De roof van Europa – versie 2019- (opgepast: verkiezingsdrukwerk)

Binnen enkele dagen zijn er opnieuw verkiezingen voor het Europees Parlement. Verkiezingen voor de postjes, het parkeren van uitgerangeerde politici of voor een politiek programma? We deden een steekproef op thema’s die voor onze werking relevant zijn én tevens deel uitmaakten van recente werkzaamheden van Europees Parlement/Europese Commissie:

  • De voorbeeldfunctie van Europa als het op naleven en promoten van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) aankomt. Hierover werd per 30/01/2019 door de Europese Commissie een discussietekst gepubliceerd met als titel Naar een duurzaam Europa in 2030.
  • Het Actieplan duurzame financiering, door de Europese Commissie bekendgemaakt per 08/03/2018 en nog verder uit te werken in de komende maanden zodat duurzaam beleggen duidelijker omschreven wordt en een pak meer financiële middelen ingezet worden om de doelstellingen van klimaatconferentie van Parijs en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN te kunnen bereiken.   

Onze vragen zijn: Wat zijn de standpunten van de diverse politieke fracties hierover? Engageren zij zich om verder aan de kar te duwen of willen ze eerder afremmen?

Europa: geen populair item.

Europa: een zwarte doos en ver van mijn bed.

Europa lijkt een ver van mijn bed-show. En de afstand tussen de burger en Europa is meestal erg groot (Europa of  in ander landen vaak ‘Brussel’ heeft nu eenmaal geen populair imago. In extremis gaat het van anti-Europese sentimenten tot uitstappen (of alvast proberen dit te doen)).

Toch is de impact van Europa erg groot. Zonder de druk (en het geld) van Europa waren onze rivieren wellicht nog steeds open riolen of was er 2 decennia geleden geen financiële sanering gebeurt in ons land (met oog op toetreden tot de €).

Om de afstand tussen Europa en de burger te helpen overbruggen wordt er ook flink wat geld gespendeerd aan voorlichting. Zo werd vorig jaar de website Wat Europa voor mij doet gelanceerd.

Europese verkiezingsprogramma’s of Europese personencultus?

De meeste Vlaamse partijprogramma’s besteden erg weinig aandacht aan de Europese verkiezingen:

In geen enkel programma vinden we -behoudens vergissing tijdens opzoeken- een verwijzing naar het Actieplan duurzame financiering, noch naar Naar een duurzaam Europa in 2030 . Ofwel vinden de partijen die Europese initiatieven niet belangrijk. Ofwel stroomt waar hun afgevaardigden in Brussel of Straatsburg mee bezig zijn onvoldoende tot in de (marketing)geledingen van de partijen door. Wel vinden we op de meeste websites grote foto’s van de meest vooruitgeschoven kandidaten.

De Europese fracties in ons vergrootglas.

Omdat we in de Vlaamse afdelingen geen verwijzingen vinden, keken we even hogerop. Voor PVDA vonden we geen Europese wapenbroeders terug, gezien zij momenteel niet vertegenwoordigd zijn in het Europees parlement.

Voor de andere partijen zochten wij op de website van hun fractie met het Google-vergrootglas naar bijdragen in verband met volgende trefwoorden “taxonomy” (de in het Actieplan voorgestelde begripsomschrijving van wat nu al dan niet een duurzaam financieel product is – vertaalt in het Nederlands als ‘taxonomie), “sustainable investing” (duurzaam beleggen) en “sustainable development goals –SDG ” (duurzame ontwikkelingsdoelen).

Het leek ons dat partijen die de vinger aan de pols houden én bezig zijn met de materies die recent aan bod gekomen zijn binnen Europa hierrond op zijn minst hadden moeten publiceren/communiceren.

  • Voor CD&V komen we dan bij de EVP . Op hun homepage levert taxonomy 0 matches op, sustainable investing levert 20 matches op. Meestal gaat het over oudere teksten. En teksten die niets met duurzaam beleggen te maken hebben. Dus een te ruim gekozen indexering op hun site. Ook in hun manifest 2019 vind je zo goed als niets concreet. Op ‘sustainable development goals’ vindt je 16 resultaten. Helaas allen ouder dan het rapport van de Europese commissie zelf.
  • Voor Open-VLD gingen we bij ALDE te rade. Taxonomy levert er eveneens 0 matches op, sustainable investing levert er 1 op (daterend van 2017). 6 hits voor duurzame ontwikkelingsdoelen, 1 ervan dateert van na de publicatie door de Europese Commissie en gaat over transport en energienetwerken. We vinden alleen het woord ‘goal’ in de tekst. Dus ook hier vrezen we het slachtoffer te zijn van een slecht afgestelde zoekfunctie.
  • Voor N-VA stranden we op EFA. Taxonomy levert geen match op, sustainable investing loopt ook dood. Bij SDG komen we op 1 hit, waarbij de transitie weg van fossiele brandstoffen ondersteunt wordt, men zich uitspreekt tegen “fracking” en voor uitfasering van nucleaire energie. Het Vlaamse ecorealisme waarin kernenergie sterk gepromoot werd lijkt hier niet aan de orde. Een over het hoofd-geziene opportuniteit voor de studaxen van SPA-a op zoek naar een item om N-VA klem te rijden 😉 .
  • Vlaams Belang breng ons tot de ENV, maar hun website(volgens Wikipedia) www.enfgroup-ep.eu is niet te consulteren.  Op hun menleuropa.eu-pagina is geen zoekfunctie te vinden. Bij gebrek aan toegankelijkheid kunnen we dus niets zeggen over hun aanhankelijkheid aan duurzaam investeren of bevorderen van duurzame ontwikkelingsdoelen. Op basis van hun euroscepsis én ideologie kunnen we vermoeden dat ze niet inspelen op de thema’s van onze steekproef.
  • SP-A vindt onderdak bij S&D. De zoekfunctie vinden we niet op hun homepagina, maar na wat trail and error vinden we iets recents over duurzaam investeren en ook over SDG’s .
  • Groen gaat op in The Greens / European Free Alliance. Daar levert taxonomy 4 relevante matches op, sustainable investing levert ook recente hits op.  SDG daarentegen levert erg veel linken op, maar ook hier lijkt dit vooral veroorzaakt door slecht afgestelde zoekfunctie.

Al bij al is het ontmoedigend dat we als burger wel voor Europa mogen (moeten) stemmen, maar dat de politieke partijen over het algemeen erg weinig in hun programma zetten wat ze in Europa willen verwezenlijken. Ook spreken ze zich niet echt uit over richtingen die men wil ondersteunen/tegenwerken. Ronkende principes en – teksten worden op hoog niveau opgesteld. Maar wie ondersteunt ze, hoe ze verder vorm krijgen, … het is als burger bijna niet te achterhalen.

De jonge Europa door Zeus, die voor de gelegenheid de gedaante van een stier aannam, geroofd en later ook van haar eer beroofd.

Een allegorie.

Het doet vrezen dat dit belangrijke politiek niveau niet echt ernstig genomen wordt. Of juist toch als we de klemtonen op ernstig én op genomen leggen (© Schild&Vriend-meme).

Uit de Griekse mythologie weten we dat de jonge Europa door oppergod Zeus ontvoerd werd. Die gedroeg zich als de eerste de beste Harvey Weinstein en kwam daar min of meer probleemloos mee weg.

Het lijkt er toch een beetje op dat het oude Europa even argeloos met zijn burgers omgaat. Ondanks het vele manna dat uit Europa op haar vertegenwoordigers neerdaalt, is de communicatie over wat er gebeurt en wie duwt of afremt blijkbaar beter een goed bewaard geheim dan een transparant gegeven.

Bovenstaande is natuurlijk slechts een steekproef, maar het is zeker niet onmogelijk dat we tot dezelfde conclusies zouden komen als we andere topics zouden onderzoeken.

PS: Finance Watch maakte een doorgedreven analyse. Welke partijen engageren zich voor een verdere financiële hervorming?  U vindt hun bevindingen in Engels, Frans of Duits. Bovenstaande tekst kwam los van Finance Watch tot stand.

 

 

 

 

 

De BUM of de Belgische Uitgeversmaatschappij (opgepast: verkiezingsdrukwerk)

Lang geleden, voor het digitale tijdperk was De Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM) een begrip in  ons land. Als vehikel dat de kranten van De Standaard- groep uitgaf vervelde ze eerst tot Corelio. Even later werd samen met Concentra het Mediahuis opgestart. In het licht van de nakende parlementsverkiezing lijkt het wel of de verzamelde politici zich verenigd hebben in een nieuwe uitgeversmaatschappij: de BUM of Belgische Uitgeversmaatschappij.

Nu is het voor politici uit de voorbije 50 jaar niet ongewoon dat ze geld uitgeven. Het is eerder een traditie. Maar geld uitgeven dat er niet is, is natuurlijk niet echt vooruitziend bezig zijn. Vraag het maar aan ganse bevolkingsgroepen die (soms ook gewoon door pech veroorzaakt) op schuldbemiddeling en budgetbeheer aangewezen zijn. Hun ontwaken eens de kraan dichtgaat is pijnlijk. Een lange periode van ultrazuinig leven, zich veel ontzeggen en geleidelijke schuldafbouw (-als ze geluk hebben- soms ook schuldkwijtschelding) is hun deel. Als ze er al bovenop geraken.

De spreuk “belofte maakt schuld” wordt momenteel in de buurt van de Wetstraat wel erg letterlijk genomen. Belastingsverminderingen, verhoging van pensioenen, verlaging van BTW, verlaging van pensioenleeftijd, …. elke politieke kleur heeft wel een item waarmee ze het geld terug aan de kiezer willen geven.

Rode cijfers…

Natuurlijk, koopkracht is een belangrijk item. Sociale afbraak, belastingsverhoging,…. tasten deze aan. Gevolg is gebrek aan vertrouwen, staken van consumptie, stilvallen/vertragen van het economisch leven. Maar koopkracht injecteren door geld dat er niet is uit te geven? Tja, dat lijkt toch geen goed idee. Alsof moeder op het einde van de maand en met niets in de portemonnee de kinderen naar de snoepwinkel om lekkers zou sturen. Toch niet bepaald gedrag dat het probleem aftopt en de kinderen bewust maakt van het precaire van de situatie.

Schuldafbouw: 1 van de mooiste cadeaus die we de komende generaties -nou ja- “verschuldigd” zijn.

Nu zijn we als land niet het land met de hoogste schuld. Een land als de VS heeft een groter gat in de hand. Daar heeft iedere inwoner in feite een schuld van $ 82.400 (*) aan zijn nek hangen ($ 141.750 per werkende inwoner). Maar als land kan de VS gezien zijn omvang, zijn economisch belang en dynamische economie wellicht iets vlotter de grote jan uithangen, dan het bescheiden België, waar een verouderende bevolking en een stramme arbeidsmarkt slechts een kleine vuist kan maken op wereldvlak. Met een schuld die iedere seconde + € 500 oploopt en momenteel op € 42.620 per inwoner staat (€ 85.250 per werkende inwoner) is de Belgische Staatsschuldmeter toch een flink tikkende tijdbom. Eén die elk moment kan afgaan. En dan leven we vandaag nog in een tijd van ultralage rente.

De Staatsschuldmeter van diverse andere landen laat zien dat we ons niet in een benijdenswaardige positie bevinden. Spanje doet het maar lichtjes beter dan ons land (schuld van $ 40.100/inwoner – $ 69.000/werkende inwoner), Engeland zit in dezelfde schuif ( schuld van £ 35.000/inwoner – £ 60.200/werkende inwoner) en zelfs Frankrijk  lijkt een betere leerling in vergelijking met ons land (schuld van € 37.800/inwoner – € 75.588/gezin). In al die landen blijft de teller momenteel ook ongenadig oplopen. Met andere woorden de schuld blijft er groeien.

Op vlak van schuld verwijderen België en Nederland zich momenteel van elkaar met een middelpuntvliedende kracht van € 850 / seconde.

Toch zijn er landen die het tij aan het keren zijn. Landen waar de staatsschuld geleidelijk aan het krimpen is. Oostenrijk is in die situatie (schuld van € 30.200/inwoner – € 60.400/werkende inwoner). Dichter bij huis ook Nederland (schuld van € 24.200/inwoner – € 48.400/werkende inwoner) en Duitsland (schuld van € 23.900/ inwoner – € 47.900/werkende inwoner).

… en begerige ogen 

Als politici bang zijn om ons met de waarheid te confronteren omdat ze hun kiezers als verwende, misleide kinderen niet tegen de haren in durven strijken om gespaard te blijven van gejengel van hun kroost, is dit vluchtgedrag dat opvoedend contraproductief is. Je zou je moeten afvragen waar het equivalent van Kind en Gezin is. Een orgaan dat controlerend, sturend en desnoods sanctionerend ingrijpt op de situatie.

Voor Mij! Voor Mij! Voor Mij! Voor Mij!

Als burger (kind in de vergelijking) zouden we zelf ook het verstand moeten hebben om verder te kijken dan onze neus lang is. Het kortzichtig, collectief egoïsme waar we ons met zijn allen aan bezondigen legt meer dan 1 hypotheek op de frêle schouders van de jongste generaties. Betalen voor de zorg van een vergrijzende bevolking, investeren om klimaatopwarming tegen te gaan, updaten van verouderde infrastructuur,….. begin er maar aan als je eerst eens diep in de put van staatschuld en opeenvolgende begrotingen hebt moeten kijken.  Je zou er voor minder de brui aan geven en je in een blokkerende bore-outwegens je er geen doen aan zien– verschansen.

Of je nu links – of rechts draagt, met een draagvlakbeleid begeven we ons verder op een hellend vlak.

11.11.11 maakte met regisseur Michaël R. Roskam een kortfilm over ons klimaat, ons geweten en onze toekomst. Dit om de politici te op hun verantwoordelijkheid te wijzen op vlak van te nemen klimaatmaatregelen en internationale solidariteit. Terecht.

Alleen vrees ik dat het verhaal van Een Verkeerde Toekomst nog veel te veel van een “wij én zij” (“de goeden versus de slechten“) – opdeling getuigt. We zullen allemaal onze eigen verantwoordelijkheid moeten opnemen, afkicken van onze routine en ons onnadenkend verwend gedrag moeten bijsturen.

Daarom: NEEN aan belastingsverlaging! JA aan rekeningrijden én verhoogde pensioenleeftijd!

Niet omdat we masochisten zijn, maar omdat inspelen op korte termijndenken én alleen doen waar zogenaamd een draagvlak voor is een doodlopende weg is. Wat de Grieken enkele jaren geleden overkwam, is niet onmogelijk elders. Schuldafbouw zal toch ooit prominenter op de agenda moeten komen, willen we met zijn allen gewapend zijn voor een volgende crisis. De Griekse kalenden (vaak verbasterd tot “kalender”) blijven gebruiken is een gevaarlijk spel.

Er was eens een zoon van een beroemde vader die orakelde: “Elke politicus weet wat je moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken. Er is alleen geen enkele politicus die weet hoe hij nadien nog verkozen kan raken” . Welnu, ik verwacht van onze beleidsmakers niet minder dan dat ze doen wat ze moeten doen.

L’enfer c’est nous. Pas les autres.

En ik verwacht van mezelf en mijn medeburgers de moed om de feiten onder ogen te zien én niet alles op hun beloop te laten of op anderen af te schuiven. De eerder reeds geciteerde politicus had hier ook een oneliner over: “De beste stuurlui staan aan wal, maar ze gaan nergens naartoe”.

Eat that! galspuwende Facebooker, opgewonden Twitteraar of verongelijkte HNL-lezer als je de komende dagen je licht laat schijnen op de plannen van je eigen voorkeur en de voorstellen van je politieke tegenstander met de grond gelijk maakt.

Voilà, dit moest me even van het hart. Stuur het pek en de veren nu maar mijn richting uit.

————————————————————————————————————————————————————————————————-

(*): cijfers zijn een momentopname en slechts benaderend.

 

 

 

Amerikaans geld koopt Europese extra-financiële informatiebronnen

 

recent onderzoek door SustainAbility laat zien dat niet alle instanties dezelfde geloofwaardigheid hebben. Maar toch is de jacht op de raters open.

Europa heeft (of moeten we gezien de recente gebeurtenissen schrijven: had?) flink wat expertise opgebouwd in evalueren van extra-financiële informatie over bedrijven. Inzetten op ESG is pas zinvol zo er betrouwbare informatiebronnen zijn, welke evalueren of bedrijven duurzaam zijn en of beleggingsfondsen die er in beleggen ernstig zijn. Passen ze uitsluitingsregels (niet investeren in tabak, fossiele brandstoffen, ….) toe of gaan ze voor bedrijven die “best in class” zijn op hun terrein? Als we het aan de bedrijven of de fondsen zelf overlaten om daar standpunten over te publiceren, dan zal de marketingafdeling het vlug overnemen en dreigen we volop in greenwash te verzeilen.

Door de jaren heen zijn er aan deze kant van de oceaan tal van organisaties opgestaan, welke de houding én de praktijk van bedrijven en beleggingsfondsen tegen het licht hielden. Zo kon een belegger zekerder zijn dat hij geen kat in een zak kocht bij het duurzaam investeren.

Koken kost geld.

Maar investeren in onderzoek naar extra-financiële informatie, is een kostelijke bedrijvigheid. In tegenstelling tot financiële informatie, die meestal relatief mooi (zij het soms verdoezeld) opgelijst is in de jaarverslagen van bedrijven, vergt het vergaren van informatie over het ESG-beleid van bedrijven het verkennen van diverse bronnen, die vaak erg verspreid en niet altijd vlot toegankelijk zijn.

Naast overheidsinkomsten (als publiek relevant onderzoekscentrum), zijn banken, verzekeraars en andere institutionele beleggers de bronnen waar dergelijke instellingen hun geld moeten bijeenzoeken. En uiteraard -in een tijd waarin op de kleintjes gelet wordt- is het niet evident om zijn informatie aan voldoende hoge prijs te kunnen verhandelen. Te meer omdat de diepgang, die vereist werd steeds opgedreven werd. Niet alleen door druk gezien er stelselmatig betere kennis bij beleggers aanwezig was en (financiële) activisten ook hun gewicht in de schaal wierpen. Maar ook door de groei van het aantal raters zelf, die elkaar de koek onderling betwisten.

En dan begint het schoentje wel eens te wringen. We zagen dan ook zowel schaalvergroting ontstaan (vb. fusie Vigeo met Eiris in 2015) als overname (en integratie) van de informatieverstrekkers door belangrijke groepen uit de financiële wereld.

Bovenstaand schema vonden we bij Novethic, die in april van dit jaar een artikel gewijd hebben aan het opkopen van Europese raters door Amerikaanse instellingen. In het artikel wordt misschien een beetje goedkoop gesteld dat Amerikanen op vinkenslag liggen om nuttige bedrijven te kopen op momenten dat de markt rijp begint te raken. Dit zou nu voor ESG het geval zijn. Het is een opmerking die we ook regelmatig horen wanneer multi-nationals kleine start-ups oppikken om ze in hun werking te integreren (of uit de markt te weren).

Het schema duidt wel aan dat er een concentratiebeweging aan de gang is.

  1. ISS ESG  sloeg zowel in 2015, 2017 en in 2018 haar slag. Hoewel haar functie op het Novethicschema gereduceerd wordt tot raadgevers mbt. stemrecht, is de werking van ISS ESG toch veel uitgebreider. Ze wil investeerders helpen om verantwoord te beleggen door middel van screening, analyse en rating. Fondsenhuizen spelen daar natuurlijk op in. Zo verwees Candriam nog recent dat 2 van haar fondsen in de Europese Top 10 mbt. klimaatprestaties stond.
  2. De financiële informatieverstrekker Morningstar kocht in 2017 Sustainalytics. En heeft sindsdien in haar informatieverstrekking diverse ESG-gerelateerde ingrepen uitgevoerd (Morningstar Sustainability Rating – hoewel gepubliceerd in 2016 wordt mee door de Sustainalytics-info gevoed, de Carbon Risk Score en de exposure aan fossiele brandstoffen werd aan de financiële info toegevoegd per 2018).
  3.  S&P Global kocht het Engelse Trucost in 2016. Trucost berekent de verborgen kosten van niet-duurzaam gebruik van natuurlijke bronnen door bedrijven. Naast kredietratings is S&P Global onder meer ook gekend van haar indexen: de S&P 500 zal wel de bekendste zijn, maar ze beheert ook onder meer maar liefst 56 diverse ESG indexen.
  4. Moody’s tot slot, kocht in april 2019 Vigeo Eiris. Moody’s is eveneens gekend als een kredietratingspecialist en moet gezien worden als de grootste concurrent van S&P. Maar ook haar werking is in de loop van de jaren uitgedeind. Met het verwerven van Vigeo Eiris versterkt ze nu ook een andere adviespoot, die voor investeerders van belang is. Niet alleen kredietwaardigheid kan een risicofactor voor een belegger zijn. Meer en meer is niet-duurzaamheid dit ook aan het worden (denk aan stranded assets in fossiele brandstoffen, of scherpe waardedalingen van bedrijfswaarde als fraude (cfr. dieselgate/belastingsontduiking) ontdekt wordt).

Zullen de menus smakelijk blijven?

Dat grote instellingen met een goed gevulde portefeuille het best geplaatst zijn om zich bijkomend te versterken en dit hier blijkbaar doen als het gaat over verwerven van specifieke ESG-expertise, kan tot diverse bemerkingen leiden:

  • negatief kan je stellen dat ingebed raken in een grote financiële groep het risico inhoudt dat minder onafhankelijk dan vroeger kan gewerkt worden. Rendabiliteit en vermarktbaarheid van informatie kunnen gaan primeren op inhoudelijke relevantie van de informatie.
  • eveneens negatief is de vaststelling dat de wet van de sterkste de grote invloed van de VS op de financiële wereld nu nog zal versterken in een domein waar dit tot voor kort nog niet het geval was. Als ook de ESG-wereld door een Amerikaanse bril zal bekeken worden, zullen mogelijk bepaalde landen, sectoren of bedrijven minder goed opgevolgd worden.
    • Een (achterhaald, want daterend uit 2010) voorbeeld om dit duidelijk te maken: De top 10 van milieuvriendelijke landen bestond onder meer uit: Costa Rica, Cuba en Colombia. Van Cuba is geweten dat de relatie met de VS er al sinds meer dan 50 jaar onder spanning staat. Colombia wordt door VS o.m. gezien als een bakermat van drugshandel. Deze opvattingen kunnen wel eens zo dominant zijn dat positieve kanten aan die landen verbonden gewoon niet meer opgemerkt worden.
  • positief daarentegen is de vaststelling dat belangrijke pionnen in de financiële verslaggeving ESG blijkbaar zo belangrijk vinden dat ze mee in de cockpit willen gaan zitten om visievorming én kennis hierrond te beheren én te verspreiden. Dit wijst er op de ESG en duurzaam beleggen  als significant én blijvend voor de komende jaren gezien wordt. Anders zou men daar zijn geld niet in steken.
  • eveneens positief is dat de opgebouwde kennis door Europese instellingen bij gebrek aan geld niet verloren gaat, maar de kans krijgt om zich verder te ontwikkelen.

Het lijkt dus een beetje op een nieuw Marshallplan. Met ditmaal niet de communisten als te neutraliseren vijand, maar hopelijk de milieuvernietigende – (E), mens onderdrukkende – (S) en egoïstische verrijkingscultuur (G).

De eigen portefeuille in april 2019

 

door verkoop van fracties van rekeneenheden was de portefeuille toe aan wat finetuning.

We beginnen dit verslag met een opmerking over de traagheid van verzekeraars. Per 12/04/2019 kregen we van NELL het overzicht van onze eigen belegging per 01/01/2019. Omdat deze verzekeraar zijn kosten afrekent door gedeeltes van rekeneenheden (gewicht van de participatie in  een beleggingsfonds) te verkopen, hebben we pas nu een correct zicht op wat het exacte startkapitaal in onze portefeuille was per 01/01/2019. Het lag iets lager dan eerder gepubliceerd. Het verdwijnen van enkele fracties van rekeneenheden, heeft ook een beperkte invloed (- 0,13 %) op de rendementen in de voorbije maanden. We hebben onze portefeuilleweergave hierrond aangepast.  Omdat niet iedere verzekeraar op die manier haar kosten verwerkt, slaat de aanpassing alleen op het portefeuillegedeelte dat bij NELL belegd is.

Verschroeiend uithalen na verraderlijke stilstand is een kunst. Na de val van 2018 zit onze portefeuille in sprintmodus.

De vermelde traagheid staat in schril contrast wat op de wielerpiste gebeurd. Deze maand werd het werelduurrecord scherper gesteld door een Lotto-Soudal-renner, die zich minitieus en consequent voorbereidde. Maar eveneens kenden we het overlijden van pistelegende Patrick Sercu. Sercu was niet alleen 1van de meesters van de surplace , maar was ook een meestersprinter.

Het doorbreken van de stilstand op de Europese beurzen  was 1 van de wensen waarmee het jaar begon. En in de eerste 3 maanden ervan kenden alvast een vliegende start. Ook in april is dit verschroeiend tempo aangehouden. De financiële wereld bracht hiermee uiteraard geen hulde aan gevallen wielergoden. Dat de bezorgdheid om de Brexit (ten onrechte) uit de aandacht verdween zal wel geholpen hebben.

De eigen portefeuille steeg door en klokt in vergelijking met de startwaarde per 01/01/2019 ( YTD) af op + 17,29 %. Ze overschreed daarmee de waarde van € 50.000.

Hopelijk gaan we er straks niet mee uit de bocht. En worden we gespaard van een platte tube of een haperend versnellingsapparaat.

Uw geld lekt weg uit uw spaarboekje en uw zichtrekening.

Belgen hebben de naam van noeste spaarders te zijn. Maar erg veel ervan zijn financieel ongeletterd. 1 op 20 zou zelf compleet financieel analfabeet zijn. De combinatie van sparen zonder kennis zorgt er voor dat de financiële middelen van heel wat mensen niet optimaal benut worden. Eind september 2018 stond er +/- 256 miljard € op spaarrekeningen en +/- 80 miljard € op zichtrekeningen. Vaak wordt gesteld dat geld dat zich op spaarrekeningen bevindt op zijn minst in veilige handen zit. Handen die ook geen kosten aanrekenen. Omdat de rente op spaarrekeningen erg laag is (bij de meeste banken 0,11 %) zijn er meer en meer mensen die zelfs de moeite niet meer nemen om hun geld van zichtrekening naar spaarrekening over te zetten. Daar brengt het absoluut niets meer op. Maar blijkbaar genereert dit voor velen een veiliger gevoel dan zelf actief iets met zijn geld te doen.

Wat zijn de alternatieven?

Wat je met je geld kan doen, is vaak onvoldoende bekend.

  1. Voor het spaargedrag van onze ouders had Einstein gelijk, maar welke quote zou hij bij de huidige rentes (na inflatie) lanceren?

    Er was een tijd waarop men zonder veel risico zijn geld voor een langere termijn aan een bank kon toevertrouwen. Het geld werd dan op een termijnrekening of op een kasbon geplaatst. Het vergaarde daar een betere opbrengst, zonder dat er (instap)kosten moesten betaald worden. De belasting op de intrest (de roerende voorheffing) bleef een minder leuke aderlating, maar werd geslikt. De bruto-vergoeding was immers voldoende hoog, zodat er netto nog genoeg overbleef én de veiligheid van het product was quasi onbesproken. Maar die tijd is voorbij. De forse daling van de langetermijnrentes ging hand in hand met een forse verhoging van de roerende voorheffing .

  2. Investeren in de baksteen in de maag dan maar? Veelvuldig hebben zij die toch iets anders met hun geld wilden doen, geopteerd om dit in vastgoed te beleggen. Een tweede woning om te verhuren, leek een zekerheid: een extra regelmatig inkomen (de huur) gecombineerd met een gestage stijging van de waarde van de panden trok velen over de brug. Dat verhuren ook zorgen met zich meebrengt is iets waar velen pas na de feiten achter gekomen zijn. Tot heden is in België de automatische stijging van de waarde van het vastgoed niet grondig in vraag gesteld. Vastgoedcrisissen zoals in het buitenland (Spanje, Ierland,…) hebben we hier de laatste decennia  nog niet gezien.
  3. Investeren in beleggingsfondsen (hetzij in obligaties, hetzij in aandelen, hetzij in combinatie van de beide) is iets wat al veel minder gebeurd. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door de angst voor het onbekende (pas op, de waarde van die beleggingen is niet gegarandeerd!) en anderzijds is een Belg blijkbaar allergisch aan kosten. Een hoge instapkost of nog erger een hoge instapkost én een intekentaks is een drempel die moeilijk te overschrijden valt.
    1. We zijn bereid om +/- 9 € voor een filmticket te betalen voor een beleving die ons eerst nog een verplaatsing met de wagen én parkeerticket kost en waarbij tijdens onze aanwezigheid een pak reclame over ons hoofd geprojecteerd moet worden in de -soms ijdele- hoop dat de film voldoende spannend/romantisch/grappig/… gevonden wordt.  En waarvan de beleving meestal na 2 uur voorbij is Maar 3 % instapkost voor een belegging die we misschien 5 à 10 jaar kunnen aanhouden, dat vinden we te veel.
    2. We zijn bereid om € 100 te betalen in een sterrenrestaurant voor een maaltijd waar we nog extra moeten betalen voor de dranken die we daarbij nuttigen voor een beleving van 2 uur, waarbij we vaak ook nog een verplaatsing met de wagen moeten voorzien. En waarvan we de restanten enkele uren later via ons toilet doorspoelen. Maar o wee, die instapkosten voor een belegging. Dat kan toch echt niet. Het lijkt een beetje de bevestiging van de marshmallow-test: instant bevrediging gaat boven lange termijnvoordeel.
  4. Investeren in individuele aandelen, bedrijven, start-ups,…. staat bij velen ook niet op de radar. Soms verkiest men echter deze strategie boven die van de fondsen. Vaak is dit omdat men een affiniteit met bedrijf  of de bedrijfssector heeft, maar geregeld ook omdat men getriggerd is door de mogelijkheden, de potentie, zonder de risico’s voldoende in ogenschouw te nemen.

Grosso modo zijn hierboven de alternatieven voor de spaarrekening opgesomd. Wie vroeger in termijnrekening of kasbon investeerde, wordt soms nog wel eens verleid om het vastgoedverhaal te onderschrijven. Maar de aantrekkingskracht van beleggingsfondsen of individuele investeringen is meestal een pak minder. In veel van die gevallen verdedigt men zich met de ‘veiligheid’ van de spaarrekening. Soms in de hoop op betere tijden in de toekomst, vaak uit vrees dat de andere mogelijkheden te risicovol zijn.

Collectieve verarming.

Nochtans moeten we nu al meer dan een decennium spreken van financiële repressie: het verarmen van de spaarder.  Einstein omschreef het effect van rente op rente als het achtste wereldwonder.  Een vaste gegarandeerde rente die jaar na jaar kapitaliseert levert na verloop van tijd een spectaculair kapitaal op.

tabeltje uit deze publicatie

Tenminste als de rente substantieel is. Iets wat pakweg 20 jaar geleden bij onze ouders het geval was. Een kasbon aan een rente van 7 % was namelijk bijna in nominale waarde verdubbeld (+ 97 %) als die na 10 jaar op vervaldag kwam.

Zo Einstein vandaag de dag zou terugkeren en de huidige rentevoeten onder ogen kreeg, hij zou wellicht minder euforisch geweest zijn. De samengestelde rente stelt nog erg weinig voor. Integendeel ze wordt meer dan opgegeten door de inflatie.

Als hij vergelijkingspunten zocht, zou hij vandaag de dag de inflatie wellicht de 11e plaag van Egypte genoemd hebben:  een sluimerend virus dat op lange termijn rampzalig is.

quasi ongemerkt verlies je dag na dag aan koopkracht.

Wie vandaag zijn geld op een spaarrekening zet aan 0,11 % (en in de veronderstelling dat de rente gelijk blijft) heeft na 10 jaar een bedrag van € 10.110,55 op zijn rekening staan. Echter, met een inflatie, die vandaag (cijfers HICP maart 2019)  1,98 % bedraagt (en in de veronderstelling dat de inflatie gelijk blijft -ter info: de doelstelling van de ECB is inflatie onder, maar dicht bij 2 %) heeft dit bedrag na 10 jaar nog slechts een koopkrachtwaarde van € 8.284,52. Met andere woorden met je gespaarde geld zal je uiteindelijk 17,15 % minder kunnen doen dan vandaag.

Deze realiteit geldt voor wie niet durft te springen en zich jarenlang op een klassieke spaarrekening schuilhoudt.

Einstein wist het toch beter.

Maar wacht eens even… de quote van Einstein bestaat uit 2 zinnen. En dat is niet voor niets. “Samengestelde intrest is het 8e wereldwonder. Hij die dit begrijpt verdient deze …. hij wie dit niet begrijpt betaalt deze.” Met andere woorden en in vrije vertaling: Wie begrijpt dat hij op zoek moet gaan naar een voldoende hoog rendement om het hefboomeffect van de rente te ervaren, zal er op vooruit gaan. Wie dit niet begrijpt zal uiteindelijk grote verliezen oplopen.

Spaarders moeten derhalve weg uit de comfortzone van de vorige generatie en nieuwe paden bewandelen, willen ze er financieel op vooruit gaan. Dit kan momenteel niet zonder aanvaarding van een zeker risico. Er is geen absolute zekerheid dat die financiële vooruitgang je lukt. Je weet alleen dat het je -zie cijfers hierboven- zeker niet lukt als je het niet probeert.

In die zin zijn spaarrekeningen een soort verre zwarte gaten. Je hebt er op het eerste zicht geen last van, maar geraak je in hun invloedssfeer, dan wordt je onverbiddelijk meegezogen. En dit wreekt zich later.

Noest sparen, risico-avers zijn én niet financieel gevormd zijn: het is een redelijk giftige cocktail, die pas op termijn voor de koppijn en de ontnuchtering zorgt. Een financieel vertrouwenspersoon onder de arm nemen en er op letten dat deze voldoende spreiding in je belegging verwerkt, kan een oplossing uit de impasse zijn. Zelf al heb je daar een beetje kosten aan.

 

Inzetten op water via een luxemburgse connectie.

Een fondsenaanbieder te beschouwen als een kleine supermarkt

Hoewel er af en toe ook ter plaatse getrappeld wordt, staat de verzekeringsmarkt niet stil. Zo overkwam het ons dat we afscheid namen van 1 van onze eerste leveranciers (met name Euresa Life – zie onze blog van 17/10/2016 ) en dat deze recent in zijn nieuwe gedaante bij ons terug aan de deur klopte. Effectief, de portefeuille van Euresa Life werd door de P &V Groep in run-off geplaatst, maar wat er van restte heeft uiteindelijk alsnog een koper gevonden. Het werd de Luxemburgse verzekeraar Afi Esca.

En via de wondere wereld van het personeelsbeleid in verzekeringsland is hun huidige contactpersoon voor België een inspecteur/vertegenwoordiger die vroeger ook af en toe bij mij over de dorpel kwam. In een poging om de oude contacten te herstellen en zijn omzet op te krikken, nam deze met ons contact.

Afi Esca blijkt een verzekeraar te zijn, die net als Euresa Life vroeger en andere Luxemburgse levensverzekeraars als NELL, ONE Life en Baloise Lux  waar we al over een samenwerkingsverband beschikken, een ruim aanbod heeft qua beleggingsfondsen. Een supermarktje waar je met je eigen boodschappenlijstje alvast ook enkele persoonlijke voorkeuren kan aankopen.

wat water betreft zitten we allemaal in hetzelfde schuitje. Slechts 3 % van alle water is zoet en een groot gedeelte ervan is niet toegankelijk (ijs,…). Zuinig zijn, recuperatie en ook ontzilting zijn nodig bij een stijgende wereldbevolking.

Zo hebben ze een 12-tal beleggingsfondsen op hun schap liggen welke nu al via andere leveranciers bij ons konden onderschreven worden. Bij doorlichting van hun aanbod kwamen nog 3 bijkomende fondsen bovendrijven, welke ook voor ons doelpubliek interessant kunnen zijn.

Daar zaten 2 fondsen (1 gemengd wereldwijd en 1 aandelenfonds op Europa gericht) bij, welke slechts onlangs opgericht zijn. Wegens hun recente ontstaansgeschiedenis, nemen we ze wel op in onze lijst van fondsen, zonder ze evenwel al actief aan te bieden. We willen eerst kunnen evalueren hoe ze presteren en daarvoor moeten ze alvast nog enkele jaren extra op hun teller kunnen schrijven.

Maar er stak ook een ecologiefonds bij dat zich op een duurzame manier inzet rond de waterproblematiek: Parvest Aqua Classic – Cap.  Qua rendement (4 sterren) en qua duurzame insteek (4 globes) scoort het bovengemiddeld volgens Morningstar. Ook op vlak van blootstelling aan fossiele brandstoffen scoort het redelijk goed (net geen Low Carbon-label: Carbon Risk Score van 10,40 en een Fossil Fuel Involvement van 1,55. Het presteert daardoor lichtjes beter dan het gelijkaardige Pictet Water – fonds. Bij Novethic krijgt het fonds nog een vermelding op de lijst van verantwoordelijke fondsen. Je vindt er ook terug op welke ontwikkelingsdoelstellingen dit fonds inspeelt (uiteraard SDG 6 en in mindere mate SDG 9,11 en 12).  Negatief er aan is dat het lopende kostenfactor iets hoger ligt. Qua historiek is dit fonds ook betrekkelijk jong (4 jaar), maar het had een voorganger met gelijklopende kenmerken.

Al bij al toch voldoende redenen om dit fonds wat scherper in het oog te houden en naar de toekomst toe mogelijk ook op te nemen in enkele van onze modelportefeuilles.

Megatrends zijn trending, maar zijn ze ook duurzaam?

Als er op korte tijd op sociale media erg dikwijls rond een bepaald onderwerp wordt gecommuniceerd, dan wordt dit ‘trending’ genoemd. Zo kan je bij Twitter steeds een lijstje vinden met trending topics. Een theoretisch voorbeeld op vandaag de dag zou kunnen zijn #paulsevers of #kilometerheffing/#rekeningrijden of #zwartgat.  Het gaat telkens over feiten – hier respectievelijk een overlijden, een teruggefloten belastingintentie of een première in de wetenschap – die plotsklaps als een komeet met erg veel aandacht gaan lopen, maar vaak de volgende paar dagen al als “oud nieuws” weggezet worden en uit het aandachtsveld verdwijnen. Trending is dus vaak ook synoniem voor “niet-blijvend”, niet-duurzaam.

Binnen de beleggingswereld komt het er ook op aan om tijdig de juiste trend te ontdekking. Als je bij de eersten bent die een trend spot, dan kan je daar zeker een lange tijd op surfen (een beurswijsheid is niet voor niets als volgt geformuleerd: “The trend is your friend until the end when it bends“). Probleem is natuurlijk dat er veel (potentiële) trends zijn en dat het -zeker in de beginfase- niet makkelijk is de winnaars er uit te selecteren.

De laatste tijd zien we een opmars van fondsen die zich profileren als een superfonds, dat wil inspelen op diverse trends tegelijk. We zouden ze kunnen vergelijken met dakfondsen, want vaak worden ze samengesteld uit sneden van beleggingsfondsen die de beheerder reeds op de plank heeft liggen.

Enkele voorbeelden?:

  • DPAM Invest B Equities NewGems Sustainable, waar NewGems een acroniem is voor Nanotechnologie, Ecologie, Welness, Generation Z, E-society, Materials en Security. Op al deze aspecten waarvan men aanneemt dat ze in de toekomst belangrijker worden, wil men inspelen.
  •  Smart Invest Bon Global Megatrends 90 van BNP Paribas Fortis selecteert uit volgende 10 megatrends: Obesitas en welzijn, Klimaatverandering, Voeding, Generatie Y, Veiligheid, Afvalbeheer, Water, Energiebesparing, Onderwijs en Levensduur.
  •  Pictet – Global Megatrend Selection kiest uit 14 thema’s. Naast wat hierboven al genoemd werd steekt daar onder meer ook Premium Brands (gekende(luxe)merken) , Hout en Robotica bij.

Het valt op dat deze beheerders telkens ook de E uit ESG in hun benadering selecteren (Ecologie, Klimaatverandering, Afvalbeheer, Water, Energiebesparing,..). Ditzelfde gebeurt in een recente video die Robeco Asset Management vrijgaf.

Hier is de selectie slechts beperkt tot 3 megatrends:  transformerende technologie, verduurzaming en sociaal-demografische verandering.

Megatrends bepalen de evolutie van ganse samenlevingen leert ons onderstaande video van de Vlaamse Milieumaatschappij (uitgebracht per 11/12/2014). Planologen en beleidsverantwoordelijken moeten er dan ook rekening mee houden.

Voor beleggers is het ook verstandig om lange termijn-trends te onderkennen en er op in te spelen. Duurzaam beleggen lijkt alvast deze golf niet gemist te hebben. Tenzij we er moeten van uitgaan dat opportunistische vermogensbeheerders hun ondermaats presterende duurzame fondsen door opname in een megatrendbelegging alsnog een boost willen geven.

Frankrijk: gidsland in wetgevend werk rond duurzaam beleggen?

Frankrijk heeft zijn imago niet altijd mee. Natuurlijk, het is een fantastisch vakantieland: schitterende landschappen, prachtig weer, lekker eten en drinken. Maar het is ook een land van vele stakingen, weinig economische groei, een versnipperd politiek landschap met presidenten, die zich vaak keizerlijke allures aanmeten. Een land van verbitterde gele hesjes, met een socialistische strekking die -tot ongenoegen van werkgevers- werkduurverkorting oplegt met loonbehoud en met een extreemrechts dat op diverse plaatsen stevig wortel geschoten heeft. Een land dat tevens zijn begroting niet op orde krijgt en (samen met België trouwens) in het financiële strafhokje zou moeten zitten van Europa.

Een dergelijk land een gidsland noemen lijkt op een provocatie. En toch kan het land en zijn praktijk op sommige punten als een voorbeeld gezien worden.

De overheid bepaalt wat een duurzame belegging is.

  1. Via een decreet en een arrest gepubliceerd in januari 2016 werd van overheidswege een ISR label gecreëerd. Hierin werden de voorwaarden én de controle-modaliteiten om dit label te krijgen en te behouden vastgelegd. Je zou dit en beetje kunnen vergelijken met de WIKIFIN-werking in België. Met dit verschil dat die laatste zich toelegt op algemene financiële voorlichting en geen duidelijke specifieke standpunten inneemt. Ook is de structuur van Wikifin veel lichter.
  2. De overheid is eigenaar van het label en bewaakt het merk, het gebruiksreglement,… en homologeert (of niet) de voorstellen rond evolutie van dit label, die geformuleerd zijn door een Comité du Label ISR .  Dit comité, wiens leden in persoonlijke naam zijn benoemd, bestaat uit mensen van labelingsorganisaties (VigeoEiris)-de voorzitter-, mensen met kennis en ervaring in vermogensbeheer voor derden, uit academische – , financiële kring en uit consumentenorganisaties,  naast personen met ervaring uit de beleggingswereld zelf.  Ook het ministerie van Financiën is in dit comité vertegenwoordigd, maar dan zonder stemrecht.
  3. Het labellen zelf gebeurt noch door de overheid, noch door het comité, maar is uitbesteed aan onafhankelijke derden die benoemd zijn door COFRAC, een competentiecentrum rond onpartijdige certificatie en controle, gedeeltelijk in de handen van de overheid. Tot op heden is slechts 1 organisatie Afnor Certification door Cofrac erkend. EY France is aan een dergelijk erkenningsproces bezig.
  4. Tot slot is er ook een comité ter promotie van het ISR Label opgericht door het Ministerie van Financiën.
  5. Momenteel zijn er in Frankrijk 197 beleggingsfondsen, uitgegeven door 44 verschillende vermogensbeheerders  die het label dragen.
  6. Pro en Contra.
      1. Het doel is om een onafhankelijk label te creëren. Dit dient de geloofwaardigheid én dus het vertrouwen van de consument in duurzaam beleggen op de vijzelen. Dit staat in groot contrast met het Belgische initiatief van Febelfin om via zelfcontrole te bepalen wat duurzaam is. Het recent gelanceerde Febelfinlabel heeft dan ook al (nog voor het goed en wel van start gegaan is) de nodige kritiek gekregen van insiders en van activisten. Het werd door hen omschreven als te slap, al een mogelijkheid tot greenwash in plaats van als een dam tegen greenwash.
      2. De structuur van semi-overheid met diverse comités is relatief zwaar. Voor een groot land als Frankrijk is dit misschien wel te dragen, maar we kunnen niet evalueren of dit niet te log of genoeg kostenefficiënt is.
      3. Het Franse label werkt. 3 jaar later moet het Belgische nog opgestart worden.
      4. Het label ISR wordt als een denderend succes beschouwd onder professionelen, maar heeft zijn voornaamste doel (het grote publiek in de richting van duurzamere financiële producten duwen) nog lang niet bereikt. 

De overheid roept ondernemingen op om een brede maatschappelijke taak in te vullen, legt daarrond een rapporteringsplicht op én verwacht dat institutionele beleggers daarop inspelen.

  1. Ondernemingen zijn er niet alleen om redenen van winstmaximalisatie. Dit werd neergeschreven in alinea 4 van artikel 173 van de wet n° 2015-992 van 17/08/2015. Deze wetgeving die bedoeld was om de energietransitie (richting groene energie) te stimuleren, wijzigde het artikel 225-102-1 uit de handelswetgeving. In de vijfde alinea ervan werd de passage in bold bijgeschreven. Het artikel gaat over de verslaggeving van niet-financiële elementen. ” (eigen vertaling) Ze bevat tevens de informatie waarin de vennootschap de sociale- en ecologische consequenties in rekenschap brengt van haar activiteiten, inclusief de consequenties op vlak van klimaatverandering van zijn activiteit en van het gebruik van goederen en diensten die zij voortbrengt, evenals de engagementen die de vennootschap op zich neemt ten voordele van duurzame ontwikkeling, de circulaire economie, de strijd tegen voedselverspilling en in het kader van de strijd tegen discriminatie en de promotie van diversiteit. Een decreet van de overheid zal 2 lijsten opstellen, die preciseren welke informatie bedoeld wordt met huidige alinea evenals de modaliteiten hoe ze moeten weergegeven worden. Dit op een wijze die moet toelaten een vergelijking van gegevens te maken, afhankelijk van het feit of het bedrijf al dan niet toegang heeft tot een gereglementeerde markt.”
  2. Dit artikel is alleen van toepassing op bedrijven van een bepaalde omvang (+ 500 werknemers). Er werd aan toegevoegd in een 6e alinea dat  institutionele beleggers (verzekeraars, pensioeninstellingen, …) in hun jaarverslag hun klanten moeten informeren hoe zij in hun beleggingsbeleid rekening hielden met bovenvermelde criteria. Dit vanaf het boekjaar 2017.
  3. In een evaluatie door Novethic uitgebracht in 2018 blijkt dat deze verplichting stilletjes haar effect blijkt te hebben bij de vermogensbeheerders. Waar voor 2017 27 % niet communiceerden over deze elementen, is dit in 2017 teruggevallen tot 3 %. Zowel de geëngageerde vermogensbeheerders (vroeger 17 %, nu 54 %) als diegenen die echt het voortouw nemen op vlak van ESG-rapportering (vroeger 20%, nu 27 %) worden actiever. Toch besluit Novethic dat er nog veel beterschap op vlak van rapportering mogelijk is. Niet voor niets heet haar publicatie 173 Shades of Reporting.
  4. Pro en Contra.
      1. Pensioenfondsen en verzekeraars in Frankrijk zetten nog niet massaal in op ESG, noch is het klimaatrisico bij hun investeringen voldoende in rekenschap gebracht. Misschien niet echt verwonderlijk omdat sommige van die instellingen eerder logge instanties zijn en de verplichting nog relatief jong is. Schakelen is nu eenmaal makkelijker als men wendbaar is.
      2. Een wettelijke verplichting opleggen is 1, maar als de onderhevigen aan deze verplichting niet de correcte analysemiddelen hebben om hun taak uit te voeren, dan kan je slechts traag vooruitgang maken. Wie zich aangesproken voelt zal vooruit willen, wie zich niet aangesproken voelt zal zich wegens gebrek aan kwaliteitsvolle – en duidelijke tools van het Festina Lente -motto bedienen.
      3. De overheid breidde in Frankrijk de doelstellingen/taken van een bedrijf reeds stevig uit. Naast extra verantwoordelijkheid voor bedrijfsleiders, laat dergelijke functieomschrijving alvast een structurele integratie van bedrijven in een welvaarts- en welzijnsperspectief toe. In België zijn we daar momenteel nog niet aan toe. Het meest recente dat in die richting werkt is een uitspraak van het Belgische Hof van Cassatie per 28/11/2013 die stelt dat “het belang van een vennootschap wordt bepaald door het collectief winstbelang van haar huidige-  en toekomstige aandeelhouders”. (bron: CSR & Company Law – J-M Gollier – Eubelius FRDO/CFDD studiedag 29/01/2019 Sustainable Investment in Belgium). Je moet al flink interpreteren om de algemene uitspraak (België) te laten passen in de redelijk concrete Franse opvatting.
      4. De Belgische institutionele beleggers dragen momenteel nog geen verplichtingen om niet-financiële criteria in hun beleggingsbeleid op te nemen (uitgezonderd: bepalingen uit internationale verdragen (bepaalde types wapens / witwassen /….). Sommigen hebben uit eigen beweging (en om te anticiperen op maatschappelijke evoluties) zichzelf wel strengere beperkingen opgelegd. (*)

De overheid anticipeert op het Europees financieel actieplan en legt verzekeraars niet-financiële informatieplicht op.

  1. In maart van dit jaar en passend in la Loi PACTE werden 2 amendementen aangenomen die levensverzekeraars verplichten om hun klanten te informeren over het ESG-gehalte van hun levensverzekering. We zien dus dat regelgeving, die aanvankelijk voor institutionelen gold, begint door te sijpelen de markt voor particulieren.
  2. Er is een precontractuele informatieplicht vanaf 01/01/2022 waardoor intekenaars op beleggingsverzekeringen voorafgaandelijk kunnen weten of hun geld al dan niet bijdraagt aan de ecologische transitie of aan de solidaire economie. Verwacht wordt dat verzekeraars die dergelijk aanbod momenteel niet commercialiseren door deze verplichting aangemoedigd zullen zijn om alsnog nieuwe -, wel gepaste producten te ontwikkelen.
  3. De jaarlijkse overzichten die de klant van zijn verzekeraar ontvangt dienen met ingang van 01/01/2022 ook duidelijk te maken welk gedeelte van hun spaargeld belegd wordt in solidaire -, sociaal verantwoorde fondsen of in de ecologische omslag.
  4. Hoewel we nog een tijdsspanne van 2 1/2 jaar hebben, zijn dergelijke concrete initiatieven voor België nog niet uitgewerkt. Het is niet uitgesloten (alles wijst er zelfs op) dat FSMA achter de schermen ook verzekeraars motiveert om duurzamer te gaan beleggen. De invoering van het Europees duurzaam actieplan zou daarbij kunnen helpen. Maar een aangenomen amendement in een wet is alvast veel concreter dan wensen en voornemens die nog in de lucht hangen.

Slotbedenking:

Frankrijk lijkt dus toch wel het voortouw te nemen in concrete initiatieven om duurzaam beleggen prominenter op de kaart te zetten. Alleen stroomt hiervan erg weinig door in onze contreien. Misschien een gevolg van de feitelijke loskoppeling uit de latijnse cultuur in een groot deel van ons land. Frankrijk dat is naast vakantie, pastis en de wielerronde een grote onbekende. En als het al over politiek gaat, wordt de aandacht recent gecapteerd door hun presidenten en hun eega’s. Jammer dus die aandachtsvernauwing. Ze verhindert dat we hier ook geïnspireerd raken.


(*): per 07/03/2019 werd in het kader van het verder uitrollen van het Europees actieplan duurzame financiering een akkoord bereikt tussen de Europese Raad en het Europese parlement. Voortaan zullen Europese institutionele beleggers moeten rapporteren over hun ESG intenties. Het Franse artikel 173 lijkt hierbij als leidraad (best practice) gebruikt te zijn. Onderhandelaar Paul Tang (PVDA-Nl) vatte het akkoord zo samen.

De eigen portefeuille in maart 2019.

 

Mayday!Mayday! Of toch niet?

Dat we als beleggers het hoofd koel moeten houden, dat weten we wel. Maar het is moelijk om dit in de praktijk vol te houden. Emoties vertroebelen ons zicht gemakkelijk. Hetzelfde gebeurt met onze verwachtingen.

We denken slim te zijn en extrapoleren onze inschattingen:

We verwachten dat ons wagenpark elektrisch wordt en kopen aandelen van Tesla of van bedrijven die actief zijn in de basisstoffen, zoals Lithium waarmee batterijen gemaakt worden.

We verwachten dat de Brexit zal leiden tot een daling van het Pond én verlies van marktaandeel bij Britse bedrijven en we nemen even afstand van die markt.

Maar er moet weinig gebeuren of de basisveronderstellingen waarop we onze strategie bouwen komen onder druk.

Die trendomkering lijkt door de beurzen op voorhand ingecalculeerd. De meeste beleggers die in de laatste maanden van 2018 behoorlijke verliezen opgelopen hebben, kijken – mits ze niet in paniek verkochten – inmiddels terug aan tegen winst. Dit terwijl verliezen ophalen mathematisch gewoon lastiger is (als een waarde van 100 naar 80 daalt, spreken we van een verlies van 20 %  80/100 = 0,8) , maar een stijging terug naar 100 vergt een winst van 25 % (100/80 = 1,25 ).

Ook onze eigen portefeuille, welke in 2018 afklokte met een verlies van 11,11 % (en die dus met 12,5 % moest stijgen om dit verlies goed te maken) heeft deze kaap gerond. Ze noteert nu op + 13,00 % sinds jaarbegin (inclusief de bijstortingen waarop ook instapkosten dienden betaald).

Maar het is zoals met die 1e zwaluw. De weerkundige lente mag dan wel in het land zijn, er moeten meer signalen komen om van 2019 een positief financieel jaar te maken.

“Zo creëert men gratis elektriciteit”. Tegenstanders van de MMT maakten een meme om AOC ,1 van de nieuwe  boegbeelden ervan, belachelijk te maken.

En of dit lukt door gewoon de geldkraan open te draaien voor bevrediging van momenteel niet-gefinancieerde behoeftes is een punt van discussie. Dat de MMT (Modern Monetary Theory) terug “opgeld” maakt, is natuurlijk niet verwonderlijk. Ze werd 10 jaar geleden al boven onze hoofden uitgerold om het financieel systeem van instorting te behoeden. Waarom dan niet opnieuw geld bijdrukken om armoede te bestrijden en klimaat te redden?  Iets wat door een groot deel van de bevolking als een prioriteit, als al niet een morele plicht gezien wordt.  Hoe wervend en interessant dit ook klinkt, toch mag niet vergeten worden dat het terugdringen van een vloedgolf, nadat ze ons overspoelde blijkbaar niet evident is. Het is als proberen tandpasta terug in de tube te duwen. Iets wat alleen een hopeloos geknoei én geen resultaat oplevert. Waardoor het probleem in het mandje van de toekomst(ige generaties) gelegd wordt. In aanloop naar de regionale-, de nationale – en de Europese verkiezingen zullen ook hier in België terug MMT-voorstellen gelanceerd worden. De torpedo’s van de tegenstanders ervan worden al in stelling gebracht.

 

Is duurzaam beleggen bij een komende recessie ook nog een winnende strategie?

Niemand heeft een werkende glazen bol, maar de Nederlandse commerciële TV-zender RTL vond de vraag  “zal duurzaam beleggen ook lonen als de economie het minder gaat doen ?” belangrijk genoeg om ze voor te leggen aan een beursman én een beleggingsstrateeg van Triodos.

Hieronder hun uitzending van 27/03/2019.

In een vraaggesprek van 11 minuten komen onder meer de invloed van passief beleggen en de macht van  ratingbureau’s die zich op ESG focussen aan bod. De energietransitie, die zich aan het voltrekken is, biedt volgens de Triodos-woordvoerder nog voldoende kansen voor de komende tijd. Je vindt deze kansen onder meer bij ecologiefondsen, die inzetten op renewables (solar, wind,…), elektrificatie (mobiliteit,…) en energie-efficiëntie (infrastructuur, informatica,…) is zijn stelling.