG-score van alle individuele posities (bedrijven) uit een beleggingsfonds samen. En vervolgens trekken we de score voor controverses (waar zit het fout) daar van af.
      • Nu gaat men kijken naar de toekomst. Welke risico’s loopt een bedrijf nog op vlak van ESG?
      • Om dit te evalueren ontwikkelde Sustainalytics een nieuw meetinstrument: de ESG Risk Rating.  Wie deze grondig wil doornemen en de Engelse taal voldoende doorgrondt, kan de 3 volumes uitleg van hun website downloaden. Deel 1: Moving Up the Innovation Curve, Deel 2: Exploring the Internet Software and Services Subindustry en Deel 3: Potential Applications for Investors.
    2. Het is een schaal geworden die voor alle sectoren dezelfde is. Ook al is de energiesector bijvb. gevoeliger aan risico’s rond E (CO2-uitstoot) en G (corruptie en omkoping). Terwijl bij softwarebedrijven de E minder van tel zal zijn en de S & G (werknemersbeleid, veiligheid van data, waarborg van privacy) ) er een grotere rol spelen. De uitkomst van individuele bedrijven die langs de ESG Risk Rating liggen zal dus toch nog gedeeltelijk sectorgebonden zijn. Morningstar heeft zelf het voorbeeld van Royal Dutch Shell met een score van 33,7 versus Microsoft met een betere score van 14,1.

Een rapport op 100 punten.

Old skool schoolrapport - Morningstar Sustainability Rating
In tegenstelling tot een schoolrapport scoor je bij de ESG Risk Rating het best zo laag mogelijk.
    1. De schaal van de ESG Risk Rating wordt uitgedrukt in een getal tussen 0 en 100. Een laag cijfer staat voor een laag risico. In de praktijk scoren genoteerde bedrijven  het meest tussen 0 en 50. Sustainalytics kijkt per bedrijf welke ESG-risico’s een bedrijf loopt en hoe het dit aanpakt (“managed risks“). Daarnaast bekijkt ze of er ook risico’s zijn die het bedrijf nog niet aanpakt , maar die wel een rol kunnen spelen in de toekomstige waardering van het bedrijf ( “unmanaged risks“). Een cijfer 0 wil hier zeggen dat er geen niet-aangepakte risico’s zijn en dat de aanpak van de bestaande risico’s degelijk is.
    2. De scoring van alle individuele bedrijven wordt gewogen. En zo komt een gemiddelde voor de totale portefeuille tot stand. Een fictief fonds dat slechts in 2 bedrijven Microsoft (MS) en Royal Dutch Shell (RDS) zou beleggen in verhouding van 60 % MS én 40 RDS zou dus een eindscore van 21,52 krijgen  ((0,6 * 14,1) + (0,4 * 33,7)).   Er zijn 5 verschillende stadia in de ESG Risk Score
        1. van 0 tot 9,99 : verwaarloosbaar ESG Risico
        2. tussen 10 tot 19.99 : laag ESG Risico
        3. vanaf 20 tot 29.99 : gemiddeld ESG Risico
        4. van 30 tot 39.99 : hoog ESG Risico
        5. + 40: erg hoog ESG Risico

 Zonder het verleden te vergeten.

    1.  Omdat men probeert te kijken naar de evolutie op langere termijn zal ook gekeken worden naar de gegevens uit het (recente) verleden. Van de duurzaamheidsscore over de voorbije 12 maanden neemt men een “gewogen” gemiddelde. Dit noemt men de Morningstar Historical Portfolio Sustainability Score.  “Gewogen” betekent hier dat de recentere maanden een hoger gewicht krijgen dan de oudere maanden.
    2. De uiteindelijke toekenning van de slotrating per fonds is dan de duurzaamheidsrating. Men blijft gebruik maken van een systeem van 5 wereldbollen.
        1. de beste 10 % van de M* Historical  Portfolio Sustainability Score, dragen in zich dus het minste risico en krijgen 5 bollen toegekend.
        2. de volgende 22,5 % verwerven 4 bollen
        3. diegene die hierachter komen  (met een cijfer tussen 33,6 en 68,5 %) krijgen nog 3 bollen
        4. slechter scorende fondsen (cijfer tussen 68, 6 en 90 %) krijgen nog 2 bollen
        5. de slechtste 10 % krijgen van Morningstar nog 1 bol
    3.  Op die basis zijn momenteel wereldwijd een 50.000 beleggingsfondsen gequoteerd. Fondsen zonder bol zijn niet noodzakelijk zwakke fondsen op vlak van duurzaamheid. Het kunnen bvb. fondsen zijn waarbij minder dan 67 % van de participaties door Sustainalytics kon beoordeeld worden.

 Invloed van de nieuwe berekening.

    1.  De nieuwe berekening zal bij diverse fondsen een verschuiving in de Morningstar Sustainability Rating teweeg brengen. Morningstar zelf verwacht dat 43 % van de fondsen 1 globe zal winnen of verliezen. Voor 24 % (bijna 1 op 4) van de fondsen zal er zelfs een verschuiving van 2 of meer globes plaatsvinden.
    2. Hieruit moeten we concluderen dat de nieuwe manier van berekenen toch een scherpe breuk is met het verleden. Vergelijken tussen data voor – en na 31/10/2019 zal dus erg moeilijk -, zo niet onmogelijk worden. Dit zal dus ook voor onze eigen quoteringen ingrijpend zijn. De EthischBeleggen-objectiveringsscore, die wij hanteren per fonds, zal voor- en na 31/10 van elkaar verschillen. Momenteel kan met de maximale score van 5 globes 15 % van het totale puntenaantal verdiend worden. De fondsenselectie binnen onze modelportefeuilles zal hierdoor in 2020 ook beïnvloed worden.
    3. U kon deze gevolgen ook reeds zelf inschatten als u het resultaat van ons fictief beleggingsfonds met slechts 2 aandelen bekeek. Ondanks het feit dat ons voorbeeld voor 40 % uit een bedrijf dat in de oliesector actief is bestaat, krijgt het toch de op 1 na beste duurzaamheidsscore. Shell mag zich dan op vandaag inlaten met hernieuwbare energie, op basis van zijn verleden had geen weldenkend mens het een groot gewicht gegeven in een duurzaam fonds.

 Geef verandering een kans.

    1. wegwijzers naar verleden en toekomst
      De bollenwinkel (1 tot 5 globes) werden flink dooreen geschud bij Morningstar. Duurzaamheidsscores van vandaag kunnen significant afwijken van die welke vroeger toegekend worden.

      Het lijkt er dus op dat de nieuwe benadering een generaal pardon invoert. Iedereen, ook de grootste zondaars uit het verleden, krijgen amnestie. Het strookt niet om ons gevoel. Net zoals we het als maatschappij soms moeilijk hebben om een gevangene, die vrijkomt nadat hij zijn straf uitzat, te zien als iemand die een nieuwe kans verdient. We staan liever klaar om er een stempel van onbetrouwbaar én dus te wantrouwen op te slaan.

    2. Het nieuwe systeem zal echter ook wel uit zichzelf corrigeren. Wie uiteindelijk niet vooruit geraakt in zijn ESG-benadering zal geleidelijk toch wegzakken ten opzichte van collega-bedrijven, die wel een strakke ESG-focus houden. We zullen net als bij de invoering van een andere metriek stelsel, een andere spelling of een andere munt, uiteindelijk toch wel gewoon geraken aan de nieuwe norm.
    3. Blijf alleen de overweging:  is die verandering nu beter of slechter dan vroeger? Ze zal zeker een tijdje vreemd en mogelijks onnatuurlijk aanvoelen. Maar omdat ze meer rekening houdt met de nog af te leggen weg, dan met de reeds afgelegde weg, kan je toch besluiten dat ze meer toekomstgericht is. Net zoals Morningstar het zelf aankondigde.
Categorieën
home

Allemaal duurzaam dankzij Febelfin?

Nu de eerste lading van duurzame financiële producten hun zegen kreeg van het Central Labelling Agency of the Belgian SRI label (CLA) van Febelfin, kunnen we een voorzichtige balans opmaken. Leidt die selectie de geïnteresseerde klant naar een echt duurzaam product? Of zit er nog teveel kaf tussen het koren en moet het label in eerste instantie gezien worden als een nieuw marketinginstrument van de financiële sector? Iets om een nog niet volop bespeelde flank alvast toch af te dekken?

Hét Belgische Duurzaamheidslabel.

logo van the Central Labelling Agency van Febelfin
Nederlands of Frans in het logo is wellicht niet hip of gewichtig genoeg

De toevoeging aan de naamgeving ‘the Belgian SRI label‘ wijst er op dat het initiatief gebruikt wordt om zich als enige valabele scherprechter in de markt te zetten. De exclusiviteit op te eisen met andere woorden. Nu nog in kleine quasi onleesbare letters op het logo. Maar straks ook gebruikt om kritische- of andere meningen te weren? We zullen moeten afwachten (en attent zijn).

Alvast de perstekst van Febelfin nav. de lancering laat weinig over aan de verbeelding “… Ander labels kunnen niet noodzakelijk op hetzelfde draagvlak rekenen als dit sectorbreed gedragen initiatief. De grote steun van Belgische aanbieders en beheerders dwingt (eigen cursivering) ook buitenlandse spelers actief op de Belgische markt om het label aan te vragen.’

Omdat er geen eenduidige definitie is van wat SRI (Socially Responsible Investing) is (wanneer het begint of wanneer het ophoudt), had een meer bescheiden ‘a Belgian SRI label” m.i. op zijn plaats geweest.

Scoren op kwantiteit.

Er werden erg veel fondsen goedgekeurd. 77,75 % van de aanvragers (311 op 400) werden tot het label toegelaten. Wie sneuvelde en waarom is voor buitenstaanders niet bekend. Mogelijk ontbraken alleen enkele details in het dossier en worden sommige kandidaten later toch nog toegelaten tot de club.

Dit grote aantal suggereert dat het wel goed zit met de mogelijkheid om een duurzaam financieel product te onderschrijven. Dat de sector deze verzuchting, deze trend voldoende oppakt. Tenzij je ervan uitgaat dat de lat gewoon te laag gelegd werd. Er zijn kwantitatieve redenen om dit te denken.

Zo zien we in de ons omringende landen, waar labels al langer bestaan, dat er heel wat minder fondsen toegelaten worden door de labelgever.

  • Frankrijk benadert met haar officieel ISR-label nog het meest de Belgische hoeveelheid. Daar zijn er momenteel 275 fondsen die het label mogen dragen.
  • Luxemburg (toch een Europees financieel centrum en erg belangrijk op de fondsenmarkt) erkent met het LUXFLAG-label slechts 84 fondsen als duurzaam. 8 fondsen staan er op een watchlist.
  • Duitsland heeft slechts 64 fondsen (20,58 % ivm. België) die het FNG-Siegel krijgen.

In een tweede ronde (februari 2020) komen er nog financiële producten bij. Het lijkt dus toch een beetje op een kermisattractie waarbij “iedereen prijs!” geroepen wordt.

Het glas halfvol of halfleeg?

Dat de huidige kwaliteitsnorm eerder pover is, wordt trouwens niet ontkend. Zo lezen we over die kwaliteitsnorm:

  • ‘ Met …als doel … de financiering uitsluiten van een beperkt aantal praktijken  (vet door auteur) die algemeen als onduurzaam worden beschouwd.’

    ’t Is maar hoe je het bekijkt
  •  ‘De focus ligt op transparantie en de aanlevering van relevante en nuttige informatie die potentiële klanten kunnen gebruiken om te bepalen of het beleid van een specifiek product overeenstemt met hun persoonlijke overtuigingen.’
  • ‘Het naleven van de beginselen van de norm moet eerder worden geïnterpreteerd als een teken dat een product op het juiste pad zit naar duurzaamheid“.
  • “Een label dat potentiële beleggers het vertrouwen moet geven en (hen) geruststellen dat de financiële producten ….niet worden blootgesteld aan zeer onduurzame praktijken, zonder dat de beleggers daarvoor zelf een gedetailleerde analyse moeten uitvoeren”.

De site zelf en haar logo legt hier niet voor niets de nadruk op. “Towards sustainability” klinkt het voorzichtig.

Het is toch een beetje alsof de katholieke kerk een lijst van potentiële heiligen zou bekendmaken. Mensen, die men mag aanbidden in de zekerheid dat ze alvast geen doodzonde begaan hebben. De praktijk leert dat “gelovigen” op zoek naar vertroosting hier genoeg aan hebben. Slechts enkelingen zullen hun biografie er op nalezen om zich ervan te vergewissen of ze het gebed waard zijn.

Dit lijkt het gevaar van dit label. Alle nodige elementen voor een gedetailleerde analyse moeten transparant zijn. En dat zijn ze ook.  Je moet echter zelf doorklikken en dan voldoende kritisch de identificatiefiches lezen. Het gros van de mensen doet dit -jammer genoeg- niet.

Maar drinken zullen we.

Uitgevers van fondsen zullen de labeling echter wel om promotionele redenen inzetten. We konden dit reeds zien bij KBC, die nog op de dag van de lancering van de Febelfinsite haar hoera-fanfare liet uitschallen: ... alle 65 duurzame beleggingsfondsen van KBC voldoen volledig aan de Febelfinstandaard (en gaan in aantal gevallen zelfs verder).

De onvermijdbaarheid van het label zorgt er ook voor dat bijv. Triodos, welke zich aanvankelijk erg kritisch (lees: negatief) uitliet over de afgesproken normering, toch ook getrouw haar producten liet labelen.

Bijschenken of toch niet?

Febelfin is zich bewust dat ze vertrekt van een lage standaard. Ze rekenen er op dat hun label een vertrekpunt en geen eindpunt is. Zal ze er in slagen de financiële spelers (en ook de beleggers) mee te trekken? De standaard zal alvast aangepast worden aan evoluties op EU-niveau, waar het actieplan duurzame financiering voor zover bekend veel scherpere grenzen lijkt te willen trekken. Maar het lobbywerk rond de taxonomie voor duurzame producten kan nog wat water aan die wijn toevoegen.

Elke 2 jaar worden de criteria herzien. Dit in een multi-stakeholdersconsultatie (ja, dat woord gebruiken ze echt) via het adviescomité van het Central Labelling Agency van Febelfin. Dit adviescomité moet echter nog opgericht worden. Volgens het organogram op de site zal dit voorgezeten worden door een non-financial en bestaan uit actoren uit de financiële sector en betrokkenen uit de burgermaatschappij. Wie die zijn én wie welk gewicht zal hebben? Wait and see.

De ervaring leert dat het erg moeilijk is om eens betrokkenen tot een club behoren hen er terug uit te gooien. Vroeger luidde het gezegde “je moet al je moeder vermoord hebben vooraleer je ontslagen wordt bij politie/leger/…”. En –even politiek incorrect– we weten dat het niet evident is om de Belgische nationaliteit van iemand, eens deze ze verworven heeft, ze terug af te nemen.

We zullen zien of het hier anders zal lopen. Zullen erkende fondsen bij controle of bij stijgende normen consequent hun label verliezen?

Rechter en partij tegelijkertijd.

rechter en partij - Central Labelling Agency van Febelfin
wie heeft de sleutel om te beslissen?

1 van de fundamentele bezwaren tegen het dit label is de opmerking dat de sector hier zichzelf controleert.  Je leest deze kritiek bijvoorbeeld bij Réseau Financité .

In de geschiktheidscommissie is er een overwicht van onafhankelijken (6 tegen 4). De Raad van Bestuur van het Central Labelling Agency van Febelfin bestaat uit 8 leden. 4 ervan komen uit de financiële sector. 4 zijn onafhankelijk (1 ervan heeft een carrière achter de rug bij Triodos en was actief rond duurzaam beleggen). Niet iedere onafhankelijke lijkt echter de financiële sector goed te kennen. Zullen zij genoeg weerwerk kunnen bieden aan vertegenwoordigers van de sector?

Er komt nog een raadgevende commissie om de Raad van Bestuur te adviseren. De opstart en de samenstelling hiervan is uitgesteld tot midden 2020.

Onafhankelijk van het CLA is er een verificateur. Deze moet een ‘technische en diepgaande controle uitvoeren op de producten waarvoor een label is aangevraagd’. Deze verificateur bestaat uit Forum Ethibel, ICHEC, Managementschool Brussel en Universiteit Antwerpen. De onafhankelijkheid van die instantie is relatief, gezien zij zich aan de neergeschreven zwakke normeringsregels moet houden. Met andere woorden het speelveld is afgebakend.

Zelf schrijft Febelfin dat de governance-structuur bijzonder robuust is. We durven daar aan twijfelen. Het is niet meer zo dat buitenstaanders volledig uitgesloten zijn (cfr. corporatistische praktijken zoals -althans vroeger, in de huidige werking heb ik mij niet verdiept– bij de Orde van de Artsen of Orde van Advocaten), maar of ze opgewassen zijn tegen de gestroomlijnde falanx uit de financiële sector valt af te wachten.

Eigen fonds eerst?

Hoewel er enkele buitenlandse fondsen in de eerste lijst van gelabelden opgenomen zijn, is de lijst toch vooral een Belgische aangelegenheid. Natuurlijk het is een Belgisch label, maar anderzijds er is binnen Europa vrij verkeer van geld en goederen. Dat uit zich ook in vrije financiële dienstverlening. Erg veel fondsbeheerders hebben dan ook toegang tot de Belgische markt. Wellicht zijn die in eerste instantie minder actief betrokken geweest bij de opstart van dit label. België is vaak maar 1 van de landen waar ze in actief zijn. Niet het meest belangrijke.

Het valt te verwachten dat sommige buitenlands fondsen pas nu -na de lancering- in actie gaan komen. Sommigen zullen wegens hun geringe capaciteit op onze markt wellicht nooit het label aanvragen. En dat is jammer.  Zo komt kwalitatief aanbod van bijv. Pictetom er maar 1 te noemen– totaal niet voor op de huidige lijst. In die zin kan het label ook als een muur fungeren. Een filter om de eigen markt wat extra te beschermen. Een functie die de labels uit de ons omringende landen ook niet vreemd is, trouwens.

De kwaliteitslat ligt laag…

Een gouden raad voor wie het niet zo nauw steekt

Laag is beter dan niets. Maar kan op termijn meer kwaad doen dan goed. Light Cola is minder ongezond dan gewone Cola. Als je door overschakelen vergeet dat je je drankgewoontes in feite beter verder kan bijsturen, heeft je keuze op termijn mogelijk toch verregaande gezondheidsgevolgen.

Zo is het ook met de huidige normering van het label. De fondsenkeuze, die nu overeind blijft laat erg veel ruimte voor grijze zones. En ja, ik weet het: de consument wordt steeds verzocht om de informatiefiche tot zich te nemen vooraleer hij zijn keuze maakt. En zelf af te wegen of het product overeenkomt met zijn behoeftes, principes. Toch is het geweten dat hij dit zelden doet (eigen schuld?), maar vooral dat hij het wellicht zelf met moeite kan doen als hij het al zou willen. Niet voor niets wordt vastgesteld dat er nog van alles schort aan de financiële geletterdheid van de Belg.

… bewijst een voorbeeld rond de SG en 1 rond de E van ESG.

In het artikel Quand les banquiers s’autogratulent van Réseau Financité lees je bijvoorbeeld dat het gelabelde fonds Candriam SRI Bond Euro investeert in landen en bedrijven, die het niet zo nauw nemen met deugdelijk bestuur of mensenrechten.

Ik geef 1 een ander voorbeeld: AG Life Strategy Global Defensive (bestaat ook in – Neutral en – Dynamic uitvoering).

In dit fonds kan een bedrijf toch kan opgenomen worden als het maximum 10 % van zijn omzet uit steenkool haalt. Idem dito voor onconventionele olie-of gaswinning (denk schaliegas, fracking,…). Wat conventionele olie-of gaswinning betreft is de norm dat er kan geïnvesteerd worden zo minstens 40 % van de inkomsten in het bedrijf komt van gewone gaswinning en/of hernieuwbare energie. Maak dit eens concreet. Dan kan dit fonds investeren in een bedrijf dat 59,9 % omzet haalt uit olieproductie & 40,1 % uit gaswinning. Extreem voorgesteld natuurlijk, maar dit is toch niet wat je verwacht van een duurzaam beleggingsfonds of Tak 23-verzekering? Je verwacht die eerder in de beleggingsportefeuille van Donald Trump of anderen die het klimaatakkoord van Parijs maar niets vinden. Net zoals het vreemd is dat in de normbepaling gas en hernieuwbare energie op 1 hoop belanden. Het eerste is immers een eindige, niet hernieuwbare energiebron.

Duurzaam pensioensparen? Doen wij al!

Enfin zo lijkt het bijna. FairFin analyseerde de producten op de markt eind 2018. 3 producten haalden bij hen de eindmeet: KBC Pricos SRI, VDK Pension Fund en ING Starfund.

ING Starfund kreeg geen label. Vergeten aanvragen? Of geweigerd om ons onbekende reden? De andere 2 werden door het Central Labelling Agency van Febelfin wel onderscheiden.

Maar de marktleider op dit vlak  BNP Paribas Pension (3 formules Stability, Balanced & Growth) krijgt bij Febelfin nu ook het label. Net zoals de zusterfondsen Crelan Pensioen Fund en Metropolitan-Rentastro. Ze worden allen door BNP Paribas Asset Management beheerd. Op vlak van het gevolgde energiebeleid zijn de normen voor deze pensioenspaarformules dezelfde als die van het eerder vermelde AG Life Strategy Global Defensive. Op energievlak alvast niet erg duurzaam dus.

Conclusie1 : je promoot het koren niet door het kaf te behouden.

We mogen geen intentieproces maken, want we waren totaal niet betrokken bij de totstandkoming van het label. Uitgezonderd een kleine bijdrage aan hun bevraging. Een bijdrage waarop geen reactie kwam en het niet geweten is of er überhaupt iets mee gedaan werd. Zie ons blogbericht van 27/04/2018.

Het doel was toch het koren van het kaf te scheiden. Niet het samen te houden.

Toch is de eerste indruk dat het geleverde werk niet bepaald fris ruikt. Dat heeft veel te maken met de lage normen die vastgelegd werden. En natuurlijk kunnen (zullen?) die in de toekomst opgetrokken worden. Maar een groot aantal erkenningen later reduceren terwijl betrokkenen in de sector mee aan het stuur zitten is niet evident. Vraag dat maar aan wie een olievlak moest indammen of een teveel aan tandpasta terug in de tube probeerde te duwen.

Het lijkt er zelf een beetje op dat de kwaliteit verzopen wordt in een overvloed aan kwantiteit. Van te veel wijn drinken krijg je koppijn. Je kan beter 1 goede fles openen dan een volledig schap ontstoppen. Het label lijkt wat mij betreft eerder bij te dragen aan de verwarring rond duurzaam beleggen, dan dat het helpt om de mist er rond op te trekken.

Conclusie 2 : de georganiseerde financiële sector eigent zich een speelveld toe.

In een gisteren gepubliceerd blogbericht (met enkele opmerkingen over de totstandkoming van dit label) vroeg ik me onder meer af of Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip “duurzaam beleggen” wilde claimen. Mij baserend op Febelfinteksten, was ik daar niet zo bang voor. De tekst onder het logo van hun CLA (ook weergegeven onderaan iedere webpagina) doet me nu terug twijfelen.

Mogelijk wordt hier toch met de voeten vooruit gesprongen. Iets wat altijd gevaar oplevert voor wie zich eveneens in de arena bevindt. Kleinere onafhankelijke spelers of activisten moeten op hun hoede zijn. Hun standpunten of visies dreigen onder de pletwals van een grote organisatie (nog) minder weerklank te krijgen. En hun geloofwaardigheid kan -eens de machine op volle kracht is- gemakkelijker in diskrediet gebracht worden. De toekomst zal uitwijzen of dit aanvoelen al dan niet te zwartgallig is.

—————————————————————————————————————————————-

disclaimer: dit is een persoonlijk standpunt. De vermelding van Réseau Financité en FairFin in bovenstaande tekst betekent niet dat zij automatisch met deze visie akkoord zijn. Net zoals auteur dezer niet steeds de standpunten van deze organisaties deelt.

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Towards sustainability. Wordt het duurzaam beleggingslabel van Febelfin de norm?

Sinds 6/11/2019 heeft Febelfin haar website towardssustainability.be opengesteld. En al dadelijk blijken 311 fondsen het duurzaamheidslabel van Febelfin opgespeld te hebben. Het is te vroeg dag om die fondsen én het selectieproces eens tegen het licht te houden. Maar we staan alvast even stil bij de totstandkoming. In de aanloop naar het duurzaamheidslabel van Febelfin, vielen ons enkele dingen op.

De timing van het initiatief.

logo - duurzaamheidslabel van Febelfin
The Long and Windy Road staat op het Let It Be-album van The Beatles. Hopelijk is het Febelfin-logo minder fatalistisch bedoeld.

Febelfin presenteerde haar duurzaamheidslabel in het voorjaar van 2019. Het label ‘Towards Sustainability’ is als een soort vlucht vooruit te bekijken ten aanzien van Europese regelgeving die er aan komt. Het Actieplan “duurzame financiering” van de Europese Commissie was nog niet goed en wel bekendgemaakt of Febelfin organiseerde zich om een labeling rond te krijgen.

Die kwam tot stand na studiewerk (en lobbywerk) binnen de financiële sector in België. Er ging ook een korte “volksbevraging” aan vooraf. Kwam daar veel reactie op? En in welke mate hield men rekening met de suggesties of vragen die daaruit opborrelden? Dit is mij onbekend. Daarrond werd alvast niet gecommuniceerd. Op deze blog kon je daarover reeds lezen in onze bijdrage van 27/04/2018. Het leek er o.i. toen op dat de korte volksraadplegingperiode hun initiatief een schijn van openheid moest verlenen.

De financiële sector presenteerde haar (voorlopig) eindresultaat begin 2019.

Op hun website vindt je deze tekst die de ontwikkelde norm én het label toelicht. De foto rechts prijkt er in groot formaat bij. Er hangt ook een “groen” kader bij met volgend tekstfragment “ Dankzij de norm en het label van Febelfin kunnen consumenten er gerust op zijn dat ze niet beleggen in zeer ( in vet gezet door schrijver van deze blog) schadelijke bedrijfsactiviteiten.

Hm, handen wassen én groen. Dan denk je toch spontaan aan “greenwashing“, niet?

Hun eigen tekst blinkt wel uit in eerlijkheid. Zeer schadelijke activiteiten zijn uitgesloten. Bijgevolg kunnen ‘gewoon schadelijke activiteiten’ nog steeds door de beugel. Ja, toch?

De publieke reactie (versterkt door sommige betrokkenen) is kritisch …

Dit is ook de teneur van de commentaar die tot heden op de uitgewerkte norm en het label verschenen is.

  • In Bij Debecker op Radio 1, werd kort na publicatie aandacht besteed aan het “kwaliteitslabel”. Een radioprogramma blijft natuurlijk een vluchtig medium.
    • Economiejournalist Steven Rombaut die het label onderzocht stelde toch dat het hinkt op 2 benen. Door een te ruim aanbod te willen aanbieden, halen ook minder duurzame activiteiten nog de bereikte norm.
    • Ook kwam er kritiek van een woordvoerder van de Bond Beter Leefmilieu. “Het label van Febelfin zet de deur op een kier voor bedrijven die een groot deel van hun inkomsten uit olieboring en gaswinning halen. De normen zijn niet scherp genoeg.
  •  Triodos Bank zat met haar kritiek op dezelfde lijn. Volgens haar schoot het label tekort. Een duurzaam fonds volgens de normen van Febelfin zou zelfs in steenkool mogen beleggen.  Je kan hun standpunt onder meer lezen in dit MO*-artikel.
  • In het MO*-artikel komt ook Fairfin aan het woord. In een apart artikel op hun eigen site geven zij diverse concrete voorbeelden van bedrijven die zondigen tegen ESG-principes, maar toch niet gewipt zouden worden door de normen van Febelfin. Bedrijven die toch kunnen opduiken in “duurzame beleggingen” waar het Febelfinlabel op kleeft. Fairfin wijst er op dat er duidelijk lobbywerk gevoerd werd om de lat niet al te hoog te leggen. Tevens vraagt zij zich af of het wel toebehoort aan de financiële sector om zelf te gaan bepalen wat al dan niet duurzaam is én hoe ambitieus men hierin moet zijn. Tegelijk rechter en partij in een geding zijn, biedt kansen om het gelijk in het eigen kamp te leggen. Die opmerking formuleerden wij ook al op 27/04/2018.

Maar de sector kent ook instellingen die voor haar in de bres springen.

Triodos werd daarna van nestbevuiling beticht door andere Febelfinleden, gezien ze zelf betrokken was bij de discussies rond het label. Het lijkt een discussie rond concepten: is iets nu halfvol of juist halfleeg? Er zijn ook bankiers die zich positiever uitlaten over het label. Ze wijzen er op dat het slechts een beginnorm is. Deze kan later nog verscherpt worden. En voor ambitieuze bankiers is het niet verboden om zelf de lat hoger te leggen.

The proof of the pudding zal dus in the eating moeten zitten? Wat wordt het concreet? We kunnen het vanaf gisteren weten, want sinds dit moment is de website towardssustainability.be opengesteld.

Rijmt transparantie op verdedigen van eigenbelang?

In het geciteerde artikel is ook vermeld dat de technische uitwerking van de kwaliteitsnorm “voorlopig” enkel in het Engels beschikbaar is.  Het is een 40 pagina tellende nota getiteld “A Quality Standard for Sustainable and Socially Responsible Financial Products“. En ook 8 maand na lancering nog niet beschikbaar in 1 van 3 officiële Belgische landstalen. Het lijkt er dus op dat alvast transparantie niet echt een drijfveer is.

Jammer voor een organisatie die het op zijn website onder meer als zijn taak ziet om te

  • communiceren met de leden en het grote publiek en
  • deelnemen aan debatten op professioneel, politiek, maatschappelijk en educatief vlak‘.

Het cursief werd aangebracht door schrijver van deze blog.

De nieuwe website towardssustainability.be is gelukkig van bij aanvang wel in Nederlands en Frans beschikbaar. Maar ja, die moet natuurlijk ook als marketingkanaal voor de gelauwerde producten kunnen ingezet worden.

Is de Febelfin-norm nu de gebetonneerde wet?

Wil Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip  “duurzaam beleggen” claimen? Dit volgens het principe “wie het woord heeft, heeft de macht“. Op de consumentenpagina’s van haar site liet ze alvast een tekst plaatsen die dit aan Antonio Gramsci ontleend inzicht ontkent.

In het artikel 4 misverstanden over duurzaam beleggen vinden we volgende vermelding:

Misverstand #4: Voor duurzame beleggings- en spaarproducten kan je enkel terecht bij speciale banken.
Voor duurzame spaar- en beleggingsproducten kan je terecht bij veel verschillende financiële spelers waaronder banken, verzekeringsmakelaars of -agenten, vermogensbeheerders en pensioenfondsen.

  • hoewel dit wellicht voor eigen gebruik geschreven is,
    •  (lees tussen de lijnen:) Ja, je kan ook bij grootbanken als BNP Paribas Fortis, Belfius, KBC,… terecht als je duurzaam belangrijk vindt. Je hoeft hiervoor echt niet naar Triodos te trekken of te wachten tot NewB effectief erkend is
  • bevestigen ze toch expliciet, dat er meer vis in de vijver zwemt
    •  Vermogensbeheerders, pensioenfondsen en verzekeringsmakelaars of – agenten worden als kanaal vermeld.

Vergeten?

Als verzekeringsmakelaar is er dus ook ruimte voor onze benadering.

Vreemd is m.i. dan weer wel dat er daarbij geen sprake is van verzekeringsmaatschappijen. Wat met direct writers én verzekeraars zonder erkende tussenpersonen (genre Ethias, bijv.), indien later blijkt dat Febelfin alsnog een claim legt op de speelruimte. Zij zullen moeten rekenen op het tussenvoegsel ‘waaronder’ om hun rechten te vrijwaren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorieën
home

De eigen portefeuille in oktober 2019

Tja, daar staan we dan. Aan het einde van de officiële Brexit-kalender. Met in het oosten een opportunistisch conflict uitgevochten door Turkije en Syrië. Links van ons land komende collectieve verarming en rechts van Europa dood en vluchtelingenleed. Dat stemt toch niet vrolijk? Of wel? Want het gaat verbazend goed vooruit. De crashmaand die oktober heet te zijn maakte zijn faam niet waar. De beurzen zijn gewoon blijven stijgen. Door een dooi in het handelsconflict tussen de VS en China? Door het uitblijven van harde bewijzen dat een recessie nu onvermijdelijk is? Of door het gevaarlijke TINA-syndroom nu ook voor particulieren de eerste banken beginnen uitpakken met negatieve rentes?

aflossing van de wacht - oktober geen crashmaand
Hoeveel bewegingsvrijheid blijft er nog over?

Een nieuwe kapitein aan het roer.

In alle geval de aflossing van de wacht bij de ECB is inmiddels gebeurd.  Christine Lagarde, voormalige topvrouw van het IMF, nam de plaats in van Mario Draghi.  Super Mario, aanvankelijk op handen gedragen voor zijn whatever it takes-retoriek en uitvoering, kreeg deze maand ook minder lof over zich uitgestrooid. Topeconoom, Felix Zulauf, verweet hem verantwoordelijk te zijn voor het vernietigen van het banksysteem, het onderuithalen van het pensioensysteem, het ondermijnen van het vertrouwen in geld en wetten. Kortom: een val van Hero to Zero. En een benoeming tot erevoorzitter van de gilde der criminelen.  Of Lagarde nog voldoende troeven uit haar mouw kan schudden om een volgende crisis het hoofd te bieden valt af te wachten.

Stilte voor de storm?

Maar voorlopig valt er niet te klagen. Tenzij de laatste 2 maanden van het jaar een forse kanteling tonen, stevenen we af op een grand cru. En dit quasi over de gehele lijn. Van obligatiefondsen over gemengde fondsen tot aandelenfondsen. Zelfs de iets riskantere sector- of regiofondsen presteren goed. Onze eigen portefeuille strandt op een + 19.68 % in vergelijking met het jaarbegin.

En wat nu?

Het lijkt alsof iemand de risk off-knop met secondenlijm vastkleefde. Natuurlijk kan dit geen blijvend gegeven blijven.  Maar een sterke stijging is nog geen signaal dat je nu uit de markt moet stappen.  Irrational Exuberance, zoals een periode van overdrijving genoemd werd door voormalig Fed-baas Alan Greenspan, kan lang duren. En zeker op Europees niveau lijken de koersen momenteel nog niet in overdrive te zitten. Maar anderzijds: een kanteling kan er ook vlug komen.

Misschien had ik me ook maar als kandidaat CD&V-voorzitter  moeten outen. Het enerzijds/anderzijds-discours is me blijkbaar niet geheel vreemd. Omdat er geen zekerheden zijn natuurlijk. En het verleden zich gemakkelijker laat beschrijven dan de toekomst.

Categorieën
home

Duurzaam beleggen in spagaat: kwaliteit omlaag en kwantiteit omhoog?

peilde naar de intenties van beleggers

De interesse in duurzaam beleggen groeit gestaag. Zo blijkt uit een studie van Schroders dat in 2019 57 % van de Belgische beleggers rekening houdt met duurzaamheidsfactoren als ze een belegging kiezen. Er verschijnen ook steeds meer duurzame fondsen. Maar zijn de nieuwe ook beter dan de bestaande fondsen?  Met andere woorden gaat de aangroei in aantal fondsen gelijk op met een stijging in kwaliteit van de fondsen? De jaarlijkse studie van Réseau Financité lijkt in de andere richting te wijzen: de kwantiteit gaat omhoog, maar de kwaliteit omlaag.

Onze houding tegenover duurzaam beleggen volgens Schroders.

We vatten de belangrijkste conclusies uit het Schroders onderzoek Global Investor Study 2019 hieronder samen:

  • Hoe hoger de beleggingskennis is, hoe sterker de neiging om met duurzaamheid rekening te houden.
  • 63 % van de ondervraagden denkt dat klimaatverandering een effect op hun beleggingen zal hebben/al heeft.
  • Toch blijven 4 redenen nog dominanter in het oriënteren van de beleggingsbeslissingen:
    • voorkomen van financieel verlies,
    • voldoen aan verwacht rendement,
    • het behalen van een verwacht inkomstenniveau (voor distributiefondsen) en
    • een redelijk kostenniveau.
  • 40 % van de beleggers verkiest een geïntegreerde benadering (kiezen voor bedrijven die zich pro-actief voorbereiden op veranderingen in leefomgeving en maatschappij).
  • Volgende externe factoren zouden nog een grotere stimulans betekenen:
    • wetgeving die stuurt in de richting van duurzaam beleggen (60 %),
    • een onafhankelijke score van een onafhankelijke instantie die bevestigt dat een belegging echt duurzaam is (60 %),
    • financiële adviseurs die meer én eenvoudig te begrijpen info over duurzaam beleggen zouden geven (59 %),
    • vermogensbeheerders die op basis van een eigen scoresysteem de duurzaamheid van hun fonds kunnen aantonen (57 %),
    • een simpele aansporing van de financieel adviseur om meer geld duurzaam te beleggen (55 %).

Het volledige rapport kan je hier lezen.

De situatie op de Belgische markt volgens Réseau Financité.

rapport ISR 2019 - kwantiteit omhoog, kwaliteit omlaag
een boekje open over de markt van duurzaam beleggen

Het is op basis van het voorgaande niet verwonderlijk dat op het terrein (de Belgische financiële markt) het aanbod gestaag groeit. Dat blijkt onder meer uit de jaarlijkse publicatie van Réseau Financité. Hun ISR Rapport 2019 – het 14e reeds – is terug een dik bundel geworden. Is hun insteek inmiddels wat milder geworden? We namen het rapport door. We bespreken het in enkele items. Zonder volledig te willen zijn.

1. Nog veel werk aan de winkel voor onze wetgevers.

Nog steeds is het zo dat het begrip “duurzaam” niet duidelijk gedefinieerd is. Dit biedt veel kansen aan marketeers om hun financiële producten sympathiek in de markt te zetten. Zelfs de federale overheid deed dit in 2018. In het 1e trimester pakte ze uit met een eerste “Green Bond”. Ze haalde daarbij € 4,5 miljard op. Hoewel de bestedingsoriëntatie voor deze obligatie in de juiste hoek zit (offshore windenergie, circulaire economie, energie-efficiëntie, biodiversiteit en gemeenschappelijk vervoer), gaat het toch vooral om financieren van uitgaven uit het verleden of die reeds lang voorzien waren. Trendy opgesmukt met een “groene strik”.

Regelgeving ter omlijning van wat duurzaam is, blijft dus een grote nood. En dit niet alleen in België. Financité wijst op het initiatief van Febelfin om zelf voor eigen deur te vegen. Maar tussen de regels lees je dat ze hier toch niet al te veel vertrouwen in hebben. Het blijft een beetje “jagers die de jacht reglementeren“. Financités visie kan je hier raadplegen. Kort door de bocht: de minimumgrens voor duurzaam beleggen moet gebaseerd zijn op respect voor de internationale verdragen en conventies die België ondertekende.

Meer vertrouwen lijkt er te zijn in het actieplan  van de Europese Unie rond duurzaam financieren. Vorig jaar werden de contouren hiervan publiek gemaakt. Nu komt het er op aan te finetunen en een uitvoeringsplan op te maken. Dit alles loopt inmiddels al wat vertraging op en lobbyen hierrond is ondertussen gaande. Afwachten dus of bvb. het eenvormig klassificatiesysteem (de zogenaamde ‘taxonomie‘) dat bepaalt onder welke voorwaarden een belegging duurzaam genoemd mag worden waterdichter is dan deze die door de Belgische financiële instellingen uitgewerkt werd. De eerste tekenen zien er beter uit. Maar zolang het toestel niet aan de grond staat, zijn er natuurlijk nog koerswijzigingen mogelijk. Of verwijzing naar de Griekse kalenden.

2. De naakte cijfers.

2018 liet een sterke stijging zien in de bedragen geïnvesteerd in duurzaam beleggen. Duurzaam sparen steeg niet spectaculair (van € 2,31 miljard naar € 2,39 miljard). Duurzaam beleggen steeg echter met € 10,52 miljard in vergelijking met 2017. Dit maakt dat die markt nu € 35,69 miljard groot is. Terwijl het marktaandeel van duurzaam sparen lichtjes daalde (van 0,92 % naar 0,91 %), veerde de markt van duurzaam beleggen fors op. Hij maakt nu 19,1 % van de markt uit, tegenover 13 % in het voorafgaande jaar.

Belgique: douze point? Bijlange niet

Marktleider in het duurzame fondsen-segment is KBC (28 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 6/100 – zie studie p 99 -), gevolgd door Candriam (18 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 4/100) en BNP Paribas (13 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 2/100). Een stevige runner-up is NN Investment, slechts nipt naast de derde plaats gegrepen met een sprong van 2 % (2017) naar 13 %. De kwaliteit van de NN Investmentfondsen is ook pover (2/100).

De studie stipt ook 2 tendensen aan:

  1. een sterke stijging van dakfondsen: van 28 in 2017 naar 66 in 2018.
  2. een sterke versplintering van de markt: van de 79 aanbieders van duurzame beleggingen, hebben 58 minder dan 1 % van de markt in handen.
3. De naakte cijfers met enkele bedenkingen omkleden.
infografiek duurzaam beleggen 2019 - kwaliteit omlaag, kwantiteit omhoog
De barometer kondigt nog geen zomer aan

1. Dat het duurzaam sparen amper stijgt is wellicht te verklaren door het feit dat de rente op sparen zo laag staat. Er is amper natuurlijke groei. En door de lage rente zullen ook wel meer mensen naar andere bestedingen (vb. rechtstreeks investeren in sociale economie, overstappen naar duurzame fondsen, geld gebruiken voor duurzame investeringen,…) uitwijken. Opmerkelijk is de stelselmatige daling bij EVI. Waar hun duurzame spaarformule in 2015 nog € 525.887.614 bedroeg, staat er nu nog maar op € 316.570.845 op de rekeningen. In 2018 daalde de inleg met 18 %.

2. De stijging van het marktaandeel bij beleggen is erg spectaculair. Van +/- 25 miljard per 31/12/2017 naar +/- 36 miljard is een aangroei van 42 %. En dit in een jaar met slechte rendementen. Zie naar de evolutie van enkele belangrijke beursindexen in 2018: BEL20:- 19,36 %, EUROSTOXX50: -14.77 %, MSCI AC WORLD: -11,76 %, DOW JONES SUSTAINABILITY WORLD: – 11,35 %, DOW JONES SUSTAINABILITY EUROPE: – 10,18 %. Het totaal ingelegde bedrag moet dus nog een pak hoger zijn dan uit de cijfers blijkt, gezien de aangroei toch niet alleen in de laatste weken van het jaar plaatsvond. Was het niet zo’n slecht beursjaar geweest, dan was de aangroei wellicht dichter bij die van 2017 geweest (toen schoot die met 82 % vooruit).

Het slechte rendement kan natuurlijk nog haar effect hebben in de komende jaren. Wie instapt in iets nieuws en dadelijk een koude douche krijgt, springt vaak bibberend weer de andere kant op.

3. We hebben geen inzicht in de achterliggende berekeningen, maar een belangrijk gedeelte van de aangroei zou natuurlijk ook kunnen verklaard worden door het feit dat bestaande “gewone” beleggingen in het vorig jaar plots hun focus verlegden. Zo is het niet onbelangrijke pensioenspaarfonds STAR FUND (ING, NNIP) sinds 10/2018 op duurzame leest geschoeid en herschikte het zijn portefeuille. Deze veronderstelling zou ook mee verklaren waarom NN in de rangschikking van Financité plots de 4e partij werd met een aandeel dat fel opveerde.

4. Is er een verklaring voor de stijging van het aantal dakfondsen? We zien er op het eerste zicht 3:

  • Dakfondsen zorgen voor een grotere spreiding. Dit kan nuttig zijn als (marketing)instrument om beleggers met koudwatervrees over de brug te krijgen.
  • Dakfondsen zijn vaak interessant voor de bestaande portefeuilles van hun uitgevers. Ze recycleren reeds bestaande (eigen) fondsen en zorgen dat daar ook bijkomend geld naartoe vloeit.
  • Gelijktijdig worden ze vaak in de markt gezet met hogere beheerskosten. In tijden dat financiële instellingen geld verliezen op spaargeld, is het opdrijven van hun fee-inkomsten een welkome aanvulling op hun rentabiliteit.

5. En dat de markt verplinterd is, hoef je mij niet te vertellen. Als verzekeringsmakelaar, die vaststelt dat de grootste aanbieders gebonden zijn aan (vaak exclusieve) bank- of verzekeringsagentschappen, zijn we al te vaak aangewezen om te putten uit de restmarkt om ons aanbod op te bouwen. Maar bon. Het is natuurlijk niet omdat sommigen een klein aandeel hebben dat ze per definitie oninteressant zijn.

4. Hoe zit het  met de kwaliteit van de duurzame beleggingen?
stijging in aanbod en belangstelling, maar daling in kwaliteit volgens Financité

Réseau Financité legt een strenge meetlat naast de fondsen. Het resultaat daarvan is dat erg weinig fondsen voorbij hun deliberatie geraken.

83 % (452 van de in totaal 545 beschikbare fondsen) worden met een dieprode 0 op 100 in de hoek gezet. 1 % van de fondsen heeft men niet tijdig kunnen bestuderen. Van de overblijvende fondsen is er geen enkele die meer dan 53/100 haalt. In examentaal betekent dit dat slechts1 fonds een voldoende haalt. Er is geen enkel fonds met onderscheiding, laat staan grote- of grootste onderscheiding. 34 fondsen halen tussen de 20 tot 39 /100.  50 fondsen halen meer dan 0, maar minder dan 20/100. De gemiddelde kwaliteit bedraagt 2,8 /100.

Financité merkt zelf op dat het meten van de kwaliteit van een ESG-fonds delicaat is.

De hoge nulscore is te wijten aan 2 criteria, die zij hanteren:

  1.  Fondsen waarbij onvoldoende informatie beschikbaar was om te quoteren krijgen automatisch een cijfer 0. Op basis van dit criteria wordt onmiddellijk 49 % van het aanbod bij het groot huisvuil geplaatst.
  2.  Fondsen waarvan investeringen teruggevonden worden op de zwarte lijst van Réseau Financité krijgen ook een 0-score. Hier gaat het over 34 % van het onderzochte fondsenaanbod.

Fondsen die beide hogervermelde mankementen niet hebben, worden daarna gewogen op basis van hun ESG – benadering (thematische aanpak, benadering gebaseerd op uitsluitingscriteria, benadering gebaseerd op positieve criteria, engagement van aandeelhouders) en op diepgang (hoe wordt de extra-financiële informatie verzameld en geanalyseerd?, hoe kwaliteitsvol is de methodologie die het fonds hanteert?, kan een investeerder gemakkelijk informatie vinden over de gebruikte methodologie en het resultaat dat er uit voortvloeit?).

5. Algemene bedenkingen bij de meetmethode.
logo Réseau Financité - Kwantiteit omhoog, kwaliteit omlaag
de barometer blijft op onweer staan

In eerdere blogberichten mbt. de vroeger verschenen studies van Financité hebben wij ons op het standpunt gesteld dat het contraproductief is om producten te promoten als je zelf al zoveel bedenkingen hebt bij de kwaliteit ervan. We mogen (nu de meeste hormonen uit het vlees verdwenen zijn) inmiddels toch ook aannemen dat een slager zijn zelf bereid vlees durft aan te bevelen of te consumeren.

In een studie waarbij de negatieve resultaten zo overweldigend zijn, zal niemand veel motivatie vinden om toch duurzaam te gaan beleggen. Tegenstanders, die dit allemaal maar flut vinden, kunnen in dergelijke studies argumenten vinden om ESG-benaderingen blijvend te negeren of – actiever nog- te bestrijden.

Anderzijds moet gezegd dat ook in onze eigen benadering (objectiveringsscore, waarbij zowel rendement als extra-financiële gegevens een rol spelen) geen enkel fonds momenteel hoger scoort dan 6,75 op 10. En het gros van de fondsen haalt ook bij ons niet eens de helft van de punten. Dus: we twijfelen niet aan de conclusie dat er nog veel werk aan de winkel is en dat fondsen zich soms in de markt zetten als duurzaam, terwijl je daar inhoudelijk veel bedenkingen kunt bij formuleren.

We struikelen vooral over de slachtbankmethode waarbij veel fondsen dadelijk in het verdomhoekje van 0/100 vliegen. Een lot dat bijvoorbeeld ook 3 van de 4 Triodosfondsen beschoren is. Wij verdelen zelf 2 van die 3 fondsen. En zeker, ook op basis van onze criteria zijn ze niet perfect (respectivelijk staan ze met 1,5 /10 en met 4,25/10 gequoteerd). Maar van Triodos en haar benadering kan je m.i. moeilijk zeggen dat ze duurzaamheid niet au serieux nemen.

6. Pleidooi om te stoppen met de 0-score.
6.1. Als er onvoldoende informatie ter beschikking is, krijgen de fondsen een 0/100.
géén informatie = géén punten
  • Volgens Financité hebben 29 financiële instellingen/vermogensbeheerders geen informatie ter beschikking gesteld aan Financité. Op een totaal van 81 betekent dit dat een kleine 36 % van de markt niet alleen geen herexamen kreeg, maar dadelijk met een klinkende buis opgezadeld werd.
  • Mogelijk zijn er redenen waarom er geen antwoord kwam. Een vragenlijst kan niet bij de juiste persoon/afdeling terechtgekomen zijn. Ze kan op een verkeerd moment op een bureau gevallen zijn (zeker bij kleine aanbieders waar alles door een klein team moet gemanaged worden is de workflow niet egaal verspreid en soms gewoon te hoog).
  • Het kan ook zijn dat een aanbieder de relevantie van een bevraging door Financité niet groot genoeg vond (er staan nogal wat kleppers op de lijst van niet-respondenten: ABN-Amro, Amundi, AXA, Crédit Suisse,  DWS Investment (Deutsche Bank), J.P. Morgan, UBS,…). Reuzen durven zich wel eens als Goliaths opstellen en de Davids negeren. Ook al leert de gewijde geschiedenis ons dat dit niet altijd terecht is.
  • Ons standpunt: als je onvoldoende informatie hebt, kan je inderdaad geen punten toekennen. Maar om de globale scores niet nodeloos naar beneden te halen, kan je evengoed dit segment uit de vergelijking houden. Een vermelding “niet quoteerbaar, niet weegbaar” is o.i. correcter dan een stempel van 0 op 100. Als beoordelaar weet je immers niet hoe goed/hoe slecht de betrokken fondsen zijn. Mogelijke kwaliteit wordt nu ook bij het huisvuil gezet. De houding van Financité lijkt o.i. een beetje op een nukkige “Je bent stout én dus mag niet naar mijn verjaardagsfeestje komen“-houding.
6.2. Als ook maar 1 bedrijf (of overheid) uit het beleggingsuniversum van een ESG-fonds voorkomt op 1 van de 29 geconsulteerde zwarte lijsten, dan krijgt dit fonds een 0/100.
  •  Door dit criteria zijn 187 van de 545 fondsen in de kelder van de quotering beland. Ongeveer 34 % kregen hierdoor een 0/100.

    fondsen gespiegeld in 29 zwarte lijsten
  •  Op pagina 126 van hun studie somt Financité 29 zwarte lijsten op die zij hiervoor raadpleegt. Ze bevatten zondaars tegen mensenrechten, sociale rechten, burgerrechten, milieu én deugdelijk bestuur. Financité motiveert door te stellen dat deze thema’s allen met 1 of meerdere raakpunten verbonden zijn aan internationale verdragen, die door België ondertekend zijn. Volgens Financité kan je derhalve niet onder deze lat door.
  • Ons standpunt: uiteraard horen overheden of bedrijven die flagrant conventies schenden niet vertegenwoordigd te zijn in ISR-fondsen. Maar het gaat hier over levendige materie: bedrijven (/ overheden) verdwijnen én verschijnen op dergelijke lijsten. Dit betekent dat de lijsten -gesteld dat ze allen al 100 % foutloos zouden zijn- steeds met de nodige vertraging aangepast worden. We gaan ermee akkoord dat ook fondsbeheerders regelmatig de lijsten moeten screenen.
    • Maar hoe dan ook is er een tussentijd tussen aanpassing van de zwarte lijst én constatatie van aanwezigheid van een betrokken dergelijk bedrijf in de eigen belegging door een beheerder van een duurzaam fonds. Hoeveel reactietijd is redelijk? Nu lijkt het dat dit 0 is.
    • En is het niet normaal dat een fonds ook nog eens een zekere tijd krijgt om zich daarna van het betrokken bedrijf (land) te ontdoen? Een voorbeeld? Toen dieselgate uitbrak was VAG (Volkswagengroep) 1 van de participaties in het Triodos Sustainable Equity-fonds. Verkopen dadelijk na uitbraak van het schandaal zou grote aandeelhouderswaarde vernietigd hebben. Triodos besloot om die reden om zich enkele maanden te gunnen om zich volledig uit VAG terug te trekken. 
    • Verder lijkt hier ook geen gradatie in de sanctie te steken. In een (aandelen)fonds is er geregeld rotatie in de onderliggende waarden. We kunnen aannemen dat als een beheerder 0,5 % van zijn fonds wil verschuiven daar minder checks & balances bij gebeuren dan als het gaat over verschuiving van 10 %. Nu lijkt het alsof ook voor een lichte (soms erg tijdelijke) verschuiving ook verwacht wordt dat daar een uitgebreide studie aan moet voorafgaan. Alsof de kostprijs van fondsen nog niet hoog genoeg is.
    • De zware buis die uitgedeeld wordt als een fonds in iets investeert dat op een zwarte lijst staat, lijkt ons dan ook te ongenuanceerd te worden toegepast. Alsof een leraar een voor de rest voortreffelijk opstel van een student een 0 geeft omdat hij er een dt-fout in opmerkte. Inhoudelijk is dit opstel misschien met voorsprong het beste van de klas, maar de kwaliteit van de inhoud wordt door een vormelijke fout niet langer beschouwd. We pleiten toch voor invoeren van een zekere (kleine) tolerantiemarge vooraleer met dieprode stylo geschreven wordt.
    • En we hopen dat Financité hun bevindingen niet alleen voor zich houdt.  Als ze ze terugkoppelen aan de fondsbeheerders, die op (kleine) zondes betrapt werden, mis je geen kans om hun kwaliteit te verbeteren.

Een serieus dilemma voor NewB.

Ja of Nee? De laatste spannende maanden voor wat de erkenning betreft.

In de laatste maanden van 2019 start NewB haar financiëringscampagne teneinde voldoende middelen bijeen te brengen om als bank te kunnen starten. Of dit lukt zal de toekomst uitmaken. Dromen is alvast niet verboden.

In een blogbericht van 04/04/2019 lezen we hoe NewB het verschil zal maken. Puntje 4 handelt over de toekomstige producten. Daarbij wordt onder meer vermeldt …. NewB-klanten die hun geld op een verantwoorde manier willen beleggen zullen de kans krijgen om te investeren in beleggingsfondsen met een positieve impact op de samenleving ….  (Er staat ook een voetnoot [12], maar bij schrijven van dit artikel werden we bij klikken hierop niet wijzer).

Nu is er een duidelijke link tussen Financité en NewB. Financité is 1 van de initiatiefnemers én drijvende krachten achter het project. Bernard Bayot is directeur van Réseau Financité en momenteel voorzitter van de Raad van Bestuur van NewB. Het wordt niet evident (eigenlijk onmogelijk) om een voldoende zinvol- en gespreid aanbod duurzame beleggingen aan de NewB-klant aan te bieden als de strenge definiëring van Financité daar het uitgangspunt wordt.

Hieronder het aantal duurzame fondsen uit het in België beschikbare aanbod, die volgens Réseau Financité deugen.
Type beleggers (rechts)
Kwaliteit van het aanbod (onder)
DEFENSIEFBALANCEDDYNAMISCH
GROTE ONDERSCHEIDING000
ONDERSCHEIDING000
VOLDOENDE001

Kunnen we om die reden in de toekomst mildere beoordelingen verwachten? Of denkt NewB zelf de capaciteit in huis te hebben om voor de verschillende types belegger eigen producten op de markt te brengen, die wel aan de hoge standaards van hun studie zullen beantwoorden? Wait and see, maar toch best spannend.

 

 

 

Categorieën
home

De anti-sympathieke heffing. Lees: “de anticipatieve heffing uitgelegd”.

Fiscaliteit van sparen en beleggen? Het is een verwarrend kluwen omdat er weinig continuïteit is. De regels veranderen op geregelde tijden. En vaak ook terwijl het spel bezig is. In sport zou dit niet gepikt worden.  In het domein van de belastingen ondergaan we het. Wie even niet oplette, begrijpt niet wat er gebeurde. Wie wel oplette, kan al even zo vaak toch niet volgen. De gemiddelde mens kent nu eenmaal meer van sport dan van financiën en belasting. Nochtans is stabiliteit een basisvoorwaarde om een goed beleid op te baseren. De overheid is  daar echter niet consequent. Zo heeft ze nu net 5 jaar houders van een lange termijn spaarverzekering of intekenaars op pensioensparen -onderschreven voor 2015- onderworpen aan een anticipatieve heffing. In feite was het al versie 2 van die weinig verheffende praktijk.

Lange termijn sparen en pensioensparen is een domein van geven en nemen.

Evenwicht tussen voordeel en taxatie

De overheid stimuleert haar burgers om zelf een pensioenspaarpotje op te bouwen. Die stimulans bestaat er in dat je de bedragen die je in die systemen investeert jaar na jaar van je belastingen kan aftrekken. Maar voor wat hoort wat. Op het einde van de rit (op het moment van opname van het bijeen gespaarde geld) was van meet af aan duidelijk dat je een belasting diende te betalen op je eindkapitaal.

Mensen die allergisch zijn aan belastingen spreken vaak van de “roverheid”. Zo ver gaan wij niet. Met belastinggeld gebeuren ook nuttige dingen. En het verschil tussen fiscaal voordeel én eindbelasting was -uitgezonderd voor pensioenspaarfondsen die weinig rendement zouden genereren- voordelig voor de burger. Althans voor zij die kunnen vooruitkijken en niet tegen de armoedegrens schurken of er onder vallen. Voor deze laatsten is de 3e pensioenpijler een lege -wegens onbereikbaarheid- doos.

Aanvankelijk was die eindbelasting bepaald op 16,5 % van het kapitaal bij lange termijnsparen & pensioenspaarverzekeringen. De winstdeelname bleef buiten schot. Voor pensioenspaarcontracten was dit 16,5 % op het aan 6,75 % opgerente (voor 1993) of aan 4,75 % opgerente (vanaf 1993) investeringsbedrag.

De uitvinding van de anticipatieve heffing 1.0.

de overheid belast de burger- anticipatieve heffing
Omdat de rekening niet klopt moeten we vervroegd aankloppen

In tijden van grote geldnood en/of om de touwtjes van een begroting aan elkaar te kunnen knopen maakt men vaak bokkensprongen.  Zo werd onder impuls van J.L. Dehaene in 1993 besloten om de eindbelasting van dergelijke contracten niet langer op einddatum (voor mannen toen 65 jaar) te heffen. Neen, voortaan zou de belasting voorafgaandelijk geheven worden in het jaar van je 60e verjaardag. De totale belasting daalde vanop dit ogenblik voor toekomstige stortingen naar 10 % en de jaren na je 60e mocht je verder sparen mét belastingvoordeel en zonder dat er nog belasting geheven werd.

Vervroegen van belastinginning laat misschien een beetje te veel in de kaarten van de beleidsmakers kijken. Daarom werd het “anticiperen” genoemd. De inningsoperatie noemen we een “anticipatieve heffing”. Op zich werd het systeem er voor de burger niet slechter op. Ook voor de overheid zat er winst in. In 1 klap kon men een belasting innen van wie 60, 61, 62, 63 en 64 jaar werd. In de jaren die volgden moesten verzekeraars en banken telkens 2 berekeningen maken. Een belasting van 16,5 % op de sommen die voor 1993 werden gespaard en 10 % op de sommen die sindsdien werden ingebracht.

Een update van de anticipatieve heffing. Versie 1.5 in 2012.

Maar waarom moeilijk doen als het ook gemakkelijk kan? Zeker als de budgettaire nood hoog blijft. Daarom zette men in 2012 een nieuwe anticipatieve heffing op de rails. Bij iedere burger die voor 1993 in het systeem van lange termijn sparen of pensioensparen gestapt was, hield de fiscus op de voor 1993 bijeen gespaarde sommen in 1 keer 6,5% in. Terug was er een one-shot begrotingswonder geboren. Een zak geld voor de overheid en voortaan een eindafrekening met niet 2, maar slechts 1 tarief (10 % belasting).

Anticipatieve heffing 2.0. in 2015.

Ziet u het nu nog zitten? Kunt u er nou nog bij? Kunt u het nou nog volgen? Dan kunt u meer dan wij.

Daar bleef het echter niet bij. In 2015 wou de fiscus opnieuw voorschotten op de eindbelasting innen. Dus werd er weer aan de reglementering gesleuteld. Nu besloot men om gedurende 5 jaar op elk lopend contract telkens een voorschot op de eindbelasting te nemen. Er werd gekeken hoeveel geld er in de pot stak op 31/12/2014. En gedurende de maand september van 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 dienden de verzekeraars en de banken hier telkens 1 % aan de overheid door te storten. Dit als voorafname op de eindbelasting. Ter camouflage van deze te vroeg geïnde belasting kreeg de burger opnieuw een lagere eindbelasting. Deze zou voortaan niet langer 10 %, maar slechts 8 % bedragen. Het is echter niet correct om te stellen dat de slotbelasting op je 60 e voortaan 3 % bedraagt.  Een eenvoudig rekensommetje leert dit.

Stel: je had op 31/12/2014 een kapitaal van € 10.000 bijeen gespaard. Je bent pas in 2025 60 jaar en dan heb je € 20.000 op je lange termijn sparen/pensioensparen staan. In dit geval betaalde je tot heden gedurende 5 jaar telkens € 100 aan anticipatieve heffing. In 2025 moet je 8 % betalen op € 20.000, maar daarvan mag je de anticipatieve heffing van 2015 tot en met 2019 aftrekken. 8 % van € 20.000 = € 1.600. Netto te betalen blijft € 1.600 – € 500 = € 1.100. Of nog een eindbelasting van 5,5 %.

Wat is het volgende?

We noemden in onze titel de anticipatieve heffing anti-sympathiek. Reden hiervoor is vooral dat het veranderen van de regels terwijl het spel gespeeld wordt nefast is voor het systeem.

Beheerders (verzekeraars en banken) worden nodeloos op kosten gejaagd. Zo moeten zij

  • hun computersystemen aanpassen.
  • frequenter doorstortingen aan de fiscus doen dan aanvankelijk voorzien
  • geregeld extra communiceren aan hun klanten. Dit met een redelijk moeilijke boodschap.

Voor klanten – burgers die toegetreden zijn tot de systemen van lange termijn sparen en pensioensparen – is de transparantie ervan ondermijnt. Dit creëert uiteindelijk wantrouwen en tast de geloofwaardigheid van dergelijke systemen aan.

In een periode waarin de vergrijzingskosten acuter dan ooit aan de oppervlakte komen, mogen we hopen dat een nieuwe federale regering niet opnieuw haar toevlucht zoekt tot een versie 3.0 van de anticipatieve heffing. Zeker de rijksbegroting is niet in evenwicht en er zullen gaten moeten dichtgereden worden. Maar de 3e pensioenpijler, die al zoveel last heeft van blijvend lage intresten, lijkt ons niet het domein om opnieuw met bijkomende complexiteit op te zadelen. Integendeel. Versterken en versimpelen ervan lijkt meer aan de orde.

opgepast boobytrap

Als we ons echter spiegelen aan het recente verleden, moeten we toch het ergste vrezen. Zo werd in 2018 het duaal pensioensparen  ingevoerd. Dit ging gepaard met opnieuw meer administratie in beheer (te hernieuwen jaarlijks keuze voor wie voor het verhoogd systeem opteert). En de wijziging zette en passant ook gewoon een belastingval open. Wie ook maar 1 € meer betaalt dan het oude maximumbedrag valt van een belastingvoordeel van 30 % op één van 25 % terug. Tel uit je winst!

Categorieën
home

Ook NN Insurance Belgium start een tijdelijke Tax Free-actie

estafettestokje - Ook NN Insurance Belgium start een tijdelijke Tax Free-actie
Na Athora Belgium volgt NN Insurance Belgium

De tax free-actie van Athora Belgium loopt op zijn laatste benen. Ze gold -behoudens vervroegde afsluiting- tot 31/10. Voor details, zie ons bericht van 26/08/2019. Maar niet getreurd. NN Insurance Belgium (NNIB) staat al klaar om het estafette-stokje van hen over te nemen. De verzekeraar heeft een redelijk ruim aanbod aan Tak23 fondsen. Enkele van hun fondsen kunnen aangekocht worden als je belang hecht aan duurzaam beleggen.

Gezien die taks 2 % van het belegd kapitaal bedraagt, spaar je een stuk op de kosten als je in de betrokken periode een belegging onderschrijft. Let wel: alleen instappen op basis van een tijdelijke korting is geen goede beslissing. Ga zeker ook na of het product dat je onderschrijft wel bij je past.

 

Voorwaarden.

De actie start op 14/10 en loopt tot 29/11/2019. In die periode neemt de verzekeraar de verzekeringstaks voor elk nieuw NN Strategy Niet-Fiscaal contract ten laste. Er zijn 2 minimumvoorwaarden:

  • het contract moet bij onderschrijving ondertekend worden met je elektronische identiteitskaart
  • de minimuminleg bedraagt € 10.000.

We maken het je gemakkelijk.

Net zoals bij de Athora-actie hebben we 2 voorbeeldbeleggingen uitgewerkt: 1 voor een gebalanceerde belegger en 1 voor een dynamische belegger. We gebruiken dezelfde criteria als toen.

  • fondsen die 0,1 of 2 globes in de Morningstar Sustainability Rating behaalden weerhielden we niet.
  • fondsen die 3 globes in de Morningstar Sustainability Rating behaalden wegen we als 50 % duurzaam
  • fondsen die 4 of 5 globes behaalden beschouwen we als 100 % duurzaam

Wie conservatiever wil belegger, kan ook zijn gading vinden in het NNIB-aanbod. Omdat de opbrengsten voor een conservatieve portefeuille door de blijvend lage rentes op obligaties met moeite de kosten (instap en beheer) zullen dekken, hebben we dit aspect niet uitgewerkt.

De gebalanceerde portefeuille.

risico en rendementskans in evenwicht

Deze kan als 95 % duurzaam beschouwd worden. Ze scoort op vlak van risico 4,38 op een schaal van 7. Hieronder vind je de samenstelling. De rendementen per fonds zijn omgerekend op basis van hun gewicht in de totale portefeuille. Het rendement sinds jaarbegin (YTD) is dit per 01/10/2019.

Naam Fonds%return 10 jaarreturn 5 jaarreturn 2018YTD
NN Life Patri. bal. eur. sustainable 452,2185
1,161-3,60456,489
NN DNCA invest eurose22
1,00320,3212
-1,49161,3552
NN Triodos sustainable equity 232,47481,5295-0,8744,1791
NN Life Global sustainable equity 101,0310,617-0,8522,484
TOTAAL1006,3073,6287-6,822114,5073

De dynamische portefeuille.

goede spreiding met kans op hoger rendement

Volgens de criteria kan ze als 87,5 % duurzaam beschouwd worden. We gebruikten dezelfde fondsen, maar gaven er een ander gewicht aan. Deze portefeuille definieert zich als licht risicovoller met een score van 4,6725 op een schaal van 7. De rendementen per fonds zijn omgerekend op basis van hun gewicht in de totale portefeuille. Het rendement sinds jaarbegin (YTD) is dit per 01/10/2019.

Naam Fonds%return 10 jaarreturn 5 jaarreturn 2018YTD
NN Life Patri. bal. eur. sustainable 231,13390,5934-1,84233,3166
NN DNCA invest eurose120,54720,1752-0,81360,7392
NN Triodos sustainable equity 404,3042,66-1,527,268
NN Life Global sustainable equity 252,57751,5425-2,136,21
TOTAAL1008,56264,9711-6,305917,5338

Via deze link kan je alle beschikbare NNIB-fondsen, hun rendementen en risicoinschaling zien. Klik je op de fondsnaam, dan kom je aan bijkomende informatie. Wil deze gegevens voorafgaandelijk consulteren. En hier vindt je alle info over de actie zoals de verzekeraar ze zelf afficheert. Je vindt er onder meer een link naar diverse precontractuele documenten.

Praktisch.

Heb je bijkomende vragen of wil je intekenen? Je bent welkom bij verzekeringsmakelaar Coverbel (kanaal waarlangs Ethisch Beleggen werkt). Voor een afspraak, bel 09/3950303. Of stuur enkele mogelijke afspraakdata door aan info@ethischbeleggen.com, waarna we je contacteren.  Vergeet je identiteitskaart en je inlogcode niet mee te nemen.