Categorieën
home

Allemaal duurzaam dankzij Febelfin?

Nu de eerste lading van duurzame financiële producten hun zegen kreeg van het Central Labelling Agency of the Belgian SRI label (CLA) van Febelfin, kunnen we een voorzichtige balans opmaken. Leidt die selectie de geïnteresseerde klant naar een echt duurzaam product? Of zit er nog teveel kaf tussen het koren en moet het label in eerste instantie gezien worden als een nieuw marketinginstrument van de financiële sector? Iets om een nog niet volop bespeelde flank alvast toch af te dekken?

Hét Belgische Duurzaamheidslabel.

logo van the Central Labelling Agency van Febelfin
Nederlands of Frans in het logo is wellicht niet hip of gewichtig genoeg

De toevoeging aan de naamgeving ‘the Belgian SRI label‘ wijst er op dat het initiatief gebruikt wordt om zich als enige valabele scherprechter in de markt te zetten. De exclusiviteit op te eisen met andere woorden. Nu nog in kleine quasi onleesbare letters op het logo. Maar straks ook gebruikt om kritische- of andere meningen te weren? We zullen moeten afwachten (en attent zijn).

Alvast de perstekst van Febelfin nav. de lancering laat weinig over aan de verbeelding “… Ander labels kunnen niet noodzakelijk op hetzelfde draagvlak rekenen als dit sectorbreed gedragen initiatief. De grote steun van Belgische aanbieders en beheerders dwingt (eigen cursivering) ook buitenlandse spelers actief op de Belgische markt om het label aan te vragen.’

Omdat er geen eenduidige definitie is van wat SRI (Socially Responsible Investing) is (wanneer het begint of wanneer het ophoudt), had een meer bescheiden ‘a Belgian SRI label” m.i. op zijn plaats geweest.

Scoren op kwantiteit.

Er werden erg veel fondsen goedgekeurd. 77,75 % van de aanvragers (311 op 400) werden tot het label toegelaten. Wie sneuvelde en waarom is voor buitenstaanders niet bekend. Mogelijk ontbraken alleen enkele details in het dossier en worden sommige kandidaten later toch nog toegelaten tot de club.

Dit grote aantal suggereert dat het wel goed zit met de mogelijkheid om een duurzaam financieel product te onderschrijven. Dat de sector deze verzuchting, deze trend voldoende oppakt. Tenzij je ervan uitgaat dat de lat gewoon te laag gelegd werd. Er zijn kwantitatieve redenen om dit te denken.

Zo zien we in de ons omringende landen, waar labels al langer bestaan, dat er heel wat minder fondsen toegelaten worden door de labelgever.

  • Frankrijk benadert met haar officieel ISR-label nog het meest de Belgische hoeveelheid. Daar zijn er momenteel 275 fondsen die het label mogen dragen.
  • Luxemburg (toch een Europees financieel centrum en erg belangrijk op de fondsenmarkt) erkent met het LUXFLAG-label slechts 84 fondsen als duurzaam. 8 fondsen staan er op een watchlist.
  • Duitsland heeft slechts 64 fondsen (20,58 % ivm. België) die het FNG-Siegel krijgen.

In een tweede ronde (februari 2020) komen er nog financiële producten bij. Het lijkt dus toch een beetje op een kermisattractie waarbij “iedereen prijs!” geroepen wordt.

Het glas halfvol of halfleeg?

Dat de huidige kwaliteitsnorm eerder pover is, wordt trouwens niet ontkend. Zo lezen we over die kwaliteitsnorm:

  • ‘ Met …als doel … de financiering uitsluiten van een beperkt aantal praktijken  (vet door auteur) die algemeen als onduurzaam worden beschouwd.’

    ’t Is maar hoe je het bekijkt
  •  ‘De focus ligt op transparantie en de aanlevering van relevante en nuttige informatie die potentiële klanten kunnen gebruiken om te bepalen of het beleid van een specifiek product overeenstemt met hun persoonlijke overtuigingen.’
  • ‘Het naleven van de beginselen van de norm moet eerder worden geïnterpreteerd als een teken dat een product op het juiste pad zit naar duurzaamheid“.
  • “Een label dat potentiële beleggers het vertrouwen moet geven en (hen) geruststellen dat de financiële producten ….niet worden blootgesteld aan zeer onduurzame praktijken, zonder dat de beleggers daarvoor zelf een gedetailleerde analyse moeten uitvoeren”.

De site zelf en haar logo legt hier niet voor niets de nadruk op. “Towards sustainability” klinkt het voorzichtig.

Het is toch een beetje alsof de katholieke kerk een lijst van potentiële heiligen zou bekendmaken. Mensen, die men mag aanbidden in de zekerheid dat ze alvast geen doodzonde begaan hebben. De praktijk leert dat “gelovigen” op zoek naar vertroosting hier genoeg aan hebben. Slechts enkelingen zullen hun biografie er op nalezen om zich ervan te vergewissen of ze het gebed waard zijn.

Dit lijkt het gevaar van dit label. Alle nodige elementen voor een gedetailleerde analyse moeten transparant zijn. En dat zijn ze ook.  Je moet echter zelf doorklikken en dan voldoende kritisch de identificatiefiches lezen. Het gros van de mensen doet dit -jammer genoeg- niet.

Maar drinken zullen we.

Uitgevers van fondsen zullen de labeling echter wel om promotionele redenen inzetten. We konden dit reeds zien bij KBC, die nog op de dag van de lancering van de Febelfinsite haar hoera-fanfare liet uitschallen: ... alle 65 duurzame beleggingsfondsen van KBC voldoen volledig aan de Febelfinstandaard (en gaan in aantal gevallen zelfs verder).

De onvermijdbaarheid van het label zorgt er ook voor dat bijv. Triodos, welke zich aanvankelijk erg kritisch (lees: negatief) uitliet over de afgesproken normering, toch ook getrouw haar producten liet labelen.

Bijschenken of toch niet?

Febelfin is zich bewust dat ze vertrekt van een lage standaard. Ze rekenen er op dat hun label een vertrekpunt en geen eindpunt is. Zal ze er in slagen de financiële spelers (en ook de beleggers) mee te trekken? De standaard zal alvast aangepast worden aan evoluties op EU-niveau, waar het actieplan duurzame financiering voor zover bekend veel scherpere grenzen lijkt te willen trekken. Maar het lobbywerk rond de taxonomie voor duurzame producten kan nog wat water aan die wijn toevoegen.

Elke 2 jaar worden de criteria herzien. Dit in een multi-stakeholdersconsultatie (ja, dat woord gebruiken ze echt) via het adviescomité van het Central Labelling Agency van Febelfin. Dit adviescomité moet echter nog opgericht worden. Volgens het organogram op de site zal dit voorgezeten worden door een non-financial en bestaan uit actoren uit de financiële sector en betrokkenen uit de burgermaatschappij. Wie die zijn én wie welk gewicht zal hebben? Wait and see.

De ervaring leert dat het erg moeilijk is om eens betrokkenen tot een club behoren hen er terug uit te gooien. Vroeger luidde het gezegde “je moet al je moeder vermoord hebben vooraleer je ontslagen wordt bij politie/leger/…”. En –even politiek incorrect– we weten dat het niet evident is om de Belgische nationaliteit van iemand, eens deze ze verworven heeft, ze terug af te nemen.

We zullen zien of het hier anders zal lopen. Zullen erkende fondsen bij controle of bij stijgende normen consequent hun label verliezen?

Rechter en partij tegelijkertijd.

rechter en partij - Central Labelling Agency van Febelfin
wie heeft de sleutel om te beslissen?

1 van de fundamentele bezwaren tegen het dit label is de opmerking dat de sector hier zichzelf controleert.  Je leest deze kritiek bijvoorbeeld bij Réseau Financité .

In de geschiktheidscommissie is er een overwicht van onafhankelijken (6 tegen 4). De Raad van Bestuur van het Central Labelling Agency van Febelfin bestaat uit 8 leden. 4 ervan komen uit de financiële sector. 4 zijn onafhankelijk (1 ervan heeft een carrière achter de rug bij Triodos en was actief rond duurzaam beleggen). Niet iedere onafhankelijke lijkt echter de financiële sector goed te kennen. Zullen zij genoeg weerwerk kunnen bieden aan vertegenwoordigers van de sector?

Er komt nog een raadgevende commissie om de Raad van Bestuur te adviseren. De opstart en de samenstelling hiervan is uitgesteld tot midden 2020.

Onafhankelijk van het CLA is er een verificateur. Deze moet een ‘technische en diepgaande controle uitvoeren op de producten waarvoor een label is aangevraagd’. Deze verificateur bestaat uit Forum Ethibel, ICHEC, Managementschool Brussel en Universiteit Antwerpen. De onafhankelijkheid van die instantie is relatief, gezien zij zich aan de neergeschreven zwakke normeringsregels moet houden. Met andere woorden het speelveld is afgebakend.

Zelf schrijft Febelfin dat de governance-structuur bijzonder robuust is. We durven daar aan twijfelen. Het is niet meer zo dat buitenstaanders volledig uitgesloten zijn (cfr. corporatistische praktijken zoals -althans vroeger, in de huidige werking heb ik mij niet verdiept– bij de Orde van de Artsen of Orde van Advocaten), maar of ze opgewassen zijn tegen de gestroomlijnde falanx uit de financiële sector valt af te wachten.

Eigen fonds eerst?

Hoewel er enkele buitenlandse fondsen in de eerste lijst van gelabelden opgenomen zijn, is de lijst toch vooral een Belgische aangelegenheid. Natuurlijk het is een Belgisch label, maar anderzijds er is binnen Europa vrij verkeer van geld en goederen. Dat uit zich ook in vrije financiële dienstverlening. Erg veel fondsbeheerders hebben dan ook toegang tot de Belgische markt. Wellicht zijn die in eerste instantie minder actief betrokken geweest bij de opstart van dit label. België is vaak maar 1 van de landen waar ze in actief zijn. Niet het meest belangrijke.

Het valt te verwachten dat sommige buitenlands fondsen pas nu -na de lancering- in actie gaan komen. Sommigen zullen wegens hun geringe capaciteit op onze markt wellicht nooit het label aanvragen. En dat is jammer.  Zo komt kwalitatief aanbod van bijv. Pictetom er maar 1 te noemen– totaal niet voor op de huidige lijst. In die zin kan het label ook als een muur fungeren. Een filter om de eigen markt wat extra te beschermen. Een functie die de labels uit de ons omringende landen ook niet vreemd is, trouwens.

De kwaliteitslat ligt laag…

Een gouden raad voor wie het niet zo nauw steekt

Laag is beter dan niets. Maar kan op termijn meer kwaad doen dan goed. Light Cola is minder ongezond dan gewone Cola. Als je door overschakelen vergeet dat je je drankgewoontes in feite beter verder kan bijsturen, heeft je keuze op termijn mogelijk toch verregaande gezondheidsgevolgen.

Zo is het ook met de huidige normering van het label. De fondsenkeuze, die nu overeind blijft laat erg veel ruimte voor grijze zones. En ja, ik weet het: de consument wordt steeds verzocht om de informatiefiche tot zich te nemen vooraleer hij zijn keuze maakt. En zelf af te wegen of het product overeenkomt met zijn behoeftes, principes. Toch is het geweten dat hij dit zelden doet (eigen schuld?), maar vooral dat hij het wellicht zelf met moeite kan doen als hij het al zou willen. Niet voor niets wordt vastgesteld dat er nog van alles schort aan de financiële geletterdheid van de Belg.

… bewijst een voorbeeld rond de SG en 1 rond de E van ESG.

In het artikel Quand les banquiers s’autogratulent van Réseau Financité lees je bijvoorbeeld dat het gelabelde fonds Candriam SRI Bond Euro investeert in landen en bedrijven, die het niet zo nauw nemen met deugdelijk bestuur of mensenrechten.

Ik geef 1 een ander voorbeeld: AG Life Strategy Global Defensive (bestaat ook in – Neutral en – Dynamic uitvoering).

In dit fonds kan een bedrijf toch kan opgenomen worden als het maximum 10 % van zijn omzet uit steenkool haalt. Idem dito voor onconventionele olie-of gaswinning (denk schaliegas, fracking,…). Wat conventionele olie-of gaswinning betreft is de norm dat er kan geïnvesteerd worden zo minstens 40 % van de inkomsten in het bedrijf komt van gewone gaswinning en/of hernieuwbare energie. Maak dit eens concreet. Dan kan dit fonds investeren in een bedrijf dat 59,9 % omzet haalt uit olieproductie & 40,1 % uit gaswinning. Extreem voorgesteld natuurlijk, maar dit is toch niet wat je verwacht van een duurzaam beleggingsfonds of Tak 23-verzekering? Je verwacht die eerder in de beleggingsportefeuille van Donald Trump of anderen die het klimaatakkoord van Parijs maar niets vinden. Net zoals het vreemd is dat in de normbepaling gas en hernieuwbare energie op 1 hoop belanden. Het eerste is immers een eindige, niet hernieuwbare energiebron.

Duurzaam pensioensparen? Doen wij al!

Enfin zo lijkt het bijna. FairFin analyseerde de producten op de markt eind 2018. 3 producten haalden bij hen de eindmeet: KBC Pricos SRI, VDK Pension Fund en ING Starfund.

ING Starfund kreeg geen label. Vergeten aanvragen? Of geweigerd om ons onbekende reden? De andere 2 werden door het Central Labelling Agency van Febelfin wel onderscheiden.

Maar de marktleider op dit vlak  BNP Paribas Pension (3 formules Stability, Balanced & Growth) krijgt bij Febelfin nu ook het label. Net zoals de zusterfondsen Crelan Pensioen Fund en Metropolitan-Rentastro. Ze worden allen door BNP Paribas Asset Management beheerd. Op vlak van het gevolgde energiebeleid zijn de normen voor deze pensioenspaarformules dezelfde als die van het eerder vermelde AG Life Strategy Global Defensive. Op energievlak alvast niet erg duurzaam dus.

Conclusie1 : je promoot het koren niet door het kaf te behouden.

We mogen geen intentieproces maken, want we waren totaal niet betrokken bij de totstandkoming van het label. Uitgezonderd een kleine bijdrage aan hun bevraging. Een bijdrage waarop geen reactie kwam en het niet geweten is of er überhaupt iets mee gedaan werd. Zie ons blogbericht van 27/04/2018.

Het doel was toch het koren van het kaf te scheiden. Niet het samen te houden.

Toch is de eerste indruk dat het geleverde werk niet bepaald fris ruikt. Dat heeft veel te maken met de lage normen die vastgelegd werden. En natuurlijk kunnen (zullen?) die in de toekomst opgetrokken worden. Maar een groot aantal erkenningen later reduceren terwijl betrokkenen in de sector mee aan het stuur zitten is niet evident. Vraag dat maar aan wie een olievlak moest indammen of een teveel aan tandpasta terug in de tube probeerde te duwen.

Het lijkt er zelf een beetje op dat de kwaliteit verzopen wordt in een overvloed aan kwantiteit. Van te veel wijn drinken krijg je koppijn. Je kan beter 1 goede fles openen dan een volledig schap ontstoppen. Het label lijkt wat mij betreft eerder bij te dragen aan de verwarring rond duurzaam beleggen, dan dat het helpt om de mist er rond op te trekken.

Conclusie 2 : de georganiseerde financiële sector eigent zich een speelveld toe.

In een gisteren gepubliceerd blogbericht (met enkele opmerkingen over de totstandkoming van dit label) vroeg ik me onder meer af of Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip “duurzaam beleggen” wilde claimen. Mij baserend op Febelfinteksten, was ik daar niet zo bang voor. De tekst onder het logo van hun CLA (ook weergegeven onderaan iedere webpagina) doet me nu terug twijfelen.

Mogelijk wordt hier toch met de voeten vooruit gesprongen. Iets wat altijd gevaar oplevert voor wie zich eveneens in de arena bevindt. Kleinere onafhankelijke spelers of activisten moeten op hun hoede zijn. Hun standpunten of visies dreigen onder de pletwals van een grote organisatie (nog) minder weerklank te krijgen. En hun geloofwaardigheid kan -eens de machine op volle kracht is- gemakkelijker in diskrediet gebracht worden. De toekomst zal uitwijzen of dit aanvoelen al dan niet te zwartgallig is.

—————————————————————————————————————————————-

disclaimer: dit is een persoonlijk standpunt. De vermelding van Réseau Financité en FairFin in bovenstaande tekst betekent niet dat zij automatisch met deze visie akkoord zijn. Net zoals auteur dezer niet steeds de standpunten van deze organisaties deelt.

 

 

 

 

 

Categorieën
home

Towards sustainability. Wordt het duurzaam beleggingslabel van Febelfin de norm?

Sinds 6/11/2019 heeft Febelfin haar website towardssustainability.be opengesteld. En al dadelijk blijken 311 fondsen het duurzaamheidslabel van Febelfin opgespeld te hebben. Het is te vroeg dag om die fondsen én het selectieproces eens tegen het licht te houden. Maar we staan alvast even stil bij de totstandkoming. In de aanloop naar het duurzaamheidslabel van Febelfin, vielen ons enkele dingen op.

De timing van het initiatief.

logo - duurzaamheidslabel van Febelfin
The Long and Windy Road staat op het Let It Be-album van The Beatles. Hopelijk is het Febelfin-logo minder fatalistisch bedoeld.

Febelfin presenteerde haar duurzaamheidslabel in het voorjaar van 2019. Het label ‘Towards Sustainability’ is als een soort vlucht vooruit te bekijken ten aanzien van Europese regelgeving die er aan komt. Het Actieplan “duurzame financiering” van de Europese Commissie was nog niet goed en wel bekendgemaakt of Febelfin organiseerde zich om een labeling rond te krijgen.

Die kwam tot stand na studiewerk (en lobbywerk) binnen de financiële sector in België. Er ging ook een korte “volksbevraging” aan vooraf. Kwam daar veel reactie op? En in welke mate hield men rekening met de suggesties of vragen die daaruit opborrelden? Dit is mij onbekend. Daarrond werd alvast niet gecommuniceerd. Op deze blog kon je daarover reeds lezen in onze bijdrage van 27/04/2018. Het leek er o.i. toen op dat de korte volksraadplegingperiode hun initiatief een schijn van openheid moest verlenen.

De financiële sector presenteerde haar (voorlopig) eindresultaat begin 2019.

Op hun website vindt je deze tekst die de ontwikkelde norm én het label toelicht. De foto rechts prijkt er in groot formaat bij. Er hangt ook een “groen” kader bij met volgend tekstfragment “ Dankzij de norm en het label van Febelfin kunnen consumenten er gerust op zijn dat ze niet beleggen in zeer ( in vet gezet door schrijver van deze blog) schadelijke bedrijfsactiviteiten.

Hm, handen wassen én groen. Dan denk je toch spontaan aan “greenwashing“, niet?

Hun eigen tekst blinkt wel uit in eerlijkheid. Zeer schadelijke activiteiten zijn uitgesloten. Bijgevolg kunnen ‘gewoon schadelijke activiteiten’ nog steeds door de beugel. Ja, toch?

De publieke reactie (versterkt door sommige betrokkenen) is kritisch …

Dit is ook de teneur van de commentaar die tot heden op de uitgewerkte norm en het label verschenen is.

  • In Bij Debecker op Radio 1, werd kort na publicatie aandacht besteed aan het “kwaliteitslabel”. Een radioprogramma blijft natuurlijk een vluchtig medium.
    • Economiejournalist Steven Rombaut die het label onderzocht stelde toch dat het hinkt op 2 benen. Door een te ruim aanbod te willen aanbieden, halen ook minder duurzame activiteiten nog de bereikte norm.
    • Ook kwam er kritiek van een woordvoerder van de Bond Beter Leefmilieu. “Het label van Febelfin zet de deur op een kier voor bedrijven die een groot deel van hun inkomsten uit olieboring en gaswinning halen. De normen zijn niet scherp genoeg.
  •  Triodos Bank zat met haar kritiek op dezelfde lijn. Volgens haar schoot het label tekort. Een duurzaam fonds volgens de normen van Febelfin zou zelfs in steenkool mogen beleggen.  Je kan hun standpunt onder meer lezen in dit MO*-artikel.
  • In het MO*-artikel komt ook Fairfin aan het woord. In een apart artikel op hun eigen site geven zij diverse concrete voorbeelden van bedrijven die zondigen tegen ESG-principes, maar toch niet gewipt zouden worden door de normen van Febelfin. Bedrijven die toch kunnen opduiken in “duurzame beleggingen” waar het Febelfinlabel op kleeft. Fairfin wijst er op dat er duidelijk lobbywerk gevoerd werd om de lat niet al te hoog te leggen. Tevens vraagt zij zich af of het wel toebehoort aan de financiële sector om zelf te gaan bepalen wat al dan niet duurzaam is én hoe ambitieus men hierin moet zijn. Tegelijk rechter en partij in een geding zijn, biedt kansen om het gelijk in het eigen kamp te leggen. Die opmerking formuleerden wij ook al op 27/04/2018.

Maar de sector kent ook instellingen die voor haar in de bres springen.

Triodos werd daarna van nestbevuiling beticht door andere Febelfinleden, gezien ze zelf betrokken was bij de discussies rond het label. Het lijkt een discussie rond concepten: is iets nu halfvol of juist halfleeg? Er zijn ook bankiers die zich positiever uitlaten over het label. Ze wijzen er op dat het slechts een beginnorm is. Deze kan later nog verscherpt worden. En voor ambitieuze bankiers is het niet verboden om zelf de lat hoger te leggen.

The proof of the pudding zal dus in the eating moeten zitten? Wat wordt het concreet? We kunnen het vanaf gisteren weten, want sinds dit moment is de website towardssustainability.be opengesteld.

Rijmt transparantie op verdedigen van eigenbelang?

In het geciteerde artikel is ook vermeld dat de technische uitwerking van de kwaliteitsnorm “voorlopig” enkel in het Engels beschikbaar is.  Het is een 40 pagina tellende nota getiteld “A Quality Standard for Sustainable and Socially Responsible Financial Products“. En ook 8 maand na lancering nog niet beschikbaar in 1 van 3 officiële Belgische landstalen. Het lijkt er dus op dat alvast transparantie niet echt een drijfveer is.

Jammer voor een organisatie die het op zijn website onder meer als zijn taak ziet om te

  • communiceren met de leden en het grote publiek en
  • deelnemen aan debatten op professioneel, politiek, maatschappelijk en educatief vlak‘.

Het cursief werd aangebracht door schrijver van deze blog.

De nieuwe website towardssustainability.be is gelukkig van bij aanvang wel in Nederlands en Frans beschikbaar. Maar ja, die moet natuurlijk ook als marketingkanaal voor de gelauwerde producten kunnen ingezet worden.

Is de Febelfin-norm nu de gebetonneerde wet?

Wil Febelfin met zijn initiatief de definitie van het begrip  “duurzaam beleggen” claimen? Dit volgens het principe “wie het woord heeft, heeft de macht“. Op de consumentenpagina’s van haar site liet ze alvast een tekst plaatsen die dit aan Antonio Gramsci ontleend inzicht ontkent.

In het artikel 4 misverstanden over duurzaam beleggen vinden we volgende vermelding:

Misverstand #4: Voor duurzame beleggings- en spaarproducten kan je enkel terecht bij speciale banken.
Voor duurzame spaar- en beleggingsproducten kan je terecht bij veel verschillende financiële spelers waaronder banken, verzekeringsmakelaars of -agenten, vermogensbeheerders en pensioenfondsen.

  • hoewel dit wellicht voor eigen gebruik geschreven is,
    •  (lees tussen de lijnen:) Ja, je kan ook bij grootbanken als BNP Paribas Fortis, Belfius, KBC,… terecht als je duurzaam belangrijk vindt. Je hoeft hiervoor echt niet naar Triodos te trekken of te wachten tot NewB effectief erkend is
  • bevestigen ze toch expliciet, dat er meer vis in de vijver zwemt
    •  Vermogensbeheerders, pensioenfondsen en verzekeringsmakelaars of – agenten worden als kanaal vermeld.

Vergeten?

Als verzekeringsmakelaar is er dus ook ruimte voor onze benadering.

Vreemd is m.i. dan weer wel dat er daarbij geen sprake is van verzekeringsmaatschappijen. Wat met direct writers én verzekeraars zonder erkende tussenpersonen (genre Ethias, bijv.), indien later blijkt dat Febelfin alsnog een claim legt op de speelruimte. Zij zullen moeten rekenen op het tussenvoegsel ‘waaronder’ om hun rechten te vrijwaren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorieën
home

De eigen portefeuille in oktober 2019

Tja, daar staan we dan. Aan het einde van de officiële Brexit-kalender. Met in het oosten een opportunistisch conflict uitgevochten door Turkije en Syrië. Links van ons land komende collectieve verarming en rechts van Europa dood en vluchtelingenleed. Dat stemt toch niet vrolijk? Of wel? Want het gaat verbazend goed vooruit. De crashmaand die oktober heet te zijn maakte zijn faam niet waar. De beurzen zijn gewoon blijven stijgen. Door een dooi in het handelsconflict tussen de VS en China? Door het uitblijven van harde bewijzen dat een recessie nu onvermijdelijk is? Of door het gevaarlijke TINA-syndroom nu ook voor particulieren de eerste banken beginnen uitpakken met negatieve rentes?

aflossing van de wacht - oktober geen crashmaand
Hoeveel bewegingsvrijheid blijft er nog over?

Een nieuwe kapitein aan het roer.

In alle geval de aflossing van de wacht bij de ECB is inmiddels gebeurd.  Christine Lagarde, voormalige topvrouw van het IMF, nam de plaats in van Mario Draghi.  Super Mario, aanvankelijk op handen gedragen voor zijn whatever it takes-retoriek en uitvoering, kreeg deze maand ook minder lof over zich uitgestrooid. Topeconoom, Felix Zulauf, verweet hem verantwoordelijk te zijn voor het vernietigen van het banksysteem, het onderuithalen van het pensioensysteem, het ondermijnen van het vertrouwen in geld en wetten. Kortom: een val van Hero to Zero. En een benoeming tot erevoorzitter van de gilde der criminelen.  Of Lagarde nog voldoende troeven uit haar mouw kan schudden om een volgende crisis het hoofd te bieden valt af te wachten.

Stilte voor de storm?

Maar voorlopig valt er niet te klagen. Tenzij de laatste 2 maanden van het jaar een forse kanteling tonen, stevenen we af op een grand cru. En dit quasi over de gehele lijn. Van obligatiefondsen over gemengde fondsen tot aandelenfondsen. Zelfs de iets riskantere sector- of regiofondsen presteren goed. Onze eigen portefeuille strandt op een + 19.68 % in vergelijking met het jaarbegin.

En wat nu?

Het lijkt alsof iemand de risk off-knop met secondenlijm vastkleefde. Natuurlijk kan dit geen blijvend gegeven blijven.  Maar een sterke stijging is nog geen signaal dat je nu uit de markt moet stappen.  Irrational Exuberance, zoals een periode van overdrijving genoemd werd door voormalig Fed-baas Alan Greenspan, kan lang duren. En zeker op Europees niveau lijken de koersen momenteel nog niet in overdrive te zitten. Maar anderzijds: een kanteling kan er ook vlug komen.

Misschien had ik me ook maar als kandidaat CD&V-voorzitter  moeten outen. Het enerzijds/anderzijds-discours is me blijkbaar niet geheel vreemd. Omdat er geen zekerheden zijn natuurlijk. En het verleden zich gemakkelijker laat beschrijven dan de toekomst.

Categorieën
home

Duurzaam beleggen in spagaat: kwaliteit omlaag en kwantiteit omhoog?

peilde naar de intenties van beleggers

De interesse in duurzaam beleggen groeit gestaag. Zo blijkt uit een studie van Schroders dat in 2019 57 % van de Belgische beleggers rekening houdt met duurzaamheidsfactoren als ze een belegging kiezen. Er verschijnen ook steeds meer duurzame fondsen. Maar zijn de nieuwe ook beter dan de bestaande fondsen?  Met andere woorden gaat de aangroei in aantal fondsen gelijk op met een stijging in kwaliteit van de fondsen? De jaarlijkse studie van Réseau Financité lijkt in de andere richting te wijzen: de kwantiteit gaat omhoog, maar de kwaliteit omlaag.

Onze houding tegenover duurzaam beleggen volgens Schroders.

We vatten de belangrijkste conclusies uit het Schroders onderzoek Global Investor Study 2019 hieronder samen:

  • Hoe hoger de beleggingskennis is, hoe sterker de neiging om met duurzaamheid rekening te houden.
  • 63 % van de ondervraagden denkt dat klimaatverandering een effect op hun beleggingen zal hebben/al heeft.
  • Toch blijven 4 redenen nog dominanter in het oriënteren van de beleggingsbeslissingen:
    • voorkomen van financieel verlies,
    • voldoen aan verwacht rendement,
    • het behalen van een verwacht inkomstenniveau (voor distributiefondsen) en
    • een redelijk kostenniveau.
  • 40 % van de beleggers verkiest een geïntegreerde benadering (kiezen voor bedrijven die zich pro-actief voorbereiden op veranderingen in leefomgeving en maatschappij).
  • Volgende externe factoren zouden nog een grotere stimulans betekenen:
    • wetgeving die stuurt in de richting van duurzaam beleggen (60 %),
    • een onafhankelijke score van een onafhankelijke instantie die bevestigt dat een belegging echt duurzaam is (60 %),
    • financiële adviseurs die meer én eenvoudig te begrijpen info over duurzaam beleggen zouden geven (59 %),
    • vermogensbeheerders die op basis van een eigen scoresysteem de duurzaamheid van hun fonds kunnen aantonen (57 %),
    • een simpele aansporing van de financieel adviseur om meer geld duurzaam te beleggen (55 %).

Het volledige rapport kan je hier lezen.

De situatie op de Belgische markt volgens Réseau Financité.

rapport ISR 2019 - kwantiteit omhoog, kwaliteit omlaag
een boekje open over de markt van duurzaam beleggen

Het is op basis van het voorgaande niet verwonderlijk dat op het terrein (de Belgische financiële markt) het aanbod gestaag groeit. Dat blijkt onder meer uit de jaarlijkse publicatie van Réseau Financité. Hun ISR Rapport 2019 – het 14e reeds – is terug een dik bundel geworden. Is hun insteek inmiddels wat milder geworden? We namen het rapport door. We bespreken het in enkele items. Zonder volledig te willen zijn.

1. Nog veel werk aan de winkel voor onze wetgevers.

Nog steeds is het zo dat het begrip “duurzaam” niet duidelijk gedefinieerd is. Dit biedt veel kansen aan marketeers om hun financiële producten sympathiek in de markt te zetten. Zelfs de federale overheid deed dit in 2018. In het 1e trimester pakte ze uit met een eerste “Green Bond”. Ze haalde daarbij € 4,5 miljard op. Hoewel de bestedingsoriëntatie voor deze obligatie in de juiste hoek zit (offshore windenergie, circulaire economie, energie-efficiëntie, biodiversiteit en gemeenschappelijk vervoer), gaat het toch vooral om financieren van uitgaven uit het verleden of die reeds lang voorzien waren. Trendy opgesmukt met een “groene strik”.

Regelgeving ter omlijning van wat duurzaam is, blijft dus een grote nood. En dit niet alleen in België. Financité wijst op het initiatief van Febelfin om zelf voor eigen deur te vegen. Maar tussen de regels lees je dat ze hier toch niet al te veel vertrouwen in hebben. Het blijft een beetje “jagers die de jacht reglementeren“. Financités visie kan je hier raadplegen. Kort door de bocht: de minimumgrens voor duurzaam beleggen moet gebaseerd zijn op respect voor de internationale verdragen en conventies die België ondertekende.

Meer vertrouwen lijkt er te zijn in het actieplan  van de Europese Unie rond duurzaam financieren. Vorig jaar werden de contouren hiervan publiek gemaakt. Nu komt het er op aan te finetunen en een uitvoeringsplan op te maken. Dit alles loopt inmiddels al wat vertraging op en lobbyen hierrond is ondertussen gaande. Afwachten dus of bvb. het eenvormig klassificatiesysteem (de zogenaamde ‘taxonomie‘) dat bepaalt onder welke voorwaarden een belegging duurzaam genoemd mag worden waterdichter is dan deze die door de Belgische financiële instellingen uitgewerkt werd. De eerste tekenen zien er beter uit. Maar zolang het toestel niet aan de grond staat, zijn er natuurlijk nog koerswijzigingen mogelijk. Of verwijzing naar de Griekse kalenden.

2. De naakte cijfers.

2018 liet een sterke stijging zien in de bedragen geïnvesteerd in duurzaam beleggen. Duurzaam sparen steeg niet spectaculair (van € 2,31 miljard naar € 2,39 miljard). Duurzaam beleggen steeg echter met € 10,52 miljard in vergelijking met 2017. Dit maakt dat die markt nu € 35,69 miljard groot is. Terwijl het marktaandeel van duurzaam sparen lichtjes daalde (van 0,92 % naar 0,91 %), veerde de markt van duurzaam beleggen fors op. Hij maakt nu 19,1 % van de markt uit, tegenover 13 % in het voorafgaande jaar.

Belgique: douze point? Bijlange niet

Marktleider in het duurzame fondsen-segment is KBC (28 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 6/100 – zie studie p 99 -), gevolgd door Candriam (18 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 4/100) en BNP Paribas (13 % marktaandeel, gezamenlijke kwaliteit fondsen 2/100). Een stevige runner-up is NN Investment, slechts nipt naast de derde plaats gegrepen met een sprong van 2 % (2017) naar 13 %. De kwaliteit van de NN Investmentfondsen is ook pover (2/100).

De studie stipt ook 2 tendensen aan:

  1. een sterke stijging van dakfondsen: van 28 in 2017 naar 66 in 2018.
  2. een sterke versplintering van de markt: van de 79 aanbieders van duurzame beleggingen, hebben 58 minder dan 1 % van de markt in handen.
3. De naakte cijfers met enkele bedenkingen omkleden.
infografiek duurzaam beleggen 2019 - kwaliteit omlaag, kwantiteit omhoog
De barometer kondigt nog geen zomer aan

1. Dat het duurzaam sparen amper stijgt is wellicht te verklaren door het feit dat de rente op sparen zo laag staat. Er is amper natuurlijke groei. En door de lage rente zullen ook wel meer mensen naar andere bestedingen (vb. rechtstreeks investeren in sociale economie, overstappen naar duurzame fondsen, geld gebruiken voor duurzame investeringen,…) uitwijken. Opmerkelijk is de stelselmatige daling bij EVI. Waar hun duurzame spaarformule in 2015 nog € 525.887.614 bedroeg, staat er nu nog maar op € 316.570.845 op de rekeningen. In 2018 daalde de inleg met 18 %.

2. De stijging van het marktaandeel bij beleggen is erg spectaculair. Van +/- 25 miljard per 31/12/2017 naar +/- 36 miljard is een aangroei van 42 %. En dit in een jaar met slechte rendementen. Zie naar de evolutie van enkele belangrijke beursindexen in 2018: BEL20:- 19,36 %, EUROSTOXX50: -14.77 %, MSCI AC WORLD: -11,76 %, DOW JONES SUSTAINABILITY WORLD: – 11,35 %, DOW JONES SUSTAINABILITY EUROPE: – 10,18 %. Het totaal ingelegde bedrag moet dus nog een pak hoger zijn dan uit de cijfers blijkt, gezien de aangroei toch niet alleen in de laatste weken van het jaar plaatsvond. Was het niet zo’n slecht beursjaar geweest, dan was de aangroei wellicht dichter bij die van 2017 geweest (toen schoot die met 82 % vooruit).

Het slechte rendement kan natuurlijk nog haar effect hebben in de komende jaren. Wie instapt in iets nieuws en dadelijk een koude douche krijgt, springt vaak bibberend weer de andere kant op.

3. We hebben geen inzicht in de achterliggende berekeningen, maar een belangrijk gedeelte van de aangroei zou natuurlijk ook kunnen verklaard worden door het feit dat bestaande “gewone” beleggingen in het vorig jaar plots hun focus verlegden. Zo is het niet onbelangrijke pensioenspaarfonds STAR FUND (ING, NNIP) sinds 10/2018 op duurzame leest geschoeid en herschikte het zijn portefeuille. Deze veronderstelling zou ook mee verklaren waarom NN in de rangschikking van Financité plots de 4e partij werd met een aandeel dat fel opveerde.

4. Is er een verklaring voor de stijging van het aantal dakfondsen? We zien er op het eerste zicht 3:

  • Dakfondsen zorgen voor een grotere spreiding. Dit kan nuttig zijn als (marketing)instrument om beleggers met koudwatervrees over de brug te krijgen.
  • Dakfondsen zijn vaak interessant voor de bestaande portefeuilles van hun uitgevers. Ze recycleren reeds bestaande (eigen) fondsen en zorgen dat daar ook bijkomend geld naartoe vloeit.
  • Gelijktijdig worden ze vaak in de markt gezet met hogere beheerskosten. In tijden dat financiële instellingen geld verliezen op spaargeld, is het opdrijven van hun fee-inkomsten een welkome aanvulling op hun rentabiliteit.

5. En dat de markt verplinterd is, hoef je mij niet te vertellen. Als verzekeringsmakelaar, die vaststelt dat de grootste aanbieders gebonden zijn aan (vaak exclusieve) bank- of verzekeringsagentschappen, zijn we al te vaak aangewezen om te putten uit de restmarkt om ons aanbod op te bouwen. Maar bon. Het is natuurlijk niet omdat sommigen een klein aandeel hebben dat ze per definitie oninteressant zijn.

4. Hoe zit het  met de kwaliteit van de duurzame beleggingen?
stijging in aanbod en belangstelling, maar daling in kwaliteit volgens Financité

Réseau Financité legt een strenge meetlat naast de fondsen. Het resultaat daarvan is dat erg weinig fondsen voorbij hun deliberatie geraken.

83 % (452 van de in totaal 545 beschikbare fondsen) worden met een dieprode 0 op 100 in de hoek gezet. 1 % van de fondsen heeft men niet tijdig kunnen bestuderen. Van de overblijvende fondsen is er geen enkele die meer dan 53/100 haalt. In examentaal betekent dit dat slechts1 fonds een voldoende haalt. Er is geen enkel fonds met onderscheiding, laat staan grote- of grootste onderscheiding. 34 fondsen halen tussen de 20 tot 39 /100.  50 fondsen halen meer dan 0, maar minder dan 20/100. De gemiddelde kwaliteit bedraagt 2,8 /100.

Financité merkt zelf op dat het meten van de kwaliteit van een ESG-fonds delicaat is.

De hoge nulscore is te wijten aan 2 criteria, die zij hanteren:

  1.  Fondsen waarbij onvoldoende informatie beschikbaar was om te quoteren krijgen automatisch een cijfer 0. Op basis van dit criteria wordt onmiddellijk 49 % van het aanbod bij het groot huisvuil geplaatst.
  2.  Fondsen waarvan investeringen teruggevonden worden op de zwarte lijst van Réseau Financité krijgen ook een 0-score. Hier gaat het over 34 % van het onderzochte fondsenaanbod.

Fondsen die beide hogervermelde mankementen niet hebben, worden daarna gewogen op basis van hun ESG – benadering (thematische aanpak, benadering gebaseerd op uitsluitingscriteria, benadering gebaseerd op positieve criteria, engagement van aandeelhouders) en op diepgang (hoe wordt de extra-financiële informatie verzameld en geanalyseerd?, hoe kwaliteitsvol is de methodologie die het fonds hanteert?, kan een investeerder gemakkelijk informatie vinden over de gebruikte methodologie en het resultaat dat er uit voortvloeit?).

5. Algemene bedenkingen bij de meetmethode.
logo Réseau Financité - Kwantiteit omhoog, kwaliteit omlaag
de barometer blijft op onweer staan

In eerdere blogberichten mbt. de vroeger verschenen studies van Financité hebben wij ons op het standpunt gesteld dat het contraproductief is om producten te promoten als je zelf al zoveel bedenkingen hebt bij de kwaliteit ervan. We mogen (nu de meeste hormonen uit het vlees verdwenen zijn) inmiddels toch ook aannemen dat een slager zijn zelf bereid vlees durft aan te bevelen of te consumeren.

In een studie waarbij de negatieve resultaten zo overweldigend zijn, zal niemand veel motivatie vinden om toch duurzaam te gaan beleggen. Tegenstanders, die dit allemaal maar flut vinden, kunnen in dergelijke studies argumenten vinden om ESG-benaderingen blijvend te negeren of – actiever nog- te bestrijden.

Anderzijds moet gezegd dat ook in onze eigen benadering (objectiveringsscore, waarbij zowel rendement als extra-financiële gegevens een rol spelen) geen enkel fonds momenteel hoger scoort dan 6,75 op 10. En het gros van de fondsen haalt ook bij ons niet eens de helft van de punten. Dus: we twijfelen niet aan de conclusie dat er nog veel werk aan de winkel is en dat fondsen zich soms in de markt zetten als duurzaam, terwijl je daar inhoudelijk veel bedenkingen kunt bij formuleren.

We struikelen vooral over de slachtbankmethode waarbij veel fondsen dadelijk in het verdomhoekje van 0/100 vliegen. Een lot dat bijvoorbeeld ook 3 van de 4 Triodosfondsen beschoren is. Wij verdelen zelf 2 van die 3 fondsen. En zeker, ook op basis van onze criteria zijn ze niet perfect (respectivelijk staan ze met 1,5 /10 en met 4,25/10 gequoteerd). Maar van Triodos en haar benadering kan je m.i. moeilijk zeggen dat ze duurzaamheid niet au serieux nemen.

6. Pleidooi om te stoppen met de 0-score.
6.1. Als er onvoldoende informatie ter beschikking is, krijgen de fondsen een 0/100.
géén informatie = géén punten
  • Volgens Financité hebben 29 financiële instellingen/vermogensbeheerders geen informatie ter beschikking gesteld aan Financité. Op een totaal van 81 betekent dit dat een kleine 36 % van de markt niet alleen geen herexamen kreeg, maar dadelijk met een klinkende buis opgezadeld werd.
  • Mogelijk zijn er redenen waarom er geen antwoord kwam. Een vragenlijst kan niet bij de juiste persoon/afdeling terechtgekomen zijn. Ze kan op een verkeerd moment op een bureau gevallen zijn (zeker bij kleine aanbieders waar alles door een klein team moet gemanaged worden is de workflow niet egaal verspreid en soms gewoon te hoog).
  • Het kan ook zijn dat een aanbieder de relevantie van een bevraging door Financité niet groot genoeg vond (er staan nogal wat kleppers op de lijst van niet-respondenten: ABN-Amro, Amundi, AXA, Crédit Suisse,  DWS Investment (Deutsche Bank), J.P. Morgan, UBS,…). Reuzen durven zich wel eens als Goliaths opstellen en de Davids negeren. Ook al leert de gewijde geschiedenis ons dat dit niet altijd terecht is.
  • Ons standpunt: als je onvoldoende informatie hebt, kan je inderdaad geen punten toekennen. Maar om de globale scores niet nodeloos naar beneden te halen, kan je evengoed dit segment uit de vergelijking houden. Een vermelding “niet quoteerbaar, niet weegbaar” is o.i. correcter dan een stempel van 0 op 100. Als beoordelaar weet je immers niet hoe goed/hoe slecht de betrokken fondsen zijn. Mogelijke kwaliteit wordt nu ook bij het huisvuil gezet. De houding van Financité lijkt o.i. een beetje op een nukkige “Je bent stout én dus mag niet naar mijn verjaardagsfeestje komen“-houding.
6.2. Als ook maar 1 bedrijf (of overheid) uit het beleggingsuniversum van een ESG-fonds voorkomt op 1 van de 29 geconsulteerde zwarte lijsten, dan krijgt dit fonds een 0/100.
  •  Door dit criteria zijn 187 van de 545 fondsen in de kelder van de quotering beland. Ongeveer 34 % kregen hierdoor een 0/100.

    fondsen gespiegeld in 29 zwarte lijsten
  •  Op pagina 126 van hun studie somt Financité 29 zwarte lijsten op die zij hiervoor raadpleegt. Ze bevatten zondaars tegen mensenrechten, sociale rechten, burgerrechten, milieu én deugdelijk bestuur. Financité motiveert door te stellen dat deze thema’s allen met 1 of meerdere raakpunten verbonden zijn aan internationale verdragen, die door België ondertekend zijn. Volgens Financité kan je derhalve niet onder deze lat door.
  • Ons standpunt: uiteraard horen overheden of bedrijven die flagrant conventies schenden niet vertegenwoordigd te zijn in ISR-fondsen. Maar het gaat hier over levendige materie: bedrijven (/ overheden) verdwijnen én verschijnen op dergelijke lijsten. Dit betekent dat de lijsten -gesteld dat ze allen al 100 % foutloos zouden zijn- steeds met de nodige vertraging aangepast worden. We gaan ermee akkoord dat ook fondsbeheerders regelmatig de lijsten moeten screenen.
    • Maar hoe dan ook is er een tussentijd tussen aanpassing van de zwarte lijst én constatatie van aanwezigheid van een betrokken dergelijk bedrijf in de eigen belegging door een beheerder van een duurzaam fonds. Hoeveel reactietijd is redelijk? Nu lijkt het dat dit 0 is.
    • En is het niet normaal dat een fonds ook nog eens een zekere tijd krijgt om zich daarna van het betrokken bedrijf (land) te ontdoen? Een voorbeeld? Toen dieselgate uitbrak was VAG (Volkswagengroep) 1 van de participaties in het Triodos Sustainable Equity-fonds. Verkopen dadelijk na uitbraak van het schandaal zou grote aandeelhouderswaarde vernietigd hebben. Triodos besloot om die reden om zich enkele maanden te gunnen om zich volledig uit VAG terug te trekken. 
    • Verder lijkt hier ook geen gradatie in de sanctie te steken. In een (aandelen)fonds is er geregeld rotatie in de onderliggende waarden. We kunnen aannemen dat als een beheerder 0,5 % van zijn fonds wil verschuiven daar minder checks & balances bij gebeuren dan als het gaat over verschuiving van 10 %. Nu lijkt het alsof ook voor een lichte (soms erg tijdelijke) verschuiving ook verwacht wordt dat daar een uitgebreide studie aan moet voorafgaan. Alsof de kostprijs van fondsen nog niet hoog genoeg is.
    • De zware buis die uitgedeeld wordt als een fonds in iets investeert dat op een zwarte lijst staat, lijkt ons dan ook te ongenuanceerd te worden toegepast. Alsof een leraar een voor de rest voortreffelijk opstel van een student een 0 geeft omdat hij er een dt-fout in opmerkte. Inhoudelijk is dit opstel misschien met voorsprong het beste van de klas, maar de kwaliteit van de inhoud wordt door een vormelijke fout niet langer beschouwd. We pleiten toch voor invoeren van een zekere (kleine) tolerantiemarge vooraleer met dieprode stylo geschreven wordt.
    • En we hopen dat Financité hun bevindingen niet alleen voor zich houdt.  Als ze ze terugkoppelen aan de fondsbeheerders, die op (kleine) zondes betrapt werden, mis je geen kans om hun kwaliteit te verbeteren.

Een serieus dilemma voor NewB.

Ja of Nee? De laatste spannende maanden voor wat de erkenning betreft.

In de laatste maanden van 2019 start NewB haar financiëringscampagne teneinde voldoende middelen bijeen te brengen om als bank te kunnen starten. Of dit lukt zal de toekomst uitmaken. Dromen is alvast niet verboden.

In een blogbericht van 04/04/2019 lezen we hoe NewB het verschil zal maken. Puntje 4 handelt over de toekomstige producten. Daarbij wordt onder meer vermeldt …. NewB-klanten die hun geld op een verantwoorde manier willen beleggen zullen de kans krijgen om te investeren in beleggingsfondsen met een positieve impact op de samenleving ….  (Er staat ook een voetnoot [12], maar bij schrijven van dit artikel werden we bij klikken hierop niet wijzer).

Nu is er een duidelijke link tussen Financité en NewB. Financité is 1 van de initiatiefnemers én drijvende krachten achter het project. Bernard Bayot is directeur van Réseau Financité en momenteel voorzitter van de Raad van Bestuur van NewB. Het wordt niet evident (eigenlijk onmogelijk) om een voldoende zinvol- en gespreid aanbod duurzame beleggingen aan de NewB-klant aan te bieden als de strenge definiëring van Financité daar het uitgangspunt wordt.

Hieronder het aantal duurzame fondsen uit het in België beschikbare aanbod, die volgens Réseau Financité deugen.
Type beleggers (rechts)
Kwaliteit van het aanbod (onder)
DEFENSIEFBALANCEDDYNAMISCH
GROTE ONDERSCHEIDING000
ONDERSCHEIDING000
VOLDOENDE001

Kunnen we om die reden in de toekomst mildere beoordelingen verwachten? Of denkt NewB zelf de capaciteit in huis te hebben om voor de verschillende types belegger eigen producten op de markt te brengen, die wel aan de hoge standaards van hun studie zullen beantwoorden? Wait and see, maar toch best spannend.

 

 

 

Categorieën
home

De anti-sympathieke heffing. Lees: “de anticipatieve heffing uitgelegd”.

Fiscaliteit van sparen en beleggen? Het is een verwarrend kluwen omdat er weinig continuïteit is. De regels veranderen op geregelde tijden. En vaak ook terwijl het spel bezig is. In sport zou dit niet gepikt worden.  In het domein van de belastingen ondergaan we het. Wie even niet oplette, begrijpt niet wat er gebeurde. Wie wel oplette, kan al even zo vaak toch niet volgen. De gemiddelde mens kent nu eenmaal meer van sport dan van financiën en belasting. Nochtans is stabiliteit een basisvoorwaarde om een goed beleid op te baseren. De overheid is  daar echter niet consequent. Zo heeft ze nu net 5 jaar houders van een lange termijn spaarverzekering of intekenaars op pensioensparen -onderschreven voor 2015- onderworpen aan een anticipatieve heffing. In feite was het al versie 2 van die weinig verheffende praktijk.

Lange termijn sparen en pensioensparen is een domein van geven en nemen.

Evenwicht tussen voordeel en taxatie

De overheid stimuleert haar burgers om zelf een pensioenspaarpotje op te bouwen. Die stimulans bestaat er in dat je de bedragen die je in die systemen investeert jaar na jaar van je belastingen kan aftrekken. Maar voor wat hoort wat. Op het einde van de rit (op het moment van opname van het bijeen gespaarde geld) was van meet af aan duidelijk dat je een belasting diende te betalen op je eindkapitaal.

Mensen die allergisch zijn aan belastingen spreken vaak van de “roverheid”. Zo ver gaan wij niet. Met belastinggeld gebeuren ook nuttige dingen. En het verschil tussen fiscaal voordeel én eindbelasting was -uitgezonderd voor pensioenspaarfondsen die weinig rendement zouden genereren- voordelig voor de burger. Althans voor zij die kunnen vooruitkijken en niet tegen de armoedegrens schurken of er onder vallen. Voor deze laatsten is de 3e pensioenpijler een lege -wegens onbereikbaarheid- doos.

Aanvankelijk was die eindbelasting bepaald op 16,5 % van het kapitaal bij lange termijnsparen & pensioenspaarverzekeringen. De winstdeelname bleef buiten schot. Voor pensioenspaarcontracten was dit 16,5 % op het aan 6,75 % opgerente (voor 1993) of aan 4,75 % opgerente (vanaf 1993) investeringsbedrag.

De uitvinding van de anticipatieve heffing 1.0.

de overheid belast de burger- anticipatieve heffing
Omdat de rekening niet klopt moeten we vervroegd aankloppen

In tijden van grote geldnood en/of om de touwtjes van een begroting aan elkaar te kunnen knopen maakt men vaak bokkensprongen.  Zo werd onder impuls van J.L. Dehaene in 1993 besloten om de eindbelasting van dergelijke contracten niet langer op einddatum (voor mannen toen 65 jaar) te heffen. Neen, voortaan zou de belasting voorafgaandelijk geheven worden in het jaar van je 60e verjaardag. De totale belasting daalde vanop dit ogenblik voor toekomstige stortingen naar 10 % en de jaren na je 60e mocht je verder sparen mét belastingvoordeel en zonder dat er nog belasting geheven werd.

Vervroegen van belastinginning laat misschien een beetje te veel in de kaarten van de beleidsmakers kijken. Daarom werd het “anticiperen” genoemd. De inningsoperatie noemen we een “anticipatieve heffing”. Op zich werd het systeem er voor de burger niet slechter op. Ook voor de overheid zat er winst in. In 1 klap kon men een belasting innen van wie 60, 61, 62, 63 en 64 jaar werd. In de jaren die volgden moesten verzekeraars en banken telkens 2 berekeningen maken. Een belasting van 16,5 % op de sommen die voor 1993 werden gespaard en 10 % op de sommen die sindsdien werden ingebracht.

Een update van de anticipatieve heffing. Versie 1.5 in 2012.

Maar waarom moeilijk doen als het ook gemakkelijk kan? Zeker als de budgettaire nood hoog blijft. Daarom zette men in 2012 een nieuwe anticipatieve heffing op de rails. Bij iedere burger die voor 1993 in het systeem van lange termijn sparen of pensioensparen gestapt was, hield de fiscus op de voor 1993 bijeen gespaarde sommen in 1 keer 6,5% in. Terug was er een one-shot begrotingswonder geboren. Een zak geld voor de overheid en voortaan een eindafrekening met niet 2, maar slechts 1 tarief (10 % belasting).

Anticipatieve heffing 2.0. in 2015.

Ziet u het nu nog zitten? Kunt u er nou nog bij? Kunt u het nou nog volgen? Dan kunt u meer dan wij.

Daar bleef het echter niet bij. In 2015 wou de fiscus opnieuw voorschotten op de eindbelasting innen. Dus werd er weer aan de reglementering gesleuteld. Nu besloot men om gedurende 5 jaar op elk lopend contract telkens een voorschot op de eindbelasting te nemen. Er werd gekeken hoeveel geld er in de pot stak op 31/12/2014. En gedurende de maand september van 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 dienden de verzekeraars en de banken hier telkens 1 % aan de overheid door te storten. Dit als voorafname op de eindbelasting. Ter camouflage van deze te vroeg geïnde belasting kreeg de burger opnieuw een lagere eindbelasting. Deze zou voortaan niet langer 10 %, maar slechts 8 % bedragen. Het is echter niet correct om te stellen dat de slotbelasting op je 60 e voortaan 3 % bedraagt.  Een eenvoudig rekensommetje leert dit.

Stel: je had op 31/12/2014 een kapitaal van € 10.000 bijeen gespaard. Je bent pas in 2025 60 jaar en dan heb je € 20.000 op je lange termijn sparen/pensioensparen staan. In dit geval betaalde je tot heden gedurende 5 jaar telkens € 100 aan anticipatieve heffing. In 2025 moet je 8 % betalen op € 20.000, maar daarvan mag je de anticipatieve heffing van 2015 tot en met 2019 aftrekken. 8 % van € 20.000 = € 1.600. Netto te betalen blijft € 1.600 – € 500 = € 1.100. Of nog een eindbelasting van 5,5 %.

Wat is het volgende?

We noemden in onze titel de anticipatieve heffing anti-sympathiek. Reden hiervoor is vooral dat het veranderen van de regels terwijl het spel gespeeld wordt nefast is voor het systeem.

Beheerders (verzekeraars en banken) worden nodeloos op kosten gejaagd. Zo moeten zij

  • hun computersystemen aanpassen.
  • frequenter doorstortingen aan de fiscus doen dan aanvankelijk voorzien
  • geregeld extra communiceren aan hun klanten. Dit met een redelijk moeilijke boodschap.

Voor klanten – burgers die toegetreden zijn tot de systemen van lange termijn sparen en pensioensparen – is de transparantie ervan ondermijnt. Dit creëert uiteindelijk wantrouwen en tast de geloofwaardigheid van dergelijke systemen aan.

In een periode waarin de vergrijzingskosten acuter dan ooit aan de oppervlakte komen, mogen we hopen dat een nieuwe federale regering niet opnieuw haar toevlucht zoekt tot een versie 3.0 van de anticipatieve heffing. Zeker de rijksbegroting is niet in evenwicht en er zullen gaten moeten dichtgereden worden. Maar de 3e pensioenpijler, die al zoveel last heeft van blijvend lage intresten, lijkt ons niet het domein om opnieuw met bijkomende complexiteit op te zadelen. Integendeel. Versterken en versimpelen ervan lijkt meer aan de orde.

opgepast boobytrap

Als we ons echter spiegelen aan het recente verleden, moeten we toch het ergste vrezen. Zo werd in 2018 het duaal pensioensparen  ingevoerd. Dit ging gepaard met opnieuw meer administratie in beheer (te hernieuwen jaarlijks keuze voor wie voor het verhoogd systeem opteert). En de wijziging zette en passant ook gewoon een belastingval open. Wie ook maar 1 € meer betaalt dan het oude maximumbedrag valt van een belastingvoordeel van 30 % op één van 25 % terug. Tel uit je winst!

Categorieën
home

Ook NN Insurance Belgium start een tijdelijke Tax Free-actie

estafettestokje - Ook NN Insurance Belgium start een tijdelijke Tax Free-actie
Na Athora Belgium volgt NN Insurance Belgium

De tax free-actie van Athora Belgium loopt op zijn laatste benen. Ze gold -behoudens vervroegde afsluiting- tot 31/10. Voor details, zie ons bericht van 26/08/2019. Maar niet getreurd. NN Insurance Belgium (NNIB) staat al klaar om het estafette-stokje van hen over te nemen. De verzekeraar heeft een redelijk ruim aanbod aan Tak23 fondsen. Enkele van hun fondsen kunnen aangekocht worden als je belang hecht aan duurzaam beleggen.

Gezien die taks 2 % van het belegd kapitaal bedraagt, spaar je een stuk op de kosten als je in de betrokken periode een belegging onderschrijft. Let wel: alleen instappen op basis van een tijdelijke korting is geen goede beslissing. Ga zeker ook na of het product dat je onderschrijft wel bij je past.

 

Voorwaarden.

De actie start op 14/10 en loopt tot 29/11/2019. In die periode neemt de verzekeraar de verzekeringstaks voor elk nieuw NN Strategy Niet-Fiscaal contract ten laste. Er zijn 2 minimumvoorwaarden:

  • het contract moet bij onderschrijving ondertekend worden met je elektronische identiteitskaart
  • de minimuminleg bedraagt € 10.000.

We maken het je gemakkelijk.

Net zoals bij de Athora-actie hebben we 2 voorbeeldbeleggingen uitgewerkt: 1 voor een gebalanceerde belegger en 1 voor een dynamische belegger. We gebruiken dezelfde criteria als toen.

  • fondsen die 0,1 of 2 globes in de Morningstar Sustainability Rating behaalden weerhielden we niet.
  • fondsen die 3 globes in de Morningstar Sustainability Rating behaalden wegen we als 50 % duurzaam
  • fondsen die 4 of 5 globes behaalden beschouwen we als 100 % duurzaam

Wie conservatiever wil belegger, kan ook zijn gading vinden in het NNIB-aanbod. Omdat de opbrengsten voor een conservatieve portefeuille door de blijvend lage rentes op obligaties met moeite de kosten (instap en beheer) zullen dekken, hebben we dit aspect niet uitgewerkt.

De gebalanceerde portefeuille.

risico en rendementskans in evenwicht

Deze kan als 95 % duurzaam beschouwd worden. Ze scoort op vlak van risico 4,38 op een schaal van 7. Hieronder vind je de samenstelling. De rendementen per fonds zijn omgerekend op basis van hun gewicht in de totale portefeuille. Het rendement sinds jaarbegin (YTD) is dit per 01/10/2019.

Naam Fonds%return 10 jaarreturn 5 jaarreturn 2018YTD
NN Life Patri. bal. eur. sustainable 452,2185
1,161-3,60456,489
NN DNCA invest eurose22
1,00320,3212
-1,49161,3552
NN Triodos sustainable equity 232,47481,5295-0,8744,1791
NN Life Global sustainable equity 101,0310,617-0,8522,484
TOTAAL1006,3073,6287-6,822114,5073

De dynamische portefeuille.

goede spreiding met kans op hoger rendement

Volgens de criteria kan ze als 87,5 % duurzaam beschouwd worden. We gebruikten dezelfde fondsen, maar gaven er een ander gewicht aan. Deze portefeuille definieert zich als licht risicovoller met een score van 4,6725 op een schaal van 7. De rendementen per fonds zijn omgerekend op basis van hun gewicht in de totale portefeuille. Het rendement sinds jaarbegin (YTD) is dit per 01/10/2019.

Naam Fonds%return 10 jaarreturn 5 jaarreturn 2018YTD
NN Life Patri. bal. eur. sustainable 231,13390,5934-1,84233,3166
NN DNCA invest eurose120,54720,1752-0,81360,7392
NN Triodos sustainable equity 404,3042,66-1,527,268
NN Life Global sustainable equity 252,57751,5425-2,136,21
TOTAAL1008,56264,9711-6,305917,5338

Via deze link kan je alle beschikbare NNIB-fondsen, hun rendementen en risicoinschaling zien. Klik je op de fondsnaam, dan kom je aan bijkomende informatie. Wil deze gegevens voorafgaandelijk consulteren. En hier vindt je alle info over de actie zoals de verzekeraar ze zelf afficheert. Je vindt er onder meer een link naar diverse precontractuele documenten.

Praktisch.

Heb je bijkomende vragen of wil je intekenen? Je bent welkom bij verzekeringsmakelaar Coverbel (kanaal waarlangs Ethisch Beleggen werkt). Voor een afspraak, bel 09/3950303. Of stuur enkele mogelijke afspraakdata door aan info@ethischbeleggen.com, waarna we je contacteren.  Vergeet je identiteitskaart en je inlogcode niet mee te nemen.

Categorieën
home

Het instapmoment optimaliseren

 

Keep calm - Het instapmoment optimaliseren
Je “cool” verliezen. Ook beleggers kennen dit fenomeen

Wanneer de koersen van aandelen, obligaties en hun fondsen fors dalen is er quasi niemand die deze durft aan te kopen. En vaak komen de kopers in grote getale opdraven als de koers al een tijdje de hoogte ingaat. In beide gevallen spelen emoties een erg grote rol. Ofwel slaat de angst ons om het hart (dus we kopen zeker niet), ofwel vrezen we het momentum te missen –FOMO of Fear Of Missing Out- (en willen we per sé kopen). Een perfect ideaal instapmoment kan niemand berekenen. Maar misschien kan je toch stappen in die richting zetten. Bestaat er een methode om je instapmoment te optimaliseren?

Een goed koopmoment herkennen

Het is al diverse keren bewezen:

  • je moet kopen ‘als er bloed in de straten vloeit’ en
  • je doet het beter niet  ‘als de bakker en de beenhouwer hun bereikte rendementen aan de grote klok hangen’.

Maar meestal doen we juist het omgekeerde, want bovenstaande voelt tegennatuurlijk aan.  Die foute keuzes zijn nefast voor het rendement van de belegger.

  • Hij (m/v/x) mist een grote stijgingskans én
  • tekent in op een grote dalingskans.

In veel gevallen leidt dit tot ontgoocheling en soms ook tot definitief afhaken. “Beleggen? Dat is niets voor ons!” horen we dan.

Kan deze situatie doorbroken worden? Ja, mits we signalen kunnen capteren wanneer een belegging hetzij te fel onder haar normale waarde gedaald, respectievelijk gestegen is. Bestaat daar een methode voor?

Systematisch checken

De mensen achter mijnportefeuille.be hebben hiervoor 2 systemen uitgedacht. Ze passen deze nu al enkele jaren toe. En ze spitten er koopkansen mee naar boven:

  1. Gebruik de GOGI (een letterwoord dat staat voor GeOptimaliseerd Gespreid Instappen) wanneer je je belegging periodiek opbouwt.
    1. Normaal gezien zal iemand die periodiek in een aandeel (een fonds) belegt, nu eens aan een hoge – en dan weer aan een lage waarde instappen. Op termijn verwerft zo iemand dan een gemiddeld rendement.
    2. Via het GOGI-systeem kan je echter volgen of een bijstorting op moment X nu opportuun is of juist niet. De truuk bestaat er in om op momenten dat een belegging in vergelijking tot zijn gemiddeld rendement al te veel gestegen is even af te wachten. En alleen te investeren als het aandeel/fonds terug onder zijn gemiddeld rendement presteert.
    3. De bedenkers van het systeem hanteren 2 waarderingen:
      1. STOP voor het geval de belegging boven haar gemiddeld rendement presteert en
      2. SPREAD indien de belegging integendeel juist onder haar gemiddeld rendement presteert.  Met die “spread” willen ze doelbewust niet zeggen dat je moet aankopen (wat bijv. een GO als aansporing wel zou hebben). Niemand weet immers of de waarde al genoeg gezakt is en dus al spoedig zal aantrekken. Spread wil eerder zeggen ‘statistisch is het wellicht een goed moment om nu aan te kopen’. En zoals steeds: vergeet niet te spreiden. We hebben het hier nu over het tijdselement (timing van instap), maar ook investeren in diversiteit (verschillende producten) blijft belangrijk.
      3. Op basis van hun bevindingen zou een volgehouden hantering van de STOP en SPREAD-benadering je een hoger dan een “gemiddeld rendement” moeten opleveren.
  2. Gebruik de INVERSE GOGI wanneer je wil beleggen met een éénmalige som.
    1. De Inverse GOGI lijst de fondsen op die erg zwaar onder hun gemiddelde doorgezakt zijn én daarbij een ondergrens overschreden hebben.
    2. Hier heeft de STOP een betekenis van “geen momentum om nu per sé te willen aankopen“.
    3. SPREAD daarentegen zou je als volgt kunnen interpreteren: dit fonds is zodanig in waarde gezakt, dat het nu een echt solden-product geworden is. Het fonds is dus koopwaardig mits je zelf nog vertrouwen in de filosofie én het beheer van het product hebt. En ook hier weer: blijf voldoende spreiden.

Geen wondermiddel, maar wel bruikbaar ?

banner Gogi - het instapmoment optimaliseren
Gogi is niet alleen oosters eten, ook food for thought bij beleggers.

Het team van MijnPortefeuille heeft de GOGI al enkele jaren toegepast en -buiten echte crashes gerekend- helpt dit systeem om het beleggingsrendement een boost te geven.

Omdat de gewone GOGI-weging van een fonds geen statisch gegeven is, is dit geen goed idee om dit te laten doorwegen in de keuze van fondsen die we opnemen in een bepaalde modelportefeuille.

Het zou in de loop van het jaar wel een evaluatie-element kunnen zijn om bij nieuwe klanten de modelportefeuilles gedeeltelijk te laten afwijken van haar origineel dat per 1 januari vastgelegd werd. Zo zou bijv. bij een STOP-signaal bij een fonds het bedrag dat we daarin investeren iets verminderd kunnen worden en bij een SPREAD-signaal het bedrag van de investering iets verhoogd kunnen worden.

Ook zouden klanten die willen bijstorten de GOGI-score van een fonds kunnen meenemen in hun beslissingsmoment (vandaag doen of toch nog even wachten? / gelijkmatig in alle fondsen uit de belegging bijstorten of selectief bijstorten (alleen in de fondsen met een SPREAD-signaal)?).

De INVERSE GOGI wordt minder toegepast door MijnPortefeuille. Wel gebruikten ze dit gegeven creatief ooit bij aangekochte fondsen die door de bodem gezakt waren. Het motiveerde hen om in voorkomend geval gespreid te verkopen. Want alles in 1 keer verkopen eens je op een dieptepunt staat betekent ook het volle verlies nemen.

Met Ethisch Beleggen maken we modelportefeuilles op. Jaarlijks houden we die tegen het licht. We rekenen er op dat we daarbij fondsen selecteren die niet echt door de bodem zakken, maar volledig uitgesloten is dit nooit. Een Invers Gogi-signaal bij 1 of meerdere van de aanwezige fondsen zou op een mogelijke opportuniteit kunnen wijzen.

GOGI en INVERSE GOGI zijn dus zeker geen wondermiddel. Ze zijn eerder een bijkomend analyse- en sturingsmiddel.

Om het met de woorden van de ontwerper te zeggen:

‘In feite vergelijken we een fonds met zichzelf en niet langer met een benchmark. … Door dit op lange termijn te doen -een beetje zoals de weerman doet om tot een langjarige gemiddelde temperatuur te komen- kunnen we zien of een fonds hoger of lager presteert dan normaal. We weten dat het ‘weer’ ook heel volatiel en onvoorspelbaar is. Maar als je over een langdurige metingen beschikt, kan je bepalen of een bepaalde temperatuur te laag of te hoog is voor de tijd van het jaar. Als die te hoog is, dan weet je ook dat er uiteindelijk toch een afkoeling komt.”

Een dankwoordje aan een collega-blogger.

Gezien onze goede relatie met de man die deze berekeningen uitvoert,  kregen we de toelating om diens resultaten ook in onze specifieke werking te gebruiken. Meer nog: hij bood aan om de fondsen die wij verdelen en die bij hem nog niet op de radar stonden ook in zijn berekeningen te gaan opnemen.   Dank hiervoor. Het helpt ons om nog verfijnder te kunnen werken. Gegevens die anders niet beschikbaar zijn, kunnen we nu integreren in onze wegingen.

Concreet

Om die reden zullen we

  • vanaf heden een STOP/SPREAD-indicatie ook -voor zover beschikbaar (van een jong fonds kan je geen langdurig gemiddelde berekenen)- vermelden op onze fondsenpagina. Hou er rekening mee dat we de informatie steeds met een kleine vertraging verwerken. Onze leverancier moet zijn huiswerk maken & wij moeten het gedeelte dat op onze werking van toepassing is er dan uitselecteren. Zeker in tijden van beursturbulentie kan deze vertraging haar effect hebben. Let wel: beslissen om een fonds aan te kopen doe je beter niet op basis van 1 parameter. Een loutere STOP/SPREAD-vermelding mag dan ook niet als een afraden/aanbeveling tot investeren gezien worden.
  • Soms zal je NVT (Niet van Toepassing) zien staan ipv. STOP of SPREAD. Dit gaat dan over relatief jonge fondsen. Hiervan kan je geen langdurig gemiddelde berekenen.
  • Ook zal je soms ONBEKEND zien staan. Dit gaat dan over fondsen die wel al een behoorlijke ouderdom hebben, maar nog niet opgenomen zijn in de database van de beheerders van MijnPortefeuille.

Meer achtergrond gewenst?

De correcte, technische uitleg over hoe een STOP/SPREAD tot stand komt en welke berekeningen er achter GOGI en INVERSE GOGI steken, hebben we hier niet weergegeven. Dit om het artikel niet al te ingewikkeld te maken. Voor wie zich daarin wenst te verdiepen, raden we aan om vriend Google in te schakelen. Op de site MijnPortefeuille.be vind je de uitleg in volgende artikels: Periodiek beleggen – gespreid instappen (basisartikel)  en GOGI: Geoptimaliseerd Gespreid Instappen (meer technische info).

Tot slot

We blijven even in de allegorie van de ontwerper van GOGI en Inverse GOG.

  1. In de wereld van de belegger kan het vriezen of het kan dooien. Deze periodes volgen elkaar op met een zekere regelmaat. Dat wil niet zeggen dat de
    De spaarrekening lijkt nog lange tijd te zullen lekken.

    periode van vorst en dooi exact te bepalen is. Laat die onzekerheid echter geen reden zijn om niet naar buiten te komen en de weersomstandigheden te trotseren. Uit vrees voor crashes en ander onheil zitten erg veel mensen nu al jaren door hun venster te staren met hun spaargeld achter zich veilig op een rekening. Ze vergeten hierbij dat binnen in huis de muizen van de inflatie steeds meer gaten in dit spaargeld aan het vreten zijn.

  2. Velen blijven de verwachting koesteren dat de rentes binnenkort terug naar “normale” hoogtes zullen evolueren. Dit lijkt echter niet erg realistisch in de meeste gebruikte basisscenario’s van economen en financiële instellingen. Zo verwacht Robeco in haar 5-jaars-prognose voor de periode 2020-2014 (zie p 88-91) dat cash in de toekomst een rendement van gemiddeld – 0,5 % zal opbrengen. Een negatieve rente, dus. Schroders probeert wat verder in de toekomst te kijken. In haar laatste vooruitzichten voor de periode 2019-2029 (zie p 9) ziet zij in de komende 10 jaar de cashvergoeding gemiddeld slechts net boven de heersende vergoeding op spaarrekeningen komen (0,2 i.p.v. 0,11).

 

 

Categorieën
home

Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.

Het Verenigd Koninkrijk komt de laatste paar jaar in beeld als een land op drift. De politieke leiders zijn er niet slagkrachtig (of slaan alle richtingen uit). De bevolking is het alleen eens over het feit dat ze verdeeld zijn. Zichzelf in de voet schieten lijkt een wezenskenmerk van de Britten te zijn. Althans gezien vanuit onze positie aan de overkant van het Kanaal.

Er is meer dan de karikatuur.

Scrabble pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
ESG : 3 x woordwaarde
Environmental
Social
Governance

Toch gebeuren er ook nog zinvolle dingen. Deze komen bij ons amper in de pers. Zo is de wetgeving rond financiële producten er recent aangepast. Als onderdeel van het streven van de overheid om klimaatverandering aan te pakken, zijn pensioenfondsen met ingang van 01/10/2019 er verplicht om een ESG-beleid te hebben. Zodra er meer dan 100 leden in een pensioenfonds toegetreden zijn, ben je onderhevig aan die verplichting. De ESG-benadering moet voortaan -naast de financiële overwegingen- ook uiteengezet worden in hun SIP (Statement of Investment Principles). Kort door de bocht: rentmeesterschap duikt voortaan ook op in elke prospectus van een (niet-ultraklein) pensioenfonds.

Pensioenfondsen zijn grote financiële hefbomen.

Ppensioenfondsen beheren gedurende lange jaren grote kapitalen van hun leden. Deze worden er vanaf nu in een richting gestuurd waarin niet alleen financieel rendement belangrijk is. Voortaan wordt ook rekenschap gevraagd mbt. het effect van die geldstromen op vlak van sociaal -, milieu- of bestuurlijk beleid. ESG is niet langer een optioneel extra (aankruisvakje op een onderschrijvingsformulier) voor vermogensbeheerders. Het maakt voortaan integraal deel uit van de fiduciaire verplichtingen van aanbieders van pensioenfondsen. Zo zullen beheerders ook moeten laten zien hoe zij de risico’s van bijv. klimaatverandering aanpakken. Evolueren hun beleggingsengagementen en hun stemgedrag bijv. naar koolstofarme bedrijven of weg van de fossiele grootmachten? Hier niet aan beantwoorden kan voortaan hun juridische aansprakelijkheid in het gedrang brengen.

fossielvrij pensioenfonds - Pensioenfondsen in VK moeten voortaan met ESG rekening houden.
Er waren al voortrekker. Nu wordt het er algemeen gangbaar.

De miljarden ponden , die in dergelijke stelsels rondhangen zullen eindelijk doen wat volgens een recent eigen onderzoek van de Britse regering verwacht wordt door 68 % van de Britse spaarders. Met name dat hun beleggingen ook rekening houden met de impact op mensen en milieu. Dit zal wellicht een groter effect hebben op de aanpak van de klimaatverandering dan bijna elke ander beslissing die de overheid kan nemen.

Binnenkort ook aan deze kant van de plas.

Het is de verwachting dat Europa hierrond  in de komende jaren zelf ook verdere stappen zet. Maar voor 1 keer is het leave-kamp een positieve trendsetter.  In België probeert FairFin bijv. de pensioensector in diezelfde richting te bewegen. Althans via het opzetten van een duurzaam pensioenspaarfonds voor leden van de (para-)medische wereld.

Natuurlijk moet in de praktijk nog blijken of de verplichting in de UK effectief wel leidt tot de te verwachten resultaten: ESG-risico’s goed inschatten én de weg naar een zero-carboneconomie helpen plaveien.

Noodzakelijk, maar niet voldoende.

Zo ziet UNPRI 4 nog te nemen obstakels:

  1. consolidatie in de pensioensector. Het VK is 1 van de meest gefragmenteerde pensioenmarkten ter wereld. Naast (relatief) hogere exploitatiekosten in een klein fonds, is het bestuur er vaak van mindere kwaliteit of minder goed uitgerust om specifieke scenario’s te kunnen analyseren. Een kwestie van “size matters”.
  2.  verbetering van de duurzame beleggingskennis bij fondsbeheerders. De meeste pensioenspaarders zijn nog 25 jaar of langer verwijderd van hun pensioen. Dit is de periode waarin de Britse regering tot een zero CO2-uitstoot wil komen. Deze economische transformatie zal ook gevolgen hebben voor het financieel rendement van beleggingen. Maar veel vermogensbeheerders hebben hun investeringsaanpak nog niet aangepast hebben aan klimaatverandering. Zo wordt er nog erg veel geld belegd in wat ooit (binnenkort?) stranded assets zijn. feit. De basisopleiding van fondsbeheerders besteedt daar nog geen aandacht aan. Ook bestuurders van dergelijke fondsen kunnen hier wel nog wat bijsturing gebruiken.
  3. pensioenfondsen moeten meer luisteren naar de bekommernissen van haar leden. Wereldwijd stijgt de aandacht voor het realiseren van de SDG’s. Veel leden willen dat hun spaargeld de wereld ‘ten goede’ komt. Maar men hoeft niet zelf het warm water uit te vinden. In binnen- en buitenland zijn al ‘best practices’  te vinden. Nu komt het er op aan van elkaar te willen leren.
  4. pensioenfondsen moeten betere service bieden. Pensioenfondsen zijn een enorme bron van inkomsten voor de financiële sector. Vaak werden ESG-factoren buiten beschouwing gelaten bij de keuze van de dataleveranciers of andere diensten waarmee men samenwerkte. ESG-screening werd soms gezien als een extra te betalen kost in plaats van als onderdeel van het totale plaatje. Ook werd vastgesteld dat weinig grote vermogensbeheerders een specifiek stembeleid hadden over bijv. klimaatverandering. Pensioenfondsen zullen zich pro-actiever moeten opstellen. Zowel ten opzichte van hun zakenpartners als in de reële economie. Transitie vereist nu eenmaal dat belangrijke actoren zich ook luid en duidelijk uitspreken.

Effecten opvolgen.

Regelgeving wijzigen is natuurlijk 1 iets. Evalueren of dit uiteindelijk ook opbrengt wat men ervan verwachte is de volgende stap. ShareAction, de Britse activistische promotor van verantwoord beleggen, heeft zich alvast voorgenomen om naar het einde van het jaar de 16 belangrijkste Britse pensioenfondsen te screenen. Met de  de huidige hervorming is de regelgeving mbt. beleggingen gewijzigd. Hoe integreert men dit  in hun beleid en hoe wordt een ambitieus ESG- en rentmeesterschapsbeleid gecommuniceerd naar de leden wordt dan de vraag.

 

Categorieën
home

De eigen portefeuille in september 2019.

Besluiteloosheid op veel vlakken.

De vaudeville rond Brexit draaide een nieuw rondje. De premier zette het parlement buitenspel, maar het hooggerechtshof oordeelde dat die actie onwettig was. 1 maand voor de officiële exit uit de EU is er nog niets geregeld.

Ook onze regeringsvorming schoot niet echt op. Aan Vlaamse kant kwam er na meer dan een maand onderhandelen -met de partijen die in de vorige regering ook de dienst uitmaakten- op de valreep nog een akkoord. Voor de federale regering durven de protagonisten N-VA en PS hun tenen nog niet in het water steken. Tenzij ze achter de schermen bezig zouden zijn.

Schieten op de pianist om de boodschap te negeren.

In de VN werd een klimaattop gehouden. Daarna kwam meer commentaar op de emotionaliteit van de boodschap van Greta Thunberg dan op wereldleiders, die zich niet voor steekhoudende plannen engageren.  Vreemd genoeg was Mutti Merkel (net als in de vluchtelingensituatie in 2015) de enige die alsnog wat perspectief bood.  Trump, die een alleen verrassingsbezoek aan de klimaattop bracht, kijkt inmiddels aan tegen het opstarten van een afzettingsprocedure.  Kortom: het bleef deze maand bij business as usual. De urgentie om dringende problemen aan te pakken blijft ontbreken. Onze leiders lijden aan lethargie. En de bevolking lijkt er niet echt wakker van te liggen.

Toch zijn er ook hoopvolle signalen. Zo was er een succesvolle SMS-campagne om het geld voor een duur medicijn van een kind op te halen.  En kenden we diverse plaatselijke initiatieven om in water of op land plastics op te ruimen. … Het lijkt er op dat aan de basis grotere gevoeligheid/betrokkenheid leeft dan aan de top.

Sluimert er wat onder de oppervlakte?

Onze portefeuille bewoog in september terug in de positieve richting. Er kwam 2,22 % bij, zodat ze sinds begin 2019 nu op een rendement van 17,81 % staat. Oktober is al vaak een maand van achteruitgang geweest. De signalen zijn voorlopig niet negatief. Maar soms kan iets jarenlang onder de oppervlakte woekeren vooraleer het in al zijn gevolgen abrupt duidelijk wordt.

“Hello darkness, my old friend” zou nu beter passen.

De faling van de oudste reisorganisator Thomas Cook is daar het meest recente voorbeeld van. De impact op de meest Belgische reizigers zal, buiten ongemak wegens vergalde reis, nog meevallen. Het Garantiefonds Reizen vangt de financiële gevolgen wel op.  Wat de gevolgen voor werknemers betreft valt af te wachten. Daagt er een overnemer op en onder welke voorwaarden wil deze opereren.  Luchtvaartmaatschappijen en hotels zullen met hun onbetaalde rekeningen achterblijven en zien een deel van hun omzet in elkaar storten.  Vooral hotels uit Spanje, Griekenland, Turkije, Tunesië en Egypte – de populairste reisbestemmingen- zullen de gevolgen dragen. Bij die landen kan de opdoffer mogelijk een negatief gevolg op hun BNP hebben.

Categorieën
home

Duurzame ETF’s: gewogen en te licht bevonden.

Manulife visual ETF's versus Mutual Funds -duurzame ETF's: weinig spreiding en lage rendabiliteit
verschil tussen ETF en klassiek beleggingsfonds

In een vorige bijdrage (09/09/2019) hadden we het over de gevolgen van een recessie op indextrackers. Sommige vermogenbeheerders luiden de alarmklokken. Ze denken dat ETF’s bij een crisis een groot gat kunnen slaan in de zakken van haar intekenaars wegens

  • hun omvang,
  • de onbekendheid van hun gedrag bij omslaande markten,
  • het feit dat ze ook veel beleggers zonder voorkennis en inzicht aantrekken, ….

Die publicatie ging over ETF’s in hun algemeenheid. Echter recent werd in Nederland ook iets over duurzame ETF’s gepubliceerd.  Omdat de berichtgeving hierover in België eerder schaars is, besteed ik er wat aandacht aan. Het artikel stelde scherp op het werk van de beleggingsvereniging VEB. Deze nam een groot aantal duurzame beleggingsproducten voor particulieren onder de loupe.

Kort samengevat luidt hun verdicht: duurzame ETF’s zijn gewogen, maar te licht bevonden. Ze scoren slechter dan hun niet-duurzame evenbeelden op vlak van spreiding én rendabiliteit.

Een representatief staal.

Volgens onze bron, de krant NRC, is voor het eerst ‘structureel’ gekeken naar de samenstelling van duurzame beleggingsproducten.

Volgens het VEB-onderzoek zijn er op vandaag wereldwijd 222 duurzame indextrackers. Het is mij niet duidelijk of dit cijfer ruimer gaat dan alleen de in Europa beschikbare fondsen. Tal van ETF’s verdwenen immers uit het aanbod van vermogensbeheerders. Waarom? Omdat ze het door de PRIIPS opgelegde essentieel informatiedocument (Eid) niet ter beschikking hebben voor hun Europese klanten. Over de verschraling van het aanbod dat die reglementering veroorzaakte, hebben we al eerder bericht (zie 09/11/2017).

Beleggingsvereniging VEB wrijft duurzame ETF's te weinig spreiding en rendabiliteit aan
logo VEB beleggingsvereniging

Maar in feite maakt dit niet zo heel veel uit. 222 is een groot aantal. Je mag m.i. dan ook besluiten dat het hier over een representatief staal gaat. De bevindingen, die uit de studie van VEB rollen, lijken hierdoor valabel.

In duurzame trackers zou momenteel een totaal beheerd vermogen van 1 à 1,3 miljard $ aanwezig zijn. In de Top-5 prijken 3 fondsen van iShares, de ETF-tak van vermogensbeheerder BlackRock.

Zelf volgt Ethisch Beleggen 2 duurzame ETF’s van iShares (MSCI Europe SRI UCITS ETF € en DJ Global Sustainability Screened UCITS ETF $). Ze zitten niet in ons aanbod. We volgen ze op om hun gedrag (en eventuele afwijkingen) tegenover actieve fondsen te kunnen doorgronden.

Een duurzaam ETF is een geconcentreerd afgietsel van een niet-duurzaam ETF.

Volgens VEB zijn duurzame trackers vaak een aangepaste versie van hun traditionele variant. De meest vervuilende bedrijven worden er uitgekieperd en/of alleen de best in class worden behouden.

De discussie over het geslacht van de engelen doet zich ook in ESG-kringen voor.  Het is niet evident om eenduidig te bepalen of een bedrijf (en onze investeringen er in) nu al dan niet gunstig zijn voor milieu én samenleving. VEB focuste daarom vooral op de aanwezigheid van auto-industrie en energiesector in de duurzame ETF’s.

Maar ze maakten ook een overzichtslijstje op met de Top-10 van populaire bedrijven aanwezig in duurzame ETF’s. De meerderheid daar zijn software-gelinkte bedrijven (Microsoft, Alphabet, Apple, SAP, VISA, Facebook). Naast huishoudproducten (Procter & Gamble) , pharma (Johnson & Johnson) vinden we er ook de retailconcurrent Amazon en de fossiele energieproducent TOTAL (op plaats 5) terug.

Wat is daar duurzaam aan?

Exxon komt in veel duurzame ETF's voor. Globaal scoren deze slecht op vlak van spreiding en rendabiliteit
Exxon kende de gevolgen van klimaatverandering, maar verkoos te liegen.

Verder in de rangorde -maar niet in Top-10 staan ook fossiele bedrijven als Exxon en BP  te blinken. Total, Exxon en BP halen de lijst, omdat ze momenteel tot “the best in class” in hun sector  behoren.  Maar het ruikt toch naar greenwash:  de minst vervuilende fossiele brandstofverhandelaar, blijft natuurlijk nog steeds een vervuiler.

Vraag is of duurzame beleggers dergelijke bedrijven in hun portefeuille willen zien opduiken? Bij 1 van de 2 ETF’s die wij opvolgen zien we bijv. ook dat er in TOTAL (voor 4,92 %) belegd wordt. Omdat de waarheid haar rechten heeft, moeten we hieraan toevoegen dat dit bedrijf ook af en toe in actief beheerde duurzame fondsen opduikt.

De hoge score van Alphabet (3e) valt op. Het moederbedrijf van Google doet dan wel veel inspanningen om zijn milieu-impact te verbeteren.  Maar blijft knoeien met onze privacy. Met Facebook (en haar privacy-inbreuken), Amazon (en haar verlonings- en tewerkstellingsproblematiek) en Johnson & Johnson (en haar verslavende pijnstillers), staan er nog enkele erg betwistbare bedrijven in de duurzame ETF-Top.

Wat auto’s betreft worden subtoppers Honda en Toyota teruggevonden in 15 trackers. Dit terwijl ze duidelijk achterlopen op vlak van elektrificatie. En hun waterstofwagens tot heden niet meer dan window dressing zijn. Tesla, dat geen CO2-uitstotende voertuigen produceert, is slechts opgenomen in 5 trackers. Niet dat deze laatste een toonbeeld is. In eerdere berichten (zie 10/11/2016 en 14/08/2018) hebben we onze bedenkingen geformuleerd bij het duurzaamheidsprofiel van deze autobouwer. En van haar flamboyante eigenaar.

Gebrekkige spreiding verhoogt het beleggingsrisico bij duurzame ETF’s.

Een geroemd voordeel van trackers is dat ze een brede spreiding in 1 enkel product en dus kleiner risico op grote koersbewegingen met zich meebrengen. VEB stelt m.i. terecht dat dit bij duurzame ETF’s veel minder opgaat. Logisch natuurlijk! Als je uit de globale tracker de slechts presterende bedrijven op vlak van ESG schrapt, blijft er kleinere pot om in te beleggen over.  Je zal dus automatisch grotere percentages van de resterende bedrijven in je belegging vinden.

Dit wegvallen van het spreidingsvoordeel geldt des te meer voor trackers die zich op een relatief kleine index focussen.

Minder rendement met duurzame ETF’s?

De studie van VEB stelt ook vast dat het rendement van duurzame ETF’s achterblijft op dat van niet-duurzame ETF’s. Nochtans is 1 van de argumenten van promotors van duurzaam beleggen dat dit juist helemaal géén verminderd rendement oplevert.

duurzame ETF's scoren slecht op vlak van spreiding en rendabiliteit. Zeker als je een betwistbaar vergelijkingspunt kiest
MSCI AC World voorbije 10 jaar overklast door S&P 500

VEB nam slechts alle duurzame ETF’s met een historiek van minstens 3 jaar in haar vergelijking op. Dit zijn er 56 van de 222. Wat weer toont dat ETF’s effectief een booming markt van recente datum zijn. Ze vergeleek deze met trackers op de traditionele, niet-duurzame S&P 500. Haar conclusie is dat de duurzame ETF’s een gemiddeld rendement haalden van +/- 10 %. Ongeveer 4 % lager dan dit van hun vergelijkingspunt.

We zijn geneigd deze conclusie als voorbarig te zien. Dit omdat de Amerikaanse Beurs (S&P 500) de voorbije 3 jaar sowieso beter scoorde dan veel andere markten. Je hoeft bijvoorbeeld maar terug te denken aan het Trump-effect na diens verkiezing eind 2016.

Onze (gebrekkige) vergelijking tussen de 2 door ons opgevolgde duurzame ETF’s en een 50-tal actiever beheerde duurzame fondsen wijst niet op onderpresteren op vlak van rendement. We vergelijken ze hieronder met corresponderende niet-duurzame algemene beursindexen.

duurzame ETF <-> Indexrendement 2016rendement 2017rendement 2018
iShares MSCI Europe SRI0,0 %11,41 %- 7,70 %
Eurostoxx500,70 %6.49 %-14,77 %
iSharesDJ Global Sustainability Screened10,90 %7,54 %-4.62 %
MSCI (AC) World Index (*)5,32 %20,11 %-11,76 %

(*) tot en met 2017 gebruikten we de MSCI World Index, vanaf 2018 zijn we de MSCI AC (All Countries) World Index beginnen gebruiken.

Wiens brood men eet, …

In onze praktijk werken we uitsluitend met actief beheerde fondsen. Onze leveranciers bieden ons geen of hoogstens niet-representatieve ETF’s aan. Dit zou er toe kunnen leiden dat we vooringenomen zijn. Omdat we er geen verborgen agenda op na houden, verwijzen we even naar onze specifieke positie.

We kunnen u niet het kostenvoordeel van een ETF aanbieden. We zetten echter in op voldoende spreiding. De risicograad van uw belegging wordt daardoor beter gereduceerd. In tegenstelling tot ETF’s selecteren actief beheerde fondsen ook buiten een bestaande referentie-index. Zoals hierboven toegelicht is dit het zwakke punt bij duurzame ETF’s.

Aan u de keuze wat u het belangrijkst vindt.