Categorieën
home

De eigen portefeuille in maart 2020

de eigen beleggingsportefeuille in maart 2020
Nieuwjaarswensen, die ongewild bitter zijn gaan smaken, nu iedereen weet dat het virus van dier op mens overgegaan is.

Laten we maar toegeven dat ook wij de impact van COVID-19, genoegzamer bekend onder de naam “Coronavirus” fors onderschat hebben. De angst regeert en de maatschappij is in lockdown. De eigen beleggingsportefeuille in maart 2020 zakte sterk.

Zwaar afgestraft.

De beurzen werden onrustig vanaf midden februari. En daarna zijn de rendementen in razend tempo naar omlaag gedonderd. Ook bij ons. Zowel de 24 modelportefeuilles als de eigen reële portefeuille staan momenteel zwaar in de min. Het waardeverlies sinds begin 2020 (YTD) varieert van – 12,38 % tot -17,80% in de modelportefeuilles. De reële portefeuille doet het met -19,72 % ook niet goed.

Natuurlijk dit verlies is momenteel virtueel. Zolang we niet verkopen voelen we het alleen psychologisch.

Wat nu?

Vanaf hier kan het 3 richtingen uit: verder afkalven, gedurende een tijdje pas op de plaats maken of terug de hoogte inschieten. Wat het wordt is niet te voorspellen. Tenzij op lange termijn: what goes down, must go up. Iedere tuinier die op het einde van de herfst de verschrompeling ziet, weet dat de lente nieuwe groei brengt.

Niet verkopen.

Toch is het niet evident om in deze tijden het hoofd koel te houden.

Zelf heb ik in de herfst van 2011 mijn lesje geleerd. Paniek om de Eurocrisis leidde ertoe dat ik eenheden uit fel afgestrafte dynamische fondsen (risicoklasse 5) verkocht en inruilde voor een gemengd fonds (risicoklasse 3). Het resultaat: ik had mijn verlies vastgeklikt.

Enige tijd later hadden de verkochte fondsen terug het niveau pre-Eurocrisis teruggevonden. Ook het gemengde fonds is terug gestegen, maar lang niet zo vlug en hoog als de dynamische fondsen waar ik afscheid van nam.

Dus: zeker niet in paniek verkopen is mijn advies.

Maar moet je een tijdje uit de markt blijven of ga je nu reeds instappen?

I don’t know.

Eenmalige aankopen

Aangezien we niet in de toekomst kunnen kijken, weten we niet waar het dieptepunt zich bevindt. Natuurlijk, beleggers en beurzen lopen voor op de verwachtingen. Dus mag je verwachten dat er ook enkele weken voor de pandemie onder controle is al een bodem gevormd wordt. Dat pleit er voor om niet al te lang uit de markt te blijven.

de eigen beleggingsportefeuille in maart 2020
Buitenhangen (met je hoofd) kan gevaarlijk zijn.

Maar niemand weet of de pandemie niet eventueel een bijkomende schokgolf verbergt. Een beetje zoals een voorbijrijdende trein ook een andere kan verbergen en je daarom beter voorzichtig bent met oversteken of je hoofd uit het raam te hangen.

Er zijn zeker economische – en financiële gaten geslagen, waarvan we nu nog de gevolgen niet of moeilijk kunnen inschatten. Centrale Banken hebben in de voorbije maand al al hun poer verschoten. En armlastige overheden trokken hun geldbeugel verder open, hoewel hun schulden soms (denk o.m. België) al buitennissig hoog waren.

Periodiek aankopen

Wie echter met een beleggingsplan met periodieke inleg werkt, doet er goed aan om juist nu zeker door te gaan met zijn (m/v/x) stortingen.

Want gezien alles flink gezakt is, koop je nu juist méér voor hetzelfde geld. Dit zal je gemiddeld rendement bij herstel van het vertrouwen en herneming van de koersen omhoog helpen.

Getrouw aan dit inzicht hebben we in de eigen beleggingsportefeuille ook in maart 2020 onze periodieke aankopen laten doorgaan.

de eigen beleggingsportefeuille in maart 2020
Een ludieke verkoopactie van Delhaizepersoneel werd op vraag van hogerhand ingetrokken. Aanvankelijk kon ik er om glimlachen. Vandaag weten we beter.

Maar ja, dat alles voelt tegennatuurlijk aan.

Gek dat de financiële markt er 1 is waarbij de solden juist kopers afstoten in plaats van aantrekken.  En het is moeilijk een gepaste prikkel te geven om de modale belegger markt tot terug tot aankopen te bewegen.

Kernpunt is “vertrouwen”. En we weten: vertrouwen komt te voet maar verdwijnt te paard. Het zijn dus niet alleen vleermuizen die ons schade berokkenen.

 

Categorieën
home

Taks 23? Over het nut van een financiële tussenpersoon

1 van de evoluties die we in de financiële wereld meemaken is het centraliseren en uitrangeren van de tussenpersoon, the middleman.

Vanuit kostenoogpunt wordt deze in tijden van digitalisering al te gemakkelijk als een kostenpost bezien. Soms is hij (m/v/x) ook een vertragend – of foutinducerend obstakel. Ja, we staan met onze beide voeten in de praktijk. We maken ook fouten. En mede wegens de veelvuldige administratieve verplichtingen die er de laatste jaren bijgekomen zijn, reageren we -meer dan ons lief is-soms met vertraging. Niets menselijks is ons vreemd.

roerende voorheffing op Tak 23?
We mogen niet blind zijn voor ons eigen fouten, maar als tussenpersoon kunnen we ook veel schade beperken. Of andermans fouten helpen herstellen.

Dat een tussenpersoon er ook is om de eindklant bij te staan in zijn keuze en in de opvolging van zijn dossier of afhandeling van diens schade, wordt daarbij niet altijd naar waarde geschat.

Een waargebeurd verhaal.

We beschrijven hieronder een dossier uit de praktijk. 1 van ons klanten was overtuigd geraakt dat ze voor haar langetermijndoelen beter kon beleggen. Ze plunderde anderhalf jaar geleden haar spaarrekening. En zette via ons kantoor in op  2 Tak23-beleggingen. 1 bij een Belgische – en 1 bij een Luxemburgse verzekeraar.

De belegging evolueerde (aanvankelijk in de min, maar gedurende 2019 flink) in positieve richting. Eind 2019 contacteerde de klant me. Door wijzigingen in haar privésituatie (o.m. medische problemen + relatiebreuk) schatte ze in dat ze toch meer geld nodig had dan wat op haar spaarrekening overbleef. Ze wenst over te gaan tot afkoop van  beide producten.

Hoewel oorspronkelijk meegegeven dat dergelijke producten best aangekocht worden voor de lange termijn, was er dus toch een mismatch ontstaan tussen haar reële behoeftes en de inschatting ervan.

roerende voorheffing op Tak 23?
Tsja, hou het maar eens allemaal bij als je hoofd op andere dingen staat.

Enkele weken later – na de kerstperiode en na de administratieve afwikkeling – staat de verkoopwaarde van beide producten op haar bankrekening.  Case closed voor ons, dachten we. Ten onrechte.

Ze werd even later door haar bank opgebeld met vraag waar dit buitenlands geld vandaan kwam. Ook zou de bank de klant hierrond per mail benaderd hebben. Klant had echter haar toenmalig prioritair emailadres (medegedeeld bij aangaan van haar klantenrelatie met haar bank) veranderd.

En omdat op moment van telefoon haar hoofd en aandacht bij haar medische situatie zat (mededeling van (beheersbare) kanker veroorzaakt toch een emotionele rollercoaster) is haar antwoord per telefoon blijkbaar onduidelijk. Wegens niet onder ogen krijgen van betrokken mail, bezorgt ze de gevraagde kopie van de buitenlandse belegging niet.

Door de bank genomen.

Gelukkig bekijkt ze wel nog haar bankuittreksels. Per 18/02/2020 schrikt ze zich een hoedje. Haar bank hield een bedrag van € 6.566,57 in (en stortte dit door naar de overheid als verschuldigde roerende voorheffing op een vervroegd verkochte belegging). De bank neemt blijkbaar op eigen initiatief (mogelijk geholpen door onduidelijke situering van het aangekochte product door de klant) de beslissing dat roerende voorheffing op Tak 23 diende geïnd te worden.

Maar omdat het hier om een Tak 23-belegging zonder rendementsgarantie ging is dit (tot heden) niet het geval. Dit was ook bij onderschrijving én tevens bij opvraging door ons aan klant uitgelegd.

Belastingen ( bron Wikifin – een initiatief van FSMA)
Op de opbrengst van een tak 23-verzekering betaal je geen roerende voorheffing, al is er op deze regel één uitzondering: op een tak 23- verzekeringen met kapitaalbescherming of een gegarandeerd rendement kan er soms roerende voorheffing verschuldigd zijn.

Op 3/03 contacteert de klant mij met verzoek om copie van beleggingscontract. Blijkbaar vindt ze dit zelf in verhuisrealiteit niet terug. Op 04/03 dankt klant me omdat ik haar copie contract bezorgd had. Ze meldt meldt me pas op dit moment dat er “bijna € 7.000 aan roerende voorheffing afgehouden werd“. En vraagt of dit correct is. Na heen en weer te hebben geSMSt, vraag ik dat ze eens langskomt met de bewijzen van afname roerende voorheffing. Ze stuurt me kopie van bankuittreksel door.

Naar de bank gekomen.

Ik stuur per mail ook copie van contract door naar haar bankfiliaal en meld dat het hier een inning betreft die per kerende dient rechtgezet te worden, gezien ze niet verschuldigd is.

roerende voorheffing op Tak 23?
’t kan niet alle dagen “Dag van de Klant” zijn leert ons dit verhaal

Bij aanvang van kantooruren probeer ik dadelijk naar het bankfiliaal te bellen, maar ook na verschillende pogingen blijf ik op bezettoon stoten. Hierop besluit ik samen met klant naar het bankfiliaal te gaan.

We worden (in pre-coronatijd) staande gehouden aan de inkombalie. Het personeel zou in vergadering zitten. Nadat ik verwees naar mijn mail nopens het betwiste bedrag en ze deze verifieerden, besluit de bankmedewerker om er toch een verantwoordelijke bij te halen.

Even later daagt deze op. Ze gaat direct in verdedigingsmodus  “we hebben u per telefoon benaderd en ook via mail“, “we zijn verplicht om de wetgeving streng na te leven en konden niet anders“. Bij klant komt dit redelijk intimiderend over. Ze repliceert met verwijzing naar haar precaire privésituatie, waardoor ze met haar gedachten niet echt op bankzaken gefocust is.

Ik probeer olie op de golven te gieten door melden dat missen menselijk is. Maar ook dat het over een grote som geld gaat en dat de bank haar fout toch moet rechtzetten. Dit wordt beloofd, met melding dat dit wel even kan duren. Daarna verdwijnt verantwoordelijke terug naar haar vergadering.

In stilte rechtgezet

Zowel in mijn mails aan de bank als in het gesprek bij de inkom van de bank vraag ik om -gezien de onbekendheid van de klant met de materie  en haar persoonlijke situatie- ook in CC gezet te worden als er hierrond door bank gecommuniceerd wordt. Tevens vraag ik om reactie op mijn eerder mails. Dit om alvast iets op papier te hebben.

Op 9/03 stuur ik klant melding dat ik nog geen reactie van bank mocht ontvangen op mijn mails. Ik vraag klant mij te informeren wanneer het geld terug op haar rekening staat. Of mij te contacteren als alles te lang windstil blijft.

Op zondag 22/03 laat klant per SMS weten dat het geld terug op haar rekening staat. Dit blijkbaar zonder enige verdere commentaar of verontschuldiging van de bank in kwestie.

Conclusies:

  1. de ingewikkelde fiscale wetgeving op beleggingen is bijna niet te ontrafelen voor een ‘modale burger’ (iemand die niet dagelijks met zijn geld en beleggingen bezig is, maar gewoon leeft): roerende voorheffing op Tak 23? Het is allemaal Chinees en ook al begrijp je het tijdens de uitleg, het gaat vaak zodra het ene oor in het andere al uit.
  2. de complianceregels die banken (moeten) navolgen, zijn blijkbaar zo sterk dat ze los van handtekeningen en akkoord van klant bedragen op diens rekeningen kunnen inhouden.
  3. in voorkomend geval heeft de klant haar bankuittreksel geconsulteerd. En door het feit dat het over een groot bedrag ging, is de beweging haar opgevallen en contacteerde ze mij voor een second opinion. In gevallen waar het over kleinere bedrage gaat en/of de klant de uittreksels niet nakijkt blijft dergelijke fout onopgemerkt.
  4. de communicatie tussen de klant en haar contactpersoon bij de grootbank, is blijkbaar erg onpersoonlijk. De eerder agressieve manier waarop de bankmedewerkster haar klant te woord stond wijst eerder op werkdruk dan op klantvriendelijkheid. Ook is er bij terugbetaling van het onterecht geheven bedrag geen enkel woordje van verontschuldiging gevolgd.
  5. dankzij de second opinion en de mondigheid (zowel per mail als ter plaatse) van mijzelf als financieel tussenpersoon werd dit rechtgezet. Het ging toch over een bedrag dat overeenkomt met de aankoopprijs van een goede 2e-hands stadsauto.
  6. ondanks ons aandringen is er geen enkele reactie gekomen naar ons als medebetrokkene. We kunnen alleen maar inschatten dat men ofwel niets op papier zet uit vrees voor deontologische klacht of dat men vindt dat een kleine tussenpersoon gerust kan genegeerd worden als quantité négligeable.

Zowel de naam van de klant als de naam van de bank werd in dit artikel weggelaten. Uiteraard voor de klant wegens de GDPR-regels. Wat de bank betreft, we hebben niet de intentie 1 bank(filiaal) aan de schandpaal te nagelen.

 

Categorieën
home

NELL wordt AFI.ESCA Luxembourg

Het lijk de normale gang vandaag de dag: de keuze tussen eten of gegeten worden. In de financiële wereld is centralisatie al een tijdje aan de orde. De wetgever wordt strenger (compliance), de klant wordt kieskeuriger, de informatica-investeringen om beiden tevreden te houden lopen op. Per 31 maart wordt NELL opgegeten door AFI.ESCA Luxembourg.

NELL wordt AFI.ESCA Luxembourg
NELL verdwijnt straks volledig uit beeld

Nord Europe Life Luxembourg (de uitgeschreven naam van verzekeraar NELL) was al een tijdje te koop. In 2018 verhuisde de verzekeraar intern binnen de grote groep Crédit Mutuel naar een ander onderdeel.

Maar in 2019 werd bekend dat men er de verzekeraar toch niet echt als onderdeel van hun core business zag. Uiteindelijk werd de verzekeraar overgenomen door AFI.ESCA Luxembourg.

AFI  wie?

AFI.ESCA Luxembourg is van oorsprong een regionale verzekeraar, die behoort tot de BURRUS-groep. Deze van oorsprong regionale verzekeraar (Straatsburg/Elzas), nog steeds in familiale handen, is sinds 1923 actief in de markt. Hij groeit zowel organisch, als door acquisitie. De groep bestaat momenteel uit een 50-tal bedrijven. Verzekeringen (en meer specifiek levensverzekeringen) is 1 van haar kernactiviteiten.

AFI.ESCA versterkte deze door in 2019 het restant van Euresa-Life over te nemen. Per 07/02/2020 werd via Ministerieel Besluit aan NELL de toelating gegeven om de totaliteit van haar verzekeringsportefeuille over te dragen aan AFI.ESCA. De effectieve datum van overdracht wordt 31/03/2020.

Hoewel we in het verleden goed konden samenwerken met NELL bleef een performante informatica een groot struikelblok. Zeker het luik voor informatie naar klanten en tussenpersonen.

Van AFI.ESCA kan trouwens hetzelfde gezegd worden. Maar daar is men – als onze informatie klopt- al een tijdje aan het werken aan een nieuw platform. Dit zou intern al af zijn. De migratie tussen het oude en het nieuwe platform én de integratie van de portefeuille Euresa-Life en NELL zal er wellicht voor zorgen dat we als professionals ten vroegste tegen het einde van het jaar hier toegang toe hebben.

Ruimer fondsenaanbod

NELL wordt AFI.ESCA Luxembourg
De streng katholieke foto moest bij Afi.Esca deugdelijkheid en degelijkheid uitstralen. Of dit anno 2020 nog voldoende wervend is?

Het aanbod beleggingsfondsen dat we via AFI.ESCA kunnen aankopen is veel uitgebreider dan dit van NELL. In dit pakket steken ook enkele fondsen die op vlak van duurzaamheid en ethiek acceptabel zijn. In ons blogbericht van 15/04/2019 hadden we het hier reeds over. Bij het jaarlijks opmaken van ons Excellbestand van fondsen die het waard zijn op te volgen, staken er per 01/01/2020 13 fondsen verdeeld via NELL en 21 fondsen verdeeld via AFI.ESCA in (sommigen fondsen konden toen bij beide verzekeraars aangekocht worden).

Het verdwijnen van NELL veroorzaakt dus geen aderlating in ons aanbod.

Categorieën
home

Stormy weather

koelbloedigheid bij coronavirus
Life is bare – Gloom and misery everywhere – Stormy Weather , ….

Midden maart 2020. Het sociale leven en een gedeelte van het professionele leven in West-Europa ligt plat. Ook in de VS is de noodtoestand net uitgeroepen. De kranten staan bol van het coronavirus. Mensen hamsteren droge voeding en pakken WC-papier.

Onzekerheid troef!

De pandemie is nog niet op haar hoogtepunt. Wanneer die valt en de kentering naar normalisering zich inzet is onbekend. Binnen 3 weken, binnen 3 maanden, … ? Niemand weet het. Het is gissen en hopen. Maar dat er een einde aan komt is zeker. Alleen weten we niet welke ravage eerst nog aangericht zal worden.

In alle geval is er op de financiële markten grote onrust uitgebroken. De beurskoersen zijn in vrije val. De aandelen (waarderingsfactor) van bedrijven tuimelen met 10-tallen procenten. Ook beleggingsfondsen (en Tak23-verzekeringen) tekenen forse waardeverliezen op. Het lijkt op een terugkeer naar 2007-2008, waarbij alle dagen een salamicrash met grove sneden opgediend wordt. Beleggers kijken afgunstig naar wie ze eerder zelf uitgespuwd hadden: de bange spaarrekeninghouder.

Maar het gras is altijd groener aan de overkant. Nu overlopen naar de andere kant heeft absoluut geen enkele zin. Je geld in angst uit je belegging wegtrekken en het parkeren op je bankrekening, heeft maar 1 gevolg: je klikt je verlies definitief vast.

Angst is erg menselijk. Maar de beslissingen genomen op basis van angst blijken achteraf niet de meest verstandige.  Weet dat geen enkele storm blijft duren.

koelbloedigheid bij coronavirus
Ook 11 jaar geleden leek de bodem compleet uit de markt weggeslagen.

Nood aan koelbloedigheid.

We weten niet wanneer het noodweer op de beurzen eindigt. 1 of enkele dagen beursherstel is nog geen garantie dat we definitief de weg naar omhoog teruggevonden hebben. Misschien hebben we te maken met een dead cat bounce?

Maar dat het eindigt weten we wel.

Blijven zitten op je verlies in afwachting tot herstel is psychologisch niet eenvoudig. Maar als het sentiment terug naar het positieve draait, is dit de vlugste manier om uw verlies (gedeeltelijk?) te recupereren.

Wie zich voorbereid en van een hefboomeffect wil profiteren, houdt zich klaar aan de zijlijn en zal geleidelijk met extra geld instappen. Dit de strategie van Warren Buffett indachtig: “We simply attempt to be fearful when others are greedy and to be greedy only when others are fearful (We zijn gewoon maar bang als anderen te inhalig worden en wanneer anderen angstig zijn, worden wij hebberig)” .

Burgerzin gevraagd.

Kijk ondertussen meer naar je medemensen dan naar je portefeuille aub.

Help waar je kan, zonder de basis-preventiemaatregelen uit het oog te verliezen.

Wees voorzichtig en niet overmoedig!” Een houding waarmee je als belegger vertrouwd zou moeten zijn.

Categorieën
home

De klimmende VIX-index bewijst dat de angst regeert

Een virus waartegen nog geen geneesmiddel bestaat, slaagt er in op 2 maanden tijd de wereld naar mondmaskers en meer draconische maatregelen te laten grijpen. Virologen hebben een vaste plaats in TV-studio’s. Dagelijkse statistieken van stagnatie of vooruitgang worden gepubliceerd. Een vakantiestreek bij uitstek (Noord-Italië) gaat nu eveneens in quarantaine, nadat dit eerder in de Chinese miljoenenstad Wuhan gebeurde.

Corona krijgt steeds meer greep op de economische- en financiële wereld.

VIX-index reageert op corona en olie
Ervaringen met vorige virussen leren ons dat de schade overzichtelijk is. Het COVID-19 kan natuurlijk ook a-typisch zijn.

Ook de beurs is in de greep van het COVID-19-virus. Op enkele weken liepen de verliezen bij de meeste beurswaarden op. We bewegen ons met zijn allen op (of over) het randje van de paniek. Is dit terecht?

Uiteraard zijn er erg veel bedrijven die nu niet kunnen produceren of leveren:

  • luchtvaartmaatschappijen en hotelketens boeken een fel verminderde omzet,
  • wegens het stilvallen van productiecentra in bijv. China komt de assemblage van veel eindproducten ook onder druk.

Een aantal bedrijven zullen de omzetverliezen niet ophalen (de skivakanties in de Italiaanse Dolomieten zullen niet later geboekt worden). Het gaat dan om tijdgebonden evenementen. Een gedeelte van de omzetverliezen is echter ook slechts uitgesteld verlies (Milaan-San Remo in het najaar betwisten zal de schade -op zijn minst-gedeeltelijk recupereren). Veel producten die nu bij gebrek aan essentiële wisselstukken niet kunnen afgewerkt worden, komen normaal gezien eens de productie ter plaatse weer op gang komt gewoon later op de markt.

Op korte termijn dus een grote vertraging tot stilstand. Op lange termijn mogelijk maar een rimpel op het oppervlak. Maar het kan natuurlijk ook om een meteoriet gaan, die al het water uit de vijver spat. We weten het niet omdat we middenin het gebeuren zitten en de geschiedenis steeds geschreven wordt na verloop van de feiten.

We schrijven dit artikel op 9 maart. In Azië en Europa openden de beurzen zwaar negatief. Niet alleen door de onzekerheid rondom het virus, maar ook omdat Saudi-Arabië drastisch ingreep op de olieprijs in haar partijtje armworstelen met Rusland. Dit via een prijsdaling van 30 %. De beurzen in de VS zijn net open wanneer we dit schrijven.

Volatiliteit is sterk gestegen.

We bekeken de CBEO Volatility Index (^VIX). Deze index staat op het moment van consultatie op 56,4. De lock-down in Italië en de ingreep van de Saudies heeft er flink op ingehakt, gezien de index vrijdagavond op 41,94 (ook al erg hoog) afsloot.

De CBEO (Chicago Board Options Exchange) Volatility Index is een index die de volatiliteit (beweeglijkheid) in real-time op de Amerikaanse beurzen probeert te meten. Deze index is afgeleid van de prijsopgaven (in opties) die uitgeschreven zijn op de S&P 500 index voor een duurtijd van 30 dagen. De S&P 500 index is wereldwijd voor beleggers de belangrijkste en meest gevolgde index.  Een optie is het recht om tot (en met)  een bepaalde datum aandelen te kopen (call) of te verkopen (put) aan een vooraf bepaalde prijs.

Die VIX-index vertelt ons dus wat de markt op korte termijn van de S&P 500 verwacht. Hoe hoger de VIX-index, hoe guurder het beursklimaat. De VIX-index is dus een spiegel van nervositeit en onzekerheid.

De huidige hoge stand is het hoogste punt sinds 13/10/2008.

  • Op 13/10/2008 stond deze nog een flink stuk hoger (79,13). Wat er eind 2008 gebeurde weten de ervaren beleggers nog erg goed. Een financiële crisis die niet te bedwingen leek.
  • Op 3/10/2011 stond hij in volle afwikkeling van de Europese landencrisis op 45.45. Griekenland, dat er onderdoor ging, Spanje, Portugal en Ierland aangeschoten en de Europese banken die hen krediet verleend hadden in zwaar weer. Denk aan Dexia dat per 09/10/2011 aan zijn einde kwam.

In beide gevallen was er grote onzekerheid in de markten. Achteraf is het eenvoudig om te zeggen dat dit (globaal gezien) niet nodig was.

En dan nu … Tsja, wat nu?

Je zou kunnen denken: olie op het vuur (de reeds bestaande coronacrisis) veroorzaakt uiteraard een steekvlam. Maar die zal dan ook vlug uitgelaaid zijn. Zitten we nu in hetzelfde schuitje als in 2008 of 2011? In alle eerlijkheid: we weten het niet.

VIX-index reageert op corona en olie
Ook geldig voor wie zopas de internationale vrouwendag vierde

Her en der is de paniek al uitgebroken. En bij paniek staan ook steeds een horde fluisteraars klaar: “Kies voor edelmetalen“, “Stap uit aandelen en ga voor staatsobligaties van landen die hun huishouden op orde hebben“, “Be Greedy When Others are Fearful“,… Het advies spuit alle kanten op.

Maar tussendoor (of veel te laat) het geweer van schouder veranderen, heeft 1 nadeel. Het verlies dat je opliep, kan je moeilijk weer ongedaan maken. Zeker wie van risicovol naar minder risicovol (denk van aandelen naar obligaties of spaarrekening) springt, klikt in feite gewoon zijn verlies vast. Daarom is het vaak beter om (hoe tegennatuurlijk het ook aanvoelt) gewoon te blijven zitten wanneer je geschoren wordt.

Omdat we geen glazen bol hebben, moeten we hier van “vaak” spreken. Een notoire uitzondering bijv. was de crash in 1929, gekend onder de naam De Grote Depressie. Hierbij viel de S&P 500 op 3 jaar tijd met maar liefst 86 % terug. Het was pas tegen 1954 dat de index zijn vroegere top weer overschreed. Door die ernstige terugval moest de beurs hiervoor eerst met 555,55 % stijgen. Iets wat uiteraard lang duurt.

We wensen niemand grote verliezen of jarenlange recuperatieperiodes toe. Maar beleggen is natuurlijk ook risico nemen en hiervoor een vergoeding kunnen opstrijken. Door allerlei pepmiddelen (denk gedrag van centrale bankiers) was het de laatste jaren globaal gezien iets te veel vergoeding opstrijken zonder risico nemen. In feite is het goed dat het risicobesef nog eens opnieuw doordringt tot het hart van alle (aspirant-)beleggers. En ja, dat gaat via de portefeuilles.

 

 

Categorieën
home

Towards Sustainability op zoek naar Towards Credibility?

Het door Febelfin gelanceerde duurzaamheidslabel Towards Sustainability heeft zopas een nieuwe lading duurzame spaar- en beleggingsproducten erkend. 99 ervan slaagden en mogen voortaan het label dragen. Een 30-tal werden door het CLA (Central Labeling Agency) niet weerhouden. Niet allen sneuvelden om inhoudelijke redenen. Bij sommigen was hun dossier administratief niet volledig in orde. Bij een volgende erkenningsronde zullen die zich waarschijnlijk ook in de lijst van erkende duurzame producten hijsen.

Inhoudelijke kritiek op de criteria van het label, werd vroeger reeds door diverse bronnen gegeven (1 voorbeeld). In onze blogs van 07/11/2019 en 08/11/2019 kunt u ook enkele bezorgdheden aantreffen. We gaan die hier niet herhalen.

Towards Sustainability
Met deze foto (groen plastic) twitterde Febelfin gisteren dat België het voortouw neemt in duurzame beleggingen voor een breed publiek. Een marketingfoutje of een provocatie?

Forse volumegroei

Met de nieuwelingen erbij telt het Belgisch duurzame label nu 410  beleggingsproducten. Opgedeeld in type belegging gaat het over:

  •  7 Tak 21 producten
  •  29 Tak 23 verzekeringsfondsen
  •  1 ontwikkelingsfonds
  •  33 indextrackers (ETF’s)
  • 330 beleggingsfondsen
  •  5 spaarrekeningen
  • 3 gestructureerde obligaties
  •  2 termijnrekeningen

Volgens wat de pers ons leert, kost het bekomen (en behouden) van dit label € 5.000 / product / jaar. Na 2 erkenningsrondes heeft de organisatie (het CLA is een vzw) dus zicht op een inkomstenkant van € 2.050.000 / jaar. En dit terwijl het einde van de groei van het aantal labelhouders nog niet in het zicht is. (Er bestaat de mogelijkheid dat de hoogte van het jaarlijks lidgeld herzien wordt).

Kosten gaan voor de baten.

Dat er tegenover een dergelijk pot geld ook uitgaven staan, is uiteraard een feit. Er moet een secretariaat bemand worden, de duurzaamheidsauditors (Ethibel, Ichec en UA) moeten vergoed worden voor hun werk. Verder is er een Geschiktheidscommissie, die de verslagen van de auditors nog eens aan een kritische blik onderwerpt vooraleer ze vergezeld van een advies doorgestuurd worden naar de Raad van Bestuur. Deze laatste (4 onafhankelijke bestuurders waarvan 1 vroeger toch bestuursfunctie had bij een bank én 4 vertegenwoordigers uit de financiële sector, waarvan 1 per 1 april CEO wordt van RSC Anderlecht) beslissen uiteindelijk over de toekenning van het label. Zij staan ook in voor het wijzigen van de kwaliteitsnorm van het label. Ze zullen hiervoor bijgestaan worden door een later dit jaar te benoemen Raadgevende commissie.

Of en hoeveel al deze personen (sommigen met méér dan 1 functie) vergoed worden, is ons onbekend. En verre van te suggereren dat dit alles onnodig zou zijn.

We vermoeden echter dat na aftrek van (redelijke) vergoedingen voor geleverd werk en na opstartkosten er toch een pak geld recurrent in de organisatie zal achterblijven. Een flinke oorlogskas om zich in de toekomst te profileren als enige echte duurzame labelaar in België.  We mogen ons dan ook verwachten aan het feit dat dit label meer en meer zichtbaarheid zal krijgen in het financiële landschap.

Europees leiderschap

Febelfin is er trots op dat Towards Sustainability na de 2e erkenningsronde uitgegroeid is tot het meest omvattende label in de EU. Ook naar vermogen onder beheer is dit het grootste label. Het gaat over meer dan € 175 miljard (+/- € 50 miljard van Belgische spaarders en beleggers).

Nu is “ik ben de grootste” niet automatisch een kwaliteitskenmerk. Vaak bewijst het eerder dat je de grootste gemene deler vertegenwoordigt. Een middelmaat dus. Herinner je de slogan “50.000.000 Elvis Fans Can’t be wrong“. Het getal als argument. Zonder andere criteria.

Febelfin walst handig rond de inhoudelijke sterkte. Het verwijst daarbij naar een studie van Novethic en formuleert zelf dat ze kwalitatief aan de strengere kant in het spectrum van Europese duurzame financiële labels zit. Die bewering  is moeilijk te logenstraffen, want zelfs wie tot de middelmaat behoort kan dit zonder verpinken beweren. Als ik in een loopwedstrijd met 100 man op plaats 49 eindig, behoor ik ook tot het spectrum van de betere lopers.

In de geciteerde studie stelt Novethic zelf dat het bestaan van diverse labels, welke elk op hun eigen wijze criteria implementeren de leesbaarheid van de beloftes die de fondsen uitstralen niet vergemakkelijkt.

Maar zelfs wie alleen de illustraties bekijkt ziet al dat bijv. FNG-Siegel (Duits label) en LuxFLAG ESG (Luxemburgs label) op vlak van ESG benadering strenger is dan Toward Sustainability (p 4).

Of dat het Belgische label op vlak van aanwezigheid van fossiele brandstoffen het minder goed doet dan Greenfin (Frankrijk), Nordic Swan Ecolabel (Scandinavië) , LuxFLAG Climate Finance Umweltzeichen (Oostenrijk) en FNG-Siegel.

Weinig coherentie tussen de labels in Europa

De Novethicstudie besluit met te betreuren dat de komst van het Toward Sustainability-label aanleiding gaf tot een inhaalbeweging in erkenningen bij het Franse ISRlabel. De strijd om het leiderschap tussen die 2 zette ook andere labels aan om meer fondsen te erkennen. Deed dit de labels verwateren of niet? De studie suggereert het, maar maakt het niet hard.

Luxemburg zou zelfs sinds eind 2019 overwegen om op sommige duurzame fondsen minder taks te gaan heffen. Dit in een poging om zich terug in de race naar het leiderschap te knokken. Minder taks, maar dan alleen voor fondsen zijn die door label ISR, Greenfin, Nordic Swan, Umweltzeichen, LuxFLAG of FNG gelabeld zijn. Van Towards Sustainability is hier geen sprake. Omdat het label toen nog niet gekend was in Luxemburg? Omdat het te licht bevonden werd? Om het niet nodeloos te promoten?

Op een moment dat Europa zich voorneemt om een taxonomie duurzame financiering in te voeren, is het jammer dat ieder land blijkbaar –uitgezonderd de uitsluitingen rond klimaat– zijn eigen ijkpunten uitzet. Dit is een paradox, zeker voor die vennootschappen die hun duurzame fondsen in verschillende Europese landen verdelen. En voor de modale belegger schept het verwarring in plaats van duidelijkheid.

Een marketingmachine op zoek naar geloofwaardigheid?

Verschillende financiële instellingen waar we de laatste maanden contact mee hadden, vertelden dat ze het zich niet konden permitteren om niet op de trein van Towards Sustainability te springen. Zelfs al hadden ze bedenkingen tegen de wijze van benadering (van sommige aspecten) van duurzaam beleggen door het label.

De marketingkracht die opgebouwd werd, konden ze niet negeren. Anders vreesden ze in de toekomst bij de (potentieel) duurzame belegger niet meer in het vizier te komen.

Want je ziet dat financiële instellingen er als de kippen bij zijn om hun uitverkoren zijn onder de aandacht te brengen. Op dezelfde dag van de bekendmaking van de nieuwe gegadigden, publiceerde:

Towards Sustainability
Profilering behoort niet tot de 3 P’s

In de literatuur rond duurzaamheid botsen we geregeld op de 3 P’s. Waar dit vroeger stond voor People, Planet & Profit, is de laatste P nu gemeenzaam vervangen door Prosperity.

Profit in haar betekenis van opbrengst, winst klonk te mercantiel, Prosperity met betekenis welvaart, voorspoed is vriendelijker. Meer gericht op de gemeenschap in plaats van op het individu.

Met de nieuwe lading erkenningen is de organisatie goed op weg om voor zichzelf naar Towards Profits/Prosperity te evolueren.

Met de perstekst die per 02/03/2020 verspreid werd, lijkt er ook gemikt te worden op het verwerven van meer geloofwaardigheid (Towards Credibility).

Vraag is hoe kritisch de belegger de profilering van het label en haar promotoren zal benaderen. We hopen met deze post toch ietwat bij te dragen aan die alertheid. The People, noch The Planet eindigen immers aan onze landgrenzen.

 

 

 

 

 

Categorieën
home

De eigen portefeuille in februari 2020.

3 virussen hielden ons deze maand bezig.

  1. In eigen land het virus van de partijpolitieke berekening, gekenmerkt door angstzweet voor engagement ten gunste van het land en van haar bevolking.
  2. In de VS het virus van de verdeelde strategie bij de Democraten en de angst (het zal toch geen respect zijn, zeker?) van de Republikeinen om woelwater Trump voor de voeten te lopen. Behoudens 1 of meer zwarte zwanen lijkt de race om het presidentschap nu al gelopen.
  3. En ook het Coranavirus, dat vanuit China misschien niet al te dodelijk lijkt te zijn, maakt slachoffers.  Het begint haar impact te hebben op de economie. China zit in een omschakelingsfase tussen “fabriek voor de gehele wereld” naar “motor voor welvaart van eigen bevolking”. Maar gezien de omschakeling nog niet volledig is, is de impact van het virus op de wereldwijde economie reëel. Ook de eigen interne consumptie (restaurant, cinema, feesten, …) zal het voelen.
Coronavirus maakt slachtoffers
Vreemd dat de overheid bovenstaand advies door de strot van haar burgers ramt , maar nalaat politici, die dagelijks de begroting verder laten ontsporen, met die slogan te confronteren.

Eerst negeren …

Nochtans bleken de beurzen aanvankelijk vooral ongetemd vooruit te spurten. De BEL20 overschreed zelfs haar piek van 2007. De financiële realiteit lijkt losgekoppeld van de economische realiteit. Centrale banken lijken bang om de teugels strakker te trekken en daar zijn nochtans redenen genoeg voor. Al was het maar omdat de schuldopbouw ook onverkende hoogtes uittest.

Er op rekenen dat dit alles goed blijft gaan, is zichzelf een rad voor de ogen draaien. Alleen, wat moet je doen op een dergelijk moment? Met een zak geld klaarstaan aan de kantlijn, tot het zaakje ineenzakt? Al vaak is bewezen dat slechts een klein percentage van wie dit van plan was dit uiteindelijk ook doet. Als een crisis uitbreekt, is ook daar vaak de durf om te springen plots weggeëbd.

… maar dan toch paniekeren.

De laatste week van de maand sloeg de paniek rond Corona (inmiddels tot COVID-19 omgedoopt) toch toe. Gevolg: de beurzen gingen wereldwijd in vrije val. Zo stond de BEL20 op -13,13 % en de MSCI AC op -7,67 % (YTD). Goud en ook obligaties van ‘veilige emitenten (als Duitsland) genoten van hun statuut als vluchtheuvel bij onrust.

Onze eigen portefeuille bewoog met de algemene beweging mee. Na 2 maanden staat ze op een YTD-rendement van – 3,10 % (*). Het lijkt dus momenteel een beetje op de kater na een carnavalsfeest: we amuseerden ons, maar nu zien we met barstende hoofdpijn de ravage die ondertussen aangericht is. De kans is groot dat vele kleine beleggers, die terug instapten op een hoogtepunt, terug aan de klaagmuur zullen gaan staan. Gezien ze terug dadelijk met verliezen geconfronteerd worden.

Rustig afwachten tot de bui overgewaaid is (en zo je durft van deze tik profiteren om goedkoop aan te kopen) is wellicht het beste advies. Dit is onder meer wat ABN Amro momenteel aan haar klanten adviseert.

Niet in blinde paniek verkopen - Coronavirus maakt slachtoffers
Stilzitten terwijl je geschoren wordt, veroorzaakt meestal minder bloed dan bruusk opstaan en de winkel uitrennen.

Ze doet dit op basis van de beleggingsevolutie bij uitbraak van eerdere virussen. Maar we voegen er toch maar een volledigheidshalve een disclaimer aan toe: de beursreactie op virussen in het verleden is geen garantie voor deze in de toekomst. Als je wil dat het Coronavirus bijkomend financiële slachtoffers maak, moet je nu in paniek overgaan tot verkoop van je aandelen of fondsen. Niet dus.


(*) : omdat de vrije val zich in de laatste week situeerde is het reële verlies op de portefeuille wellicht al iets hoger. De rendementsnoteringen van fondsen zoals we die vinden bij Morningstar lopen soms 1 à 2 dagen achter op de realiteit. Ook in tijden van stijging trouwens.

Categorieën
home

Nederland 3 – België O

Neen, ik voorspel geen nederlaag voor onze Rode Duivels. Voetbal is een spelletje, als het al geen oorlog is. Het kan dus alle kanten uit in een komende confrontatie.

De uitslag hierboven is een afgeleide van het verschil in daadkracht op weg naar toekomstig welbevinden. Tussen buurlanden waarvan het ene een laag overheidstekort combineert met een afdwingbaar klimaatplan, terwijl het ander verder schulden opbouwt en schijnbaar niet wakker ligt van opwarming en vervuiling.

Eén – Nul

Het overheidstekort Nederland zakte eind 2019 onder de 50 % van het BNP. Daarmee is het fors de andere kant opgegaan dan dit in het land aan haar zuidflank. In Nederland daalt de schuld met +/- € 350 / seconde. Hij staat nu op +/- € 23.700 / inwoner.  In België stijgt de schuld met +/- € 507 / seconde. Hij staat nu op +/- € 43.810 / bewoner.

laag overheidstekort en afdwingbaar klimaatplan
Situatie begin 2018 – Bron IMF, AMP Capital.

Natuurlijk Nederland had haar gasbel en is een land dat structureel een grotere eenheid vormt dan België. Maar daar staat tegenover dat ze zowel grote infrastructuurwerken niet uit de weg gegaan zijn (denk Deltawerken) en dat hun pensioenen niet op de toekomstige staatsschuld wegen, gezien ze opgebouwd zijn in kapitalisatie en niet -zoals in België- door een repartitiestelsel uitgekeerd worden.

Twee – Nul.

laag overheidstekort en afdwingbaar klimaatplanNederland heeft ook een duidelijk klimaatplan. Dat kwam tot stand na uitvoerig overleg met diverse beleidsniveaus en belangenorganisaties. Een plan dat de stilstand doorbreekt en duidelijk de richting voor de komende jaren aangeeft.

België daarentegen haalt de term eco-realisme uit de kast om het gebrek aan durf en visie te camoufleren. Dit ondanks het feit dat diverse organisatie (cfr. VOKA, die je niet van boomknuffelen kan verdenken) graag willen dat de hand aan de ploeg geslagen wordt. Maatregelen als betonstop of rekeningrijden worden door onze bange beleidsmakers bij de minste tegenwind terug ingetrokken. En van wind gesproken. Windmolens optrekken is zo controversieel (door het Nimby-effect dat men laat spelen), dat ook hier – buiten de dure offshore windparken- een chronische achterstand tussen wenselijkheid en realiteit opgelopen wordt.

Drie – Nul

In Nederland heeft de bevolking een stok achter de deur om het klimaatmaatregelen af te dwingen. De overheid kan het zich daar niet permitteren om de beleidsuitvoering te laten slabakken. Per 20/12/2019 deed de Hoge Raad van Justitie een finale uitspraak en bevestigde ze het arrest van het gerechtshof in Den Haag.  Een zaak aangespannen door burgerbeweging Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Hierbij wordt de overheid verplicht in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 25 % te reduceren ten opzichte van 1990. Volksgezondheid en preventie wordt daarmee een politieke prioriteit, die men niet kan negeren.  In België loopt een gelijkaardige zaak. Dit onder de naam Klimaatzaak . Na vertragingsmanoevers moeten de eerste pleidooien hier echter nog beginnen. Deze worden voorzien voor het najaar 2020.

Nabespreking van de match.

Saneren én de toekomst voorbereiden, dit is was Nederland deed in de voorbije jaren. Weliswaar niet steeds met de volle steun van haar bevolking. Schulden afbouwen betekende ook snijden in als verantwoord aanvoelende uitgaven en klimaat ernstig nemen heeft ook invloed op sommige tewerkstellingsectoren (cfr. de stikstofcrisis).

In België kijken we naar de problemen en laten we ze vervolgens liggen, lijkt het wel. Vergrijzing, climate change, sanering van overheidsfinanciën,… iedereen draait rond de hete brij. Dat dit leidt tot afkeer van de politiek, lijkt het minste van de zorgen.

“There are costs and risks to a program of action, but they are far less than the long range risks and costs of comfortable inaction.”
― John F. Kennedy

Ik ga er van uit dat er geen afkeer van de politiek is, maar wel afkeer van het immobilisme. Politici met een duidelijke boodschap en consequent in hun handelen, zullen zeker tegenspraak oplopen bij gescleroseerde belangengroepen of bij nieuwe tegenstanders (cfr. gele hesjes). Maar mogelijk krijgen ze wel een zwijgende meerderheid achter zich. Mensen, die inzien dat er maatregelen nodig zijn, die op korte termijn pijn doen.

Maatregelen nemen om toe te werken naar een laag overheidstekort en een afdwingbaar klimaatplan, zullen toch ooit eens bovenaan de agenda moeten komen. Tenzij we met zijn allen de toekomst en het leven van kinderen en kleinkinderen uit collectief eigenbelang verder om zeep willen helpen.

Categorieën
home

Is “groen beleggen” een dreigende zeepbel?

Dreft gaat 2 x langer mee. Het is een uitstekend groen product om iets wat vuil en vies is wit te wassen. Dit is algemeen gekend. Het is een Is groen beleggen een zeepbel?product met een smetteloze reputatie.

Je kan er ook prachtige bellen mee blazen. Zeepbellen, een voor kinderen fascinerend speels op de wind meegedragen niemendalletje. Transparant, tot het uit elkaar spat en er niets van overblijft. Is ook groen beleggen een zeepbel?

Spat groen beleggen straks met een knal uit elkaar?

Is “groen beleggen” niet iets gelijkaardigs? Attractief voor mensen die het kind in zichzelf koesteren, maar uiteindelijk niets meer dan een zeepbel,  die straks gewoon uit elkaar spat?

In Nederland verscheen bij “Elsevier Weekblad” op 08/01/2020 alvast een artikel die daarvoor waarschuwde. Sinds een goede 2 jaar is dit de nieuwe naam van wat vroeger gewoon “Elsevier” heette. Volgens Wikipedia gaat het over een Nederlands opinieblad van conservatief-liberale signatuur. De auteur, Marijn Jongsma, vergelijkt de markt voor “groene beleggingen” met de internetzeepbel aan het eind van vorige eeuw. Zijn artikel vindt u hier .

We kunnen de hoek van waaruit een opiniestuk geschreven wordt gebruiken om auteur en inhoud te framen en ze daarmee ‘onschadelijk’ te maken. Maar dit is meestal slechts een gemakkelijkheidsoplossing om de eigen overtuigingen niet in vraag te moeten stellen.

De titel “Kijk uit met “groen beleggen”. Een zeepbel dreigt” lijkt ons redelijk correct.

Niemand vraagt om “klakkeloos groen te beleggen”.

Net zoal autorijden tal van voordelen heeft, blijft wie met de wagen rijdt beter aandachtig het verkeer volgen. Met een wagen kan je een ongeval veroorzaken. Een belegging kan ook verkeerd aflopen.

En net zoals wanneer iedereen met de wagen op hetzelfde ogenblijk dezelfde kant uitrijdt er filevorming zal zijn – dus eerder stilstand dan vooruitgang- , kan er bij overmatig duwen in de richting van duurzaam beleggen een implosie komen.

  • In klassieke economische termen lijdt een overbevraging tot een prijsstijging. Dus in eerste instantie ziet het er goed uit voor wie duurzame beleggingen aanbiedt (en voor we ze tijdig koopt).
  • Maar door hebzucht bij aanbod- en vraagzijde, kunnen er toch ongelukken van komen. Aanbieders die zichzelf en hun producten als ‘groen’ verkopen, terwijl ze het niet zijn (greenwashing). Of veel belovende duurzame bedrijven, start-ups, … die uiteindelijk de verwachting die ze scheppen niet kunnen waarmaken.

Parallellen met de internetzeepbel eind 20e eeuw.

Is groen beleggen een zeepbel?En dan zijn er inderdaad parallellen met de internethype van 20 jaar geleden. World Online in Nederland, Lernout & Hauspie in België, bijvb. leken beiden gedoodverfde winnaars bij de opstart van het internettijdperk. In diezelfde periode kon een vis met een hoed op bij beleggers grote kapitalen ophalen met ambitieuze bedrijfsplannen voor online-activiteiten. Zelf zonder dat ze al iets in de reële wereld bewezen hadden en zonder kennis of onderzoek of die wereld wel op hun producten aan het wachten was. “Get large or get lost” was een tijdje het devies: grote schulden maken om naambekendheid te creëren was belangrijker dan omzet genereren. De klant zou wel volgen en vertrouwen geven aan wie de markt bezette.

De Nederlandse financiële toezichthouder AFM, vond het in haar Trendzicht 2020 alvast belangrijk genoeg om hier ook op te wijzen. Als 1 van de trends stipt ze de overgang naar een duurzame economie en samenleving aan (p. 18-21).

De risico’s die met duurzaam beleggen gepaard gaan, waaronder
greenwashing en misbruik, vragen aandacht van het toezicht. Er zijn zorgen over een ‘groene bubbel’, omdat de vraag naar duurzame projecten het aanbod overtreft. Ondernemingen kunnen dan in de verleiding komen om te greenwashen; projecten als duurzaam presenteren terwijl dat niet het geval is.

Auteur lijkt onbekend met de pas uitgevaardigde taxonomie.

Nu is het wel zo dat regelgevers aan greenwashing aandacht besteden. Zo wordt er binnen Europa een taxonomie uitgewerkt, die moet aangeven wat nu wel  een “groene belegging” is en wat niet. Het raamwerk is daarvoor gecreëerd. De “naming & shaming” komen er pas binnen enkele maanden. De auteur van het artikel lijkt niet bekend met deze recente situatie. Hij schrijft dat ‘groene bedrijfsinformatie’ nog in de kinderschoenen staat. Dat er geen duidelijke standaard is en dat bedrijven niet verplicht zijn om te rapporteren. Dat klopt dus vandaag wel nog, maar niet voor lang meer.

Binnen het kader van de Europese Green Deal zullen institutionele beleggers (als pensioensfondsen), maar ook particuliere beleggers gepushd worden om hun bijdrage te leveren aan o.m. de bestrijding van de klimaatverandering. Daarvoor moet veel geld gemobiliseerd worden. Geld dat nu vaak nog aan vervuilende industrieen toekomt. Er zal dus een transitie op gang moeten komen, waarbij ook vermogensbeheerders hun knop zullen moeten omdraaien en verbeterde investeringsmodellen moeten uitwerken. De kans dat daar af en toe eens een mismatch tussen zit is zeker reëel. Denk maar even zelf: Welke Europese Automaker zal de elektrificatie van het wagenpark winnen? , Moet er nog in gascentrales belegd worden?, … In 2040 zal het duidelijker zijn dan vandaag.

De nieuwe vinkenzetting

Het artikel in Elsevier staat ook stil bij bevindingen van John Goldstein, verantwoordelijke voor duurzaam beleggen bij Goldman Sachs. Goldman Sachs is niet echt onbesproken. De bank wordt wel eens beschreven als de spin in het web of als 1 van de heersers van de wereld. Volgens Goldstein lokt er een trend die gevaarlijker is dan greenwashing. Met name de opkomst van de afvinkcultuur.

Volgens Goldstein is er een heuse industrie ontstaan van dataleveranciers, die jaarverslagen uitpluizen op zoek naar groen, het hebben van een CO2-doelstelling, van een beleid rond recyclage van grondstoffen, …

Elke ja op de vragenlijst levert een vinkje op. Op het einde van de vragenlijst krijg je dan een score. Wie hoog scoort, wordt als groen bestempeld. Wie laag scoort niet. Meestal zijn dergelijke systemen niet erg objectief. Alleen al maar omdat ze nadelig zijn voor kleine bedrijven en/of start-ups. Daar geldt geen verplichting tot uitgebreide jaarverslaggeving en meestal is er ook niet genoeg personeel om daar prioriteit aan te geven. Het werk van dataleveranciers meet dan ook alleen maar wie een bepaald soort huiswerk gemaakt heeft. En niet wie nu daadwerkelijk een grote milieubijdrage levert.

Uit de eigen praktijkervaring moet ik toegeven dat dit inderdaad wel (gedeeltelijk) klopt:

  • Jonge aandelenfondsen, die dan meestal ook nog niet echt veel kapitaal vertegenwoordigen, zijn geen prioriteit in de werking van ratingagentschappen. Het duurt soms meerdere jaren vooraleer deze een scoring krijgen. Al die tijd zijn ze hierdoor bijv. ook achtergesteld in onze eigen objectiveringscore.
  • Bij obligatiefondsen en gemengde fondsen blijft soms een scoring uit omdat er te weinig gegevens beschikbaar zijn. Onbeschikbaarheid kan eventueel wijzen op gebrek aan transparantie, maar zegt niets over al dan niet duurzaamheid van een fonds.

Eigen mening eerst en verschillen in de meetlat.

Verder wijst het artikel op een recent onderzoek  van de Amerikaanse universiteit MIT dat de titel draagt “Aggregate Confusion The Divergence of ESG Ratings“. Men vergeleek er de beoordelingen van 5 ratinginstituten, actief rond duurzaamheidsmetingen: Sustainalytics, RobecoSAM, Asset4, MSCI/KLD, Vigeo-Eris.

Hieruit blijkt dat de wijze van meten al meer dan 50 % van het verschil in waardering van een bedrijf tussen de 5 raters verklaart. Verder wordt een gedeelte van het verschil verklaard door de selectie van  verschillende sets categorieën (vb. beknopt of uitgebreid). Tot slot is er een verschil in het gewicht dat aan de categorieën toegekend wordt.

Ook werd er een beoordelaarseffect gevonden: de beoordeling door de ratingsbureaus in de individuele categorieën wordt beïnvloed door hun kijk op het geanalyseerde bedrijf. Heb ik als rater een positief beeld van het bedrijf dan zal ik bij twijfel of onduidelijkheid in de cijfers rond 1 categorie gunstig oordelen. Heb ik een eerder negatief beeld, dan rond ik bij twijfel af naar beneden.

Deze studie wordt in het artikel gebruikt om de exactheid van ranglijstjes te ondergraven. Ook die verschillen bewijzen dat het niet eenvoudig is om ‘groene’ bedrijfsinformatie efficiënt en eenduidig te verwerken. En dat laat op zijn beurt weer ruimte voor PR-mechanismes (in extremisch tot greenwashing).

In de eigen praktijk steunen we ons vooral op de gegevens die we uit Morningstar halen. En gezien Sustainalytics voor 40 % eigendom is van Morningstar geven we de facto veel gewicht aan hun opvattingen. Uiteraard neemt dit niet weg dat we openstaan voor andere invalshoeken, maar onze relatief kleine werking, houdt er geen studiedienst op na, die de visies van alle raters opvolgt en ze dan nog eens tegen elkaar afweegt om tot een genuanceerd oordeel te komen.

 Een verwittigd man (m/v/x) beweegt behoedzaam, maar zonder paniek.

De financiële resultaten van ecologiefondsen waren in 2019 erg goed. Het is dus niet onlogisch dat wie kritisch ingesteld is even waarschuwt.

Er is inderdaad veel geld dat naar “groen beleggen” kijkt en er ontbreken data ter interpretatie. Als deze data er al zijn, zijn ze niet altijd makkelijk vindbaar voor een leek.

En een faze van overdrijving blijkt achteraf nooit interessant te zijn. De huidige hoge waardes van allerlei aandelenbeurzen en de redelijk explosieve aangroei van duurzame beleggingen mogen tot voorzichtigheid aanmanen.

Maar overwegende dat klimaatopwarming en aandacht voor duurzaamheid ook in de komende jaren aan de orde blijven, lijkt het overdreven om u al van een zeepbel te spreken (auteur in kwestie doet dit ook niet, hij houdt het bij een dreigende zeepbel).

Wat niet wil zeggen dat alle bedrijven die inzetten op duurzaamheid en bestrijding van klimaatverandering winnaars zullen zijn. De winnaars kennen we helaas meestal pas achteraf.

  • Zo hadden we ten tijde van de internetzeepbel, wellicht ons geld ingezet op AltaVista en niet op Google.
  •  En laten we ook niet vergeten dat bijvb. de wind- en zonnenergiesector in de jaren na 2008 plots sterk in waarde daalde, gezien investeringen van de overheden in de redding van de banken hun gulle subsidiëring van deze nieuwe technologieen terugschroefde net op een moment dat de Chinezen zwaar inzetten op deze markt. De instorting van tal van bedrijven actief in de sector moet duidelijk maken dat er ook bij “groen beleggen” ruimte is voor onaangename beurschokken.

 

 

Categorieën
home

Toppers en Floppers 2010 – 2019.

Sinds begin 2020 volgen we 96 fondsen op. Bij het opmaken van onze modelportefeuilles hebben we ze allemaal even onder de loupe gelegd. We geven hierbij een overzicht van het rendement van de beste en de slechtste 3. Wie zijn de toppers en wie de floppers?  Op korte – , middellange – en lange termijn.

We geven tussen haakjes ook het cijfer dat deze fondsen behaalden in onze objectiviteitsscore. Dit is een totaal van factoren waarbij we in de keuze van onze voorkeurfondsen rekening mee houden. Het is een getal op een schaal van 10. Momenteel is het hoogste behaalde cijfer een 8 (1 fonds).

Let wel:  een fonds dat in het verleden goed scoorde, scoort in de toekomst niet automatisch goed. De lijst hieronder is dus geen voldoende argument om het fonds op te pikken of net te laten liggen.

Op korte termijn: resultaat over 1 jaar

Toppers:
  • toppers en floppersPictet Global Environmental Opportunities: + 40,37 % (5,25)
  • Echiqiuer Major SRI Growth Europe: + 39,86 % (6,50)
  • Nordea Glob. Climate & Environ. Fund: + 38,06 % (7,25)
  •  commentaar: de ecologiefondsen behoorden tot de duidelijke winnaars in 2019. Vergeet niet dat deze ook volatiel zijn, gezien ze in een relatief beperkt spectrum van bedrijven beleggen.
Floppers:
  • toppers en floppersFunds For Good: € + 6,08 % (2,25)
  • Trusteam Optimum A: + 4,04 % (2,50)
  • Triodos Euro Bond Impact Fund : + 3,58 % (2,00)
  •  commentaar: Trusteam Optimum  & Triodos Euro Bond Impact Fund staan ook bij de floppers op 10 jaar. Voor het Triodos-fonds heeft dit voor een stuk te maken met het feit dat obligatiefondsen in tijden van superlage rente moeilijk investeringen vinden die rendabel zijn. Het Trusteam Optimum A op zijn beurt heeft het laagste risicoprofiel (2/7) van de fondsen die we opvolgen. Laag risico staat echter ook gelijk aan laag rendement.

Op 3 jaar tijd – geannualiseerde rendementen

Toppers:
  • Morgan Stanley Inv. Global Opportunity (1): + 20,42 % (5,00)
  •  Robeco Global Consumer Trends Fund: + 19,13 % (6,75)
  •  Morgan Stanley Inv. US Advantage Fund: + 16,05 % (5,50)
  •  commentaar: Het VS-fonds van Morgan Stanley en het Robecofonds doen het ook over langere periodes goed. Het VS-fonds scoort echter niet zo goed op vlak van duurzaamheid (2/5 volgens Morningstar). Het Robecofonds haalt daar 5/5 en scoort ook op onze objectiviteitsscore redelijk hoog. Het globale Morgan Stanley-fonds scoort ook op 5 jaar, maar is niet vertegenwoordigd op 10 jaar, omdat het pas opgericht werd per 30/11/2010. Het scoort beter dan het zusterfonds op vlak van duurzaamheid (4/5), maar haalt niet de top in onze objectiviteitsscore.
Floppers:
  • Trusteam Optimum A:  0,72 % (2,5)
  • Funds For Good: 0,59 % (2,25)
  • Trusteam Roc Europe A: 0,48 % (2,00)
  •  commentaar:  Trusteam Finance is rode lantaarn met 2 verschillende fondsen. Ze investeren vooral in leiders in klantentevredenheid. Benieuwd wat hun eigen klanten nu denken.

Op 5 jaar – geannualiseerde rendementen

Toppers:
  • Mogan Stanley Inv. Global Opportunity: + 18,85 % (5,00)
  • Morgan Stanley Inv. F US Advantage: + 15,12 % (5,50)
  • Robeco Global Consumer Trends Equities: +14,14 %. (6,75)
  •  commentaar:  de aanwezigheid van 1 VS-fonds en 2 fondsen die wereldwijd beleggen, toont aan dat in de voorbije periode Europa niet de regio was waar de hoogste groei zat. Onze winnaar werd in 2019 met een Lipper Fund Award bekroond als beste fonds aandelen wereldwijd over 5 jaar. 
 Floppers:
  • Triodos Euro Bonds Impact Fund: +0,78 % (2,00)
  • Ethna Aktiv(*) :  + 0,63 % (1,00)
  • Funds For Good: + 0,51 % (2,25)
  •  commentaar: Ethna Aktiv was lange tijd een fondsenlieveling van banken en andere adviseurs. Vaak werd het te samen met Carmignac Patrimoine aangeprezen als een zekerheid, die de matras vormde van uw belegging. Zeker toen iedere aspirant-belegger nog bevangen was van de slachting 2007-2009. Maar achteraf blijkt dus dat oude antwoorden niet altijd geldig blijven. 

Op 10 jaar – geannualiseerde rendementen

Toppers:
Floppers:
  • Ethna Aktiv (*): + 3,32 % (1,00)
  • Triodos Euro Bond Impact Fund: + 2,60 % (2,00)
  • Trusteam Optimum A: + 2,13 % (2,50)
  •  commentaar: zie ook commentaar op 1 en 5 jaar. Met een gemiddeld rendement van 2 à 3 % doe je nog steeds beter dan met een spaarrekening mits je lang in de belegging blijft zitten. Anders eten de instapkosten die extra verdienste op. Maar er zijn natuurlijk genoeg alternatieven die het beter doen.

Duurzaam beleggen is meer dan alleen voor toppers kiezen.

Het spreekt voor zich dat de floppers niet terug te vinden zijn in onze modelportefeuilles. Maar ook niet alle toppers vinden er hun plaats.

  1. Naast rendement beoordelen we ook andere elementen (duurzaamheid, kwaliteit in vergelijking met benchmark,…).
  2. Tot slot moeten we ook rekening houden met de beschikbaarheid van een fonds bij onze leveranciers. We werken met verschillende leveranciers om te kunnen selecteren uit een voldoende ruim aanbod. Sommige van onze leveranciers hebben een eerder bescheiden fondsenaanbod.

Het blijft dus puzzelen om rekening houdend met alle parameters en beperkingen een zinvolle duurzame belegging, die past binnen het beleggersprofiel van de klant, te kunnen samenstellen.

———————————————————————————–

(*) is een niet-duurzaam fonds, dat we in het verleden opvolgden omdat ons aanbod duurzame fondsen voor een defensieve beleggers vroeger te klein was. Omdat er inmiddels genoeg duurzame alternatieven zijn, stoppen we de opvolging ervan 2020.

(1) Het zusterfonds bestemd voor institutionele beleggers (grote kapitalen) klopt het volgens Bloomberg zelfs met voorsprong de Standard & Poor’s 500 index op 1 en op 5 jaar. Duurzaam beleggen hoeft dus absoluut niet automatisch gelijkstaan met inleveren op het rendement.