Biedt duurzaam beleggen een beter langetermijnrendement?

 

De disclaimer dat rendementen uit het verleden geen garantie zijn voor deze in de toekomst, kennen we onderhand wel. Maar wil dit ook zeggen dat er niets valt af te leiden uit het (recente) verleden? Natuurlijk niet. Zeker als je een tendens onwaart, kan het nuttig zijn om die verder te analyseren. En er eventueel op in te spelen.

Immers er is een beurswijsheid die luidt: “The trend is your friend (until the end when it bends)”. Deze woorden worden alleen door contrarians in de wind geslagen.

Motto van een contrarian. Maar heeft deze ook gelijk?

De vraag die we hier stellen is “is duurzaam beleggen een dergelijke trend? En zo ja, is het zinvol deze trend te volgen?” Bij gebrek aan een glazen bol, moeten we voor het antwoord toch even in de achteruitkijkspiegel kijken.

En dan blijkt dat het antwoord 2 keer “ja” is.

  1. Ja, duurzaam beleggen is een trend.
  2. En ja, het is zinvol om deze trend te volgen.

In de rest van dit artikel gaan we in op deze 2e ja. We focussen op 2 situaties: Europa én de wereld.

De Europese Scene.

Beleggen is als goede jazz: Boeiend, maar ook wel eens vermoeiend.  Met zowel dissonante – als melodische momenten. Sommigen krijgen er hoofdpijn van, anderen worden euforisch.

Als we op langere termijn (+/- 15 jaar) de evolutie van de MSCI Europe (grafiek en verdere toelichting telkens in de link)bekijken, dan zien we uiteraard een gekende beweging.

Tot en met medio 2007 een fors opgaande lijn. Met daarna tot midden maart 2009 een vrije val. Vervolgens tot begin 2011 een inhaalbeweging, gefnuikt door de Eurocrisis. Vanaf 2012 gaat het dan terug fors omhoog, maar sinds 2015 lijkt het vet van de soep.

Hierdoor noteert de MSCI Europe momenteel relatief fors onder de rendementen van de MSCI World.

Waar beiden in juli 2003 op 100 stonden, staat de MSCI Europe in juli 2018 op 295,37, terwijl de MSCI World op 340,98 noteert.  Op een periode van 15 jaar (de grote crisis 2008-2009 incluis) steeg de waarde van de MSCI Europe x 2,95 en die van de MSCI World x 3,4. Al bij al puik.

De MSCI Europe SRI werd later opgestart, maar gelukkig toch net voor de
financiële crisis van 2008-2009. Op die manier krijgen we ook een idee van wat er gebeurt bij een forse neergang.

Via deze index wordt een korf van grote – tot middelgrote aandelen van Europese bedrijven gevolgd. Bedrijven die zich onderscheiden op vlak van ESG (Environmental, Social en Governance). In essentie zien we dezelfde beweging als voor de MSCI Europe.

Ook deze aandelen tuimelen fors naar beneden tijdens de financiële crisis. De daaropvolgende periode zijn ze echter doorlopend meer rendement gaan geven dan de niet duurzame index. Op +/- 11 jaar tijd is het verschil opgelopen tot + 28 %.

Waar de MSCI Europe in die periode stijgt van 100  naar 147,77, klokt de MSCI Europe SRI af op 176,10. Er zijn in die periode slechts 2 jaren (2014: – 0,86 % en 2016: -2,52 %), waar de duurzame index het onderspit moet delven ten opzichte van zijn grotere broer.

Wereldwijd.

De meest gevolgde aandelenindex wereldwijd is de MSCI World. In tegenstelling tot wat de naam suggereert bevat deze alleen bedrijven uit de ontwikkelde wereld. Wil je echt een wereldwijde index, dan moet je de MSCI ACWI (All Country World Index) volgen. In de praktijk ontlopen de rendementen van deze beide indexen elkaar niet echt. Tussen 01/01/2001 en juli 2018 is het geannualiseerd rendement van de eerste  5,27 % en van de 2e 5,40 %.

Alleen al hieruit kan je afleiden dat op lange termijn een beetje beleggen in ontluikende markten extra rendement genereert. Dat blijkt zeker als je alleen de ontluikende markten zou volgen. De MSCI Emerging Markets haalde over dezelfde periode een geannualiseerd rendement van 9,55 %. Fors hoger dus. Maar … de volatiliteit is er eveneens een pak hoger. Kijk maar eens op de grafiek hoe de financiële crisis er op inhakte, hoe de Chinacrisis in nazomer 2015 uitpakte en zelfs hoe het laatste halfjaar (door o.m. de Trump doctrine van Amerika First) de trend er neerwaarts was.

In alle geval op basis van een 15-jarige evolutie kan je stellen dat de MSCI World er met een factor x 3,2676 op vooruit ging, de MSCI ACWI  x 3,2839 steeg en de MSCI Emerging Markets er het felst op vooruit ging: x 4,4224.

Let er bij dit alles op dat de indexen hier in USD noteren. De cijfers uitgedrukt in € zullen er anders uitzien. Maar toch kan niet ontkend worden dat de rendementen een pak hoger lagen dan deze op het oude continent.

Ook de MSCI World SRI-index is van latere oorsprong. We kunnen hier maar een vergelijking maken van +/- 11 jaar.

De conclusies zijn echter grotendeels gelijklopend met de vergelijking binnen de Europese indexen.

Gedurende de betrokken periode steeg de MSCI World Index met 75,63 %, terwijl de MSCI World SRI index met 85,42 % steeg. Of een geannualiseerd rendement sinds ontstaan SRI-index van 5,86 %  tegenover 5,33 % voor de gewone index over dezelfde periode. Er was een +/-gelijkaardige terugval bij de financiële crisis en sindsdien loopt de SRI-index -zij het erg zachtjes- iets uit op de gewone index.

Hoewel de cijfers wereldwijd geen groot verschil in rendement aantonen, zijn ze zeker geen  argument tégen beleggen in duurzame bedrijven.

Conclusie

Dat duurzaam beleggen rendabel is, lijkt hiermee bewezen te zijn. Het is immers onwaarschijnlijk dat deze controleerbare evolutie -zowel in Europa als wereldwijd- een toevallige samenloop van omstandigheden zijn en geen trend. Het feit dat steeds meer institutionele beleggers duurzaam beleggen omarmen, toont aan dat deze laatsten de zinvolheid van dergelijke strategie inzien.

Als de trend je vriend is, dan moet je als particulier niet wachten met op deze golf te surfen. Het is geen garantie op succes, maar het wordt door steeds meer mensen als een weg naar financieel rendement gezien.

Het Willem Breuker Kollektief besluit zijn LP met het grappige (nou ja 1975-humor) “Nietzsche Aan Te Doen”. Lees hier: De cijfers zijn wat ze zijn. Trek er uw conclusies uit. De A-kant van de LP eindigt trouwens met het nummer “Logical”. Lees hier: Duurzaam beleggen? Gewoon Doen!

Kan (of durf) je als particulier niet zelf de keuze maken welke bedrijven je in je portefeuille dient op te nemen, dan zijn er nog steeds de duurzame beleggingsfondsen om je uit de nood te helpen.

Ook goed om weten.

  • Duurzame ETF’s zijn eveneens een mogelijkheid. Hoewel de kosten daar lager
Een lege doos of een zwart gat? Nog niet echt uitgetest.

liggen, weten we echter nog niet hoe ETF’s zullen reageren op een volgende grote crisis. Gezien ETF’s  automatisch indexvolgers (*) zijn, kan je vrezen dat de paniek rond een specifieke index bij ETF’s, die zich daar op enten, wel eens tot uitzonderlijke toestanden zou kunnen leiden.

Temeer omdat er nogal wat synthetische ETF’s bestaan. Dit kunnen zwarte dozen zijn, waarin (het gebrek aan of juist) de inhoud grote hefbomen in gang kan zetten.

  • Op te merken valt dat we in bovenstaand artikel alleen stilgestaan hebben bij duurzaam beleggen in aandelen(fondsen).

Ook wie duurzaam belegt moet echter getrouw blijven aan zijn risicoprofiel. Een dynamisch belegger kan zich in bovenstaande wellicht volledig vinden. Wie een meer gebalanceerde – of een defensievere belegger is, stopt in zijn portefeuille beter ook wat andere producten. Zeker als zijn beleggingstermijn korter dan pakweg 8 jaar is.   

(*): in het artikel wordt verwezen naar het feit dat beursindexen momenteel erg onevenwichtig samengesteld zijn. Denk aan het gewicht van de FAANG-aandelen binnen de VS of aan het gewicht van AB Inbev in de Bel20. “Indexbeleggen” is om die reden mijns inziens al lang geen synoniem meer voor ‘gespreid beleggen’.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.