Categorieën
home

Impactbeleggen wint aan tractie.

De wereld blijft in beweging. Een voorbeeld? Beleggingsfondsen waren vroeger de enige manier om je risico te spreiden als je weinig afwist van beleggen (of er geen tijd wou insteken). Inmiddels zijn er evenzeer ETF (index-rackers) die voor die functie kunnen zorgen. Nog een voorbeeld? Impactbeleggen wint aan tractie.

Impactbeleggen? Is dit niet gewoon een ander -, maar modieuzer woord voor duurzaam beleggen? Euh, neen. Een woordje uitleg kan helpen.

Van “niet schaden” ….

Dr. Anneleen De Bonte bestudeerde wat verzekeraars met hun pensioengelden doen. (Foto FairFin)

Duurzaam beleggen is een vorm van beleggen waarbij je in eerste instantie je geld steekt in bedrijven of landen, die mens of milieu geen schade toebrengen.

  • Dat kan gaan van eenvoudig alle sectoren uitsluiten die wél schade toebrengen: niet beleggen in gokbedrijven, in bedrijven die steenkool ontginnen, die wapens produceren, die tabak verwerken, … .
  • Een meer gebruikte strategie is die van de “best-in class“-methode. Per sector wordt dan gekeken welke bedrijven het beter dan de rest doen op vlak van milieu, aandacht voor de mens en goed bestuur. Sectoren die anders volledig uitgesloten worden, kunnen in deze manier van bekijken alsnog opgepikt worden door de fondsbeheerder. Die redeneert dan bv. als volgt “OK, oliebedrijven zijn erg vervuilend. Maar onder de oliebedrijven is Total diegene die het meest zijn best doet op ESG-vlak. Die goede praktijk wil ik belonen. Mogelijk is ze een inspiratie voor de rest van de sector om ook meer aandacht aan ESG te besteden.” Duurzame beleggers schrikken zich soms een hoedje als ze uiteindelijk de lijst onder ogen krijgen van bedrijven waarin hun fonds investeerde.
  • Soms beperken fondsbeheerders op voorhand hun beleggingsuniversum. Ze stellen een lijst op met bedrijven die goed presteren op vlak van ESG. Eens die lijst opgesteld is, putten ze alleen maar daaruit om hun beleggingsfonds te stofferen.

… tot “helpen herstellen”.

Impactbeleggen gaat een stapje verder dan duurzaam beleggen. De nadruk ligt op de meetbaarheid van de positieve ontwikkeling. In ons voorbeeld van hierboven mag Total dan het “beste oliebedrijf zijn”, olie kan geen bijdrage leveren aan het tegengaan van de klimaatopwarming. En komt dus niet in aanmerking voor impactbeleggen. Impactfondsen blijven vaak in dezelfde sectoren beleggen als duurzame fondsen.

Zoek de 5 verschillen.

Maar toch zijn er wezenlijke verschillen. M&G stelt dat er met name 5 verschillen tussen beide zijn.

duurzaam- en impactbeleggen niet gelijk, maar gelijkwaardig. Zoals ook jongens en meisjes
De positieve impact moet meetbaar zijn.

Ze wordt ook jaarlijks door de fondsbeheerder gerapporteerd. Omdat genereren van winst niet het enige doel is, is het universum waarin een impactbelegger kan investeren kleiner. Bij niet ieder bedrijf is het immers mogelijk op een meetbare manier de vooruitgang voor mens en milieu die de bedrijvigheid opgebracht heeft te meten.

Er moet een intentie zijn tot positieve impact bij het bedrijf.

Dit mag dus geen loutere toevalligheid zijn. Bv. een bedrijf kan bij aanvang de intentie hebben om moeilijke profielen op de arbeidsmarkt aan te nemen. Als een softwarebedrijf na verloop van tijd ontdekt dat mensen met autismespectrumstoornis erg goed presteren in hun bedrijf, is dit een gevolg van trail and error en niet van hun intentie om dergelijke mensen een kans te geven. Het bedrijf moet zich “bewust” bezighouden met activiteiten die direct bijdragen aan een betere wereld.

Het bedrijf moet een “toevoeging” zijn.

Alleen al het bestaan van dit bedrijf veroorzaakt impact. Bedrijven die zich op zonne-energie richten kunnen in een duurzaam fonds hun plaats vinden, maar niet in een impactfonds. Technologiepioniers passen daar dan weer wel in. Zo zou je kunnen stellen dat Tesla absoluut geen duurzaam bedrijf is (werknemersrechten en goed bestuur zijn voor veel kritiek vatbaar). Maar louter het feit dat Tesla bestaat heeft de andere automobielbedrijven wel “geïmpacteerd”: zij verliezen winstgevendheid en schakelen nu node ook over naar productie van elektrische voertuigen.

De impact moet wezenlijk zijn.

De activiteit of het product dat voor impact zorgt moet ook voor het grootste deel van de winst zorgen. Een bouwbedrijf dat 10 % omzet/winst haalt uit nul-energiewoningen, maar 90 %  uit klassieke woningbouw zal dus niet door impactbeleggers omarmt worden.

Bijdragen aan de betaalbaarheid van een maatschappelijke dienst.

Impactbeleggers zullen niet mikken op verbetering van voorzieningen voor bemiddelde mensen (onderwijs, ziekenzorg, toegang tot de financiële sector). Ze zullen focussen op verhogen van  betaalbaarheid/toegankelijkheid  voor wie minder kans heeft (4e wereld, ontwikkelingslanden, gehandicapten, …).

Meetbaarheid van impact: de duurzame ontwikkelingsdoelen.

Impactbeleggers willen vooral dat hun geld positieve effecten heeft op sociaal-en ecologisch vlak. Ze willen met hun geld helpen om oplossingen te vinden voor grote problemen als global warming, armoede, vluchtelingen, verlies van biodiversiteit, milieuvervuiling, … .  Het positief maatschappelijk effect is bij hen minstens zo belangrijk als het financieel rendement.

Impactbeleggen is momenteel nog het kleine broertje van duurzaam beleggen. Door de specificiteit van het impactbeleggen zijn de risico’s wellicht iets groter dan bij duurzaam beleggen. Er is momenteel alvast minder spreiding (wijst op hoger risico) en sommige beleggingen kunnen minder goed verhandelbaar zijn. Microkredietfondsen zijn bijv. een zeer goed voorbeeld van impactbeleggen.

impactbeleggen wint aan tractie
Worden deze normen bereikt tegen 2030? Momenteel ziet het er niet denderend uit.

Maar de wil om een positieve invloed te hebben én de inmiddels wijd verspreide opvatting dat in duurzame fondsen toch soms sectoren of bedrijven vertegenwoordigd zijn, die in de persoonlijke beleving van de klant juist niet-duurzaam zijn, zorgt er voor dat impactbeleggen toch aan tractie wint.

De 17 duurzame ontwikkelings-doelen in 2015 door de VN afgekondigd zijn een redelijk goed kader om impact te meten. Ze duiden thema’s aan waar maatschappelijke vooruitgang dringend nodig is. We zien dan ook dat meer en meer beleggingsfondsen duidelijk gaan specifiëren op welke van de 17 SDG’s ze juist willen inspelen. Zelfs duurzame fondsen beginnen die oefening te maken.

Voorbeelden van impactfondsen?

  • De Triodos-fondsen, die je in België kan onderschrijven (Triodos Euro Bond Impact Fund / Triodos Global Equities Impact Fund / Triodos Pioneer Impact Fund)
  • Echiquier Positive Impact   
  • RobecoSam Global SDG Equities
  • FundsForGood (FFG Global Flexible Sustainable / Quest CleanTech Fund (R Acc) / FFG European Equities Sustainable / FFG European Equities Sustainable Moderate). De beheerders van FFG staan een deel van hun winst (en deel van hun tijd) af om echte impact te creëren. U kan er hier meer over lezen.

    Impactbeleggen wint aan tractie
    Met geld en tijd impact proberen realiseren.

De fondsen in italic kan je onderschrijven via de werking van ethischbeleggen.com.

In de prijzen.

Het FFG Global Flexible Sustainable-fonds dat door Athora verdeeld wordt, werd trouwens recent laureaat bij de Decavi-verzekeringstrofee 2020 in de categorie Fonds Medium Risk.

Het was de eerste keer in de 20-jarige geschiedenis van de Decavi-levensverzekeringstrofeeën dat die eer te beurt viel aan een duurzaam fonds. Nog een reden om te besluiten dat impact aan tractie wint.

Categorieën
home

Duurzaam beleggen in België in 2019: volgt de kwaliteit de kwantiteit?

In een vorig artikel bespraken we de meest recente Mira-studie. Maar ook over de taalgrens werd in de voorbije maanden duchtig geschreven. Réseau Financité publiceerde met steun van de Fédération Wallonie-Bruxelles Rapport ISR 2020. Meer dan dubbel zo dik als de Mirastudie én in het frans. Om die reden zal de publicatie in Vlaanderen wellicht niet al te vaak doorgelezen worden. Spoiler alert: de organisatie heeft grote vragen bij de kwaliteit van het aanbod duurzaam beleggen.

Wat beweegt er op beleidsniveau?

vragen bij de kwaliteit van duurzaam beleggen
Gepubliceerd op 15/07/2020, maar geen vakantielectuur

De publicatie volgt het stramien van wat ze de laatste jaren deed. In een eerste deel wordt aandacht besteedt aan wettelijke initiatieven. Uiteraard komt het Europees Actieplan Duurzame Financiering hier  aan bod. Evenals wat op Belgisch – en regionaal politiek vlak rond duurzame ontwikkeling en – duurzaam beleggen gaande is.

Je kan moeilijk zeggen dat de eerste 80 pagina’s bijtgaar zijn. Het is eerder droge, juridische- , administratieve kost. Weliswaar niet zonder belang. Maar het is wel een goede samenvatting voor wie zich hierin wil oriënteren. Zo valt het op dat het op Vlaams niveau redelijk windstil is wat initiatieven rond duurzaam beleggen betreft.

Omdat Réseau Financité tevens een drukkingsgroep met duidelijke stellingnames is, lees je geregeld de eigen kritiek of de eigen voorstellen tussen de regels. Op p.81 – 83 wordt opgelijst welke essentiële domeinen in de komende jaren volgens hen aangepakt dienen te worden.

De markt groeit als kool. Maar is de kool ook lekker?

Vanaf pagina 85 begint dan een beschrijving van de markt van duurzaam sparen en beleggen in België in 2019.  De cijfers wijken hier op diverse plaatsen af van die uit de Mirastudie.

De kwantitatieve kant

De totale markt is een kleine 60 miljard € aan fondsen groot (59,94). Daarnaast is er nog 2,57 miljard € aan spaargeld en 4,9 miljard € deelbewijzen uit erkende coöperaties. Die laatste telt Mira niet mee.  Duurzame beleggingen maken nu 11,2 % van de markt uit. Ze zijn in 2019 zelf goed voor 23,9 % van de beleggingen. Waarmee duidelijk bewezen is dat duurzaam beleggen in de lift zit.

BNP Paribas palmt momenteel 31 % van de markt in. Candriam (vermogensbeheerder, die samenwerkt met Belfius) haalt 16 % van de markt. KBC strandt op een derde plaats met een marktaandeel van 12 %.

duurzaam beleggen is niet langer een achtergebleven markt

Net als vorig jaar is er een opmerkelijke stijging van het aantal fonds van fondsen (159 in 2019). En de versplintering van de markt blijft opvallend. Financité kent 97 aanbieders, waarvan slechts 11 meer dan 1 % van de markt bezetten.

In totaal zouden er 775 duurzame fondsen zijn (+ 224 op 1 jaar, 22 fondsen hielden op te bestaan of verdwenen van de Belgische markt).

Op vlak van de duurzame spaarrekeningen is er geen beweging. Er zijn er 6: 2 bij EVI, 1 bij VDK en 3 bij Triodos. Hun gezamenlijk marktaandeel in de Belgische spaargeldwereld bedraagt amper 0,94 %.

Dat BNP Paribas de eerste plaats bij de duurzame fondsen verwierf is opmerkelijk. Vorig jaar stond ze nog samen met NN Investment op een gedeelde 4e plaats. KBC donderde van de 1e naar de 3e plaats. Het was (alvast publicitair) duidelijk dat BNP Paribas een groeispurt wou plaatsen. Waardoor de afgroei bij KBC veroorzaakt werd is mij niet bekend.

De kwalitatieve kant

De kwantitatieve kant van duurzaam beleggen zit dus snor. Maar wat met de kwaliteit?  Réseau Financité heeft grote vragen rond de kwaliteit van het huidige aanbod rond duurzaam beleggen.

Ze hanteert een eigen manier van benaderen. Deze is erg streng, waardoor veel fondsen in hun evaluatie door de mand vallen.

Ik heb in mijn bijdrage van 23/10/2019 vorig jaar mijn bedenkingen daarrond gepubliceerd. Ook in eerder besprekingen van hun cijfers kunt u mijn houding hierover terugvinden.

Wie geraakt niet door de selectie?
  • Wie niet de gevraagde inlichtingen aanlevert  (19 % – 149 fondsen – +/- 3,8 miljard €) of wie onvolledige informatie bezorgt (21 % – 163 fondsen – +/- 2,1 miljard € ) ontvangt automatisch een 0 op 100. Bij die laatste steken de nog bestaande gestructureerde producten, waarbij de samenstelling bijna niet te achterhalen is. 40 % van het aanbod wordt aldus reeds de nek omgedraaid. En als niet duurzaam bestempeld.
onverbiddelijkheid regeert
  • Wie activa in zijn portefeuille heeft, die op de zwarte lijst van Financité staat krijgt ook een 0 op 100. Deze zwarte lijst (zie p. 161 tot 170) bestaat uit een aantal regelgevingen, waarvan Financité eist dat deze scrupuleus gevolgd worden. Ook als slechts 0,1 % van de activa betrokken is. Dat dergelijke lijsten soms aangepast worden, dat beleggingen levende materie zijn en er dus wel bijna onvermijdelijk een (kleine) grijze zone kan ontstaan waarbinnen een fout insluipt of niet dadelijk rechtgezet wordt, lijkt van geen tel. 36 % van de duurzame fondsen (279 stuks) haalt hier hun 0 op 100. In beleggingsvolume is dit het grootste marktgedeelte (+ 34 miljard €).

76 % van de duurzame fondsen (toevallig in volume belegd kapitaal

ook 76 %) zijn niet zomaar gebuisd. Ze krijgen onverbiddelijk 0. Het kan bijna niet anders dat hierbij onterechte slachtoffers zitten. De benadering lijkt op die van een despoot die zonder mededogen de duim naar beneden draait in de arena.

De overblijvers.
Algemeen

Blijven 24 % van de fondsen (184 stuks) over. Die krijgen op basis van inhoudelijke criteria wel punten:

  1. 55 fondsen (7 % – +/- 1,8 miljard €) halen een score van 1tot 20 op 100.
  2. 89 fondsen (11 % – +/- 8,7 miljard €) halen een score van 21 tot 44 op 100
  3. 40 fondsen  (5 % – +/- 1,9 miljard €) halen een score van 45 tot 59 op 100

Het klasgemiddelde is daardoor 7,1 op 100 (gemeten op aantal fondsen) of 7,7 op 100 (gemeten naar kapitaal).

De marktleiders
  1. BNP Paribas -marktleider – zit onder dit gemiddelde met 5/100
  2. Candriam -2e naar volume- haalt 9/100
  3. KBC haalt als 3e in volume een gemiddelde score van 13/100
  4. NN Investments haalt als 4e in volume een gemiddelde score van 15/100

De fondsenhuizen met grote omzet hebben hun slechte cijfers vooral te danken aan het feit dat ze nog redelijk wat gestructureerde fondsen (zwarte dozen ipv. transparant) aanhouden of omdat er activa in hun portefeuille zitten die op 1 van de zwarte lijsten staan.

De kwalitatief betere fondsenhuizen
  1. Financière de l’échiquier met een gemiddelde van 44/100 voor zijn 6 verdeelde fondsen. Haar Positive Impact Fonds scoort 58/100
  2. RobecoSam met een gemiddelde van 32/100 voor 17 fondsen. Deze verdeelt ook het fonds dat het hoogst scoort op de lijst. 59/100 voor RobecoSam Global SDG Equities Fund. 1 ander fonds scoort 58/100 en 2 fondsen scoren 57/100
  3.  Kempen (Lux) sluit de top 3 met 25/100 voor 4 fondsen die ze in België aanbiedt.
De cijfers van enkele andere gekende fondsenhuizen
  1. Triodos: 10/100 voor haar 6 fondsen. Nochtans scoort haar Pioneer Impact Fund goed (58/100). Haar spaarrekeningen halen 82/100
  2. VDK: 0/100 voor haar 9 fondsen. Haar SpaarPlusrekening haalt 49/100
  3. AG Insurance: 0/100 voor haar 64 fondsen
  4. Argenta: 10/100 voor haar 8 fondsen
  5. Belfius: 0/100 voor haar 6 fondsen
  6. Crelan: 2/100 voor haar 20 fondsen
  7. Econopolis: 3/100 voor haar 3 fondsen
  8. Vlaams Zorgfonds: 0/100 voor haar unieke fonds
Ieder zijn eigen criteria?

Uiteraard is het moeilijk om zolang er geen sluitende definitie is waaraan een duurzaam fonds moet beantwoorden, een zinvolle ranking op te maken. Of om alle vragen rond de kwaliteit van duurzaam beleggen te beslechten. Ook met Ethisch Beleggen kennen we dit probleem

Van de 114 fondsen, die we met Ethisch Beleggen momenteel opvolgen, zijn er slechts 24 die met de benaderingswijze van Réseau Financité hoger dan 0 scoren.

Dit lage cijfer is mede te verklaren doordat ons aanbod ook uit een aantal fondsen bestaat, die wij vanuit het buitenland betrekken. En die dus gescreend werden door Réseau Financité. De 2 fondsen die bij Financité het hoogst scoren zitten wel in ons aanbod.

VERSCHILLEN MET ETHISCH BELEGGEN

In onze eigen objectiveringsscore hebben we ook 2 fondsen die 0 (bij ons op 10, maar 0/10 is ook 0/100 natuurlijk) scoren. Gelukkig zijn er ook 33 fondsen die 5/10 of meer halen.

Ons beste fonds scoort 8/10. Bij Financité krijgt dit echter slechts 31/100.

vragen bij de kwaliteit van duurzaam beleggen
Wie heeft gelijk?

Omgekeerd blijkt dat door onze eigen benadering het beste fonds volgens Réseau Financité (RobecoSam Global SDG Equities Fund) slechts 2,50/10 scoort. Dit heeft te maken met het feit dat dit fonds slechts eind 2017 opgestart is. We kunnen er dus momenteel geen zinvolle quotering mbt. consistent rendement aan toekennen. Het 2e beste fonds volgens Financité (Echiquier Positive Impact) haalt 7/10 bij ons.

Is ons systeem van meten beter?

Ieder systeem tot kwaliteitsmeting kan een andere richting opgaan. Alles hangt af van de gebruikte parameters. Maar belangrijk is alvast dat je de kwaliteitsmeting op een objectieve manier én consequent doet.

In de meting van Ethisch Beleggen houden we naast de extra-financiële kant van de belegging ook rekening met de financiële kant. Per slot van rekening verwacht een klant toch ook rendement op zijn belegging.

Het rendementsaspect wordt in de evaluatie van Réseau Financité niet meegenomen. Dit lijkt ons toch een beetje vreemd. Bij de  evaluatie of je een auto koopt hou je toch ook niet alleen rekening met het feit dat de wagen zo weinig mogelijk CO2 uitstoot tijdens productie en het gebruik? Of met het feit dat de werknemers bij de assemblage de maximale bescherming en een redelijk goed loon kregen?

Het interesseert u toch ook hoelang u waarborg op wisselstukken krijgt, hoeveel de wagen verbruikt en wat de restwaarde van het merk is. Kortom: of u op termijn een goede koop aan doet?

Dit alles neemt niet weg dat het zinvol is dat burgerorganisaties zich vragen stellen bij de kwaliteit van wat financiële instellingen hun verkopen als ‘duurzaam beleggen’. De verkopers zelf zullen wellicht zwaaien met hun label (als ze dit al hebben). En de criteria daar zijn zeker voor verdieping vatbaar. Al te vaak worden er nog producten aangeboden die beschouwd moeten worden als  ‘sustainable light‘.

Zo kent het Febelfin Towards Sustainability-label op vandaag 494 producten. Een veelvoud van wat Réseau Financité als duurzaam beschouwd. Laten we hopen dat de invoering van de Europese taxonomy for sustainable finance in de komende jaren (begin 2023?) de spreidstand tussen beide realiteiten helpt dichten.

Categorieën
home

Duurzaam beleggen in België 2019: de trend zet zich door

Recent zijn opnieuw 2 publicaties verschenen over duurzaam beleggen in België. Met Duurzaam sparen en beleggen in België (ondertitel Actualisatie tot 2019 en nieuwe trends en inzichten) heeft de Vlaamse Milieumaatschappij (Mira) een nieuw rapport uitgebracht.

duurzaam beleggen is een trendZe leunt hierbij ook op de kennis van Forum Ethibel en de Universiteit Antwerpen. Het betreft een mooi uitgegeven, van vele illustraties voorzien, werk van 76 pagina’s.

De studie wijst op dezelfde tendensen die ook in de 2e studie (zie vervolgartikel) aan bod komen. De concrete cijfergegevens lopen echter wel een beetje uiteen. Duurzaam beleggen is een trend. Eentje die straks niet gewoon verdwijnt.

Actualisatie

De vaststellingen eind 2019 zijn (onder meer):

  • opnieuw een erg sterke groei van bij duurzaam beleggen. Dit zowel in volume als in aantal producten. ICB’s staan in voor nagenoeg 70 % (69,8%) van het volume. Pensioenfondsen maken 20 % (19.7 %) uit. Daarna volgen levensverzekeringen (9 %) en gestructureerde producten (1,5 %). Fondsen met kapitaalbescherming zijn inmiddels volledig uit de markt verdwenen.  Er zou nu (2019) in de markt 48,6 miljard euro aan duurzaam belegd vermogen zitten.
  • een verdere (lichte) daling bij duurzaam sparen tot een volume van 2,4 miljard euro
  • de flinke groei (+ 46 %) is gedeeltelijk te wijten aan acties bij private bankiers. Deze zetten meer en meer op duurzaam beleggen in. Ze beheren nu bijna 28 miljard euro op die manier voor hun welstellende klanten.

Er wordt daarbij opgemerkt dat duurzaamheid nog altijd geen sluitend begrip is. De kans op greenwashing blijft bestaan. Verschillende strategieën blijven mogelijk, mits voldoende transparantie. Transparantie die men deels verwacht van duurzaamheidslabels.

Trends en inzichten

In het tweede gedeelte van de studie wordt onder meer ingegaan op:

duurzaamheidslabels
Helpen de wegwijzers ons om door de bomen het bos te zien?

Er lijkt de laatste jaren een wildgroei te ontstaan. Ieder land lijkt zijn eigen label op te starten. Het Belgische Towards Sustainability-label (gelanceerd in herfst 2019) wordt vergeleken met haar Oostenrijkse -, Luxemburgse -, Duitse – , Franse – en Scandinavische tegenhangers.

duurzaamheidsdata

Aangestipt wordt dat er een tendens is naar publieke toegankelijkheid. Vroeger diende er steeds stevig betaald te worden voor duurzamheidsdata. Iets wat alleen financiële instellingen en niet de particulieren zich konden veroorloven.

Nu zijn zowel Sustainalytics als MSCI ESG begonnen met een algemeen duurzaamheidsprofiel van grote internationale bedrijven openbaar te maken. Dit via een zoekmachine op hun website. Ook voor de duurzaamheid van (een beperkt aantal) beleggingsfondsen heeft MSCI ESG een tool vrijgegeven. (Morningstar, de moeder van Sustainalytics, was daar al vroeger mee begonnen.)

het profiel van de duurzame belegger

Deze werd in een masterstudie ingedeeld in 5 types. Over het 5e type (de filantroop: maatschappelijk rendement primeert boven financieel rendement) vinden we niets terug in de publicatie van Mira. Blijven over

  • de traditionele belegger, die voorbij gaat aan duurzaamheidsaspecten
  • de verantwoorde belegger, waar rendement primeert, maar liefst niet verworven via onethisch gedrag of schadelijke producten
  • de duurzame belegger, die zowel maatschappelijk – als financieel rendement nastreeft en zich richt op duurzaamheidsaspecten van de belegging
  • de  impactbelegger, die evenveel waarde hecht aan maatschappelijk – dan aan financieel rendement, maar in zijn belegging toch kiest voor maximale duurzame impact

Het merendeel van de ondervraagden (858, aldus niet representatief voor de bevolking) beschouwt zichzelf als verantwoorde belegger. Uit de studie bleek dat gender en opleidingsniveau een verschil maken bij beleggingskeuzes.

    • Vrouwen neigen meer dan mannen om te opteren voor het duurzaam  – of impactprofiel. Mannen scoren hoger dan vrouwen bij het traditioneel – of verantwoord profiel.
    • Universitairen verkiezen meer dan secundair- of hogeschool gediplomeerden voor duurzaam beleggen. Omgekeerde tendens bij verantwoord beleggen.
Europa en haar actieplan voor duurzame financiering

Om iedereen mee te krijgen zal ook de financiële sector een belangrijke rol moeten spelen. Ook om die reden is duurzaam beleggen een blijvende trend. In de brochure wordt dan ook stilgestaan bij het belang van

  • de groene taxonomie: een eenduidig classificatiesysteem dat bepaalt wat een ecologisch, duurzame economische activiteit is. Doel: tegengaan van greenwashing en bevorderen van transparantie bij beleggingen.
  • de Green Deal: Europa’s nieuwe groeistrategie om een moderne, grondstofefficiënte – en concurrerende economie te bereiken. Deze moet tegen 2050 klimaatneutraal zijn en de gezondheid en het welzijn van de burgers verbeteren.

Aparte items

De studie besteedt ook aandacht aan NewB, als nieuwe speler op de markt en aan de gebeurtenis van 2020: Corona.

NewB

De begin 2019 aangekondigde financiële wervingscampagne werd (op de valreep) nog een succes. De bank in oprichting ontving inmiddels haar erkenning.

Corona

Waar het bij NewB moeilijk is om al zeer concreet te zijn, krijgt Corona toch reeds uitgebreid plaats in de publicatie. Dit terwijl we van de (gevolgen van) het virus nog nog de staart niet gezien hebben. Wat hieronder samengevat wordt zijn dan ook inzichten na de doortocht van de eerste golf van de pandemie. De publicatie dateert immers van oktober 2020. Dat er een financiële put geslagen wordt is duidelijk, maar ook lijkt duidelijk dat de versnelde digitalisering, die corona op gang bracht velen uit hun spaarboekje en naar de beurs lokken.

Nieuwe en jonge beleggers manifesteren zich
gamification: plezant of gevaarlijk?

“Beleggen” lijkt een hype te worden, die nu ook niet-frequente beleggers en jongeren tot actie verleidt. Met blitse applicaties als Robinhood (VS) of Bux (Europa) is de drempel tot handelen alvast gevoelig verlaagd. De lage beleggingskostprijs en de aanlokkelijke presentaties leidden helaas ook tot impulsieve beslissingen. Gezien de algemene financiële ongeletterdheid van de bevolking kan dit tot rampen leiden.

Voortaan meer klemtoon op Social en Government bij ESG?
duurzaam beleggen is een trend
cijfers tot 30/03/2020 na eerste angstreactie mbt. corona

De duurzame fondsen lijken -tot heden- minder geraakt door het virus dan de niet-duurzame. Ook dit inzicht verstrekt het inzicht dat duurzaam beleggen een trend is.

En de hernieuwde aandacht voor gezondheidsproblemen kan er ook toe leiden dat de eenzijdige aandacht, die bij duurzaam beleggen nu vaak gaat naar ecologie wat gemilderd wordt. Dit ten voordele van hernieuwde aandacht voor sociale structuren en goed bestuur. Op die manier zou -dankzij Corona- duurzaam weer het volledige gamma van ESG kunnen gaan bespelen.

De publicatie sluit af met een begrippenlijst en afkortingen, die 5 pagina’s bevat.

Categorieën
home

2 recente correcties op deze site

2 recente correcties
Foei, fouten die anderhalf jaar op de site stonden te blinken.

Inzichten groeien. En soms klitten die samen tot een conclusie die later verkeerd blijkt te zien. Het kan gebeuren in relaties, in financiële beslissingen, …  .

Kemels schieten? Het gebeurt ook in publicaties. Zelfs op deze site.

Recent hebben we 2 pagina’s verwijderd, die al meer dan 1 jaar op deze blog te lezen waren. Waarom?

Ze waren fout. Wie ze geloofde (waaronder schrijver van de blog zelf) is slachtoffer van Fake News.

NN Life Patrimonial future fund is géén duurzaam pensioenfonds.

De verwarring in mijn hoofd is ontstaan omdat dit product ter vervanging kwam van het eveneens een tijdlang door NN Insurance Belgium verdeelde Star Fund. En dit is wél een duurzaam pensioenfonds. Er werd toen gesteld dat quasi dezelfde beleggingsstrategie gevolgd werd en dat het nieuwe fonds beheerd werd door dezelfde mensen als Star Fund.

We zijn nu anderhalf jaar na lancering en in géén enkel beleidsdocument rond NN Life Patrimonial future fund vinden we ook maar enige verwijzing terug naar duurzaamheid als selectiecriteria voor haar participaties. Dit terwijl er in het NN Life patrimonial-gamma wel enkele fondsen zijn waar dit expliciet gebeurt.

Conclusie: schrijver was op het verkeerde been gezet. De informatie die anderhalf jaar lang over dit fonds verscheen op deze site was niet correct.

Een duurzaam VAPZ is niet mogelijk.

In de lente van 2019 bekloeg komiek Bert Gabriëls zich erover dat hij als zelfstandige niet kon intekenen op een fossielvrij vrij aanvullend pensioen. Hij besloot om die reden af te zien van die fiscaal voordelige formule.

Na zijn klacht was ik bij NN Insurance Belgium in hun Scala-product gedoken en ik haalde daar enkele Tak 23-fondsen uit die -misschien niet 100 %, maar toch grotensdeels- fossielvrij waren. Ik schreef daar toen een pagina over die redelijk veel verspreid werd via sociale media.

NN Insurance Belgium heeft de naam “Scala …” toegekend aan haar producten 2e pijler (VAPZ, IPT en groepsverzekering,…). De fondsen die voor opbouw van dergelijke pensioenen kunnen gebruikt worden en ook de software om offertes VAPZ of IPT te maken vormt 1 geheel.

Ik had hierbij 1 vormvereiste van VAPZ over het hoofd gezien. De overheid houdt (tot heden) vast aan kapitaalsgarantie bij VAPZ. Dit betekent dat je je VAPZ niet uit beleggingsfondsen kan opbouwen. Je moet dus quasi 100 % in Tak 21-producten investeren. Je kan hoogstens beslissen om de winstdeelname (het extra dat mogelijk door verzekeraar uitgekeerd wordt bovenop de kapitaalsgarantie) in fondsen te beleggen.

Dat die winstdeelname in fondsen kan belegd worden verklaart waarom er in de Scala-producten (ook voor VAPZ) melding gemaakt wordt van beleggingsfondsen (Tak 23).

Conclusie: door alleen te zoeken binnen de fondsenlijst Scala naar fossielvrij beleggingen, ben ik voorbij gegaan aan de techniek achter VAPZ. Te enthousiast willen inspelen op een terechte vraag én gebrand om hierin een oplossing te voorzien, heb ik -ten onrechte- een basisvereiste van VAPZ miskent.

Wie zonder fouten is, mag beginnen stenen verzamelen.

Het is merkwaardig dat in de voorbije anderhalf jaar niemand (geen lezer, geen medewerker van NN Insurance Belgium, geen collega-makelaar, …) mij op de fouten attent gemaakt heeft.

Er kan hier onverschilligheid mee gemoeid zijn. Maar mogelijk waren de artikelen aan de oppervlakte zo geloofwaardig dat de foute info vlotjes passeerde zonder dat ze belletjes deed rinkelen. Ik begin te begrijpen hoe Fake News een plaats krijgt in ons leven.

2 recente correcties
Op de site van ethisch beleggen moet u kunnen rekenen als was ze ‘a mans best friend’.

Deze site wil een one-stop-shop zijn voor duurzaam beleggen. Om die reden is geloofwaardigheid belangrijk. 2 x een kemel schieten is dus wel een dingetje. Zelfs al gebeurde het niet moedwillig.

Er past hierbij dan ook maar 1 ding: deemoedig het hoofd buigen. En hopen dat in de toekomst bij die 2 recente correcties blijft.

 

Categorieën
home

De eigen portefeuille in oktober 2020.

Covid-19 drong zich deze maand weer op het voorplan. Gans Europa, Duitsland en enkele noordelijke landen uitgezonderd, kleurde donkerrood. Overal werden ingrijpende maatregelen getroffen. Dit om erger te voorkomen. Maar meestal loopt het virus harder dan de genomen maatregelen. Waardoor we een cascade krijgen van verstrengingen, die steeds meer in het (economisch -, maar ook culturele) leven ingrijpen. Ook verschuift de deadline waarop het virus mogelijk bedwongen wordt steeds verder voor ons uit.

eigen portefeuille in oktober 2020
Bidden voor Biden?

Verder beleven we de laatste dagen voor de presidentsverkiezingen in de VS. Een vreemde campagne, waarbij een zittend president Covid-19 aan den lijve ondervindt, maar de schadelijke gevolgen voor zijn bevolking (die niet het niveau van verzorging krijgt, waar hij zelf kon van genieten) blijft negeren. Het lijkt er nu op dat “Sleepy Joe Biden” het pleit zal winnen. Maar in 2016 zag het er van hier ook uit dat “Crooked Hillary” mocht feestvieren. Voorzichtig dus met steekproeven. En zelfs al loopt het zoals het er van hieruit naar uitziet, dan nog is het niet zeker dat “the greatest president ever” zich bij de feiten neerlegt en zijn verlies aanvaardt.

Dichter bij huis en op economisch vlak verre van onbelangrijk wacht ook nog de finale afhandeling van de Brexit.

Bedrieglijke rust? De laatste dagen van de maand suggereren alvast dat hier verandering in komt. Afwachten of zich dit doorzet.

Bij zoveel onzekerheid zijn er redenen genoeg om een volatiele beurs te verwachten. Maar toch is de VIX-index (de index van de (Amerikaanse) beleggersangst) ver verwijderd van haar hoogtepunt op 10/03/2020 (75,91). Ze staat nu (30/10 – 10u AM) rond  40. Midden de maand stond ze nog lager dan 30 Ook haar Europese versie VSTOXX lijkt niet onder de indruk. Nu rond 38 (30/10 – 10 u AM) Midden de maand stond ze op 25. Ook hier ver onder het hoogtepunt van 16/03/2020 (86). Maar toch kende ze in de laatste dagen van de maand een opmerkelijke stijging.

Bij onze portefeuille sloeg te angstmotor alvast ook een beetje aan. Ze zakte op YTD-basis naar -2,45 %.

Afwachten of er na de presidentsverkiezingen nog een eindejaarsrally start om de negatieve cijfers alsnog om te buigen.

Categorieën
home

Integrale: op zoek naar kapitaal in een wespennest

Integrale voor cruciale dagen
Nieuwe Bermudadriehoek waarin geld verdwijnt?

De Integrale is een Belgische verzekeraar, die onder verhoogd toezicht van de Nationale Bank van België (NBB) staat. De solvabiliteit van de verzekeraar zou onvoldoende zijn. De zoektocht naar een investeerder, die de put vult, verloopt moeilijk. Het worden cruciale dagen tot 27/10.

Integrale: kampioen in consumentengunst

Goedkoop is niet altijd Beste Koop

Trouwe lezers van Test-Aankoop/ Budget & Recht zijn vertrouwd met de Integrale. Al jaren worden sommige van haar producten (vb. 786-rekening) aangeprezen als Beste Koop. Enkele jaren terug verkoos Test-Aankoop de Integrale als verzekeraar van haar Tak 23-product Integrale Perspective- Test Aankoop.

Ook klanten van Ethias zijn vertrouwd met de Integrale. Nadat Ethias door de overheid gered werd van omvallen nav. de financiële crisis, mocht hun toenmalig succesproduct First niet langer verkocht worden. Ethias verloor erkenning om zelf levensverzekeringen te ontwikkelen. En nam daarna Integrale onder de arm om zich als distributiekanaal van haar producten te profileren. CertiFlex-8 (Tak 21), CertiFlex Pensioen (pensioensparen) en CertiFlex Fiscaal (Lange termijnsparen) -allen Integraleproducten- blinken prominent op de homepage van Ethias.

Slopend succes

Het leek een winnende combinatie. Maar uiteindelijk is het dit niet. De combinatie van lage kosten én hoog gegarandeerd rendement lokt veel gegadigden naar de Integrale-stal. In tijden van opgedreven compliancevereisten én ultralage –zelfs negatieve– rentes is elke nieuwe klant er echter 1 die verlies genereert. En de financiële reserves helpt leegzuigen. Zo werd vroeger in december 2017 al een kapitaalsverhoging doorgevoerd. € 165,6 miljoen ingebracht door Nethys nv. Later op 7 mei 2018 sprong Apicil Prévoyance in voor bijkomend € 15 miljoen.

In 2020 is de vereiste dekkingsratio van de groep onder de 100% gezakt. Dit betekent in mensentaal dat er niet voldoende geld in kas is om alle aangegane financiële verplichtingen ten opzichte van de klanten te kunnen nakomen. De NBB droeg de verzekeraar dan ook op om uiterlijk tegen 30/09/2020 een herstelplan voor te leggen. Een plan waaruit zou blijken dat de solvabiliteit hersteld was.

Integrale voor cruciale dagen
Nethys: de spin in de Luikse financiële wereld

Wat bij de NBB op tafel kwam, werd als onvoldoende bestempeld. De hoofdaandeelhouder Nethys weigerde in te staan voor herkapitalisatie en wou daarentegen zijn aandelen verkopen. 2 kopers waren geïnteresseerd. De NBB verlengde haar termijn. De Integrale heeft nu tot 27 oktober om een oplossing te vinden.

Rumor has it

Ondertussen lekte 1 en ander uit in de pers. En de geruchtenmolen kwam op gang. Is de Integrale op weg naar liquidatie?

In alle geval roert het personeel zich (vreest ontslag) en ook sommige nauw verbonden instellingen nemen standpunten in. Zo probeert Test-Aankoop te sussen. Zelfs als het faliekant zou aflopen, kan wie een Tak 21 product heeft rekenen op tussenkomst van garantiefonds (tot € 100.000) en in Tak 23 zullen beleggers het merendeel van hun waarde kunnen recupereren, … . Veiligheidshalve raadt ze wel aan om voorlopig geen stortingen meer te doen.

Ook Ethias wijst op de gestegen faillissementskans bij de instelling.

Alle wegen leiden naar Luik.

De hoofdaandeelhouder van Integrale Nethys (een belang van 71 %) is al een tijdje niet onbesproken.

Integrale voor cruciale dagen
Pensioenfonds belegt in bakstenen

Iets wat ook van een andere historische partner (Ogeo Fund) kan gezegd worden. Apache beweert in een artikel van 3/07/2017 zelfs dat de PS dit pensioenfonds als een partijbank gebruikt.

Toevallig eergisteren startte de zitting voor de Correctionele Rechtbank waarin Apache zich moet verdedigen omdat het de privacy van een Antwerpse projectontwikkelaar zou geschonden hebben. Ontwikkelaar bij de Antwerpse vastgoedonderneming Land Invest Group. Dit bedrijf kampte met een forse schuldenlast, ten gevolge van leningen hen verstrekt door Ogeo Fund. Ondertussen heeft Ogeo Fund (het 5e grootste pensioenfonds in België) de helft van Land Invest Group in bezit (bron Wikipedia).

In de Franstalige pers werd gesignaleerd dat de clanoorlog binnen de PS afstraalt op de situatie van de Integrale.

Wordt de geredde nu voor een deeltje de redder?

Ook wordt de vraag opgeworpen of Ethias er niet als een soort Deus ex Machina bij de ontmanteling van de Integrale zal in slagen de terreinen waarin ze haar erkenning verloor terug te veroveren.

Dit is momenteel speculatie.

Voorzichtige vingerwijzingen

  1. Na het First-debacle is er nu opnieuw een groep die zich profileerde op lage kosten en niet-marktconforme hoge opbrengsten waarbij mogelijk het garantiefonds zal moeten tussenkomen. De factuur ontstaan uit de combinatie van hebzucht van de klant én marktverstoring van een leverancier dreigt terug mede door derden betaald te moeten worden. Derden die wel voldoende voorzichtig waren en geen onrealistische vooruitzichten projecteerden. En hierdoor mogelijk zelfs markaandeel verloren.
  2. De situatie bij de Integrale mag een verwittiging zijn voor de nieuwe regering. Deze heeft zich voorgenomen om de kosten verbonden aan 2e en 3e pensioenpijler onder de loep te nemen. Uiteraard moet dit kunnen. Maar hierboven is bewezen dat er minstens ook gevaren zijn aan een race to the bottom.
  3. En dan is er ook een type consument wiens oren nog eens mogen gewassen worden om zijn blind nastreven van winstmaximalisatie. Als iets te mooi is om waar te zijn, is het dat ook. Ook al duurt het soms even vooraleer het kaartenhuisje in elkaar valt.

 

Categorieën
home

Beleggingen screenen op duurzaamheid is straks ook een taak van financiële adviseurs.

De Europese Green Deal is niet weggeblazen door de Corona-vloedgolf. Ook de Brexit-saga doet de uitrol ervan amper pijn. Deze Green Deal wil onder meer de Europese neuzen in de dezelfde richting krijgen. Een richting waarbij ook meer aandacht is voor duurzame financiering. Want geld moet er zijn. Veel geld. Om de omslag naar een CO2-neutraal continent tegen 2050 te realiseren. Om de klimaatopwarming en -verandering tegen te gaan. Daarvoor is het alle hens aan dek in de komende jaren. Ook beleggingen moeten we voortaan screenen op duurzaamheid.

Beleggingen voortaan screenen op duurzaamheid
Wat te realiseren is tussen nu en 2050

Voor beleggers is de uitgewerkte taxonomie van groot belang. Door dergelijk geharmoniseerd classificatiesysteem wordt duidelijk welke bedrijven met recht en reden ‘groen‘ genoemd kunnen worden. Bedrijven en organisaties, die er de kantjes van aflopen, maar toch graag groene pluimen in hun gat steken, zullen dit veel minder kunnen. Hiermee wordt alvast in de toekomst (een groot stuk van) greenwashing verhinderd. Deze taxonomie wordt richtinggevend voor banken, verzekeraars en vermogensbeheerders. Dit gezien ze er bij hun beleggingsbeleid en fondsenpromotie rekening moeten mee houden. En zo komt ze ook uiteindelijk ook bij de belegger terecht.

De aanpassing van de regelgeving, heeft ook zijn weerslag op de vereisten opgelegd aan financiële adviseurs. Hun kennis moet bijgespijkerd. Hun fiduciaire verplichtingen nemen toe.

Toenemende kennisvereisten.

Om een goed advies te geven, moet je je materie kennen. Dat is evident. Als Europa bepaalt dat we ons met zijn allen meer moeten richten op duurzame financiering, dan moet je weten wat hieronder begrepen wordt. Duurzaamheid, meestal verklankt in het letterwoord ESG, moet van zijn warrigheid ontdaan worden. Wanneer is iets (voldoende) duurzaam? De Europese taxonomie heeft de regels hiervan vastgelegd. Nu is het zaak om de werking van bedrijven en organisaties te fileren. Dan pas weten we in welke mate ze aan die taxonomie beantwoorden.

Voor de komende 2 jaar ligt de focus alvast op het milieubeleid (aanvankelijk klimaatgerelateerd, maar later ook waterbeleid, …). Maar de taxonomie zal in de loop van de komende jaren een steeds uitgebreider spectrum overspannen. Daarom zal ook de kennis van de adviseur geregeld moeten uitgebreid worden. Zo zal een bedrijf dat in 2021 als duurzaam gezien wordt, dit mogelijk in 2025 niet meer zijn. In de 4 jaar tussen beide evaluaties zal mogelijk blijken dat haar personeelsbeleid niet redelijk is. Of dat het bedrijf zich aan belastingontwijking bezondigt,… . Beide elementen steken nu nog niet in de taxonomie.

Bijkomende informatieverstrekking

Tegen 10 maart 2021 moet op de websites van adviseurs informatie te vinden zijn over

  • hoe adviseurs duurzaamheidsrisico’s in hun beleggingsadviezen verwerken (art.3 1.) en
  • in welke mate zij rekening houden met de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren (art. 5 5. a). Beslissen ze om hier geen rekening mee te houden, dan moeten ze toch publiceren wanneer ze van plan zijn deze handschoen wel op te nemen (art. 5 5. b).
Beleggingen voortaan screenen op duurzaamheid
Van woorden naar daden. Europa wil kortetermijndenken overstijgen met Green Deal

Denk hierbij bijv. aan van vormen van Short-termism als ‘het negeren van de risico’s op klimaatverandering’ of ‘(het negeren) van verstrengde wetgeving om de gevolgen ervan tegen te gaan’.

Let wel: de wetgeving beoogt niet alleen 4e pijlerbeleggingen. Blijkens de definities in art. 2 van de regelgeving valt ook “een pensioenproduct” onder die regelgeving (art2. 12) d). Lees dus: ook 2e en 3e pensioenpijler.

Fiduciaire verplichtingen.

MiFID II verplicht nu al adviseurs tot een geschiktheidsoordeel over de belegging, die ze hun klant aanbieden. De belegging moet passend zijn rekening houdend met diens beleggingsdoelstellingen, diens tijdsperspectief en zijn individuele situatie. Vanaf 2021 moet ook gepolst worden naar de ESG-voorkeuren van de klant. Zo moet er bij de precontractuele informatieverschaffing (art. 6 2.a) en b))

  • informatie verstrekt worden over de wijze waarop duurzaamheidsrisico’s in het advies geïntegreerd is.
  •  moet er een beoordeling van de waarschijnlijke effecten van duurzaamheidsrisico’s op het rendement van het aangeboden product gegeven worden (*).

Wat betreft dit laatste zal wellicht een tijdlang clementie mogelijk zijn. We vermoeden dit omdat transparantie rond de ongunstige effecten op de duurzaamheid op productniveau slechts tegen 30/12/2022 moet vastgelegd worden (art. 7. 1.). En voor zover we weten zijn ook de beoogde benchmarken nog niet of onvoldoende beschikbaar (**). Ook al legt de regelgeving het vandaag op, je kan pas de juiste informatie geven eens ze bij derden waarvan je afhankelijk bent beschikbaar is.

Van “het klimaat laat me koud” tot “voor mij is het een hot topic”.

In de precontractuele bevraging kan een klant nog steeds zeggen dat duurzaamheid en ecologie hem geen zak kan schelen. Maar geconfronteerd met  specifieke vragen, zal hij wellicht meestal toch een zekere gevoeligheid aan de dag leggen. Alvast meer dan vroeger toen het item niet op de agenda stond.

  • De meerderheid zal wellicht eerder een negatieve benadering hebben Bijv. :ik vind het niet tof dat mijn geld bewapening, kernenergie, tabakskweek, … zou financieren.
  • Er is echter ook een positieve instelling mogelijk. Mensen die juist willen dat hun geld een zekere impact heeft. Bijv. ik wil in schone energie, elektrische voertuigen, proper water, … investeren.

Adviseurs die stelselmatig klanten indelen bij de niet-geïnteresseerden (een gemakkelijkheidsoplossing om toch maar niet inhoudelijk dieper op de duurzaamheidproblematiek te moeten ingaan), zullen bij controle door hun overheden (in België NBB & FSMA ) op termijn door de mand vallen.

What about  Going West or Going East?

Europa is niet het centrum van de wereld, maar wil met de Green Deal wel voorloper zijn in de transitie. gehoopt (en verwacht) wordt dat de rest van de wereld volgt.

Europa heeft een strategie klaar en wil met deze strategie trendsettend worden. Maar dergelijke ambitie vergt een lange adem. En ondertussen zijn er natuurlijk ook veel redenen om als belegger niet alleen naar Europa te kijken.

Een goede beleggingsstrategie is er immers 1 waar een ruime spreiding voorzien is:

  • Het oude continent bleef alvast op vlak van rendement in de voorbije 10 jaar achter op de VS.
  • Wie een langetermijnperspectief heeft, kan ook niet buiten aandacht voor Emerging Markets. (Niet voor niets heeft Trump een economische oorlog gestart met China).
Zullen financiële groepen en -adviseurs hun exposure op Europa verminderen om “al die bijkomende rimram” te ontwijken?

Zullen ze in de komende jaren meer niet-Europese fondsen in de etalage zetten?

Volgens de doelstelling van de taxonomie heeft dit geen zin. Niet-Europese bedrijven en instellingen moeten ook door de kam van de taxonomie passeren. Het is waarschijnlijk dat in de weging van dergelijke bedrijven veel meer onbekenden zullen opduiken. Waardoor hun  duurzaamheid lager zal ingeschat worden.

Zullen buiten-Europese groepen (BlackRock, Fidelity, Goldman Sachs, J.P. Morgan, Morgan Stanley…) niet zwaaien met een kostenvoordeel omdat zij niet gehouden zijn tot naleven van de taxonomie?

Neen. Want ook niet-Europese vermogensbeheerders die hun producten in Europa willen aanbieden zullen onderworpen zijn aan de taxonomie. Dus ook vreemde aanbieders moeten hun hier aangeboden beleggingen screenen op duurzaamheid.

Er kan verwacht worden dat sommige van deze beheerders wellicht even hun aanbod terugtrekken. Omdat ze wellicht minder gefocust zijn op conformiteit met Europese regelgeving. We zagen dit ook begin 2018 bij de invoering van de regels rond PRIIPS en IDD.

Actieve fondsen versus ETF

Ook de trend van passief beleggen kan door de regelgeving beïnvloed worden. Actieve fondsen moeten hun informatie steeds up to date houden ter informatie – en bescherming van de beleggers. Passieve fondsen zijn in essentie een afspiegeling van (specifiek gevolgde) indexen/beurzen. En toegegeven daar gebeuren ook toevoegingen of verwijderingen. Maar toch in veel mindere mate dan bij actieve fondsen, waar frequenter aan- en verkocht wordt.

Een boek kopiëren is alvast minder duur dan er 1 schrijven. Actieve fondsen vormen de trend, ETF’s hangen er hun wagonnetje aan.

1 van de succesfactoren van passieve fondsen is de lagere kostenstructuur. Er valt te vrezen dat het verschil tussen kosten bij actieve fondsen en passieve fondsen (ETF) nu opnieuw verder oploopt.

De kans bestaat dus dat het invoeren van de taxonomie juist leidt tot verhoogde belangstelling in passieve fondsen.

En ETF zijn volgers, maar zeker geen voortrekkers in het bevorderen van duurzaam beleggen. De wetgeving zal dus waarschijnlijk een onverhoopt negatief neveneffect hebben.

Schaalvergroting of verschraling bij financiële adviseurs?

Na de invoering van de MiFID2-maatregelen kloegen vele bankagenten en verzekeringsmakelaars over hun toegenomen administratieve taken en verantwoordelijkheden. Bankagenten en verzekeringsmakelaars, die uiteraard een groot gedeelte van hun tijd ook bezig zijn met niet-beleggingen (sparen, auto-, brand-, familiale verzekeringen, hypotheken, opvolging van schadedossiers, … ) voelen een spanning tussen wat ze aankunnen en wat de klant en zeker ook de overheid van hen verwacht. Een spanning die op hun productiviteit weegt.

Europa maakt een uitzondering.

Dit is de Europese commissie blijkbaar niet ontgaan. Zij ontziet adviseurs met een bescheiden portefeuille bij de extra’s die er vanaf 2021 bijkomen. Art. 17 1. geeft immers vrijstelling aan verzekeringstussenpersonen en beleggingsondernemingen die minder dan 3 werknemers hebben. Echter via art. 17. 2 houden de lidstaten een slag achter de hand. Hiermee kan ze deze alsnog tot toepassing verplichten.

Deze tweedeling is goedbedoeld, maar creëert toch een ongelijk SLA-niveau. Voor 1 keer in het voordeel van de kleine tussenpersoon.

Echter, zeker voor hen was het geen evidente klus om voortaan bijkomend

  • duurzaamheidsparameters te moeten opvolgen en
  • hierrond een visie te ontwikkelen,
  • en die daarna in begrijpbare taal aan een klant/prospect over te brengen.

Het viel dan ook te vrezen dat een aantal bemiddelaars er de brui zouden aan geven. En in de toekomst gingen verzaken aan advies en verkoop van beleggingen. De uitzonderingsmaatregelen ondervangt dit alvast. Maar ook hier is er een neveneffect. Een deel(tje) van de bevolking -zij die zich op kleinschalige financiële vertrouwenspersonen beroept- wordt niet actief aangesproken om bij te dragen aan de financiering van de transitie.

Precontractueel informatiemoment.

Voor de rest van de adviseurs maakt het de precontractuele periode nog belangrijker. Daar vindt de informatieverstrekking en het geschiktheidsonderzoek plaats. Een fase die –de praktijk is wat ze is– de consument zelf vaak ook liever skipt of ingekort ziet. Voor een extra luik “Beleggingen screenen op duurzaamheid” was hij -uitzonderingen niet te na gesproken- geen vragende partij.


(*) Gisteren wist het Noorse National Wealth Fund (’s werelds grootse onafhankelijk staatsfonds) nog te melden dat hun desinvesteringen op basis van klimaatverandering het rendement op hun aandelenportefeuille met 0,21 procentpunt op jaarbasis verhoogde. Desinvesteringen uit bedrijven die een loopje nemen met mensenrechten droeg bij aan een stijging van 0,06% procentpunt op jaarbasis.

(**) Men wil dat in de toekomst ook vermogensbeheerders, banken en verzekeraars over dergelijke data beschikken voor hun beleggingsproducten. Hiervoor worden benchmarken ontwikkeld. Dit om vergelijkingen mogelijk te maken. Ook de financiële serviceverleners bereiden dit momenteel voor. Zie bijv. bij MSCI .

Categorieën
home

De eigen portefeuille in september 2020

Is de technologierally nu echt over haar top of is deze in de fase van ‘réculer pour mieux sauter‘? We weten het niet. Feit is dat na de felle opmars sinds het uitbreken van de Coronacrisis, in september plots de handrem leek aangetrokken voor de FANGMAN.

Begin van sectorrotatie?

FANGMAN en FinCEN
Technologietoppers

Fangman is een nieuw letterwoord dat het vroegere begrip FANG vervangt: F(acebook) A(Amazon) N(etflix) G(oogle). De originele bedrijven blijven aanwezig, maar zijn nu uitgebreid met M(icrosoft), A(pple) en N(vidia). Volgens de dagelijkse beurswekker van BinckBank, verloren deze bedrijven sinds begin van de maand al $ 1.400 miljard aan beurswaarde. Zowat 10 keer de totale beurswaarde van ABInbev, het grootst genoteerde bedrijf in onze BEL20.

In vrij veel duurzame beleggingsfondsen zijn 1 of meerdere van deze bedrijven vertegenwoordigd. Er kon derhalve gevreesd worden dat de remonte, van de voorbije maanden, waardoor onze portefeuille weer -nipt- in het groen noteerde, ook gestopt zou zijn.

En inderdaad de eigen portefeuille dook terug lichtjes onder haar 0-lijn in vergelijking met 01/01/2020. Ze noteert nu met een verlies van -0,32 %.

De portefeuille laat een grote spreidstand zien. 17 lijnen noteren met winst (YTD), waarvan de koploper dit jaar reeds + 20,24 % liet optekenen. Daartegenover staan 7 lijnen op verlies. De hekkensluiter tekent voor een verlies van -11,55 %.

Ter vergelijking, de YTD-resultaten van:

  1. Bel 20: -19.18%
  2. Euro Stoxx 50 : – 14,26 %
  3. MSCI AC World: -0,02 %

Kleine wasjes, grote wasjes, … doe ze in je wasmachien

Dit zijn de kampioenen in witwassen

Waar FANGMAN pluimen liet, was FinCEN wel bij de pinken. Door hun doortastendheid kwam deze maand het zoveelste witwasschandaal waar banken bij betrokken waren naar boven: de FinCEN files.

Getrouw kregen de 4 Belgische grootbanken door onze pers de wind van voren, wegens hun betrokkenheid hierbij. En ja, ze waren er bij betrokken. Hoewel ze toch eerder kleine vissen zijn als we de buitenlandse pers kunnen geloven.

Het relatief gewicht van KBC, BNP Paribas, Belfius en ING in dit schandaal mag  niet doen vergeten dat “geld witwassen géén bancaire dienst is, maar een misdaad” (citaat FairFin). Via gebruik van witwasprocedures worden er immers voor miljarden € & $ (maar ook stevig wat roebels) aan belastingen ontdoken. Geld dat anders in de gemeenschap gevloeid was en waarmee noden konden gelenigd worden, schulden afgebouwd konden worden, de algemene belastingdruk kon zakken, … .

FANGMAN en FINCEN
logo v/h Financial Crimes Enforcement Network

Het is frappant dat de documenten weer afkomstig zijn uit de Amerikaanse overheidsadministratie. De belastingdienst is er blijkbaar toch beter georganiseerd dan wat we op basis van onze oppervlakkige opvatting over ‘the land of the free and the home of the brave‘ zouden verwachten.

Er valt voor Europa alvast te hopen dat een verdere eenmaking de controle op de financiële verrichtingen efficiënter maakt. En dat het de interne landen dwingt om zich solidair op te stellen en te stoppen met zich te promoten als geschikt voor belastingtoerisme.

Zo zie je maar, zelfs zonder het over de nakende presidentsverkiezingen te hebben, domineert de VS weer deze berichtgeving. En dit met nieuwe begrippen als FANGMAN en FinCEN.

 

Categorieën
home

Eigen waarden en normen eerst! Nu ook bij beleggers?

Kurt Weill (1900 – 1950), zette de theatertekst op muziek. Zijn werken werden in 1933 verboden. De Nazi’s beschouwden zijn composities als ‘entartet‘.

In zijn nog steeds lezenswaardig theaterwerk ‘Die Dreigoschenoper (De driestuiversopera)’ uit 1928 heeft Bertolt Brecht de oude Latijnse spreuk ‘Primum vivere deinde philiosophari’ heropgevist.

Ze werd verduitst tot “Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral”.  De uitspraak vertolkt het algemeen aanvoelen  dat er eerst voldoende basisveiligheid moet zijn, vooraleer mensen overwogen morele keuzes maken.

Schroders’ Global Investor Study 2020

Zou die opvatting anno 2020 achterhaald zijn? Zo lijkt het toch als we de resultaten van een nieuw Schroders onderzoek ‘Are investors more motivated bij morals or money?’ zien. In dit onderzoek liet Schroders 23.450 mensen uit 32 verschillende locaties bevragen door Raconteur.

Het resultaat van dit onderzoek suggereert dat de meerderheid van de investeerders bij het beleggen géén compromis meer wil maken met hun persoonlijke overtuigingen. Zelfs als dit vasthouden minder rendement zou opleveren. Met andere woorden: eigen waarden en normen eerst!

Bij beleggen spelen uiteraard erg veel verschillende invloeden een rol. Maar bij het besteden van hun geld lijkt het dat het persoonlijke waarden- en normensysteem voor de meeste mensen een dwingende richtlijn blijft. Iets waar niet mee gesjacherd wordt. Zelfs niet als het alternatief meer rendement oplevert.

Een generatiekloofje.

De vaststelling geldt voor alle generaties, hoewel er lichte verschillen zijn.

  • in de leeftijd tussen 18 en 37 jaar houdt 75 % aan zijn principes vast. Slechts 1 op de 4  beleggers wil mits voldoende compensatie in rendement zijn persoonlijke waarden opgeven.
  • wie tussen de 38 en 50 jaar oud is (de zogenaamde Generatie X) wijkt hier slecht 1 % in af (76% versus 24 %)
  • wie ouder is dan 51 jaar vindt zijn persoonlijke overtuigingen nog belangrijker (82 % versus 18 %)

De reden van het verschil wordt niet medegedeeld in wat Schroders publiceerde. Zijn de opvattingen van de ouderen iets verder uitgekristalliseerd in vergelijking bij die van de jongeren generatie? En wordt er daarom nog meer waarde aan gehecht? Zijn de jongeren onzekerder over hun toekomst en willen ze daarvoor in sommige gevallen liever boter bij de vis? Primeert om die reden rendement ipv. getrouwheid aan de morele opvattingen?

Geen handels-, maar een waardenconflict?

Bij een regionale uitsplitsing valt op dat China er uitspringt aan positieve kant : 90 % van de beleggers wil niet investeren tegen hun persoonlijke opvattingen in. Slechts 10 % verloochent zijn principes voor een (fors) hoger opbrengst.

De VS (samen met Singapore) hangt aan de andere kant van het spectrum. Daar houdt slechts 67 % vast aan zijn persoonlijke overtuigingen. 1op de 3 beleggers is bereid om die te verloochenen voor een extra bord linzen.

Speelt hier het hyperindividualisme en het gebrek aan uitgebouwd vangnet in sociale zekerheid én gezondheidszorg de VS-beleggers parten? En is het sociale zekerheidsstelsel (inclusief pensioenopbouw) in China dan zoveel beter ontwikkeld? Of is de bevolking er globaal gezien optimistischer over hun toekomst?

De Belgen zijn Prinzipenreiters.

eigen waarden en normen eerst
Merk ook de hoge plaats van Rusland in de lijst op. Hoger dan Duitsland, Nederland, Frankrijk, UK, …

Het mag verwonderlijk lijken, maar landen waarvan men soms denkt dat de bevolking er de kantjes van afloopt en rekbare principes heeft doen het in dit onderzoek erg goed. In Italië en Portugal is 82 % van de ondervraagden beginselvast. België volgt samen met Zweden en Denemarken op  de 4e plaats. Hier zwicht gemiddeld 81 % van de ondervraagden niet voor een hoger rendement.

Dubbel of niets.

Wie bereid is om een compromis te sluiten, is dit slechts op voorwaarde dat de belegging die niet strookt met hun overtuigingen minstens 21 % meer opbrengt.

Die 21 % is zowat het dubbele van het gemiddelde jaarlijks rendement dat beleggers voor de komende 5 jaar verwachten. In een eerder artikel (4/08/2020) had Schroders uitgezocht dat die verwachtingen ergens tussen  5,96 % (Japan) en 15,38 % (VS) ligt. Voor België was dit cijfer 9,69 %. Gemiddeld lag dit op 10,9 %.

Beleggen in waarden.

De resultaten van het onderzoek sterken Schroders in de overtuiging dat mensen meer en meer – ook in hun financiële keuzes- rekening houden met de eigen waarden en normen. Dat rendement niet langer de allesbepalende focus bij beleggen is.

Duurzaam beleggen is voor meer en meer mensen dan ook het spoor dat ze willen volgen. Ze vinden dit o.m. aantrekkelijk omdat

  • dit een betere weerslag heeft op het milieu (47 %)
  • ze verwachten dat dit waarschijnlijk meer rendement zal genereren (42 %)
  • het strookt met hun maatschappelijke opvattingen (32 %).

Bertolt Brecht tot de orde geroepen?

Bertolt Brecht (1898-1956) ontlede het kapitalisme in tijden van economische crisis

Laten we niet vergeten dat de resultaten van het Schroders onderzoek goed gekaderd moeten worden.

Onder invloed van de pandemie?

Enerzijds is het onderzoek gebeurd tijdens de eerste Covid-19 golf. Zou het kunnen dat in een periode waar een maatschappij in lockdown gaat, toekomstperspectieven plots onzeker worden (heb ik morgen nog wel een job?, in wat voor een wereld laten wij onze kinderen achter?), … – kortom mensen bruusk uit hun comfortzone gehaald worden- de gedrevenheid op winstmaximalisatie (tijdelijk?) onder druk komt? En dat andere waarden (gezondheid, aandacht voor mens en milieu, … ) net aan gewicht winnen?

Beleggingsklimaat in de voorbije 10 jaar.

Anderzijds was de doelgroep van de bevraging, beleggers wie in het komend jaar minstens € 10.000 te besteden had en die in de afgelopen 10 jaar wijzigingen in hun investeringen aangebracht hadden.

Wie € 10.000 kan investeren behoort zich wellicht minder zorgen te maken over het dagelijks overleven dan iemand die in armoede leeft. Voor die persoon is het gemakkelijker om zijn perspectief wat breder te houden.

Als je daar bovenop in de voorbije 10 jaar je investeringen gewijzigd heb, heb je ook moeten afvragen waar je perspectief zag. Het was een periode met ultralage rentes, banken die over de kop gegaan waren, goede huisvaderaandelen die hun beloftes niet waarmaakten, … . Wellicht dat je dan minder in de verkooppraatjes van je bankdirecteur bent gaan geloven en mogelijk andere paden bent beginnen verkennen. En het was tevens een periode waarin ook het klimaatcrisis uitvoerig aan bod kwam (klimaatakkoorden van Parijs, Greta Thunberg, …). Het besef dat ‘geld’ niet waardenvrij is, is zeker in die periode verder gegroeid.

Dit alles relativeert de bevindingen toch ietwat. Laten we Bertolt Brecht dus nog maar niet afserveren.

 

 

Categorieën
home

K-herstel of K-pot?

De vraag van € 1 miljoen is waar de koersen van aandelen en de rente naartoe gaan. Niemand die het weet natuurlijk. De economische ontwikkeling gaat niet in een rechte lijn. Uit de COVID-19-pandemie zien we een versplinterd beeld. Een beeld dat nog het best omschreven werd door het begrip K-herstel. De scherpe val van de aandelen, die de uitbraak van Corona hier veroorzaakte, is kort daarop gevolgd door een herstel. Alleen zette dit herstel zich slechts door in een beperkt segment van de markt. Er is dus ook veel K-pot.

K-pop

Niet allemaal glammer en glitter in de K-popwereld.

Wie op bedrijven als Amazon, Nvidia, Microsoft, Apple, Zoom, Alibaba … mikte kan zijn winst niet op. Ze stegen tot astronomische hoogtes omdat iedereen thuiswerken, thuislevering, verdere digitalisering, … in versneld tempo zag ontwikkelen. Op enkele maanden lijkt gerealiseerd wat er anders ook zat aan te komen, maar dat toch nog jaren zou duren voor het een feit werd.

Ook bedrijven actief in de gezondheidszorg scoorden goed. Uiteraard een stevige omzet aan zieken en een urgente zoektocht naar een virus lagen hier aan de oorsprong.

K-pot

Maar er was ook een spiegelbeeld aan bovenstaande positieve ontwikkeling. Voor ganse sectoren lag het leven en de omzet plots stil en is het onduidelijk wanneer de herneming er zit aan te komen. De horeca- en hotelinfrastructuur kampen met leegstand, de evenementensector ligt op apegapen. De bankensector kan moeilijk inschatten hoeveel van haar kredieten door gebrek aan inkomsten bij de kredietnemer nog te redden zijn of op kantelen staan. Daardoor is er nog te veel onzekerheid over de al dan niet herneming van de pandemie in de komende weken/maanden.

Kiezen is verliezen?

De 2 benen van de K bewegen zich in tegenovergestelde richting. De ene in overdrive. De andere in underdrive. Personen werkzaam in de ene sector, kunnen zich moeilijk in de situatie van de andere sector inleven. Beleggers die de juiste accenten legden, konden hun geluk niet op. Voor wie een goed gespreide portefeuille had, was het al een succes als het rendement na de grote vakantie boven 0 uitkwam.

Even leek het er op (begin september) dat er een kentering kwam. Aandelen die het goed deden, leken over hun hoogtepunt heen. Alsof met vertraging toch het besef doordringt dat bomen niet tot aan de hemel groeien. Dat als de grote helft van de werknemers géén – tot een slecht – perspectief heeft, er uiteindelijk toch een rem op de consumptie en investeringen komt. De vinger op de knip omdat de toekomst somber oogt.

Inmiddels lijkt dit slechts een adempauze geweest te zijn. Toch houden veel beleggers rekening met het feit dat die All Time High niet eindeloos kan doorzetten.

  • Sommigen verwachten turbulentie en schuilen met een groot gedeelte van hun geld in cash (om in te tekenen bij verwachtte terugval).
  • Anderen neigen er naar om van groeiaandelen naar waarde-aandelen over te stappen.
  • Nog anderen denken aan een geografische switch naar Emerging Markets en/of Europa.

De versplintering in opstelling konden we zeer duidelijk lezen in een artikel van 16/09/2020 bij IEX Profs: Wat zeggen de beleggingshuizen?

Niet op 1 lijn.

K-herstel of K-pot?
De weg kwijt naar de toekomst?

Dit alles doet wat denken aan de animatiefilmpjes La Linea van Osvaldo Cavandoli.

Een knorrig, maar duidelijk mannelijk, figuurtje loopt op een lijn. Tot de tekenaar plots de vlakke lijn aanpast. Het gaat naar omhoog, naar omlaag, in hobbels of in trapvorm. Soms gaapt er uit het niets een gat waar het figuurtje dreigt in te tuimelen. Op andere momenten ligt er een steen op de weg, staat er een muur in de weg of wordt het hoofdfiguur met een andere obstakel geconfronteerd.

De tekenaar lijkt de dilemma’s en onzekerheden in een mensenleven, maar ook de onvoorspelbaarheid van de evolutie van de economie en de richting van de financiële markten perfect uitgepuurd weer te geven.

Voor wie de richting wel duidelijk is.

K-herstel of K-pot?
100 miljoen mensen (9x totale bevolking van België) opnieuw in de extreme armoede gedrukt door de coronacrisis

Een niet toegelichte grafiek in het artikel van IEX Profs is de bovenstaande, afkomstig van M&G Investments.  Alle milleniumdoelen nog aan toe. De goede richting welke de (extreme) armoedebestrijding uitging zou met 22 jaar teruggeslagen zijn. Daar zijn niet echt woorden voor. Of toch: schaamte.

Omdat aandacht hiervoor in de meeste beleidsplannen ontbreekt. En als het er al instaat, is het nooit een prioriteit. Presidentsverkiezingen, handelsoorlogen, Vivaldi-coalities, voetbalcompetities én de strijd tussen Roglic en Podagar leveren meer clicks op.

In een periode van polarisatie tussen de 1 – en de andere 99 %, turen we meestal naar de overkant en minder naar de eigen onderkant. Zelfs duurzame beleggingsfondsen focussen zelden op verhelpen aan SDG 1.